Memo - Onderzoek ESBL en EY naar Gemeentelijke VerduurzaamheidsRegeling (GVR)
Tekst van het document
Wijk bij Duurstede, 8 februari 2022 Betreft: Onderzoek ESBL en EY naar GVR
Memo Van: College Aan: Gemeenteraad Wijk bij Duurstede behandeld door Bram de Deugd toestelnummer 0343-595631 zaaknummer 315486 e-mailadres B.deDeugd@wijkbijduurstede.nl
Geachte leden van de gemeenteraad, In uw raadsvergadering van juli 2021 over de tweede tranche van de GVR heeft u aangegeven dat u voorwaarden verbindt aan het behandelen van een derde tranche. Deze voorwaarden zijn: 1. Het onderzoeksrapport van het ESBL moet beschikbaar zijn 2. Een grote gemeente moet de GVR aanbieden aan haar bewoners. Het college is met de uitwerking van de door u gestelde voorwaarden aan de slag gegaan. Aan voorwaarde 1 kan worden voldaan. Het onderzoeksrapport van de ESBL “De GVR getoetst” bieden wij u hierbij aan met bijgesloten oplegmemo. Aan voorwaarde 2 kan niet worden voldaan. Hoewel er veel gemeenten interesse hebben en graag aan de slag willen met de GVR, zijn ook zij in afwachting geweest van het onderzoeksrapport. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat er nog twee juridische onzekerheden zijn die moeten worden opgelost. Het risico dat met deze onzekerheden gepaard gaat, is in het uiterste geval 21.310 euro op jaarbasis voor een periode van 30 jaar. Dit betekent dat we de derde tranche vooralsnog niet ter besluitvorming aan uw raad aanbieden. Gevolgen eerste en tweede tranche De in totaal 25 woningen uit de eerste en tweede tranche zijn reeds verduurzaamd. Indien de juridische onzekerheid leidt tot een vonnis waarbij de baatbelastingverordening onverbindend wordt verklaard, valt de juridische grondslag om baatbelasting te heffen weg.
Dit zou betekenen dat we geen baatbelasting meer mogen innen bij de bewoners, maar dat de betalingsverplichting van de gemeente richting BNG Bank wel blijft bestaan. De totale som baatbelasting voor tranche 1 en 2 bedraagt nu 639.324 euro over een periode van 30 jaar. Dit komt neer op een betalingsverplichting van 21.310 euro per jaar. Dit bedrag is het totale risico dat de gemeente jaarlijks loopt voor de eerste twee tranches, wanneer een belastingrechter de baatbelastingverordeningen onverbindend zou verklaren. Het financieel risico daalt per maand door te innen baatbelasting. Daarnaast is het een risico, geen zekerheid, dat de rechter de verordening onverbindend verklaart. Op het moment dat een verordening onverbindend wordt verklaard en de grondslag voor het heffen van belasting verdwijnt, zal de gemeente in gesprek gaan met de deelnemende bewoners. Er zijn dan meerdere oplossingen denkbaar, waaronder vervroegde aflossing van de baatbelasting bij verkoop van de woning. Derde tranche Na de eerste en tweede tranche heeft een groep van in totaal 55 bewoners interesse getoond in de GVR. Zij hebben zich aangemeld bij De Woonpas voor deelname aan de derde tranche. Zij zijn de afgelopen maanden in afwachting geweest van besluitvorming in de raad. 1
Het onderzoek is positief over de GVR. De regeling kenmerkt zich door zorgvuldigheid en deelnemers zijn enthousiast. En heel belangrijk, de regeling werkt in de praktijk. Er zijn immers al 25 woningen uit de eerste en tweede tranche met succes verduurzaamd. In het rapport wordt echter ook geconcludeerd dat er juridische onzekerheid is. Die onzekerheid zit in het feit dat op twee punten de regeling niet synchroon loopt met de wetsgeschiedenis en wat de wetgever beoogd heeft met de wet. Er is dus geen strijdigheid met de letter van de wet. De twee punten zijn oplosbaar en daar is medewerking van het Rijk voor nodig. Dit is niet op korte termijn geregeld. Dit betekent dat de derde tranche niet op korte termijn aan de raad kan worden aangeboden. Dit is met name vervelend voor de 55 bewoners die al maanden in onzekerheid zitten en wachten op het moment dat hun woning kan worden verduurzaamd. De teleurstelling en mogelijk boosheid onder hen is begrijpelijk. De deelnemende bewoners worden één op één gebeld om ze te informeren over de situatie. Daarnaast worden ze uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst met wethouder Henk Vreeswijk. Het onderzoeksrapport: De GVR getoetst In de managementsamenvatting staat het volgende: “Onze conclusie luidt dat de GVR als instrument goed werkt en dat alle betrokken partijen tevreden zijn.
En belangrijker nog: er worden daadwerkelijk woningen verduurzaamd. Zowel woningeigenaren als gemeenten als de Bank Nederlandse Gemeenten zijn enthousiast over het instrument en over de resultaten die ermee zijn en worden geboekt.” “Ondanks de zorgvuldige inkleding van de GVR en ondanks dat deze zoveel mogelijk in overeenstemming met de wettelijke regeling wordt uitgevoerd, komen we tot de conclusie dat de inzet van het huidige instrument baatbelasting knelt met de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever met deze belasting. De geconstateerde knelpunten worden veroorzaakt doordat de baatbelasting binnen de GVR wordt ingezet als inningsinstrument voor de specifieke kosten per verduurzaamde woning. De toepassing van de baatbelasting binnen de GVR is op een aantal onderdelen niet in strijd met de letter van de wet, maar mogelijk wel met doel en strekking van de wet en eerdere uitleg van begrippen in de jurisprudentie. De situatie waarin de baatbelasting binnen de GVR wordt toegepast, is echter nog niet eerder voorgelegd aan de rechter, zodat enkel middels een (proef)procedure zekerheid kan worden verkregen hoe een rechter zal oordelen over deze toepassing.
Er zijn goede argumenten aan te dragen voor de wijze waarop De Woonpas (DWP) de baatbelasting binnen de GVR inzet en voor de keuzes die binnen de heffing worden gemaakt.” “Het gevolg van een geslaagd beroep tegen een binnen de GVR opgelegde aanslag blijft vermoedelijk niet beperkt tot vernietiging van de betreffende aanslag. Wanneer een rechter tot het oordeel komt dat (het bekostigingsbesluit en) de verordening niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor heffing van baatbelasting of de bedoeling van de wetgever met deze heffing, leidt dit tot het onverbindend achten van de verordening en tot vernietiging van de aanslag die op basis van de onverbindende verordening is opgelegd. Dit betekent dat er dan geen geldige juridische basis is voor de heffing van baatbelasting in dit geval. Dit is niet te repareren voor de resterende belastingjaren. Daar komt bij, dat dit oordeel dan in beginsel ook geldt voor alle andere baatbelastingverordeningen op basis waarvan binnen de GVR baatbelasting wordt geheven. Elke andere belastingplichtige, die op basis van eenzelfde verordening wordt aangeslagen in de baatbelasting, kan op basis van deze uitspraak een volgend jaar met succes bezwaar en beroep instellen tegen de opgelegde aanslag.
De deelnemende gemeenten zullen alsdan de financiële consequenties moeten dragen.” De onderzoekers geven in dit rapport op basis van de fiscaal-juridische analyses een aanzet voor een innovatieve aanpassing van de wettelijke regeling op korte termijn om de geconstateerde fiscaal-juridische risico’s te mitigeren. Na evaluatie van de innovatieperiode kan besloten worden tot een permanente wettelijke regeling. De implementatie van de GVR is volgens de onderzoeker niet zonder (financieel) risico voor gemeenten. Maar de onderzoekers zien dus ook mogelijkheden om risico’s weg te nemen door aanpassing van wetgeving, omdat de GVR goed in te passen is binnen het huidige palet aan gemeentelijke heffingen. De betrokken provincies en gemeenten blijven de meerwaarde zien van een dergelijk instrument. We gaan dan ook in gesprek met het Rijk om samen te zoeken naar mogelijkheden om deze risico’s op te heffen.
Aanpassing juridisch kader t.b.v. de GVR De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de GVR voorziet in een behoefte van bewoners. Met name voor bewoners die de grote investering die gepaard gaat met het verduurzamen van een woning niet op een andere manier kunnen betalen, is de GVR een mooie regeling. Voor deze bewoners willen we graag samen met andere gemeenten en provincies de verantwoordelijke bewindslieden in het kabinet overtuigen van de noodzaak om de juridische onzekerheden op te lossen. Eerst door innovatieruimte te creëren en gelijktijdig te starten met een structurele aanpassing van het wettelijk kader. We zullen de komende maanden in gesprek gaan met het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het lobby-traject stemmen we af met de andere gemeenten en provincie(s). Vervolgstappen Woensdag 9 februari worden alle 55 bewoners die willen deelnemen aan de derde tranche geïnformeerd over dat de baatbelastingverordening voor de derde tranche niet aan uw raad zal worden voorgelegd en dat daarmee de derde tranche vooralsnog niet wordt opgestart. In aanvulling daarop organiseren we in de week van 14 februari a.s. een bijeenkomst waar bewoners een nadere toelichting geven en zij hun vragen kunnen stellen. De komende tijd gaan we in overleg met de provincies en andere gemeenten om het lobbytraject richting de verantwoordelijke bewindspersonen te organiseren.
Dit traject en de uitkomst daarvan is onzeker. Het betekent dat we op dit moment geen zicht hebben op wanneer we wél zonder risico’s verder kunnen met volgende tranches. Uiteraard informeren wij uw raad actief over deze vervolgstappen zodra hierover meer informatie bekend is.
Heeft u vragen, neem dan contact op met Bram de Deugd, via B.deDeugd@wijkbijduurstede.nl Namens het college van burgemeester en wethouders,
Henk Vreeswijk, wethouder Bijlagen: - Aanbiedingsbrief provincie - Onderzoeksrapport “De GVR getoetst”