Kadernota 2025
Tekst van het document
Kadernota 2025-2028
1
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................................... 3
2.
Beleidskader ..................................................................................................................................................... 4
3.
Financieel kader ................................................................................................................................................ 5
4.
Financieel effect RID-deelnemers ....................................................................................................................... 6
5.
Vaststellingsbesluit ......................................................................................................................................... 10
Bijlage: Herijking verdeelsystematiek ........................................................................................................................ 11
2
1.
Inleiding
De afgelopen jaren hebben wij de uitwerking van de kadernota gebaseerd op de vastgestelde koers (2018) die in de kadernota 2019-2022 is vertaald. Na deze periode moest een nieuwe koers ontwikkeld worden. Samen met de deelnemers is door de RID daarom in beeld gebracht welke grote opgaven er voor de deelnemers liggen, en welke rol de RID kan spelen in deze opgaven. Daarnaast is door de deelnemers de collectieve visie op informatievoorziening (IV) vertaald in een programma IV. Het vrijvallen van de afschrijvingen (op de 2 datacenters) in 2025 vormde tenslotte een financieel natuurlijk moment om in kaart te brengen waar de komende jaren op geïnvesteerd moet gaan worden. De strategische voorkeur bij nieuwe investeringen gaat vooralsnog uit naar het afbouwen van de huidige datacenters en geleidelijk de overgang maken naar de cloud. Om voor te kunnen sorteren op deze beweging naar de cloud, ligt er zowel voor de RID als de deelnemers een opgave om verdere optimalisatie door te voeren, ter voorbereiding op de periode na 2025. Eind 2024 moet een beslissing worden genomen over de haalbaarheid van het voorkeursscenario en de bijbehorende kosten, om een meerjareninvesteringsplanning te kunnen opstellen en uitvoeren. Dit wordt vervolgens vertaald om in de kadernota 2026-2029 mee te kunnen nemen. N.B. De financiële consequenties voor de toekomst zijn op dit moment nog niet in te schatten.
De trendrapportage informatievoorziening van M&I laat echter zien dat gemeenten steeds meer moeten investeren om de huidige ontwikkelingen bij te houden. Een deel hiervan zal worden vertaald in de kadernota 2026 van de RID. Er zullen echter ook gemeente specifieke kosten zijn, hiervoor zal in de gemeentelijke begroting rekening gehouden moeten worden. De kadernota 2025-2028 geeft het kader mee voor de begroting 2025-2027. Gezien bovenstaande baseren we ons hierin op het opnieuw investeren in de huidige datacenters. Daarmee is de kadernota een voorloper op de begroting. De kadernota schetst de financiële ontwikkelingen in relatie tot de toekomstige ontwikkelingen die al wel in beeld zijn.
Proces Kadernota
Begroting
Begrotings wijzigingen (bestuurs rapportage)
Jaarstukken
De RID-deelnemers krijgen hiermee de gelegenheid om hun zienswijze over de algemene, financiële en beleidsmatige kaders naar voren te brengen. De RID betrekt de zienswijzen bij het opstellen van de programmabegroting van 2025. Voordat het bestuur de programmabegroting 2025 definitief vaststelt, biedt de RID ook deze zienswijzen aan. Op deze manier hebben de RID-deelnemers twee gelegenheden om invloed uit te oefenen op de programmabegroting van de RID.
Opbouw kadernota In de kadernota ligt de nadruk op de ontwikkelingen die effect hebben op de hoogte van de bijdrage. Er is onderscheid tussen de beleidsontwikkelingen die eventueel effect hebben op de bijdrage in 2025 (hoofdstuk 2) en de technische toepassing van het financiële kader (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 geeft de effecten uit hoofdstuk 2 en 3 weer op de bijdrage voor de RID-deelnemers.
Hoofdstuk 2: Beleidsontwikkeling
Hoofdstuk 3: Financieel kader
Hoofdstuk 4: Financieel effect voor deelnemers 3
2.
Beleidskader
In 2018 hebben de deelnemers in samenspraak met het bestuur afgesproken dat de RID zich gaat ontwikkelen naar een servicepartner op het gebied van ICT en informatievoorziening. Deze richting is in 2019 nader uitgewerkt in het bestuurlijk document ‘strategisch kader 2019 -2022’. De vertraging ten gevolge van Covid-19 heeft tot aanpassing van deze plannen geleid. Daarnaast is inmiddels de strategische keuze gemaakt om de geleidelijke overgang naar de cloud te maken en de bestaande datacenters af te bouwen. Om in de periode na 2025 voor te kunnen sorteren op deze beweging naar de cloud, ligt er zowel voor de RID als de deelnemers een opgave om verdere optimalisatie door te voeren.
Samenwerken aan ICT en IV Bij de ontwikkeling naar servicepartner houden we rekening met de invulling en vorming van de governance in de verhoudingen eigenaar GR, opdrachtgever en opdrachtnemer. Dit wordt organisatorisch ingevuld vanuit de Gemeenschappelijke Regeling die aan de RID ten grondslag ligt. Hierin is het eigenaarschap van de RID belegd bij het Algemeen Bestuur en afgeleid daarvan het Dagelijks Bestuur. Wat in de nieuwe, op te stellen koers onverkort van kracht blijft, is het vereiste om als professioneel opdrachtgevers vanuit het collectief te handelen om middelen, mensen en materiaal efficiënt in te zetten. Om dit professioneel opdrachtgeverschap te versterken, is door de RID-deelnemers, in gezamenlijkheid het programma Regionale Samenwerking IV tot stand gekomen, waarin de i-Visie is uitgewerkt naar concrete doelen en projecten. De algemeen directeuren van de RID-deelnemers fungeren hier als opdrachtgever. Door nauwe samenwerking met de RID worden vanuit dit programma, op basis van de visie digitale gemeenten, bovendien de lopende ICT en IV trajecten verbonden.
Informatieveiligheid Vanaf 2020 hanteren we het verplichte normenkader voor informatieveiligheid; de baseline informatiebeveiliging overheid (BIO 1). De BIO toetst op het bestaan van maatregelen die we hebben genomen en kijkt of de plannen worden uitgevoerd. Omdat informatieveiligheid steeds belangrijker is binnen de (lokale) overheid, wordt de lat op dit gebied almaar hoger gelegd. Volgend jaar komt daarom, naast de BIO, voor gemeentelijke organisaties de NIS2 bij, met meldplicht en zorgplicht. Deze NIS2 wordt in nationale wetgeving vertaald, die uiterlijk eind 2024 opgeleverd moet worden. Het is dus nu nog niet mogelijk om exact uiteen te zetten wat deze wet van gemeenten zal vragen en wat de impact daarvan is op de RID. Wel is helder dat het verantwoordingsinstrument ENSIA niet meer toereikend zal zijn. Het lijkt er sterk op dat NIS2 meer belang toe zal kennen aan de werking van de maatregelen en plannen die organisaties maken voor informatieveiligheid. Organisaties moeten dan gaan aantonen dat hun beleid echt werkt. Een nog nader te bepalen toezichthouder kan hoge boetes uitdelen, zoals bijvoorbeeld al gebeurt voor de AVG. Bestuurders kunnen zelfs persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.
Het goede nieuws is; op het moment dat organisaties voldoen aan de eisen van de BIO, sluiten de maatregelen in de NIS2 daar grotendeels bij aan en is men goed op weg om ook aan de nieuwe richtlijn te voldoen. In 2023 zijn de verantwoordelijkheden en de rolverdeling op het gebied van informatiebeveiliging tussen de RID en de deelnemers bekrachtigd conform onderstaande visuele weergave.
1 https://www.informatiebeveiligingsdienst.nl/project/baseline-informatiebeveiliging-overheid/
4
Investeren voor noodzakelijke inhaalslag Gezien de toename van digitale mogelijkheden, maar ook hacks en ransomware en daarmee de risico’s op kwetsbaarheden, heeft de RID bij vaststelling van de begroting 2023 ruimte gekregen om te investeren om de informatiebeveiliging bij de RID (lichtblauwe deel) op het vereiste peil van de BIO te brengen. Met deze investeringen kan de RID de noodzakelijke stappen zetten in het verder beveiligen van de ICT-omgeving die ondersteunend is aan de bedrijfsvoering. Dekking van de benodigde extra 2,3 fte hiervoor is in 2023 eenmalig vanuit de reserves van de RID gerealiseerd en wordt vanaf 2024 meegenomen in de begroting.
Het bieden van flexibiliteit, continuïteit en schaalbaarheid De IT-infrastructuur van de RID moet goed onderhouden zijn, voldoen aan de wensen en eisen van de deelnemers en flexibiliteit, schaalbaarheid en continuïteit bieden. Doordat wij een deel van onze infrastructuur verbinden met clouddiensten, ontstaat er voor de deelnemers de mogelijkheid om te groeien en te krimpen. Dit geeft meer mogelijkheden om te betalen naar gebruik in plaats van langdurige verplichtingen aan te gaan. Om te zorgen dat de RID blijvend aan de verwachtingen kan voldoen, ontwikkelen we gezamenlijk onze architectuur van diensten en oplossingen op het gebied van ICT en IV door. Dit doen we op basis van de IVstrategie. En ook op andere terreinen bieden we een meer flexibele dienstverlening aan onze deelnemers.
3.
Financieel kader
Uitgangspunten Wij hanteren in de kadernota de volgende uitgangspunten: • Een structureel en reëel sluitende begroting; • Structurele lasten zijn gedekt door structurele baten; • De begroting geeft duidelijk inzicht welke baten en lasten incidenteel van aard zijn; • De meerjarenraming is gebaseerd op constante lonen en prijzen; • Inflatiecorrectie op basis van procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product uit de septembercirculaire van het gemeentefonds van het volgende jaar; • Rente langlopende leningen 0,7%; • Personeelskosten op basis van maximale salarisschalen; • Kostenverdeling op basis van vastgestelde systematiek; de door de deelnemers afgenomen plusdiensten worden, zoals afgesproken, apart in rekening gebracht; • Aantal accounts 2100.
5
Financieel effect De lasten vanuit de kadernota staan in onderstaande tabel. Tabel 1: effecten kadernota
Bedragen x € 1000
2025
2026
2027
2028
Inflatiecorrectie en salarisontwikkelingen Impact digitale werkruimte Gemnet volledig uitgefaseerd Totaal impact kadernota
322 84 -100 306
322 84 -100 306
322 84 -100 306
322 84 -100 306
Inflatiecorrectie en salarisontwikkelingen Voor het salarisniveau en de formatie gaan we uit van de huidige CAO-gemeenten en ramen we de lasten op de maximale hoogte van de salarisschalen. De loonkosten indexeren we op basis van de verwachte loonontwikkelingen in 2025. Door het vroege tijdstip van de vaststelling van deze kadernota hebben wij voorlopig de loonindex op 5,8 % gezet (op basis van de loonvoet September circulaire van het volgende jaar). Als blijkt dat we dit percentage en daarmee de bedragen moeten bijstellen, vragen we dit met een begrotingswijziging aan. De impact wordt ingeschat op € 246.000. Gezien de krappe situatie op de arbeidsmarkt ziet de RID hier een mogelijk risico indien teruggevallen moet worden op de inzet van (duurdere) inhuur. Een voorbehoud op dit bedrag is daarmee op zijn plaats. De prijsaanpassing volgt de inflatiecorrectie zoals opgenomen in de circulaires van het Gemeentefonds, op basis van berekeningen van het Centraal Plan Bureau. Voor 2025 bedraagt de prijsaanpassing 2,8 % (op basis van de septembercirculaire). De impact is € 76.000
Digitale werkruime Begin dit jaar is een door de deelnemers opgestelde visie op de digitale werkruimte vastgesteld. De financiële impact is door de RID in juni 2023 met de deelnemers afgestemd en door hen geaccordeerd. De structurele impact van de digitale werkruimte is € 84.000.
Gemnet uitgefaseerd De verwachting is dat Gemnet begin 2025 volledig is uitgefaseerd. Dit betekent een structureel voordeel van € 100.000 op de begroting.
Toekomstige ontwikkeling Er komt veel nieuwe wetgeving (zoals bijvoorbeeld de omgevingswet en de wet open overheid) op de gemeenten af, waar gegevensbescherming en privacy een belangrijk onderdeel van vormen. Door de toenemende benodigde inzet van gemeenten op SaaS-applicaties en personeel (op onder meer informatiemanagement, regie en informatiebeveiliging) gaan de ICT- en IV-kosten een groter onderdeel uitmaken van de gemeentelijke begroting. Gemeenten staan voor grote uitdagingen in de toekomst, die vragen om strategische keuzes en investeringen in ICT. Daarnaast komen de eisen rondom informatiebeveiliging op ons af (zie ook hoofdstuk 2. Wat dit financieel betekent voor de RID of voor de RIDdeelnemers is op dit moment voor deze kadernota nog niet in te schatten.
4. Financieel effect RIDdeelnemers Financiële positie In deze kadernota nemen we alle relevante financiële ontwikkelingen mee die op dit moment bekend zijn. We starten de kadernota met het ‘saldo begroting 2025-2028’, overgenomen uit de begroting 2024 – 2027. 6
Tabel 2: meerjarenperspectief kadernota 2025
Bedragen x € 1000 Meerjarig perspectief vanuit begroting 2024-2027
2025
2026
2027
2028
8.340
8.320
8.320
8.320
Salariscompensatie (kadernota)
246
246
246
246
Inflatiecorrectie (kadernota)
76
76
76
76
-100
-100
-100
-100
84
84
84
84
8.646
8.626
8.626
8.626
8.340
8.320
8.320
8.320
306
306
306
306
8.646
8.626
8.626
8.626
Saldo Kadernota 2025
0
0
0
0
Onttrekking bestemmingsreserve
0
0
0
0
Gerealiseerd resultaat kadernota 2025
0
0
0
0
Uitfasering Gemnet (kadernota) Gevolgen digitale werkruimte (kadernota) Totale lasten Totale dekkingsmiddelen meerjarig perspectief vanuit begroting 2024-2027 Kadernota effecten op dekkingsmiddelen Totale dekkingsmiddelen
De effecten kadernota worden genoemd in hoofdstuk 3 Alle effecten bij elkaar genomen ontstaat het bovenstaande meerjarenperspectief. In tabel 3 staat de opbouw van de nieuwe bijdrage per deelnemer. Hierin is ook een regel opgenomen voor de effecten van de herijking van de verdeelsystematiek. Hierover wordt in de bijlage meer gemeld. In tabel 4 staat de totaalbijdrage per deelnemers. Bovenstaande bedragen zijn allen structurele lasten.
7
Tabel 3: opbouw nieuwe deelnemersbijdrage per deelnemer
Baarn: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Begroting 2024-2027
1005
1003
1003
1003
Herijking verdeelsystematiek
24
24
24
24
Kadernota 2025
40
40
40
40
Totaal
1069
1067
1067
1067
Bunnik: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Begroting 2024-2027
702
701
701
701
Herijking verdeelsystematiek
-19
-19
-19
-19
Kadernota 2025
27
27
27
27
Totaal
710
709
709
709
De Bilt: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Begroting 2024-2027
1.390
1.386
1.386
1.386
Herijking verdeelsystematiek
-30
-30
-30
-30
Kadernota 2025
47
47
47
47
Totaal
1407
1403
1403
1403
Soest: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Begroting 2024-2027
1.867
1.862
1.862
1.862
Herijking verdeelsystematiek
29
29
29
29
Kadernota 2025
71
71
71
71
1967
1962
1962
1962
Totaal RSD: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Begroting 2024-2027
888
885
885
885
Herijking verdeelsystematiek
-36
-36
-36
-36
Kadernota 2025
32
32
32
32
Totaal
884
881
881
881
Utrechtse Heuvelrug: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Begroting 2024-2027
1.652
1.649
1.649
1.649
Herijking verdeelsystematiek
28
28
28
28
Kadernota 2025
58
58
58
58
1738
1735
1735
1735
Totaal Wijk bij Duurstede: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Begroting 2024-2027
836
834
834
834
Herijking verdeelsystematiek
4
4
4
4
Kadernota 2025
31
31
31
31
Totaal
871
869
869
869
8
Tabel 4: deelnemersbijdrage per deelnemer
Deelnemende organisatie bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Baarn
1069
1067
1067
1067
Bunnik
710
709
709
709
De Bilt
1.407
1.403
1.403
1.403
Soest
1.967
1.962
1.962
1.962
RSD
884
881
881
881
Utrechtse Heuvelrug
1.738
1.735
1.735
1.735
Wijk bij Duurstede
871
869
869
869
8.646
8.626
8.626
8.626
Totaal
Verschillende soorten diensten Het kostenoverzicht hierboven bevat het saldo van de baten en lasten. Voor de bovenstaande basis aan diensten vindt verrekening van de reguliere kosten plaats via de verdeelsystematiek, zoals tussen de deelnemers en de GR RID overeengekomen. Daarnaast levert de RID ook nog andere diensten, met een andere afrekensystematiek. Om de totale deelnemersbijdrage inzichtelijk te houden worden ook deze diensten begroot. Bij het bepalen van de koers 2019-2022 is besloten om de gemeenschappelijk begroting zo laag mogelijk te houden en deze andere diensten te verrekenen op basis van het principe “de gebruiker betaalt”. In de volgende tabel hebben we per deelnemer weergegeven welke diensten er worden doorbelast aan welke deelnemer (inschatting op basis van begroting 2024). Bedragen x € 1.000 Baarn Bunnik De Bilt Soest RSD Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Totaal
Telefonie
Wifi Ehrm MDM MS365 15 25 51 9 54 11 11 0 7 29 19 26 72 11 51 41 31 99 21 83 13 12 41 9 70 27 25 105 17 42 13 21 47 8 31 139 151 415 82 360
Multicfunc. 26 11 32 30 19 24 28 170
Totaal 180 69 211 305 164 240 148 1.317
Naast bovenstaande doorbelastingen worden ook hard- en softwarekosten doorbelast (bijvoorbeeld werkplek hardware en applicaties), alsmede de inzet van professionals zoals de business projectleider. Omdat deze voor de RID moeilijker in te schatten zijn en daarmee lastiger te begroten, zijn deze niet opgenomen in het bovenstaande overzicht. Wel kan iedere deelnemer aan de RID vragen om mee te denken wat de juiste inschatting is voor haar eigen begroting.
9
5.
Vaststellingsbesluit
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 30 november 2023
Voorzitter,
Secretaris,
10
Bijlage: Herijking verdeelsystematiek Jaarlijkse Herijking heeft plaatsgevonden In het Algemeen Bestuur van 7 oktober 2019 is de verdeelsystematiek vastgesteld, waarbij de begroting van de RID verdeeld wordt op basis van 3 parameters: • Het aantal accounts; • Het gebruikte serverbeslag; • Aantal inwoners. De parameters ‘accounts’ en ‘serverbeslag’ worden jaarlijks herijkt op 1 november, op basis van het gemiddelde van 1 november tot en met 1 oktober. Het inwoneraantal wordt gebaseerd op CBS- cijfers van 1 januari in het jaar van het vaststellen van de kadernota. NB: bij het vaststellen van deze kadernota 2025 is voorgesteld om het serverbeslag niet te herijken voor de kadernota 2025. Deze blijft dus op het niveau van de kadernota 2024. Bij het vaststellen van de kadernota 2024 is door het AB opdracht gegeven om de verdeelsystematiek met ingang van 2025 aan te passen, omdat vooral met betrekking tot de parameter serverbeslag veel uitleg nodig was. Het GDO adviseert om de nieuwe verdeelsystematiek gelijk op te laten lopen met de duurzame investeringsplanning en dus met ingang van 2026 een nieuwe systematiek vast te stellen. Tot die tijd kan dan het serverbeslag bevroren worden. Het Algemeen Bestuur heeft voor de huidige verdeelsystematiek gekozen omdat het leidt tot meer voorspelbaarheid in de kostenverdeling.
Daarnaast zorgt deze systematiek voor minder grote verschillen in kosten per inwoner. Door wijzigingen in het aantal accounts zijn we desondanks genoodzaakt tot herijking, met verschuivingen van de bijdrage tot gevolg. Zie de effecten per deelnemer: Deelnemende organisatie bedragen x € 1.000
% afwijking
Effect herijking
Baarn
24
2,4%
Bunnik
- 19
-2,7%
De Bilt
-30
-2,16%
Soest
29
1,6%
RSD
-36
-4,05%
Utrechtse Heuvelrug
28
1,7%
Wijk bij Duurstede
4
0,48%
Totaal
0
De afwijkingen worden veroorzaakt door de wijzigingen in het aantal accounts.
11