CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerp begroting 2025

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze jaarrekening 2023 en begroting 2025 RID7.197 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programmabegroting 2025 Meerjarenraming 2026-2028

1

Voorwoord In deze programmabegroting van de Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) staan de doelen, de activiteiten en de budgetten voor 2025. De kadernota 2025-2028 is eind 2023 vastgesteld. Deze gaf een vooruitblik op de verwachte ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2025 en verder. Eind 2024 moet een beslissing genomen worden over de duurzame investering voor de komende jaren en de haalbaarheid van het voorkeursscenario van de geleidelijke overgang naar de cloud. Deze keuze wordt vervolgens vertaald in een meerjareninvesteringsplanning. De kadernota 2025-2028 geeft het kader mee voor de begroting 2025-2027. Gezien het geschetste tijdspad moet we ons voor déze begroting cijfermatig nog baseren op het opnieuw investeren in de huidige datacenters. Vanuit het reeds vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is de programmabegroting opgesteld die nu voor u ligt.

De kracht en efficiency van het collectief De opdrachtgevers zetten vanuit het collectief in op het zo goed mogelijk invullen van de gedeelde behoefte. Door dit gezamenlijk te doen kunnen bovendien middelen, mensen en materiaal efficiënt ingezet worden. Dit speelt zowel op het gebied van informatievoorziening (IV) en informatiebeveiliging (IB) als ICT. Op dit laatste onderdeel is door ons in een participatief traject gewerkt aan een meerjareninvesteringsplan (DIP). Het vrijvallen van de afschrijvingen op de 2 datacenters in 2025 vormde namelijk een natuurlijk moment om in kaart te brengen waar de komende jaren financieel op geïnvesteerd moet gaan worden. De strategische voorkeur van uw bestuur en onze opdrachtgevers gaat vooralsnog uit naar het afbouwen van de huidige datacenters en geleidelijk de overgang maken naar de cloud. In 2024 wordt de balans opgemaakt over de haalbaarheid van het voorkeursscenario en de bijbehorende kosten. Op basis daarvan wordt eind 2024 een besluit genomen over de nieuwe investeringen. Deze keuze wordt vertaald in het opstellen van een nieuwe koers waarin we de richting voor de komende jaren helder verwoorden.

Uiteraard zorgen we in gezamenlijkheid voor een koers die nauw aansluit bij de i-visie en de uitgesproken en bekrachtigde bestuurlijke wens om te komen tot verdergaande harmonisatie van applicaties om de ICT-samenwerking verder te intensiveren.

Komende jaren We zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met een verschuivend politiek klimaat in buiten- én binnenland. Wat de impact van een nieuw kabinet op bijvoorbeeld het gemeentefonds gaat zijn, is nog onzeker. Tenzij de meerjarenbegroting van het gemeentefonds door hen gewijzigd wordt, is er vanaf 2026 nog steeds sprake van een structureel financieel gat voor gemeenten. Zonder een reëel beeld van de inkomsten is het maken van politieke keuzes zacht gezegd uitdagend te noemen. Tegelijkertijd wordt er meer van de lokale overheid gevraagd en verwacht, zowel door inwoners als het rijk. De ambities en taken van decentrale overheden worden bovendien complexer door de overspannen arbeidsmarkt en het samenwerken met veel stakeholders in verschillende netwerken en ketens. En tot slot neemt ook het belang en daarmee de noodzaak van informatiebeveiliging toe. Afgelopen jaar is in Nederland maar liefst 1 op de 5 bedrijven gehackt. De gijzeling van persoonsgegevens van bijvoorbeeld de KNVB heeft deze organisatie een miljoen euro gekost. Blijvende (bestuurlijke) aandacht voor informatiebeveiliging is dus ook buiten uw AB noodzakelijk om een veilige, digitale omgeving voor de dienstverlening aan burgers en ondernemers te kunnen faciliteren. Mede in het licht van bovenstaande kijkt de RID daarom altijd naar nut en noodzaak van de uitgaven.

Als de kosten niet noodzakelijk zijn, of deze zijn uitgesteld, wordt het resultaat teruggeven aan de RID-deelnemers. In deze programmabegroting leest u hoe de RID zich verder ontwikkelt naar een ICT-partner die meegroeit en inspeelt op uw (gezamenlijke) wensen als deelnemende organisaties. Doorn, 15 april 2023, W. van Leeuwen Directeur a.i. RID-Utrecht.

2

Inhoud 1.

2.

3.

Inleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.1.

Missie ...................................................................................................................................................... 4

1.2.

Bestuur ................................................................................................................................................... 4

1.3.

Gezamenlijk opdrachtgeverschap .............................................................................................................. 4

1.1.

Proces ..................................................................................................................................................... 5

1.2.

Opbouw begroting ................................................................................................................................... 5

1.3.

Wijze van totstandkoming en opzet ........................................................................................................... 5

1.4.

Situatie kadernota 2025-2028 ................................................................................................................... 6

1.5.

Toelichting mutaties begroting 2024-2025 ................................................................................................. 6

Programma: dienstverlening .............................................................................................................................. 7 2.1.

Gewenste resultaten (wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen?) ........................................... 7

2.2.

Wat mag het kosten ................................................................................................................................. 9

2.3.

Toelichting mutaties begroting 2024-2025 ............................................................................................... 10

Hoofdstuk Overhead ....................................................................................................................................... 12 3.1.

Toelichting mutaties begroting 2024-2025 ............................................................................................... 12

4.

Hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen ........................................................................................................... 13

5.

Recapitulatie .................................................................................................................................................. 14

6.

Ontwikkelingen .............................................................................................................................................. 15

7.

Paragrafen ..................................................................................................................................................... 16 7.1.

Paragraaf lokale heffingen ...................................................................................................................... 16

7.2.

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing................................................................................. 16

7.3.

Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................. 19

7.4.

Financiering en treasury.......................................................................................................................... 19

7.5.

Bedrijfsvoering....................................................................................................................................... 20

7.6.

Verbonden partijen ................................................................................................................................ 20

7.7.

Grondbeleid ........................................................................................................................................... 20

3

1.

Inleiding

In 2017 hebben de deelnemers geconcludeerd dat de RID-Utrecht de strategische oprichtingsdoelstellingen heeft behaald. In 2018 hebben de deelnemers in samenspraak met het bestuur afgesproken dat de RID zich gaat ontwikkelen van een IT-beheerorganisatie naar een servicepartner op het gebied van ICT en informatievoorziening. Deze richting is in 2019 nader uitgewerkt in het bestuurlijk document ‘strategisch kader 2019 -2022’. In 2021 heeft de RID met haar bestuur de visie geëvalueerd, die voor een groot deel nog steeds van kracht was. Daarom is in gezamenlijkheid besloten in 2022 een start te maken met een nieuwe visie.

1.1.

Missie

“Wij zijn uw ICT-partner die ervoor zorgt dat medewerkers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren.”

Visie: Wij zorgen ervoor dat medewerkers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren. Hiervoor leveren wij diensten en oplossingen op het gebied van ICT en informatievoorziening. Uw vraag staat centraal! Wij overtreffen verwachtingen en gaan voor het maximale. Met deze gedrevenheid zorgen wij ervoor dat medewerkers beschikken over goede digitale vaardigheden en betrouwbare voorzieningen. Zo dragen wij bij aan de kwaliteit van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De RID is uw partner met kennis van de digitale gemeente, focus op lokale overheden en begrip van uw processen. Samen met u maken wij innovaties met ICT mogelijk.

1.2.

Bestuur

De colleges van de gemeenten Baarn, De Bilt, Bunnik, Soest, Utrechts Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug nemen deel in de gemeenschappelijke regeling RID-Utrecht. Het bestuur zet de beleidslijnen uit en spreekt over de voortgang van de dienstverlening, de exploitatiebegroting en de verantwoording hierover. Het bestuur heeft de zorg voor de continuïteit en de kwaliteit van de organisatie.

1.3.

Gezamenlijk opdrachtgeverschap

Naast de bestuurlijke lijn heeft het AB op 4 juli 2019 een toepassing IV-governance vastgesteld, om de samenwerking van een gedeelde IV-functie vorm te gaan geven. Deze bestaat uit 2 gremia; het SOO (strategisch opdrachtgeversoverleg) en het GDO (gemeenschappelijk directeurenoverleg). Het SOO wordt gevormd door de IV-managers van de aangesloten organisaties, met als linking pin de servicelevelmanager van de RID. De samenstelling van het GDO bestaat uit de gemeentesecretarissen van de aangesloten organisaties en de directeur van de RID. Vanuit het GDO is één GDO-lid aangewezen als linking-pin/adviseur voor het bestuur.

4

1.1. Kadernota

Proces Begroting

Begrotings wijzigingen (bestuurs rapportage)

Jaarstukken

De begroting 2025-2028 schetst de financiële ontwikkelingen in relatie tot de toekomstige ontwikkelingen.

1.2.

Opbouw begroting

In deze programmabegroting van de Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) staan de doelen, de activiteiten en de budgetten voor 2025. Ook geeft het zicht op de verdere toekomst, in de vorm van de meerjarenraming. De kadernota 2025-2028 is eind 2023 vastgesteld. Deze gaf een vooruitblik op de verwachte ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2025 en verder. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is de programmabegroting opgesteld die nu voor u ligt.

Hoofdstuk 2: Programma Dienstverlening

Hoofdstuk 3: Overhead

Hoofdstuk 4: Algemene Dekkingsmiddelen

Hoofdstuk 5: Recapitulatie

1.3.

Hoofdstuk 6: ontwikkelingen 2025 ev.

Hoofdstuk 7: Paragrafen

Wijze van totstandkoming en opzet

Het algemeen bestuur heeft op 30 november 2023 de kadernota 2025-2028 vastgesteld. De kadernota gaf een vooruitblik op de te verwachten ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2025 en volgende jaren. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is deze programmabegroting opgesteld.

5

1.4.

Situatie kadernota 2025-2028

Alle jaren van de kadernota sluiten met een saldo van 0. Kadernota 2025-2028 Bedragen x € 1000 Meerjarig perspectief vanuit begroting 2024-2027

2025

2026

2027

2028

8.340

8.320

8.320

8.320

Salariscompensatie (kadernota)

246

246

246

246

Inflatiecorrectie (kadernota)

76

76

76

76

-100

-100

-100

-100

84

84

84

84

8.646

8.626

8.626

8.626

8.340

8.320

8.320

8.320

306

306

306

306

8.646

8.626

8.626

8.626

Saldo Kadernota 2025

0

0

0

0

Onttrekking bestemmingsreserve

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat kadernota 2025

0

0

0

0

Uitfasering Gemnet (kadernota) Gevolgen digitale werkruimte (kadernota) Totale lasten Totale dekkingsmiddelen meerjarig perspectief vanuit begroting 2024-2027 Kadernota effecten op dekkingsmiddelen Totale dekkingsmiddelen

1.5.

Toelichting mutaties begroting 2024-2025

Het verschil tussen de begroting 2024 en 2025 wordt toegelicht, als het verschil groter is dan € 20.000, bij de uitwerking per programma/hoofdstuk. Zoals te zien is bij de verschillende toelichtingen worden de afwijkingen veroorzaakt door de kadernota.

6

2.

Programma: dienstverlening

2.1. Gewenste resultaten (wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen?) De RID ontwikkelt zich naar een ICT-servicepartner die zorgt dat medewerkers beschikken over betrouwbare voorzieningen, zodat ze veilig en effectief kunnen werken. De bedrijfsvoering en dienstverlening van onze deelnemers zijn daar immers volledig afhankelijk van. Samen met de deelnemers hebben we daarom het doel bepaald en werken daar als RID op verschillende manieren naartoe.

RID naar serviceprovider Om toe te werken van een RID, die uitsluitend de harde ICT levert, naar de servicepartner die ontzorgt op het gebied van ICT en informatievoorziening, werken we conform 5 beleidssporen; te weten samenwerking, organisatie, diensten, processen en projecten. Met deze beleidssporen als leidend principe leggen we de focus de komende jaren op de volgende ontwikkelingen:

Regionale bundeling van opdrachtgeverschap Bij de transitie naar servicepartner houden we rekening met de invulling en vorming van de governance in de verhoudingen eigenaar GR, opdrachtgever en opdrachtnemer. De RID is als GR ingericht om te werken voor een collectief van organisaties met een samenhangende en generieke behoefte op het gebied van de ICT. Omdat professioneel opdrachtgeverschap belangrijk is vanuit alle RID-deelnemers, zijn de krachten als opdrachtgevers gebundeld om vanuit een Regionale IV-ontwikkeling te komen tot eenduidige vraagontwikkeling, -formulering en -articulatie. Dit is bestuurlijk nogmaals bekrachtigd in het opgestelde Samenwerkingsconvenant. Door dit gezamenlijk te doen kunnen we namelijk middelen, mensen en materiaal efficiënt inzetten. Het vrijvallen van de afschrijvingen in 2025 noodzaakt tot het in kaart brengen waar de komende jaren op geïnvesteerd moet gaan worden. Wij hanteren hiervoor uiteraard de uitgangspunten vanuit de I-visie die door de RID-deelnemers is vastgesteld.

Informatieveiligheid Vanaf 2020 hanteren we het verplichte normenkader voor informatieveiligheid; de baseline informatiebeveiliging overheid (BIO1). De BIO toetst op het bestaan van maatregelen die we hebben genomen en kijkt of de plannen worden uitgevoerd. Omdat informatieveiligheid steeds belangrijker is binnen de (lokale) overheid, wordt de lat op dit gebied almaar hoger gelegd. In 2024 komt daarom naast de BIO de NIS2 erbij, met meldplicht en zorgplicht. Deze NIS2 wordt in nationale wetgeving vertaald, die uiterlijk eind 2024 opgeleverd moet worden. Het is dus nu nog niet mogelijk om exact uiteen te zetten wat deze wet van gemeenten zal vragen en wat de impact daarvan is op de RID. Wel is helder dat de ENSIA als verantwoordingsinstrument niet meer toereikend zal zijn. Het lijkt er sterk op dat NIS2 meer belang toe zal kennen aan de werking van de maatregelen en plannen die organisaties maken voor informatieveiligheid. Organisaties moeten dan gaan aantonen dat hun beleid echt werkt. Een nog nader te bepalen toezichthouder kan hoge boetes uitdelen, zoals bijvoorbeeld al gebeurt voor de AVG. Bestuurders kunnen zelfs persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Het goede nieuws is; op het moment dat organisaties voldoen aan de eisen van de BIO, sluiten de maatregelen in de NIS2 daar grotendeels bij aan en is men goed op weg om ook aan de nieuwe richtlijn te voldoen.

De afgelopen jaren is door de RID al geïnvesteerd in digitale weerbaarheid. Er zijn niet alleen stappen gezet op het gebied van informatieveiligheidsbeleid, disaster recovery en backup-restore, maar ook op het beveiligen van mobiele werkplekken en de netwerksegmentatie. Blijvende bestuurlijke aandacht nodig De RID voldoet aan de wettelijke normen en heeft een kwaliteitsslag gemaakt op strategisch en tactisch niveau. Informatieveiligheid wordt echter nooit afgerond maar is een continu proces. Recente ervaringen in de praktijk hebben dat wederom duidelijk gemaakt. De gijzeling van persoonsgegevens van bijvoorbeeld Boeing, het Engelse Royal Mail en in Nederland de KNVB heeft deze organisaties in 2023 miljoenen euro’s gekost. Blijvende (bestuurlijke) aandacht voor informatiebeveiliging is dus ook buiten uw AB noodzakelijk om een 7

veilige, digitale omgeving voor de dienstverlening aan burgers en ondernemers te kunnen faciliteren.

Het bieden van flexibiliteit, continuïteit en veiligheid op verschillende omgevingen In de afgelopen jaren zijn organisaties niet alleen versneld hybride gaan werken, maar doen medewerkers dat werk ook steeds vaker tijd- en plaats-onafhankelijk. Om dat goed te kunnen doen, willen ze op verschillende apparaten (smartphones, tablets, laptops) de beschikking hebben over dezelfde informatie. Er wordt meer digitaal samengewerkt met collega’s en partners in de samenleving en steeds meer applicaties worden als clouddienst aangeboden. De huidige werkomgeving (Citrix) ondersteunt deze en toekomstige ontwikkelingen onvoldoende. Vanuit een integrale en toekomstbestendige benadering is de regionale i-visie vastgesteld, met specifieke aandacht voor onder meer de (digitale) werkplek van de toekomst. Dit onderwerp is verder uitgewerkt door de informatieadviseurs van de deelnemers en de RID vanuit haar architectuurfunctie. De hieruit ontstane visie Digitale Werkruimte wordt in het programma Digitale Werkruimte in verschillende fases vertaald naar uitvoering.

Vergroten van de innovatiekracht De samenleving verandert en dat gaat in een toenemend tempo. Steeds vaker maken technologische innovaties nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Ontwikkelingen die nodig zijn om flexibel te kunnen omgaan met verschillende scenario’s, als de omstandigheden daartoe noodzaken. Innovatie is daarmee geen luxe maar een must. Zonder innovatie zouden de deelnemers op ICT-gebied stil komen staan en stilstand is nou eenmaal achteruitgang. En hoewel onze invloed op externe of extreme factoren minimaal is, kunnen we wél door gemeenschappelijke innovatieprojecten de kans vergroten dat de bedrijfscontinuïteit gegarandeerd blijft. Het innovatiebudget wordt ingezet voor het collectief. Daarnaast is het van belang dat dit bijdraagt aan de ambities en uitgangspunten van de gezamenlijk opgestelde I-visie.

Dienstverlening aan raadsleden Door veranderde wetgeving zijn gemeenten verplicht om ook ICT-voorzieningen aan hun raadsleden beschikbaar te stellen. De RID heeft de gewenste functionaliteiten en de benodigde ondersteuning voor de nieuwe digitale werkomgeving van de ca 250 raadsleden in kaart gebracht en hiervoor een voorstel gedaan. Zeker met het oog op informatiebeveiliging en de bestuurlijk gewenste standaardisatie en de aankomende gemeenteraadsverkiezingen, adviseert de RID haar eenduidige regionale ICT-dienstverlening ook aan raadsleden te leveren.

Nieuw DVO Bij de oprichting van de RID zijn afspraken met de organisaties over de, destijds gevraagde en geleverde, dienstverlening vastgelegd in DVO’s en SLA’s. Door de veranderingen op het gebied van ICT en gebruikerswensen, was deze toe aan een update. In een nieuw DVO zou bijvoorbeeld meer aandacht moeten komen voor Saas-applicaties, waarvan het contractbeheer met de externe leverancier bij de deelnemers ligt. De extra benodigde afstemming en onderzoek bij storingen zorgt immers voor langere oplostijden. Daarom wordt, in samenwerking met ICT-regie en het SOO, gewerkt aan een nieuw DVO, met een aangepast proces om de actualiteit van het DVO op peil te houden. De mogelijke consequenties van het nieuwe DVO vertalen we uiteraard in de reguliere P&C-cyclus.

8

2.2.

Wat mag het kosten

Kostenoverzicht programma Dienstverlening Bedragen x € 1.000 Realisatie

Begroting

Meerjarenbegroting

Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Totaal personeelslasten

2023 3.3334 59 3.393

2024 3.427 118 3.545

2025 3.632 118 3.750

2026 3.632 118 3.750

2027 3.632 118 3.750

2028 3.632 118 3.750

Overige lasten Gemnet Telefonie/ internet/onderhoud Glasvezelring Multifunctionals Onderhoud Hardware/ software Kapitaallasten Informatieveiligheid Elektra Overige lasten

2023 34 108 84 47 1.649 1.203 153 108 3.386

2024 100 111 115 17 1.571 1.477 86 47 3.524

2025 0 114 118 18 1.698 1.286 228 48 3.510

2026 0 114 118 18 1.698 1.266 228 48 3.490

2027 0 114 118 18 1.698 1.266 228 48 3.490

2028 0 114 118 18 1.698 1.266 228 48 3.490

Totaal Programma dienstverlening

6.779

7.069

7.260

7.240

7.240

7.240

7.260

7.240

7.240

7.240

Waarvan bestaand beleid Waarvan nieuw beleid

In de jaarstukken 2023 is na afrekening van de elektra gebleken dat de begrote kosten niet toereikend waren. Het langdurig effect van deze verhoging is op dit moment nog niet in te schatten. Wij hebben de begroting derhalve op hetzelfde niveau gehouden zoals deze bekend was bij opstellen van de kadernota 2025. In 2024 zullen wij, indien nodig, de effecten verwerken via onze P&C documenten.

Verschillende soorten diensten Het kostenoverzicht hierboven bevat het saldo van de baten en lasten. Voor de bovenstaande basis aan diensten vindt verrekening van de reguliere kosten plaats via de verdeelsystematiek, zoals tussen de deelnemers en de GR RID overeengekomen. Daarnaast levert de RID ook nog andere diensten, met een andere afrekensystematiek. Om de totale deelnemersbijdrage inzichtelijk te houden worden ook deze diensten begroot. Bij het bepalen van de koers 2019-2022 is besloten om de gemeenschappelijk begroting zo laag mogelijk te houden, en deze andere diensten te verrekenen op basis van het principe “de gebruiker betaalt”. In de volgende tabel hebben we per deelnemer weergegeven welke diensten er worden doorbelast aan welke deelnemer (inschatting op basis van 2023). Bedragen x € 1.000 Baarn Bunnik De Bilt Soest RSD Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Totaal

Telefonie Wifi Ehrm MDM MS365 20 25 51 11 58 11 11 0 7 33 22 26 72 14 65 42 31 99 23 91 15 12 41 10 46 36 25 105 18 83 21 21 47 8 46 167 151 415 91 422

9

multicfunc. 26 11 32 30 19 24 28 170

Totaal 191 73 231 316 143 291 171 1.416

Ter vergelijking is ook het overzicht opgenomen wat in de begroting 2024 stond: Telefonie Wifi eMDM MS365 multicfunc. Totaal Bedragen x € 1.000 HRM Baarn 15 25 51 9 54 26 180 Bunnik 11 11 0 7 29 11 69 De Bilt 19 26 72 11 51 32 211 Soest 41 31 99 21 83 30 305 RSD 13 12 41 9 70 19 164 Utrechtse Heuvelrug 27 25 105 17 42 24 240 Wijk bij Duurstede 13 21 47 8 31 28 148 Totaal 139 151 415 82 360 170 1.317

Naast bovenstaande doorbelastingen worden ook nog hard- en softwarekosten doorbelast (bijvoorbeeld werkplek, hardware en applicaties) maar ook de inzet van professionals zoals de business projectleider. Omdat deze voor de RID lastiger zijn in te schatten en daarmee te begroten, zijn deze niet opgenomen in het bovenstaande overzicht. Op basis van verstrekte informatie en individuele behoefte, kan de RID meedenken over een juiste inschatting voor de eigen begroting van de betreffende deelnemer.

2.3.

Toelichting mutaties begroting 2024-2025

De lasten ten opzichte van 2024 zijn € 191.000 hoger. Dit is als volgt te verklaren: Lijst van afwijkingen ten opzichte van begroting 2024 Afwijking (bedragen x € 1.000) Verwachte CAO-stijging voor 2025 (kadernota 2025-2028) Inflatiecorrectie (kadernota 2025-2028) Besparing op Gemnet (kadernota 2025 -2028) Gevolgen Digitale werkruimte (kadernota 2025-2028) Flexibilisering werkplek (kadernota 2023-2026) Totaal

Bedrag 205 58 100 84 56 191

N N V N V N

Voor de volledigheid de tekst vanuit de kadernota gekopieerd: Inflatiecorrectie en salarisontwikkelingen Voor het salarisniveau en de formatie gaan we uit van de huidige CAO-gemeenten en ramen we de lasten op de maximale hoogte van de salarisschalen. De loonkosten indexeren we op basis van de verwachte loonontwikkelingen in 2025. Door het vroege tijdstip van de vaststelling van deze kadernota hebben wij voorlopig de loonindex op 5,8 % gezet (op basis van de loonvoet September circulaire van het volgende jaar). Als blijkt dat we dit percentage en daarmee de bedragen moeten bijstellen, vragen we dit met een begrotingswijziging aan. De impact wordt ingeschat op € 246.000. (waarvan € 205.000 voor programma dienstverlening (Gezien de krappe situatie op de arbeidsmarkt ziet de RID hier een mogelijk risico indien teruggevallen moet worden op de inzet van (duurdere) inhuur. Een voorbehoud op dit bedrag is daarmee op zijn plaats. De prijsaanpassing volgt de inflatiecorrectie zoals opgenomen in de circulaires van het Gemeentefonds, op basis van berekeningen van het Centraal Plan Bureau. Voor 2025 bedraagt de prijsaanpassing 2,8 % (op basis van de septembercirculaire). De impact is € 76.000 (waarvan € 58.000 voor programma dienstverlening) Digitale werkruime Begin dit jaar is een door de deelnemers opgestelde visie op de digitale werkruimte vastgesteld.

De financiële impact is door de RID in juni 2023 met de deelnemers afgestemd en door hen geaccordeerd. De structurele impact van de digitale werkruimte is € 84.000.

10

Gemnet uitgefaseerd De verwachting is dat Gemnet begin 2025 volledig is uitgefaseerd. Dit betekent een structureel voordeel van € 100.000 op de begroting. Kosten werkplekken niet langer vanuit basisbegroting In de 1e bestuursrapportage van 2021 hebben we reeds aangekondigd dat wij de kosten van de werkplekken flexibel zouden maken. In de begroting van de RID is rekening gehouden met een standaardwerkplek. Onze deelnemers hebben echter aangegeven dat zij zelf willen bepalen hoe hun werkplek eruitziet. Hiervoor halen wij de kapitaallasten uit de basisbegroting (en verminderen dus de deelnemersbijdrage). Dat betekent dat de werkplekken vanaf dan rechtstreeks worden afgerekend met de RID-deelnemers. Zij moeten dus vanaf 2023 zelf wel rekening houden met deze kosten.

11

3.

Hoofdstuk Overhead

Op basis van de BBV-voorschriften is het verplicht een overzicht van de overheadkosten op te nemen in de begroting. In het programma dienstverlening staan alleen nog de kosten vermeld die betrekking hebben op het primaire proces. Kostenoverzicht overhead Bedragen x € 1.000 Realisatie

Begroting

meerjarenbegroting

Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Overige personeelslasten Totaal personeelslasten

2023 684 15 23 722

2024 686 12 20 718

2025 726 13 21 760

2026 2027 726 726 13 13 21 21 760 760

2028 726 13 21 760

Overige lasten Huisvesting/facilitair Ondersteuning Gemeente De Bilt Advieskosten ICT kosten Innovatie Bedrijfsauto’s Overige lasten

2023 145 70 226 19 39 3 502

2024 159 76 243 22 100 9 609

2025 166 76 252 23 100 9 626

2026 166 76 252 23 100 9 626

2027 166 76 252 23 100 9 626

2028 166 76 252 23 100 9 626

Totaal Overhead

1.224

1.327

1.386

1.386 1.386

1.386

3.1.

Toelichting mutaties begroting 2024-2025

De kosten van 2025 zijn 59.000 hoger ten opzichte van 2024. Dit is als volgt te verklaren: lijst van afwijkingen ten opzichte van begroting 2024 Afwijking (bedragen x € 1.000) Verwachte CAO-stijging voor 2025 (kadernota 2025-2028) Inflatie (zie kadernota 2025-2028) Totaal

Bedrag 41 18 59

H H H

Voor de volledigheid de tekst vanuit de kadernota gekopieerd: Inflatiecorrectie en salarisontwikkelingen Voor het salarisniveau en de formatie gaan we uit van de huidige CAO-gemeenten en ramen we de lasten op de maximale hoogte van de salarisschalen. De loonkosten indexeren we op basis van de verwachte loonontwikkelingen in 2025. Door het vroege tijdstip van de vaststelling van deze kadernota hebben wij voorlopig de loonindex op 5,8 % gezet (op basis van de loonvoet September circulaire van het volgende jaar). Als blijkt dat we dit percentage en daarmee de bedragen moeten bijstellen, vragen we dit met een begrotingswijziging aan. De impact wordt ingeschat op € 246.000. (waarvan € 41.000 voor Overhead) (Gezien de krappe situatie op de arbeidsmarkt ziet de RID hier een mogelijk risico indien teruggevallen moet worden op de inzet van (duurdere) inhuur. Een voorbehoud op dit bedrag is daarmee op zijn plaats. De prijsaanpassing volgt de inflatiecorrectie zoals opgenomen in de circulaires van het Gemeentefonds, op basis van berekeningen van het Centraal Plan Bureau. Voor 2025 bedraagt de prijsaanpassing 2,8 % (op basis van de septembercirculaire). De impact is € 76.000 (waarvan € 18.000 voor Overhead)

12

4. Hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdrage van de verschillende deelnemers. In de kadenota 2025-2028 hebben wij een uiteenzetting gemaakt van de totstandkoming van de bijdragen. De fluctuaties van de deelnemersbijdragen zijn te verklaren door enerzijds de extra kosten vanuit de kadernota, de jaarlijkse herijking van de verdeelsystematiek en tussentijdse begrotingswijzigingen. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Bijdragen RID-deelnemers (bedragen x € 1.000) Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente Soest Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Wijk bij Duurstede Totaal

2023 917 640 1.318 1.750 833 1.641 786 7.885

2024 2025 2026 2027 2028 1.011 1.069 1067 1067 1067 706 710 709 709 709 1.401 1.407 1.403 1.403 1.403 1.879 1.967 1.962 1.962 1.962 896 884 881 881 881 1.661 1.738 1.735 1.735 1.735 842 871 869 869 869 8.396 8.646 8.626 8.626 8.626

De enige wijziging tussen 2024 en 2025 wordt veroorzaakt door wijzigingen vanuit de kadernota.

13

5.

Recapitulatie

Lasten en baten (x € 1.000) Lasten Programma dienstverlening Overhead Totaal lasten Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Baten Gerealiseerd totaal van baten en lasten voor reserve mutaties Onttrekking/toevoeging reserve Gerealiseerd resultaat

realisatie 2023

Begroting 2024 2025

2026

meerjarenraming 2027 2028

6.779 1.224 8.003

7.069 1.327 8.396

7.260 1.386 8.646

7.240 1.386 8.626

7.240 1.386 8.626

7.240 1.386 8.626

7.885 7.885

8.396 8.396

8.646 8.646

8.626 8.626

8.626 8.626

8.626 8.626

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

- 118 135 17

Tabel incidentele baten en lasten: Lasten en baten (x € 1.000) Lasten Programma dienstverlening Overhead Totaal lasten

2024

Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Baten

14

2025

2026

2027

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

6.

Ontwikkelingen

Opstellen nieuwe koers RID In 2018 is er een gezamenlijke strategische koers opgesteld die in 2021 is geëvalueerd met de deelnemers. Afgesproken is om de richting voor de komende jaren helder te krijgen en daarvoor een nieuwe koers op te stellen, die vervolgens vertaald wordt in de kadernota. Middels een participatief traject met de deelnemers is in gezamenlijkheid in 2022 gewerkt aan een voorstel voor een nieuwe koers. Dit voorstel sluit nauw aan bij de verdere ontwikkeling van de door de deelnemers opgestelde i-visie en de wens om te komen tot verdere intensivering van zowel de ICT-samenwerking, als die op het gebied van IB en IV. In het voorstel zijn enerzijds de opgaven voor de RID-deelnemers op het terrein van IV in kaart gebracht en anderzijds wat een mogelijke rol van de RID hierbij zou kúnnen zijn. De ontwikkelsporen worden in 2024 door de deelnemers, samen met de RID, verder uitgewerkt. Naast het eerdergenoemde besluit rondom de nieuwe investeringen gaan de uitkomsten van dit visietraject zich vertalen naar een collectieve vraag aan de RID. Op basis hiervan kan door de RID, waar van toepassing, nieuw beleid voor de kadernota opgesteld worden. De eventuele financiële consequenties hiervan worden uiteraard ook vertaald in de kadernota.

15

7.

Paragrafen

Doel van de paragrafen is om het Algemeen Bestuur een instrument te geven om de beleidskaders van de diverse onderdelen vast te stellen en om de uitvoering te kunnen controleren.

7.1.

Paragraaf lokale heffingen

Dit is voor de RID niet van toepassing.

7.2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De RID heeft veel geïnvesteerd in ICT-middelen en heeft derhalve veel (im)materiële vaste activa op de balans staan. Dit wordt in de paragraaf financiële risico’s verder uitgewerkt. Een eventueel negatief exploitatiesaldo wordt door de RID-deelnemers afgewikkeld conform de artikelen 26 tot en met 28 van de gemeenschappelijke regeling (GR). In feite zijn daarmee alle financiële risico's afgedekt. De RID-deelnemers worden door middel van de huidige P&C -documenten geïnformeerd over de financiële stand van zaken. Daarnaast heeft de RID een ISAE3402 rapport dat zich sterk richt op risicobeheersing.

Financiële Risico’s De RID is gefaseerd en projectmatig gegroeid naar de eindsituatie. Bij iedere fase is onderzocht welke risico’s de RID of de deelnemers lopen alvorens tot uitvoering over te gaan. Zo moet bijvoorbeeld bij het consolideren van licenties precies in beeld zijn gebracht wat de juridische en financiële consequenties zijn. Daarnaast moet de RID ook steeds bepalen of bijvoorbeeld aan de Europese aanbestedingsrichtlijnen wordt voldaan. Met inhuur van expertise op dit vlak is in de begroting rekening gehouden. Het risico op vernietiging of vervreemding van de activa door brand of diefstal wordt gemitigeerd door het afsluiten van verzekeringen. De kans op een grote financiële impact is gering. Wij hebben een apart budget voor soft- en hardware kosten daarnaast werken we met een meerjarig investeringsplan. De stand van zaken wordt door de RID periodiek gemonitord. Een groei van het aantal gebruikers (tot boven het aantal genoemd in kadernota) zal leiden tot meer kosten, maar dit wordt tijdig met de RID-deelnemers afgestemd. Conform gemeenschappelijke regeling zullen de eventuele extra kosten gedekt worden door hogere bijdragen.

Compliance risico In de aanbesteding van software was ook de dienst licentiebeheer meegenomen. De dienst licentiebeheer is ingericht, en wordt in de toekomst nog verder uitgewerkt om ook (naast compliancy) het werkelijk gebruik te monitoren. Daarnaast is er risico op het niet voldoen aan de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Voor de AVG hebben wij de rol van functionaris gegevensbescherming belegd binnen de organisatie. Daarnaast worden en zijn er reeds bewustwordingscampagnes en bijeenkomsten gehouden bij het personeel. Ten behoeve van de BIO hebben wij diverse processen ingericht om te voldoen aan de BIO. Deze processen worden getoetst tijdens de controle rondom ISAE3402. De financiële impact zou een eventuele boete kunnen zijn. Deze kan 2 tot 4 procent van de opbrengsten bedragen. (€ 173.000 tot € 346.000). Echter gezien de door ons genomen maatregelen schatten wij het risico op zeer laag voor de hoge boete (10% →€ 40.000).

Renterisico Er wordt rekening gehouden met een rente voor nieuw op te nemen geldleningen van 0,7%. Het risico bestaat dat het werkelijke rentepercentage waarvoor leningen worden afgesloten hoger is. Op dit moment zitten wij nog onder deze rentestand, maar herfinanciering tegen bijvoorbeeld 4 % zou een impact hebben van

16

€ 122.000. Op de korte termijn levert de herfinanciering nog een gering risico op. Maximale herfinanciering in 2024 rond de 1 miljoen. De impact is dan (bij 4% rente) € 33.000. Wij blijven de rentestand monitoren en zullen indien nodig via de kadernota de rentestand ophogen.

Risico op cybercrime Cybercrime als risico voor de dienstverlening nemen we vanaf nu bewust op in deze risicoparagraaf. In het geval van de diefstal van data (ransomware) of andere vormen van cybercrime, kan de dienstverlening immers acuut tot stilstand komen. Het gegeven dat in 2023 maar liefst 1 op de 5 bedrijven slachtoffer is geworden van cybercrime heeft dit nog eens duidelijk gemaakt. De toename van SaaS-oplossingen vanuit de deelnemers, levert een groter risico op het netwerk van de RID op. Door onder meer netwerksegmentatie probeert de RID het risico te beperken dat bij een aanval op één deelnemer, alle organisaties geraakt worden. Daarnaast vormen de jaarlijkse, technische pentesten een onderdeel van de benodigde risicobeperking vanuit de RID. Een goede informatiebeveiliging is alleen in gezamenlijkheid met de deelnemers te bereiken. Bij dit type risico zal geen enkele investering in tijd en geld helaas het risico ooit tot nul kunnen reduceren. Het risico op cybercrime zal daarmee altijd aanwezig zijn en de impact op de dienstverlening hoog. Dit vraagt dus om blijvende (bestuurlijke) aandacht en inzet op informatiebeveiliging. Financiële impact PM

Risico situatie arbeidsmarkt De arbeidsmarkt vormt in toenemende mate een uitdaging voor het werven van personeel, zeker op het gebied van ICT. Hieruit volgt het risico dat vacatures lang openstaan of zelfs niet ingevuld kunnen worden. Met het oog op het continueren van de dienstverlening, kan de RID zich genoodzaakt zien om vaker terug te vallen op inhuur, met alle financiële consequenties van dien. Omdat dit steeds een afweging zal zijn (financieel tegenover continueren dienstverlening) zal dit in overleg met de deelnemers gebeuren. Financiële impact stellen wij derhalve op PM.

Risico’s voor dienstverlening Het uitvoeren van Functioneel Beheer Het technisch beheer van applicaties is belegd bij de RID. Het functioneel beheer van applicaties is primair een taak van de RID-deelnemers (met uitzondering van de kantoorautomatisering en de diensten die zijn uitbesteed aan de RID, zoals Topdesk en e-HRM). Voor iedere applicatie per organisatie moet een functioneel beheerder aangewezen zijn die zorgdraagt voor het zodanig functioneren van de applicatie dat deze het proces goed ondersteunt. Tijdens de Log4j crisis werd een kwetsbaar patroon zichtbaar aan achterstallig onderhoud op het applicatielandschap. Niet alleen bevinden zich honderden applicaties buiten het zicht (dus niet binnen het datacenter) van de RID, maar door het ontbreken van functioneel beheer vindt onvoldoende lifecycle management plaats op deze applicaties. Dit heeft tot gevolg dat een groot aantal applicaties niet meer ondersteund wordt door de leverancier, niet overweg kan met actuele server versies/componenten of niet is bijgewerkt naar de meest recente versie. Dit leidt tot grote kwetsbaarheden in onze infrastructuur. Bij iedere pentest wordt geconstateerd en bevestigd dat op al deze applicaties extra aandacht voor functioneel beheer, patchmanagement en lifecyclemanagement noodzakelijk is. Pas kan dan goede afstemming plaatsvinden tussen functioneel en technisch beheer.

Door de mogelijkheid te onderzoeken van het centraliseren van functioneel beheer wordt de kracht van het collectief benut en genieten alle deelnemers voordelen op het gebied van continuïteit, verminderde kwetsbaarheid, verbeterde kwaliteit en minder meerkosten. Afhankelijk van de risicoanalyse, waarin een inschatting wordt gemaakt wat de kans is dat een risico zich voordoet, wordt de omvang van het weerstandsvermogen bepaald. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling mag het weerstandsvermogen maximaal 10% van de apparaatskosten bedragen. De weerstandscapaciteit is op dit moment beperkt (alleen de Algemene Reserve ad € 87.000). Deze reserve is vooralsnog vrij besteedbaar. Risico’s Compliance risico Rente risico Risico op Cybercrime

40.000 33.000 PM

17

Risico van de huidige arbeidsmarkt Totaal

PM 73.000

Ratio Weerstandsvermogen De BBV schrijft voor om een verplichte basisset van 5 financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze 5 kengetallen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie (niet van toepassing voor RID) Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (niet van toepassing voor RID)

Ratio Netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Begroting 2025 45% 1,5% 0

Begroting 2024 47% 1,39% 0

2023

2022

39 % 3,48% 0

29 % 16,19% 0

De RID is een organisatie met veel vaste activa op de balans. De RID heeft een beperkte Algemene Reserve, waardoor de RID moet lenen om te kunnen investeren. Hierdoor is de Netto schuldquote hoog en de solvabiliteitsratio laag. Wij verwachten geen structurele exploitatieruimte voor 2025 en 2024.

18

7.3.

Onderhoud kapitaalgoederen

In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij de RID is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name ICT gerelateerde zaken). Hierdoor is deze paragraaf niet van toepassing.

7.4.

Financiering en treasury

Inleiding De financieringsparagraaf is, in samenhang met het treasurystatuut, een belangrijk instrument voor het transparant maken, sturen, beheersen en controleren van de financiële middelen. De uitwerking hiervan vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening. In het treasurystatuut is geregeld dat nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitenplanning. Deze afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt om bedragen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig c.q. beschikbaar zijn. Hiermee worden de rentekosten zoveel mogelijk beperkt en de rentebaten geoptimaliseerd.

Rentevisie Financiering via kortlopende geldleningen is goedkoper dan via langlopende geldleningen. Daarom trekt de RID pas een langlopende geldlening aan als de kasgeldlimiet over langere periode overschreden dreigt te worden. Om een te risicovolle financieringspositie te voorkomen zijn wettelijk normen vastgelegd, uitgedrukt in de kasgeldlimiet en de risiconorm.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn. Op grond van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2024 8,2% van 8.396.000 = € 688.000 bedraagt. De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen.

Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RID loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2024 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De rente risiconorm voor 2023 bedraagt 20% van € 8.396.000, hetgeen uitkomt op € 1.679.000 met een minimum van € 2.500.000.

Financiering (leningenportefeuille) In 2017 is een lening aangetrokken van € 1.000.000 (looptijd 5 jaar) en in 2022 afgelost. In 2019 zijn 2 leningen aangetrokken van € 1.500.000 en € 1.000.000 (looptijd beiden 5 jaar). In 2020 zijn 2 leningen aangetrokken van € 1.000.000 en € 1.500.000 (looptijd 5 jaar) en in 2021 is een lening aangetrokken van € 2.000.000 (looptijd 5 jaar). Alle leningen worden lineair afgelost. De gemiddelde rente op deze leningen bedraagt circa- 0,02%.

Vennootschapsbelasting Met betrekking tot de VPB-plicht maakt de RID gebruik van de vrijstelling rondom samenwerkingsverbanden.

19

7.5.

Bedrijfsvoering

Deze paragraaf omvat de besturing en beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de bedrijfsprocessen binnen de RID Utrecht. Onze ambitie is om de partner te zijn die diensten en oplossingen levert op het gebied van zowel ICT als de informatievoorziening. Wij zorgen ervoor dat medewerkers van onze opdrachtgevers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren. Om dit te bereiken zijn in 2019 bestaande functies en samenhangende activiteiten herschikt tot een meer geconsolideerde functionele structuur. Eenvoudiger gesteld, de basis van onze organisatiestructuur bestaat per 1 december 2019 uit twee teams; het team Diensten en team Support & Operations. Team Diensten is verantwoordelijk is voor de architectuur, security en functionaliteit van diensten en oplossingen op het gebied van de informatievoorziening. Dit is een beleidsvormend, organiserend, regisserend en controlerend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID blijven voldoen aan de functionele vereisten van de business. Team Support & Operations, S&O, is integraal verantwoordelijk voor het leveren, adequaat functioneren en gebruik van diensten en oplossingen op het gebied van de ICT. Dit is een beherend, regisserend en ondersteunend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID voldoen aan gebruikersvereisten en door de gebruikers optimaal worden benut.

De opbouw van deze twee teams stelt ons beter in staat om nieuwe diensten te ontwikkelen, nieuwe technologie in te zetten en tegelijkertijd de bestaande operationele prestaties te continueren. Dit betekent ook dat duidelijkheid over de focus en verantwoordelijkheid van beide teams positief bijdraagt aan aspecten zoals innovatie, intrinsieke motivatie, leren en ontwikkelen, laagdrempelige collegiale communicatie en snel schakelen met korte lijnen.

7.6.

Verbonden partijen

Deze paragraaf is voor de RID niet van toepassing. De verbonden partijen die de RID heeft, zijn de deelnemende organisaties.

7.7.

Grondbeleid

Grondbeleid is voor gemeenten van belang in verband met realisaties van programma’s als ruimtelijke ordening, landschap, verkeer en vervoer, economische structuur etc. Gezien deze achtergrond is deze paragraaf niet van toepassing voor de RID.

20

Geprognotiseerde balans Geprognosticeerde balans (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Activa Immateriële vaste activa

875

800

2.000

1.800

1.400

1.000

Materiële vaste activa

2.549

2.500

3.500

3.000

2.500

2.000

Financiële vaste activa

541

300

300

300

300

300

2.056

1.750

1.750

1.750

1.750

1.750

Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

-

-

-

-

-

-

Liquide middelen

69

100

100

100

100

100

Overlopende activa Totaal activa Passiva

782

750

750

750

750

750

6.872

6.200

8.400

7.700

6.800

5.900

Algemene Reserve

87

87

87

87

87

87

Bestemmingsreserve

152

-

-

-

-

-

Voorzieningen

-

-

-

-

-

-

Vaste Schulden

3.700

4.100

5.800

5.100

4.200

3.300

Netto vlottende schulden

2.933

2.013

2.513

2.513

2.513

2.513

6.872

6.200

8.400

7.700

6.800

5.900

2027

2028

1.250

1.250

215

300

950

overlopende passiva Totaal Passiva

EMU saldo EMU Saldo (x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

Exploitatiesaldo voor mutaties reserve

-118

-

-

-

Bij: Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

1.160

1.250

1.250

1.250

-

-

-

-

996

750

3.000

1.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Bij: dotatie aan de post voorzieningen Af: Investeringen in (im)materiële vaste activa die worden geactiveerd Bij: baten uit bijdragen aan andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Af: Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan Bij: Baten bouwgrondexploitatie voorzover niet op exploitatie verantwoord Af: Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Totaal

-

-

-

-

46

500

-1.750

250

1.035

lasten

baten

Overzicht van baten en lasten per taakveld Verdeling per taakveld (x € 1.000)

2023 Taakveld

baten

2024 lasten

baten

2025 laten

baten

2026

Programma dienstverlening

0.4 Overhead

1.539

7.625

7.069

7.260

Overhead

0.4 Overhead

59

1.263

1.327

1.386

Algemene dekkingsmiddelen

0.4 Overhead

7.801

Totaal

8.396

9.399

8.888

21

8.396

8.646 8.396

8.646

lasten 7.240 1.386

8.340 8.646

8.340

8.626

Vaststellingsbesluit

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14317059/1