CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 16 - Quick scan natuur

Raadsvergadering 19 april 2022, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Bestemmingsplan Herontwikkeling Hoogstraat, De Heul en Langbroekseweg11.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quick scan natuur

Wijk bij Duurstede, Herontwikkeling drie locaties Gemeente Wijk bij Duurstede

Datum: 1 november 2021 Projectnummer: 190478.01

INHOUD 1

Inleiding

3

1.1 1.2

Aanleiding Plangebied

3 3

2

Wettelijk kader

12

2.1 2.2 2.3

Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bescherming houtopstanden

12 13 13

3

Onderzoeksmethode

14

3.1 3.2

Deskundigheid Werkwijze

14 14

4

Aanwezigheid beschermde gebieden en soorten

16

4.1 4.2 4.3

Ligging beschermde gebieden Aanwezigheid beschermde soorten Aanwezigheid houtopstanden

16 17 26

5

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

27

5.1 5.2 5.3

Mogelijke effecten op beschermde gebieden Mogelijke effecten op beschermde soorten Mogelijke effecten op beschermde houtopstanden

27 27 31

6

Conclusie

32

Geraadpleegde bronnen Bijlage 1. Wettelijk kader

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In Wijk bij Duurstede bestaat het voornemen drie locaties te gaan (her)ontwikkelen. Het betreft het terrein aan de Hoogstraat 14 met de huidige vestiging van de Lidlsupermarkt, het Winkelcentrum De Heul met detailhandel en supermarkt en het terrein Langbroekseweg met de vestiging van een Jumbo-supermarkt. Voor de drie locaties dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan is het noodzakelijk dat de haalbaarheid ervan wordt aangetoond. Er dient daarom vanuit de ecologie onderzocht te worden of met de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan toestaat sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. Voorliggende rapportage zet door middel van een quick scan natuur uiteen of met de ruimtelijke ontwikkeling mogelijk sprake kan zijn van het verstoren van beschermde natuurgebieden en beschermde soorten en of nader onderzoek hiernaar noodzakelijk is.

1.2

Plangebied

1.2.1

Huidige situatie De drie plangebieden bevinden zich in de kern van Wijk bij Duurstede (gemeente Wijk bij Duurstede, provincie Utrecht). De omgeving van Wijk bij Duurstede kenmerkt zich door agrarische gronde, het Amsterdam-Rijnkanaal dat er doorheen loopt, de aanwezigheid van de Lek ten zuiden en de aanwezigheid van de Kromme Rijn ten noorden, welke volgt uit de Nederrijn. Zie navolgende afbeelding voor de ligging van de drie planlocaties.

3

Topografische kaart met de globale ligging van de drie plangebieden (rood omkaderd).Bron: PDOK.

Hoogstraat 14 De directe omgeving van dit plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen. Rondom het gehele plangebied zijn dan ook woonhuizen aanwezig, in de vorm van rijtjeswoningen, twee-onder-één kap en vrijstaande woningen. Ten westen van het plangebied loopt de Hoogstraat. Navolgende afbeelding geeft een luchtfoto van het plangebied weer.

4

Luchtfoto met de globale ligging van het plangebied aan de Hoogstraat (rood omkaderd). Bron: PDOK.

Op 28 juni 2021 is een veldbezoek uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit een Lidlsupermarkt met omliggende parkeerplaats. De Lidl is voornamelijk opgetrokken uit metaal en deels uit baksteen. In het plangebied zijn geen bomen of struiken aanwezig. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het plangebied ten tijde van het veldbezoek.

De supermarkt, foto van de noordzijde;

De achterzijde van de supermarkt, deels opgetrokken uit baksteen;

5

De voorzijde van desupermarkt;

De parkeerplaats.

Winkelcentrum de Heul De directe omgeving van dit plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen. Rondom het gehele plangebied zijn dan ook woonhuizen aanwezig, in de vorm van voornamelijk rijtjeswoningen, maar ook een aantal tweeonder-één kap en vrijstaande woningen. Ten westen van het plangebied is een klein park aanwezig. Navolgende afbeelding geeft een luchtfoto van het plangebied weer.

Luchtfoto met de globale ligging van het plangebied van winkelcentrum de Heul (rood omkaderd). Bron: PDOK.

Op 28 juni 2021 is een veldbezoek uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit een winkelcentrum, waarin de volgende voorzieningen aanwezig zijn: een Jumbo supermarkt, slijterij, Chinees restaurant, kapsalon, bakker, bloemist en cafetaria. In het zuidelijke

6

gedeelte van het plangebied is een verwaarloosde sporthal en zwembad aanwezig. Verder bevinden zich te midden van het plangebied een parkeerplaats, een stenen sportveld en afvalcontainers. In het plangebied zijn verschillende grote en oude bomen aanwezig. Ook is er in het westelijke gedeelte een klein stuk grasveld aanwezig. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het plangebied ten tijde van het veldbezoek.

Voorzijde van het winkelcentrum;

Binnenhofje van het winkelcentrum;

Sportveld en parkeerplaatsen;

De sporthal en zwembad;

Het grasveld;

Afvalcontainers;

7

Aantal van de aanwezige bomen;

Aanwezige groen aan de achterzijde van de vervallen sporthal en zwembad.

Langbroekseweg De directe omgeving van dit plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van agrarische grond, welke aan de noord- en westzijde aanwezig is. Direct aan het plangebied grenst een moestuincomplex. Ten westen en zuiden bevinden zich woonhuizen. Navolgende afbeelding geeft een luchtfoto van het plangebied weer.

Luchtfoto met de globale ligging van het plangebied aan de Langbroeksweg (rood omkaderd). Bron: PDOK.

Op 28 juni 2021 is een veldbezoek uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit een Jumbo supermarkt met omliggende parkeerplaats. De supermarkt is deels opgetrokken uit baksteen en deels uit een kunststoffen materiaal. In het westelijke gedeelte is een gedeelte van het moestuincomplex aanwezig. In het plangebied zijn een aantal jonge bomen aanwezig. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het plangebied ten tijde van het veldbezoek.

8

1.2.2

De voorzijde van de Jumbo;

Het moestuincomplex;

De noordzijde van de Jumbo;

De parkeerplaats met jonge bomen.

Toekomstige situatie Hoogstraat 14 De Lidl-supermarkt zal van deze locatie vertrekken en zich vestigen in het winkelcentrum de Heul. Met het vertrek van de Lidl-supermarkt aan de Hoogstraat 14 ontstaat de mogelijkheid deze locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Hiervoor zijn twee beoogde scenario’s. In scenario 1 wordt de bestaande bebouwing gesloopt en hiervoor in plaats worden in totaal 10 twee-onder-één-kapwoningen gebouwd. In scenario 2 blijft de bestaande bebouwing overeind en wordt deze ingevuld met een maatschappelijke functie. Voor het schrijven van de quick scan wordt worstcase van scenario 1 uitgegaan, waarbij de bebouwing gesloopt zal worden. Navolgende figuur geeft het schetsontwerp voor de locatie weer.

9

Schetsontwerp plangebied Hoogstraat 14-scenario 1

Winkelcentrum De Heul Het voornemen bestaat de bestaande verouderde bebouwing van winkelcentrum De Heul en de bestaande sporthal en het zwembad te slopen. De locatie zal worden herontwikkeld. In het plangebied zullen twee bouwblokken worden gerealiseerd, blok A en blok B, zoals navolgend weergegeven. Bouwblok A bestaat uit een langvormig gebouw. Op de begane grond van het gebouw zal de Lidl supermarkt zich bevinden 2 alsmede 8 rugzakwoningen, met een oppervlakte van circa 50 m per wooneenheid. 2 De supermarkt krijgt meer winkelvloeroppervlak (circa 2.600 m wvo) dan de bestaande Jumbo supermarkt in winkelcentrum De Heul. Verdeeld over de bovenverdiepingen zullen nog eens 60 appartementen worden gerealiseerd, waardoor in bouwblok A in totaal 68 appartementen zijn beoogd. In het tweede bouwvlok (B) is ruimte voor de huidige winkeliers van winkelcentrum De Heul met daarboven eveneens appartementen. Op de begane grond, in de plint, zijn de winkels beoogd. Het winkelvloeroppervlak 2 (wvo) van de winkels bedraagt 954 m . Daarboven zijn vier tot vijf verdiepingen beoogd met in totaal 36 woningen. De bestaande Lidl aan de Hoogstraat wordt verplaatst naar winkelcentrum De Heul. De bestaande Jumbo in winkelcentrum De Heul stopt op deze locatie. Het winkelvloeroppervlak van deze supermarkt wordt verdeeld over de Jumbo aan de Langbroekseweg en de nieuwe Lidl in winkelcentrum De Heul.

Voor de herontwikkeling bij de Heul wordt de aanwezige bebouwing gesloopt en wordt het aanwezige groen verwijderd. Navolgende figuur geeft het schetsontwerp weer.

10

Schetsonderwerp plangebied Winkelcentrum De Heul

Langbroekseweg Onderdeel van de herontwikkeling van winkelcentrum De Heul is een ‘supermarktencarrousel’. De bestaande Jumbo in winkelcentrum De Heul stopt. Van deze supermarktmeters wordt 350 m² wvo toegevoegd aan Jumbo aan de Langbroekseweg, het 2 totale winkelvloeroppervlak wordt daarmee 1.890 m . Navolgende figuur geeft het concept van de uitbreiding weer. Voor de uitbreiding wordt een deel van het moestuincomplex verwijderd. De parkeerplaats blijft behouden in zijn huidige staat.

Uitbreiding

Schetsontwerp plangebied Langbroekseweg .

11

2

Wettelijk kader Hieronder staat een samenvatting van het wettelijk kader. Een uitgebreide beschrijving staat in bijlage 1.

2.1

Gebiedsbescherming

2.1.1

Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden Op grond van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Ook kan de Minister op grond van deze wet in enkele specifieke gevallen bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren dat significant negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Als een plan of project mogelijk negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve gevolgen zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante gevolgen niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt.

2.1.2

Natuurnetwerk Nederland De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (het Barro), een ‘nee, tenzij’-beschermingsregime. Het bestemmingsplan, of een omgevingsvergunning waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken, maakt geen ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur, of tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. De provincie Utrecht heeft de bescherming van Natuurnetwerk Nederland opgenomen in paragraaf 6.1 van de omgevingsverordening. Naast het NNN kent de provincie Utrecht ook gebiedsbescherming van de Groene Contour, zoals beschreven in artikel 6.7 van de verordening.

In deze gebieden liggen kansen voor het realiseren van ecologische kwaliteiten die het NNN kunnen versterken. Binnen deze gebieden zijn onomkeerbare ingrepen en processen niet toegestaan wanneer de ontwikkeling van na-

12

tuur onmogelijk maken, tenzij deze ingrepen voortkomen uit een groot openbaar belang en alternatieven ontbreken. Verder zijn er in de provincie ganzenrustgebieden en weidevogelkerngebieden aangewezen en zijn bepaalde waardevolle kleine landschapselementen beschermd.

2.2

Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Voor een aantal soorten is door middel van verboden een beschermingsregime opgenomen. Er is een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten, voor Habitatrichtlijnsoorten en voor andere soorten. Naast de beschermde plant- en diersoorten geldt voor al de in het wild levende soorten ook een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Provinciale Staten kunnen in een verordening een vrijstelling verlenen van de verboden van de wet. De provincie Utrecht heeft besloten voor een aantal algemeen voorkomende zoogdiersoorten en amfibieën een vrijstelling te verlenen, voor handelingen die men verricht in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud.

Het betreft de soorten aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel, woelrat, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en middelste groene kikker. Daarnaast zijn de verboden niet van toepassing op handelingen die men uitvoert in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud, wanneer men die handelingen uitvoert conform een goedgekeurde gedragscode. Tot slot kunnen Gedeputeerde Staten, wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, onder bepaalde voorwaarde een ontheffing verlenen van de verboden.

2.3

Bescherming houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet.

13

3 3.1

Onderzoeksmethode Deskundigheid Kwaliteit van het ecologisch onderzoek en het geleverde product staan bij SAB hoog in het vaandel. Mede daarom zijn wij aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB); de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Om aan onze standaard te voldoen, wordt ecologisch onderzoek enkel uitgevoerd door deskundigen. Onder een ecologisch deskundige verstaan we iemand met aantoonbare ervaring en kennis op het gebied van de ecologie van de betreffende soorten. Onze deskundigen voldoen aan de eisen van een ecologisch deskundige zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland die stelt. Ecologen in opleiding tot deskundige werken altijd onder begeleiding van een deskundige.

3.2

Definitie product Het product wat in deze rapportage geleverd wordt is een “quick scan natuur”. Dit bestaat uit een “quickscan soorten” conform de begrippenlijst van het Netwerk Groene Bureaus (NGB 2020), aangevuld met verkennende analyse op het gebied van gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland) en een verkennende analyse op het gebied van houtopstanden.

3.3

Werkwijze Voor het onderzoek werd een bureaustudie uitgevoerd en werd een veldbezoek aan de locatie gebracht. Als eerste werd voor het onderzoek, op basis van informatie van de opdrachtgever, het plangebied in beeld gebracht en werden de toekomstige ontwikkelingen beschreven. Vervolgens werd onderzocht welke beschermde plant- en diersoorten in de omgeving van het plangebied zijn te verwachten. Hiervoor werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op 23 juni 2021, waarbij waarnemingen van de afgelopen 10 jaar werden opgevraagd. Aanvullend hierbij is gebruik gemaakt van andere bronnen, als websites en verspreidingsatlassen. Voor de gemeente Wijk bij Duurstede is door adviesbureau Regelink een Soortenmanagementplan (SMP) opgesteld (van Diedenhoven en Kolvoort 2020). Via de internettoepassing ‘FloraFaunaCheck.nl’ kunnen gegevens uit dit SMP worden geraadpleegd. Specifiek voor deze ontwikkeling werd daarnaast door bureau Regelink een notitie opgesteld (van Diedenhoven 2021), waarin de gegevens uit het SMP werden uitgewerkt voor deze drie locaties. Zowel informatie uit het SMP als informatie van FloraFaunacheck.nl en informatie uit de aanvullende notitie, werden bij deze quick scan gebruikt om te onderzoeken of negatieve gevolgen te verwachten zijn voor bepaalde soortgroepen.

Bij de bureaustudie werd ook de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden en gebieden die via de provinciale verordening zijn beschermd onderzocht. Hiervoor werd onder meer informatie van de website van de provincie geraadpleegd.

14

Vervolgens werd een veldbezoek aan het plangebied en de directe omgeving ervan gebracht. Dit bezoek vond plaats op 28 juni 2021, bij droog, windstil, onbewolkt weer en een temperatuur van circa 23 graden Celsius. Doel van deze veldverkenning was om een indruk te krijgen van de habitats ter plaatse en om de geschiktheid van het plangebied voor de verschillende soortgroepen te beoordelen. Het veldbezoek heeft niet de status van een volledige veldinventarisatie. Het eenmalige veldbezoek geeft een globaal beeld van aanwezige soorten en habitats op basis van een momentopname. Met de gegevens uit de bureaustudie en het veldbezoek is vervolgens een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden. Op basis van deze inschatting is een advies opgesteld met aanbevelingen voor vervolgstappen. Nadat het eerste conceptrapport gereed was, is dit beoordeeld op inhoud en vorm door een deskundig collega. Het commentaar is vervolgens besproken en verwerkt, om zo tot een eensluidend advies te komen.

15

4

Aanwezigheid beschermde gebieden en soorten In dit hoofdstuk beschrijven wij de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en beschrijven we de kans op de aanwezigheid van beschermde soorten. In het volgende hoofdstuk volgt een beoordeling van de mogelijke effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten ten gevolge van de ontwikkeling.

4.1

Ligging beschermde gebieden

4.1.1

Ligging Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen (zie navolgende afbeelding). Wel liggen Natura 2000-gebieden “Rijntakken” en “Kolland & Overlangbroek” in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Plangebied Hoogstraat bevindt zich op 300 meter en 1,6 kilometer van de Natura 2000gebieden. Plangebied De Heul bevindt zich op 800 meter en 1,6 kilometer verwijderd van de Natura 2000-gebieden. Plangebied Langbroekseweg bevindt zich op 1,2 kilometer en 1,6 kilometer van de Natura 2000-gebieden verwijderd.

Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Bron: Aerius.

4.1.2

Ligging Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland (zie navolgende afbeelding). Het dichtstbijzijnde gedeelte van het natuurnetwerk dat zich bij een plangebied bevindt, bevindt zich op ongeveer 150 meter ten oosten van het plangebied de Hoogstraat. De dichtstbijzijnde Groene Contour bevindt zich op ongeveer 1,7 kilometer ten zuiden van het plangebied. De dichtstbijzijnde ganzenfoerageergebieden bevinden zich op respectievelijk 300 meter. Weidevogelkerngebied is niet aanwezig in de omgeving van het plangebied.

16

Globale ligging van het plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland, Groene Contour, ganzenrustgebied, Weidevogelkerngebied en NNN Agrarisch. Bron: Provincie Utrecht.

4.2

Aanwezigheid beschermde soorten

4.2.1

Zorgplicht, voor alle in het wild levende dieren en planten In alle drie de plangebieden zijn gebouwen aanwezig en ook is enig groen aanwezig. De plangebieden vormen daarmee geschikt leefgebied voor in het wild levende planten en dieren.

4.2.2

Vogelrichtlijnsoorten

4.2.2.1

Vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden bij de plangebieden soorten met niet jaarrond beschermde nesten in of in de directe omgeving aangetroffen als kauw, houtduif en merel. Dergelijke soorten kunnen mogelijk in of in de directe omgeving van de plangebieden tot broeden komen.

4.2.2.2

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Naast de reguliere bescherming in het broedseizoen zijn er verschillende vogelsoorten van wie de nesten jaarrond worden beschermd. Deze jaarrond beschermde status is vanwege verschillende redenen. Zo zijn er soorten die het hele jaar gebruik maken van het nest. Daarnaast zijn er koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn. Ook zijn er soorten die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die nauwelijks in staat zijn zelf een nest te maken. Hieronder wordt in meer detail beschreven of en in welke mate het gebied geschikt kan zijn voor de betreffende soorten.

17

Huismus Huismussen broeden in kieren en spleten van bebouwing en tevens vaak onder (golvende) dakpannen. Een geschikte leefomgeving van de huismus bestaat uit een combinatie van een geschikte nestgelegenheid, voedsel, drinkwater en voldoende dekking in de vorm van stekelige of groenblijvende struiken. Voornamelijk plekken waar bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen herbergen hoge dichtheden aan huismussen (BIJ12 2017a). De gebouwen in de plangebieden zijn gecontroleerd op geschiktheid voor de huismus. Bij de gebouwen bij de Langbroekseweg en de Hoogstraat zijn geen duidelijk geschikte nestlocaties van de huismus aangetroffen. Daarnaast zijn er tijdens het veldbezoek geen huismussen of sporen van de huismus in deze plangebieden waargenomen. Huismussen zijn zeer honkvast en blijven altijd in de directe omgeving van hun nestplaats. Het feit dat de soort tijdens geschikte weersomstandigheden niet is aangetroffen, duidt er op dat zich geen nesten in de plangebieden Hoogstraat en Langebroekseweg bevinden. Voor de gemeente Wijk bij Duurstede is een Soortenmanagementplan (SMP) opgesteld, waarvan de gegevens zijn verwerkt in de webapplicatie FloraFaunacheck.nl (Van Diedenhoven 2020).

Ook uit gegevens van FloraFaunaCheck.nl en een aanvullende notitie over de uitwerking van het SMP voor deze ontwikkeling (Van Diedenhoeven 2021), blijkt dat deze gebouwen niet geschikt zijn voor huismussen. Aangezien er geen duidelijke nestlocaties voor de huismus in de plangebieden aanwezig zijn, en huismussen of sporen van de soort niet zijn waargenomen, is het onwaarschijnlijk dat deze plangebieden onderdeel uitmaken van de functionele leefomgeving van deze soort. Omdat huismussen wel in de omgeving van het plangebied Hoogstraat aanwezig zijn, wordt wel geadviseerd bij de nieuwbouw leefgebied te creëren voor de huismus, zoals het aanbrengen van nestkasten en de aanleg van inheems groen en zandige plekjes (Van Diedenhoven 2021). Voor plangebied de Heul geeft de informatie in FloraFaunaCheck.nl wel aan dat er een hoge kans is op de aanwezigheid van huismussen op deze locatie. Uit nadere informatie blijkt echter, dat bij de veldonderzoeken in het kader van het Soortenmanagementplan op deze locatie nooit huismussen werden aangetroffen en dat het plangebied ongeschikt geacht wordt voor huismussen (Van Diedenhoven 2021). Broedplaatsen van huismussen zijn op deze locatie daarom niet te verwachten. Wel zijn huismussen aanwezig in de omliggende wijken, zo blijkt verder uit de notitie.

Om die reden is het zinvol in het nieuwbouwproject ook hier leefgebied voor huismussen te creëren (Van Diedenhoven 2021). Gierzwaluw Gierzwaluwen broeden in Nederland in stedelijk gebied. Ze broeden in kolonies, onder daken en in gebouwen. Veel gebruikte nestlocaties zijn onder scheefliggende of kapotte dakpannen, onder nokpannen, in gaten en kieren onder de dakrand en bij dakkapellen, daar waar het zink overloopt van de dakkapel naar de dakpannen. Daarnaast worden soms kunstmatige nestkasten of nestpannen, gaten in muren, gaten achter regenpijpen of ventilatieschachten als broedlocatie gebruikt. Nestlocaties dienen een vrije uitvliegroute op minimaal enkele meters boven de grond te hebben. Daken dienen verder minimaal een hellingshoek van 45 graden te hebben om als nestlocatie geschikt te zijn (BIJ12 2017b).

18

De gebouwen in de plangebieden zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op de aanwezigheid van kieren in muren of onder dakpannen die een geschikte nestlocatie van de gierzwaluw kunnen zijn. Bij de gebouwen in de plangebieden werden geen geschikte invlieglocaties voor gierzwaluwen gevonden. De gebouwen hebben allen een plat dak en geschikte gaten of kieren met een vrije aanvliegroute werden niet aangetroffen. Daarnaast blijkt uit de gegevens van het SMP, op de website ForaFaunaCheck.nl dat de gebouwen in alle drie de plangebieden niet of maar weinig geschikt zijn voor gierzwaluwen. Het voorkomen van gierzwaluwen in de plangebieden kan dan ook op voorhand worden uitgesloten. Omdat in de omgeving van de plangebieden Hoogstraat en De Heul wel gierzwaluwen aanwezig zijn, wordt in het kader van het SMP wel geadviseerd, in de nieuwbouw gierzwaluwnestkasten in te bouwen die op het noorden zijn georiënteerd, wanneer de hoogte van de nieuwbouw voldoende hoog is (vanaf drie verdiepingen) (Van Diedenhoven 2021). Buizerd, roek, havik, sperwer, wespendief, zwarte wouw, ransuil en boomvalk Veel van de overige soorten die regelmatig in de omgeving worden waargenomen broeden in bomen. Zo broeden verschillende soorten roofvogels in hoge bomen in bos of boomgroepen (buizerd, roek, havik, sperwer, wespendief, zwarte wouw en boomvalk) (SOVON 2002, vogelbescherming.nl, sovon.nl).

De soorten zwarte wouw, buizerd, havik en wespendief zijn schuw en zullen niet snel in een stedelijke omgeving broeden. De boomvalk, roek, ransuil en met name de sperwer kunnen ook in een stedelijke omgeving broeden (SOVON 2002, sovon.nl). Bij plangebied de Heul zijn grote bomen in bomenrijen en groepen aanwezig. Deze bomen werden gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten die van een soort met een jaarrond beschermde nestplaats zou kunnen zijn. Een dergelijk nest werd niet gevonden. Omdat de bomen en struiken in het blad zitten, konden niet al de bomen goed gecontroleerd worden op de aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest. Het is daarmee niet uitgesloten dat in of direct naast het plangebied een nestplaats van een soort met een jaarrond beschermd nest aanwezig is. Bij de plangebieden Hoogstraat en Langbroekseweg zijn geen hoge bomen aanwezig. Het voorkomen van bovengenoemde soorten in één van deze plangebieden is daarmee uitgesloten.

Overige vogelsoorten Andere vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd, nestelen op hoge gebouwen (slechtvalk), op richels van bergen of steengroeven en soms op oude roofvogelnesten (oehoe), langs stromende beken (grote gele kwikstaart), in holtes in bomen en in gebouwen in kleinschalig agrarisch gebied (steenuil), in nissen van kerktorens of in andere toegankelijke gebouwen in kleinschalig agrarisch gebied (kerkuil) of op speciale nestpalen (ooievaar) (SOVON 2002, vogelbescherming.nl, sovon.nl). Deze elementen zijn niet in het plangebied aanwezig. Nesten van deze vogelsoorten worden niet in het plangebied verwacht. 4.2.3

Planten De vaatplanten die zijn beschermd middels de Wet natuurbescherming betreffen veelal zeldzame soorten, waarvan de meeste Rode Lijst-soorten, met specifieke groeiplaatsen in met name stabiele en natuurlijke biotopen, zoals bossen, zeeduinen, kalk-

19

graslanden, beekdalen, veengronden en moerassen. Ook is een aantal soorten beschermd die groeit op oude en verweerde muren en zijn enkele zeldzame akkerplanten beschermd. Een deel van de beschermde planten komt alleen voor in ZuidLimburg. Veel soorten komen voornamelijk voor op kalkhoudende en voedselarme grond (Sparrius et al. 2012). Naast de beschermde vaatplanten zijn er twee mossoorten beschermd. Beide soorten zijn zeer zeldzaam. Tonghaarmuts is in Nederland gevonden in vochtige, jonge wilgenbossen en in jonge aanplant van zomereik. Geel schorpioenmos groeit op moskussens op venig substraat (Janssen en Schamineé 2004, verspreidingsatlas.nl). Bij de verschillende locaties is er sprake van een voornamelijk versteende bodem, waarbij de overige gronden voedselrijke en regelmatig bewerkt zijn. Beschermde planten worden in een dergelijk biotoop niet verwacht en werden bij het veldbezoek ook niet aangetroffen. 4.2.4

Grondgebonden zoogdieren

4.2.4.1

Aanwezigheid soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Zoals beschreven in paragraaf 2.2, geldt voor een aantal meer algemeen voorkomende beschermde soorten zoogdieren een provinciale vrijstelling van de verboden in de wet. Het is goed mogelijk dat in of nabij het plangebied deze soorten voorkomen, zoals de veldmuis of egel. Deze soorten komen wijdverspreid voor en stellen geen hoge eisen aan hun omgeving.

4.2.4.2

Aanwezigheid soorten waarvoor geen vrijstelling geldt Deze beschermde grondgebonden zoogdieren komen voornamelijk voor in natuurlijkeof half-natuurlijke habitats zoals bos, heide of kleinschalig agrarisch landschap. Een aantal soorten is zeer zeldzaam en komt alleen in Zuid-Limburg voor. Dit geldt voor hamster, hazelmuis, eikelmuis, molmuis, lynx en wilde kat. Ook de wolf is zeer zeldzaam. Andere soorten, zoals bever, boommarter, das, eekhoorn, steenmarter, waterspitsmuis en wild zwijn komen algemener voor. Met name eekhoorn en steenmarter worden ook regelmatig in meer stedelijk gebied aangetroffen (Lange et al. 2003, verspreidingsatlas.nl). Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en de verspreidingsatlas komen de bever, boommarter, das, eekhoorn en waterspitsmuis in de omgeving van het plangebied voor. Bever, boommarter en waterspitsmuis De bever, boommarter en waterspitsmuis zijn soorten die niet snel voorkomen in de bebouwde kom. De drie plangebieden liggen in de bebouwde kom. Daarnaast is er bij de drie plangebieden geen leefgebied voor de waterspitsmuis en bever aanwezig, doordat open water ontbreekt. Bij plangebied de Heul zijn wel bomen aanwezig. Als leefgebied voor de boommarter is dit echter niet geschikt, omdat dit leefgebied van beperkte omvang is en omdat het is gelegen in de bebouwde kom.

Het voorkomen van deze drie soorten in één van de plangebieden kan dan ook worden uitgesloten.

20

Eekhoorn Bij de plangebieden Hoogstraat en Langbroekseweg zijn geen of alleen jonge bomen aanwezig. Deze locaties zijn dan ook niet geschikt voor de eekhoorn. Bij het plangebied de Heul staan vele oude bomen. Deze bomen werden gecontroleerd op de aanwezigheid van boomnesten of holtes van de eekhoorn. Deze zijn niet gevonden. De bomen konden echter niet goed gecontroleerd worden, omdat het blad nog aan de bomen aanwezig is. Het voorkomen van nesten van de eekhoorn in het plangebied de Heul kan dan ook niet worden uitgesloten. 4.2.5

Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en de verspreidingsatlas komen de franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis in de buurt van het plangebied voor. Alle vleermuissoorten, alsmede hun verblijfplaatsen, essentiële foerageergebieden en vliegroutes zijn beschermd volgens de Wet natuurbescherming. Vleermuizen zijn globaal op te delen in gebouwbewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis en boombewonende soorten als rosse vleermuis en watervleermuis Daarnaast bestaan soorten die van beide elementen gebruikmaken. Daarbij is ook onderscheid te maken in zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Sommige soorten zoals de gewone dwergvleermuis verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen, etc.). Andere soorten als de rosse vleermuis verblijven jaarrond in bomen (in holten, holen en achter loshangend schors). De watervleermuis overwintert echter weer in bunkers, grotten en kelders en verblijft in de zomerperiode in boomholten (Dietz et al. 2011).

4.2.5.1

Gebouwbewonende vleermuissoorten Gebouwbewonende vleermuizen hebben hun verblijfplaats achter bijvoorbeeld gevelbetimmering, in spouwmuren, achter dakbeschot, achter luiken en in schoorstenen (BIJ12 2017c, Dietz et al. 2011). Hoogstraat Het gebouw is tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op de aanwezigheid van geschikte kieren, spleten en open stootvoegen. Dergelijke openingen zijn nauwelijks aanwezig. Op de webapplicatie FloraFaunaCheck.nl lijkt deze locatie wel geschikt voor verschillende soorten vleermuizen. Uit nadere informatie blijkt echter, dat het te slopen gebouw wordt beoordeeld als ongeschikt voor vleermuizen, maar dat omliggende woningen een hoge geschiktheid hebben voor vleermuizen. Omdat het Lidlgebouw niet geschikt is voor vleermuizen, zijn aanvullende maatregelen niet nodig, zo blijkt (Van Diendenhoven 2021). Op basis van deze aanvullende informatie uit het SMP (Van Diedenhoven 2021) is redelijkerwijs uitgesloten dat verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn. Omdat vleermuizen wel in de omgeving aanwezig zijn, wordt in het kader van het SMP wel geadviseerd in de nieuwbouw voorzieningen voor vleermuizen te maken (Van Diedenhoven 2021). Langbroekseweg

21

Bij het gebouw in het plangebied aan de Langbroekseweg werden geen kieren of spleten gevonden welke als invliegopening door vleermuizen gebruikt kan worden. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kan dan ook worden uitgesloten. Ook de informatie die werd verkregen uit het Soortenmanagementplan bevestigt dit (FLoraFaunaCheck.nl, Van Diedenhoven 2021). Vanwege de ligging van deze locatie aan de rand van het buitengebied, is het in het kader van het SMP wel zinvol in de nieuwbouw voorzieningen voor kraamkolonies van vleermuizen (Van Diedenhoven 2021). De Heul De gegevens van FloraFaunaCheck.nl geven aan dat er een matige kans is voor verblijffuncties voor gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Ook bij het veldbezoek bleken in de bebouwing mogelijkheden voor verblijfplaatsen aanwezig, zoals de aanwezigheid van open stootvoegen. Uit een nadere interpretatie van de SMP-gegevens blijkt echter, dat er nauwelijks waarnemingen zijn van vleermuizen van deze locatie, dat er geen waarnemingen zijn van verblijfplaatsen en dat aanvullende maatregelen bij deze locatie niet nodig zijn (Van Diedenhoven 2021). Vleermuisverblijfplaatsen worden daarom op deze locatie niet verwacht. Wel wordt in het kader van het SMP geadviseerd in de nieuwbouw voorzieningen voor vleermuizen te maken (Van Diedenhoven 2021). 4.2.5.2

Boombewonende vleermuissoorten Boombewonende soorten worden gevonden in holten en spleten in bomen en achter loshangend schors. Bomen dienen hiervoor een zekere diameter en leeftijd te hebben. Zo hebben vleermuizen genoeg ruimte in de boom. Grofweg zijn hardhout bomen als eik en beuk jonger dan 60 jaar en zachthout bomen jonger dan ongeveer 30 jaar voor een spechtenhol nog niet geschikt (Zoogdiervereniging & Probos 2012). Hoogstraat en Langbroekseweg In de plangebieden de Hoogstraat en de Langbroekseweg zijn alleen jonge bomen of geen bomen aanwezig. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn daarom niet in deze plangebieden te verwachten. Het voorkomen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in deze plangebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. De Heul Bij het plangebied de Heul zijn oude bomen aanwezig. Deze hebben mogelijk holtes geschikt voor vleermuizen. Deze bomen konden niet goed gecontroleerd worden omdat het blad nog aan de bomen aanwezig is. Het voorkomen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kan daarom niet op voorhand worden uitgesloten. Onderstaande tabel vat samen voor welke soorten deze verblijffunctie niet is uit te sluiten. Deze beoordeling is gebaseerd op de bekende verspreiding, de ecologie van de soort en de aangetroffen situatie.

22

Vleermuissoorten en functies die wel of niet zijn uit te sluiten in het plangebied. “x”= functie is niet uit te sluiten, “-“ = functie is uit te sluiten. Vleermuissoort

4.2.5.3

Kraamverblijf

Zomerverblijf

Paarverblijf

Winterverblijf

Gewone dwergvleermuis

-

-

x

-

Ruige dwergvleermuis

-

x

x

x

Gewone grootoorvleermuis

x

x

x

-

Watervleermuis

x

x

-

-

Rosse vleermuis

x

x

x

x

Essentieel foerageergebied Alle in Nederland voorkomende vleermuizen leven van insecten. Zij foerageren daarom op plaatsen waar veel insecten aanwezig zijn. Voorbeelden van veel voorkomende foerageergebieden zijn openingen op kruinhoogte tussen bomen, boven water en in de luwte van dijken. Als een dergelijk foerageergebied van zeer groot belang is voor vleermuizen van een bepaalde verblijfplaats, kan gesproken worden van een essentieel foerageergebied. Als een dergelijk foerageergebied verloren zou gaan, zou de voedselvoorziening van deze vleermuizen verdwijnen, waardoor ze de verblijfplaats moeten verlaten. Het verdwijnen van het foerageergebied leidt zo tot het niet meer functioneren van de verblijfplaats. Dergelijk essentieel foerageergebied is beschermd. Bij de plangebieden Hoogstraat en Langbroekseweg is nauwelijks groen aanwezig. Het voorkomen van essentieel foerageergebied bij deze locaties kan dan ook worden uitgesloten. Bij de Heul zijn wel oude en jonge bomen aanwezig en ook is een beschut gelegen grasveldje aanwezig. Rondom bomen en bij het grasveld kan gefoerageerd worden door vleermuizen. Het gaat echter maar om een beperkt oppervlakte en in de directe omgeving van het plangebied is vergelijkbaar alternatief foerageergebied aanwezig waar vleermuizen voedsel kunnen vinden. Dit betreft onder andere de Dorestad Plantsoen ten westen van het plangebied.

Daarnaast blijkt uit het soortmanagementplan van de gemeente ook dat er geen foerageergebied aanwezig is bij het plangebied de Heul, of de andere twee plangebieden (Van Diedenhoven en Kolvoort 2020). Het voorkomen van essentieel foerageergebied kan dan ook uitgesloten worden.

4.2.5.4

Essentiële vliegroutes Om zich van hun verblijfplaatsen naar hun foerageergebied te verplaatsen worden door een aantal soorten steeds dezelfde lijnvormige elementen gebruikt. Bijvoorbeeld de gewone dwergvleermuis gebruikt vaak bomenrijen waaraan het zich kan oriënteren. Als een dergelijke route verdwijnt of onderbroken wordt, vervalt deze mogelijkheid om van verblijfplaats naar foerageergebied te komen. Vleermuizen moeten dan een alternatieve route zoeken. Als dit niet mogelijk is en als de vliegroute door veel vleermuizen wordt gebruikt, kan dit een groot negatief effect op de vleermuizenpopulatie in het gebied hebben (Limpens et al. 2004). Daarom zijn dergelijke vliegroutes beschermd. In geen van de plangebieden is sprake van een doorlopende groenstructuur tot buiten het plangebied. Het voorkomen van een essentiële vliegroute voor vleermuizen kan dan ook worden uitgesloten. Daarnaast blijkt uit het soortmanagementplan van de gemeente ook dat er geen vliegroute aanwezig is in de plangebieden (Regelink 2020).

23

4.2.6

Reptielen Reptielen komen in ons land voornamelijk voor op de hogere zandgronden, in duin-, bos- of heidegebieden. De ringslang komt daarnaast ook voor in veengebieden en laat zich ook in meer stedelijk gebied zien. Deze soort komt vooral voor ten noorden van de grote rivieren. De muurhagedis is gebonden aan warme, stenige plekken en leeft in Nederland vooral in Maastricht en is daarnaast op verschillende plaatsen uitgezet. (Creemers en van Delft 2009). Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en verspreidingsatlas.nl komen de hazelworm en ringslang in de buurt van het plangebied voor. Alleen de ringslang kan soms in stedelijk gebied voorkomen. Het voorkomen van de hazelworm in één van de plangebieden kan dan ook worden uitgesloten. Ringslang De ringslang is sterk gebonden aan waterrijke habitats. De soort komt voor ten noorden van de grote rivieren en wordt vooral aangetroffen in laagveengebieden, natte heideterreinen en waterrijke zandgronden. Maar de soort komt ook voor op verhoogde terreinen zoals dijken, spoorbanen of struwelen. Belangrijk hierbij is de aanwezigheid van natuurlijke oevers met open plekken en ruigte zodat deze zowel zongelegenheid als schuilplaatsen bieden. Veel meer dan andere in Nederland levende reptielen wordt de soort ook in bebouwde omgeving en in agrarisch gebied aangetroffen.

Leefgebieden van de ringslang hebben meestal veel ruimtelijke variatie en kleinschaligheid. Voor de voortplanting is de ringslang afhankelijk van warme, vochtige plekken zoals composterende bladhopen of andere rottende boomresten. In cultuurlandschap wordt intensief gebruik gemaakt van door de mens aangelegde mest-, zaagsel- en composthopen of speciaal voor de ringslang aangelegde broeihopen. Ringslangen overwinteren op vorstvrije plaatsen onder takkenbossen, struiken, in oude konijnenholen of in kelders (Creemers & van Delft 2009). Leefgebied van de ringslang, zoals hierboven beschreven, komt niet voor in één van de plangebieden. De plangebieden bij de Hoogstraat en Langebroekweg zijn volledig versteend. Het plangebied bij de Heul is gedeeltelijk versteend en het andere gedeelte bestaat uit grasland, bomen en struweel. Open water ontbreekt en het plangebied is omgeven door wegen en bebouwing. Dit biedt geen geschikt leefgebied voor deze soort. Het voorkomen van de ringslang in één van de plangebieden kan dan ook op voorhand worden uitgesloten.

4.2.7 4.2.7.1

Amfibieën Aanwezigheid soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Zoals beschreven in paragraaf 2.2, geldt voor een aantal meer algemeen voorkomende beschermde soorten amfibieën een provinciale vrijstelling van de verboden in de wet. Het is goed mogelijk dat in of nabij het plangebied deze soorten voorkomen, zoals de bruine kikker of gewone pad. Deze soorten komen wijdverspreid voor en stellen geen hoge eisen aan hun omgeving.

24

4.2.7.2

Aanwezigheid soorten waarvoor geen vrijstelling geldt Beschermde amfibieën waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, komen voornamelijk voor in en nabij vennen, poelen en slootjes, met helder en schoon water, in heide-, veen- en bosgebied en in de uiterwaarden. De rugstreeppad is ook in de duinen aanwezig. De geelbuikvuurpad, vuursalamander en vroedmeesterpad worden bijna uitsluitend in Zuid-Limburg aangetroffen (Creemers en van Delft 2009, verspreidingsatlas.nl). Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en verspreidingsatlas.nl komen de alpenwatersalamander, heikikker en poelkikker in de buurt van het plangebied voor. In of in de directe omgeving van de drie plangebieden zijn geen wateren aanwezig welke als voortplantingsbiotoop gebruikt kan worden door beschermde amfibieën. Omdat voortplantingswater afwezig is, kan gesteld worden dat er geen overwinteringshabitat in één van de plangebieden aanwezig is. Het voorkomen van beschermde amfibieën in de plangebieden kan dan ook op voorhand worden uitgesloten.

4.2.8

Vissen De beschermde vissoorten zijn veelal zeldzaam voorkomende soorten gebonden aan helder, stromend water van beekjes of rivieren. Een uitzondering hierop is de grote modderkruiper die vooral leeft in langzaam stromend water van sloten, vennen of plassen. De soort komt daar voor op plekken met veel onderwatervegetatie en een goed ontwikkelde waterbodem (Janssen en Schamineé 2004, verspreidingatlas.nl). Bij de verschillende locaties zijn geen permanent watervoerende elementen aanwezig. De aanwezigheid van beschermde vissen in het plangebied is daarmee uitgesloten.

4.2.9

Insecten en andere ongewervelden Beschermde insectensoorten en andere beschermde ongewervelden zijn veelal zeldzaam en eisen een specifiek habitat. Beschermde vlindersoorten komen vooral voor in kruidenrijke en soortenrijke graslanden, heiden, venen en (vochtig) bos (Bos et al. 2006, vlinderstichting.nl). Beschermde libellensoorten leven met name in veengebieden, nabij beekjes of rivieren en bij vennen op de hogere zandgronden (Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie 2002). Beschermde keversoorten zijn gebonden aan oude, rottende bomen in bosgebieden of komen zeldzaam voor in (groter) permanent, helder open water van goede kwaliteit op veengrond (eis-nederland.nl, Janssen en Schamineé, 2004). De Europese rivierkreeft is in ons land nog maar van één plek bekend, op landgoed Warnsborn bij Arnhem. De Bataafse stroommossel is uit ons land verdwenen en de platte schijfhoren komt lokaal voor in laagveengebieden en het rivierengebied, in helder, stilstaand of zeer zwak stromend water met rijke plantengroei, in zowel meren, sloten als plassen (anemoon.org, verspreidingsatlas.nl). Bij de verschillende locaties is geen sprake van open water, bos, soortenrijk grasland, heide of veen. Leefgebied voor deze soorten is hierdoor niet aanwezig. Beschermde insecten en andere ongewervelden zijn daarom niet te verwachten in het plangebied.

25

4.3

Aanwezigheid houtopstanden Plangebied Langbroekseweg en plangebied Hoogstraat Binnen deze twee plangebieden is geen houtopstand aanwezig. In het plangebied bij de Hoogstraat zijn namelijk geen bomen of struiken aanwezig. In het plangebied bij de Langbroekseweg zijn wel bomen en struiken aanwezig. Maar deze bomen en struiken zijn geen onderdeel van een eenheid bomen en struiken waarvan de oppervlakte groter is dan duizend vierkante meter en zijn ook geen onderdeel van een rijbeplanting die groter is dan 20 bomen. Plangebied de Heul In het plangebied de Heul is een houtopstand aanwezig. De bomen en struiken die aanwezig zijn, zijn onderdeel van een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat.

26

5

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

5.1

Mogelijke effecten op beschermde gebieden

5.1.1

Natura 2000 Uit voorliggend onderzoek blijkt dat Natura 2000-gebieden “Rijntakken” en “Kolland & Overlangbroek” in de buurt van de plangebieden liggen. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is een toename in stikstofuitstoot in het plangebied te verwachten (Rijksoverheid 2020). Om te onderzoeken of deze stikstofuitstoot stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden kan verstoren is een stikstofberekening uitgevoerd. De resultaten hiervan worden in een aparte rapportage besproken. Andere verstoringen als gevolg van de ontwikkeling zijn op voorhand uit te sluiten, zoals verstoring van instandhoudingsdoelstellingen door geluid of licht. De plangebieden liggen namelijk op aanzienlijke afstand tot Natura 2000-gebied. Daarbij worden de plangebieden afgeschermd van Natura 2000-gebied door omliggende bebouwing.

5.1.2

Provinciale bescherming Het dichtstbijzijnde gedeelte van het natuurnetwerk bevindt zich op minimaal 150 meter ten oosten van het plangebied. De bescherming van het NNN kent in de provincie Utrecht niet het begrip externe werking. Aangezien het plangebied niet in de NNN of Groene Contour ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland hebben. De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

5.2

Mogelijke effecten op beschermde soorten

5.2.1

Zorgplicht, voor alle in het wild levende dieren en planten In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren voorkomen. Bij de ruimtelijke ontwikkeling zouden deze planten en dieren kunnen worden gedood. Voor al de in het wild levende soorten geldt de zorgplicht van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in elk geval in dat iedereen die weet dat hij schade aan natuur gaat veroorzaken door een bepaalde handeling, hij deze handeling daarom niet uitvoert, of maatregelen neemt om schade aan de natuur door de handeling zoveel mogelijk te voorkomen. Probeer bijvoorbeeld bij de ruimtelijke ingreep zoveel mogelijk bomen, struiken en overig groen te behouden. Werken buiten de winterperiode voorkomt dat dieren die in winterrust zijn verstoord of gedood worden. Wanneer verlichting wordt geplaatst, probeer uitstraling van licht naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken, om verstoring van diersoorten te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door verlichting te beperken tot die plekken waar licht noodzakelijk is, lage en gericht armaturen te gebruiken in plaats van rondstralende armaturen en lampen goed te richten.

27

Om verstoring van dieren door straatverlichting en andere vormen van verlichting tot een minimum te beperken, dienen lichtbundels zo veel mogelijk naar beneden te worden gericht.

5.2.2

Vogels Uit voorliggend onderzoek blijkt verder dat in en direct rondom de plangebieden vogels aanwezig zijn en ook kunnen broeden. Voor deze vogels geldt artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, die het onder meer verbiedt vogels te doden, te vangen of in gebruik zijnde nesten van vogels te beschadigen of te vernielen.

5.2.2.1

Vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten Bij de geplande ontwikkeling zouden nesten van broedende vogels kunnen worden beschadigd, wat verboden is onder de Wet natuurbescherming. De periode waarin de meeste vogelsoorten broeden, loopt globaal van half maart tot half augustus, maar ook broedgevallen buiten deze periode zijn gewoon beschermd. Om overtreding van de wet te voorkomen adviseren wij u om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Ook zullen vogels in en direct rond het plangebied geen nest bouwen, omdat te veel verstoring aanwezig is. Indien de werkzaamheden echt in de broedperiode gestart moeten worden, is nader onderzoek naar broedende vogels noodzakelijk. Kort voor de start van de werkzaamheden dient dan door een ecoloog met kennis van vogels door middel van één veldbezoek onderzocht te worden of broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn. Als deze niet aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden starten. Als wel een broedende vogel aanwezig is, mogen de werkzaamheden niet starten. Er dient dan met een ecoloog met kennis van vogels naar een oplossing gezocht te worden.

5.2.2.2

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Hoogstraat en Langbroekseweg Van verschillende vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd. Met het uitgevoerde onderzoek is duidelijk geworden dat essentieel leefgebied voor deze soorten niet in of bij de plangebieden Hoogstraat en Langbroekseweg aanwezig is. Negatieve effecten op deze soorten zijn van de ontwikkeling dan ook niet te verwachten. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg.

28

De Heul Naast soorten waarvan het nest alleen in de broedtijd beschermd is, zijn in de bomen in het plangebied de Heul mogelijk ook soorten aanwezig waarvan het nest jaarrond is beschermd. Dit betreft de soorten sperwer, boomvalk, ransuil en roek. Met de geplande werkzaamheden gaan eventueel aanwezige nesten mogelijk verloren. Ook is kans aanwezig op het verwonden of doden van vogels. In beide gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien een nestplaats aanwezig blijkt, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Overige vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd zijn niet in het plangebied of de omgeving aanwezig. 5.2.3

Overige beschermde soorten

5.2.3.1

Soorten waarvoor provinciale vrijstelling geldt In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Dit betreft bijvoorbeeld de soorten bruine kikker en gewone pad. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Wel geldt ook voor deze soorten altijd de eerder beschreven zorgplicht.

5.2.3.2

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Langbroekseweg en Hoogstraat Door het uitgevoerde onderzoek is duidelijk geworden dat essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, niet aanwezig zijn in de plangebieden Langbroekseweg en Hoogstraat. Doordat deze elementen niet aanwezig zijn, zijn negatieve effecten op deze categorie beschermde soorten niet te verwachten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. De Heul Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de het nog onduidelijk is of essentiële elementen van boombewonende vleermuizen (rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en watervleermuis) en de eekhoorn aanwezig zijn in het plangebied. Deze soorten hebben mogelijk een verblijfplaats in de bomen in het plangebied. De bomen konden niet goed gecontroleerd worden vanwege de aanwezigheid van bladeren. In de winter dient er dan ook wintercheck uitgevoerd te worden om hier meer duidelijkheid over te krijgen. Vleermuizen zijn habitatrichtlijnsoorten, waarvoor de verboden van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming gelden. Daarmee is het onder meer verboden deze soorten te doden of rust- of verblijfplaatsen te beschadigen.

Voor de eekhoorn geldt het beschermingsregime van andere soorten van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het is daarmee onder meer verboden dieren te doden of verblijfplaatsen te beschadigen. Met de geplande werkzaamheden gaan

29

eventueel aanwezige verblijfplaatsen waarschijnlijk verloren. Ook is kans aanwezig op het verwonden of doden van deze dieren. In beide gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen of essentieel leefgebied aanwezig blijkt, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Andere soorten waarvoor de provinciale vrijstelling niet geldt, zijn niet in of nabij het plangebied aanwezig. Negatieve effecten op die soorten zijn dan ook niet te verwachten en nader onderzoek naar die soorten is dan ook niet nodig. 5.2.4

Aanvullend onderzoek naar beschermde soorten: onderzoekseisen en -periodes Voor veel beschermde plant- en diersoorten zijn protocollen opgesteld waarin beschreven staat waar het nader soortgericht onderzoek aan moet voldoen om aan- of afwezigheid van de betreffende soort aan te kunnen tonen. De aanvullende onderzoeken dienen alleen in het plangebied De Heul te worden uitgevoerd.

5.2.4.1

Wintercheck voor vogels met jaarrond beschermde nestplaats (Dit betreft de soorten roek, sperwer, ransuil en boomvalk) In de winter, wanneer geen blad aanwezig is, dient eenmalig gecontroleerd te worden of nabij (75 meter) of in het plangebied nesten aanwezig zijn, die vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats zouden kunnen gebruiken. Wanneer een dergelijke nestplaats aanwezig is, dient aanvullend gecontroleerd te worden of de nestplaats gebruikt wordt door één van deze soorten.

5.2.4.2

Wintercheck vleermuizen Mogelijk zijn in bomen holten aanwezig die geschikt zijn voor boombewonende vleermuizen. Geadviseerd wordt in de winter, wanneer geen blad aanwezig is, te kappen bomen te controleren op geschikte holtes. Mochten dergelijke holten aanwezig zijn, dan is aanvullend vleermuisonderzoek nodig.

5.2.4.3

Wintercheck eekhoorn Onderzoek naar boomnesten of holtes van de eekhoorn kan het makkelijkst worden uitgevoerd wanneer er geen bladeren aan de bomen zitten. Mochten geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn, dan dient het gebruik nader te worden onderzocht (zie paragraaf 5.3.2) Navolgend overzicht geeft de onderzoeksperiodes van alle te onderzoeken soorten weer. Soortgroep

Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Wintercheck

30

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Dec

5.2.5

Aanbrengen voorzieningen voor beschermde soorten in nieuwbouw Voor de omgang met beschermde soorten binnen de kernen van de gemeente Wijk bij Duurstede is recent een Soortenmanagementplan opgesteld (Van Diedenhoven en Kolvoort 2020). Onderdeel van de omgang met de beschermde soorten, is dat er in nieuwbouw altijd voorzieningen voor beschermde soorten worden aangebracht, ook wanneer deze soorten niet aanwezig zijn in de gebouwen die gesloopt worden. Voor deze ontwikkeling worden daarbij verschillende voorzieningen geadviseerd (Van Diedenhoven 2021). Vanwege de aanwezigheid van huismussen in de omgeving van de plangebieden De Heul en Hoogstraat, wordt geadviseerd in nieuwbouw binnen deze plangebieden nieuw leefgebied te creëren, door nestkasten, groen en zandige plekjes aan te brengen. Ook wordt geadviseerd in nieuwbouw bij De Heul en de Hoogstraat voorzieningen voor gierzwaluwen aan te brengen, wanneer hier bebouwing wordt gerealiseerd die meer dan drie verdiepingen hoog is. Deze voorzieningen dienen aan de beschaduwde noordzijde van de bebouwing te komen. Tot slot wordt geadviseerd bij al de drie de plangebieden voorzieningen voor vleermuizen te creëren. Bij plangebied Langbroekseweg zouden daarbij kraamverblijfplaatsen kunnen worden gerealiseerd, vanwege de ligging van dit gebied aan de buitenzijde van de bebouwde kom (Van Diedenhoven 2021).

5.3

Mogelijke effecten op beschermde houtopstanden Plangebied Langbroekseweg en plangebied Hoogstraat In de plangebieden Langbroekseweg en de Hoogstraat is geen houtopstand aanwezig. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Plangebied de Heul In het plangebied is een houtopstand aanwezig en als onderdeel van het plan worden bomen of struiken van deze houtopstand geveld. Op deze velling is het beschermingsregime voor houtopstanden van de Wet natuurbescherming echter niet van toepassing, want de houtopstand die wordt geveld ligt binnen de grenzen van de bebouwde kom met betrekking tot de bescherming van houtopstanden van de gemeente.

31

6

Conclusie In Wijk bij Duurstede bestaat het voornemen drie locaties te gaan (her)ontwikkelen. Het betreft het terrein aan de Hoogstraat 14 met de huidige vestiging van de Lidlsupermarkt, het Winkelcentrum De Heul met detailhandel en supermarkt en het terrein Langbroekseweg met de vestiging van een Jumbo-supermarkt. Voor de drie locaties dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan is het noodzakelijk dat de haalbaarheid ervan wordt aangetoond. Er dient daarom vanuit de ecologie onderzocht te worden of met de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan toestaat sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. In deze quick scan is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied.

6.1

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden “Rijntakken” en “Kolland & Overlangboek” liggen in de buurt van de plangebieden. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in de plangebieden niet uit te sluiten. Daarom wordt er een stikstofberekening uitgevoerd. De resultaten hiervan worden in een aparte rapportage besproken. Verder blijkt uit de quick scan dat in de omgeving van de plangebieden geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11267240/1