CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel en -besluit Algemene Plaatselijke Verordening Wijk bij Duurstede januari 2023

Raadsvergadering 13 december 2022, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening Wijk bij Duurstede januari 202325.949 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Raadsvergadering, 13 december 2022

Voorstel aan de Raad

behandeld door: Loes Broos toestelnummer: 06-34273749 zaaknummer : 463259 e-mailadres : L.Broos@wijkbijduurstede.nl

Onderwerp: Algemene Plaatselijke Verordening januari 2023 Onderdeel programmabegroting Integrale veiligheid Portefeuillehouder: Iris Meerts, burgemeester Concept beslispunten Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening Wijk bij Duurstede januari 2023 overeenkomstig bijgevoegd ontwerp-besluit. Samenvatting Voorgesteld wordt een nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening vast te stellen. Aanpassingen van de modelverordening van de VNG en wensen vanuit de organisatie zijn hierin verwerkt. Beoogd effect/doel Het vaststellen van een nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening Wijk bij Duurstede januari 2023. Voortraject en achtergronden De Algemene Plaatselijke Verordening wordt geregeld geactualiseerd. Dat is voor het laatst in december 2021 gebeurd. Met de vaststelling van de voorgestelde verordening heeft de gemeente weer een actuele Algemene Plaatselijke Verordening. De aanpassingen van de modelverordening van de VNG en de wensen vanuit de organisatie zelf zijn hierin verwerkt.

1

Argumenten Toelichting op de wijzigingen In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Algemeen Wijzigingen die alleen tekstueel en technisch zijn worden hieronder niet apart genoemd en toegelicht. Deze wijzigingen spreken voor zich. Zo is de artikelen 2:60, eerste lid, 4:13, eerste lid, en 5:12, eerste lid, ‘opheffing van overlast’ vervangen door ‘beëindiging van overlast’. Bij veel artikelen in de verordening staat het woordje vervallen. Deze artikelen zijn in de modelverordening vervallen of het artikel is niet gebruikt in onze verordening. Als er in de modelverordening een in onze gemeente niet gebruikt artikel staat heeft het artikel een naam en staat achter die naam het woordje vervallen. Als er alleen het woord artikel met een nummer staat is dit artikel ook in de modelverordening vervallen. Artikel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven de weg Het derde lid van dit artikel is gewijzigd om duidelijk te maken dat er ook voor spandoeken nadere regels vastgesteld kunnen worden. Bestaande tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven de weg

Nieuwe tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven de weg

1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 4,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan ter uitvoering van het eerste lid en in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclame-, verkiezings- of aankondigingsborden of andere voorwerpen. Voor reclame-, verkiezings- of aankondigingsborden kunnen deze regels gaan over:

1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 4,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan ter uitvoering van het eerste lid en in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclame-, verkiezings- of aankondigingsborden, spandoeken of andere voorwerpen. Voor reclame-, verkiezings- of aankondigingsborden en spandoeken kunnen deze regels gaan over:

2

4. 5.

6.

7.

8.

a. de locaties waar deze borden mogen worden geplaatst, het aantal en de periode; b. de activiteiten waarvoor deze borden mogen worden geplaatst; c. omvang, materiaal en vormgeving van deze borden; d. het doen van een melding van de plaatsing. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod is niet van toepassing op: a evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening provincie Utrecht 2010. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4. 5.

6.

7.

8.

a. de locaties waar deze borden en spandoeken mogen worden geplaatst, het aantal en de periode; b. de activiteiten waarvoor deze borden en spandoeken mogen worden geplaatst; c. omvang, materiaal en vormgeving van deze borden en spandoeken; d. het doen van een melding van de plaatsing. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod is niet van toepassing op: a evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

3

Artikelen 2:26 Ordeverstoring en 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties In artikel 2:26 is het tweede en derde lid is geschrapt en artikel 2:50a is geheel geschrapt, omdat de Hoge Raad het colorverbod in de Algemene Plaatselijke verordening onverbindend heeft verklaard. Deze wijziging is overeenkomstig het advies van de VNG. Het colorverbod is een verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties, zoals het logo van een verboden motorclub. Bestaande tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring

Nieuwe tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring

1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties

Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Er is geen nieuwe tekst.

1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting en artikel 2:29 Sluitingstijd In deze artikelen zijn er een aantal wijzigingen: • De exploitatievergunning is persoonsgebonden. Op grond van het nieuwe onderdeel b van het tweede lid in artikel 2:28 moet de aanvrager een verklaring omtrent het gedrag over de leidinggevende overleggen. De modelverordening noemt dit als mogelijkheid in de toelichting. • In het derde lid van artikel 2:28 zijn twee weigeringsgronden toegevoegd. • In beide artikelen is de verwijzing naar de ‘Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede 2013’ vervangen door de ‘geldende gemeentelijke verordening over paracommerciële rechtspersonen’. Zo klopt de verwijzing ook als de verordening wijzigt. • Het vijfde lid van artikel 2:28 is nu overeenkomstig de tekst van de modelverordening.

Op grond van het zesde lid is er altijd een exploitatievergunning nodig voor het terras. Op die manier kunnen er voorschriften aan het terras gesteld kunnen.

4

•

In het derde lid van artikel 2:29 zijn er wijzigen voor terrassen. Het terrasseizoen is in het horecabeleid afgeschaft. Nu ook in deze verordening. Op verzoek van de horecabranche mogen terrassen bij openbare inrichtingen waar ontbijt wordt aangeboden vanaf 08.00 uur open in plaats van 10:00 uur. Zo kunnen mensen ook op het terras ontbijten. Bestaande tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting

Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting

1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of b. de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. b. de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens over de leidinggevende heeft overlegd die niet ouder is dan drie maanden voorafgaand aan de aanvraag. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of b. de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. de vergunning van de openbare inrichting in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag is geweigerd of ingetrokken; d. de exploitant of leidinggevende in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag exploitant of leidinggevende is geweest van een openbare inrichting: • die voor tenminste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten of • waarvan de exploitatievergunning is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende dit niet toe te rekenen is.

5

Bestaande tekst 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; d. bedrijfskantine of – restaurant; e. bed and breakfast; f. conferentie- of vergaderaccommodatie; g. paracommerciële inrichting zoals bedoeld in de “Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede 2013”. 5. De burgemeester kan op verzoek of ambtshalve vrijstelling verlenen van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a van dit artikel. 7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Nieuwe tekst 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; d. bedrijfskantine of – restaurant; e. bed and breakfast; f. conferentie- of vergaderaccommodatie; g. paracommerciële rechtspersonen zoals bedoeld in de geldende gemeentelijke verordening over paracommerciële rechtspersonen. 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling geldt niet voor het terras van de openbare inrichting. 7. De vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a van dit artikel. 8.

Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

6

Artikel 2:29 Sluitingstijd

Artikel 2:29 Sluitingstijd

1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 uur en 05:00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 01:30 uur en 05:00 uur (sluitingstijd). 2. In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester een nachtvergunning verlenen aan de leidinggevende, zoals bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, waarbij wordt toegestaan om op zaterdagen, zondagen en collectieve dagen publiek in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 01.30 uur en 04.00 uur, na 01:30 mogen geen nieuwe bezoekers worden toegelaten. 3. In afwijking van het eerste lid zijn terrassen gesloten a. van november tot en met februari; b. op maandag tot en met vrijdag tussen 00:00 uur en 10:00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 01:00 uur en 10:00 uur (sluitingstijd); c. gelden voor terrassen in de Peperstraat dezelfde sluitingstijden als voor een winkel zoals bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; d. gelden voor paracommerciële inrichtingen en de daarvan deel uitmakende terrassen de sluitingstijden zoals bepaald in de “Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede 2013”, met inachtneming van het bepaalde in onder a. 4. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 6.

Voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet en voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 uur en 05:00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 01:30 uur en 05:00 uur (sluitingstijd). 2. In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester een nachtvergunning verlenen aan de leidinggevende, zoals bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, waarbij wordt toegestaan om op zaterdagen, zondagen en collectieve dagen publiek in de openbare inrichting te laten verblijven tussen 01.30 uur en 04.00 uur, na 01:30 mogen geen nieuwe bezoekers worden toegelaten. 3. In afwijking van het eerste lid zijn terrassen gesloten: a. bij openbare inrichtingen waar geen ontbijt wordt aangeboden op maandag tot en met vrijdag tussen 00:00 uur en 10:00 uur en op zaterdag en zondag tussen 01:00 uur en 10:00 uur; b. bij openbare inrichtingen waar ontbijt wordt aangeboden op maandag tot en met vrijdag tussen 00:00 uur en 08:00 uur en op zaterdag en zondag tussen 01:00 uur en 08:00 uur; c. gelden voor terrassen in de Peperstraat dezelfde sluitingstijden als voor een winkel zoals bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; d. gelden voor paracommerciële rechtspersonen en de daarvan deel uitmakende terrassen de sluitingstijden zoals bepaald in de geldende gemeentelijke verordening over paracommerciële rechtspersonen. 4.

Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 6. Voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet en voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 7

Bestaande tekst 8 Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Nieuwe tekst 8 Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik Op 1 januari 2023 wordt er een landelijk lachgasverbod van kracht. Vanaf die datum staat lachgas op lijst II van de Opiumwet. Dit artikel is vanaf die datum in strijd met de Opiumwet en kan vervallen. De nieuwe verordening treedt in werking op 1 januari 2023 om te voorkomen dat er tijdelijk geen verbod is. Lachgas wordt nog wel geregeld door afdeling 10 van de verordening over drugsoverlast. Bestaande tekst Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik

Nieuwe tekst Er is geen nieuwe tekst.

1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:65 Bedelarij Artikel 2:65 is gewijzigd, omdat dit artikel ook in de modelverordening is gewijzigd. Op grond van artikel 2:65 van de Model-APV is het verboden te bedelen op openbare plaatsen in een door het college aangewezen gebied. Daar is nu het motief ‘voorkoming of beëindiging van overlast’ aan toegevoegd.

Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin het hof oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve nemen wij daarom het motief ‘voorkomen of beëindiging van overlast’ op in artikel 2:65. De bepaling is ook tekstueel aangepast.

8

Bestaande tekst Artikel 2:65 Bedelarij

Nieuwe tekst Artikel 2:65 Bedelarij

Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.

Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen hoofdstuk 3 De VNG heeft 2015 een nieuw hoofdstuk 3 uitgebracht. De inhoud daarvan past bij de huidige wetgeving maar ook bij een wetsvoorstel, het wetsvoorstel Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche. Destijds is er voor gekozen te wachten op de inwerkingtreding van de nieuwe wet en dit hoofdstuk nog niet over te nemen. Deze wet is nog steeds niet in werking getreden. Nu willen alsnog dit hoofdstuk van de modelverordening overnemen, omdat de huidige tekst niet meer voldoet. Door de nieuwe tekst over te nemen zijn er meer regels en kloppen alle naar andere wetten weer. Het nieuwe hoofdstuk maakt niet meer mogelijk voor de in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen. In de modelverordening staan facultatieve bepalingen. De meeste facultatieve bepalingen uit dit hoofdstuk zijn overgenomen, De reden hiervoor is dat er voor dit onderwerp juist wel behoefte is aan instrumentarium. Op enkele plaatsen is een tekstvariant gekozen. • In artikel 3.2 Definities zijn de facultatieve definities van raamprostitutie en werkruimte opgenomen. Extra is de definitie van sekswinkel. Deze staat ook in de huidige verordening. • In artikel 3:3 Vergunning zijn twee facultatieve leden over de vergunningverlening niet opgenomen.

• Het facultatieve artikel 3.4 over concentratie seksinrichtingen is niet opgenomen, omdat dit in onze gemeente door de bestemmingsplannen geregeld is. • In artikel 3.5 Beperking vergunningen is een tekst gekozen die geen raamprostitutie toelaat en beperking van seksinrichtingen van seksbedrijven en seksbedrijven mogelijk maakt. • In artikel 3:7 Weigeringsgronden is in het vijfde lid, onderdeel g, de extra facultatieve weigeringsgrond voor een escortbedrijf in een woonruimte opgenomen. • De volgende facultatieve artikelen zijn opgenomen: 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden, 3:11 Verlenging vergunning, 3:20 Handhaving straatprostitutie en 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke. • Niet opgenomen is een facultatief lid in artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang dat dat een prostituee op bepaalde tijden niet aanwezig mag zijn. • Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf. Het facultatieve verbod om voor een bedrijf zonder vergunning te werken is opgenomen. Daarnaast is voor dit artikel voor variant 1 uit de modelverordening gekozen. Variant 2 richt zich meer tot de prostituee.

• Niet opgenomen zijn artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte en de tweede leden van 3:18 en 3:19, tweede lid over uitzonderingen op de verboden van raam- en straatprostitutie • Artikel 3.21a over sekswinkels uit de huidige verordening is toegevoegd. In de modelverordening komt dit niet meer voor, maar op de website van de VNG is te vinden dat dit artikel kan blijven Artikelen 4.3 Melding incidentele festiviteiten en 4.4 Festiviteiten Kasteel Duurstede Artikel 2.19 is geschrapt in de tekst van alle artikelen, omdat dit artikel niet meer voorkomt in het Activiteitenbesluit milieubeheer. De bepalingen over het maximale geluidsniveau zijn aangepast overeenkomstig het advies van de ODRU. Daarnaast zijn er tekstuele aanpassingen. Bestaande tekst Artikel 4.3 Melding incidentele festiviteiten.

Nieuwe tekst Artikel 4.3 Melding incidentele festiviteiten.

1. Het is een inrichting toegestaan op een door het college te bepalen maximum aantal dagen of dagdelen per kalenderjaar

1. Het is een inrichting toegestaan op een door het college te bepalen maximum aantal dagen of dagdelen per kalenderjaar 9

incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een melding. 3. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 4. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 5. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 30 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 6. De geluidsnorm, bedoeld in het vijfde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 7.

Het college kan bij vergunning die tenminste vier weken voor de aanvang van de festiviteit wordt aangevraagd afwijken van de geluidsnormen en gedragsvoorschrift zoals genoemd in het tweede lid en het eindtijdstip zoals genoemd in het in vijfde lid op verzoek van de houder van de inrichting. 8 Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer op zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24:00 uur en op vrijdag en zaterdag uiterlijk om 01:00 uur beëindigd. 9. De geluidsnorm, bedoeld in het vijfde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

2. 3.

4.

5.

6.

7.

8.

incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een melding. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag 30 dB(A) hoger zijn dan de reguliere geluidsnormen die op de inrichting van toepassing zijn als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de beoordeling van de geluidsniveaus gelden de bepalingen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, internetuitgave 2004.

Het college kan bij vergunning die tenminste vier weken voor de aanvang van de festiviteit wordt aangevraagd afwijken van de geluidsnormen en gedragsvoorschrift zoals genoemd in het vijfde lid en het eindtijdstip zoals genoemd in het in zevende lid op verzoek van de houder van de inrichting. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, op zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24:00 uur en in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag uiterlijk om 01:00 uur beëindigd. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

10

Bestaande tekst Artikel 4.4 Festiviteiten Kasteel Duurstede

Nieuwe tekst Artikel 4.4 Festiviteiten Kasteel Duurstede

1. In afwijking van artikel 4.3, eerste lid, is het binnen de inrichtingsgrenzen van het Kasteel Duurstede, gelegen aan Langs de Wal 6 te Wijk bij Duurstede, toegestaan op een door het college te bepalen maximum aantal dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer: • Voor vier festiviteiten uiterlijk om 24.00 uur, met uitzondering van vrijdag en zaterdag om 01.00 uur, te worden beëindigd; • Voor acht festiviteiten geldt de ontheffing tussen 13:00 en 17:00 uur. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.

De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 30 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

1. In afwijking van artikel 4.3, eerste lid, is het binnen de inrichtingsgrenzen van het Kasteel Duurstede, gelegen aan Langs de Wal 6 te Wijk bij Duurstede, toegestaan op een door het college te bepalen maximum aantal dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer: • Voor vier festiviteiten op zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24:00 uur en in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag uiterlijk om 01:00 uur beëindigd. • Voor acht festiviteiten geldt de ontheffing tussen 13:00 en 17:00 uur. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.

De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat 6. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag 30 dB(A) hoger zijn dan de reguliere geluidsnormen die op de inrichting van toepassing is als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de beoordeling van de geluidsniveaus gelden de bepalingen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Handleiding meten en

11

Bestaande tekst

Nieuwe tekst rekenen Industrielawaai, internetuitgave 2004. 7. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Vervolgprocedure en commicatieparagraaf. Na besluitvorming wordt de verordening bekend gemaakt in het gemeenteblad, op overheid.nl en op de gemeentepagina. Financiën Het voorstel heeft geen financiële gevolgen Bijlagen Ontwerp-raadsbesluit

Burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede,

Judith de Jonge Gemeentesecretaris

Iris Meerts Burgemeester

12

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november, nummer 463259 gelet op de Gemeentewet, de Wet openbare manifestaties, de Alcoholwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet op de kansspelen, de Winkeltijdenwet en de Wegenverkeerswet 1994. Besluit vast te stellen de volgende verordening met de onderstaande wijziging: 1. het volgende artikel wordt toegevoegd aan de Algemene Plaatselijke Verordening: Artikel 2:73b: Verbod klaphamer 1. Het is verboden om op een openbare plaats of aan een openbare plaats in de open lucht gebruik te maken van een knalhamer, klaphamer of knalijzer door middel van een poeder, zoals een mengsel van zwavel en kaliumchloraat, kaliumnitraat of kaliumcarbonaat, een knal of ontploffing wordt veroorzaakt. 2. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, het Wetboek van Strafrecht of het Vuurwerkbesluit van toepassing is. 2. De verordening hierop ambtshalve aan te passen. Algemene Plaatselijke Verordening Wijk Bij Duurstede januari 2023 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1.

ALGEMENE BEPALINGEN........................................................................................6 Artikel 1:1 Definities ............................................................................................................................ 6 Artikel 1:2 Beslistermijn ...................................................................................................................... 7 Artikel 1:3 Vervallen ............................................................................................................................ 7 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen ........................................................................................... 7 Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing ........................................................... 7 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing ........................................................ 7 Artikel 1:7 Termijnen........................................................................................................................... 7 Artikel 1:8 Weigeringsgronden ........................................................................................................... 7 Artikel 1:9 Experimenteerartikel ......................................................................................................... 8 HOOFDSTUK 2.

OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU ...........................8 Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden ...........................................................8 Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden ................................................................................ 8 Artikel 2:2 Vervallen ............................................................................................................................ 9 Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen .............................................................. 9 Artikel 2:4 Vervallen ............................................................................................................................ 9 Artikel 2:5 Vervallen ............................................................................................................................ 9 Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen, vervallen ........................ 9 Artikel 2:7 Vervallen ............................................................................................................................ 9 Artikel 2:8 Vervallen ............................................................................................................................

9 Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen, vervallen .................................................................. 9 Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen ......................9 Artikel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven de weg ............................................................................ 9 1

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg10 Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg.............................................................................. 10 Artikel 2:13 Vervallen ........................................................................................................................ 10 Artikel 2:14 Winkelwagentjes, vervallen........................................................................................... 10 Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp .............................................................. 11 Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke ............................................................................... 11 Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke, vervallen ....................................................................... 11 Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen ................................................................... 11 Artikel 2:19 Vervallen ........................................................................................................................ 11 Artikel 2:20 Vervallen ........................................................................................................................

11 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting ................................................................... 11 Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn, vervallen ............................................................... 11 Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs, vervallen ....................................................................................... 11 Afdeling 3. Evenementen ............................................................................................................ 11 Artikel 2:24 Definities ........................................................................................................................ 11 Artikel 2:25 Evenementenvergunning .............................................................................................. 12 Artikel 2:26 Ordeverstoring............................................................................................................... 13 Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen ............................................................................. 13 Artikel 2:27 Definitie ......................................................................................................................... 13 Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting .....................................................................................

13 Artikel 2:29 Sluitingstijd .................................................................................................................... 14 Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting ........................................................................ 14 Artikel 2:31 Verboden gedragingen .................................................................................................. 15 Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen........................................................................... 15 Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan....................................................................... 15 Artikel 2:34 Vervallen ........................................................................................................................ 15 Afdeling 5. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf .................................... 15 Artikel 2:35 Definitie ......................................................................................................................... 15 Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie ................................................................................................ 15 Artikel 2:37 Vervallen ........................................................................................................................

15 Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister ............................................................................ 15 Afdeling 6. Toezicht op speelgelegenheden .................................................................................. 16 Artikel 2:39 Speelgelegenheden ....................................................................................................... 16 Artikel 2:40 Kansspelautomaten ....................................................................................................... 16 Afdeling 7. Maatregelen tegen overlast, gevaar en schade ........................................................... 16 Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal .............................................................................. 16 Artikel 2:42 Plakken en kladden ........................................................................................................ 17 Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke ........................................................................ 17 Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen ........................................................................................ 17 Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen voor winkeldiefstal ...........................................

17 Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke ...................................................................... 17 Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke, vervallen................................................................. 18 Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen ....................................................................... 18 Artikel 2:48 Verboden drankgebruik ................................................................................................. 18 Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen ............................................................................ 18 Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten ........................................ 18 Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen ......................................................................... 18 Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke ..................... 18 Artikel 2:53 Bespieden van personen ............................................................................................... 19 Artikel 2:54 Messen en steekwapens ............................................................................................... 19

2

Artikel 2:55 Vervallen ........................................................................................................................ 19 Artikel 2:56 Vervallen ........................................................................................................................ 19 Artikel 2:57 Loslopende honden ....................................................................................................... 19 Artikel 2:58 Verontreiniging door honden ........................................................................................ 19 Artikel 2:58a Verontreiniging door paarden ..................................................................................... 20 Artikel 2:59 Gevaarlijke honden........................................................................................................ 20 Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein, vervallen .......................................................... 20 Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren............................................... 20 Artikel 2:61 Vervallen ........................................................................................................................ 20 Artikel 2:62 Loslopend vee, vervallen ...............................................................................................

20 Artikel 2:63 Duiven, vervallen ........................................................................................................... 20 Artikel 2:64 Bijen, vervallen .............................................................................................................. 20 Artikel 2:65 Bedelarij ......................................................................................................................... 21 Afdeling 8. Bestrijding van heling van goederen ........................................................................... 21 Artikel 2:66 Definitie ......................................................................................................................... 21 Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister ............................................... 21 Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht ................... 21 Artikel 2:69 Vervallen ........................................................................................................................ 21 Artikel 2:70 Vervallen ........................................................................................................................ 21 Afdeling 9. Consumentenvuurwerk en carbid ...............................................................................

21 Artikel 2:71 Definitie ......................................................................................................................... 21 Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen, vervallen22 Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling....................................... 22 Artikel 2:73a Carbid schieten ............................................................................................................ 22 Afdeling 10. Drugsoverlast .......................................................................................................... 22 Artikel 2:74 Drugshandel op straat en water .................................................................................... 22 Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik .................................................................................................. 23 Artikel 2:74b Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen ............................................... 23 Afdeling 11. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester ....................................................... 23 Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding..................................................................................................

23 Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden .............................................................................................. 23 Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen ......................................................................... 23 Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen .................................................................................................... 24 Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet............................................. 24 HOOFDSTUK 3. REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN ... 24 Afdeling 1. Algemene bepalingen ................................................................................................ 24 Artikel 3:1 Afbakening ....................................................................................................................... 24 Artikel 3:2 Definities .......................................................................................................................... 24 Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf .............................................................................................. 25 Artikel 3:3 Vergunning ......................................................................................................................

25 Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen, vervallen ........................................................................ 25 Artikel 3:5 Beperking aantal vergunningen....................................................................................... 25 Artikel 3:6 Aanvraag .......................................................................................................................... 25 Artikel 3:7 Weigeringsgronden ......................................................................................................... 26 Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning .............................................................................. 27 Artikel 3:9 Intrekkingsgronden.......................................................................................................... 27 Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden............................................................................ 28 Artikel 3:11 Verlenging vergunning................................................................................................... 28 3

Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf ............................................................................................... 28 Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven ................................................................................ 28 Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang.............................................. 28 Artikel 3:13 Adverteren ..................................................................................................................... 29 Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees ............................................... 29 Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf29 Artikel 3:15 Bedrijfsplan .................................................................................................................... 29 Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte, vervallen ......................................................... 30 Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf ................. 30 Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie ..................................................................................... 31 Artikel 3:18 Raamprostitutie .............................................................................................................

31 Artikel 3:19 Straatprostitutie ............................................................................................................ 31 Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie ........................................................................................ 31 Afdeling 4. Overige bepalingen .................................................................................................... 31 Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten........................................................................................... 31 Artikel 3:21a Sekswinkels .................................................................................................................. 31 Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke ................................................................................................................ 32 HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE....................................................................................................... 32 Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting ................................ 32 Artikel 4:1 Definities ..........................................................................................................................

32 Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten ................................................................................. 32 Artikel 4.3 Melding incidentele festiviteiten. .................................................................................... 33 Artikel 4.4 Festiviteiten Kasteel Duurstede ....................................................................................... 33 Artikel 4:5 Onversterkte muziek, vervallen ....................................................................................... 34 Artikel 4:5a Traditioneel schieten, vervallen .................................................................................... 34 Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht, vervallen ....................................................................... 34 Artikel 4:5c Geluidhinder door dieren, vervallen.............................................................................. 34 Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen, vervallen .................................. 34 Artikel 4:5e Geluidhinder door vrachtauto’s, vervallen.................................................................... 34 Artikel 4:5f Routering, vervallen .......................................................................................................

34 Artikel 4:6 Overige geluidhinder ....................................................................................................... 34 Artikel 4:6a Mosquito, vervallen ....................................................................................................... 34 Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging ...................................................................... 34 Artikel 4:7 Straatvegen, vervallen ..................................................................................................... 34 Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen .............................................................................................. 34 Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen ........................................................................................................................................................... 34 Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen ............................................................................................. 34 Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden ............................................................................... 35 Artikel 4:10 Definities ........................................................................................................................

35 Artikel 4.10a Groene Kaart................................................................................................................ 35 Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden ......................................... 35 Artikel 4:11a Weigeringsgronden ..................................................................................................... 35 Artikel 4:11b Herplantplicht .............................................................................................................. 36 Artikel 4:11c Bestrijding ziekten en plagen ....................................................................................... 36

4

Artikel 4:11d Afstand van de erfgrenslijn ......................................................................................... 36 Artikel 4:12 Vervallen ........................................................................................................................ 36 Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast .......................................................... 36 Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke.................................. 36 Artikel 4:14 Vervallen ........................................................................................................................ 36 Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame..................................................................... 36 Artikel 4:16 Vervallen ........................................................................................................................ 37 Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen .......................................................................... 37 Artikel 4:17 Definitie ......................................................................................................................... 37 Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen .......................................................

37 Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen......................................................................................... 37 HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE .......... 37 Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod ................................................................................. 37 Artikel 5:1 Vervallen .......................................................................................................................... 37 Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke........................................................................ 37 Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen ................................................................................. 38 Artikel 5:4 Defecte voertuigen .......................................................................................................... 38 Artikel 5:5 Voertuigwrakken ............................................................................................................. 38 Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen ....................................................................... 38 Artikel 5:7 Reclamevoertuigen ..........................................................................................................

38 Artikel 5:8 Grote voertuigen ............................................................................................................. 38 Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen ................................................................................. 39 Artikel 5:10 Vervallen ........................................................................................................................ 39 Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen ......................................................... 39 Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen .............................................................................. 39 Afdeling 2. Collecteren ................................................................................................................ 39 Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving .................................. 39 Afdeling 3. Venten ...................................................................................................................... 40 Artikel 5:14 Definitie ......................................................................................................................... 40 Artikel 5:15 Ventverbod ....................................................................................................................

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12224626/1