CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit - Huisvestingsverordening

Raadsvergadering 25 januari 2022, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Huisvestingsverordening9.564 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 11 januari 2022, nr. 294764 gelet op de

Gemeentewet artikel 149

besluit: 1.

Intrekken Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede

2019; 2.

Vaststellen Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022.

Huisvestingsverordening

Regio Utrecht

2019

GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 1 februari 2022

WONINGMARKT REGIO UTRECHT t

Lx

/

De Ronde Venen

X' ■

ƒ

X’

-3 i.. I

r— 1

Stichtse Vecht

.>

•

i

z _

b’

A

O«8.h

X.

r i i

Utrecht ,

-.rf /■’'^......

'

E<

Zeist

Bun nik

-

/

z-Vt-

Montfoort IJssektein

' Oudewater Z___ • .<k—

*-*---*

Nieuwef*in

!a >

JX.V

■■'•...... ..

— X’...!

/ïse;

Utrechtse Heuvelrug

Houten -

■>

“X...

Lopd.

X\

i

X

>.r

tl

VijfheereriTandeo /

' X<

Wijkbij Duurstede

Z"____ >■ /

X'

/

.f'

Inhoudsopgave

HOOFDSTUK 1

ALGEMEEN

3

HOOFDSTUK 2

VERDELING VAN WOONRUIMTE

9

Paragraaf 2.1

Werkingsgebied

9

Paragraaf 2.2

Huisvestingsvergunning

9

Paragraaf 2.3

Inschrijving woningzoekenden

11

Paragraaf 2.4

Voorrang toewijzing huurwoningen met huur tot aan de liberalisatiegrens

12

Paragraaf 2.5

Urgentie

15

Paragraaf 2.6

Systeem voorde verdeling van woonruimte.

20

HOOFDSTUKS

WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD

25

Paragraaf 3.1

Vergunning voor onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming.

25

Paragraaf 3.2

Vergunning voor kadastrale splitsing

27

HOOFDSTUK 4

SLOTBEPALINGEN

29

BIJLAGE 1

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

28

BIJLAGE 2

TABEL BESTUURLIJKE BOETE

39

BIJLAGE 3

FORMULIER REGIONALE AFSTEMMING

40

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.1

ALGEMEEN

Begripsbepalingen

1. Aanbodmodel:

Het selecteren van een kandidaat uit de ingekomen reacties

van woningzoekenden op een in een advertentiemedium ter toewijzing aangeboden woonruimte.

2. Aanvangshuur

De gevraagde huur op het moment van het aangaan van het

huurcontract. 3. Advertentiemedium:

Een uitgave per verhuurder dan wel een groep van verhuurders

waarin voor toewijzing beschikbare woonruimten wordt

aangeboden. 4. Aftoppingsgrens:

De grens zoals beschreven in artikel 20 van de Wet op de huurtoeslag.

5. Bemiddeling:

Buiten het aanbodmodel of lotingmodel om woonruimte

toewijzen aan een woningzoekende. 6. Bereidverklaring:

Schriftelijke verklaring van de eigenaar, dat hij bereid is

woonruimte aan de aanvrager van de huisvestingsvergunning in gebruik te geven. 7. Burgemeester en wethouders:

8. Doorstromer:

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente

Wijk bij Duurstede Een woningzoekende die als hoofdhuurder daadwerkelijk en

rechtmatig in de woningmarktregio een zelfstandige

huurwoning bewoont en na verhuizing leeg achterlaat. De maandhuur mag bij inschrijving niet meer bedragen dan de maximale huurprijsgrens als bedoeld in lid 16. Bij de eerste zin wordt niet verstaan de woningzoekende die een huurwoning

bewoont op basis van de Leegstandwet. 9. Echte dienstwoning:

Een woning die noodzakelijkerwijs gebruikt wordt met het oog

op de arbeidsovereenkomst. 10. Eigen toegang:

Elke deur die direct toegang geeft tot de woning, bereikbaar via de straatzijde dan wel vanuit een gemeenschappelijke

verkeersruimte en die voorzien is van een van gemeentewege

verleend huisnummer. 11. Eigenaar:

Degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een

woonruimte of een gebouw. 12.Gebruiksoppervlakte:

De gebruiksoppervlakte wonen als bedoeld in NEN 2580.

3

13. Huishouden:

a. Een of twee volwassen personen, met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren. Hierbij is er sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling, die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat. Het huishouden heeft de intentie om voor onbepaalde periode samen te wonen. b. Kinderen ouder dan 18 jaar dienen volgens het bevolkingsregister niet langer dan 6 maanden uitgeschreven te zijn geweest of na een uitschrijving van langer dan 6 maanden weer 2 jaar te staan ingeschreven. c. In geval van co-ouderschap kunnen kinderen (ouder of jonger dan 18 jaar) worden meegeteld als zij minimaal 50% wonen bij de betreffende co-ouder. Het co-ouderschap moet worden aangetoond met een gerechtelijke uitspraak of een echtscheidingsconvenant of een ouderschapsplan.

14. Huisvestingsvergunning:

Een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet.

15. Huurprijs:

De prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele

gebruik van een woonruimte of standplaats, uitgedrukt in een bedrag per maand.

16. Huurprijsgrens:

Liberalisatiegrens.

17. Ingezetene:

Degene die in de Basisregistratie Personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar

tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig hoofdverblijf heeft in

een woonruimte, die volgens het bestemmingsplan is

aangewezen of bestemd voor permanente bewoning.

18.Inkomen:

Gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.18 van

de Wet inkomstenbelasting 2001 van de aanvragers van een

huisvestings- vergunning voor een bij huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering van kinderen in de

zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke

regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor 'belanghebbende' telkens wordt gelezen

'aanvrager'. 19. Inkomensgrens van de doelgroep:

20. Inschrijfduur:

De grens van de doelgroep volgens de Regeling Toegelaten

Instellingen Volkshuisvesting (RTIV). De tijd die verstreken is na de daadwerkelijke inschrijving van een woningzoekende in het register van woningzoekenden.

21. Inwoning:

Het bewonen van een woonruimte welke deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen.

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

22.Kamer:

Elke afzonderlijke ruimte in een woning geschikt voor woon- en slaapruimte met een oppervlakte van tenminste 5 m2.

23. Koopprijs:

De prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald.

24. Koopprijsgrens:

Maximale aankoopbedrag om een hypotheek met Nationale

Hypotheek Garantie te krijgen, is € 290.000 per 1 januari 2019. 25.Laatste Kansbeleid:

Regels met betrekking tot woningzoekenden die vanwege

wanbetaling of ernstige inbreuk op het woongenot van omwonenden, na een gerechtelijke uitspraak uit hun woning zijn gezet of worden gezet en nog een laatste kans krijgen.

26.Liberalisatiegrens:

De maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat,

conform de huurprijs in artikel 13 van de Wet op de

huurtoeslag. Een woningzoekende-met een maatschappelijke of

27. Lokaal woningzoekende:

economische binding aan het omschreven gebied in

artikel 2.4.5 en Een woningzoekende die de afgelopen drie jaren in verband met studie tijdelijk elders ingeschreven is of

ingeschreven is geweest, maar voorafgaand wel tenminste

drie jaar ingeschreven heeft gestaan op een adres in het

gebied zoals omschreven. 28.Lotingmodel:

De kandidaat voor de aangeboden woonruimte wordt door

middel van loting bepaald. 29. Maatschappelijke

binding:

De binding van een persoon aan de woningmarktregio, daarin

gelegen dat die persoon een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in dit gebied

te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van:

-

personen die tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn in de woningmarktregio, dan wel gedurende de

voorgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de woningmarktregio en -

personen die een dagopleiding volgen gedurende ten minste

negentien uur per week aan een, in de woningmarktregio gevestigde en erkende instelling voor dagonderwijs.

5

30. Mantelzorg:

Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,

beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit

uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet

wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep

(artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).

31.Onttrekken:

Hieronder wordt mede begrepen het deels onttrekken van woonruimte in een pand waardoor de gehele woonruimte niet langer geschikt is voor bewoning door een huishouden van

dezelfde omvang als waarvoor deze zonder zodanige onttrekking geschikt is.

32. Onzelfstandige

woonruimte: 33.Rekenhuur:

Woonruimte die niet voldoet aan de begripsbepaling

zelfstandige woonruimte. De rekenhuur zoals is bedoeld in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag.

34.Splitsingsvergunning:

Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de Wet.

35.Standplaats:

Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen,

waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.

36. Starter:

Een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd geen zelfstandige woonruimte bewoont die

hij of zij achterlaat voor verkoop of verhuur. 37.Statushouder:

Vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel

voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel

8, onderdeel a, b, c, van de Vreemdelingenwet 2000.

38.Student:

Woningzoekende die een voltijdsdopleiding volgt aan een

instelling voor middelbaar- of hoger beroepsonderwijs of universitair onderwijs of deze opleiding niet langer dan 2 jaar

geleden heeft afgerond en niet ouder is dan 30 jaar. 39. Studentenwoning:

Woonruimte met een vloeroppervlakte tot 30 m2, bestemd

voor studenten en verhuurd met een campuscontract of verhuurd door een toegelaten instelling. 40. Toewijzingssysteem:

Het selecteren van een kandidaat voor beschikbare

woonruimte via een aanbodmodel of via lotingmodel of via bemiddeling. 41. Wet:

Huisvestingswet 2014

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

42. Wezenlijke

Douche- en/of badruimte, toilet en keuken.

voorzieningen: 43. Woningmarktregio:

Gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel wordt beschouwd, bestaande uit de gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater, De Ronde Venen,

Woerden, De Bilt, Bunnik, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij

Duurstede en de kernen Vianen, Hagestein, Everdingen,

Zijderveld en Hoef en Haag in de gemeente Vijfheerenlanden. 44. Woningruil:

Het door twee of meer huishoudens wederkerig in gebruik nemen van eikaars zelfstandige woonruimte met het oogmerk

van daadwerkelijke permanente bewoning. 45. Woningtype:

nultredenwoning: woning die zonder trap bereikbaar is evenals de wezenlijke voorzieningen, geschikt voor personen van 65 jaar en ouder en voor personen met een

functiebeperking. Deze categorie kan worden verbijzonderd naar de volgende drie typen woningen: • gelijkvloerse woning; • rollatorwoning en • rolstoeltoegankelijke woning.

woning met zorgvoorzieningen (aanleunwoning/beschutte

woning): zelfstandige woning waarbij gebruik gemaakt wordt van faciliteiten van zorgverlenende instellingen;

woning voor minder validen: ingrijpend aangepaste woning die naar zijn aard bestemd is voor bewoning door een minder valide persoon;

jongerenwoning: woning voor alleenstaande en

tweepersoonshuishoudens met name bedoeld voor de leeftijdscategorie van 18 tot 23 jaar of 18 tot 30 jaar; wisselwoning: woning die ten behoeve van tijdelijke bewoning wordt aangeboden aan personen die door

ingrijpende verbetering of sloop/nieuwbouw de huidige woning moeten verlaten, maar na voltooiing van de werken kunnen terugkeren;

plankwoning: woning die op de nominatie staat ingrijpend

te worden verbeterd dan wel te worden gesloopt en voor tijdelijke huisvesting in gebruik kan worden gegeven;

eengezinswoning;

appartement - parterre; appartement vanaf le verdieping (met/zonder lift);

bovenwoning; benedenwoning;

7

maisonnette, verder te onderscheiden in een ondermaisonnette (vanaf begane grond) of

bovenmaisonnette (vanaf le verdieping).

46. Woningzoekenden:

Huishoudens ingeschreven in het woningzoekendenregister.

47. Woongroep:

Het bewonen van een zelfstandige woonruimte door een groep

huishoudens, drie of meer, die geen gemeenschappelijke huishouding voeren, geen onderlinge huurrelatie hebben, maar wel om bestendig, voor onbepaalde tijd samen te wonen en een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband

met elkaar aan te gaan. 48. Woonruimte:

Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; onder woonruimte wordt mede begrepen een

standplaats voor een woonwagen. 49. Woonvorming:

Woonruimte verbouwen tot of anderszins realiseren van twee

of meer woonruimten voor verhuur, waarbij de woonruimten in ieder geval beschikken over een eigen keuken.

50.Zelfstandige woonruimte:

Woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden

kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die

woonruimte. 51.Zoekprofiel:

Een beschrijving van de woningtypen, woninggrootte en locatie waarvoor een urgent woningzoekende met voorrang in

aanmerking kan komen.

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

HOOFDSTUK 2 VERDELING VAN WOONRUIMTE

Paragraaf 2.1

Werkingsgebied

Artikel 2.1.1 Huurprijsgrens 1. Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op zelfstandige woonruimte met een

aanvangshuurprijs tot en met de op dat moment geldende liberalisatiegrens. 2. Dit hoofdstuk geldt niet voor:

a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met d, van de Leegstandwet, waarvoor een vergunning is afgegeven;

b. woonschepen;

c. ligplaatsen voor woonschepen en d. zelfstandige studentenwoningen.

Paragraaf 2.2

Huisvestingsvergunning

Artikel 2.2.1 Vergunningsvereiste 1. Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1, in gebruik te nemen voor bewoning.

2. Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning.

Artikel 2.2.2 Aanvragen van een huisvestingsvergunning i. De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders via een daartoe bestemd formulier.

2. De aanvraag wordt ingediend samen met: a. een kopie van het huurcontract of een bereidverklaring van de verhuurder en

b. inkomensgegevens van alle leden van het huishouden, met uitzondering van inwonende kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen.

3. Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die

zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten.

4. Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende

informatie: a. aan wie de vergunning wordt verleend; b. voor welke woonruimte de vergunning wordt verleend; c. binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn gemaakt en

d. het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt.

9

Artikel 2.2.3 Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1. Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a. tenminste één van de leden van het huishouden is 18 jaar of ouder; b. de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier

rechtmatig;

c. het inkomen is maximaal de inkomensgrens van de doelgroep, € 38.035 (peildatum 1 januari 2019) en

d. in oplopende volgorde: le. bij toewijzing de voorrangsregels toegepast zijn volgens paragraaf 2.4 en

2e. er geen andere gegadigde is die bij toepassing van de voorrangsregels eerder voor de woonruimte in aanmerking zou moeten komen.

2. In afwijking van lid 1 kan door burgemeester en wethouders bij woningruil een huisvestingsvergunning worden verleend.

3. Het in lid 1 onderdeel c genoemde inkomen is niet van toepassing op urgenten met een

volkshuisvestelijke indicatie, maatschappelijke indicatie en woningzoekenden die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in Regeling toegelaten instellingen

volkshuisvesting 2015, bijlage 1, onderdeel A. 4. In afwijking van lid 1 onderdeel c kan voor huurwoningen met een huurprijs vanaf € 651,03 tot de liberalisatiegrens, een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een inkomen tot € 48.655 (peildatum 1 januari 2019);

5. De huurprijsgrens en inkomensgrens, bedoeld in lid 4 onderdeel a, worden jaarlijks per 1 januari aangepast op dezelfde wijze als de aanpassing door de minister van de huurprijsgrens en inkomensgrens van de doelgroep.

Artikel 2.2.4 Vruchteloze aanbieding 1. Een huisvestingsvergunning wordt aan iedere aanvrager verleend indien de woonruimte door

de eigenaar gedurende een termijn van tenminste drie maanden, gerekend vanaf de datum waarop de eerste advertentie als bedoeld in lid drie, is verschenen, zonder resultaat is

aangeboden aan woningzoekenden die krachtens het bepaalde in artikel 2.2.3 voor die

woonruimte in aanmerking komen en de eigenaar heeft voldaan aan de in de overige in dit

artikel gestelde voorwaarden. 2. De woonruimte moet zijn aangeboden tegen een redelijke huurprijs, in overeenstemming

met het bepaalde in artikel 17, eerste lid van de Wet.

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

3. Het aanbieden dient, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, tenminste driemaal (eenmaal per maand) te geschieden via advertenties in een regionaal of lokaal

advertentiemedium. 4. Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken dat hij de

woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid genoemde woningzoekenden, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het

eerste lid bepaalde.

Artikel 2.2.5 Intrekking en weigering Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken en weigeren,

indien: a. het huishouden met een huisvestingsvergunning de woonruimte niet binnen de in de

vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen; b. de vergunning is verleend op grond van door het huishouden verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren,

c. ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om:

-

uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of

-

strafbare feiten te plegen.

d. het verlenen van de vergunning het in gebruik hebben door de aanvrager van meer dan één woonruimte tot gevolg heeft of

e. er gehandeld wordt in strijd met de voorwaarde(n) van de vergunning.

Paragraaf 2.3

Inschrijving woningzoekenden

Artikel 2.3.1 Register van woningzoekenden bij huur tot aan de liberalisatiegrens 1. Ter bevordering van een doelmatige verdeling van ter beschikking gekomen woonruimte: a. dragen de woningcorporaties in de woningmarktregio zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor de

woonruimte; b. stellen de woningcorporaties in de woningmarktregio regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens en einde van de inschrijving;

c. kan een woningzoekende een beroep doen op een regionale klachtencommissie; d. wordt een inschrijving beëindigd als de woningzoekende via het systeem zoals genoemd in paragraaf 2.6, woonruimte krijgt toegewezen, met uitzondering van verhuur met een tijdelijk huurcontract en

e. behoudt een woningzoekende, na toewijzing van de woning, 75% van de inschrijfduur.

Onder de voorwaarde dat de woningzoekende zich binnen 12 maanden na beëindiging, zoals bedoeld in onderdeel d, opnieuw inschrijft.

2.

In het register zoals genoemd in lid 1 worden op hun verzoek als woningzoekenden

11

ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de volgende eisen: a. tenminste één der leden is 18 jaar of ouder en b. de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig.

3. Indien vooraf door burgemeester en wethouders regels zijn opgesteld over het Laatste Kansbeleid kan een inschrijving als in lid 2 worden geweigerd, indien: a. het een moeilijk plaatsbare betreft die: -

door een gerechtelijke uitspraak wegens wanbetaling uit een woning, van een aan het aanbodmodel als omschreven in artikel 2.6.1 deelnemende verhuurder, is of wordt

gezet en -

geen afbetalingsregeling, tegen gangbare voorwaarden rond de maximale

afbetalingscapaciteit met de vorige verhuurder, is overeengekomen dan wel een

dergelijke afbetalingsregeling niet nakomt. b. het een moeilijk plaatsbare betreft:

-

die door een gerechtelijke uitspraak is uitgezet, om reden van ernstige inbreuk op de veiligheid en het woongenot van omwonenden en

-

ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling en

-

gebleken is dat, gegeven het risico van herhaling, binnen het bezit van de aan het aanbodmodel deelnemende verhuurders geen zodanige woonruimte beschikbaar is of

komt, dat verdere inbreuk op het woongenot van omwonenden voorkomen kan worden;

c. de weigering van het verzoek een periode van drie jaar bestrijkt.

4. a. Een verzoek als bedoeld in lid 2 kan worden geweigerd indien het huishouden een hoofdhuurder betreft waartegen burgemeester en wethouders een besluit heeft genomen tot ontruiming van een woning vanwege onrechtmatige bewoning, b. De weigering van het verzoek bestrijkt een periode van drie jaar.

Paragraaf 2.4 Voorrang toewijzing huurwoningen met huur tot aan de liberalisatiegrens Artikel 2.4.1 Voorrangregels Inkomen - huur 1. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang gegeven aan huishoudens met inachtneming

van tabel 1: Tabel 1:

Leeftijd Tot pensioengerechtigde leeftijd

Vanaf pensioengerechtigde

Huishoudengrootte Eén persoon_______

Tot en met € 22.700

Huurprijs tot € 607,46

Twee personen

Tot en met € 30.825

€ 607,46

Drie of meer personen_____ Eén persoon______

Tot en met € 30.825

€ 651,03

Tot en met € 22.675 Tot en met € 30.800

€ 607,46 € 607,46

Twee personen

Inkomen

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

leeftijd

Drie of meer personen

Tot en met € 30.800

€651,03

2. De in lid 1 gebruikte huur en inkomensgrenzen worden jaarlijks, per 1 januari aangepast volgens de Wet op de huurtoeslag.

3. Indien noodzakelijk, om aan de vereisten van de Woningwet te voldoen, kan een

woningcorporatie huishoudens met een inkomen tot de maximale inkomensgrenzen

uitsluiten voor woonruimte vanaf de aftoppingsgrenzen.

4. In afwijking van tabel 1 kan de woonruimte direct passend worden aangeboden, in dergelijke gevallen vervalt de voorrang op inkomen.

Artikel 2.4.2 Voorrangregels Bezettingsnorm 1. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang gegeven aan het huishouden passend bij de grootte van de woonruimte.

2. Bij de bepaling van de passendheid wordt voorrang gegeven aan een meerpersoonshuishouden bij woonruimte met vier of meer kamers.

3. Wanneer er een op aantoonbare ervaringsgegevens gebaseerde noodzaak bestaat, kunnen

burgemeester en wethouders afwijkende toelatingseisen stellen ten aanzien van de

bezettingsnorm.

Artikel 2.4.3 Voorrangsregels woningtype 1. De volgende woningtypen kunnen door burgemeester en wethouders met voorrang worden toegewezen aan de omschreven doelgroep: Woningtype

Doelgroep

- Woningen met zorgvoorzieningen

Voorrang voor woningzoekenden die geïndiceerd zijn door een door burgemeester en wethouders te bepalen wijze.

- Nultredenwoningen

Voorrang voor woningzoekenden van 65 jaar en ouder, of die geïndiceerd zijn op een door burgemeester en wethouders te bepalen wijze.

- Woningen voor minder validen

Voorrang voor minder validen.

- Jongerenwoningen

-18 tot 23 jaar of; -18 tot 30 jaar.

2. Als de aanbieding van het woningtype bij de eerste advertentie niet leidt tot reacties van de doelgroep kan de betreffende maximaal tweemaal opnieuw worden aangeboden aan

dezelfde doelgroep. Daarna komen andere woningzoekenden in aanmerking.

13

Artikel 2.4.4 Voorrangsregels doorstromen en doorschuiven 1. a. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de huur van woonruimte met maximaal drie kamers wordt door burgemeester en wethouders voorrang gegeven aan een doorstromer die zelfstandige woonruimte, van een verhuurder die zijn woningen verhuurt

via het toewijzingssysteem zoals omschreven in artikel 2.6.1., met minimaal vier kamers

achterlaat. b. lid la is alleen van toepassing als de woningzoekende beschikt over een minimale woonduur van één jaar. c. in afwijking van lid la kunnen burgemeester en wethouders eengezinswoningen met drie kamers en een gebruiksoppervlakte van tenminste 75 m2, uitsluiten van de regeling. 2. a. Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden opstellen voor doorschuiven van een

woningzoekende, binnen een complex. b. Verhuurders rapporteren jaarlijks aan burgemeester en wethouders over de toepassing van lid 2.

Artikel 2.4.5 Bindingsregel 1. Burgemeester en wethouders kunnen een gebied aanwijzen waar de bindingsregel van toepassing is.

2. Bij de bindingsregel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. Voorrang voor lokaal woningzoekenden.

b. Met toepassing van de overige voorrangsregels is de volgorde van woningzoekende als

volgt: le.

lokaal woningzoekende met urgentie

2e.

lokaal woningzoekende

3e.

niet - lokaal woningzoekende met urgentie

4e.

niet - lokaal woningzoekende

c. De criteria eerste afgiftedatum bij urgenten en langste inschrijfduur bij de overige

woningzoekenden, zijn bepalend voor de onderlinge volgorde. 3. In afwijking van lid 2 onderdeel b kunnen burgemeester en wethouder bij de volgorde in lid 2

onderdeel b na de le groep woningzoekenden in de rangordebepaling, voorrang verlenen aan de niet lokaal woningzoekende met een indicatie als het een woningtype betreft met

zorgvoorzieningen of voor minder validen.

Artikel 2.4.6 Bijzondere doelgroepen 1. Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van de huisvestingsvergunning

voorrang verlenen aan één of meer bijzondere doelgroepen. 2. a. Burgemeester en wethouders omschrijven de beoogde doelgroep en stellen voorwaarden op.

b. De bijzondere doelgroep ondervindt negatieve effecten van de schaarste waarmee ze zich

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

onderscheiden van de andere woningzoekenden. c. Voorrang voor bijzondere doelgroepen is alleen van toepassing in de betreffende gemeente.

Paragraaf 2.5

Urgentie

Artikel 2.5.1 Urgent woningzoekenden 1. Een urgentie wordt uitsluitend geïndiceerd:

a. op sociale gronden, b. op medische gronden, c. op mantelzorg gronden, d. op volkshuisvestelijke gronden, e. op maatschappelijke gronden, f. voor statushouders, gekoppeld aan de gemeente en g. voor gedupeerden van het aanbodsysteem 2. Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende urgent verklaren waarbij de volgende voorwaarden cumulatief uitsluitend van toepassing zijn:

a. de woningzoekende is ingezetene; b. de woningzoekende beschikt over zelfstandige woonruimte in de woningmarktregio;

c. er is sprake van een bijzondere persoonlijke noodsituatie; d. de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en was door de woningzoekende niet te voorzien;

e. de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing te hebben gezocht;

f. een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk; g- de woningzoekende is aantoonbaar niet in staat om zelf binnen zes maanden voor passende huisvesting te zorgen en h. het inkomen is niet hoger dan het in artikel 2.2.3 lid 4 a opgenomen inkomen van het

huishouden. 3. In afwijking van het tweede lid, geldt bij het urgent verklaren het volgende:

a. De voorwaarden, bedoeld in lid 2, zijn niet van toepassing bij een indicatie op een

maatschappelijke grond, een indicatie voor een statushouders of een indicatie voor een gedupeerde aanbodsysteem; b. bij een indicatie op volkshuisvestelijke gronden zijn de voorwaarden, bedoeld in lid le tot

en met lid Ih niet van toepassing;

c. bij een indicatie op mantelzorg gronden zijn de voorwaarden bedoeld in, lid 1 onderdeel a tot en met lid 1 onderdeel b niet van toepassing, de aanvrager dient wel te beschikken over zelfstandige woonruimte.

Artikel 2.5.1a Criteria indicatie sociale gronden 1. Een indicatie op sociale gronden wordt uitsluitend verleend indien sprake is van: a. dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen, voor zo ver 1° het onvoorzienbaar moeten verlaten van een echte dienstwoning, voor zover de werkgever de werknemer tot vrije oplevering heeft gedwongen of

15

2° het verlaten van woonruimte ten gevolge van een gerechtelijk (niet zijnde echtscheidings-) vonnis, voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had kunnen worden of 3° het een calamiteit zoals brand of overstroming betreft; b. relatiebeëindiging, voor zo ver 1° de partners gedurende minimaal twee aaneengesloten jaren samen op één adres wo(o)n(d)en en tot minimaal drie maanden voor de aanvraagdatum werd samengewoond en 2° er minimaal één minderjarig kind in het geding is en 3° geen van de ouders en/of verzorgers op enigerlei wijze in de woningbehoefte van het (de) minderjarige kind(eren) kan of had kunnen voorzien; c. financiële omstandigheden voor zo ver

1° een ingezetene de zorg voor minimaal één minderjarig kind heeft, geregistreerd bij die ingezetene en 2° een ingezetene buiten eigen schuld financieel in zodanige problemen is geraakt dat de woonlasten niet opgebracht kunnen worden en 3° een ingezetene in aanmerking komt voor een uitkering uit een gemeentelijke regeling voor inkomensondersteuning en naar het oordeel van burgemeester en wethouders het feitelijk besteedbaar inkomen te laag is om de woonlasten op te brengen met daaraan verbonden de voorwaarde om te zien naar goedkopere woonruimte en 4° de financiële problemen niet direct het gevolg zijn van relatiebeëindiging.

2. Onder relatiebeëindiging wordt begrepen: echtscheiding, verbreking geregistreerd

partnerschap, verbreking samenlevingscontract en beëindiging samenwoning zonder overeenkomst.

3. Indien wordt voldaan aan lid 1, onderdeel b, wordt één urgentie toegekend aan de partner die voor meer dan de helft de zorg voor een of meer minderjarige kind of kinderen draagt. Indien de zorg gelijk verdeeld wordt de urgentie toegekend aan de partner met het laagste

inkomen, tenzij de partners in overeenstemming met elkaar voor toekenning aan de andere

partner kiezen.

Artikel 2.5.1b

Criteria indicatie medische gronden

1. Een indicatie op medische gronden wordt uitsluitend verleend indien sprake is van: a. een ingezetene, die in een om medische redenen onhoudbare woonsituatie verkeert en

om die reden een indicatie voor andere woonruimte heeft ontvangen; b. een ingezetene die te maken heeft met een als gevolg van de woonsituatie zeer

progressief ziektebeeld of c. een verhuizing, die wordt aanbevolen in verband met ergonomische beperkingen door ernstige fysieke belemmeringen, mits verhuizen naar oordeel van burgemeester en wethouders spoedeisend is en de goedkoopste adequate voorziening is conform de Wet

maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Onder medische gronden wordt in ieder geval fysieke of psychische redenen verstaan.

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

Artikel 2.5.1c

Criteria indicatie mantelzorg gronden

1. Een indicatie op mantelzorg gronden wordt uitsluitend verleend indien: a. de zorgvraag kan worden beantwoord met mantelzorg;

b. de aanvrager ingeschreven staat als woningzoekende;

c. de reisafstand tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger meer is dan vijf kilometer en deze reisafstand wordt na verhuizing minder dan vijf kilometer, deze

reisafstand wordt gemeten volgens de kortst mogelijke route;

d. er is sprake van langdurige zorg, dat wil zeggen dat de mantelzorg voor minimaal acht uur per week is, verdeeld over minimaal vier dagen per week en naar verwachting nog enkele

jaren wordt verstrekt en e. een advies van een door burgemeester en wethouders aan te wijzen instantie uit de huidige woongemeente van de mantelzorgontvanger is afgegeven over de noodzaak van

mantelzorg. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een afwegingskader opstellen voor het advies,

bedoeld in lid 1, onderdeel e. 3. Per mantelzorgsituatie wordt eenmalig één urgentie verleend.

Artikel 2.5.1 d

Criteria indicatie volkshuisvestelijke gronden

1. Een indicatie op volkshuisvestelijke gronden wordt uitsluitend verleend indien sprake is van woonruimte van huurders en eigenaar-bewoners in de woningmarktregio die in het belang

van de volkshuisvesting of ter uitvoering van openbare werken in het algemeen belang, gesloopt of ingrijpend verbeterd moeten worden.

2. Burgemeester en wethouders bepalen wanneer de urgentie wordt verleend. 3. Burgemeester en wethouders kunnen bij de verlening van de urgentie bepalen dat betrokken

bewoners na voltooiing van de werken eenmalig een vooraf te bepalen passend aanbod krijgen tot terugkeer in het ingrijpend verbeterde of nieuwgebouwde complex.

Artikel 2.5.1e

Criteria indicatie maatschappelijke gronden

1. Een indicatie op maatschappelijke gronden wordt uitsluitend verleend indien sprake is van: a. huiselijk geweld, waarbij geldt dat een woningzoekende die in verband met problemen

van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en verblijft in een

voorziening voor tijdelijke opvang van personen; b. uitstroom hulp- en dienstverleningsinstelling, waarbij geldt dat een woningzoekende

dringend woonruimte nodig heeft omdat de woningzoekende verblijft in een door

burgemeester en wethouders erkende opvangtehuis of hulp- en dienstverleningsinstelling, na doorverwijzing door een gemeente uit de

woningmarktregio.

17

2. Burgemeester en wethouders kunnen afspraken maken met instellingen over een jaarlijks

contingent voordrachten voor doorstroming.

Artikel 2.5.1fCnteria indicatie gronden statushouder 1. Een indicatie voor een statushouder wordt uitsluitend verleend op grond van de landelijke

taakstelling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. De feitelijke toewijzing vindt plaats door middel van bemiddeling. Ook na een tijdelijke

huisvesting kan toewijzing via bemiddeling plaatsvinden.

Artikel 2.5.1g

Criteria indicatie gedupeerden aanbodsysteem

Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende de indicatie 'gedupeerde aanbodsysteem' toekennen, mits de regionale klachtencommissie heeft geconstateerd dat aanvrager daadwerkelijk door het aanbodsysteem is gedupeerd.

Artikel 2.5.2 Aanvraag en besluitvorming tot urgentie 1. a. De woningzoekende die meent voor een urgentie op sociale, medische of mantelzorg

gronden in aanmerking te komen, dient een schriftelijke aanvraag in bij burgemeester en wethouders van de gemeente waar de urgente woonsituatie is ontstaan of, bij urgentie op

mantelzorg gronden, de gemeente waar de mantelzorg verleend gaat worden.

b. De aanvraag dient in ieder geval een motivering te bevatten, waarin wordt vermeld: - de aard van de persoonlijke problematiek; -

de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie;

-

de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen een halfjaar absoluut noodzakelijk is en

-

de argumentatie waarom de woningzoekende niet in staat is om binnen 6 maanden op andere wijze geschikte huisvesting te vinden.

c. Bij een aanvraag om toekenning van de urgentie kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen bij een door hen aan te wijzen adviseur.

2. a. De aanvraag voor een urgentie op sociale gronden, als bedoeld in artikel 2.5.1a lid 1

onderdeel a, moet uiterlijk binnen een maand na het ontstaan van de dakloosheid buiten

eigen schuld of toedoen worden gedaan. b. De aanvraag voor een urgentie op sociale gronden, relatiebeëindiging, als bedoeld in artikel 2.5.1a lid 1 onderdeel b, kan alleen worden ingediend in de periode:

- bij echtscheiding, van het moment dat een verzoek tot echtscheiding of uitspraak voorlopige voorziening is ingediend bij de rechter, tot uiterlijk drie maanden nadat de

rechter de echtscheiding uitsprak;

- bij beëindiging geregistreerd partnerschap, op het moment dat partnerschap wordt beëindigd tot uiterlijk drie maanden daarna;

- Bij een samenlevingscontract, van het moment dat de ene partij het contract conform het daarin bepaalde opzegde, tot uiterlijk drie maanden daarna of,

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

- bij samenleving zonder contract, op het moment dat de ene partij de ander door

middel van een aangetekende brief kenbaar maakte de samenleving te willen beëindigen, tot uiterlijk drie maanden daarna; - bij het ontbreken van documenten om de urgentie in de aanvraagperiode te

beoordelen, op het moment dat de samenwoning daadwerkelijk heeft opgehouden te bestaan en dit ook blijkt door middel van het overleggen van een uittreksel van het

gemeentelijke BRP (Basisregistratie Personen), tot uiterlijk drie maanden daarna. c. De aanvraag voor een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, als bedoeld in artikel

2.5.1d, kan uitsluitend schriftelijk door de eigenaar van de woonruimte bij burgemeester en wethouders worden ingediend.

d. De aanvraag voor een urgentie op maatschappelijke gronden, als bedoeld in artikel 2.5.1e, kan uitsluitend worden ingediend bij burgemeester en wethouders door een van gemeentewege erkend opvangtehuis of een van gemeentewege erkende hulp- en

dienstverleningsinstellingen. 3. Een aanvraag kan slechts voor één indicatiegrond tegelijk worden ingediend. Een aanvraag

om toekenning van een indicatie voor urgentie waarover in het verleden reeds is beslist, wordt alleen dan in behandeling genomen indien er sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden.

Artikel 2.5.3 Beperkte keuzemogelijkheid urgenten 1. Bij urgentieverlening stellen burgemeester en wethouders een zoekprofiel vast. 2. Urgent woningzoekenden op sociale, medische, mantelzorg- of maatschappelijke gronden, kunnen met hun status "urgent" uitsluitend reageren op het regionale aanbod van appartementen vanaf de le verdieping. In geval van een urgentie op medische en mantelzorg gronden kan hiervan worden afgeweken indien in het advies van de adviseur als

bedoeld in artikel 2.5.2 lid 1 onderdeel c uitdrukkelijk een ander woningtype wordt

geadviseerd. 3. Burgemeester en wethouders kunnen van het standaard regionale zoekprofiel als bedoeld in

lid 2 afwijken als de leefbaarheid daar aanleiding voor geeft of wanneer het belet dat de

urgent woningzoekende lokaal een passende woonruimte krijgt toegewezen omdat in de lokale woningvoorraad bepaalde woningtypen ontbreken of naar verwachting niet binnen 6

maanden vrij voor verhuur komen en huisvesting in de woongemeente sociaal of

maatschappelijk, noodzakelijk wordt geacht. In dit geval wordt door burgemeester en wethouders een tweede zoekprofiel vastgesteld, waarmee de urgent woningzoekende

uitsluitend op het woningaanbod in de betreffende gemeente waar het probleem is ontstaan, kan reageren.

4. Urgent woningzoekenden met een urgentieverklaring op volkshuisvestelijke gronden kunnen

met hun status "urgent" reageren op het regionale aanbod van woonruimte die qua

19

woningtype vergelijkbaar is met de huidige woonruimte die gesloopt of ingrijpend verbeterd

moet worden. 5. Urgent woningzoekenden met een mantelzorg indicatie kunnen met hun status "urgent"

uitsluitend reageren op het regionale aanbod van appartementen vanaf de le verdieping en als dit aanbod niet meer dan vijf kilometer gelegen is vanaf de woning van de

mantelzorgontvanger / mantelzorgverlener, gemeten volgens de kortst mogelijke route. Van het woningtype kan worden afgeweken indien in het advies van de adviseur als bedoeld in

artikel 2.5.2 lid 1 onderdeel c uitdrukkelijk een ander woningtype wordt geadviseerd.

Artikel 2.5.4 Vervallen, verlengen en intrekken urgentie 1. De urgentieverklaring vervalt van rechtswege na een termijn van zes maanden na afgiftedatum.

2. In afwijking van lid 1: a. vervalt een urgentie op volkshuisvestelijke gronden na een termijn van 1 jaar.

b. kunnen burgemeester en wethouders op verzoek van de aanvrager de urgentie met maximaal zes maanden verlengen indien er, binnen de termijn van zes maanden,

aantoonbaar geen aanbod is geweest overeenkomstig het zoekprofiel. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring intrekken, indien:

a. niet langer aan de vereisten voor het verkrijgen van een urgentieverklaring wordt voldaan; b. de urgentieverklaring is verstrekt op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;

c. de urgente eenmaal een naar het oordeel van burgemeester en wethouders passende

woonruimte in de regio heeft geweigerd. 4. Na het intrekken of vervallen van een urgentieverklaring kan niet op grond van dezelfde

omstandigheden opnieuw een urgentie worden aangevraagd.

Paragraaf 2.6

Systeem voor de verdeling van woonruimte

Artikel 2.6.1 Eén toewijzingssysteem 1. a. In de woningmarktregio wordt het aanbod van vrijkomende woonruimte van woningcorporaties verdeeld via één toewijzingssysteem.

b. De woningcorporaties stellen gezamenlijk een toewijzingssysteem in en onderhouden het systeem. c. Het toewijzingssysteem voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: - het is gebruiksvriendelijk en toegankelijk;

-

het biedt woningzoekenden de mogelijkheid hun belangstelling kenbaar te maken op het aanbod;

-

het informeert woningzoekenden op uniforme en transparante wijze over de geldende

volgorde en

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

-

het informeert woningzoekenden op uniforme en transparante wijze over de

voorwaarden waaraan zij moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de woonruimte.

d. Met het toewijzingssysteem kan woonruimte in ieder geval worden verdeeld met het aanbodmodel of het lotingmodel. 2. Het bepaalde in lid 1 onderdeel a en 1 onderdeel b is niet van toepassing op woningcorporaties met een woningvoorraad van minder dan 100 zelfstandige huurwoningen

in de woningmarktregio. 3 Vrijkomende woonruimte van woningcorporaties wordt geplaatst in het advertentiemedium. Burgemeester en wethouders kunnen een uitzondering maken voor: a. woonruimte verdeeld via bemiddeling;

b. wisselwoningen en plankwoningen ten behoeve van tijdelijke huisvesting; c. standplaatsen voor woonwagens;

d. beheerdersbelang;

e. woonruimte die als geheel met instemming van de eigenaar bestemd wordt of is voor

bewoning door een woongroep of

f. zelfstandige woonruimte die onderdeel uitmaakt van een groepswooncomplex, wat blijkt uit het gemeenschappelijk beheer van verblijfsruimte(n) en/of gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen in het betreffende complex.

Artikel 2.6.2 Rangorde bij het aanbodmodel 1. a. Ter bepaling van de volgorde bij het aanbodmodel worden alle belangstellende woningzoekenden op datum van inschrijving gerangschikt. De woonruimte wordt voor

verhuring aangeboden aan de woningzoekende met de langste inschrijfduur. b. Alvorens de volgorde te bepalen zoals bedoeld in a wordt voorrang verleend met

toepassing van de voorrangsregels in paragraaf 2.4. 2. a. Woningzoekenden met de status "urgent" hebben bij het aanbodmodel, in afwijking van het bepaalde onder lid 1 onderdeel a, voorrang boven alle andere kandidaten, onder de

voorwaarde dat:

- de woonruimte past binnen het door burgemeester en wethouders voor de urgente vastgestelde zoekprofiel,

- de voorrangregels in paragraaf 2.4 zijn toegepast en - zij hebben gereageerd binnen de zoektermijn. b. Ter bepaling van de volgorde tussen urgenten worden belangstellende urgenten op

datum van verlening van de urgentie gerangschikt. De woonruimte wordt voor verhuring aangeboden aan de urgente met de oudste urgentiedatum.

c. Om in advertentiemedium woonruimte aan te mogen wijzen waarop de status "urgent"

niet geldig is, is de

volgende procedureafspraak overeengekomen: Woningcorporaties

bepalen in welke woningcomplexen in potentie ter beschikking komende woningen,

21

uitgesloten kunnen worden voor urgent woningzoekenden. Met dien verstande dat de voorrangsregel "urgent", dan niet geldig is. Het is dus niet de bedoeling dat deze complexen in hun geheel worden uitgesloten voor urgent woningzoekenden. Wanneer in een geoormerkt complex een woning ter beschikking komt, krijgt de woningcorporatie

mandaat om te beoordelen of de betreffende woning daadwerkelijk wordt aangewezen als woning waarop de voorrangsregel "urgent" niet geldig is. Het kan hierbij bijvoorbeeld

gaan om (niet limitatief): een woning die naar verwachting een veel hoger dan gemiddeld aantal reacties zal

opleveren (het betreft dus een door woningzoekenden zeer gewilde woning), een nultredenwoning; een woning die vanuit het perspectief van leefbaarheid niet geschikt is voor een urgent

woningzoekende. Het is overigens niet de bedoeling te veel woningen uit te sluiten voor urgenten woningzoekenden Terughoudendheid dient te worden betracht. Daarom mag per jaar

niet meer dan 5% van het totaal aantal woningen per gemeente dat in het voorgaande jaar met het aanbodmodel is aangeboden, worden aangemerkt als woning waarop de

voorrangsregel "urgent" niet van toepassing was. Corporaties rapporteren achteraf jaarlijks op welke wijze hierop invulling is gegeven. Het aanbod via het lotingmodel valt

buiten de 5%-regeling, aangezien urgentie in geen enkel geval voorrang geeft bij het lotingmodel.

3. Indien een advertentie tot een toewijzing leidt, wordt daarvan in het advertentiemedium

binnen veertien dagen na ingangsdatum van het huurcontract mededeling gedaan.

Artikel 2.6.3 Toewijzingssysteem en gemeentelijke woonbeleid 1 Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels instellen voor de verdeelsystematiek. 2 De regels hebben betrekking op: a. Lotingmodel b. Standplaatsen via woongroepmodel

c. Beheerdersbelang d. Woongroepen e. Bemiddeling

Artikel 2.6.3a

Lotingmodel

1. a. Met instemming van burgemeester en wethouders kan maximaal 20% van het

vrijkomende aanbod van sociale woonruimte in een gemeente via het lotingmodel worden verhuurd.

b.

Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende voorwaarden stellen.

2. Bij het lotingssysteem zijn de voorrangsbepalingen uit paragraaf 2.4 niet van toepassing, met

uitzondering van artikel 2.4.1, de voorrangsregels inkomen-huur, artikel 2.4.2, voorrangsregels bezettingsnorm en artikel 2.4.3 en voorrangregels woningtype.

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

3. De volgorde van de reacties bij het lotingmodel wordt aselect bepaald (door het computersysteem). Een woningzoekende kan per woning één reactie uitbrengen.

4. Indien een loting tot een toewijzing leidt, wordt daarvan in het advertentiemedium binnen veertien dagen na ingangsdatum van het huurcontract mededeling gedaan.

Standplaatsen via woongroepmodel met Artikel 2.6.3b voordrachtsregeling 1. Bij inschrijving voor een standplaats en voor overige woonruimte op een woonwagenlocatie, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden stellen:

a. een wachtlijst hanteren, gebaseerd op het woongroepmodel met voordrachtsregeling; b. de wachtlijst wordt beheerd door de door burgemeester en wethouders aangewezen woningcorporatie/beheerder en

c. inschrijven op deze wachtlijst kan alleen met een geldig inschrijfnummer van WoningNet; 2. Toewijzing bij het woongroepmodel met voordrachtregeling

a. Voor de toewijzing van een vrijkomende standplaats is een aanvullende voorrangsvolgorde vastgesteld. Deze geldt voor de eerste inschrijvers met de langste

inschrijfduur op de wachtlijst.

b. Het aantal eerste inschrijvers zoals bedoeld in onderdeel a is afhankelijk van de grootte

van de woonwagenlocatie en te bepalen door burgemeester en wethouders. 3. De rangvolgorde van de eerste inschrijvers, zoals bepaald in lid 2, op de wachtlijst wordt als

volgt bepaald: a. voor huurstandplaatsen geldt dat kinderen of kleinkinderen van degene die de plaats huurde voordat deze leeg kwam, voorrang hebben. De regel dat het alleen om de eerste

inschrijvers van de wachtlijst gaat, is hierbij niet van toepassing; b. de woningzoekende die een standplaats huurt op de betreffende woonwagenlocatie en

wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, onder voorwaarde dat de eigen standplaats vrijkomt;

c. een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op de locatie waar een standplaats vrijkomt;

d. woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op de

locatie heeft gewoond; e. woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op een

woonwagenlocatie elders in Nederland heeft gewoond; f. overige woningzoekenden. Op basis van inschrijfduur op de wachtlijst; g. voor lid 3 onderdeel a tot en met lid 3 onderdeel e geldt dat bij gelijke kandidaten, degene

met de langste inschrijfduur op de wachtlijst voorrang heeft.

23

4. Een adviescommissie van bewoners van de betreffende woonwagenlocatie adviseert de

woningcorporatie/beheerder over de toewijzing. Bij dit advies wordt de volgorde zoals in lid 3 aangehouden.

5. a. Burgemeester en wethouders behouden het recht om in te grijpen in het

toewijzingsproces of af te wijken van deze regeling. Burgemeester en wethouders vragen de woningcorporatie dan wel de beheerder b. om advies als zij gebruik maakt van het bepaalde onder lid 5a.

6. Voor urgentie is de urgentieregeling uit paragraaf 2.5 van toepassing. Bij urgentieverzoeken

kan de adviescommissie van bewoners dan wel van de betreffende woonwagenlocatie om

advies worden gevraagd.

Artikel 2.6.3c

Beheerdersbelang

1. Beheerdersbelang is het belang van de woningcorporatie in het beheren van haar woningvoorraad. In principe geldt het beheerdersbelang primair voor de woningcorporatie.

Ook andere instanties, inclusief burgemeester en wethouders, kunnen in het belang van de wijk/ openbare orde en veiligheid/leefbaarheid de woningcorporatie vragen om gebruik te

maken van het beheerdersbelang. 2. Door toepassing te geven aan het beheerdersbelang kan een huurder met voorrang worden

verhuisd. 3. Voorwaarden bij de toepassing van het beheerdersbelang zijn: a. er mag geen nadeel zijn voor het welzijn van de persoon in kwestie; b. het is niet mogelijk gebleken om de aanleiding, zoals de overlast, op een ander wijze

adequaat te bestrijden; c. de woningcorporatie lost het probleem eerst binnen het eigen bezit op en vervolgens pas

in andermans bezit.

4. Woningcorporaties rapporteren jaarlijks achteraf aan burgemeester en wethouders over de wijze waarop zij invulling hebben gegeven aan dit artikel. Daarbij wordt in elk geval

aangegeven om welke aantallen het in het betreffende jaar gaat met een korte aanduiding van de aard van de problematiek. Burgemeester en wethouders kunnen desgewenst nadere informatie vragen.

Artikel 2.6.3d

Woongroepen

1. a. Burgemeester en wethouders kunnen een groep huurders aanmerken als woongroep.

b. Burgemeester en wethouders kunnen, na overleg met de eigenaren, een wooncomplex aanwijzen als geschikt voor het oprichten van een woongroep.

2. a. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over de wijze waarop vrijkomende woonruimte binnen een woongroep wordt toegewezen.

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

b. Bij nieuwbouw van woonruimte voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden van de woongroep het recht van eerste bewoning krijgen of een

initiatief van een eigenaar die een woongroep wil faciliteren.

c. Bij de toewijzing zijn de eisen voor verlening van een huisvestingsvergunning uit artikel 2.2.3 van toepassing.

Artikel 2.6.3e

Bemiddeling

Burgemeester en wethouders kunnen door eenmalig aanbod bijzondere categorieën woningzoekenden en woningzoekenden met een indicatie urgent door bemiddeling medewerking verlenen bij het verkrijgen van woonruimte. Bij bemiddeling wordt in principe eenmalig een passende woonruimte aangeboden. De bemiddeling kan vervallen als de

woningzoekende zonder gegronde reden de woonruimte weigert.

HOOFDSTUK 3 WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD Vergunning voor onttrekking, samenvoeging > Paragraaf 3.1 omzetting of woningvorming Artikel 3.1.1 Werkingsgebied Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op: a. Huurwoningen met een huurprijs tot de Iiberalisatiegrens b. Koopwoningen tot de koopprijsgrens.

Artikel 3.1.2 Vergunningplicht Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte, aangewezen in artikel 3.1.1: a. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te

houden;

b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte

door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden; c. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden ten behoeve van de huisvesting van meer dan twee personen;

d. te verbouwen tot twee of meer woonruimten of in die verbouwde staat te houden.

Artikel 3.1.3 Aanvragen vergunning 1. De aanvraag voor een vergunning tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen

beschikbaar te stellen formulier. Burgemeester en wethouders vermelden op of bij het aanvraagformulier welke gegevens of stukken de aanvrager moet verstrekken met het oog op

de beoordeling van de aanvraag. 2. In ieder geval moeten worden verstrekt:

25

a. naam en adres van de eigenaar; b. de gronden waarop de aanvraag berust;

c. gegevens over de huidige situatie: -

adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;

-

huur-of koopprijs;

-

aantal kamers;

-

gebruiksoppervlakte;

-

staat van onderhoud;

d. gegevens over de beoogde situatie:

-

bestemming;

-

bouwtekening/bouwvergunning;

-

geluidsisolatieplan of meetrapport;

-

compensatievoorstel;

e. gegevens bij voorgenomen samenvoeging:

-

verwachte huur- of koopprijs;

-

naam van de toekomstige bewoner(s);

-

omvang van het huishouden van de toekomstige bewoners en

-

schriftelijke verklaring van toestemming van de verhuurder.

Artikel 3.1.4 Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid

groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang; b. het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op

schaarste en leefbaarheid niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;

c. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.

Artikel 3.1.5 Leefbaarheidstoets vervallen

Artikel 3.1.6 Financiële compensatie vervallen

Artikel 3.1.7 Voorwaarden en voorschriften 1. Aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 kunnen door burgemeester

en wethouders voorwaarden en voorschriften worden verbonden over onder andere:

a. de geldigheidsduur van de vergunning;

b. de periode waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt moet worden; c. het betalen van financiële compensatie;

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

d. de leefbaarheid; e. goed verhuurderschap; f. het voorkomen van overlast, en

g. de omgevingsvergunning. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 wordt op naam gesteld.

Artikel 3.1.8 Maatwerkvoorschriften Het college van burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften opleggen ter voorkoming dan wel beperking van de aantasting van het woon- en leefklimaat.

Artikel 3.1.9 Vervallen geldigheid vergunning De geldigheid van de vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 komt van rechtswege te vervallen indien a. Geen gebruik is gemaakt van de vergunning in de door burgemeester en wethouders bepaalde periode, als bedoeld in artikel 3.1.7 lid 1 onderdeel b.

b. De tenaamstelling van de vergunninghouder wijzigt (er is sprake van een rechtsopvolger).

Artikel 3.1.10

Intrekkingsgronden

i. De vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 kan door burgemeester en wethouders worden

ingetrokken, als: a. de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is

geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming; b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;

c. de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd,

en/of d. het gebruik van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid in

de omgeving van het betreffende pand. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 kan voorts door burgemeester en wethouders

worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering

integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Paragraaf 3.2

Vergunning voor kadastrale splitsing

Artikel 3.2.1 Werkingsgebied Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op: c. Huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens

d. Koopwoningen tot de koopprijsgrens.

27

Artikel 3.2.2 Vergunningplicht 1. Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een recht op een

gebouw, aangewezen in artikel 3.2.1, te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in

artikel 106, eerste en vierde lid, van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indieneenofmeer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten

van het gebouw als woonruimte, tenzij het gebouw in eigendom is van woningcorporatie en gebouwd is in 1950 of daarna en voorzien is van een steenachtige woningscheidende vloer.

2. Het eerste lid is ook van toepassing op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon

met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.2.3 Aanvragen vergunning 1. De aanvraag voor een vergunning tot kadastrale splitsing wordt ingediend bij burgemeester

en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen formulier. Burgemeester en

wethouders vermelden op of bij het aanvraagformulier welke gegevens of stukken de aanvrager moet verstrekken met het oog op de beoordeling van de aanvraag. 3. In ieder geval moeten worden verstrekt: a. een tekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

b. een verklaring van goede staat van onderhoud, een door een beëdigd taxateur opgemaakt

taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, dat in ieder geval omvat een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud, en

c. de gronden waarop de aanvraag berust.

Artikel 3.2.4 Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.2 kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid

groter is dan het met de kadastrale splitsing gediende belang; b.

het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op

schaarste en leefbaarheid niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;

c.

de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt

van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet, en/of d. ook overigens sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan of de beheersverordening, tenzij een omgevingsvergunning om af te wijken van het

bestemmingsplan of de beheersverordening is verleend. e.

Er geen omgevingsvergunning is verleend voor een bouwkundige splitsing.

HUISVESTINGSVERORDENING REGIO UTRECHT 2019, Gemeente Wijk bij Duurstede 2022

Artikel 3.2.5 Voorwaarden en voorschriften Aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.2 kunnen door burgemeester en wethouders voorwaarden en voorschriften worden verbonden over onder andere: a. de periode waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt;

b. de gebouwde onroerende zaak waarop de kadastrale splitsing betrekking heeft

Artikel 3.2.6 Maatwerkvoorschriften Het college van burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften opleggen ter voorkoming dan wel beperking van de aantasting van het woon- en leefklimaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11083648/1