Zienswijzennota Voorkeursrecht Middelweg Oost 11 Wijk bij Duurstede
Tekst van het document
Zienswijzennota Voorkeursrecht Middelweg Oost 11 Wijk bij Duurstede Twee te onderscheiden besluiten Door het college van burgemeester en wethouders is op 17 september 2024 voorkeursrecht gevestigd op gronden gelegen Middelweg Oost 11 te Wijk bij Duurstede. Dit voorkeursrecht is met ingang van 20 september 2024 voor 3 maanden geldig. Tegen dit besluit van het college kon door belanghebbenden vanaf 21 september 2024 gedurende 6 weken bezwaar worden gemaakt. Het college heeft op 17 september 2024 ook besloten om de gemeenteraad van Wijk bij Duurstede voor te stellen voorkeursrecht te vestigen op Middelweg Oost 11. Met betrekking tot dit voorstel was het voor een ieder mogelijk om van 23 september 2024 tot en met 7 oktober 2024, zienswijzen over het raadsvoorstel schriftelijk, danwel mondeling, naar voren te brengen. De binnengekomen bezwaarschriften worden (ook) aangemerkt als zienswijzen Deze zienswijzennota gaat in op de door omwonenden gegeven reacties. Van de mogelijkheid mondeling zienswijzen naar voren te brengen is geen gebruik gemaakt. Alle schriftelijk binnengekomen reacties zijn door de indieners zelf aangemerkt als bezwaarschrift en daarmee feitelijk gericht tegen het besluit van het college om voorkeursrecht te vestigen. Ook al omdat bezwaar maken alleen open staat voor belanghebbenden worden de reacties (ook) aangemerkt als zienswijzen.
De geanonimiseerde zienswijzen zijn bij deze zienswijzennota gevoegd. Verwacht wordt, dat het college binnenkort een besluit neemt over de ingebracht bezwaarschriften. De hoofdlijnen van de binnengekomen reacties De binnengekomen reacties richten zich in feite niet tegen de voorgestelde vestiging van voorkeursrecht maar tegen de voorgenomen realisatie van gecombineerd wonen (opvang van asielzoekers én bouwen voor reguliere woningzoekenden). In hoofzaak zijn er twee door meerdere omwonenden afzonderlijk aangeboden reacties te onderscheiden. Het eerste type reactie richt zicht op de ruimtelijke impact van de voorgenomen realisatie van gecombineerd wonen. Het tweede type reactie richt zich op het gevolgde proces van bekendmakingen en rechtsbescherming. Reacties gericht op de ruimtelijke impact Slechts twee reacties zijn binnen de gestelde termijn (op 7 oktober 2024) ontvangen. Deze reacties richten zich op het bouwen van woningen. Eén reactie is ontvangen op 10 oktober 2024, op basis van de verzendtheorie wordt er vanuit gegaan dat deze tijdig is ingediend. Dit omdat de brief gedateerd is op 7 oktober, het poststempel onleesbaar is en de brief binnen een week na de sluitingstermijn is binnengekomen. Deze reactie richt zich wel op het vestigen van voorkeursrecht maar de ingebrachte argumenten gaan vooral in op de ruimtelijke impact.
Deze aspecten komen ook aan de orde in de twee op 7 oktober 2024 ontvangen reacties. In de reacties wordt aangegeven, dat een negatieve invloed wordt verwacht op de volgende ruimtelijke aspecten: Schending van het vertrouwensbeginsel (geen wijziging agrarische bestemming) Leefklimaat en verkeersveiligheid Aantasting van groen en ecologie Invloed op woongenot en privacy Gebrek aan infrastructuur en verkeersoplossingen Veiligheid van omwonenden met betrekking tot het toekomstige AZC De Geer III als beter alternatief
Dit zijn aspecten die een rol kunnen spelen en in de afwegingen betrokken worden bij toekomstige besluitvorming die het gecombineerd wonen ruimtelijk mogelijk moeten maken. Dat is echter op dit moment niet aan de orde. Er is nog geen ruimtelijk plan, laat staan een (aanvraag om ) omgevingsvergunning. Van (een beroep op) nadeelcompensatie voor een eventuele devaluatie van vastgoed van omwonenden kan pas sprake zijn nadat een omgevingsvergunning is verleend om het gecombineerd wonen mogelijk te maken. Hiervoor dient te zijner tijd een afzonderlijke procedure te worden gevolgd. Tot slot wordt aangevoerd dat communicatie en participatie onvoldoende zouden hebben plaats gevonden. Het vestigen van voorkeursrecht door het college leent zich niet voor enige vorm van participatie. Dat zou in strijd zijn met het doel van deze door de wetgever gegeven mogelijkheid om als gemeente te voorkomen dat door anderen een grondpositie kan worden ingenomen die een voorgenomen ontwikkeling lastiger zou maken. De op 13 en 23 september gehouden bijeenkomsten met omwonenden vormden de start van de fase 2 van de participatie voor het gecombineerd wonen zoals dit door de gemeenteraad is vastgesteld. Doel van die avonden was het informeren van omwonenden en het in beeld krijgen van vragen, zorgen en ideeën bij omwonenden.
Met de publicatie in het gemeenteblad van 25 september 2024 is voor een ieder de mogelijkheid geboden om een zienswijze in te dienen met betrekking tot het raadsvoorstel om voorkeursrecht te vestigen. Reacties gericht op het gevolgde proces van bekendmakingen en rechtsbescherming De 61 reacties, met allen dezelfde inhoud, die zijn gericht op het gevolgde proces van bekendmakingen en rechtsbescherming zijn tussen 28 oktober en 4 november jl. binnengekomen. Dat is ruim buiten de termijn voor het indienen van een zienswijze en binnen de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift (tegen het besluit van het college om voorkeursrecht op te leggen. Mede omdat in de reacties alleen het proces en de termijnen voor het indienen van een bezwaar en zienswijze ter discussie worden gesteld, wordt in deze zienswijzenota toch ingegaan op dat aspect van deze reacties. In deze reacties wordt allereerst aangegeven waarom deze indieners belanghebbende zouden zijn. Nu de reacties (ook) zijn aangemerkt als een zienswijze is dat niet van belang voor zover het gaat om het voorstel aan de gemeenteraad om voorkeursrecht op te leggen. Een ieder mag immers een zienswijze indienen. Dat is anders waar het gaat om het bezwaar maken tegen het besluit van het college om voorkeursrecht op te leggen. Bezwaar maken daartegen maken staat alleen open voor belanghebbenden (art.
1.2 lid 1 AWB: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken). Alleen de eigenaar van de percelen Middelweg Oost 11 wordt rechtstreeks in zijn belangen geraakt. Het gevestigde voorkeursrecht betekent immers niet meer of minder dan dat de eigenaar de percelen – indien hij deze zou willen verkopen – als eerste te koop moet aanbieden aan de gemeente. Dat omwonenden dit als een van de stappen zien om tot de voorgenomen realisatie van gecombineerd wonen (opvang van asielzoekers én bouwen voor reguliere woningzoekenden) te komen is begrijpelijk. En dat omwonenden die tegen dat voornemen voor gecombineerd wonen zijn, ook tegen het vestigen van voorkeursrecht zijn eveneens. Dat maakt hen echter nog geen belanghebbenden. De commissie voor bezwaarschriften heeft geadviseerd om de binnengekomen bezwaarschriften tegen het besluit van het college om voorkeursrecht te vestigen kennelijk niet ontvankelijk te verklaren. Het college neemt hierover binnenkort een besluit.
Inwerkingtreding besluit Door de indieners wordt gesteld dat het besluit van het college niet op het moment van inschrijving in de openbare registers (20 september 2024) in werking kan zijn getreden. De tekst van artikel 16.82.a Omgevingswet luidt als volgt: Artikel 16.82a. (inschrijving en ingaan voorkeursrecht) 1 Nadat een voorkeursrechtbeschikking is bekendgemaakt, kan de beschikking binnen vier dagen worden ingeschreven in de openbare registers. 2 Het voorkeursrecht gaat in op het tijdstip waarop de beschikking is ingeschreven. De beschikking wordt bekendgemaakt door toezending of uitreiking van de beschikking aan de in het besluit vermelde eigenaren en beperkt gerechtigden. In dit geval is gekozen voor toezending (op 20 september 2024). Het gaat dan ook, anders dan de indieners veronderstellen, niet om het moment van publicatie. Dit maakt dat het voorkeursrecht op 20 september 2024 in werking is getreden. Termijnen voor indiening zienswijzen en bezwaren De indieners geven aan dat de termijnen voor indiening zienswijzen en bezwaren onjuist en te kort zouden zijn. Voor wat betreft bezwaren De termijn voor het indienen van de bezwaar tegen het vestigen van voorkeursrecht door het college is gestart op 21 september (de dag na de bekendmaking aan de eigenaar, zie ook hierboven onder inwerkingtreding besluit) en liep tot en met 1 november 2024.
De veronderstelling dat die termijn begint na de publicatie in het gemeenteblad is niet juist. Voor wat betreft zienswijzen De termijn voor het indienen van zienswijzen over het raadsvoorstel liep van 23 september tot en met 7 oktober 2024. De eerste van de 61 reacties van dit type zijn pas 3 weken na die 7e oktober binnengekomen. Wat er ook zij van de termijn tot en met 7 oktober, de indieners hadden ruim voldoende gelegenheid om hun mening te vormen en een inhoudelijke zienswijze te dienen. Hoewel de reacties te laat zijn binnengekomen en daarmee niet ontvankelijk zijn, zijn deze wel ter kennis gebracht van de raad. Terinzagelegging van de stukken De indieners geven aan dat zij niet in staat waren om de stukken digitaal in te zien. Dit is niet juist, op de gemeentelijke website is aangegeven dat het Raadsvoorstel, geanonimiseerde lijst met eigenaren en beperkt gerechtigden en de tekening van het voorkeursrechtgebied gepubliceerd zijn in het Gemeenteblad van Wijk bij Duurstede op www.overheid.nl. De stukken waren ook digitaal beschikbaar. Overigens zijn de in de publicatie aangegeven contactpersonen niet benaderd met enige vraag.
Zorgvuldigheidsbeginsel, Rechtszekerheidsbeginsel en Termijnen niet aangevangen? Hierboven is al ingegaan op de opvatting van de indieners waar het gaat om inwerkingtreden van het besluit van het college om voorkeursrecht op te leggen, de daarmee verband houdende termijnen en het ook digitaal beschikbaar zijn van stukken. Uit de (onjuiste) opvatting van indieners vloeit voort, dat de indieners vinden dat onzorgvuldig en in strijd met de rechtszekerheid is gehandeld en dat termijnen voor het indienen van bezwaren of zienswijzen later zouden moeten beginnen. Gezien het vorenstaande is daarvan geen sprake. Hoe wij deze reacties opvatten De reacties gericht op het gevolgde proces van bekendmakingen en rechtsbescherming bevatten geen inhoudelijke gronden die het maken van bezwaar ondersteunen. Uit het enkele gegeven dat wordt gesproken over het maken van bezwaar en er kritiek wordt geleverd op het proces kan wel worden afgeleid dat de indieners tegen het vestigen van voorkeursrecht (of dit nu door het college of de gemeenteraad wordt gedaan) zijn om het gecombineerd wonen mogelijk te maken. De indieners
hebben er geen rechtstreeks belang bij dat de eigenaar de percelen – indien hij deze zou willen verkopen – als eerste te koop moet aanbieden aan de gemeente. Verondersteld wordt daarom dat de indieners tegen het realiseren van gecombineerd wonen zijn. Wat daar ook van zij, de argumenten daartegen kunnen worden ingebracht bij het nog op te starten ruimtelijk proces om dit mogelijk te maken. De rechtszekerheid van omwonenden is daarbij voldoende gewaarborgd. Conclusies Voor de gemeenteraad is het van belang kennis te nemen van alle ingekomen reacties, ook als bezwaarschiften (tegen het besluit van het college) zijn ingediend maar ook als zienswijze (voor wat betreft het raadsbesluit) aangemerkt kunnen worden. Dit geldt voor alle ingebrachte reacties. De reacties gericht op de ruimtelijke impact richten zich niet op het vestigen van voorkeursrecht door de raad en dienen te zijner tijd in de ruimtelijke procedure te worden ingebracht en afgewogen. Op dit moment wordt gedacht hiervoor de procedure van een BuitenplanseOmgevingsPlanActiviteit (BOPA) te voeren. Die procedure biedt voldoende mogelijkheden voor het indienen van zienswijzen. Voorafgaand aan het voeren van die procedure wordt nog verder inhoudelijk met de omwonenden over de nog te ontwikkelen plannen in gesprek gegaan.
De reacties gericht op de ruimtelijke impact vormen geen reden om af te zien van het vestigen van voorkeursrecht. De reacties gericht op het gevolgde proces van bekendmakingen en rechtsbescherming richten zich wel op het vestigen van voorkeursrecht door de raad. De veronderstelde tekortkomingen daarin zijn echter niet aan de orde. Hoewel geen inhoudelijke gronden in de te laat ingediende reactie zijn opgenomen, wordt verondersteld dat de indieners tegen het realiseren van gecombineerd wonen zijn. De nog op te starten ruimtelijke procedure biedt voldoende gelegenheid om wel onderbouwde zienswijzen daartegen in te dienen. De rechtszekerheid van omwonenden is daarbij voldoende gewaarborgd. De reacties gericht op het gevolgde proces van bekendmakingen en rechtsbescherming vormen geen reden om af te zien van het vestigen van voorkeursrecht. Vervolg na besluitvorming in de gemeenteraad Besluitvorming in de gemeenteraad is gepland op 19 november 2024. De voorkeursrechtbeschikking wordt bekendgemaakt aan de eigenaar en binnen 4 dagen daarna ter inschrijving aangeboden bij de openbare registers van het Kadaster. Daarnaast wordt hiervan kennis gegeven op de gemeentelijke website en in het elektronisch mededelingenblad. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad.
Naar de opvatting van de gemeenteraad is de enige belanghebbende bij het opleggen van het voorkeursrecht door de raad, in dit geval de eigenaar.