CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Atrivé - Wonen en Zorg Wijk bij Duurstede

Themabijeenkomst 1 februari 2022, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Onderzoeken van Atrivé en Companen9.907 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WONEN EN ZORG IN WIJK BIJ DUURSTEDE Inzicht in vraag van zorgdoelgroepen en mensen met een mobiliteitsbeperking

Gemeente Wijk bij Duurstede

18 januari 2021 drs. Joost Wegstapel

Australiëlaan 5, 3526 AB Utrecht 030 693 60 00 info@atrive.nl www.atrive.nl KvK: 17106411

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

3 3 3 4

Inleiding Vraagstelling Aanpak onderzoek Opzet rapportage

Hoofdstuk 2

5

Vraag zorgdoelgroepen

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

5 6 7 9 13 15 17 18

Inleiding Bevolkingsprognose Ontwikkeling van Wlz-indicaties Toekomstige vraag naar Wlz-zorg in de Ouderensector Toekomstige vraag van ouderen naar woonvormen Toekomstige vraag naar Wlz-zorg in de Gehandicaptensector Toekomstige vraag van mensen met een psychische aandoening Conclusie

Hoofdstuk 3 Aanbod en match met vraag

19

3.1 3.2 3.3

19 20 21

Aanbod in Wijk bij Duurstede Confrontatie vraag en aanbod Conclusie

Hoofdstuk 4 Vraag toegankelijke woningen

23

4.1 4.2 4.3

Inleiding Raming mobiliteitsbeperkingen Conclusie

23 23 24

Bijlage 1 Toelichting methodiek

26

Bijlage 2 Zorgprofielen

29

Bijlage 3 Begrippen en afkortingen

31

Bijlage 4 Aanbod woonzorgvormen Wijk bij Duurstede

33

2

Hoofdstuk 1

INLEIDING 1.1 Inleiding In 2017 heeft Atrivé een analyse uitgevoerd naar de vraag van zorgdoelgroepen en mensen met mobiliteitsbeperkingen in de gemeente Wijk bij Duurstede. Inmiddels heeft de vergrijzing zich echt ingezet in Wijk bij Duurstede: zo leidt het rijksbeleid tot langer thuis wonen van (zeer) kwetsbare inwoners, is er bovendien sprake van lange wachtlijsten voor verpleeghuiszorg en neemt het aantal inwoners met dementie fors toe. Er komen veelvuldig aanvragen binnen van particuliere ondernemers en van zorginstellingen om in de stad een woonzorgvoorziening op te starten. Het aantal geschikte bouw- of herontwikkellocaties is vooralsnog zeer beperkt. Om de vraag van zorgdoelgroepen weer scherp in beeld te krijgen heeft de gemeente behoefte aan een actualisatie van het eerder uitgevoerd onderzoek. Daarnaast dient het onderzoek input te leveren voor de nieuwe gemeentelijke Woonvisie.

1.2 Vraagstelling De gemeente Wijk bij Duurstede heeft Atrivé gevraagd voor deze actualisatie. Hierin staan de volgende zaken centraal: • Een update van de nu beschikbare woningen voor diverse categorieën kwetsbare inwoners in de hele gemeente Wijk bij Duurstede, zowel voor wat betreft zelfstandige woningen als cluster/zorgwoningen en intramurale instellingen. • Een prognose van de benodigde woningen voor 2025, 2030 en 2035 van diverse categorieën woningen of woonzorgconcepten voor kwetsbare inwoners. • Een analyse van de (dreigende) tekorten en overschotten voor de verschillende jaren. Het onderzoek focust zich dus op de vraag naar huisvesting. De vraag van zorgdoelgroepen naar groepsbegeleiding, huishoudelijke hulp of andere vormen van zorg zijn niet meegenomen in het onderzoek.

1.3 Aanpak onderzoek De methodiek zoals in 2017 gehanteerd voor de vraagraming is niet meer bruikbaar, omdat de benodigde bronnen (Basisrapportage AWBZ van het CIZ) niet meer beschikbaar zijn. Atrivé heeft daarom op basis van nieuwe bronnen een ander model ontwikkeld: Het Woonzorgkompas. Hierdoor zijn de resultaten niet vergelijkbaar met het eerdere onderzoek. Het Woonzorgkompas maakt gebruik van de volgende gegevens:

3

• Actuele indicaties van het CIZ in het kader van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) voor de gemeente

Wijk bij Duurstede. • Actuele CBS-data over indicaties in het kader van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) naar leeftijd in zorgkantoorregio Utrecht. • Actuele Primos-bevolkings- en huishoudensprognoses 2020.

1.4 Opzet rapportage In 0 wordt voor de diverse zorgdoelgroepen de vraag naar intramurale en extramurale woonvormen aangegeven. In Hoofdstuk 3 wordt het aanbod voor zorgdoelgroepen in gemeente Wijk bij Duurstede en de regiogemeenten aangegeven. Het aanbod in gemeente Wijk bij Duurstede wordt vergeleken met de (ontwikkeling in de) vraag. Hoofdstuk 4 geeft de vraag naar toegankelijke woningen van mensen met een mobiliteitsbeperking aan. De rapportage bevat de volgende bijlagen: 1. Toelichting methodiek 2. Zorgprofielen 3. Begrippen en afkortingen 4. Aanbod woonzorgvormen gemeente Wijk bij Duurstede

Hoofdstuk 2

VRAAG ZORGDOELGROEPEN 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de demografische ontwikkelingen en wordt de vraag van zorgdoelgroepen naar intramurale en extramurale woonvormen geschetst. Daarbij maken wij onderscheid in de volgende groepen: • Mensen met een somatische aandoening (SOM, sector Verpleging en Verzorging; V&V) • Mensen met een psychogeriatrische aandoening (PG, mensen met dementie) (sector V&V) • Mensen met een verstandelijke beperking (VG, Gehandicaptensector) • Mensen met een lichamelijke beperking (LG, Gehandicaptensector) • Mensen met een zintuiglijke beperking (ZG, Gehandicaptensector) • Mensen met een psychische aandoening (GGZ, Geestelijke Gezondheidszorg) Uitgangspunt voor de vraagprognose zijn de zorgindicaties voor Wlz-zorg volgens de CIZ per gemeente en volgens het CBS per zorgkantoorregio. Op basis van de Wlz-indicaties in 2019 in de zorgkantoorregio waar de gemeente in valt, is bepaald welk aandeel van de zorgbehoevenden in verschillende leeftijdscategorieën een indicatie heeft met een bepaald zorgprofiel. In combinatie met de bevolkingsprognose voor de gemeente leidt dit tot een inschatting van het aantal Wlz-indicaties voor de periode tot 2040.

Op basis van de verhouding per zorgprofiel tussen feitelijk gebruik van Wlzzorg en indicaties in het Zorgkantoor Utrecht is een inschatting gemaakt van het feitelijk gebruik per zorgprofiel in de gemeente Wijk bij Duurstede. Figuur 1 Zorgtredenmodel Nza in Nederland

zorgtrede

omschrijving zorgtrede

1

Gebruik van eerstelijnszorg

2

Bezoek aan een medisch specialist en/of ziekenhuisopname

3

Wmo-ondersteuning (vooral huishoudelijke hulp)

4

Persoonlijke verzorging of verpleging thuis (tijdelijk) en/of korte opvang in tehuis

5

Persoonlijke verzorging of verpleging thuis (structureel) en/of korte opvang in tehuis

6

Residentiële opname in verzorgings- of verpleeghuis of VPT

Bron: Monitor Zorg voor ouderen, Nza (2018)

Tussen traditioneel intramuraal verblijf en regulier wonen in een huur- of koopwoning is er een steeds grotere variatie aan woonvormen op de woningmarkt voor mensen met een ondersteunings- of

5

zorgvraag. Deze ‘tussenvormen’ onderscheiden zich van een reguliere woning door hun geclusterde vorm en het aanbod aan diensten, ondersteuning en zorg. De termen die voor deze woonvormen gehanteerd worden verschillen lokaal. Wij onderscheiden twee vormen: verzorgd wonen (ouderensector) en wonen met begeleiding (gehandicaptensector en GGZ-sector). Aangezien ook een deel van de ouderen zonder indicatie een behoefte heeft aan deze vormen van geclusterd wonen, is in paragraaf 2.5 de prognose van indicaties aangevuld met de zorgvraag van ouderen zonder indicatie. Hiervoor is gebruik gemaakt van het zorgtredenmodel van de Nza. Hierbij worden ouderen aan de hand van hun zorggebruik ingedeeld in 6 treden. Elke trede is verdeeld in een deel met behoefte aan geclusterde woonvorm en een deel met een behoefte aan een reguliere woning. Hoe hoger de trede in het model, hoe groter de behoefte aan een geclusterde woonvorm.

2.2 Bevolkingsprognose Op gemeenteniveau wordt centraal via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) bijgehouden hoeveel mensen een indicatie krijgen die past bij hun zorgbehoefte op grond van de Wet langdurige zorg. Deze informatie is een belangrijke pijler voor de prognose voor het aantal zorgbehoevenden in de toekomst. Een andere belangrijke pijler vormt de algemene ontwikkeling van de bevolking. Hiervoor is de bevolkingsprognose van Primos2020 gebruikt. Figuur 2 Bevolkingsprognose 2020-2040

6.293

6.325

2038

2039

2040

3.548 4.509

6.232

2037

3.618 4.395

6.178

2036

3.696

3.728 12.631

12.678

12.681

6.115

2035

12.709

12.722

12.734

12.635

6.076

2034

4.160

3.661 4.294 12.619

6.046

2033

4.048

3.726 12.611

5.975

2032

3.807

5.863

2031

12.768

3.682 3.950

5.800

2030

65 tot 75 jaar

3.688 3.667

3.386 3.688

5.689

2029

12.826

3.684 3.534

3.193 3.736

12.756

5.625

2028

12.934

12.982

20 tot 65 jaar

3.684 3.050

12.749

5.530

2027

3.594 2.754 5.461

2026

13.194

13.086

3.656 2.906

5.394

2025

3.534 2.608

5.332

2024

3.447 2.312 5.309

2023

tot 20 jaar

3.488 2.472

3.348 1.972

3.385 2.142

13.441

13.322

5.341

3.130 1.679 13.669

13.578

5.332

0

2022

5.000

5.438

10.000

5.385

15.000

2021

20.000

2020

25.000

3.308 1.786

30.000

75 jaar en ouder

Bron: Primos 2020

In figuur 2 is zichtbaar dat het aantal inwoners in de gemeente Wijk bij Duurstede toe zal nemen. Deze groei vindt met name plaats door een toename van het aantal 75-plussers. Het is de verwachting dat dit aantal tot 2040 bijna drie keer zo groot zal zijn. Dat is het demografische effect van de babyboomgeneratie die oud wordt. De leeftijdsgroep van 65 tot 75 jaar neemt met 13% slechts beperkt toe tot 2040. Ook het aantal inwoners tot 20 jaar zal naar verloop van tijd weer toenemen, maar veel minder hard dan de groep 75-plussers. Het aantal inwoners van 20 tot 65 jaar neemt de komende jaren naar verwachting alleen maar af.

Hoewel lang niet alle ouderen een zorgvraag hebben, is het toenemende aantal ouderen wel een belangrijke verklaring van de ontwikkelingen bij de diverse zorgdoelgroepen (zie hierna). De mate van beperkingen en zorggebruik nemen namelijk vanaf het 75ste levensjaar exponentieel toe.

2.3 Ontwikkeling van Wlz-indicaties Senioren maken een groot deel uit van de zorgbehoevenden. 61% van de indicaties in gemeente Wijk bij Duurstede is afgegeven aan mensen in de ouderensector (Verzorging en verpleging). Dit wordt weergegeven in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 3. De overige 39% betreft indicaties in de gehandicaptensector, met name verstandelijk gehandicapten. Figuur 3 Wlz-indicaties in Wijk bij Duurstede naar sector, 2015-2019 300

250 200

95

105

110

105

80

85

135

135

150

155

155

165

2015

2016

2017

2018

2019

2020

150 100 50 0 Ouderen

Gehandicapten

Bron: CIZ

Uit cijfers van Vektis blijkt dat in 2019 Wijk bij Duurstede per 10.000 verzekerden 113 Wlzgeïndiceerden kende. In vergelijking met de provincie Utrecht en landelijk is dit een klein aandeel. Met name het aandeel Wlz-zorggebruikers met zorg in een instelling ligt in Wijk bij Duurstede met 72 op 10.000 verzekerden relatief gezien laag.

Bron: Vektis (Waarstaatjegemeente.nl)

Provincie Utrecht

Nederland

Wlz-zorggebruikers met zorg thuis per 10.000 verzekerden Wlz-zorggebruikers met zorg in instelling per 10.000 verzekerden Wlz-zorggebruikers met zorg onbekend per 10.000 verzekerden Wlz-zorggebruikers totaal per 10.000 verzekerden

Wijk bij Duurstede

Figuur 4 Wlz-indicaties 2019 per 10.000 verzekerden

29 72 12 113

36 116 14 165

37 133 15 184

Dit kan deels worden verklaard door de bevolkingsopbouw. De behoefte aan zorg neemt exponentieel toe vanaf het 75ste levensjaar. Wijk bij Duurstede kent momenteel met 7,0% relatief weinig 75-plussers in vergelijking tot de provincie (7,3%) en landelijk (8,4%). Maar ook binnen de groep 75-plussers blijkt, volgens de monitor Sociaal Domein van het CBS, dat in Wijk bij Duurstede de 75-plussers vaker zelfstandig wonen (94,3% om 92,2% in de provincie Utrecht en 92,4% in Nederland). Figuur 5 Wlz-indicaties in zorgkantoor Utrecht naar leeftijd, 2019 2% 5%

2%

Ouderen tot 65 jaar 11%

Ouderen 65 tot 80 jaar Ouderen 80 jaar of ouder

34%

Gehandicapten tot 65 jaar

Gehandicapten 65 jaar of ouder

41%

GGZ Totaal

Bron: CBS

Het is niet duidelijk wat in Wijk bij Duurstede de leeftijdsverdeling is binnen de sectoren, maar op basis van cijfers over het zorgkantoor Utrecht blijkt dat binnen de Ouderensector de 80-plussers sterk oververtegenwoordigd zijn. In de gehandicaptensector is slechts een beperkt deel 65 jaar of ouder. Figuur 6 Wlz-indicaties Ouderensector in Wijk bij Duurstede naar zorgprofiel1

10

35

20

VV04 VV05 20

VV06 VV07 VV08 80

Bron: CIZ 1

De omschrijving van de zorgprofielen is terug te vinden in bijlage 2

Wanneer we inzoomen op de ouderensector (verzorging en verpleging) in Wijk bij Duurstede dan valt op dat het met name ouderen betreft met een psychogeriatrische aandoening (zorgprofielen VV05, VV07 en deels VV04). Een psychogeriatrische aandoening is een ziekte, aandoening of stoornis in of van de hersenen (mede) als gevolg van ouderdom. Deze aandoening gaat vaak gepaard met aantasting van het denkvermogen, gevoelsleven, intellect en het geheugen. Soms is er ook sprake van een afname van motorische functies en een vermindering van de sociale redzaamheid. Denk hierbij aan dementie en de ziekte van Alzheimer. Een beperkt deel van de ouderen met een Wlzindicatie heeft te maken met somatische aandoeningen (zorgprofielen VV06, VV08 en deels VV04). Dat is een actuele lichamelijke ziekte of aandoening die wordt gekenmerkt door stabiele fases en die bij verergering door behandeling kan verbeteren.

2.4 Toekomstige vraag naar Wlz-zorg in de Ouderensector De vergrijzing van de bevolking in Wijk bij Duurstede heeft grote invloed op de huidige en toekomstige vraag naar Wlz-zorg. Eerst schetsen we de landelijke ontwikkelingen. Daarna gaan we in op de situatie in de gemeente Wijk bij Duurstede.

2.4.1 Landelijke ontwikkelingen De kamerbrief ‘Capaciteitsontwikkeling verpleeghuiszorg’ uit september 2019 geeft een actueel beeld van de ontwikkelingen in de verpleeghuiszorg. In de periode 2015 t/m 2018 was de groei van het aantal cliënten met een Wlz-indicatie ongeveer 4% per jaar. De landelijke capaciteit verpleeghuiszorg inclusief PGB en VPT2 groeide in deze periode met circa 2,5% per jaar. De groei van de capaciteit werd voor 1% per jaar gerealiseerd in het traditionele verpleeghuis. De groei van het aantal cliënten met een Wlz-indicatie is dus vooral buiten de traditionele intramurale instellingen opgevangen via het PGB en VPT. Dit hangt ook samen met veranderende voorkeuren van cliënten. In de periode 2017 t/m 2019 is het aantal cliënten met MPT met 24% gestegen. Een VPT en MPT wordt regelmatig benut als er sprake is van een wachtlijst voor de zorginstelling. Het aantal geïndiceerde zorgprofielen VV04 en met name VV05 stijgt sinds 2015. Dit zijn de profielen waarin de meeste nieuwe cliënten worden geïndiceerd. Per saldo is de geïndiceerde vraag naar verpleeghuiszorg gestegen van 138.255 in 2015 naar 156.215 in 2018. De afgelopen jaren is de groei gemiddeld ongeveer 4% per jaar. Of deze trend zich doorzet is de vraag. Door de invoering van het niet-inkomensafhankelijke Wmoabonnementstarief is de overgang naar Wlz-zorg in sommige gevallen veel duurder geworden.

In de Wlz geldt namelijk nog wel een inkomens/vermogens-afhankelijke bijdrage. Dat leidt in de praktijk tot een ‘zorgval’ bij overgang van Wmo naar Wlz, wat een demepend effect kan hebben op de groeitrend inde Wlz-zorg van de afgelopen jaren. Overigens is het niet zo dat alle mensen met een indicatie voor Wlz-zorg deze (volledig) verzilveren. Cliënten die een Wlz-indicatie hebben, maar nog wachten op een plek in een verpleeghuis, kunnen Wlz-zorg thuis ontvangen (zoals verpleging, verzorging, dagbesteding). Niet iedereen maakt daarvan gebruik, bijvoorbeeld omdat zij (nog) in het ziekenhuis liggen of omdat de mantelzorg toereikend is.

2

PGB = Persoonsgebonden Budget, VPT = Volledig Pakket Thuis en MPT = Modulair Pakket Thuis

Mensen op de wachtlijst hebben een Wlz-indicatie en komen daarmee in aanmerking voor Wlz-zorg. Een plek in een verpleeghuis hoeft voor niet actief wachtenden niet altijd direct nodig of gewenst te zijn, maar kan dat wel worden. Ook is het mogelijk dat iemand tijdelijk op een locatie verblijft en later verhuist naar de locatie van zijn/haar voorkeur. Wel is het zo dat het ten opzichte van de AWBZ een groep cliënten betreft met een zwaardere zorgvraag, waarbij de noodzaak om integrale zorg te ontvangen groter is. De helft van de cliënten die in een verpleeghuis worden opgenomen, komt vanuit de thuissituatie. De andere helft komt veelal na revalidatiezorg (GRZ), eerstelijns verblijf (ELV) of ziekenhuiszorg terecht in het verpleeghuis. Deze laatste groep cliënten wordt vaak in een instelling opgenomen zonder dat zij op de wachtlijst hebben gestaan. Vaak wordt – in verband met de urgentie - eerst een plek in een instelling gevonden en krijgen zij met terugwerkende kracht een Wlz-indicatie. Een deel van de mensen krijgt dus pas een indicatie als zij een plek hebben gekregen in een verpleeghuis.

2.4.2 Ontwikkelingen dementie in Wijk bij Duurstede De stijging van de toekomstige vraag naar Wlz-zorg door ouderen wordt vooral veroorzaakt doordat het aantal mensen met dementie stijgt (zie figuur 7). Figuur 7 Aantal mensen met dementie Aantal

Wijk bij Duurstede

Utrecht

Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede

aandeel

Utrecht

bevolking

Wijk bij Duurstede 2020 2025 2030 2040

Groei

320 420 550 850

19.000 23.000 28.000 38.000

0% 31% 72% 166%

0% 21% 47% 100%

23.916 24.378 25.367 27.063

1,3% 1,7% 2,2% 3,1%

Bron: Alzheimer Nederland, Primos2020, bewerking Atrivé

Volgens prognoses van Alzheimer Nederland neemt het aantal mensen met dementie in Wijk bij Duurstede in de periode 2020-2040 naar schatting toe met 166%. Dat betekent dat in 2040 2,7 keer zoveel inwoners in Wijk bij Duurstede te maken heeft met dementie. Een aanmerkelijk grotere verwachte groei dan gemiddeld in de provincie Utrecht.

2.4.3 Ouderensector in Wijk bij Duurstede In de analyse van de vraag voor Wijk bij Duurstede is een onderscheid gemaakt tussen indicaties en het feitelijk gebruik van zorg. Het CIZ heeft informatie over het aantal cliënten met een geldig indicatiebesluit. Hierbij zijn de volgende kanttekeningen te maken: • De woonplaats van een cliënt wordt bepaald op basis van actuele gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) in de meest recente indicatie van de cliënt. Mogelijk is een cliënt na het verkrijgen van een indicatie verhuisd en heeft hij zich elders ingeschreven. • Een cliënt kan een indicatie hebben en die niet verzilveren bij een zorgaanbieder. • Een cliënt kan de indicatie in een andere gemeente dan waar hij of zij woont, verzilveren. • In urgente gevallen wordt de indicatie na de plaatsing aangevraagd.

In de gemeente Wijk bij Duurstede hadden per 1 januari 2020 165 personen een V&V-indicatie. Op basis van de raming met het Woonzorgkompas wordt een stijging verwacht naar circa 480 personen in 2040. Bijna een verdrievoudiging. Daarnaast hadden op 1 januari 2020 6 personen van 65 jaar en ouder een indicatie met een lichamelijke handicap of verstandelijke handicap als grondslag. Dit aantal blijft de komende jaren stabiel (zie figuur 8). Figuur 8 Raming behoefte aan Wlz-zorg ouderen obv indicaties 600

500 400 300 200 100 0 2020

VV04

2025

VV05

VV06

2030

2035

2040

VV07

65+ LG

65+ VG

Bron: Woonzorgkompas (CIZ, Primos2020, bewerking Atrivé)

Deze raming ligt een stuk hoger dan de raming die zorgorganisatie Quarijn heeft gemaakt in het kader van haar vastgoedstrategie. Quarijn heeft in haar raming de huidige Wlz-vraag doorgetrokken op basis van de verwachte groei van het aantal 65-plussers in Wijk bij Duurstede. De raming op basis van het Woonzorgkompas is echter niet alleen gebaseerd op de groei van het aantal 65-plussers, maar houdt ook rekening met het feit dat er sprake is van ‘dubbele vergrijzing’. Dat wil zeggen dat binnen de groep 65-plussers met name de groep 85-plussers relatief hard groeit. Dat is nu juist ook de doelgroep die relatief gezien de meeste indicaties kent. Figuur 9 Raming procentuele groei VV04, VV05, VV06 en VV07 in de periode 2020-2040 250%

200% 150% 100% 50% 0% 2020

2025

VV04

2030

VV05

2035

VV06

Bron: Woonzorgkompas (CIZ, Primos2020, bewerking Atrivé)

2040

VV07

Quarijn verwacht dat naast de Wlz-zorg ook de vraag naar wijkverpleging in het kader van de Zvw de komende jaren toeneemt als gevolg van de vergrijzing en de afbouw/transitie van somatische verpleeghuisplaatsen. De vraag naar wijkverpleging is in dit onderzoek niet apart becijferd, maar wel impliciet meegenomen in de raming naar (geclusterde) woonvormen in de volgende paragraaf. De verwachte groei volgens het Woonzorgkompas concentreert zich vooral in de indicaties voor zorgprofielen VV04, VV05 en VV06. Dit sluit aan bij het landelijke beeld. We zien tot 2040 een verdrievoudiging van het aantal indicaties in deze zorgprofielen. Op basis van de verhouding per zorgprofiel tussen feitelijk gebruik van zorg met verblijf en indicaties van het Zorgkantoor Utrecht is een inschatting gemaakt van het daadwerkelijk gebruik per zorgprofiel (zie figuur 10). De verzilveringsgraad is als volgt (bron: CBS - Monitor langdurige zorg): • • • • •

VV04: VV05: VV06: VV07: VV08:

81% 89% 94% 99% 97%

In de gemeente Wijk bij Duurstede maakten per 1 januari 2020 op basis van deze verzilveringsgraad naar schatting in totaal 150 personen gebruik van hun V&V-indicatie. Op basis van de raming stijgt dit aantal naar circa 430 in 2040. Figuur 10

Raming behoefte aan Wlz-zorg ouderen obv gebruik

600

500 400 300 200 100 0 2020

VV04

2025

VV05

VV06

2030

2035

2040

VV07

65+ LG

65+ VG

Bron: Woonzorgkompas (CIZ, Primos2020, bewerking Atrivé)

De zorgprofielen VV05 en VV07 zijn zorgprofielen passend bij dementie. Dit gebruik stijgt van circa 90 in 2020 naar circa 260 in 2040. Mensen met een VV04-indicatie kunnen ‘ingedeeld’ worden bij de doelgroep met somatische aandoeningen (SOM) óf met psychogeriatrische aandoeningen (PG).

Figuur 11

Raming behoefte aan Woonzorg-dementie ouderen obv gebruik

300 250

35

200

29

150 100 50

24 15 76

18 129

98

174

227

0 2020

2025

2030 VV05

2035

2040

VV07

Bron: Woonzorgkompas (CIZ, Primos2020, bewerking Atrivé)

De verhouding wordt door zorgprofessionals geschat op 20-30% SOM en 70-80% PG bij zorgprofiel VV04. Deze verhouding zou voor Wijk bij Duurstede verder onderzocht moeten worden op basis van instroomcijfers van het CIZ. Cliënten met grondslag SOM kunnen wellicht nog wat langer thuis blijven als de mantelzorg goed geregeld is. Overbelasting van de mantelzorger treedt eerder op bij PG dan bij SOM. Bij zorgprofiel VV04 met grondslag PG is een beschermende woonomgeving noodzakelijk. Deze kan ook in de vorm van scheiden wonen/zorg in geclusterde vorm. Maar een deel van hen zal ook een beroep doen op intramurale ‘woonzorg dementie’.

2.5 Toekomstige vraag van ouderen naar woonvormen De raming van het aantal Wlz-indicaties geeft nog geen beeld van de toekomstige vraag van ouderen naar woonvormen. Uit de Monitor Zorg voor ouderen van de Nza blijkt dat 75% van de 65-plussers in Nederland thuis woont zonder langdurige zorg. Nog eens 19% woont thuis met zorg vanuit de Wmo en/of Zvw. Slechts 6% heeft een zorgindicatie vanuit de Wlz. Ook een deel van de ouderen zonder Wlz-indicatie heeft een behoefte aan een vorm van geclusterd wonen. Daarom is de prognose van Wlz-indicaties aangevuld met de zorgvraag van ouderen zonder indicatie. Hiervoor is gebruik gemaakt van het zorgtredenmodel van de Nza. Hierbij worden alle ouderen aan de hand van hun zorggebruik ingedeeld in 6 treden. Elke trede is verdeeld in een deel met behoefte aan geclusterde woonvorm en een deel met een behoefte aan een reguliere woning. Hoe hoger de trede in het model, hoe groter de behoefte aan een geclusterde woonvorm. Ouderen in zorgtrede 6 wonen in een verpleeghuis (of krijgen Wlz-zorg thuis via een VPT). De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa ‘thuis’. Dit kan echter ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen. Hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Hiervoor zijn aannames gedaan en vervolgens demografisch doorgetrokken.

Voor ‘Woonzorg dementie’ is uitgegaan van indicaties VV05 en VV07 en is in feite intramuraal wonen. Ook ‘Geclusterd wonen met Wlz-zorg’ is in feite intramuraal wonen, waarbij de overige Wlz-indicaties van ouderen als uitgangspunt zijn genomen. In de andere geclusterde woonvormen is er sprake van scheiden van wonen en zorg.

Hierbij moet wel worden opgemerkt dat Wijk bij Duurstede relatief veel Wlz-geïndiceerden kent die momenteel Wlz-zorg thuis ontvangen. Op basis van cijfers van Vektis ligt dit aandeel in Wijk bij Duurstede op zo’n 26%, terwijl dit landelijk op 20% ligt. Om van personen naar woonvormen te komen is de aanname gedaan dat in een reguliere woning gemiddeld 1,5 ouderen wonen. Voor een geclusterde woonvorm wordt aangenomen dat hier 1,2 ouderen wonen en bij woonzorg dementie 1,0 ouderen. Dit levert de volgende tabel op: Figuur 12

Raming behoefte aan woonvormen ouderen obv indicaties

Woonzorg dementie 2020

100

2025 2030

Geclusterd Geclusterd Geclusterd Regulier Regulier met Wlzmet met lichte wonen met wonen zorg Wmo/Zvw zorg zorg zonder zorg 60

210

130

70

170

100

2035

230

2040

290

Ontwikkeling 2020-2040

190

10

520

2.400

300

60

600

2.940

370

120

650

3.380

130

410

190

670

3.690

160

360

200

700

3.900

110

150

190

180

1.500

Bron: Woonzorgkompas (CIZ, Primos2020, bewerking Atrivé)

De grootste procentuele ontwikkeling is zichtbaar in de behoefte aan ‘Geclusterd wonen met lichte zorgvraag’. Dit hangt onder meer samen met de landelijke ontwikkeling van nieuw aanbod in geclusterde woonvormen zoals hofjeswonen. Ook de behoefte aan de intramurale woonvorm ‘Woonzorg dementie’ laat in Wijk bij Duurstede een verdrievoudiging zien tot 2040. De meeste ouderen wonen echter gewoon thuis in een reguliere woning (al dan niet met zorg), en blijven dat ook in de toekomst doen. De behoefte aan reguliere woningen laat dan ook in absolute aantallen de grootste groei zien. Figuur 13

Raming behoefte van ouderen naar geclusterde woonvormen obv indicaties

1.200

1.000 800 600 400 200 0 2020

2025

2030

2035

Woonzorg dementie

Geclusterd met Wlz-zorg

Geclusterd met Wmo/Zvw

Geclusterd met lichte zorg

Bron: Woonzorgkompas (CIZ, Primos2020, bewerking Atrivé)

2040

Figuur 14

Raming behoefte van ouderen naar reguliere woonvormen obv indicaties

5.000

4.000 3.000 2.000 1.000 0 2020

2025

2030

Regulier wonen met zorg

2035

2040

Regulier wonen zonder zorg

Bron: Woonzorgkompas (CIZ, Primos2020, bewerking Atrivé)

2.6 Toekomstige vraag naar Wlz-zorg in de Gehandicaptensector In tegenstelling tot de toekomstige vraag naar Wlz-zorg in de ouderensector, wordt de toekomstige vraag naar Wlz-zorg in de gehandicaptensector slechts zeer beperkt beïnvloedt door de vergrijzing. In Wijk bij Duurstede.

2.6.1 Indicaties Naar verwachting blijft dit aantal redelijk stabiel en zal rond de 80 geïndiceerden (jonger dan 65 jaar) blijven schommelen de komende jaren. De 65-plussers met een lichamelijke handicap (LG) of verstandelijke handicap (VG) zijn in dit onderzoek meegerekend bij de ouderensector. Figuur 15

Raming behoefte aan Wlz-zorg gehandicapten (65-) obv indicaties3

90 80

8VG

70

7VG

60

6VG

50

5VG

40

4VG

30

3VG

20 10

Wmo 123VG

0

4LG 2020

2025

2030

2035

2040

Bron: Woonzorgkompas (CIZ, Primos2020, bewerking Atrivé)

3

Het aantal indicaties zal iets hoger liggen. Door afrondingen van aantal indicaties per zorgprofiel door het CIZ op vijftallen, komt het totaal anno 2020 iets lager uit dan het werkelijke aantal indicaties. Dit werkt ook door in de toekomstraming.

Wijk bij Duurstede kent met momenteel slechts zeer beperkt mensen tot 65 jaar met een LG-indicatie (circa 10). Mensen met een zintuigelijke beperking komt nog minder voor. De zorgindicatie 1VG en 2VG wordt sinds jaren niet meer afgegeven binnen de Wlz. Hetzelfde geldt sinds 2015 voor 3VG. Een deel van deze groep heeft echter wel baat bij een vorm van geclusterd wonen met begeleiding. Door overlijden zal in de komende jaren het aantal lopende indicaties voor 3VG geleidelijk afnemen. Nieuwe cliënten met een vergelijkbare zorgvraag zullen begeleiding ontvangen vanuit de Wmo. In de prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van verstandelijk gehandicapten (dus ook inclusief Wmo-begeleiding) zich zal ontwikkelen. Instromende mensen met een lichte verstandelijke handicap komen nu in de Wmo terecht. Hierdoor vindt er dus een verschuiving plaats van 3VG richting de Wmo.

2.6.2 Prevalentie De raming van de ontwikkeling van het aantal indicaties heeft als basis het huidige aantal indicaties. Daarmee wordt de raming beïnvloed door het huidige aanbod aan zorg met verblijf in de gemeente van analyse. Is er in een gemeente momenteel relatief veel aanbod, dan zal het aantal indicaties momenteel relatief groot zijn en dus ook de raming naar de toekomst. Of omgekeerd. Daarom is op basis van de landelijke indicaties naar leeftijd en de demografische prognose de prevalentie in Wijk bij Duurstede geraamd. Dit is de statistische kans op het voorkomen van bepaalde indicaties, ongeacht het aanbod. Deze blijkt in Wijk bij Duurstede hoger te liggen (rond de 130, met name VG).

2.6.3 Behoefte aan woonvormen De doelgroep VG woont bijna uitsluitend in geclusterde woonvormen met begeleiding. 3VG vormt hierop een uitzondering. Hoewel deze groep ook 24 uur per dag toezicht nodig heeft, kan dit soms ook op afstand worden georganiseerd. Figuur 16

Raming behoefte aan woonvormen verstandelijk gehandicapten o.b.v. indicaties

90 80 70 60

gespikkeld wonen

50 40

geclusterd wonen / groepswonen

30 20 10 0 2020

2025

2030

2035

2040

Bron: Woonzorgkompas (CBS, Primos2020, bewerking Atrivé)

Circa 20% van 3VG kan 'gespikkeld' wonen (in nabijheid van groepswonen met begeleiding) en 80% zal wonen in een geclusterde woonvorm met 24-uurszorg. Voor de groep Wmo 123VG gaan we uit dat

50% behoefte heeft aan geclusterd wonen. De raming in bovenstaande figuur gaat er vanuit dat alle indicaties verzilverd worden in een instelling. Een deel woont echter thuis met PGB. Volgens het CBS wonen vrijwel alle mensen met grondslag ‘Lichameljjke handicap’ in Wijk bij Duurstede thuis met een PGB. Voor de mensen met grondslag ‘Verstandelijke handicap’ zijn 35 PGB toegekend.

2.7 Toekomstige vraag van mensen met een psychische aandoening Beschermd Wonen valt sinds 2015 onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten in het kader van de Wmo. Hierdoor is er geen eenduidige databron beschikbaar. Uitgangspunt voor de vraagprognose voor Beschermd Wonen in Wijk bij Duurstede zijn de Wmoindicaties voor verblijf (GGZ-C) volgens het CBS naar leeftijd in de centrumgemeenteregio Utrecht. In combinatie met de bevolkingsprognose leidt dit tot een inschatting van de vraag naar Beschermd wonen voor de periode tot 2040 in Wijk bij Duurstede. Figuur 17

Raming ontwikkeling aantal indicaties Beschermd wonen in Wijk bij Duurstede

60

50

67 jaar e.o.

40

57 tot 67 jaar

30

47 tot 57 jaar 37 tot 47 jaar

20

27 tot 37 jaar

10

18 tot 27 jaar

0 2020

2025

2030

2035

2040

Bron: Woonzorgkompas (CBS, Primos2020, bewerking Atrivé)

Momenteel zijn er volgens het CBS in de centrumgemeente/regio Beschermd Wonen naar schatting 2.020 cliënten Beschermd Wonen. Wanneer we kijken naar het aandeel van de gemeente Wijk bij Duurstede binnen het totaal van de centrumgemeente dan is momenteel de behoefte aan Beschermd Wonen circa 48 plaatsen. Dit aantal blijft naar de toekomst toe naar verwachting constant. Het CBS heeft ook data over de instroom in Beschermd Wonen in centrumgemeente/regio Utrecht. Daaruit blijkt dat in 2016 720 personen zijn ingestroomd. Circa een derde van het totaal aantal Beschermd Wonen. Het blijkt dat meer dan 70% van de instroom uit de centrumgemeente Utrecht zelf afkomstig is. Helaas is, uit privacyoverwegingen, de data voor Wijk bij Duurstede onherkenbaar gemaakt. Het aantal instromers is daarmee kleiner dan de drempelwaarde van 10, maar zal daar naar alle waarschijnlijkheid wel dicht tegen aan zitten. Dit doet in ieder geval vermoeden dat werkelijke behoefte aan Beschermd wonen lager ligt dan in figuur 17 geraamd4.

4

Instroom is ongeveer een derde van totaal. Bij instroom van 10 zal het totaal dus rond de 30 liggen.

2.8 Conclusie • Als gevolg van de vergrijzing groeit de komende 20 jaar het aantal ouderen in Wijk bij Duurstede

•

•

•

•

•

•

met een somatische of psychogeriatrische Wlz-indicatie sterk. Het aantal zal bijna verdrievoudigen. De groei in de behoefte aan intramurale woonvormen in de ouderensector komt vooral van mensen met een psychogeriatrische aandoening (+190) Hun beperking maakt het noodzakelijk dat zij in een woonvorm wonen waar 24 uurszorg en toezicht is. Wat betreft de extramurale woonvormen is de grootste procentuele ontwikkeling zichtbaar in de behoefte aan ‘Geclusterd wonen met lichte zorgvraag’. Dit hangt onder meer samen met de landelijke ontwikkeling van nieuw aanbod in geclusterde woonvormen zoals hofjeswonen. De meeste ouderen wonen echter gewoon thuis in een reguliere woning (al dan niet met zorg), en blijven dat ook in de toekomst doen. De behoefte aan reguliere woningen laat dan ook in absolute aantallen de grootste groei zien. In de gehandicaptensector bestaan bijna alle Wlz-indicaties uit verstandelijk gehandicapten. Naar verwachting blijft dit aantal redelijk stabiel en zal rond de 80 geïndiceerden blijven schommelen. Zij wonen bijna uitsluitend in geclusterde woonvormen. VG03 vormt hierop een uitzondering. Hoewel deze groep ook 24 uur per dag toezicht nodig heeft, kan dit soms ook op afstand worden georganiseerd (‘gespikkeld’). Bij mensen met een psychische aandoening blijft de behoefte aan beschermd wonen de komende jaren naar verwachting vrij stabiel.

In de centrumgemeenteregio Utrecht is er behoefte aan zo’n, 2.000 plaatsen Beschermd Wonen. Vertaald naar de gemeente Wijk bij Duurstede gaat het om circa 48 plaatsen. Jaarlijks wil circa 1 persoon vanuit Beschermd Wonen uitstromen naar een corporatiewoning in Wijk bij Duurstede.

Hoofdstuk 3

AANBOD EN MATCH MET VRAAG 3.1 Aanbod in Wijk bij Duurstede De basis van het aanbod anno 2020 is een inventarisatie uit 2017. Deze is oor de gemeente nagelopen en waar nodig aangepast. Dit leverde het volgende aanbod voor zorgdoelgroepen in gemeente Wijk bij Duurstede op: Figuur 18

Ouderen Ouderen Ouderen Gehandicapten Gehandicapten Gehandicapten GGZ Totaal

Aanbod voor zorgdoelgroepen gemeente Wijk bij Duurstede

Woonzorg dementie Geclusterd wonen met Wlz-zorg Geclusterd wonen overig Geclusterd wonen met Wlz-zorg Geclusterd en gespikkeld wonen VG Geclusterd en gespikkeld wonen LG/ZG

Intramuraal 48 72 0 31 0 0 0 151

Extramuraal 0 0 220 0 15 0 13 248

Totaal 48 72 220 31 15 0 13 399

Bron: Inventarisatie 2017, gemeente Wijk bij Duurstede 2020, bewerking Atrivé

Voor mensen met een psychogeriatrische aandoening zijn er 48 intramurale plaatsen in het Ewoud en Elisabeth Gasthuis. Deze vallen in bovenstaande tabel onder ‘Woonzorg dementie’. Vanwege ongeplande zorg en de noodzaak van 24-uurs aanwezige zorg is de klant niet meer in staat zelfstandig te wonen. Men heeft vanwege dementie zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig. Het Elisabeth Gasthuis biedt ook 48 intramurale plaatsen voor mensen met een somatische aandoening. Voor de vergelijking met de vraagzijde zijn deze ingedeeld tot de categorie ‘Geclusterd wonen met Wlz-zorg’. In Poort van Wijk en De Wijkse Hof wordt via de intramurale zorg via VPT geleverd; beiden aan 14 bewoners. Deze 28 woningen in het hogere prijssegment zijn bij ‘Geclusterd wonen met Wlz-zorg’ mee genomen. Voor ouderen is er verder aanbod in meerdere aanleuncomplexen (Dorrestede, Gansstede, Engkstede en wozoco Cothen) of in complexen voor groepswonen (Ruisdaelhof en Pepijnhof). Dit betreft zelfstandige geclusterde woningen in wooncomplex (beschut) of woningen die gebouwd zijn in de directe omgeving daarvan. De bewoner betaalt huur of is eigenaar-bewoner en men kan extra ondersteuning krijgen in het dagelijks leven (maaltijden, persoonlijke verzorging et cetera). Er is

19

sprake van geplande zorg aan huis en/of op afroep. Deze extramurale woonvormen zijn in de tabel geschaard onder ‘Geclusterd wonen overig’. Voor mensen met een verstandelijke (of meervoudige) beperkingen zijn er 31 intramurale plaatsen (De Loever van Abrona en Droomhuis5 van Syndion) en 15 woningen met begeleiding (De Bossewaard van Abrona). Er is geen aanbod voor mensen met Lichamelijke of zintuigelijke beperkingen in Wijk bij Duurstede. Het aanbod voor mensen met een psychische aandoening in Wijk bij Duurstede betreft 13 woningen/plaatsen: een gezinshuis (6), een opvang voor dakloze jongeren (5) en uitstroomwoningen Beschermd Wonen (2).

3.2 Confrontatie vraag en aanbod In de volgende tabellen wordt bovenstaand aanbod vergeleken met de behoefteontwikkeling uit het vorige hoofdstuk.

geraamde

3.2.1 Ouderensector Voor mensen met een psychogeriatrische aandoening is de voorraad ‘Woonzorg dementie’ aanmerkelijk lager dan de geraamde behoefte op basis van het aantal indicaties. Er bestaat nu al een tekort van circa 52 plaatsen. Dit tekort neemt naar de toekomst alleen maar verder toe. Figuur 19

Match vraag en aanbod Ouderensector

2020 2025 2030 2035 2040 Aanbod 2020 Tekort (-) of overschot (+) 2020 Tekort (-) of overschot (+) 2040

Geclusterd Geclusterd Woonzorg wonen met wonen dementie Wlz-zorg overig 100 60 210 130 70 300 170 100 370 230 130 410 290 160 360 48

72

220

-52 -242

12 -88

10 -140

Bron: Woonzorgkompas, Inventarisatie 2017, gemeente Wijk bij Duurstede 2020, bewerking Atrivé

Momenteel blijkt er voldoende aanbod aan ‘Geclusterd wonen met Wlz-zorg’ in Wijk bij Duurstede. Het aanbod is zelfs iets groter dan de huidige behoefte. Wel neemt die behoefte toe de komende jaren, waardoor er na 2025 een tekort zal ontstaan. Het aanbod aan ‘Geclusterd wonen overig’ is momenteel ook iets groter dan de behoefte, maar ook hier neemt de behoefte als gevolg van de vergrijzing alleen maar toe. Al over een paar jaar zal het overschot zijn omgeslagen in een tekort.

5

Jongvolwassenen met meervoudige beperkingen.

Een deel van het aanbod in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. zal bewoond worden door ouderen zonder een zorgindicatie, die voorsorteren op de toekomst. Hier is in de behoefteraming op basis van het zorgtredenmodel al rekening mee gehouden.

3.2.2 Gehandicaptensector en GGZ De behoefte aan woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking is groter dan de voorraad. Momenteel bedraagt het tekort circa 39 woonvormen. De verwachting is dat deze groep naar de toekomst toe vrij stabiel blijft en zelfs licht zal afnemen. Als gevolg hiervan zal het tekort ook afnemen naar zo’n 29 woonvormen in 2040. Figuur 20

Match vraag en aanbod Gehandicaptensector en GGZ

2020 2025 2030 2035 2040

Geclusterd en gespikkeld wonen VG 85 80 80 80 75

Beschermd Geclusterd Wonen en en Maatschap gespikkeld pelijke wonen opvang LG/ZG (1) GGZ (2) 15 48 10 48 10 48 10 48 10 49

Aanbod 2020

46

0

13

Tekort (-) of overschot (+) 2020 Tekort (-) of overschot (+) 2040

-39 -29

-15 -10

-35 -36

Bron: Woonzorgkompas, Inventarisatie 2017, gemeente Wijk bij Duurstede 2020, bewerking Atrivé 1 = aantal indicaties is dermate klein dat is uitgegaan van de prevalentie 2 = 0p basis van aandeel in centrumgemeenteregio

Zoals eerder vermeld, valt Beschermd Wonen voor mensen met psychische problemen sinds 2015 onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten in het kader van de Wmo. Doordat alleen data bekend zijn op het niveau van de centrumgemeente-regio (Utrecht) is de behoefte geraamd op basis van de prevalentie (de statistische kans van het voorkomen van bepaalde aandoeningen). Het aanbod voor mensen met psychische problemen bedraagt in Wijk bij Duurstede 13 woonvormen. Het aanbod is specifiek voor jongeren, terwijl de behoefte ook van volwassenen komt. Dit verklaard wellicht het geraamde tekort. Voor de toekomst wordt voor deze groep een stabiele ontwikkeling verwacht. Een deel van hen zal geclusterd willen wonen. Elders is door zorgaanbieders aangeven dat 20% van deze doelgroep behoefte heeft aan een geclusterde woonvorm met begeleiding. Dan zou het in gemeente Wijk bij Duurstede om circa 10 a 15 mensen gaan.

3.3 Conclusie Sec een vergelijking per doelgroep tussen vraag en aanbod constateert tekorten en overschotten die er in de praktijk niet zijn. Het vastgoed wordt steeds meer flexibel ingezet voor meerdere doelgroepen, vooral binnen de eigen sector. Zo biedt intramuraal verblijf voor somatiek ook

huisvesting aan mensen met een lichamelijke beperking en wellicht ook aan mensen met dementie. Daarnaast wordt steeds vaker flexibel omgegaan met de verhuursituatie (extramuraal of intramuraal), waardoor de strikte scheiding tussen deze beide financieringsvormen minder gaat worden. De opgaven voor huisvesting van zorgdoelgroepen zijn: • Uitbreiding van intramurale plaatsen ouderensector of goed alternatief bieden in thuissituatie middels VPT of MPT. Uitgaande van het huidige beleid rondom indicering is er in de ouderensector een tekort aan intramuraal verblijf voor mensen met psychogeriatrische aandoeningen. Op termijn ontstaat er ook een tekort voor de overige zorgprofielen in de ouderensector (somatiek, lichamelijke en verstandelijke beperking 65+) Per saldo is er een tekort van circa 40 plaatsen, oplopend naar 80 in de komende vijf jaar als gevolg van de vergrijzing. Als de extramuralisering forser ingezet wordt en/of meer mensen kiezen voor een VPT, MPT of pgb zal het tekort aan intramurale plaatsen teruglopen, maar zal het zelfstandig thuis wonen met professionele zorg gefaciliteerd moeten worden. • Uitbreiding aanbod Geclusterd extramuraal wonen (Verzorgd wonen en collectief wonen) Er is momenteel geen sprake van een tekort aan extramurale geclusterde woonvormen in de ouderensector.

Maar de behoefte neemt de komende jaren wel toe, waardoor er over vijf jaar een tekort kan ontstaan van 80. Hierbij wordt in de raming ook rekening gehouden dat een deel van de ouderen behoefte heeft aan collectieve woonvormen zoals Hofjeswonen en Knarrenhof. De vraag kan in de praktijk hoger komen te liggen als de behoefte aan intramuraal verblijf (zorg in natura) omgezet wordt naar een extramurale woonsituatie. • Uitbreiding aanbod voor VG. De berekende behoefte van mensen met een verstandelijke beperking voor Geclusterd wonen met 24 uurs zorg hoger dan het aanbod. Ook is er ruimte voor ‘gespikkeld wonen’. • Aanpassing uitbreiding aanbod voor psychische aandoening. Voor deze doelgroep is uitbreiding gewenst van extramuraal wonen met begeleiding.

Hoofdstuk 4

VRAAG TOEGANKELIJKE WONINGEN 4.1 Inleiding Naast het inzicht in de vraag naar woonzorgvormen van de verschillende zorgdoelgroepen is het voor het gemeentelijk beleid ook van belang om de vraag naar toegankelijke woningen (ook wel nultreden- of levensloopbestendige woningen genoemd) te weten. Deze vraag is bepaald op basis van de raming van het aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen (los van het feit of men al dan niet een zorgindicatie heeft). Het betreft een vraag puur op basis van de beperking en het gebruik van hulpmiddelen van een huishouden. Hierbij houden we geen rekening met de woonwensen van deze huishoudens. Oftewel, wij hebben geen inzicht in hun verhuiswens naar een toegankelijke woning; mogelijk blijven zij liever wonen in de huidige woning ook al is die volgens beleidsmaatstaven onvoldoende geschikt voor hen. Figuur 21: Raming aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen in Wijk bij Duurstede, 2020-2040

Klasse O: Geen beperking Klasse A: Stok Klasse B: Rollator Klasse C: Rolstoel Totaal

2020 8.750 980 360 70 10.160

2025 8.940 1.100 440 80 10.560

2030 9.280 1.210 500 100 11.090

2035 9.650 1.300 570 110 11.630

2040 9.850 1.370 610 120 11.940

Bron: Geriscoop (Primos2020, WoON2018, bewerking Atrivé)

4.2 Raming mobiliteitsbeperkingen Circa 14% van de huishoudens (bijna 1.400) heeft een mobiliteitsbeperking. Dat aandeel neemt de komende jaren toe naar bijna 18% in 2040 als gevolg van de vergrijzing. Men heeft vooral een lichte beperking, maar het aantal huishoudens met een matige of zware beperking neemt relatief gezien sterker toe dan de huishoudens met een lichte beperking. Deze ontwikkeling van het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking heeft tot gevolg dat de behoefte aan nultredenwoningen in de komende 20 jaar toeneemt met circa 380 woningen. De behoefte aan het aantal rollator toe- en doorgankelijke woningen neemt met 250 woningen toe. De gewenste toevoeging aan rolstoel toe- en doorgankelijke woningen is met 50 woningen beperkter van omvang.

23

Figuur 22 Raming aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen in Wijk bij Duurstede, 2020-2040 2.500 2.000

75 jaar e.o. 1.500

60 tot 75 jaar 45 tot 60 jaar

1.000

30 tot 45 jaar

500

tot 30 jaar

0 2020

2025

2030

2035

2040

Bron: Geriscoop (Primos2020, WoON2018, bewerking Atrivé) Figuur 23 Behoefte aan toegankelijke woningen in Wijk bij Duurstede, 2020-2040

Mobiliteitsbeperking huishouden Licht Matig Zwaar Totaal

Gewenste woning op basis van beperking Nultredenwoning[1] Rollator toe- en doorgankelijke woning Rolstoel toe- en doorgankelijke woning

Opgave 2020-2040 380 250 50 680

Bron: Geriscoop (Primos2020, WoON2018, bewerking Atrivé)

In hoofdstukken 2 en 3 wordt de term ‘Geclusterd wonen’ gebruikt. Deze woningen zullen gezien de mobiliteitsbeperkingen van de doelgroep (mensen met een somatische aandoening of lichamelijke beperking) toegankelijk moeten zijn (en vallen dus onder bovenstaande berekende aantallen).

4.3 Conclusie • De gemeente heeft, vanuit de Wmo, een wettelijke taak om ongeschikte woningen aan te passen

als de zelfredzaamheid van inwoners als gevolg van een chronische beperking gevaar loopt. • In het kader van de Wmo blijkt het aantal beschikkingen voor huishoudelijke ondersteuning in Wijk

bij Duurstede te zijn toegenomen van 212 in 2016 naar 314 in 2019. Een toename van 48% in drie jaar tijd. Ook het aantal beschikkingen voor woningaanpassingen is over dezelfde periode met een vergelijkbaar tempo toegenomen van 47 naar 70. • Er is dus een groeiende vraag naar toegankelijke woningen als gevolg van de vergrijzing. Daarbij kan de keuze worden gemaakt om volledig tegemoet te komen aan de groei van de vraag van alle huishoudens met een mobiliteitsbeperking of alleen aan die van de huishoudens met een matige en zware beperking. Bij de focus op de laatste twee groepen wordt vooral tegemoet gekomen aan de urgente behoefte. • Naast deze groei is het van belang om rekening te houden met het feit dat een deel van de toegankelijke woningvoorraad niet beschikbaar is voor de beoogde doelgroep, omdat deze woningen bewoond worden door mensen zonder een mobiliteitsbeperking (‘scheefheid’). Zij kunnen uiteraard -onbewust of bewust- alvast voorsorteren op de toekomst. Als echter volledig aan de behoefte aan toegankelijke woningen tegemoet gekomen moet worden, zal vanwege deze

•

•

•

•

•

‘scheefheid’ deze voorraad groter moeten zijn dan het aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking. Anderzijds is het algemeen bekend dat de verhuisgeneigdheid onder senioren (zeer) laag is. Vaak behelpt men zich tot dat het echt niet meer gaat, ook als er een geschiktere woning beschikbaar zou zijn. Het vergt een behoorlijke inspanning om met goede informatie en communicatie senioren bewust te maken van de mogelijkheden om door te stromen naar een geschiktere woning of de woning aan te passen. Het aanbod van toegankelijke woningen kan vergroot worden door een viertal maatregelen: • bij nieuwbouw levensloopbestendige woningen realiseren • geschikte woningen gericht toewijzen aan mensen met een mobiliteitsbeperking • doorstroming in de huursector naar een geschikte woning stimuleren (bijvoorbeeld verhuiscoach, regeling huursprong) • bewoners bewust maken van de mogelijkheden om hun woning zelf aan te passen (opplussen/bewustwordingscampagne langer thuis wonen). In veel gemeenten is er een grote potentie in de koopsector om de woning geschikt te maken. Toevoegen van toegankelijke woningen is een aanzienlijke investering voor de lange termijn, gericht op een doelgroep (urgente behoefte) die deels ook zorg nodig heeft. Het is verstandig om dit in wijken of kernen te doen met ook in de toekomst een compleet voorzieningenpakket.

Afstemming en (lange termijn)afspraken met gemeente, woningcorporaties en zorgpartijen zijn noodzakelijk. De aanpassing van de bestaande voorraad is grotendeels een verantwoordelijkheid van eigenaarbewoners. In hoeverre is het voor hen lucratief om (preventief) te investeren in de levensloopbestendigheid van hun woning? Levert investeren in duurzaamheid niet meer op? Of is een geïntegreerde aanpak mogelijk? We spreken dan over dubbele duurzaamheid. Ook voor corporaties zijn beide vormen van verduurzaming (geschikte woningen op een hoger niveau, woningen energiezuiniger) aan de orde en de vraag welke inzet te plegen met begrensde middelen. In hoeverre betreffen beide opgaven dezelfde woningen en dezelfde buurten? In welke mate is synergie mogelijk? Bij beide opgaven speelt ook de vraag in hoeverre de investering van woningcorporaties (deels) kan worden terugverdiend met huurverhoging (zittende huurder) of huurharmonisatie (nieuwe huurder).

Bijlage 1

TOELICHTING METHODIEK Vraag van zorgdoelgroepen: Woonzorgkompas Om de vraag van zorgdoelgroepen naar woonvormen in kaart te brengen hebben wij een model ontwikkeld: het Woonzorgkompas. In feite is dit model een doorontwikkeling van de Woonzorgplanner die gebruikt is voor het onderzoek uit 2017. Met het Woonzorgkompas wordt op gemeentelijk niveau de omvang, samenstelling en vraag naar intramurale en extramurale woonvormen nu en in de toekomst van de volgende doelgroepen bepaald: • Mensen met een somatische aandoening (sector Verpleging en Verzorging; V&V) • Mensen met een psychogeriatrische aandoening (V&V) • Mensen met een verstandelijke beperking (Gehandicaptensector; GH) • Mensen met een zintuiglijke beperking (GH) • Mensen met een lichamelijke beperking (GH) • Mensen met een psychische stoornis (Geestelijke Gezondheidszorg; GGZ). Raming toekomstige indicaties Uitgangspunt van het model zijn de meest actuele overzichten van zorgindicaties voor Wlz-zorg volgens de CIZ per gemeente en volgens het CBS per zorgkantoorregio. In combinatie met de meest actuele bevolkingsprognose voor de gemeente (Primos 2020) leidt dit tot een inschatting van het aantal Wlz-indicaties voor de jaren 2025, 2030 en 2035 (met een doorkijk tot 2040).

Prevalentie Bovenstaande raming wordt echter beïnvloed door het huidige aanbod aan zorg met verblijf: is er nu relatief veel aanbod, dan zijn er nu al veel geïndiceerden en zal de raming naar de toekomst ook groot zijn. De basis van de raming is immers de huidige indicatiestelling. Daarom is ook op basis van overzichten met de landelijke indicaties naar leeftijd en de lokale demografische prognose de statistische kans op het voorkomen van bepaalde indicaties in Wijk bij Duurstede in beeld gebracht. Dit wordt prevalentie genoemd. Van indicaties naar gebruik In met name de ouderenzorg maken lang niet alle geïndiceerden ook daadwerkelijk gebruik van hun indicatie. Daarom is voor de ouderenzorg ook het daadwerkelijk gebruik geraamd. Op basis van de verhouding per zorgprofiel tussen feitelijk gebruik van zorg met verblijf en indicaties in de zorgkantoorregio is een inschatting gemaakt van het werkelijk toekomstige zorggebruik in de gemeente Wijk bij Duurstede.

26

Van gebruik naar woonbehoefte In de volgende stap is het zorggebruik vertaald naar de woonbehoefte. Aangezien ook een deel van de ouderen zonder indicatie een behoefte heeft aan een vorm van geclusterd wonen, vullen wij de prognose van indicaties aan met de verwachte zorgvraag van ouderen zonder indicatie. Hiervoor maken we gebruik van het zorgtredenmodel van de Nza. Hierbij worden ouderen aan de hand van hun zorggebruik ingedeeld in 6 treden (zie onderstaande tabel). Elke trede is verdeeld in een deel met behoefte aan een geclusterde woonvorm en een deel met een behoefte aan een reguliere woning. Hoe hoger de trede in het model, hoe groter de behoefte aan een geclusterde woonvorm. Zorgtredenmodel Nza in Nederland

zorgtrede

omschrijving zorgtrede

1

Gebruik van eerstelijnszorg

2

Bezoek aan een medisch specialist en/of ziekenhuisopname

3

Wmo-ondersteuning (vooral huishoudelijke hulp)

4

Persoonlijke verzorging of verpleging thuis (tijdelijk) en/of korte opvang in tehuis

5

Persoonlijke verzorging of verpleging thuis (structureel) en/of korte opvang in tehuis

6

Residentiële opname in verzorgings- of verpleeghuis of VPT

Bron: Monitor Zorg voor ouderen, Nza (2018)

Aanbod voor zorgdoelgroepen Naast de vraag van zorgdoelgroepen is ook een geactualiseerde inventarisatie gemaakt van het aanbod aan wonen en zorg in de gemeente Wijk bij Duurstede. In het onderzoek in 2017 is reeds een inventarisatie gemaakt. Deze is gebruikt als basis voor de actualisatie. Uiteindelijk is het aanbod vergeleken met de geraamde behoefte om zo de (dreigende) tekorten en overschotten voor de komende jaren voor Wijk bij Duurstede in beeld te kunnen brengen. Vraag naar toegankelijke woningen Naast het inzicht in de vraag naar woningen als gevolg van de extramuralisering, is ook de vraag naar toegankelijke woningen (ook wel nultreden- of levensloopbestendige woningen genoemd) van mensen met een mobiliteitsbeperking zónder indicatie geactualiseerd. Hiervoor is, net zoals in 2017, de Geriscoop in gezet. De Geriscoop vertaalt landelijke kengetallen over aantallen mensen met mobiliteitsbeperkingen en het gebruik van hulpmiddelen in huis leeftijdsspecifiek naar de situatie in een gemeente. Ten opzichte van het onderzoek uit 2017 zijn er zowel nieuwe landelijke kengetallen beschikbaar alsmede actuele demografische prognoses.

Voor de raming van de toekomstige behoefte wordt een indeling gehanteerd die gebaseerd is op enerzijds de mate van beperkingen van het Sociaal Cultureel Planbureau (geen, licht, matig en sterk beperkt) en anderzijds op het gebruik van hulpmiddelen (wandelstok, rollator en rolstoel). Met behulp van WoON 2018 wordt per leeftijdscategorie het aandeel huishoudens in uw gemeente in 4 gradaties van mobiliteitsbeperkingen bepaald. Deze kengetallen worden ‘losgelaten’ op de verwachte huishoudensontwikkeling in uw gemeente volgens de meest actuele Primosprognose 2020, waardoor de toekomstige omvang van de vraag in beeld wordt gebracht. Tot slot corrigeert de Geriscoop de geraamde toekomstige behoefte voor een eventueel inkomenseffect. Huishoudens in

de lagere inkomensklassen blijken namelijk vaker beperkingen te kennen dan huishoudens in hogere inkomensklassen. De analyse met behulp van Geriscoop levert concreet het volgende inzicht: • Aantal zelfstandig wonende huishoudens die geen mobiliteitsbeperking hebben (klasse O). • Aantal zelfstandig wonende huishoudens met lichte tot matige beperkingen (zonder hulpmiddel of een wandelstok: klasse A). • Aantal zelfstandig wonende huishoudens met matige tot zware beperkingen (gebruik van rollator: klasse B). • Aantal zelfstandig wonende huishoudens met zware beperkingen (permanent gebruik van rolstoel: klasse C).

Bijlage 2

ZORGPROFIELEN Nummer zorgprofiel

Sector

Naam zorgprofiel

VV 4

Verzorging en Verpleging

VV Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging

VV 5

Verzorging en Verpleging

VV Beschermd wonen met intensieve dementiezorg

VV 6

Verzorging en Verpleging

VV Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging

VV 7

Verzorging en Verpleging

VV 8

Verzorging en Verpleging

VV 9b

Verzorging en Verpleging

VV Herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging

VV 10

Verzorging en Verpleging

VV Beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg

VG 3 VG 4 VG 5 VG 6 VG 7 VG 8 LVG 1 LVG 2 LVG 3 LVG 4 LVG 5 SGLVG 1

Verstandelijk gehandicaptenzorg Verstandelijk gehandicaptenzorg Verstandelijk gehandicaptenzorg Verstandelijk gehandicaptenzorg Verstandelijk gehandicaptenzorg Verstandelijk gehandicaptenzorg Licht Verstandelijk Gehandicaptenzorg Licht Verstandelijk Gehandicaptenzorg Licht Verstandelijk Gehandicaptenzorg Licht Verstandelijk Gehandicaptenzorg Licht Verstandelijk Gehandicaptenzorg Licht Verstandelijk Gehandicaptenzorg

VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op verzorging/verpleging

VG Wonen met begeleiding en verzorging VG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging VG Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering VG (Besloten) wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering VG Wonen met begeleiding en volledige verzorging en verpleging LVG Wonen met enige behandeling en begeleiding LVG Wonen met behandeling en begeleiding LVG Wonen met intensieve behandeling en begeleiding, kleine groep LVG Wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding LVG Besloten wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding LVG Behandeling in een SGLVG behandelcentrum

29

Nummer zorgprofiel LG 1 LG 2 LG 3 LG 4 LG 5 LG 6 LG 7 ZGaud 1 ZGaud 2 ZGaud 3 ZGaud 4 ZGvis 1 ZGvis 2 ZGvis 3 ZGvis 4 ZG vis 5

Sector

Naam zorgprofiel

Lichamelijk LG Wonen met enige begeleiding en enige verzorging (2015) Gehandicaptenzorg Lichamelijk LG Wonen met begeleiding en enige verzorging Gehandicaptenzorg Lichamelijk LG Wonen met enige begeleiding en verzorging (2015) Gehandicaptenzorg Lichamelijk LG Wonen met begeleiding en verzorging Gehandicaptenzorg Lichamelijk LG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging Gehandicaptenzorg Lichamelijk LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging Gehandicaptenzorg Lichamelijk LG Wonen met zeer intensieve begeleiding en zeer intensieve verzorging Gehandicaptenzorg Zintuiglijk ZGaud Wonen met begeleiding en enige verzorging (2015) Gehandicaptenzorg, auditief Zintuiglijk ZGaud Wonen met intensieve begeleiding en verzorging Gehandicaptenzorg, auditief Zintuiglijk ZGaud Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging Gehandicaptenzorg, auditief Zintuiglijk ZGaud Wonen met intensieve begeleiding en enige verzorging Gehandicaptenzorg, auditief Zintuiglijk ZGvis Wonen met enige begeleiding en enige verzorging (2015) Gehandicaptenzorg, visueel Zintuiglijk ZGvis Wonen met begeleiding en enige verzorging Gehandicaptenzorg, visueel Zintuiglijk ZGvis Wonen met intensieve begeleiding en verzorging Gehandicaptenzorg, visueel Zintuiglijk ZGvis Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging Gehandicaptenzorg, visueel Zintuiglijk ZGvis Wonen met zeer

intensieve begeleiding en zeer intensieve Gehandicaptenzorg, visueel

GGZ-B 3

Geestelijke Gezondheidszorg GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding

GGZ-B 4

Geestelijke Gezondheidszorg GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en verzorging

GGZ-B 5

Geestelijke Gezondheidszorg GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en gedragsregulering

GGZ-B 6

Geestelijke Gezondheidszorg

GGZ-B 7

GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging GGZ-B Beveiligd voortgezet verblijf vanwege extreme gedragsproblematiek Geestelijke Gezondheidszorg met zeer intensieve begeleiding

Bijlage 3

BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN Nultredenwoning De basisfuncties (woonkamer, keuken, douche, wc en slaapkamer) zijn gelijkvloers. De woning ligt op de begane grond of is per lift bereikbaar. Een nultredenwoning kan een benedenwoning, appartement met lift, bungalow, patiowoning of eengezinswoning zijn met alle primaire ruimtes op de begane grond. Geclusterd wonen overig: Verzorgd wonen Geclusterde woningen, meestal voor senioren, die gebouwd zijn in de directe omgeving of als onderdeel van een woonzorgcomplex. De bewoner woont zelfstandig (betaalt huur of is eigenaarbewoner). Zorg aan huis is gepland en/of op afroep. Voorbeelden: aanleunwoningen, (voormalig) verzorgingshuis waar appartementen verhuurd worden, serviceflat. Geclusterd Wonen: Wonen met begeleiding Geclusterde woningen in de gehandicaptensector, individueel of in een groep, met zorg en begeleiding op afspraak en/of op afroep. Bewoner betaalt huur. Woonzorg dementie (Intramuraal verblijf) Psychogeriatrische zorg geleverd op een afdeling in een verpleeghuis of een kleinschalige eenheid waarbij de zorg en het wonen worden betaald uit de Wlz.Vanwege ongeplande zorg en de noodzaak van 24-uurs aanwezige zorg is de klant niet meer in staat zelfstandig te wonen. Men heeft vanwege dementie zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig.

Geclusterd wonen overige Wlz-zorg (intramuraal verbrlijf) Somatische zorg geleverd op een afdeling in een verpleeghuis of een instelling met meer dan 24 plaatsen. De zorg en het wonen worden betaald uit de Wlz. Vanwege ongeplande zorg en de noodzaak van 24-uurs aanwezige zorg is de klant niet meer in staat zelfstandig te wonen. Beschermd Wonen (GGZ) Wonen met 24 uurstoezicht en begeleiding. Bewoners betalen geen huur. Verblijf wordt bekostigd uit Wmo (via centrumgemeente). Extramuraal De bewoner betaalt zelf de huur (of hypotheek). De bewoner kan in deze woning Wlz-zorg zonder verblijf krijgen via een VPT, MPT of pgb (‘verstrekkingsvorm’).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11105148/1