Raadsmemo - Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie
Tekst van het document
Wijk bij Duurstede, 27 juni 2024 Betreft: Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie
Memo Van: College Aan: Gemeenteraad Wijk bij Duurstede behandeld door Auke Reitsma zaaknummer 727699 e-mailadres: A.Reitsma@wijkbijduurstede.nl
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze memo willen wij u graag informeren over drie onderwerpen die naar voren zijn gekomen tijdens de voorbespreking van 20 juni jl. over het raadsvoorstel Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie. Het betreft de volgende onderwerpen: 1) windturbines en gezondheidseffecten 2) ruimte voor windturbines in het kansrijke gebied en 3) juridisch advies op de aangeboden schadeclaim. Windturbines en gezondheidseffecten Tijdens de voorbespreking van 20 juni zijn er door insprekers zorgen geuit over windturbines en gezondheidseffecten. Om hier nadere informatie over te geven, geeft deze memo een weergave van informatie vanuit het RIVM en de GGD’en, die samen het Expertisepunt Windenergie en Gezondheid vormen. RIVM over windturbines en gezondheid Het RIVM geeft het volgende aan over windturbines en gezondheidseffecten: “Hinder en slaap zijn de meest onderzochte effecten van windturbinegeluid. Sinds een aantal jaren is er meer onderzoek beschikbaar over de effecten op het hartvaatstelsel en de stofwisseling. Uit het overzicht van de wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat er een duidelijke relatie bestaat tussen het geluidniveau van windturbines en hinder. Er is geen eenduidig bewijs gevonden voor een relatie met slaapverstoring: met andere woorden de ene studie vindt wel een effect en de andere niet.
Voor andere gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, mentale gezondheid en cognitieve effecten is niet voldoende bewijs gevonden. Dit kan betekenen dat er geen relatie is, er nog onvoldoende onderzoek gedaan is, het onderzoek van lage kwaliteit is, of dat er tegenstrijdige resultaten zijn”. GGD over windturbines en gezondheid GGD GHOR Nederland geeft het volgende aan over windturbines en gezondheid: “Wanneer de GGD’en adviseren over windturbines is het uitgangspunt altijd: het bevorderen van een gezonde leefomgeving. Daarbij staat de afweging tussen gezondheidswinst door vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen en lokale onrust en hinder centraal. Naast hinder zijn er geen bewijzen voor een directe relatie tussen andere gezondheidseffecten en de blootstelling aan geluid
van windturbines. Desondanks adviseren wij om het aantal mensen dat (ernstige) hinder ervaart door windturbines zoveel mogelijk te beperken”. Bisfenol A In de voorbespreking op 20 juni zijn zorgen geuit door insprekers over gebruik van de stof Bisfenol A in windturbines. De helpdesk Wind op land (een samenwerking tussen ministeries, RVO, NP RES, IPO, VNG, Unie van Waterschappen en Netbeheer NL) geeft een overzicht van de beschikbare informatie over vrijkomende deeltjes door erosie van windturbines. De helpdesk Wind op land geeft het volgende aan over Bisfenol A en windturbines: “Bisfenol A (BPA) is een chemische stof die in veel producten voorkomt. BPA wordt gebruikt in plastics die worden toegepast in bijvoorbeeld bouwmaterialen, elektronica, plastic flessen, (voedsel)verpakkingsmateriaal en speelgoed. Daarnaast wordt BPA onder meer gebruikt als basis voor epoxy-verven en -lijmen. Bij windturbines kan BPA in kleine hoeveelheden in epoxy zitten, dat gebruikt wordt als hars voor de bladen van de turbines en een basis kan zijn voor de beschermende coatings. Of en hoeveel BPA vrijkomt in het milieu door windturbines op land hangt sterk af van de gebruikte coatings. Voor windturbines wordt ook veel gebruikgemaakt van coatings van polyurethaan, waar geen BPA in zit.
Als er BPA wordt aangetroffen in de omgeving van een windturbine, dan kan dat ook op een andere manier in het milieu terechtgekomen zijn. BPA wordt in veel producten gebruikt, zoals hierboven toegelicht. Omdat het nog onbekend is of, en hoeveel, BPA er door windturbines op land in het milieu terechtkomt, is het niet mogelijk om een uitspraak over de gezondheidsrisico’s te doen specifiek voor windturbines op land en BPA. De kwaliteit van het oppervlakte-, grond- en drinkwater wordt in Nederland uitgebreid gecontroleerd op chemische verontreinigingen. Tot op heden zijn er volgens het RIVM in ieder geval geen aanwijzingen dat BPA een bedreiging is voor de kwaliteit van drink-, oppervlakte- en grondwater. Mocht BPA in het milieu terechtkomen, dan is naar verwachting van de GGD de blootstelling klein omdat we niet direct in aanraking komen met slijtageproducten van windturbines. Andere producten zoals bouwmaterialen, speelgoed en plastic flessen dragen meer bij aan de blootstelling van de mens”. Proces Zowel het RIVM als GGD Nederland concludeert dat er bewijs is dat windturbines hinder kunnen veroorzaken, maar dat er onvoldoende/geen bewijzen zijn voor een directe relatie tussen windturbines en andere gezondheidseffecten dan hinder. GGD Nederland geeft als aanbeveling om het aantal mensen dat hinder ervaart door windturbines zoveel mogelijk te beperken.
Als het raadsvoorstel Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie op 2 juli wordt aangenomen door de raad, zal vervolgens gezamenlijk met de provincie het aspect gezondheid worden meegenomen in de vervolgprocedure. Dit kan gedaan worden door de GGD te betrekken in het proces en de omgevingsdienst milieueffecten te laten toetsen. Ruimte voor windturbines in het kansrijke gebied in Wijk bij Duurstede Tijdens de voorbespreking van 20 juni zijn twijfels geuit door insprekers of er wel fysieke ruimte is voor windturbines in het kansrijke gebied in de gemeente. Het gaat er hier met name of er wel ruimte is wanneer er rekening wordt gehouden met de concept landelijke milieunormen, die beoogd zijn om 1 juli 2025 in werking te treden. Deze conceptnormen schrijven voor om een minimale afstand van 2x de tiphoogte aan te houden ten opzichte van windturbinegevoelige objecten (= woonfunctie, zorgfunctie met bedden, onderwijsfunctie, kinderopvangfunctie met bedden). In de onderbouwing van de plan-MER houdt de provincie rekening met zowel turbines met een tiphoogte van 241 meter (min. 482 meter afstand t.o.v. woningen) en een tiphoogte van 200 meter (min. 400 meter afstand
t.o.v. woningen). Figuur 1 laat zien wat de ruimte is met een begrenzing van 2x tiphoogte norm, bij een tiphoogte van 200 meter en een tiphoogte van 241 meter. Ook laat figuur 1 de ruimte in het gebied zien wanneer geen rekening gehouden wordt met een 2x tip norm, maar met een afstand van 300 meter. In figuur 2 zijn cirkels getrokken vanaf de windturbinegevoelige objecten die de begrenzing in het gebied laten zien. Hieruit valt op te maken welke begrenzingen leiden tot het kaartje in figuur 1. Er kan geconcludeerd worden dat er bij een 2x tiphoogte norm ruimte is voor zowel turbines met een tiphoogte van 241 meter en turbines met een tiphoogte van 200 meter.
Figuur 1. Ruimte in het kansrijke gebied voor windturbines bij een 2x tiphoogte norm.
Figuur 2. Begrenzingen vanuit windturbinegevoelige objecten op basis van een 2x tiphoogte norm (lichtrood) en op basis van 300 meter afstand tot geluidsgevoelige objecten. Juridisch advies op schadeclaim Als reactie op het raadsvoorstel Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie, heeft Stichting Belangen Wijkersloot en Omstreken een pro-forma schadeclaim aangeboden. Na het inzien van de pro forma schadeclaim heeft het college advies opgevraagd bij SAOZ, een adviesbureau gespecialiseerd in onder andere planschade en nadeelcompensatie. SAOZ concludeert kort samengevat het volgende:
De aansprakelijkheidstelling is prematuur: er zijn nog geen windturbines gerealiseerd en er is nog geen projectbesluit genomen. Aansprakelijkheidsstelling kan alleen gedaan worden door individuele personen of bedrijven, niet door een belangenorganisatie. Om voorgaande twee redenen is er wat SAOZ betreft in dit stadium van de procedure geen sprake van aansprakelijkheid voor schade in welke vorm, van wie en op welke grondslag dan ook. Niet van het bestuursorgaan (college of raad) en ook niet van individuele personen die deel uitmaken van het bestuursorgaan. Los van het voorgaande stelt SAOZ vast dat aansprakelijkheidstelling veronderstelt dat er sprake is van onrechtmatig handelen. SAOZ ziet niet in hoe daarvan sprake kan zijn. Windturbines kunnen immers pas worden geplaatst nadat een bestuursrechtelijke procedure is doorlopen. Daarnaast concludeert SAOZ dat het bevoegd gezag voor windturbines niet bij de gemeente ligt, maar bij de provincie. Dat de gemeente een positieve grondhouding heeft of zelfs actief samenwerkt met de provincie, doet niets af aan het feit dat het bevoegd gezag het enige bestuursorgaan is dat aansprakelijk zou kunnen zijn. Van een aanspraak op nadeelcompensatie (voorheen planschade genoemd) kan voor
individuen (dus niet belangengroepen, zoals eerder genoemd) pas sprake zijn wanneer een projectbesluit onherroepelijk is geworden. Pas vanaf dat moment ontstaat de mogelijkheid om een aanvraag om nadeelcompensatie in te dienen. Dat moet gedaan worden bij het ter zake bevoegde bestuursorgaan, zijnde: het college van gedeputeerde staten van Utrecht. Gemeentelijke bestuursorganen hebben hierin geen enkele rol of verantwoordelijkheid en kunnen dus ook op geen enkele wijze verantwoordelijk worden gehouden voor het vergoeden van schade. Het volledige juridische advies is bijgevoegd in bijlage 1. Heeft u vragen, neem dan contact op met Auke Reitsma, via A.Reitsma@wijkbijduurstede.nl Namens het college van burgemeester en wethouders,
Hans Buijtelaar, wethouder