Raadsvoorstel - Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie
Tekst van het document
Raadsvergadering 2 juli,
Voorstel aan de Raad
zaaknummer : 756277
Onderwerp: Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie Onderdeel programmabegroting Duurzaamheid Portefeuillehouder: Hans Buijtelaar, wethouder Concept beslispunten 1. De ambitie voor energieneutraliteit in te vullen via het in dit voorstel beschreven transitiepad energieneutraliteit: in 2030 door aanleg van windturbines aangevuld met extra zonnevelden waarbij voor de langere termijn (2050) wordt ingezet op realisatie van een kleine kerncentrale; 2. Op basis van beslispunt 1 een belangrijke stap naar energieneutraliteit te zetten door het eerder neergelegde bod RES 1.0 aan te vullen door grootschalige windenergie mogelijk te maken in het als kansrijk aangewezen gebied langs het Amsterdam-Rijnkanaal; 3. De onder beslispunt 2 genoemde stap te doen in samenwerking met Provincie Utrecht en daarbij het bevoegd gezag voor de opwek van grootschalige windenergie bij de provincie te laten en te kiezen voor ‘scenario 2 bevoegd gezag’; 4. De provincie Utrecht vóór 11 juli 2024 te informeren over het raadsbesluit; 5. Het college de opdracht te geven om de haalbaarheid van het transitiepad energieneutraliteit op de korte termijn (2030) en de langere termijn (2050) zoals genoemd in beslispunt 1 nader te onderzoeken en de raad hierover nader te informeren.
Samenvatting Het college van Wijk bij Duurstede stelt de raad voor om de gemeentelijke ambitie voor energieneutraliteit in te vullen via een transitiepad. Als betekenisvolle stap richting energieneutraliteit stelt het college de raad voor om grootschalige windenergie mogelijk te maken in het als kansrijk aangewezen gebied langst het Amsterdam-Rijnkanaal. Het college stelt voor aan de raad om dit te doen in samenwerking met de Provincie Utrecht en om het bevoegd gezag bij de provincie te laten. Verder stelt het college de raad voor om de haalbaarheid van een kleine kerncentrale te laten onderzoeken, zodat deze op langere termijn het belangrijkste deel van de energievoorziening kan verzorgen.
Beoogd effect/doel 1
Bijdragen aan het behalen van de ambitie energieneutraliteit in 2030, zoals opgenomen in de raadsagenda 2022-2026, zonder hierbij onverantwoorde financiële of juridische risico’s te lopen, en leveringszekerheid van energie te waarborgen voor de langere termijn (2050). Voortraject en achtergronden Dit voorstel kent verschillende aanleidingen, die hieronder worden toegelicht. A - Van Parijs naar de RES In het Klimaatakkoord van Parijs (2016) is afgesproken om de broeikasgassen in de EU in 2030 met 55% te beperken (t.o.v. 1990) en in 2050 met 100% om hiermee de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2°C (met een duidelijk zicht op 1,5°C). In 2019 is in het Nederlands klimaatakkoord afgesproken dat in Nederland de broeikasgassen in 2030 beperkt moeten zijn met 49% (t.o.v. 1990). Dit is met de Klimaatwet aangescherpt tot 55% reductie in broeikasgassen in 2030 en 100% in 2050. In het Klimaatplan 2021-2030 (uit 2019) is vastgelegd dat in 2030, 27% van de energie hernieuwbaar moet zijn. Daarbij is bepaald dat 49 TWh opgewekt dient te worden via windenergie op zee, 10 TWh via kleinschalige opwek uit bijvoorbeeld particuliere zonnepanelen en 35TWh via opwek van wind- en zonne-energie op land. Dertig RES (Regionale Energie Strategie) regio’s dienen dit doel uit Klimaatplan te realiseren (35 TWh wind + zon op land).
Als gemeente Wijk bij Duurstede maken wij onderdeel uit van de RES-regio U16. In dit verband is in de RES 1.0 van 31 mei 2021 afgesproken om in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. De gemeenteraad van Wijk bij Duurstede heeft besloten om daaraan bij te dragen met 60 ha. zon op land en met zoveel mogelijk zon op dak. B - Raadsagenda en de ambitie van energieneutraliteit In de Raadsagenda 2022-2026 (van 31 mei 2022) heeft het merendeel van de raad de koers en ambities met elkaar vastgelegd. Voor duurzaamheid is in de bijbehorende paragraaf de volgende ambitie opgenomen: “De opgave van het Rijk is dat gemeenten in 2050 klimaatneutraal zijn. De ambitie van de gemeente Wijk bij Duurstede is om in 2030 energieneutraal te zijn en het liefst eerder dan 2050 klimaatneutraal.” De ambities op duurzaamheid zijn daarbij door 6 fracties onderschreven. Daarmee kan gesteld worden dat de ambitie voor energieneutraliteit in 2030 breed wordt gedragen in de raad. De andere twee fracties (BurgerBelangen en Oprecht) hebben op 13 december 2022 wel mede ingestemd met een motie waarin de tekst aangeeft dat de ambitie is om in 2030 energieneutraal te zijn. C - Bijsturen op de voortgang van de RES Met het overeenkomen van de RES 1.0 zijn er ook ijkpunten afgesproken om ‘gezamenlijk sturing te kunnen geven aan de energietransitie’ en om te zien ‘of we op koers liggen’.
De afspraak in de RES 1.0 is om deze iedere twee jaar te actualiseren. De deelnemende gemeenten dienen de gemaakte afspraken uit de RES in 2022 om te zetten in ruimtelijk beleid voor zover dat nodig is om de bijdrage aan de duurzame opwek in 2030 te kunnen realiseren. In 2025 dienen de ruimtelijke procedures voor zonnevelden en windmolens te zijn afgerond. In de Tussenbalans Regionale Energie Strategieën – vastgesteld door de Provinciale Staten van Utrecht (d.d. 5 juli 2022) is bepaald dat de huidige voortgang in de uitvoering van de drie Utrechtse RES’en onvoldoende is en dat het noodzakelijk is om: • De provinciale aanvullende inzet te richten op de realisatie van bestaande zoekgebieden in de RES’en 1.0 én het in beeld brengen van nieuwe windlocaties. Daarbij te streven naar de realisatie van tenminste 1 TWh grootschalige windenergie op land in de provincie Utrecht in 2030; • Gedeputeerde Staten (GS) op te dragen om gemeenten aan te moedigen en te ondersteunen om voor 1 december 2022 bestaande windplannen te concretiseren en tot aanvullende windlocaties te komen en hen, waar nodig, te helpen bij het starten van ruimtelijke procedures voor alle in de RES’en opgenomen zoeklocaties. 2
D - PlanMER en kansrijke gebieden Voor het in beeld brengen van nieuwe windlocaties (Statenbesluit van 5 juli 2022) heeft de provincie Utrecht in het najaar van 2023 door middel van een planMER windenergie onderzocht wat de milieueffecten zijn in 99 onderzoeksgebieden in de provincie. Ook voerde de provincie een inwonersraadpleging en een burgerforum over windenergie uit. In deze raadpleging heeft zij inwoners gevraagd waar de provincie rekening mee moet houden bij keuzes over windmolens. Op basis van de milieutechnische uitkomsten van de planMER en de waarden die inwoners uitspraken bij de inwonerraadpleging en het burgerforum, heeft de provincie op 9 januari 2024 in totaal 27 gebieden als ‘kansrijk’ voor windenergie aangewezen. Ook in Wijk bij Duurstede heeft de provincie een gebied als kansrijk voor de opwek van windenergie aangewezen. Dit betreft een gebied langs het Amsterdam Rijnkanaal (zie Figuur 1). De raad is hier op 9 januari jl. per memo over geïnformeerd. In bijlage 2 van dit voorstel staat de brief die hierover op 9 januari is verstuurd door de provincie.
Figuur 1. Kansrijk gebied voor opwek windenergie in Wijk bij Duurstede
E – Oproep tot raadsbesluit Op 9 januari jl. informeerden GS de Utrechtse gemeenten en Provinciale Staten over de kansrijke gebieden. In hun brief is duidelijk gemaakt dat gemeenten wordt gevraagd om in de komende 6 maanden besluiten te nemen over hoe zij invulling geven aan het gemeenschappelijk RES-bod. Hierbij wordt geadviseerd om de informatie uit het planMER met de meest kansrijke gebieden te gebruiken. Na deze periode van 6 maanden (uiterlijk 11 juli a.s.) maakt de Provincie Utrecht een tussenbalans op basis van alle genomen raadsbesluiten om te zien of de RES U-16 op koers ligt voor het opwekken van 1,8 TWh duurzame elektriciteit in 2030. Wanneer uit deze tussenbalans blijkt dat de aanvullende gemeentelijke raadsbesluiten niet voldoende zijn om het RES U16 bod van 1,8 TWh te halen, zal het instrument projectbesluit worden ingezet voor één of meer van de meest kansrijke gebieden. Voor eind 2024 kan dit leiden tot ontwerp-projectbesluiten voor kansrijke gebieden windenergie, waarna in 2025 de definitieve projectbesluiten door de provincie worden genomen. 3
F - Bevoegd gezag Bij een te nemen raadsbesluit gaat het om een aanvulling op het eerdere RES 1.0 bod voor invulling van duurzame opwek. Met betrekking tot windenergie is de provincie wettelijk gezien bevoegd gezag om plannen vast te stellen voor windparken van meer dan 5 MW. De provincie kan daardoor zelf gebiedsprocessen starten om windenergie mogelijk te maken binnen één of meer van de meest kansrijke gebieden. In hun brief van 9 januari jl. wordt aangegeven dat de provincie liever ziet dat gemeenten zelf met plannen komt en deze uitwerkt. Wanneer een gemeente zelf besluit om te zorgen voor de realisatie van windenergie in het kansrijke gebied, kan de provincie het bevoegd gezag overdragen aan de gemeente. In het kort zien wij grofweg vier mogelijke scenario’s: • • • •
Scenario 1: Gemeente neemt bevoegd gezag op zich en maakt windenergie mogelijk; Scenario 2: Gemeente wil windturbines in het gebied mogelijk maken, maar laat bevoegd gezag bij de provincie; Scenario 3: Provincie houdt bevoegd gezag, gemeente geeft kaders voor windenergie mee; Scenario 4: Provincie houdt bevoegd gezag, gemeente maakt bezwaar tegen projectbesluit.
Op 12 maart, 16 april en 14 mei jl. zijn themasessies georganiseerd voor de gemeenteraad om de voor- en nadelen van deze scenario’s te bespreken en een richting te bepalen. Tijdens deze besprekingen zijn ook de resultaten van de gemeentelijke inwonersraadpleging (PWE, 2024) voor dit onderdeel gepresenteerd en besproken. G – Transitiepad: het energielandschap in 2030 en 2050 bij energieneutraal Vanuit de Klimaatwet is de opgave voor energieneutraliteit in 2050 bepaald. De eigen Raadsagenda 2022-2026 is ook helder in de doelstelling: in 2030 energieneutraal. Bij de themasessie van 14 mei jl. is ingegaan op de vraag wat het energieneutraal zijn van ons vraagt als gemeente. Om die vraag te kunnen beantwoorden is het nodig om het huidige energiegebruik in beeld te hebben, een prognose te maken van het verbruik in 2030 (en 2050) en om in kaart te brengen op welke wijze het mogelijk is om dit energieverbruik duurzaam op te wekken (welke bronnen zijn er nu en op termijn beschikbaar). In de tabellen hieronder in dit voorstel zijn bovengenoemde vragen en prognoses van getallen voorzien. Deze cijfers zijn deels gestoeld op aannames en vormen daarmee geen exacte uitkomsten, maar geven wel een onderbouwd beeld over de haalbaarheid van de ambitie van energieneutraliteit.
Voor het genoemde biogas wordt uitgegaan van de beoogde productie van de co-vergister die momenteel in Cothen wordt gebouwd. Het is niet duidelijk of deze per 2050 nog steeds functioneel zal zijn. Er is een maatschappelijke en politiek discussie gaande rondom de productie en verwerking van dierlijke mest (stikstof en natuur) en biomassa (wel of niet gebruiken). Beiden zijn nodig om in een co-vergister efficiënt biogas te kunnen produceren.
4
Potentie
2030
2050
2050
(per jaar)
Incl. biogas
Incl. biogas
Excl. biogas
Benodigd
283
243
243
Opwek
186
230
211
Restant op te wekken
97
13
32
(in GWh)
Bronnen
Benodigd aantal
• Zonnevelden (per ha.)
1,2
81 ha.
11 ha.
27 ha.
• Grote windturbines
14,5
7 st.
1 st.
2-3 st.
• Erfmolens, zoals EAZ
0,03
3.200 st.
430 st.
1.070 st.
• Kleine kerncentrale-SMR
176
Niet beschikbaar
1 st.
1 st.
4
24 st.
3-4 st.
8 st.
• Waterkracht
Tabel 1. Benodigde opwek in 2030 en 2025 en mogelijke energiebronnen
Uit bovenstaande tabel wordt duidelijk dat energieneutraliteit in 2030 niet mogelijk is zonder windturbines. Voor het realiseren van een kleine kerncentrale (ook wel SMR: Small Modular Reactor) is de periode tot 2030 te kort. Een dergelijke energiebron is mogelijk (onder voorwaarden) wel later in te zetten. Verder lijkt het niet realistisch om naast de reeds aanwezige 60 ha. zonnevelden, dit areaal nog eens uit te breiden met in totaal 81 ha. extra aan zon op land. Hiervoor zou ruimteclaim ten koste gaan van andere ‘ruimtevragers’ zoals woningbouw, landbouw, natuur, etc. Een kleinere, partiële toevoeging van zon op land zou wel een optie kunnen zijn. In het voor windenergie als kansrijk aangewezen gebied langs het Amsterdam Rijnkanaal is plek voor maximaal 5 windturbines. Om de resterende benodigde opwek in 2030 te halen, is dan aanvullend 21 ha. aan zonnevelden nodig zoals is te zien in onderstaande tabel. De realisatie van extra zonnevelden zal verder moeten worden uitgezocht. Uitgaande van een levensduur van ca. 20 jaar van deze energiebronnen (wind en zon) en de realisatietijd van een kleine kerncentrale, kunnen de in 2030 gekozen energiebronnen in 2050 worden vervangen door een kerncentrale. In dat geval worden de windturbines en aangelegde extra zonnevelden verwijderd. Aantal (in GWh)
Potentie
2030
2050
2050
Per st./ha.
Incl. biogas
Incl. biogas
Excl. biogas
97
13
32
Restant op te wekken Nieuwe opwek: • Grote windturbines
• Zonnevelden • Kleine kerncentrale-SMR
5 st.
14,5
72,5
-
-
21 ha.
1,2
25,2
-
-
1 st.
176
-
176
176
+0,7
+163
+144
Saldo energieneutraal Tabel 2. Mogelijk energielandschap in 2030 en 2050 bij energieneutraliteit
5
Figuur 2. Transitiepad energieneutraal van 2030 naar 2050
Aangezien de gemeente het bevoegd gezag is voor de meeste nucleaire installaties, bijvoorbeeld bij kleine modulaire reactoren (het Rijk is dat bij projecten van nationaal belang, zoals bij grote kerncentrales), zal deze in het kader van het omgevingsplan als eerste de geschiktheid van de beoogde locatie voor een kerncentrale moeten beoordelen op basis van verwachte milieueffecten. Voor een daadwerkelijk realisatie van een kleine kerncentrale dient zich wel een initiatiefnemer aan te melden. Ook zal het moeten uitwijzen of een dergelijke centrale financieel en technisch haalbaar is. Mocht dit niet het geval zijn, kunnen nieuwe alternatieven worden onderzocht, of kan blijvend een beroep op wind- en zonne-energie worden gedaan. Argumenten per beslispunt 1.1. Leveringszekerheid van energie kan worden gewaarborgd met lokaal opgewekte energie Door invulling te geven aan de ambitie van energieneutraliteit wordt de levering van duurzaam opgewekte energie op de langere termijn gewaarborgd. Voor energie en leveringszekerheid is Nederland nu te afhankelijk van onbetrouwbare landen en de winning van het Groningse gas is inmiddels stopgezet.
Door in te zetten op energieonafhankelijkheid en eigen duurzame energieproductie, zijn we in staat om de toenemende elektrificatie van de eigen huishoudens, het bedrijfsleven en de rest van de samenleving te kunnen invullen zonder onze manier van leven drastisch te versoberen. De mix van energiebronnen zorgt voor een betere spreiding van opwek. Zonnepanelen leveren de meeste elektriciteit overdag als de zon volop schijnt onder invloed van een hogedrukgebied. Windturbines produceren vaak de meeste elektriciteit bij meer bewolkt weer onder invloed van een lagedrukgebied. Een combinatie van zon en wind is daarom heel erg geschikt. Ze vullen elkaar goed aan: de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk wordt beter benut (wat zorgt voor minder netcongestie), er is minder ruimte nodig voor kabels en er is een stabielere levering van elektriciteit. Het kan daarom als verstandig worden gezien om niet enkel in te zetten op één bron van duurzame elektriciteit (bijvoorbeeld zon), maar om meerdere bronnen in te zetten. Toch zijn er periodes waarin zowel de zon niet schijnt en het ook niet of te weinig waait. Binnen de energiesector wordt dan gesproken over de zogenoemde ‘dunkelflaute’: een periode waarin weinig tot geen energie kan worden opgewekt door wind of zon wegens gelijktijdig optredende duisternis en windstilte.
Dit gebeurt met name in de winter als de vraag naar elektriciteit en warmte hoog is. In dat geval is het noodzakelijk om een alternatief achter de hand te hebben. Dat kunnen kolen- of gascentrales zijn maar deze kennen een CO2-uitstoot bij de energieproductie. Een (kleine) kerncentrale kent dit euvel niet en helpt in de totale mix van energiebronnen in de leveringszekerheid. Echter, een kleine kerncentrale verkeert nog in de experimentfase en de realisatie ervan zal dus niet kunnen worden behaald voor 2030. Ook is nog onzeker of een kleine kerncentrale een acceptabele business-case op kan leveren. Om voor 2030 te zorgen voor leveringszekerheid biedt een kleine kerncentrale dus geen uitkomst, maar mogelijk op langere termijn wel.
6
1.2. Windenergie draagt bij aan de ambitie uit de Raadsagenda 2022-2026 om in 2030 energieneutraal te zijn In de Raadsagenda 2022-2026 is in de paragraaf Duurzaamheid de volgende ambitie opgenomen: “De opgave van het Rijk is dat gemeenten in 2050 klimaatneutraal zijn. De ambitie van de gemeente Wijk bij Duurstede is om in 2030 energieneutraal te zijn en het liefst eerder dan 2050 klimaatneutraal.” Het mogelijk maken van windenergie in de gemeente, draagt bij aan het realiseren van deze ambitie. 2.1. Windturbines langs het Amsterdam Rijnkanaal passen binnen provinciaal afwegingskader Vanuit het onderzoek van de provincie Utrecht is het gebied langs het Amsterdam Rijnkanaal als kansrijk benoemd. In de afwegingen om gebieden aan te wijzen, is gekeken naar de mogelijke hinder voor de mens, hinder voor de natuur en de optie tot clustering van windenergie zodat de landschappelijke impact wordt beperkt. Het beoogde windpark Goyerbrug in Houten ligt aan de zuidzijde van het Amsterdam Rijnkanaal. Hiervan is de vergunning op 20 december 2022 afgegeven. De zaak is aanhangig gemaakt en ligt nu bij de Raad van State. In haar plannen gaat de provincie er vanuit dat dit windpark doorgaat. Door grootschalige windenergie langs het Amsterdam Rijnkanaal mogelijk te maken, wordt voldaan aan de afwegingscriteria van de provincie. 3.1.
Actieve samenwerking met Provincie Utrecht zorgt voor meer betrokkenheid en invloed over het proces dan alleen afwachten op projectbesluit Er kan meer invloed worden uitgeoefend wanneer de gemeente actief samenwerkt met provincie Utrecht, dan wanneer de gemeente wacht op een projectbesluit over windenergie in het gebied. Indien de gemeente kiest om het bevoegd gezag bij de provincie te laten, komen de kosten voor het participatieproces, onderzoeken en de vergunningsprocedure bij de provincie te liggen. Als de gemeente hierom vraagt kan de gemeente wel betrokkenheid hebben in alle onderdelen: participatieproces, onderzoeken en procedure. Op welke manier dit wordt vormgegeven zal onderling tussen gemeente en provincie afgesproken worden. Dit kan gaan van alleen maar consulteren tot aan samen een regiegroep vormen om de hele procedure te coördineren. 3.2. Bevoegd gezag bij de provincie laten beperkt financiële onzekerheden voor de gemeente In de Elektriciteitswet is bepaald dat provincies bevoegd gezag zijn voor windparken van 5MW – 100MW. Aangezien moderne windturbines vaak op zichzelf al meer dan 5MW vermogen hebben, is de provincie bevoegd gezag voor mogelijke initiatieven in het als kansrijk aangewezen gebied. Het is toegestaan dat provincies bevoegd gezag overdragen aan gemeenten.
De Provincie Utrecht heeft duidelijk gemaakt het bevoegd gezag alleen over te willen dragen wanneer gemeenten windenergie in het als kansrijk aangegeven gebied actief mogelijk maken. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het vergunningstraject bij een initiatief voor windenergie. Het doorlopen van dit traject brengt kosten met zich mee. Op hoofdlijnen moet gedacht worden aan kosten voor het opstellen van milieunormen en regels voor lokaal eigendom, communicatie en participatie, inhoudelijke behandeling en advisering, beantwoorden zienswijzen en juridische kosten. Een deel hiervan wordt uitgevoerd door de ambtelijke capaciteit van het bevoegd gezag, maar er is ook externe inhoudelijke en juridische ondersteuning nodig. Om deze kosten te dekken, heft het bevoegd gezag leges. In de huidige legesverordening van Wijk bij Duurstede staat dat er voor een bouwactiviteit maximaal €177.348,- aan leges heft voor het bouwtechnische deel. Voor het ruimtelijke deel van de bouwactiviteit ontvangt de gemeente nog extra leges, te weten €12.755,- , wanneer de activiteit in de categorie “complex” valt. De leges worden vermeerderd met de kosten voor externe adviezen die aan de gemeente in rekening worden gebracht. Voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag, stelt de gemeente een begroting op van de te maken kosten en wordt deze gedeeld met de aanvrager. 7
Aangezien het vergunnen van een initiatief voor windenergie een complex proces is, kan het zijn dat onvoorziene ontwikkelingen optreden, waar vooraf geen rekening mee is gehouden in afspraken over leges. Dit brengt financiële onzekerheden met zich mee. Hierbij kan gedacht worden aan extra juridische kosten, of een langer proces dan initieel werd verwacht waarbij aanvullende ambtelijke capaciteit en extern advies nodig is. Deze onzekerheden kunnen worden gemitigeerd door bevoegd gezag bij de Provincie Utrecht te laten. 3.3. De keuze voor bevoegd gezag vraagt om extra personele inzet van de gemeente op specifiek terrein waar in Wijk bij Duurstede geen ambtelijke expertise op aanwezig is. Provincie Utrecht heeft meer ambtelijke capaciteit en ervaring op het gebied van vergunningverlening voor windenergie. 3.4. Bevoegd gezag voeren als gemeente is niet nodig om lokaal eigendom te borgen Provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie 50% lokaal eigendom als uitgangspunt bij de planvorming van windenergieprojecten opgenomen1. 4.1. De provincie Utrecht stelt 11 juli een tussenbalans op van de genomen raadsbesluiten over de kansrijke gebieden voor windenergie Het is van belang de provincie tijdig te informeren over het genomen raadsbesluit in Wijk bij Duurstede.
Wanneer de provincie niet tijdig informatie ontvangt voor de tussenbalans van komende zomer, kan de provincie overgaan tot een projectbesluit zonder dat de gemeente actief een rol hierin kan spelen. 5.1. Windturbines zijn tijdelijk (levensduur 15 tot 20 jaar), waarna weer nieuwe keuzes gemaakt moeten of kunnen worden. Na de looptijd van windturbines kunnen nieuwe keuzes voor duurzame opwek gemaakt worden. Door het college nu de opdracht te geven om te onderzoeken of een kleine kerncentrale haalbaar is, kan er voor de langere termijn invulling gegeven worden aan een andere invulling van duurzame energiebronnen. Mogelijke realisatie van SMR’s lijkt pas na 2040 in Nederland mogelijk2. Kanttekeningen per beslispunt 1.1. Er is geen eenduidigheid over de preferente vorm van duurzame opwek In de digitale inwonersraadpleging die begin 2024 is uitgevoerd komt naar voren dat deelnemers sterk verdeeld zijn over de wijze waarop Wijk bij Duurstede duurzame opwek vorm moet geven3. Er zijn 4 globale groepen te onderscheiden op basis van de resultaten van de raadpleging. Uit de raadpleging blijkt dat er een groep is die sterk de voorkeur heeft om dit te doen door middel van grote windmolens. Deelnemers uit deze groep maken zich relatief veel zorgen om klimaatverandering en vinden dat de gemeente het doel om energieneutraal te zijn moet halen.
Een andere groep zet gematigd in op kleine windmolens, extra zonnevelden en kernenergie. Deze groep kiest meerdere opties behalve grote windmolens. Wat betreft het doel van de gemeente geeft deze groep vaak aan dat we moeten doen wat gemakkelijk kan. Een derde groep zet zo veel mogelijk in op kernenergie. Het doel van energieneutraliteit telt bij deze groep minder vaak. De laatste groep uit de raadpleging zet zo veel mogelijk in op extra zonnevelden en veel op windenergie. Deelnemers uit deze groep maken zich het meeste zorgen om klimaatverandering en vinden dat de gemeente meer of sneller schone energie moet opwekken dan de huidige doelstelling. Afgezien van de keuze voor energiebesparing, beter te isoleren en meer zon op dak, is er geen doorslaggevende 1
https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020OWVISIE-VA01 https://www.overkernenergie.nl/kleine-modulaire-reactoren-smrs 3 https://www.wijkbijduurstede.nl/projecten/samen-in-gesprek-over-wijkse-energieopwek 2
8
meerderheid voor een bepaalde duurzame energiebron. 1.2. De bijdrage van Wijk bij Duurstede aan de RES 1.0 (van 0.061 TWh) is al ingevuld Voor de RES 1.0 van de U16 Regio heeft Wijk bij Duurstede afgesproken een bijdrage te doen van 0.061 TWh, in de vorm van 60 ha. zonnevelden (0,057 TWh) en grootschalig zon op dak (0,004 TWh). Deze bijdrage is al zo goed als ingevuld; de zonnevelden en grote zonnedaken zijn ofwel gerealiseerd ofwel vergund. Bij het invullen van de RES-opgave loopt Wijk bij Duurstede binnen U16 verband voorop en is te zien dat andere gemeenten meer moeite hebben met het tijdig invullen van de overeengekomen taakstelling. De aanvullende oproep van de provincie en de aanwijzing van het kansrijke gebied langs het Amsterdam Rijnkanaal kan ervaren worden als ongelijke verdeling binnen de RES-afspraken. De taakstelling voor de opwek van 1,8 TWh aan elektriciteit via zon en wind, zoals vastgelegd in de RES 1.0, wordt door de provincie echter beschouwd als een gezamenlijke opgave van de regio die voortkomt uit de opgelegde taakstelling vanuit het Klimaatplan. Daarnaast is de huidig ingevulde bijdrage aan de RES 1.0 niet voldoende om de eigen ambitie van de gemeente wat betreft energieneutraliteit te behalen. 2.1.
Er moet nog een project-MER worden opgesteld De kansrijke gebieden die de provincie Utrecht heeft aangewezen, zijn bepaald op basis van een plan Milieu Effect Rapport (Plan-MER). Voor een beoordeling van een concreet initiatief of plan is een Milieu Effect Rapport nodig op projectniveau, zodat de specifieke milieueffecten kunnen worden onderzocht. De planMER heeft betrekking op de beoordeling van plannen op een abstracter niveau en in een eerder stadium dan een projectMER. Een projectMER brengt de milieueffecten van een beoogd project in beeld en is concreter dan een planMER. Uit een project MER kunnen nog andere of aanvullende milieuaspecten komen die in de plan-MER niet zijn opgenomen. 2.2. Uitgesproken tegenstand op windenergie In de raadpleging zijn de deelnemers bevraagd naar de rol die de gemeente zou moeten innemen ten aanzien van het kansrijke gebied voor windenergie. Bij de verdeling van punten, gaf meer dan 20% van de deelnemers alle punten aan de optie ‘De gemeente dringt bij de provincie aan op geen windmolens in Wijk bij Duurstede’. Nog eens 20% gaf relatief veel punten aan deze optie.
In de samenleving komt deze weerstand tot uitdrukking bij inwoners, al dan niet verzameld in een belangengroepering, zoals de Stichting Belangen Wijkersloot en Omstreken die de uitkomsten van de raadpleging verwerpen en bij inspreekrondes duidelijk kenbaar maken tegen windturbines te zijn. Het is te verwachten dat een besluit voor windturbines stevig zal worden aangevochten. 2.3. Aantasting landschappelijk uitzicht en overig ervaren overlast De keuze voor grootschalige opwek door middel van windturbines langs het Amsterdam Rijnkanaal kan worden ervaren als aantasting van het vrije landschappelijke uitzicht. Het RIVM geeft aan dat mensen hinder kunnen ondervinden van windenergie. “Mensen die dichtbij windturbines wonen, hebben vooral last van het geluid dat windturbines met zich meebrengen. Sommige mensen ervaren hinder (zoals irritatie, boosheid en onbehagen) als zij het gevoel hebben dat hun omgevings- of levenskwaliteit verslechtert door de plaatsing van windturbines”.4 Het RIVM geeft verder aan: “naast de blootstelling aan geluid spelen persoonlijke factoren en de feitelijke situatie een rol bij de mate waarin mensen hinder door windturbines ervaren. Zo blijkt dat mensen bij gelijke geluidsniveaus meer hinder ondervinden als zij vanuit huis een windturbine kunnen zien.
Ook economische aspecten beïnvloeden hinder door windturbines: mensen die economisch belang hebben bij een windturbine rapporteren minder hinder. Andere factoren waarmee bij de interpretatie van hinderscores rekening moet worden gehouden, is de mate waarin mensen gevoelig zijn voor geluid, de afbreuk van privacy en sociale acceptatie”. 4
https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/200000001.pdf 9
Ook kunnen windturbines leiden tot planschade bij omwonenden. Planschade kan worden verhaald op het bevoegd gezag, die het vervolgens kan verhalen op de initiatiefnemer. 2.4. Er is momenteel sprake van netcongestie Als gevolg van de aanwezige netcongestie is invoeding op het stroomnetwerk van opgewekte energie problematisch geworden. Tennet en Stedin zullen op de verschillende onderdelen in het netwerk (hoog-, midden- en laagspanning) versterkingen aanbrengen zodat de robuustheid toeneemt en de verdergaande elektrificatie als gevolg van de verduurzaming mogelijk gemaakt wordt. Substantiële aanpassingen om de netcongestie daadwerkelijk op te lossen worden echter niet voor 2029 verwacht. De verwachte doorlooptijd van plannen voor duurzame opwek via windenergie, inclusief een mogelijke rechtsgang tot aan de Raad van State, zullen rond of net na deze netwerkversterkingen vallen. Hierdoor wordt de huidige netcongestie niet beschouwd als een (blijvend) probleem voor opwek van windenergie. Daarnaast heeft deze vorm niet de sterke opwekpiek die zonne-energie wel heeft en draagt daardoor bij aan een betere balans op het stroomnet. 3.1. Bevoegd gezag bij de provincie betekent minder invloed vanuit de gemeente Als gemeente hebben we bij eigen bevoegd gezag de meeste eigen invloed, regie op het proces. Als het bevoegd gezag bij de provincie wordt neergelegd, kan dit minder worden.
Door hier vooraf onderling goede afspraken over te maken, zal de provincie niet onwelwillend zijn om invloed vanuit de gemeente toe te laten (mits niet in strijd met provinciale belangen / uitgangspunten). 3.2. Provincie kan helpen risico’s te dragen wanneer gemeente bevoegd gezag neemt Zoals genoemd brengt het nemen van bevoegd gezag risico’s met zich mee. Daarom wordt geadviseerd het bevoegd gezag bij de provincie te laten. Wel is het belangrijk te benoemen dat, als de gemeente toch besluit bevoegd gezag te nemen, de provincie bereid is te helpen bij het dekken van kosten die niet gedekt kunnen worden vanuit leges of een anterieure overeenkomst. Of dit daarmee alle risico’s voor de gemeente wegneemt is onzeker. 5.1. Haalbaarheid kleine kerncentrale is onzeker De kosten van de bouw van een kleine kerncentrale zijn onzeker en de bouw heeft een doorlooptijd van naar verwachting minimaal 7 jaar, mits deze is gebaseerd op bestaande technieken en het een ontwerp betreft dat al ergens ter wereld eens is gebouwd. Op basis hiervan lijkt een eventuele realisatie van SMR’s tegen 2040 in Nederland mogelijk5. Tot voor kort nam de overheid geen duidelijk standpunt in over kernenergie wat maakte dat er geen (commerciële) investeerders waren om in te stappen. Het demissionaire kabinet heeft aangegeven dat kernenergie een oplossingsrichting is in de mix van energiebronnen.
In het pas opgestelde hoofdlijnenakkoord is dit herbevestigd: “De kerncentrale in Borssele blijft open; de bouw van twee kerncentrales wordt doorgezet. Daarnaast komen er twee extra kerncentrales, waarbij ook de mogelijkheden voor meerdere kleine centrales worden betrokken.” Verder wordt in dit akkoord geschreven dat de overheid “met publiek-private samenwerking en kennisontwikkeling” bijdraagt aan de bouw van kerncentrales. Hiermee wordt een duidelijk signaal afgegeven aan investeerders. 5.2. Wel duurzaam, niet hernieuwbaar Bij de productie van kernenergie komt geen CO2 vrij. Het is daarom een duurzame energiebron, maar het is niet hernieuwbaar (zoals wind- en zonne-energie dat wel zijn). De voorraad uranium, de grondstof van kernenergie, is namelijk eindig. Met de huidige voorraad en ons gebruik zou het volgens Milieucentraal over 130 jaar op zijn. 5
https://www.overkernenergie.nl/kleine-modulaire-reactoren-smrs 10
5.3. Aanleg extra zonnevelden leidt tot ruimtebeslag De aanleg van extra zonnevelden leidt tot een ruimtebeslag dat ten koste gaat van andere ‘ruimtevragers’ zoals woningbouw, landbouw, natuur, etc. Een haalbaarheidsonderzoek moet uitwijzen of en zo ja op welke wijze die ruimteclaim goed inpasbaar is. Kosten, baten, dekking Dit voorstel zelf heeft geen financiële consequenties en kan binnen de bestaande ambtelijke capaciteit worden uitgevoerd. Risico’s voor de gemeente Lokaal eigendom wordt onvoldoende gerealiseerd Mitigerende maatregel: lokaal eigendom is opgenomen in beleid provincie Utrecht. Gemeente kan ondersteunen bij de realisatie van lokaal eigendom door lokale initiatieven in stelling te brengen. Uit project-MER blijkt dat er significante milieueffecten zijn van een initiatief Mitigerende maatregel: bij significante milieueffecten moet de initiatiefnemer aantonen deze te kunnen mitigeren. Bijvoorbeeld door te kiezen voor een andere locatie binnen het kansrijke gebied. Of door te kiezen voor een ander type windturbines. Dit kan voorafgaand aan de vergunningaanvraag worden afgesproken. Vervolgprocedure/communicatie/participatie Communicatieplan wordt separaat uitgewerkt en met de portefeuillehouder afgestemd. De provincie Utrecht neemt het raadsbesluit mee in de op te stellen tussenbalans. Onderstaande planning wordt gehanteerd.
2e Tussenbalans – analyse van raadsbesluiten gemeenten 2e Tussenbalans – vaststelling o.b.v. alle 26 raadsbesluiten Participatieproces (indien projectbesluiten nodig zijn) Startgesprek tussenbalans Ontwerp-projectbesluiten voor kansrijke gebieden Projectbesluiten
11 juli
Verkenning
Begin sept.
Vaststelling door GS
Najaar
-
Medio okt. Vanaf eind 2024
brief ter bespreking met PS Statenbrief ter info
2025
Statenbrief ter info
Middels een persbericht worden de inwoners van de gemeente geïnformeerd over het raadsbesluit. Bijlagen Bijlage 1 - Verloop besluitvormingsproces duurzame opwek Bijlage 2 - Brief gemeenten meest kansrijke gebieden windenergie
Burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede,
Nico van den Bergh Gemeentesecretaris
Iris Meerts Burgemeester 11
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 juni, nr. 756277
gelet op de klimaatwet en het raadsakkoord
besluit: 1. De ambitie voor energieneutraliteit in te vullen via het in dit voorstel beschreven transitiepad energieneutraliteit: in 2030 door aanleg van windturbines aangevuld met extra zonnevelden waarbij voor de langere termijn (2050) wordt ingezet op realisatie van een kleine kerncentrale; 2. Op basis van beslispunt 1 een belangrijke stap naar energieneutraliteit te zetten door het eerder neergelegde bod RES 1.0 aan te vullen door grootschalige windenergie mogelijk te maken in het als kansrijk aangewezen gebied langs het Amsterdam-Rijnkanaal; 3. De onder beslispunt 2 genoemde stap te doen in samenwerking met Provincie Utrecht en daarbij het bevoegd gezag voor de opwek van grootschalige windenergie bij de provincie te laten en te kiezen voor ‘scenario 2 bevoegd gezag’; 4. De provincie Utrecht vóór 11 juli 2024 te informeren over het raadsbesluit; 5. Het college de opdracht te geven om de haalbaarheid van het transitiepad energieneutraliteit op de korte termijn (2030) en de langere termijn (2050) zoals genoemd in beslispunt 1 nader te onderzoeken en de raad hierover nader te informeren.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De raad voornoemd,
griffier, J.P. de Groot
voorzitter, I.P. Meerts
12