CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Atrivé - Wonen en Zorg Wijk bij Duurstede

Raadsvergadering 23 februari 2022, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Woonvisie 2021-203013.273 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WONEN EN ZORG Inzicht in vraag van zorgdoelgroepen en mensen met een mobiliteitsbeperking in gemeente Wijk bij Duurstede

Gemeente Wijk bij Duurstede Woningcorporatie Viveste

1 september 2017 drs. Anita Lahuis Kevin Vijftigschild MSc

Australiëlaan 5, 3526 AB Utrecht 030 693 60 00 info@atrive.nl www.atrive.nl KvK: 17106411

Inhoudsopgave Samenvatting en conclusies

1

Hoofdstuk 1 Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4

6 6 6 7

Inleiding Vraagstelling Aanpak onderzoek Opzet rapportage

Hoofdstuk 2 Vraag zorgdoelgroepen

8

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11

Inleiding Bevolkingsprognose Leeftijd mensen met een CIZ-indicatie Mensen met een somatische aandoening Mensen met een psychogeriatrische aandoening Mensen met een verstandelijke beperking Mensen met een lichamelijke beperking Mensen met een zintuiglijke beperking Mensen met een psychische aandoening Jeugdhulp Samenvatting vraag zorgdoelgroepen

8 9 10 12 15 18 20 22 22 25 27

Hoofdstuk 3 Aanbod en confrontatie met vraag

30

3.1 3.2 3.3 3.4

30 31 32 33

Aanbod in Wijk bij Duurstede Confrontatie vraag en aanbod Conclusie confrontatie vraag en aanbod Wijk bij Duurstede Aanbod regiogemeenten

Hoofdstuk 4 Vraag toegankelijke woningen

35

Bijlage 1 Toelichting methodiek

38

Bijlage 2 Zorgprofielen

40

Bijlage 3 Begrippen en afkortingen

42

Bijlage 4 Huishoudens met mobiliteitsbeperkingen per kern naar sector

44

Bijlage 5 Aanbod woonzorgvormen gemeente Wijk bij Duurstede uitgebreid

50

Bijlage 6 Aanbod woonzorgvormen in regiogemeenten

52

SAMENVATTING EN CONCLUSIES Aanleiding, vraagstelling en aanpak De hervorming van de langdurige zorg is een aantal jaren geleden ingezet. Met dit overheidsbeleid wordt gestimuleerd om langer zelfstandig en zelfredzaam te wonen. Dat heeft een behoorlijke impact op de rol en taken van een gemeente en haar samenwerkingspartners én voor de persoonlijke situatie van de meest kwetsbare inwoners. Gemeente Wijk bij Duurstede en woningcorporatie Viveste wensen daarom inzicht in de vraagontwikkeling van zorgdoelgroepen en mensen met een mobiliteitsbeperking en het aanbod voor zorgdoelgroepen. De vraagstelling voor het onderzoek is -in hoofdlijnen- als volgt. De gemeente en woningcorporatie Viveste willen inzicht in de: • Omvang, samenstelling en vraag naar intramurale en extramurale woonvormen nu en in de toekomst voor de doelgroepen uit de V&V-sector, gehandicapten- en GGZ-sector. • Prognose van behoefte aan verblijf/woonvormen van jongeren met Jeugdhulp. • Aanbod aan huisvesting voor zorgdoelgroepen in gemeente Wijk bij Duurstede en de regiogemeenten De Bilt, Bunnik en Utrechtse Heuvelrug. • Vraag naar toegankelijke woningen. Het onderzoek focust zich dus op de vraag naar huisvesting. De vraag van zorgdoelgroepen naar groepsbegeleiding, huishoudelijke hulp of andere vormen van zorg zijn niet meegenomen in het onderzoek.

Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van beschikbare gegevens via landelijke en regionale organisaties. Voor de ontwikkeling in de komende 20 jaar is -naast de demografische ontwikkelingenrekening gehouden met landelijk beleid rondom extramuralisering en indicering en regionale afspraken voor Jeugdhulp. De methodiek en gehanteerde uitgangspunten staan beschreven in Bijlage 1.

Conclusies en aanknopingspunten voor beleid Op het terrein van wonen en zorg zijn grofweg een drietal huisvestingsopgaven te onderscheiden: • Voldoende toegankelijke woningen (voor mensen met een mobiliteitsbeperking). • Voldoende woonvormen voor zorgdoelgroepen (intramuraal en extramuraal). • Het faciliteren van het langer zelfstandig thuis wonen voor mensen met een (toekomstige) zorgvraag.

Pag: 1

De uitkomsten van het onderzoek worden aan de hand van deze drie deelopgaven hieronder weergegeven. Vraag toegankelijke woningen De vraag naar toegankelijke woningen is berekend middels een prognose van het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking (oftewel een lichamelijke beperking), uitgesplitst naar mate van beperking (licht, matig, zwaar). Het gaat om de mobiliteitsbeperking en niet of er sprake is van een zorgvraag. In de komende 20 jaar neemt het aantal huishoudens met een lichte beperking in gemeente Wijk bij Duurstede toe met 415 huishoudens. Voor hen is een nultredenwoning geschikt. Dat is een woning waarbij de basisfuncties (woonkamer, keuken, douche, wc en slaapkamer) gelijkvloers zijn. De woning ligt op de begane grond of is per lift bereikbaar. Het aantal huishoudens met een matige beperking, die behoefte hebben aan een rollator toe- en doorgankelijke woning, neemt nog iets sterker toe met 445 huishoudens. De behoefte aan een rolstoel toe- en doorgankelijke woning neemt in de komende 20 jaar in beperkte mate met 55 woningen toe. Tabel 1 Behoefte aan toegankelijke woningen (2017-2035) Mobiliteitsbeperking

Gewenste woning op basis van beperking

huishouden

Groei periode 2017-2035

Licht

Nultredenwoning

415

Matig

Rollator toe- en doorgankelijke woning

445

Zwaar

Rolstoel toe- en doorgankelijke woning

55

Aanknopingspunten voor beleid • Er is een groeiende vraag naar toegankelijke woningen als gevolg van de vergrijzing. Daarbij kan de keuze worden gemaakt om volledig tegemoet te komen aan de groei van de vraag van alle huishoudens met een mobiliteitsbeperking of alleen aan die van de huishoudens met een matige en zware beperking. Bij de focus op de laatste twee groepen wordt vooral tegemoet gekomen aan de urgente behoefte. • Naast deze groei is het van belang om rekening te houden met het feit dat een deel van de toegankelijke woningvoorraad niet beschikbaar is voor de beoogde doelgroep, omdat deze woningen bewoond worden door mensen zonder een mobiliteitsbeperking (‘scheefheid’). Zij kunnen uiteraard –onbewust of bewust- alvast voorsorteren op de toekomst. Als echter volledig aan de behoefte aan toegankelijke woningen tegemoet gekomen moet worden, zal vanwege deze ‘scheefheid’ deze voorraad groter moeten zijn dan het aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking. • Anderzijds is het algemeen bekend dat de verhuisgeneigdheid onder senioren (zeer) laag is. Vaak behelpt men zich tot dat het echt niet meer gaat, ook als er een geschiktere woning beschikbaar zou zijn. Het vergt een behoorlijke inspanning om met goede informatie en communicatie senioren bewust te maken van de mogelijkheden om door te stromen naar een geschiktere woning of de woning aan te passen.

• Het aanbod van toegankelijke woningen kan vergroot worden door een viertal maatregelen: • bij nieuwbouw levensloopbestendige woningen realiseren • geschikte woningen gericht toewijzen aan mensen met een mobiliteitsbeperking • doorstroming in de huursector naar een geschikte woning stimuleren (bijvoorbeeld verhuiscoach, regeling huursprong) Pag: 2

• bewoners bewust maken van de mogelijkheden om hun woning zelf aan te passen

(opplussen/bewustwordingscampagne langer thuis wonen). In veel gemeenten is er een grote potentie in de koopsector om de woning geschikt te maken. • Toevoegen van toegankelijke woningen is een aanzienlijke investering voor de lange termijn, gericht op een doelgroep (urgente behoefte) die deels ook zorg nodig heeft. Het is verstandig om dit in wijken of kernen te doen met ook in de toekomst een compleet voorzieningenpakket. Afstemming en (lange termijn)afspraken met gemeente, Viveste en zorgpartijen zijn noodzakelijk. • De aanpassing van de bestaande voorraad is grotendeels een verantwoordelijkheid van eigenaarbewoners. In hoeverre is het voor hen lucratief om (preventief) te investeren in de levensloopbestendigheid van hun woning? Levert investeren in duurzaamheid niet meer op? Of is een geïntegreerde aanpak mogelijk? We spreken dan over dubbele duurzaamheid. • Ook voor corporaties zijn beide vormen van verduurzaming (geschikte woningen op een hoger niveau, woningen energiezuiniger) aan de orde en de vraag welke inzet te plegen met begrensde middelen. In hoeverre betreffen beide opgaven dezelfde woningen en dezelfde buurten? In welke mate is synergie mogelijk? Bij beide opgaven speelt ook de vraag in hoeverre de investering van Viveste (deels) kan worden terugverdiend met huurverhoging (zittende huurder) of huurharmonisatie (nieuwe huurder).

Vraag woonvormen voor zorgdoelgroepen Voor zes zorgdoelgroepen is de ontwikkeling in de vraag naar intramuraal verblijf en extramuraal wonen berekend. Daarbij is ook zicht op het deel van de mensen met een Wlz-indicatie die hun indicatie niet verzilveren voor een verblijf bij een intramurale instelling 1. Voor het berekenen van de behoefte aan extramuraal wonen (zie kolom ‘extramuraal’ in onderstaande tabel) is voor elke zorgdoelgroep de meest kwetsbare groep in beeld gebracht die zelfstandig woont. Voor mensen met somatische of psychogeriatrische aandoening en lichamelijke beperking is daarvoor de groep mensen met een indicatie voor persoonlijke verzorging doorgerekend. Voor mensen met een verstandelijke beperking of psychische aandoening is de groep mensen met individuele begeleiding doorgerekend. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de vraag van zorgdoelgroepen in de periode 2017-2036 weergegeven: Tabel 2 Ontwikkeling 2017-2036 Intramuraal

Extramuraal

Indicatie

voor

intramuraal,

maar

woont extramuraal

1

Somatische aandoening

+45

+305

+10

Psychogeratrische aandoening (dementie)

+80

+15

+15

Verstandelijke beperking (VG)

+45

+15

+15

Lichamelijke beperking (LG)

+25

+5

+5

Zintuiglijke beperking (ZG)

nihil

nihil

nihil

Psychische aandoening (GGZ)

nihil

+15

nihil

Men kan er voor kiezen niet in een instelling te gaan wonen en de zorg thuis te ontvangen met een volledig pakket thuis (VPT) of modulair pakket thuis (MPT) of de zorg zelf te regelen met een persoonsgebonden budget (pgb) of men wacht mogelijk op zorg (vrijwillig, dan wel noodgedwongen) en ontvangt in de tussentijd overbruggingszorg. Pag: 3

In de komende 20 jaar is er behoefte om het aanbod aan intramuraal verblijf uit te breiden, vooral voor mensen met dementie en in mindere mate voor mensen met een somatische of verstandelijke beperking. Bij deze drie doelgroepen neemt ook het aantal mensen die een Wlz-indicatie (intramuraal verblijf) hebben, maar deze niet verzilveren, toe. De behoefte aan extramurale zorg (persoonlijke verzorging of individuele begeleiding) neemt vooral toe bij mensen met een somatische aandoening. Behoefte aan verzorgd wonen en wonen met begeleiding Voor mensen met een somatische aandoening is de behoefte aan verzorgd wonen bepaald op basis van de omvang van de groep mensen die vanwege de extramuralisering niet meer voor een Wlzindicatie voor verblijf in aanmerking komen (VV01 t/m VV03). Deze doelgroep ging voorheen naar een verzorgingshuis. Wij nemen aan dat zij behoefte hebben aan verzorgd wonen. Het is echter niet aannemelijk dat iedereen met een indicatie voor persoonlijke verzorging ook behoefte heeft om te verhuizen naar een verzorgd wonen concept. Deze doelgroep (senioren) is behoorlijk honkvast en gaat pas verhuizen als het echt niet langer kan. Voor de andere zorgdoelgroepen is wel de behoefte aan extramurale zorg (op basis van persoonlijke verzorging of individuele begeleiding) doorvertaald naar behoefte aan verzorgd wonen of wonen met begeleiding.

In de onderstaande tabel is per doelgroep weergegeven hoe groot de behoefte is en hoe deze zich tussen 2017 en 2036 ontwikkelt. Tabel 3 Behoefte aan verzorgd wonen en wonen met begeleiding (extramuraal)

Verzorgd wonen ouderen (lage ZZP’s) Verzorgd wonen voor mensen met psychogeriatrische aandoening (dementie) Wonen met begeleiding voor mensen met een verstandelijke beperking (VG) Wonen met begeleiding voor mensen met een lichamelijke beperking (LG) Wonen met begeleiding voor mensen met een psychische aandoening (GGZ)

2017 40

2020 50

2025 75

2036 115

2017-2036 +75

15

20

20

30

+15

50

55

55

65

+15

20

25

25

25

+5

55

60

65

70

+15

Er is behoefte om het aanbod aan verzorgd wonen voor ouderen uit te breiden met 75 woningen in de komende 20 jaar. Het aantal mensen met een verstandelijke beperking en psychische aandoening die individuele begeleiding krijgen, groeit de komende jaren. Een deel van hen zal behoefte hebben aan een geclusterde begeleid wonen vorm. Dit geldt ook voor de mensen met dementie met persoonlijke verzorging die de komende jaren in aantal ook licht toenemen. Tabel 2 en Tabel 3 geven de behoefte aan op basis van huidig beleid. Als de extramuralisering forser wordt ingezet zal er een verschuiving plaatsvinden van intramuraal naar extramuraal. In de praktijk wordt het vastgoed ook steeds meer flexibel ingezet, zodat bij mutatie per nieuwe bewoner bekeken wordt welke verhuursituatie wenselijk of mogelijk is.

Pag: 4

Jeugd 45 jongeren maakten per 31 december 2015 (bron: CBS) gebruik van Jeugdhulp met verblijf. Er zijn twee varianten berekend voor de ontwikkeling van het gebruik van Jeugdhulp met verblijf: op basis van demografie en beleid (terugdringen residentieel verblijf in de bossen en terugdringen verblijf in de wijk). Bij de beleidsvariant zal er sprake zijn van een afbouw van 10 plaatsen Jeugdhulp met verblijf in de komende 20 jaar. Aanknopingspunten voor beleid Bovenstaande vraagontwikkeling is geconfronteerd met het huidige aanbod. Op basis van de confrontatie worden de volgende opgaven voor huisvesting van zorgdoelgroepen helder: • Uitbreiding van intramurale plaatsen ouderensector of goed alternatief bieden in thuissituatie middels VPT of MPT. Uitgaande van het huidige beleid rondom indicering en extramuralisering is er in de ouderensector een tekort aan intramuraal verblijf als wij de cijfers voor somatiek, dementie en lichamelijke beperking bij elkaar optellen. Per saldo is er een tekort van circa 40 plaatsen, oplopend naar 80 in de komende vijf jaar als gevolg van de vergrijzing. Als de extramuralisering forser ingezet wordt en/of meer mensen kiezen voor een VPT, MPT of pgb zal het tekort aan intramurale plaatsen teruglopen, maar zal het zelfstandig thuis wonen met professionele zorg gefaciliteerd moeten worden.

• Verzorgd wonen: gewenste groei en alternatief voor intramuraal verblijf in ouderensector? • De behoefte aan verzorgd wonen voor somatiek, dementie en lichamelijke beperking neemt de komende 5 jaren met 30 toe. De vraag kan in de praktijk hoger komen te liggen als de behoefte aan intramuraal verblijf (zorg in natura) omgezet wordt naar een extramurale woonsituatie. • Uitbreiding aanbod voor VG. De berekende behoefte van mensen met een verstandelijke beperking voor intramuraal verblijf ligt hoger dan het aanbod. Ook is er ruimte voor zelfstandig, extramuraal wonen, in een geclusterde woonvorm met begeleiding. • Aanpassing uitbreiding aanbod voor psychische aandoening? Voor deze doelgroep is uitbreiding gewenst van extramuraal wonen met begeleiding. Langer zelfstandig wonen Ook in de reguliere woningvoorraad neemt als gevolg van de extramuralisering het aantal mensen met een zorgvraag toe. Zo zal het aantal mensen met dementie in de komende 20 jaar verdubbelen van 260 mensen in 2015 naar 540 in 2030. Landelijk woont zo’n 70% van hen thuis, is kwetsbaar en vormt daarmee een doelgroep die de komende jaren in beleid en uitvoering aandacht zal vergen (sociaal netwerk, infrastructuur in de wijk, ondersteuning mantelzorg).

Langer zelfstandig wonen is niet alleen een huisvestingsvraagstuk Een toegankelijke, comfortabele en veilige woning is wenselijk om langer thuis te kunnen blijven wonen. Dat is echter slechts één aspect van het langer thuis wonen. In het dagelijks leven ervaren inwoners met een ondersteunings- of zorgvraag dat andere aspecten vaak van groter belang zijn. Voorbeelden zijn: het verkrijgen en in stand houden van hun eigen sociale netwerk om op terug te kunnen vallen, een laagdrempelige ontmoetingsmogelijkheid in de directe woonomgeving (eenzaamheid tegengaan), vrijwilligers die kleine klusjes in en om de woning kunnen doen. Als gevolg van de hervorming van de langdurige zorg blijven er meer kwetsbare mensen in de reguliere woningvoorraad wonen dan voorheen.

Pag: 5

Hoofdstuk 1

INLEIDING 1.1 Inleiding De hervorming van de langdurige zorg is een aantal jaren geleden ingezet. Met dit overheidsbeleid wordt gestimuleerd om langer zelfstandig en zelfredzaam te wonen. Dat heeft een behoorlijke impact op de rol en taken van een gemeente en haar samenwerkingspartners én voor de persoonlijke situatie van de meest kwetsbare inwoners. Gemeente Wijk bij Duurstede en woningcorporatie Viveste wensen daarom inzicht in de vraagontwikkeling van zorgdoelgroepen en mensen met een mobiliteitsbeperking en het aanbod voor zorgdoelgroepen. Vergelijkbaar onderzoek is uitgevoerd voor de vijf aangrenzende gemeenten in de regio Lekstroom, waaronder gemeente Houten waar gemeente Wijk bij Duurstede ambtelijke samenwerking mee aangaat.

1.2 Vraagstelling De vraagstelling voor het onderzoek is -in hoofdlijnen- als volgt. De gemeente en woningcorporatie Viveste willen inzicht in de: • Omvang, samenstelling en vraag naar intramurale en extramurale woonvormen nu en in de toekomst voor de doelgroepen uit de V&V-sector, gehandicapten- en GGZ-sector. • Prognose van behoefte aan verblijf/woonvormen van jongeren met Jeugdhulp. • Aanbod aan huisvesting voor zorgdoelgroepen in gemeente Wijk bij Duurstede en de regiogemeenten De Bilt, Bunnik en Utrechtse Heuvelrug. • Vraag naar toegankelijke woningen. Het onderzoek focust zich dus op de vraag naar huisvesting. De vraag van zorgdoelgroepen naar groepsbegeleiding, huishoudelijke hulp of andere vormen van zorg zijn niet meegenomen in het onderzoek.

1.3 Aanpak onderzoek Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van beschikbare gegevens: • CIZ-indicaties per 1 januari 2015. • Primosprognose.

Pag: 6

• Kengetallen over instroom in intramurale woonvormen (landelijk naar ZZP’s 2) en over het

daadwerkelijk verzilveren van de toegekende indicaties (regionaal, naar ZZP’s 3) van Wlzindicaties. • Jongeren met jeugdhulp 4. Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van beschikbare gegevens via landelijke en regionale organisaties. Voor de ontwikkeling in de komende 20 jaar is -naast de demografische ontwikkelingenrekening gehouden met landelijk beleid rondom extramuralisering en indicering en regionale afspraken voor Jeugdhulp. De methodiek en gehanteerde uitgangspunten staan beschreven in Bijlage 1.

1.4 Opzet rapportage In Hoofdstuk 2 wordt voor de diverse zorgdoelgroepen de vraag naar intramurale en extramurale woonvormen aangegeven. In Hoofdstuk 3 wordt het aanbod voor zorgdoelgroepen in gemeente Wijk bij Duurstede en de regiogemeenten aangegeven. Het aanbod in gemeente Wijk bij Duurstede wordt vergeleken met de (ontwikkeling in de) vraag. Hoofdstuk 4 geeft de vraag naar toegankelijke woningen van mensen met een mobiliteitsbeperking aan. De rapportage bevat de volgende bijlagen: 1. Huishoudens met mobiliteitsbeperkingen naar kern en sector 2. Toelichting methodiek 3. Zorgprofielen 4. Begrippen en afkortingen 5. Aanbod woonzorgvormen gemeente Wijk bij Duurstede uitgebreid 6. Aanbod woonzorgvormen in regiogemeenten.

2 3 4

Bron: Kwartaalrapportage 2016 CIZ en Trendrapportage 2013 CIZ. Bron: Monitor Langdurige Zorg. Gemiddelde van 2010 t/m 2014. Bron: Jeugdmonitor CBS 2016.

Pag: 7

Hoofdstuk 2

VRAAG ZORGDOELGROEPEN 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de vraag van zorgdoelgroepen naar intramurale en extramurale woonvormen geschetst. Daarbij maken wij onderscheid in de volgende groepen 5: • Mensen met een somatische aandoening (SOM, sector Verpleging en Verzorging; V&V) • Mensen met een psychogeriatrische aandoening (PG, mensen met dementie) (sector V&V) • Mensen met een verstandelijke beperking (VG, Gehandicaptensector) • Mensen met een lichamelijke beperking (LG, Gehandicaptensector) • Mensen met een zintuiglijke beperking (ZG, Gehandicaptensector) • Mensen met een psychische aandoening (GGZ, Geestelijke Gezondheidszorg) • Jeugdigen die Jeugdhulp ontvangen. Toelichting grafieken Per zorgdoelgroep (met uitzondering van Jeugdigen 6) zijn 3 grafieken opgenomen: • De eerste grafiek ‘stroomdynamiek’ toont de in- en doorstroom op peilmoment 1 januari en de uitstroom op peildatum 31 december. Oftewel het aantal personen in een jaar dat een indicatie krijgt (instroom), de indicatie behoudt (doorstroom) of (meestal door overlijden, maar ook mogelijk door wijziging van de gezondheidssituatie van de geïndiceerde) geen indicatie meer heeft (uitstroom). In de figuur wordt het aantal mensen met een indicatie per jaar weergegeven door instroom en doorstroom bij elkaar op te tellen. • In de tweede grafiek staat de ontwikkeling naar zorgzwaartepakket/zorgprofiel.

• In de derde grafiek is de ontwikkeling van de behoefte aan intramurale en extramurale woonvormen aangegeven. Daarin is ook aangegeven hoeveel mensen hun indicatie niet verzilveren. De schaal van de grafieken verschilt van elkaar ten gunste van de leesbaarheid.

5

6

Bij de sectoren V&V, Gehandicapten en GGZ gaat het om alle leeftijden. Gegevens over indicaties op gemeenteniveau zijn beschikbaar naar ZZP’s of naar grondslag en leeftijd. In onze berekeningen gebruiken wij de gegevens naar ZZP’s, onder andere om het effect van de extramuralisering inzichtelijk te maken. Informatie over de leeftijdsverdeling van de CIZ-indicaties is opgenomen in paragraaf 2.3. De vraag van jongeren met Jeugdhulp is in een ander prognosemodel berekend dan die van de overige zorgdoelgroepen en levert andere grafieken op. Bij deze doelgroep gaat het om personen tot 18 jaar (en in uitzonderlijke gevallen tot leeftijd van 23 jaar).

Pag: 8

Er is rekening gehouden met de huidige beleidslijnen van het ministerie van VWS ten aanzien van extramuralisering (zie Bijlage 2) in de V&V-, Gehandicapten- en GGZ-sectoren en met de regionale afspraken 7 rondom Jeugdhulp. Extramurale woonvormen Tussen intramuraal verblijf en regulier wonen in een huur- of koopwoning is er een steeds grotere variatie aan woonvormen op de woningmarkt voor mensen met een ondersteunings- of zorgvraag. Deze ‘tussenvormen’ onderscheiden zich van een reguliere woning door hun geclusterde vorm en het aanbod aan diensten, ondersteuning en zorg. De termen die voor deze woonvormen gehanteerd worden verschillen lokaal. Wij onderscheiden twee vormen: verzorgd wonen (ouderensector) en wonen met begeleiding (gehandicaptensector en GGZ-sector). De behoefte aan extramurale woonvormen is: • Voor mensen met een somatische aandoening bepaald op basis van de omvang van de groep mensen die vanwege de extramuralisering niet meer voor een Wlz-indicatie voor verblijf in aanmerking komen (VV01 t/m VV03). • Voor de doelgroepen met grondslag PG en LG bepaald op basis van het aantal mensen met een indicatie voor persoonlijke verzorging. Vanwege hun beperking en de omvang van hun ondersteuning- en zorgvraag zal vooral deze groep behoefte hebben aan ‘verzorgd wonen’.

• Voor mensen met een verstandelijke beperking (VG) en psychische stoornis (GGZ) bepaald op het aantal mensen met een indicatie voor individuele begeleiding. Een deel van deze doelgroep zal behoefte hebben aan een geclusterde vorm van wonen met begeleiding. Verzilveren van indicaties Bekend is dat niet alle mensen met een indicatie voor intramurale zorg daadwerkelijk hun indicatie verzilveren in een intramurale instelling. Dat kan meerdere redenen hebben (die niet nader te kwantificeren te zijn): men kan er voor kiezen niet in een instelling te gaan wonen en de zorg thuis te ontvangen met een volledig pakket thuis (VPT) of modulair pakket thuis (MPT) of de zorg zelf te regelen met een persoonsgebonden budget (pgb) of men wacht mogelijk op zorg (vrijwillig, dan wel noodgedwongen) en ontvangt in de tussentijd overbruggingszorg.

2.2 Bevolkingsprognose Tot 1 januari 2015 werd op gemeenteniveau centraal via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) bijgehouden hoeveel mensen een indicatie kregen die past bij hun zorgbehoefte op grond van de AWBZ. Deze informatie is een belangrijke pijler voor de prognose voor het aantal zorgbehoevenden in de toekomst. Een andere belangrijke pijler vormt de algemene ontwikkeling van de bevolking. Hiervoor is de bevolkingsprognose van Primos gebruikt.

7

Meerjarige samenwerking Utrechtse bovenregionale Zorg voor Jeugd (2017).

Pag: 9

Figuur 1: Bevolkingsprognose 2017-2036

Bron: Primos 2016

In Figuur 1 is zichtbaar dat het aantal inwoners in de gemeente Wijk bij Duurstede toe zal nemen. Deze groei vindt plaats door een toename van het aantal 65-plussers. Het aantal inwoners tot 20 jaar neemt op korte termijn af en neemt daarna weer licht toe, waardoor over 20 jaar deze leeftijdsgroep dezelfde omvang heeft als nu het geval is. Het aantal inwoners van 20 tot 65 jaar neemt de komende 20 jaar af. Het toenemende aantal ouderen is belangrijk voor de verklaring van de ontwikkelingen bij de diverse zorgdoelgroepen (zie hierna).

2.3 Leeftijd mensen met een CIZ-indicatie Senioren maken een groot deel uit van de zorgbehoevenden. 60% van de indicaties in gemeente Wijk bij Duurstede is afgegeven aan mensen vanaf 65 jaar (zie Figuur 2). Zij hebben vooral een somatische beperking (Figuur 3).

Pag: 10

Figuur 2: Leeftijd van alle afgegeven CIZ-indicaties per 1 januari 2015

Bron: CIZ Figuur 3: CIZ-indicaties naar grondslag en leeftijd per 1 januari 2015

Bron: CIZ

Pag: 11

2.4 Mensen met een somatische aandoening Figuur 4: Stroomdynamiek van mensen met een somatische aandoening met een Wlz-indicatie in een intramurale instelling

Bovenstaande figuur geeft de stroomdynamiek aan voor de doelgroep mensen met een somatische aandoening. Hierin wordt de in- en doorstroom op peilmoment 1 januari en de uitstroom op peildatum 31 december getoond. Oftewel het aantal personen in een jaar dat een indicatie krijgt (instroom), de indicatie behoudt (doorstroom) of (meestal door overlijden, maar ook mogelijk door wijziging van de gezondheidssituatie van de geïndiceerde) geen indicatie meer heeft (uitstroom). Instroom en doorstroom (licht- en donkerblauw) moeten bij elkaar opgeteld worden om tot het totaal aantal mensen in een bepaald jaar met een (verzilverde) indicatie in een intramurale instelling te komen. Als gevolg van de extramuralisering is sinds 2013 het aantal mensen met een somatische aandoening die een Wlz-indicatie krijgen, in gemeente Wijk bij Duurstede afgenomen van 54 mensen in 2013 naar 30 in 2017. Bij ongewijzigd beleid en gedrag rondom extramuralisering en het verzilveren van indicaties zal deze doelgroep door de vergrijzing vanaf 2022 toe gaan nemen. Over 20 jaar is het aantal intramurale indicaties verdubbeld ten opzichte van 2017. De mutaties door in- en uitstroom binnen deze doelgroep is hoog. De uitstroom in deze sector is vooral door overlijden.

Pag: 12

Als de overheid steviger inzet op extramuralisering (ook mensen met een zwaardere zorgvraag moeten langer thuis wonen) of mensen gaan minder vaak dan voorheen hun indicatie verzilveren voor zorg in natura in een instelling (en gaan gebruikmaken van een VPT, MPT of pgb in hun huidige woning), dan zal dit uiteraard van invloed zijn op bovenstaand geschetst beeld. Figuur 5: Ontwikkeling doelgroep van mensen met een somatische aandoening naar zwaartepakket in een intramurale instelling

De stroomdynamiek in de vorige figuur geeft weer hoe de doelgroep zich ontwikkelt in omvang. Maar er is ook onderscheid te maken in de zwaarte van de zorgvraag. De lagere ZZP’s (VV01 t/m VV03) worden niet meer toegekend en komen over een aantal jaren niet meer voor. In de toekomst heeft men vooral een VV04 zorgprofiel (intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging).

Pag: 13

Figuur 6: Ontwikkeling groep mensen met een somatische aandoening naar intra- en extramurale woonvorm

In bovenstaande figuur staat de volgende informatie over de groep mensen met een somatische aandoening: • Met een Wlz-indicatie in een intramurale instelling (rode stippellijn), zoals eerder weergegeven in de twee voorgaande figuren. • Met een Wlz-indicatie die deze indicatie niet in natura verzilveren. Zij wonen extramuraal en ontvangen overbruggingszorg of krijgen zorg via VPT, MPT of pgb (groene stippellijn). • Die vanwege de extramuralisering niet meer voor een Wlz-indicatie voor verblijf in aanmerking komen (VV01 t/m 03), doorgerekend naar de toekomst (paarse lijn). • Met een indicatie voor persoonlijke verzorging (blauwe lijn). Uit bovenstaande figuur kunnen wij concluderen dat de groep mensen met een somatische aandoening die zelfstandig thuis woont met ondersteuning/zorg de komende jaren fors toeneemt (groene en blauwe lijn). Voor de raming van de vraag naar verzorgd wonen houden wij er rekening mee dat lang niet iedereen met een indicatie voor persoonlijke verzorging ook behoefte heeft aan een dergelijke woonvorm. Wij gaan ervan uit dat vooral de groep die vroeger in aanmerking kwam voor intramurale zorg (verzorgingshuis), maar nu niet meer, hieraan behoefte heeft (paarse lijn).

Pag: 14

2.5 Mensen met een psychogeriatrische aandoening In gemeente Wijk bij Duurstede hadden in 2015 260 inwoners een psychogeriatrische aandoening (dementie). Dat aantal neemt de komende jaren toe naar 320 in 2020, 410 in 2025 en 540 in 2030 8. Een verdubbeling in 15 jaar tijd. Landelijk woont 70% van het aantal mensen met dementie thuis en wordt daarbij ondersteund door onder meer mantelzorgers. 40% (landelijk) woont van hen alleen. In gemeente Wijk bij Duurstede hebben circa 75 mensen met een psychogeriatrische aandoening een indicatie voor intramuraal verblijf die zij ook verzilveren (zie Figuur 7). Daarmee woont een vergelijkbaar aandeel mensen met dementie in gemeente Wijk bij Duurstede thuis (29%) als landelijk. Figuur 7: Stroomdynamiek van mensen met een psychogeriatrische aandoening met een Wlz-indicatie in een intramurale instelling

In tegenstelling tot de doelgroep somatiek zien wij bij de mensen met een psychogeriatrische aandoening gelijk vanaf 2013 een stijgende lijn in het aantal mensen in een intramurale instelling (inen doorstroom bij elkaar opgeteld). Ook bij deze doelgroep zal in 20 jaar tijd (ruim) een verdubbeling van het aantal plaatsvinden. De behoefte aan intramuraal verblijf in 2036 bedraagt 155 plaatsen. Evenals bij de doelgroep ‘mensen met somatische aandoeningen’ is bij deze doelgroep sprake van veel mutaties door in- en uitstroom.

8

Bron: Alzheimer Nederland.

Pag: 15

Figuur 8: Ontwikkeling doelgroep van mensen met een psychogeriatrische aandoening naar zwaartepakket in een intramurale instelling

Mensen met een psychogeriatrische aandoening hebben vooral een VV05-indicatie (intensieve dementiezorg) 9.

9

Mensen met een VV04 indicatie kunnen ‘ingedeeld’ worden bij de doelgroep met somatische aandoeningen of met psychogeriatrische aandoeningen.

Pag: 16

Figuur 9: Ontwikkeling groep mensen met een psychogeriatrische aandoening naar intra- en extramurale woonvorm

Het aantal mensen met een indicatie voor extramurale zorg (persoonlijke verzorging) is en blijft vrij beperkt (circa 15 tot 30). Veel van de zorg wordt blijkbaar opgevangen door mantelzorgers. Vaak wordt pas professionele zorg ingeschakeld (en toegekend) als het niet langer meer gaat voor de mantelzorger. Zo’n 15 tot 25 mensen hebben een intramurale indicatie maar verzilveren deze niet voor een verblijf bij een instelling. Zij ontvangen overbruggingszorg of financieren hun zorg via een VPT, MPT of pgb.

Pag: 17

2.6 Mensen met een verstandelijke beperking Figuur 10: Stroomdynamiek van mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie in een intramurale instelling

In 2015 verbleven 57 mensen met een verstandelijke beperking in gemeente Wijk bij Duurstede bij een intramurale zorginstelling. De groep groeit doordat mensen met een verstandelijke beperking steeds ouder worden, langer leven en daardoor een langer beroep doen op zorg. Ook wordt de maatschappij complexer, waardoor er een beroep wordt gedaan op ondersteuning. De dynamiek in deze sector door in- en uitstroom is in vergelijking met de V&V-sector (ouderen) beperkt.

Pag: 18

Figuur 11: Ontwikkeling doelgroep van mensen met een verstandelijke beperking naar zwaartepakket in een intramurale instelling

Mensen met een verstandelijke beperking zullen in de komende jaren vooral een VG03 (begeleiding en verzorging) of VG06 (intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering) indicatie hebben. Figuur 12: Ontwikkeling groep mensen met een verstandelijke beperking naar intra- en extramurale woonvorm

Pag: 19

Het aantal mensen met een verstandelijke beperking met een intramurale indicatie die de indicatie niet verzilveren voor een Wlz-verblijf is in deze sector vrij groot (30 tot 40 mensen). Dit zal te maken hebben met de financiering in deze sector van kleinschalige woonprojecten, waar bewoners hun zorg inkopen met een pgb. Zo’n 50 tot 60 mensen met een verstandelijke beperking hebben een indicatie voor individuele begeleiding (blauwe lijn; extramuraal). Een deel van deze doelgroep zal behoefte hebben aan een geclusterde woonvorm met begeleiding.

2.7 Mensen met een lichamelijke beperking Figuur 13: Stroomdynamiek van mensen met een lichamelijke beperking met Wlz-indicatie in een intramurale instelling

Het aantal mensen met een lichamelijke beperking zal de komende twintig jaar verdubbelen als gevolg van de vergrijzing. In de volgende figuur is te zien dat dit komt door de toename van het aantal mensen met een indicatie VV06 (intensieve verzorging en verpleging).

Pag: 20

Figuur 14: Ontwikkeling doelgroep van mensen met een lichamelijke beperking naar zwaartepakket in een intramurale instelling

De doelgroep met lichamelijke beperkingen heeft vooral een indicatie voor VV06 10. Als gevolg van de vergrijzing neemt ook deze doelgroep in omvang toe. In Wijk bij Duurstede zijn volgens CIZ-gegevens geen LG-indicaties afgegeven.

10

Sinds 1 januari 2011 kan iemand met grondslag LG gemakkelijker dan voorheen een ZZP uit een VV-reeks kiezen met behoud van grondslag LG (voorheen werd grondslag LG veranderd in grondslag SOM). Het is niet eenvoudig om LG en SOM cijfermatig uit elkaar te halen. Wij hebben gerekend met de lokale verhouding binnen de doelgroep VV06 naar LG en SOM.

Pag: 21

Figuur 15: Ontwikkeling groep mensen met een lichamelijke beperking naar intra- en extramurale woonvorm

Momenteel hebben zo’n 20 personen met een lichamelijke beperking een indicatie voor persoonlijke verzorging (blauwe lijn; extramuraal). Zo’n 10 à 15 mensen verzilveren hun intramurale indicatie niet voor een verblijf bij een instelling.

2.8 Mensen met een zintuiglijke beperking In gemeente Wijk bij Duurstede hebben geen (of minder dan 5) mensen met een zintuiglijke beperking een intramurale indicatie. In 2015 hadden minder dan 5 mensen met een zintuiglijke beperking een indicatie voor extramurale zorg (individuele begeleiding). Dat aantal blijft de komende jaren stabiel of neemt licht af.

2.9 Mensen met een psychische aandoening Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor Beschermd Wonen 11. De financiering daarvan verloopt via de centrumgemeenten. Per 1 januari 2020 gaan de financiële middelen verdeeld worden over alle gemeenten.

11

Voormalige GGZ-C-indicaties. Cliënten met een GGZ-B-indicatie vallen de eerste drie jaar onder de Zorgverzekeringswet, cliënten met een langer verblijf onder de Wlz. Uit cijfers van CIZ blijkt dat er geen GGZB-indicaties afgegeven zijn aan inwoners van gemeente Wijk bij Duurstede (1.1.2015).

Pag: 22

Figuur 16: Stroomdynamiek van mensen met een psychische aandoening met een indicatie voor Beschermd Wonen

Iets meer dan 5 mensen met een psychische aandoening hebben een indicatie voor Beschermd Wonen. Op basis van de demografische ontwikkeling blijft deze doelgroep vrij constant in omvang. Centrumgemeente Utrecht en de regiogemeenten zijn bezig met het ontwikkelen van een visie op Beschermd Wonen. Op basis van het landelijk advies van commissie Dannenberg mag verwacht worden dat de omvang van het aantal indicaties voor Beschermd Wonen zal afnemen (verlaging van de instroom en bevorderen van de uitstroom). Anderzijds zien zorgorganisaties door de afbouw van klinische bedden een verzwaring van de doelgroep binnen het Beschermd Wonen, die baat hebben bij een dergelijke woonvorm. In de landelijke bestuurlijk akkoorden GGZ 2013-2014 en 2014-2017 zijn afspraken gemaakt om de beddencapaciteit in de periode tot 2020 fors af te bouwen met een derde ten opzichte van het aantal bedden in 2008 (in Zvw en voormalige AWBZ). Gezien het kleine aantal mensen met een indicatie voor beschermd wonen in gemeente Wijk bij Duurstede gaat het bij een afbouw van de capaciteit met 33% om enkele mensen die een alternatief aanbod moeten krijgen (extramuraal wonen met ambulante begeleiding). In onze raming gaan we ervan uit dat 70% van de uitstromende GGZ-cliënten een corporatiewoning betrekt. Dat komt voor Wijk bij Duurstede neer op circa 1 persoon per jaar.

De overige uitstromers gaan bijvoorbeeld terug naar hun oude woonsituatie.

Pag: 23

Verderop (Figuur 18) blijkt dat de omvang van de groep mensen met extramurale zorg (individuele begeleiding) fors hoger ligt dan de groep die in aanmerking komt voor beschermd wonen (voormalige intramurale indicatie GGZ-C). Deze doelgroep vergt beleidsmatig de nodige aandacht (goede begeleiding, veilige en stabiele woonsituatie). Figuur 17: Ontwikkeling doelgroep van mensen met een psychische aandoening naar zwaartepakket

De indicatie voor Beschermd Wonen vindt niet meer plaats door het CIZ maar door de centrumgemeente. In bovenstaande figuur staat de doorrekening van de voormalige CIZ-indicaties. Dit geeft een beeld van de doelgroep die aanspraak zal maken van Beschermd Wonen. Het gaat daarbij vooral om mensen die voorheen een GGZ03C (intensieve begeleiding) zouden krijgen.

Pag: 24

Figuur 18: Ontwikkeling groep mensen met een psychische aandoening naar intra- en extramurale woonvorm

Ten opzichte van de andere zorgdoelgroepen (somatiek niet meegerekend) is er bij deze zorgdoelgroep een hoog aantal mensen met een indicatie voor extramurale zorg (individuele begeleiding). Het aantal mensen die hun intramurale indicatie niet verzilveren voor een verblijf in een instelling zal bij een verdere afbouw van de beschermde woonvormen nog groter worden dan hier in de figuur aangegeven.

2.10 Jeugdhulp Voor de prognose van de behoefte aan verblijf/woonvormen voor jongeren met Jeugdhulp zijn twee varianten berekend: • Demografie (variant 1): een doorrekening van het huidige aantal jongeren die gebruikmaken van Jeugdhulp afgezet tegen de ontwikkeling van het aantal jongeren. • Beleid (variant 2): een doorrekening gebaseerd op de bewegingen in het koersdocument ‘Meerjarige samenwerking Utrechts bovenregionale zorg voor jeugd’: o Terugdringen residentieel verblijf in de bossen (Jeugdzorgplus, 3milieu en klinische JGGZ). Dat leidt tot een toename van jeugdhulp met verblijf in de wijk (gezinshuizen/pleegzorg). o Terugdringen jeugdhulp met verblijf in de wijk (gezinshuizen/pleegzorg). Dat leidt tot toename van jeugdhulp zonder verblijf in de wijk (ambulante jeugdhulp). Deze bewegingen zijn te realiseren door enerzijds het aantal verwijzingen tegen te gaan (instroom), maar ook door de door- en uitstroom te bevorderen (af te schalen).

Pag: 25

In onderstaande figuren staat de prognose van de vraag naar Jeugdhulp met en zonder verblijf voor de twee varianten. Daaruit is af te leiden dat de behoefte aan Jeugdhulp, zowel zonder als met verblijf, iets af gaat nemen in de komende jaren om na 2030 weer licht toe te nemen in variant 1 (demografie). Bij de beleidsvariant neemt Jeugdhulp met verblijf af; 10 personen minder maken gebruik van Jeugdhulp met verblijf. De belangrijkste ontwikkeling hierbinnen vindt plaats in de verschuiving van residentiële instellingen naar pleegzorg. Zo neemt het aantal jeugdigen in de pleegzorg toe tot 40, het aantal dat in residentiële instellingen wordt opgevangen neemt af door de instroom te beperken en de uitstroom te bevorderen. Figuur 19: Ontwikkeling jeugdhulp zonder verblijf, twee varianten

Pag: 26

Figuur 20: Ontwikkeling jeugdhulp met verblijf, twee varianten

2.11 Samenvatting vraag zorgdoelgroepen In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de vraag van zorgdoelgroepen in de periode 2017-2036 weergegeven: Tabel 4 Ontwikkeling 2017-2036 Intramuraal

Extramuraal

Indicatie

voor

intramuraal,

maar

woont extramuraal Somatische aandoening

+45

+305

+10

Psychogeratrische aandoening (dementie)

+80

+15

+15

Verstandelijke beperking (VG)

+45

+15

+15

Lichamelijke beperking (LG)

+25

+5

+5

Zintuiglijke beperking (ZG)

nihil

nihil

nihil

Psychische aandoening (GGZ)

nihil

+15

nihil

In de komende 20 jaar is er behoefte om het aanbod aan intramuraal verblijf uit te breiden, vooral voor mensen met dementie en in mindere mate voor mensen met een somatische of verstandelijke beperking. Bij deze drie doelgroepen neemt ook het aantal mensen die een Wlz-indicatie (intramuraal verblijf) hebben, maar deze niet verzilveren, toe.

Pag: 27

De behoefte aan extramurale zorg (persoonlijke verzorging of individuele begeleiding) neemt vooral toe bij mensen met een somatische aandoening. Behoefte aan verzorgd wonen en wonen met begeleiding Voor mensen met een somatische aandoening is de behoefte aan verzorgd wonen bepaald op basis van de omvang van de groep mensen die vanwege de extramuralisering niet meer voor een Wlzindicatie voor verblijf in aanmerking komen (VV01 t/m VV03). Deze doelgroep ging voorheen naar een verzorgingshuis. Wij nemen aan dat zij behoefte hebben aan verzorgd wonen. Het is echter niet aannemelijk dat iedereen met een indicatie voor persoonlijke verzorging ook behoefte heeft om te verhuizen naar een verzorgd wonen concept. Deze doelgroep (senioren) is behoorlijk honkvast en gaat pas verhuizen als het echt niet langer kan. Voor de andere zorgdoelgroepen is wel de behoefte aan extramurale zorg (op basis van persoonlijke verzorging of individuele begeleiding) door vertaald naar behoefte aan verzorgd wonen of wonen met begeleiding. In de onderstaande tabel is per doelgroep weergegeven hoe groot de behoefte is en hoe deze zich tussen 2017 en 2036 ontwikkelt. Dit is de opgave voor de komende 20 jaar. Tabel 5 Behoefte aan verzorgd wonen en wonen met begeleiding (extramuraal)

Verzorgd wonen ouderen (lage ZZP’s) Verzorgd wonen voor mensen met psychogeriatrische aandoening (dementie) Wonen met begeleiding voor mensen met een verstandelijke beperking (VG) Wonen met begeleiding voor mensen met een lichamelijke beperking (LG) Wonen met begeleiding voor mensen met een psychische aandoening (GGZ)

2017 40

2020 50

2025 75

2036 115

2017-2036 +75

15

20

20

30

+15

50

55

55

65

+15

20

25

25

25

+5

55

60

65

70

+15

Er is behoefte om het aanbod aan verzorgd wonen voor ouderen uit te breiden met 75 woningen in de komende 20 jaar. Het aantal mensen met een verstandelijke beperking en psychische aandoening die individuele begeleiding krijgen, groeit de komende jaren. Een deel van hen zal behoefte hebben aan een geclusterde begeleid wonen vorm. Dit geldt ook voor de mensen met dementie met persoonlijke verzorging die de komende jaren in aantal ook licht toenemen.

Jeugd 45 jongeren maakten per 31 december 2015 (bron: CBS) gebruik van Jeugdhulp met verblijf. Er zijn twee varianten berekend voor de ontwikkeling van het gebruik van Jeugdhulp met verblijf: op basis van demografie en beleid (terugdringen residentieel verblijf in de bossen en terugdringen verblijf in de wijk). Bij de beleidsvariant zal er sprake zijn van een afbouw van 10 plaatsen Jeugdhulp met verblijf in de komende 20 jaar.

Pag: 28

Aanknopingspunten voor beleid • De komende 20 jaar groeit het aantal ouderen met een somatische of psychogeriatrische •

•

•

• •

aandoening sterk. De groei in de behoefte aan intramurale woonvormen komt vooral van mensen met een psychogeriatrische aandoening (+80) en mensen met een verstandelijke of somatische beperking (beiden +45). Hun beperking maakt het noodzakelijk dat zij in een woonvorm wonen waar 24 uurszorg en toezicht is. Als wij ervan uitgaan dat alle mensen met een somatische aandoening die voorheen naar een verzorgingshuis zouden gaan (ZZP 1 t/m 3) behoefte hebben aan verzorgd wonen, dan is er behoefte om het aanbod aan verzorgd wonen uit te breiden met 75 woningen. Bij mensen met een psychische aandoening is de behoefte aan beschermd wonen en wonen met begeleiding even groot (beide +15). De behoefte aan wonen met begeleiding zal deels in geclusterde vorm zijn. Jaarlijks wil circa 1 persoon vanuit een GGZ-voorziening (Beschermd Wonen) uitstromen naar een corporatiewoning. Het aantal plaatsen voor jeugdigen met jeugdhulp zal als gevolg van regionaal beleid de komende jaren afnemen met 10 plaatsen.

Tabel 4 en Tabel 5 geven de behoefte aan op basis van huidig beleid. Als de extramuralisering forser wordt ingezet zal er een verschuiving plaatsvinden van intramuraal naar extramuraal. In de praktijk wordt het vastgoed ook steeds meer flexibel ingezet, zodat bij mutatie per nieuwe bewoner bekeken wordt welke verhuursituatie wenselijk of mogelijk is. In het volgende hoofdstuk wordt deze vraagontwikkeling geconfronteerd met het aanbod in gemeente Wijk bij Duurstede.

Pag: 29

Hoofdstuk 3

AANBOD EN CONFRONTATIE MET VRAAG 3.1 Aanbod in Wijk bij Duurstede Het aanbod voor zorgdoelgroepen in gemeente Wijk bij Duurstede is als volgt: Tabel 6 Aanbod voor zorgdoelgroepen gemeente Wijk bij Duurstede Doelgroep

Intramuraal

Extramuraal (verzorgd wonen/ wonen met begeleiding)

Somatische aandoening

44

Psychogeriatrische aandoening

48

248

Verstandelijke beperking

31

15

Psychische aandoening

7

3

Totaal

130

266

Voor mensen met een somatische aandoening zijn er 44 intramurale plaatsen in het Ewoud en Elisabeth Gasthuis. Dit Gasthuis biedt ook 48 intramurale plaatsen voor mensen met een psychogeriatrische aandoening. In Poort van Wijk en De Wijkse Hof wordt via de intramurale zorg via VPT geleverd; beiden aan 14 bewoners. Deze 28 woningen in het hogere prijssegment zijn bij ‘verzorgd wonen’ meegenomen. Voor ouderen is er verder aanbod in meerdere aanleuncomplexen of in een groepswonencomplex. Voor mensen met een verstandelijke (of meervoudige) beperkingen zijn er 31 intramurale plaatsen (De Loever van Abrona en Droomhuis 12 van Syndion) en 15 woningen met begeleiding (De Bossewaard van Abrona). Het aanbod voor mensen met een psychische aandoening in Tabel 6 is voor jongeren: een gezinshuis (7) en opvang voor dakloze jongeren (3).

12

Jongvolwassenen met meervoudige beperkingen.

Pag: 30

3.2 Confrontatie vraag en aanbod In de volgende tabellen wordt bovenstaand aanbod vergeleken met de behoefteontwikkeling. Tabel 7 Vraag en aanbod voor mensen een somatische en lichamelijke aandoeningen Intramuraal verblijf

Verzorgd

wonen

(extramuraal) 2017 Behoefte

55 13

60

Voorraad

44

248

Tekort/overschot

-11

+188

Toename behoefte 2017-2022

+20

+25

30 mensen met een somatische aandoening hebben een intramurale indicatie (die zij verzilveren) en 25 mensen hebben een lichamelijke aandoening. Het aanbod bestaat uit 44 plaatsen/woningen. Hierdoor is er een cijfermatig tekort van circa 10 plaatsen intramuraal verblijf, dat door een toenemende vraag zal toenemen naar 30 in de komende vijf jaar. De behoefte aan verzorgd wonen is behoorlijk kleiner dan de voorraad. Deze behoefte is bepaald op basis van de omvang van de groep mensen die vanwege de extramuralisering niet meer voor een Wlzindicatie voor verblijf in aanmerking komen (VV01 t/m VV03). Wij gaan ervan uit dat deze groep behoefte heeft aan een geclusterde woning met diensten en zorg in de nabijheid. Deze groep groeit de komende vijf jaar met circa 25. Een deel van het aanbod in Tabel 7 zal bewoond worden door ouderen zonder een zorgindicatie, die voorsorteren op de toekomst. Tabel 8 Vraag en aanbod voor mensen een psychogeriatrische aandoening Intramuraal verblijf

Verzorgd

wonen

(extramuraal) 2017 Behoefte

75

15

Voorraad

48

-

Tekort/overschot

-27

-15

Toename behoefte 2017-2022

+20

+5

Voor mensen met een psychogeriatrische aandoening is de voorraad intramuraal verblijf lager dan de behoefte op basis van het aantal verzilverde indicaties. De behoefte neemt verder toe. Er is een geringe behoefte -op basis van de indicatie persoonlijke verzorging- om voor mensen met dementie verzorgd wonen aan te bieden.

13

30 somatiek; 25 (afgerond) voor lichamelijke aandoeningen.

Pag: 31

Tabel 9 Vraag en aanbod voor mensen een verstandelijke beperking Intramuraal verblijf

Wonen met begeleiding (extramuraal)

2017 Behoefte

60

50

Voorraad

31

15

Tekort/overschot

-29

-35

Toename behoefte 2017-2022

+20

+5

Het aantal mensen met een verstandelijke beperking met een intramurale indicatie (die zij verzilveren) is groter dan de voorraad. Als gevolg van de groei van de doelgroep zal het tekort verder toenemen van 30 naar 50 plaatsen. Naast intramuraal verblijf is er ook behoefte aan wonen met begeleiding, deels geclusterd, waar mensen met een verstandelijke beperking zelfstandig kunnen wonen. Tabel 10 Vraag en aanbod voor mensen een psychische aandoening Beschermd wonen

Wonen met begeleiding (extramuraal)

2017 Behoefte

5 à 10

55

Voorraad

7

3

Tekort/overschot

-3

Toename behoefte 2017-2022

-

+5

De behoefte aan beschermd wonen bedraagt circa 10 woningen. Het aanbod is specifiek voor jongeren, terwijl de behoefte ook van volwassenen komt. Het tekort zal in de praktijk daardoor groter zijn dan de circa 5 uit bovenstaande tabel. Zo’n 55 mensen krijgen individuele begeleiding. Een deel van hen zal geclusterd willen wonen. Elders is door zorgaanbieders aangeven dat 20% van deze doelgroep behoefte heeft aan een geclusterde woonvorm met begeleiding. Dan zou het in gemeente Wijk bij Duurstede om circa 10 mensen gaan.

3.3 Conclusie confrontatie vraag en aanbod Wijk bij Duurstede Sec een vergelijking per doelgroep tussen vraag en aanbod constateert tekorten en overschotten die er in de praktijk niet zijn. Het vastgoed wordt steeds meer flexibel ingezet voor meerdere doelgroepen, vooral binnen de eigen sector. Zo biedt intramuraal verblijf voor somatiek ook huisvesting aan mensen met een lichamelijke beperking en wellicht ook aan mensen met dementie. Daarnaast wordt steeds vaker flexibel omgegaan met de verhuursituatie (extramuraal of intramuraal), waardoor de strikte scheiding tussen deze beide financieringsvormen minder gaat worden.

Pag: 32

De opgaven voor huisvesting van zorgdoelgroepen zijn: • Uitbreiding van intramurale plaatsen ouderensector of goed alternatief bieden in thuissituatie middels VPT of MPT. Uitgaande van het huidige beleid rondom indicering en extramuralisering is er in de ouderensector een tekort aan intramuraal verblijf als wij de cijfers voor somatiek, dementie en lichamelijke beperking bij elkaar optellen. Per saldo is er een tekort van circa 40 plaatsen, oplopend naar 80 in de komende vijf jaar als gevolg van de vergrijzing. Als de extramuralisering forser ingezet wordt en/of meer mensen kiezen voor een VPT, MPT of pgb zal het tekort aan intramurale plaatsen teruglopen, maar zal het zelfstandig thuis wonen met professionele zorg gefaciliteerd moeten worden. • Verzorgd wonen: gewenste groei en alternatief voor intramuraal verblijf in ouderensector? De behoefte aan verzorgd wonen voor somatiek, dementie en lichamelijke beperking neemt de komende jaren met 30 toe. De vraag kan in de praktijk hoger komen te liggen als de behoefte aan intramuraal verblijf (zorg in natura) omgezet wordt naar een extramurale woonsituatie. • Uitbreiding aanbod voor VG. De berekende behoefte van mensen met een verstandelijke beperking voor intramuraal verblijf ligt hoger dan het aanbod. Ook is er ruimte voor zelfstandig, extramuraal wonen, in een geclusterde woonvorm met begeleiding.

• Aanpassing uitbreiding aanbod voor psychische aandoening? Voor deze doelgroep is uitbreiding gewenst van extramuraal wonen met begeleiding.

3.4 Aanbod regiogemeenten Bij de afweging van nieuwe initiatieven in Wijk bij Duurstede is het van belang om het aanbod in de buurgemeenten mee te nemen. Vooral het aanbod in de gehandicaptensector en GGZ-sector heeft vaak een regionale functie. In Bijlage 5 is het aanbod van de regiogemeenten Bunnik, De Bilt en Utrechtse Heuvelrug opgenomen per aanbieder. Hieronder staat het aanbod verzameld per gemeente en per dominante grondslag waarmee zorgbehoevenden in aanmerking komen voor een plaats in de woonvormen. Tabel 11 Woonvormen per buurgemeente Verzorgd wonen Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Totaal

66 503 429 998

Wonen met begeleiding 39 53 92

Pag: 33

Intramuraal verblijf 113 522 931 1.566

Beschermd wonen

51 51

Tabel 12 Woonvormen per dominante grondslag Verzorgd wonen Jeugd LG/PG/SOM PG PSY SOM SOM/PG SOM/VG VG ZG Totaal

Wonen met begeleiding 5

6

Intramuraal verblijf 7 244 237

Beschermd wonen

51 810 117

17

70 65 998

92

491 135 11 139 302 1.566

51

Daaruit blijkt dat er voornamelijk in de gemeente Utrechtse Heuvelrug een groot aanbod is aan intramuraal verblijf. Dat geldt ook voor het verzorgd wonen. Dit is voornamelijk gericht op ouderen. Verder zijn er 51 plaatsen voor het beschermd wonen in Bilthoven, waar veel zorgaanbod geclusterd is.

Pag: 34

Hoofdstuk 4

VRAAG TOEGANKELIJKE WONINGEN Naast het inzicht in de vraag naar woningen als gevolg van de extramuralisering en het ingezette beleid rondom Jeugdhulp en Beschermd Wonen is het voor het gemeentelijk beleid op het snijvlak van wonen en sociaal domein en voor het vastgoedbeleid van Viveste belangrijk om de vraag naar toegankelijke woningen (ook wel nultreden- of levensloopbestendige woningen genoemd) te weten. Deze vraag is bepaald op basis van de raming van het aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen (los van het feit of men al dan niet een zorgindicatie heeft). Het betreft een vraag puur op basis van de beperking van een huishouden. Hierbij houden we geen rekening met de woonwensen van deze huishoudens. Oftewel, wij hebben geen inzicht in hun verhuiswens naar een toegankelijke woning; mogelijk blijven zij liever wonen in de huidige woning ook al is die volgens beleidsmaatstaven onvoldoende geschikt voor hen. Tabel 13 Aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen (afgerond) gemeente Wijk bij Duurstede 2017

2020

2025

2030

2035

2040

Geen beperking

8.167

8.449

8.717

8.972

9.144

9.288

Lichte beperking, gebruik van stok

1.124

1.197

1.333

1.449

1.541

1.612

Matige beperking, gebruik van rollator

615

674

825

949

1.060

1.147

Zware beperking, gebruik van rolstoel

67

75

93

109

124

136

Totaal 9.974 10.395 Bron: Geriscoop, Primos, WoON 2015 (bewerking Atrivé)

10.968

11.479

11.869

12.183

Tabel 14 Aandeel huishoudens met mobiliteitsbeperkingen gemeente Wijk bij Duurstede 2017

2020

2025

2030

2035

2040

Geen beperking

81,9%

81,3%

79,5%

78,2%

77,0%

76,2%

Lichte beperking, gebruik van stok

11,3%

11,5%

12,2%

12,6%

13,0%

13,2%

Matige beperking, gebruik van rollator

6,2%

6,5%

7,5%

8,3%

8,9%

9,4%

Zware beperking, gebruik van rolstoel

0,7%

0,7%

0,9%

1,0%

1,0%

1,1%

Totaal 100,0% 100,0% Bron: Geriscoop, Primos, WoON 2015 (bewerking Atrivé)

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

18% van de huishoudens (bijna 1.850) heeft een mobiliteitsbeperking. Dat aandeel neemt de komende jaren toe naar ruim 20% in 2025 en 23% in 2035 als gevolg van de vergrijzing. Men heeft

Pag: 35

vooral een lichte beperking, maar het aantal huishoudens met een matige of zware beperking neemt relatief gezien sterker toe dan de huishoudens met een lichte beperking. Tabel 15 Aandeel huishoudens met een mobiliteitsbeperking per kern, 2017-2025-2035 Wijk bij Duurstede (kern) 2017 2025 2035

Cothen

Langbroek

Landelijk gebied

2017

2025

2035

2017

2025

2035

2017

2025

2035

Geen beperking

82,2

79,5

76,6

81,3

79,6

78,0

80,8

79,4

79,0

79,7

77,5

75,9

Lichte beperking, gebruik van stok

11,2

12,1

13,1

11,4

12,2

12,7

11,8

12,2

12,2

12,6

13,2

13,7

Matige beperking, gebruik van rollator

6

7,5

9,2

6,5

7,4

8,3

6,7

7,5

7,9

7,0

8,5

9,4

Zware beperking, gebruik van rolstoel

0,7

0,9

1,1

0,7

0,9

1,0

0,7

0,8

0,9

0,7

0,9

0,9

Totaal

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

Bron: Geriscoop, Primos, WoON 2015 (bewerking Atrivé)

In het landelijk gebied en Cothen zijn relatief gezien net iets meer mensen met een mobiliteitsbeperking dan in de andere twee kernen. In de kern Wijk bij Duurstede ligt het aandeel het laagst. In deze kern zal echter het aandeel in de komende jaren sterker toenemen dan in de andere twee kernen en het landelijk gebied. Vooral het aandeel mensen met een matige beperking zal toenemen (gebruik van rollator). In Bijlage 4 zijn uitgebreide gegevens per kern opgenomen, ook naar huur en koop. Deze ontwikkeling van het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking heeft tot gevolg dat de behoefte aan nultredenwoningen (huur en koop tezamen) in de komende 20 jaar toeneemt met 415 woningen. De behoefte aan het aantal rollator toe- en doorgankelijke woningen neemt met 445 woningen toe. De gewenste toevoeging aan rolstoel toe- en doorgankelijke woningen is met 55 woningen beperkter van omvang. Tabel 16 Behoefte aan toegankelijke woningen (2017-2035)

Mobiliteitsbeperking huishouden

Gewenste woning op basis van beperking

Groei periode 2017-2035

Licht Matig Zwaar

Nultredenwoning 14 Rollator toe- en doorgankelijke woning Rolstoel toe- en doorgankelijke woning

415 445 55

In hoofdstukken 2 en 3 gebruikten wij de term ‘verzorgd wonen’. Deze woningen zullen gezien de mobiliteitsbeperkingen van de doelgroep (mensen met een somatische aandoening of lichamelijke beperking) toegankelijk moeten zijn (en vallen dus onder bovenstaande berekende aantallen).

14

De basisfuncties (woonkamer, keuken, douche, wc en slaapkamer) zijn gelijkvloers. De woning ligt op de begane grond of is per lift bereikbaar. Een nultredenwoning kan een benedenwoning, appartement met lift, bungalow, patiowoning of eengezinswoning zijn met alle primaire ruimtes op de begane grond.

Pag: 36

Aanknopingspunten voor beleid • Er is een groeiende vraag naar toegankelijke woningen als gevolg van de vergrijzing. Daarbij kan de keuze worden gemaakt om volledig tegemoet te komen aan de groei van de vraag van alle huishoudens met een mobiliteitsbeperking of alleen aan die van de huishoudens met een matige en zware beperking. Bij de focus op de laatste twee groepen wordt vooral tegemoet gekomen aan de urgente behoefte. • Naast deze groei is het van belang om rekening te houden met het feit dat een deel van de toegankelijke woningvoorraad niet beschikbaar is voor de beoogde doelgroep, omdat deze woningen bewoond worden door mensen zonder een mobiliteitsbeperking (‘scheefheid’). Zij kunnen uiteraard -onbewust of bewust- alvast voorsorteren op de toekomst. Als echter volledig aan de behoefte aan toegankelijke woningen tegemoet gekomen moet worden, zal vanwege deze ‘scheefheid’ deze voorraad groter moeten zijn dan het aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking. • Anderzijds is het algemeen bekend dat de verhuisgeneigdheid onder senioren (zeer) laag is. Vaak behelpt men zich tot dat het echt niet meer gaat, ook als er een geschiktere woning beschikbaar zou zijn. Het vergt een behoorlijke inspanning om met goede informatie en communicatie senioren bewust te maken van de mogelijkheden om door te stromen naar een geschiktere woning of de woning aan te passen.

• Het aanbod van toegankelijke woningen kan vergroot worden door een viertal maatregelen: • bij nieuwbouw levensloopbestendige woningen realiseren • geschikte woningen gericht toewijzen aan mensen met een mobiliteitsbeperking • doorstroming in de huursector naar een geschikte woning stimuleren (bijvoorbeeld verhuiscoach, regeling huursprong) • bewoners bewust maken van de mogelijkheden om hun woning zelf aan te passen (opplussen/bewustwordingscampagne langer thuis wonen). In veel gemeenten is er een grote potentie in de koopsector om de woning geschikt te maken. • Toevoegen van toegankelijke woningen is een aanzienlijke investering voor de lange termijn, gericht op een doelgroep (urgente behoefte) die deels ook zorg nodig heeft. Het is verstandig om dit in wijken of kernen te doen met ook in de toekomst een compleet voorzieningenpakket. Afstemming en (lange termijn)afspraken met gemeente, Viveste en zorgpartijen zijn noodzakelijk. • De aanpassing van de bestaande voorraad is grotendeels een verantwoordelijkheid van eigenaarbewoners. In hoeverre is het voor hen lucratief om (preventief) te investeren in de levensloopbestendigheid van hun woning? Levert investeren in duurzaamheid niet meer op? Of is een geïntegreerde aanpak mogelijk? We spreken dan over dubbele duurzaamheid.

• Ook voor corporaties zijn beide vormen van verduurzaming (geschikte woningen op een hoger niveau, woningen energiezuiniger) aan de orde en de vraag welke inzet te plegen met begrensde middelen. In hoeverre betreffen beide opgaven dezelfde woningen en dezelfde buurten? In welke mate is synergie mogelijk? Bij beide opgaven speelt ook de vraag in hoeverre de investering van Viveste (deels) kan worden terugverdiend met huurverhoging (zittende huurder) of huurharmonisatie (nieuwe huurder).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11184871/1