CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Strategische Kaders werk en Inkomen 2024-2027 RDWI

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Strategische Kaders Werk- en Inkomen 2024-2027 RDWI3.135 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering, 4 juli 2023

Voorstel aan de Raad

behandeld door: Joadri van Kempen toestelnummer: 0628636937 zaaknummer : 586185 e-mailadres : J.vanKempen@wijkbijduurstede.nl

Onderwerp: Strategische Kaders werk en Inkomen 2024-2027 Regionale Dienst Werk en Inkomen Onderdeel programmabegroting Sociaal domein Portefeuillehouder: Jeroen Brouwer wethouder Concept beslispunten 1. De Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027 zoals opgenomen in Bijlage 1 vast te stellen 2. De financiële afspraken met betrekking tot de re-integratiemiddelen zoals opgenomen in Bijlage 1.1 vast te stellen. 3. In te stemmen met het opnemen van het financiële herverdeeleffect ad € 38.000,- zoals verwerkt in de kadernota 2024 van de gemeente Wijk bij Duurstede. 4. In te stemmen met de uitwerking van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027. 5. Het Algemeen Bestuur van de RDWI te informeren over dit besluit door middel van bijgevoegde concept brief. Samenvatting Iedere vier jaar stellen de gemeenteraden van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist (regio Zuidoost Utrecht) de strategische kaders Werk en Inkomen vast. Deze kaders zijn richtinggevend voor het beleid en de uitvoering door de Regionale Dienst Werk en Inkomen (RDWI). De huidige kaders lopen tot en met 2023. Het is daarom nodig dit jaar nieuwe kaders vast te stellen voor de periode 2024-2027. De nieuwe strategische kaders leiden niet tot een wijziging van de huidige koers.

Wel wordt een belangrijke stap gezet in het verder uitwerken en concretiseren van wat we met de koers willen bereiken, hoe we dat willen bereiken en wat de inwoner van ons mag verwachten. Belangrijke aspecten zijn het versterken van de samenhang met het brede sociale domein, werk voor iedereen door regionale krachtenbundeling en ondersteuning in de nabijheid van de inwoner.

Daarnaast hebben de betrokken gemeenten nieuwe afspraken gemaakt over de inzet en inbreng van de participatiemiddelen die aan de RDWI beschikbaar worden gesteld. De belangrijkste ambities zijn: a) inwoners een zinvolle (on)betaalde daginvulling hebben die aansluit bij hun mogelijkheden en waarbinnen zij zich verder kunnen ontwikkelen; b) inwoners over voldoende middelen beschikken om de minimale lasten te kunnen betalen; c) ondersteuning zoveel mogelijk in de nabijheid van de inwoner wordt georganiseerd; d) door de effectiviteit en efficiëntie van de ondersteuning te monitoren en te experimenteren met nieuwe manieren van werken, we steeds beter in staat zijn om te doen wat voor de inwoners nodig is. Voortraject en achtergronden De gemeenten in de regio Zuidoost Utrecht (regio ZOU) hebben de taken en bevoegdheden op het terrein van Werk en Inkomen (Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet inburgering 2021) overgedragen aan de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI). In 2023 moeten de nieuwe strategische kaders Werk en Inkomen voor de periode 2024-2027 worden vastgesteld. In december 2022 informeerde wij u over het proces dat moet leiden tot nieuwe strategische kaders voor Werk en Inkomen en een daaraan gekoppelde financieringswijze én stuurden wij u de bestuurlijke opdracht1 toe.

Op 29 maart 2023 hebben wij u tijdens een regionale raadsinformatieavond geïnformeerd over de hoofdlijnen van de strategische kaders, die in goede samenwerking met onze belangrijkste partners (Biga Groep BV en de RDWI) tot stand zijn gekomen. De voorgestelde strategische kaders (zie bijlage 1) bevatten tevens het voorstel met betrekking tot nieuwe afspraken over de inzet en verdeling van de re-integratiemiddelen die aan de RDWI ter beschikking worden gesteld (zie Bijlage 1.1). De financiële afspraken sluiten aan bij de inhoud van de strategische kaders. De Bestuurstafel ZOU heeft op 21 april 2023 ingestemd met de stukken. Ter informatie zijn de zienswijzen van de RDWI (incl. de Regionale Cliëntenraad KRH), de Biga Groep BV en de Adviesraden Sociaal Domein en de reactie van de bestuurstafel ZOU regio op zienswijze DB RDWI als bijlagen bijgevoegd. Beoogd effect/doel De strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 geven richting aan het beleid en de uitvoering Werk en Inkomen door de RDWI en aan het te voeren beleid binnen het bredere sociaal domein. Ze sluiten aan op de beweging van de Maatschappelijke Agenda. De nieuwe financiële afspraken over de participatiemiddelen worden vastgesteld en per 2024 stapsgewijs geïmplementeerd.

Tot slot willen we met de strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 de randvoorwaarden scheppen die nodig zijn om de Innovatieagenda werk en inkomen 2024-2027 op te stellen en inhoudelijk verder vorm te geven. Argumenten per beslispunt 1.1. De huidige strategische kaders Werk en Inkomen lopen tot en met 2023. Eens in de vier jaar stellen de gemeenteraden strategische kaders vast die richting gevend zijn voor het brede beleid binnen het sociaal domein en de uitvoering daarbinnen door de RDWI. In 2023 1

https://wijkbijduurstede.notubiz.nl/document/12302829/1#search=%22bestuurlijke%20opdracht%20strategische %20kaders%22

moeten de nieuwe strategische kaders Werk en Inkomen voor de periode 2024-2027 worden vastgesteld. 1.2. Er is breed draagvlak voor de strategische kaders. De kaders zijn in afstemming met de Biga Groep BV, de RDWI, de Regionale Cliëntenraad KRH en de Adviesraden Sociaal Domein van de ZOU-gemeenten tot stand gekomen. Hierdoor kunnen de strategische kaders rekenen op draagvlak binnen de betrokken uitvoerende instanties. 1.3. Sluiten aan bij wens om door te gaan met huidige koers. Op basis van een korte evaluatie, een inventarisatie van de nieuwe ontwikkelingen en de gesprekken die met de betrokken partijen gevoerd zijn, zijn we als gezamenlijke gemeenten tot de conclusie gekomen dat we de ingezette koers vast kunnen houden. Daar waar nodig is de koers aangescherpt en is aangegeven op welke onderdelen we de komende jaren verbeteringen aan willen brengen. Daarnaast passen deze kaders in het leidraad zoals deze omschreven is in de MAG. Doordat er meer ruimte voor lokale inkleuring ontstaat, kunnen we de beweging naar de voorkant (en daarmee minder individueel aanbod en meer collectiviteit) vormgeven. We kunnen ervoor kiezen om bepaalde onderdelen niet meer bij de RDWI te beleggen, maar bij (lokale) partners. We blijven ons inzetten voor een inclusieve samenleving en arbeidsmarkt. Werk en voldoende inkomen zijn belangrijke voorwaarden om mee te kunnen (blijven) doen.

Vanuit vertrouwen in onze inwoners en de professionals proberen we – samen met de lokale (vrijwilligers)organisaties – vroegtijdig in contact te komen met inwoners en financiële stress te voorkomen. Doen wat nodig is, geen verkeerd loket en een traploos ondersteuningsaanbod (ondersteuningsbehoefte en mogelijkheden van de inwoner staan centraal) zijn belangrijke ambities voor de komende jaren. Ook willen we meer ruimte voor lokale inkleuring en werk voor iedereen. Daarnaast gaan we de bovenregionale kansen en middelen optimaal benutten. 2.1. De nieuwe financiële afspraken leiden tot meer inzicht in en sturing door gemeenten en RDWI. De nieuwe financiële afspraken hebben slechts betrekking op de inbreng en inzet van de reintegratiemiddelen (het Participatiebudget). De nieuwe afspraken sluiten inhoudelijk aan bij de strategische kaders en voldoen aan de vooraf gestelde criteria. Als uitgangspunt voor de nieuwe wijze van financiering geldt dat niet langer de rijksbudgetten leidend zijn, maar de (gezamenlijke) gemeentelijke ambities en de te behalen inhoudelijke doelen. De relatie tussen de inbreng en inzet van middelen wordt duidelijker. Hierbij past een nieuwe toekomstbestendige verdeelsleutel om de lasten evenwichtiger onder de deelnemers te verdelen.

Doordat de ambities van de gezamenlijke gemeenten en de afzonderlijke gemeente uitgangspunt worden, leiden de nieuwe financiële afspraken tot meer gemeentelijke keuzevrijheid en sturingsmogelijkheden (zie fig. 1) met betrekking tot: a) de omvang en invulling van de basisdienstverlening door de RDWI; b) de omvang en invulling van het lokale maatwerk en de aanvullende dienstverlening; c) de organisaties die in dit kader ingezet worden. In figuur 1 is de huidige (links) en toekomstige (rechts) situatie geschetst. Figuur 1. financiële sturingsmogelijkheden:

Zie voor verdere informatie en toelichting Bijlage 1.1. 2.2 de relatie tussen inbreng van middelen en inzet door RDWI is groter. Bij de nieuwe financiële afspraken komt er een betere relatie tussen de inbreng vanuit de gemeenten en de inzet van middelen. De kosten van instrumenten voor inwoners worden per gemeente afgerekend. Over aanvullende diensten worden per gemeente afspraken gemaakt en afgerekend. De kosten voor de instandhouding van de gezamenlijke (basis) dienstverlening op het gebied van re-integratie worden afgerekend volgens een systematiek die beter aansluit bij de inzet door de RDWI. 3.1. De mogelijkheden om te sturen op de middelen zullen pas in de loop van 2024 aanwezig zijn. Het uitwerken en implementeren van de strategische kaders en meer specifiek de implementatie van de sturing op de financiële middelen is een meerjarig proces. Gemeenten en RDWI trekken hierin gezamenlijk op. De wijze waarop de gemeenten de vervolgacties de komende jaren handen en voeten gaan geven wordt beschreven in de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027. Het streven is de Innovatieagenda 1 januari 2024 vast te laten stellen door de colleges van burgemeester en wethouders. Het financiële model is nog niet per direct geïmplementeerd en dus is uitgegaan van de huidige kosten zoals opgenomen in de RDWI Begroting 2024.

De onderlinge verdeling van de kosten wordt wel al toegepast wat leidt tot een negatief financiële herverdeeleffect ad € 38.000 voor Wijk bij Duurstede. 4.1 Vanwege de tijdelijke intensieve inzet en het benodigde draagvlak is gekozen voor een externe projectleider voor het opstellen van een meerjarige projectplanning en de uitwerking van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027. Het uitwerken en implementeren van de strategische kaders is een meerjarig proces. De wijze waarop de gemeenten de vervolgacties de komende jaren handen en voeten gaan geven wordt beschreven in de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027. Voor het opstellen van het meerjarige programmaplan is wegens intern capaciteitsgebrek gekozen voor een externe projectleider (via de gastgemeente Utrechtse Heuvelrug). De uitvoering van de innovatieagenda vindt plaats onder regie van de Bestuurstafel-ZOU. Hiermee wordt de verbinding van Werk en Inkomen met het brede gemeentelijke sociale domein geborgd. Kanttekeningen per beslispunt 1.1. Invulling Strategisch Meerjarig Plan door RDWI dient in lijn te zijn met de Strategische Kaders en de gemeentelijke Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 De strategische kaders en met name de innovatieagenda leiden er toe dat gemeenten ambtelijk

(vanuit de ZOU-samenwerking) een actievere beleidsmatige en inhoudelijke rol gaan spelen. Vandaar dat het belangrijk is dat we de gezamenlijkheid met de RDWI en Biga vast weten te houden. Onder andere door een goede afstemming bij de totstandkoming en uitvoering van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 en het Strategisch meerjarig plan 2024-2027. Voorwaarde is dat we als gemeente regie houden op het proces van het gezamenlijk optrekken van alle betrokken partijen en het afstemmen van onderlinge acties. Dit proces vraagt continue aandacht. 1.2. Voldoende ambtelijke capaciteit De nieuwe strategische kaders leiden tot meer gemeentelijke verantwoordelijkheden. Punt van aandacht is dat – binnen de huidige capaciteit en rekening houdend met de krapte op de arbeidsmarkt – tijdig voldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar dient te zijn om alle ambities waar te kunnen maken. 3.1 De kans dat het negatieve herverdelingseffect op het participatiebudget tot en met 2027 oploopt is niet uit te sluiten. De hoogte van het uiteindelijke negatieve herverdelingseffect per gemeente is nog niet duidelijk, omdat door de RDWI inzichtelijk moet worden gemaakt waaruit de totale basisdienstverleningskosten voor participatie bestaan en welke keuzes de gezamenlijke gemeenten daarin kunnen maken.

Met andere woorden: We moeten als gezamenlijke gemeenten samen met de RDWI bepalen wat in de toekomst tot de basisdienstverlening behoort. Pas dan kan het structurele herverdelingseffect reëel in beeld worden gebracht. Zie verder de Bijlage 1.1. Vervolgprocedure Strategische kaders De strategische kaders zijn richtinggevend voor het beleid en de uitvoering door de RDWI. In de tweede helft 2023 zullen de RDWI en de gemeenten via respectievelijk het Meerjarig Strategisch Plan 2024-2027 en de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 afspraken maken over de wijze waarop zij uitvoering geven aan de strategische kaders. Financiële afspraken De hier benoemde financiële afspraken gaan – na vaststelling door de gemeenteraden - gelden vanaf 2024. De komende periode zullen de voorbereidingen worden getroffen. Daarbij vragen we in ieder geval de RDWI zo snel mogelijk, doch uiterlijk voor het opstellen van de RDWI-begroting 2025, met een reëel en onderbouwd overzicht te komen van de totale re-integratiekosten voor de basisdienstverlening. Daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen de directe (personeelskosten) en de indirecte (onder andere overhead, huisvesting en automatisering) kosten. Communicatieparagraaf Door middel van een brief informeren we de RDWI en de Biga groep BV over het raadsbesluit.

Ook de Adviesraad Sociaal Domein wordt op de hoogte gesteld van het raadsbesluit via een brief. Financiën Effecten nieuwe financiële afspraken re-integratiemiddelen RDWI. Het is op dit moment niet mogelijk om, zonder dat de eerder genoemde keuzes gemaakt zijn en de registratie door de RDWI is aangepast, de gevolgen van de nieuwe financiële afspraken meerjarig getrouw in beeld te brengen. Er zijn meerdere factoren die beïnvloed kunnen worden, zoals de omvang en inzet van instrumenten door de gemeenten. Duidelijk is dat de nieuwe afspraken leiden tot een herverdeling van kosten (zie tabel 1). De herverdeeleffecten worden getemperd via een

ingroeimodel gebaseerd op een oplopende rekenfactor 0,25 per jaar met een looptijd van vier jaar. In 2027 zal het uiteindelijke financiële effect voor alle gemeenten optreden. Dan zal het toekomstig procentuele aandeel per gemeente zoals opgenomen in onderstaande tabel 1. van toepassing zijn. Tegelijk betekenen de nieuwe afspraken dat in toenemende mate daadwerkelijk gemaakte kosten toegerekend worden aan de betreffende gemeente. Doordat er op dit moment zeer beperkt zicht is op de re-integratiekosten per gemeente, is het niet in te schatten of deze nieuwe afspraken leiden tot een groter negatief effect. De nieuwe financiële afspraken bieden de gemeenten kansen om keuzes te maken voor wat betreft de omvang en inzet van het participatiebudget. Naast de inhoudelijke keuzemogelijkheden gaan we meer sturen op de efficiëntie en effectiviteit. Dat betekent dat het totale participatiebudget dat nu bij de RDWI belegd is mogelijk lager kan worden. De mogelijkheden zullen, in het kader van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027, in nauwe samenwerking met de RDWI onderzocht worden. We komen hier bij de behandeling van de begroting 2025 op terug.

Dit gaat het kosten: lokaal herverdelingseffect Voor 2024 (bron: kadernota 2024 RDWI) bedraagt de gemeentelijke inbreng van middelen met betrekking tot re-integratie, conform de nieuwe afspraken en het ingroeimodel, de bedragen zoals in de onderstaand tabel. Bij de bepaling van de hoogte van de bijdrage 2024 is al rekening gehouden met de dempende werking vanuit het ingroeimodel (factor 0,25). Tabel 1. financiële afspraken 2024 inwoners

huidige afspraken

nieuwe afspraken Toekomsti g aandeel bijdrage 2024 in 2027 4,60% 103.000 19,80% 626.000 23,10% 631.000 9,80% 245.000

aandeel

aandeel

bijdrage

Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede

8% 22% 25% 12%

2,20% 16,30% 15,40% 5,70%

81.000 595.000 561.000 207.000

Zeist

33%

60,30%

2.198.000

42,60%

2.037.000

Totaal

100%

100%

3.642.000

100%

3.642.000

Lokaal Herverdelingseffect In 2024 verwachten we ten opzichte van de kadernota RDWI 2024 een negatief herverdeel effect voor Wijk bij Duurstede van € 38.000. Voor het jaar 2024 is dit verwerkt via onze Kadernota 20242027. Mede afhankelijk van de (lokale) keuzes en sturing op re-integratie activiteiten wordt het negatieve effect voor de vervolgjaren, wat maximaal op kan lopen tot € 151.000,- in 2027, nog niet verwerkt voor de jaren 2025 en verder omdat we willen gaan sturen en dit negatieve effect dus geen gegeven is voor ons. De omvang van de basisdienstverlening gaan we in gezamenlijkheid met de vijf gemeenten bepalen via de Innovatie-agenda. Het maximale negatieve effect is gebaseerd op een gelijkblijvende omvang. Door dit kader en de uitwerking hiervan in de Innovatie-agenda willen we hierop kunnen gaan sturen. Risico is dat de gewenste sturing niet (tijdig) te realiseren is waardoor er (te) weinig of geen invloed uit te oefenen is op de omvang van de basisdienstverlening. Het uiteindelijke effect wordt de komende jaren duidelijk. Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 De Innovatieagenda (zie strategische kaders bijlage 1, blz. 30 en hierboven onder 4.1.) dient verder uitgewerkt te worden tot een programmaplan, met daaraan gekoppeld een heldere

projectplanning, prioritering, fasering en een overzicht van de benodigde middelen. Dit doen we onder de vlag van de ZOU-structuur via de domeintafel Werk en Inkomen omdat we een stevige invulling van de opdrachtgeversrol richting de projectleider willen hebben. De kosten worden voor 2023 begroot op € 50.000 euro en worden naar rato op basis van inwonersaantal over de ZOUgemeenten verdeeld. Voor Wijk bij Duurstede betreft het een incidenteel bedrag van € 6.000 voor 2023 waarvoor dekking is binnen de begroting Tabel 2. gemeentelijke bijdrage innovatieagenda Aandeel inwoners De Bilt

22%

Bunnik

8%

Utrechtse Heuvelrug

25%

Wijk bij Duurstede

12%

Zeist

33%

Totaal

2023 € 11.000 € 4.000 € 12.500 € 6.000 € 16.500 € 50.000

Implementatiekosten RDWI De implementatie van de nieuwe financiële afspraken vraagt incidenteel en structureel extra inzet van de RDWI. De omvang hiervan wordt pas duidelijk bij de verdere uitwerking en is afhankelijk van nog te maken keuzes over invulling en wijze van uitvoering. De financiering van extra inzet loopt via de apparaatskosten van de RDWI. In lijn met onze zienswijzen op de jaarrekening RDWI 2022 en de Begroting RDWI 2024 is ons standpunt dat dit binnen de huidige financiële kaders van de RDWI opgelost moet worden. Bijlagen Bijlage 1. Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027; Bijlage 1.1. Toelichting Financieel Model; Bijlage 2. Zienswijze Strategische kaders Dagelijks Bestuur RDWI; Bijlage 3. Advies Regionale Cliëntenraad KRH m.b.t. de strategische kaders aan DB RDWI; Bijlage 4. Reactie Bestuurstafel ZOU-regio op zienswijze DB RDWI; Bijlage 5. Zienswijze Biga Groep BV; Bijlage 6. Reactie Bestuurstafel ZOU-regio op zienswijze Biga Groep BV; Bijlage 7. Advies Adviesraad Sociaal Domein; Bijlage 8. Reactie college B&W op advies Adviesraad Sociaal Domein; Bijlage 9. Informerende brief aan AB RDWI over besluitvorming gemeente Burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede,

Judith de Jonge Gemeentesecretaris

Iris Meerts Burgemeester

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 juni 2023, nr. 586185

gelet op artikel 4 lid 5 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen,

besluit: 1. De Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027 zoals opgenomen in Bijlage 1 vast te stellen 2. De financiële afspraken met betrekking tot de re-integratiemiddelen zoals opgenomen in Bijlage 1.1 vast te stellen. 3. In te stemmen met het opnemen van het financiële herverdeeleffect ad € 38.000,- zoals verwerkt in de kadernota 2024 van de gemeente Wijk bij Duurstede. 4. In te stemmen met de uitwerking van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027. 5. Het Algemeen Bestuur van de RDWI te informeren over dit besluit door middel van bijgevoegde concept brief.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 juli 2023

De raad voornoemd,

griffier, J.P. de Groot

voorzitter, I.P. Meerts

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12899766/2