CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022 RID

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Raadsvoorstel en -besluit ontwerpjaarstukken 2022 en ontwerpbegroting 2024 RID12.180 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2022

1

Voorwoord De RID heeft ook dit jaar weer stappen naar verdere professionalisering gezet onder ongewone omstandigheden. In deze jaarstukken leest u wat wij voor u hebben gerealiseerd.

Opsteker door stijging tevredenheid in 2022. We kijken terug op wederom een bijzonder jaar, dat begon in de laatste lockdown door Covid19 en midden in de Log4j crisis. Ook onze medewerkers hebben een groot deel van 2022 nog vanuit huis moeten werken. De krappe arbeidsmarkt en het nauwelijks tot niet kunnen invullen van vacatures, hebben veel van (de extra inzet van) onze medewerkers gevraagd. Als RID hebben we daarom ook dit jaar geïnvesteerd in onze medewerkers, door de waardering namens het MT hoorbaar, zichtbaar en tastbaar te maken. Een mooie opsteker vormde de uitslag van het klanttevredenheidsonderzoek (KTO) onder onze deelnemers. De tevredenheid over de RIDdienstverlening bleek in 2022 opnieuw gegroeid en resulteerde in het mooie cijfer 7,2.

Structurele toename gevraagde ondersteuning RID De tijdelijke verandering in de manier van werken heeft zich inmiddels ontwikkeld naar een structurele vorm. Dit zorgde voor alle partijen voor ingrijpende veranderingen die eisen stellen aan zowel het gebruik als aan de infrastructuur van de RID. De complexere techniek vraagt meer van de digitale vaardigheid van de gebruiker, iets wat vervolgens weer zorgt voor meer vragen om ondersteuning. Hierbij geeft ruim 80% de voorkeur aan telefonisch contact met de RID. Ook op dit onderdeel scoorde de RID hoog bij het KTO.

Informatiebeveiliging Voor de toegang tot informatie en systemen is sprake van een hybride situatie. Enerzijds zijn applicaties toegankelijk via de Citrix-omgeving, anderzijds zijn ze toegankelijk via het internet. In deze hybride omgeving moeten gebruikers vaak een veelvoud aan gebruikersnamen en wachtwoorden onthouden. In 2022 heeft de RID daarom het wachtwoordbeleid aangepast. Hoewel de kans op misbruik hiermee weliswaar afgenomen is blijft de menselijke factor een structureel veiligheidsrisico, dat zich maar lastig laat bijsturen. Door de grote hoeveelheid omgevingen en accounts met rechten ontbrak bovendien het overzicht wie bij welke gegevens kan en mag. Daarmee waren de organisaties op dit gebied niet in control. Ten behoeve van een veiliger, gebruikersvriendelijke digitale werkomgeving is daarom gekozen om een nieuwe RID dienst in te richten (centrale authenticatie). Gezien de groeiende omvang van het SaaS-landschap is hiermee, samen met de deelnemers, een belangrijke stap gezet ter bevordering van de informatieveiligheid. Rapporteren op de resultaten Gezien de toename van digitale mogelijkheden en daarmee de risico’s op kwetsbaarheden, is met het AB afgesproken om te inventariseren wat nodig is om de informatiebeveiliging bij de RID op het vereiste peil te brengen.

Vanuit informatiebeveiligingsoogpunt wordt de BIO gezien als een basislijn; dus pas wanneer zowel de RID als de deelnemers álles doen wat de BIO voorschrijft op het gebied van proces, mens en techniek hebben we als collectief bereikt wat we minimaal moeten doen op het gebied van informatiebeveiliging. Het investeringsplan, het RID-deel van het actieplan IBB en de pentesten vormen gezamenlijk de input voor de inzet op het gebied van informatiebeveiliging. Gezien de importantie wordt het bestuur van de RID middels separate rapportages geïnformeerd over de inspanningen vanuit de RID op dit onderwerp.

Komende jaren: inzet op verdere samenwerking Het bestuur van de RID heeft, door het vaststellen van de propositie, haar wens uitgesproken om te komen tot verdere, minder vrijblijvende (ICT)samenwerking. En ook de RID deelnemers willen vanuit het Programma Regionale Samenwerking Informatievoorziening, de visie, strategie en samenwerking op het gebied van informatievoorziening verbeteren om de krachten te bundelen, de kwetsbaarheid te verlagen en de risico’s te verminderen. Hiermee wordt een mooie stap in de goede richting gezet voor het professionaliseren van het gezamenlijk opdrachtgeverschap en de gewenste samenwerking. Op deze manier kunnen we, samen met u, de volgende stappen in de doorgroei als partner zetten. D. Govaerts, Directeur RID-Utrecht

2

Inhoud Jaarverslag ....................................................................................................................................................... 4 1.

Inleiding ............................................................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding ................................................................................................................................... 5

1.2.

Leeswijzer ................................................................................................................................... 5

1.3.

Samenvatting financiële verantwoording 2021 ............................................................................ 5

2.

Programma Dienstverlening ................................................................................................................ 6 2.1

Resultaten (wat hebben we bereikt en daarvoor gedaan) ................................................................. 6

2.2.

Wat heeft het gekost ................................................................................................................. 12

3.

Overhead ........................................................................................................................................... 12 3.1

Wat heeft het gekost ..................................................................................................................... 12

4.

Algemene Dekkingsmiddelen ............................................................................................................ 13

5.

Paragrafen ......................................................................................................................................... 14 5.1.

Paragraaf lokale heffingen ......................................................................................................... 14

5.2.

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................. 14

5.3.

Onderhoud kapitaalgoederen .....................................................................................................17

5.4.

Financiering en treasury .............................................................................................................17

5.5.

Bedrijfsvoering .......................................................................................................................... 19

5.6.

Verbonden partijen .................................................................................................................... 19

5.7.

Grondbeleid .............................................................................................................................. 19

Jaarrekening ................................................................................................................................................... 21 6. Overzicht van baten en lasten en toe lichting ............................................................................................ 22

7.

6 .1.

Recapitulatie baten en lasten 2021 .............................................................................................. 22

6.2.

Toelichting op de programmarekening ...................................................................................... 24

Balans en Toelichting ......................................................................................................................... 29 7.1.

Grondslagen .............................................................................................................................. 29

7.2.

Balans per 31 december 2021 ..................................................................................................... 32

7.3.

Toelichting op de balans ............................................................................................................ 33

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant ................................................................................ 39 Vaststellingsbesluit..................................................................................................................................... 44

3

Jaarverslag

4

1. Inleiding 1.1.

Aanleiding

De belangrijkste functie van de jaarstukken is dat het dagelijks bestuur verantwoording aflegt over de realisatie van het voorgenomen beleid en de daarvoor ingezette middelen. Het uitgangspunt voor deze jaarstukken is de gewijzigde begroting 2022. De jaarstukken bestaan uit een jaarverslag en een jaarrekening. Deze jaarstukken voldoen aan de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

1.2.

Leeswijzer

Het eerste deel is het jaarverslag, het tweede deel is de jaarrekening. Het jaarverslag begint in hoofdstuk 2 en 3 met een verantwoording over de realisatie van het voorgenomen beleid. De algemene dekkingsmiddelen komen in hoofdstuk 4 aan de orde. De paragrafen vormen samen hoofdstuk 5. Het tweede deel van dit verslag, de jaarrekening, begint in hoofdstuk 6 met een analyse van de gerealiseerde baten en lasten en de algemene dekkingsmiddelen. Hoofdstuk 7, de balans, bevat een toelichting van de financiële positie van de RID en van de waarderingsgrondslagen van de balans, gevolgd door de controleverklaring van de accountant. De jaarrekening schetst de financiële ontwikkelingen in relatie tot de in de begroting omschreven doelstellingen.

1.3.

Samenvatting financiële verantwoording 2022

Het bestuur heeft door middel van de bestuursrapportage 2021 een 1e begrotingswijziging vastgesteld. Daarnaast is bij AB-besluit van investeringsvoorstel IBV besloten om van het, op dat moment, verwachte incidentele voordeel van 2022 (€ 420.000) € 350.000 in te zetten voor implementatiekosten (2e begrotingswijziging) Vervolgens is er bij de resultaatverdeling 2021 een 3e begrotingswijziging vastgesteld. Het voordeel ten opzichte van de begroting wordt vooral veroorzaakt door uitgestelde implementatiekosten van investeringen (€ 230.000) lagere uitgaven fotokopieerapparatuur (€ 128.000), Lagere uitgaven personeelslasten als gevolg van afgelaste opleidingen en moeilijk invulbare vacatures (€ 165.000), niet bestede innovatiekosten (€ 44.000), Rentevoordeel op de kapitaallasten (€ 41.000) restant bestaat uit diverse kleinere verschillen. In hoofdstuk 6 wordt een toelichting van de afwijkingen boven € 20.000 gegeven. Het niet invullen van de vacatures is een risico, mede doordat we in 2022 ook de vacatures vaak niet konden invullen met inhuur. De werkzaamheden zijn over het algemeen wel uitgevoerd (soms met wat langere wachttijden) maar het risico op roofbouw op het personeel is geen sinecure. Daarom hebben wij dit onderwerp ook in de risicoparaaf opgenomen en gaan wij volgend jaar nog meer inzetten op het invullen, al dan niet met inhuur, van de vacatures.

Primitieve Begroting (A) 7.801.000

Begroting na wijzigingen (B) 7.801.000

Jaarrekening 2022 (C) 7.801.000

Afwijking (B-C) 0

7.801.000

8.011.000

7.290.000

722.000 V

Gerealiseerd saldo voor reservemutatie Mutatie reserves

0

210.000 N

511.000 V

722.000 V

0

210.000 V

210.000 V

0

Gerealiseerd resultaat

0

0

721.000 V

721.000 V

Totaal algemene dekkingsmiddelen Totaal Lasten

Jaarrekeningresultaat

5

2. Programma Dienstverlening De RID staat voor de levering van kwalitatief hoogwaardige diensten en producten op het gebied van ICT en IV waarmee medewerkers veilig en effectief kunnen werken.

2.1 Resultaten (wat hebben we bereikt en daarvoor gedaan) De RID ontwikkelt zich naar een ICT-servicepartner die zorgt dat medewerkers beschikken over goede digitale vaardigheden en betrouwbare voorzieningen, zodat ze veilig en effectief kunnen werken. De bedrijfsvoering en dienstverlening van onze deelnemers zijn daar immers volledig afhankelijk van. Samen met de deelnemers hebben we daarom eind 2017 het doel bepaald en werken daar als RID op verschillende manieren naar toe. • Samenwerking: De gezamenlijke beleving van de visie, missie en ambitie en de gedeelde verantwoordelijkheid om deze tot realisatie te brengen. • Organisatie: Het (beter) invullen, inzetten en onderhouden van de aanwezige systematiek (structuur, hiërarchie, taakverdeling) ten behoeve van eigenaarschap, overleg en onderling vertrouwen. • Diensten: Het (opnieuw) gezamenlijk vormgeven van diensten in lijn met de gedeelde verantwoordelijkheid en missie/ visie. • Processen: De huidige praktijk (grip op flow, type en karakter van het werk) gericht op het verbeteren van de effectiviteit van de samenwerking en een hogere mate van operationele control. • Projecten: De inrichting, aansturing en besturing van programma’s en projecten zowel intern als extern. Met deze beleidssporen als leidend principe hebben we ook in 2022 onze ondersteuning ingezet op de onderstaande onderdelen:

Structureel anders werken De verandering door corona in de wijze waarop én waar we werken heeft zich in 2022 geconsolideerd naar een structurele, andere manier van werken. Door de deelnemende organisaties zijn hiervoor mobiele apparaten zoals laptops, tablets en mobiele telefoons aan hun medewerkers verstrekt. Het hybride en mobiele werken vraagt expliciet om extra aandacht op het gebied van informatieveiligheid. Vanuit de RID is dan ook in 2022 het wachtwoordbeleid aangepast en wordt stevig ingezet op niet alleen de grootschalige vervanging van de netwerkinfrastructuur, maar ook op segmentatie van het netwerk. Mobiel werken vanuit huis met verschillende apparaten betekent voor medewerkers dat ze te maken hebben met nieuwe technieken en meer mogelijkheden. Met vragen of problemen door de extra varianten, vallen deze medewerkers voor ondersteuning terug op de Servicedesk en het SelfServicePortaal (SSP). De toegenomen vraag die we in 2021 al zagen, zette ook in 2022 door. En ook de behoefte om meldingen telefonisch door te geven in plaats van digitaal, nam in 2022 verder toe. De extra RID-ondersteuning op alle thuiswerkplekken en het in de lucht houden van verschillende omgevingen naast elkaar, zorgen nog steeds voor een toename van de gebruikersvraag qua omvang én qua complexiteit.

Door verbeteringen in het werkproces, de extra medewerker Servicedesk, door Automation en de blijvende doorontwikkeling van het SSP, zijn we er desondanks niet alleen in geslaagd de werkdruk bij de Servicedesk onder controle te houden, maar ook de klanttevredenheid in 2022 te verhogen. Vanaf 2023 wordt de extra formatie op de Servicedesk daarom structureel ingevuld.

6

Doorontwikkeling Selfservicepunt en Automation Het afgelopen jaar is het Selfserviceportaal (SSP) verder ontwikkeld. Er zijn nieuwe formulieren toegevoegd voor de wijzigingsverzoeken die tot dan nog niet via het SSP konden worden ingediend. Mooi resultaat hiervan is dat inmiddels maar liefst 99% van alle wijzigingsverzoeken via de SSP binnenkomt. De cijfers op het onderdeel ‘meldingen’ laten een ander beeld zien. Verreweg het grootste deel hiervan komt nog bij de Servicedesk binnen. Bij problemen en vragen geeft eind 2022 meer dan 80% van de medewerkers in de praktijk de voorkeur aan rechtstreeks contact met een medewerker van de Servicedesk. Dit is een toename ten opzichte van 2021. In het kader van dienstverlening probeert de Servicedesk zoveel mogelijk in de 1 e lijn op te lossen, waardoor de gespreksduur weer verder oploopt tot ca 7 minuten. Dat vertaalt zich vervolgens in een oplopende antwoordsnelheid. De extra formatie op de Servicedesk wordt daarom vanaf 2023 structureel ingevuld. Ook is in 2022 verder gebouwd aan het automatiseren van wijzigingsverzoeken voor zowel deelnemers, als voor de RID zelf. Het Portal Team binnen de RID zorgt ervoor dat ontwikkeling van het SSP en Automation in samenhang wordt aangestuurd en afgestemd, met als doel blijvende voordelen voor de klant door snelle en foutloze afhandeling en een lagere belasting van de Servicedesk.

En gezien de oplopende vraag en gespreksduur is dat geen overbodige luxe maar een vereiste. Binnengekomen telefoon / SSP 4000 3500

2937

1653

2312

920

1372 281

888

1328 872 239

267

253

727 237

318

832

1014

966

792

1201

1457

1978 1355

1503 259

691 255

239

2573

2494

2389

1391

1438 705 278

447

786 293

500

905

1500 1000

2556

2554 2337

1707

1821

2000

2585

2065

2500

781

2690

278

2900

908

3000

3417

0

Telefoon

SSP meldingen

SSP wijzigingen

TOTAAL

Lineair (Telefoon)

Lineair (SSP meldingen)

Lineair (SSP wijzigingen)

Lineair (TOTAAL)

Gesprekstijd (sec.) + antwoordsnelheid (sec.) 500 450

440

437

456 418

400

436

420 361

350

388

382

361

329

300

399

409

357 308

303

319

250

237

200 150 100 50

438

193

202

183

155

151

129 77

99

91

91

111

60

114

152

138 87

0

Antwoordsnelheid gem in sec

Gesprekstijd gem in sec

7

104

124 91

Nieuw DVO door toename vraag en complexiteit Bij de oprichting van de RID zijn afspraken met de organisaties over de, destijds gevraagde en geleverde, dienstverlening vastgelegd in DVO’s en SLA’s. Gezien de door corona ontstane urgentie en het belang van extra diensten, werd vanaf 2020 door de RID in hoog tempo extra (nieuwe) dienstverlening én technologie gerealiseerd zonder hierover afspraken in een DVO of SLA vast te leggen. Een inmiddels structurele oplossing heeft uiteraard consequenties voor dienstverleningsovereenkomsten en afspraken over de servicelevels. Daarnaast wordt de RID in toenemende mate geconfronteerd met SaaS-applicaties, waarvan het contractbeheer met de externe leverancier is belegd bij de deelnemers. De hierdoor extra benodigde afstemming en onderzoek bij storingen zorgt logischerwijs voor langere oplostijden. Daarom wordt, in samenwerking met ICT-regie en het SOO, in 2023 gewerkt aan een nieuw DVO, met een aangepast proces om wijzigingen of aanvullingen eenvoudiger te kunnen verwerken en daarmee de actualiteit van het DVO op peil te houden.

Dienstverlening aan raadsleden Door veranderde wetgeving zijn gemeenten verplicht om ook ICT-voorzieningen aan hun raadsleden beschikbaar te stellen. De RID heeft de gewenste functionaliteiten en de benodigde ondersteuning voor de nieuwe digitale werkomgeving van de raadsleden in kaart gebracht en hiervoor een voorstel gedaan. Zeker met het oog op informatiebeveiliging en de bestuurlijk gewenste standaardisatie, adviseert de RID haar eenduidige regionale ICT-dienstverlening ook aan raadsleden te leveren.

Projecten Versnellen Microsoft365 Door onder andere de invoering van MS365 en de toename van SaaS-applicaties via internet, zitten medewerkers qua digitale werkruimte in meerdere werelden. Enerzijds gebruiken ze een gecentraliseerde, virtuele desktop voor de ontsluiting van bedrijfsapplicaties (bv Key2Burgerzaken) en kantoorapplicaties. Anderzijds gebruiken ze verschillende voorzieningen en apparaten voor de opslag van data, om digitaal te vergaderen of samen te werken. Tot op dit moment werken medewerkers dus zowel binnen de veilige, door de RID beheerde Citrix-omgeving als buiten deze omgeving. Hierdoor zijn alternatieve manieren ontstaan voor het benaderen van de verschillende applicaties. Al die ontwikkelingen vragen om meer flexibiliteit in de inrichting en het gebruik van de digitale werkruimte. Tegenover meer flexibiliteit staat echter een verhoogd dreigingsniveau. Om een balans te vinden tussen bruikbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en veiligheid is het nodig om helder te maken hoe de digitale werkruimte van de toekomst er uit moet zien en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Om deze reden wordt de doorontwikkeling van Microsoft365 integraal meegenomen in de Visie op de Digitale Werkruimte.

Gezamenlijke projecten RID-deelnemers Visie Digitale Werkruimte In de afgelopen jaren zijn organisaties niet alleen versneld hybride gaan werken, maar doen medewerkers dat werk ook steeds vaker tijd- en plaatsonafhankelijk. Om dat goed te kunnen doen, willen ze op verschillende apparaten (smartphones, tablets, laptops) de beschikking hebben over dezelfde informatie. Er wordt meer digitaal samengewerkt met collega’s en partners in de samenleving en steeds meer applicaties worden als clouddienst aangeboden. De huidige werkomgeving (Citrix) ondersteunt deze en toekomstige ontwikkelingen onvoldoende. De stroomversnelling waarin de nieuwe realiteit is ontstaan, leidde bovendien tot ad hoc aanpassingen en dito digitale ondersteuning. Vanuit een integrale en toekomstbestendige benadering is in mei 2022 de regionale i-visie vastgesteld, gebaseerd op drie belangrijke thema’s. Onderdeel van 1 van die thema’s: “Mogelijk maken; Basis op orde” is de werkplek van de toekomst. In opdracht van het SOO is dit onderwerp verder uitgewerkt door de informatieadviseurs van de deelnemers en de RID vanuit haar architectuurfunctie. De hieruit ontstane Visie Digitale Werkruimte is opgeleverd en eind 2022 ter vaststelling aangeboden aan het GDO/SOO. Nieuw financieel systeem (NFS) In 2021 is gestart met de gezamenlijke aanbesteding van een nieuw financieel systeem.

Op het moment van schrijven van deze jaarstukken worden de inschrijvingen beoordeeld. De verwachte gunning is in het 2 e kwartaal van 2023. Verwachte ingangsdatum is 1 januari 2024.

8

GT Print In 2022 is gestart met de technische implementatie van GT print. De verwachting is dat in het 2e kwartaal van 2023 de Proof of Concept (POC) afgerond kan worden. Ook de levering, bij een succesvolle POC, van de nieuwe printers wordt verwacht in het 2e kwartaal van 2023.

Vergroten van innovatiekracht De samenleving en manier van werken veranderen in een toenemend tempo. Hoewel onze invloed op externe of extreme factoren minimaal is, kunnen we wél door innovatie de kans vergroten dat de bedrijfscontinuïteit gegarandeerd blijft of processen geoptimaliseerd worden. De deelnemers van de RID-Utrecht hebben een Ivisie vastgesteld waarin wordt gesproken over toekomst verkennende activiteiten op het gebied van onder andere data gedreven werken. Omdat dit ook door de RID als dominante ontwikkeling wordt gezien, hebben we een voorstel gedaan voor een innovatief, kleinschalig project, op het gebied van business intelligence (BI). In 2021 is op basis van pilots bij de gemeente Wijk bij Duurstede (fysiek domein) en de gemeente Baarn (sociaal domein) een start gemaakt met data gedreven denken en handelen. Hierna is in 2022 met een BIinnovatieproject onderzocht op welke wijze de RID uitvoerend kan voorzien in een 1x voor 7 aanpak op dit gebied. Tevens is gekeken of de RID een datawarehouse (DWH) en data management platform (DMP) kan ontwikkelen. Deze vormen samen een centrale voorziening voor dataverwerving, -verwerking, -opslag en ontsluiting. Met deze data (BI) kan de RID bijdragen aan de gevraagde BI-oplossingen van haar deelnemers. Afronding en vervolg innovatieproject Aan het einde van 2022 kunnen we stellen dat er succesvol onderzoek is gedaan.

Er is een (kleinschalig) datawarehouse (DWH) en Data Management Platform (DMP) gerealiseerd waarmee een gecentraliseerd en gestandaardiseerd schaalbaar datamodel beschikbaar is om, als één DWH, vanuit het collectief van organisaties te gebruiken. Er is inzicht verkregen in hoe dit werkt, wat het kost, hoe het ingericht moet worden en welke middelen ervoor nodig zijn. Op basis van de conclusie dat het structureel inzetten van deze innovatieve oplossing voor nu nog te vroeg zou zijn, heeft de RID geadviseerd om de huidige oplossing in 2023 verder te ontwikkelen naar een definitieve oplossing voor 2024 en verder. De incidentele ontwikkel/onderzoekskosten daarvan zouden tussen de € 125.000 en € 150.000 bedragen. Het breder en collectief benutten van deze gerealiseerde voorziening uit het innovatiebudget had een antwoord en alternatief kunnen zijn voor de verschillende aanvragen voor BI-oplossingen van afzonderlijke deelnemers. Dit was bovendien een verdere stap in de gewenste bestuurlijke harmonisatie geweest. Vanwege het gebrek aan beschikbaar budget vanuit de deelnemers krijgt dit innovatieproject op het gebied van BI helaas niet het geadviseerde vervolg. Per 1 januari 2023 heeft de RID daarom de opgebouwde BIomgeving uit moeten zetten.

Processen Ook in 2022 heeft de RID aangetoond haar belangrijkste processen onder controle te hebben en heeft over deze processen ook over 2022 een goedkeurende ISA3402 verklaring ontvangen. Processen als incidentmanagement, wijzigingsbeheer, access management, IT continiuity management, securitymanagement en problemmanagement zijn goed geborgd.

Stappen gezet op het gebied van informatieveiligheid Nog tijdens de Log4j crisis is al een start gemaakt met het op orde krijgen van het softwareassetmanagement (SAM). In 2022 is een plan opgesteld dat inmiddels door de deelnemers is goedgekeurd. De volgende stap is hier gezamenlijk uitvoering aan geven. Daarnaast sluit de RID tegenwoordig aan bij oefeningen op het gebied van cybercrisis, zowel vanuit de techniek als vanuit het regionale IST. De opgedane kennis wordt uiteraard meegenomen de organisaties in. Ook op basis van de jaarlijkse pentest zijn er stappen gezet op het gebied van informatiebeveiliging. De netwerksegmentatie is verder opgepakt en zal ook in 2023 nog doorlopen. Ondertussen zijn de voorbereidingen voor de grootschalige vervanging van de netwerkinfrastructuur opgestart. De levering is vertraagd door het wereldwijd chip-tekort, maar zal begin 2023 geleverd worden. Begin 2023 moet een Detail Technisch Ontwerp (DTO) hiervoor worden opgeleverd. Realisatie dienst Centrale Authenticatie Voor de toegang tot informatie en systemen is sprake van een hybride situatie. Enerzijds zijn applicaties toegankelijk via de Citrix-omgeving, anderzijds zijn ze toegankelijk via het internet (webapplicaties). In deze hybride omgeving moeten gebruikers vaak een veelvoud aan gebruikersnamen en wachtwoorden onthouden.

9

Uit gemak kiezen mensen in de praktijk vaak voor hetzelfde, zo eenvoudig mogelijke wachtwoord voor elke toepassing. In 2022 heeft de RID daarom het wachtwoordbeleid aangepast naar het gebruik van wachtzinnen. Hoewel de kans op misbruik hiermee weliswaar afgenomen is blijft de menselijke factor een structureel veiligheidsrisico, dat zich maar lastig laat bijsturen. Door de grote hoeveelheid omgevingen en accounts met rechten ontbreekt bovendien het overzicht wie bij welke gegevens kan en mag. Daarmee waren de organisaties op dit gebied niet “in control”. Ten behoeve van een veiliger (gebruikersvriendelijke) digitale werkomgeving is daarom gekozen om een nieuwe RID dienst “Centrale authenticatie” in te richten. Het resultaat van deze dienst is dat gebruikers met hun vaste RIDaccount en wachtwoord toegang hebben tot alle externe (SaaS) applicaties middels eenmalige aanmelding met multifactor authenticatie (MFA). Samen met de deelnemers zijn de kritieke (SaaS) applicaties gekozen en aan de nieuwe dienst/authenticatie gekoppeld. Gezien de groeiende omvang van het SaaS-landschap is dit een belangrijke stap geweest ter bevordering van de informatieveiligheid. Een volgende stap is het nadenken over een vervolgstrategie voor de koppeling van de overige (minder kritieke) applicaties.

Baseline Informatiebeveiliging overheid (BIO) Informatieveiligheid is steeds belangrijker binnen de (lokale) overheid en de lat wordt op dit gebied dan ook hoger gelegd. Vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid borgen de deelnemers en de RID dit deels door een gezamenlijk Information Security Team. Vanaf 2020 werken wij bovendien conform de nieuwe baseline informatiebeveiliging overheid (BIO 1). De BIO is het verplichte normenkader voor informatieveiligheid en voorziet dat iedereen werkt conform dezelfde ambities en veiligheidsstandaarden. Door het informatiebeveiligingsbeleid van de RID te baseren op de BIO is de aansluiting op de inrichting van de BIO binnen de deelnemers in principe gerealiseerd. Dit neemt niet weg dat de verantwoordelijkheid voor informatieveiligheid bij de deelnemende organisaties blijft. De afgelopen jaren is door de RID al fors geïnvesteerd in digitale weerbaarheid. Er zijn niet alleen grote stappen gezet op het gebied van informatieveiligheidsbeleid, disaster recovery en backup-restore, maar ook op het beveiligen van mobiele werkplekken en het gedeeltelijk implementeren van netwerksegmentatie.

Investeren voor noodzakelijke inhaalslag Gezien de toename van digitale mogelijkheden, maar van ook hacks en ransomware en daarmee de risico’s op kwetsbaarheden, heeft de RID bij vaststelling van de kadernota 2023 al afgesproken met haar AB om te inventariseren wat nodig is om de informatiebeveiliging bij de RID op het vereiste peil te brengen. Voordat de inventarisatie volledig was afgerond, werden we eind 2021 opgeschrikt door de e kwetsbaarheid in Log4j. Deze crisis bevestigde wederom dat extra stappen en een versnelling nodig waren om de vereiste inhaalslag te maken op de basis van de huidige informatiebeveiliging. De afgeronde inventarisatie is vervolgens vertaald in een investerings- en bestedingsvoorstel dat in 2022 ter besluitvorming is voorgelegd aan het AB. De gevraagde investering betrof voor een deel inschattingen, waarvan de financiële verantwoording uiteraard plaatsvindt via de reguliere P&C-documenten. Het investeringsvoorstel omvatte de belangrijkste onderwerpen met het hoogste risico op het gebied van informatiebeveiliging waarop vanuit de RID geïnvesteerd moest worden ten behoeve van het collectief. Met deze investeringen zou de RID de noodzakelijke stappen zetten in het verder beveiligen van de bedrijfsvoering. De toekenning van extra fte’s per 2023 is een concrete uitwerking van een gevraagde investering.

Rapporteren op de resultaten Vanuit informatiebeveiligingsoogpunt wordt de BIO gezien als een basislijn; dus pas wanneer zowel de RID als de deelnemers álles doen wat de BIO voorschrijft op het gebied van proces, mens en techniek hebben we als collectief bereikt wat we minimaal moeten doen op het gebied van informatiebeveiliging. Het hierboven genoemde investeringsplan, het RID-deel van het actieplan IBB en de pentesten vormen gezamenlijk de input voor de inzet op het gebied van informatiebeveiliging. Gezien de importantie wordt het bestuur van de RID middels separate rapportages geïnformeerd over de inspanningen vanuit de RID op dit onderwerp.

1 https://www.informatiebeveiligingsdienst.nl/project/baseline-informatiebeveiliging-overheid/

10

Dienstverlening in cijfers. Overzicht aantal storingen/vragen/wijzigingen binnengekregen in 2022

Omschrijving Storingen Vragen Standaardwijzigingen Niet-standaardwijzigingen Security meldingen

2022

2021 9562 3708 11.848 210 131

11.995 3.008 8.876 136 105

Dashboard dienstverlening

Omschrijving P1 melding (oplostijd 4 uur) P2 t/m P4 melding Wijziging Oplossend vermogen 1e lijns

Norm 90% 80% 80% > 70%

2022 61% 90% 89% 86%

Wat direct in het oog springt is het oplospercentage P1 meldingen; dat ligt met 61% lager dan de 73% van vorig jaar. De RID ziet hier een trend ontstaan op het gebied van dienstverlening. Het aantal Saas applicaties neemt namelijk verder toe en daarmee de verwevenheid met externe leveranciers. Het contractbeheer van deze applicaties is bovendien belegd bij onze deelnemers. Consequentie hiervan is een langere onderzoektijd en meer benodigde afstemming bij een grote storing (P1). En dat vertaalt zich direct in een lager percentage binnen de overeengekomen norm voor oplostijd P1. De effecten bij P2 tot P4 meldingen zijn niet direct zichtbaar, omdat hiervoor langere oplostijden zijn afgesproken. In het nieuwe DVO moet vertaling van deze trend meegenomen worden. Wijzigingen via SelfServicePortaal Doordat de inzet van de Servicedesk primair gericht is op de toegenomen vragen aan de telefoon, waren er uiteraard ook consequenties voor het afhandelen van de wijzigingen die nog rechtstreeks bij de SD terecht kwamen. Omdat wijzigingen eenvoudig ingediend kunnen worden via het SelfServiceportaal, is vanaf medio 2020 daarom stevig ingezet op kanaalsturing naar dit digitale kanaal. En dat betaalt zich uit; inmiddels wordt maar liefst 99% van de wijzigingen ingediend via de SSP.

Forse stijging aantal wijzigingen Het aantal wijzigingen dat wordt aangevraagd en doorgevoerd is ook het afgelopen jaar weer fors toegenomen. De inzet op Automation heeft er gelukkig toe geleid dat inmiddels 69% van de wijzigingen in de 1e lijn, zonder tussenkomst van de Servicedesk, via het SSP door Automation wordt afgehandeld. Hierdoor is de werkdruk bij de Servicedesk onder controle te houden en blijven we boven de afgesproken servicenorm.

11

2.2. Wat heeft het gekost Personeelslasten Overige lasten Totaal programma 1 Totaal opbrengsten Saldo voor bestemming

Gewijzigde begroting 3.492.000 4.050.000

Rekening 2022

Verschil

3.600.000 4.025.000

108.000 25.000

7.542.000 828.000 6.714.000

7.625.000 1.539.000 6.086.000

83.000 711.000 628.000

N V N V V

Met ingang van begrotingsjaar 2022 begroten we de plusdiensten ook. De hogere incidentele personeelslasten worden gecompenseerd met hogere incidentele opbrengsten die niet waren begroot. Dit betreft onder andere: - Diverse personele doorbelastingen € 253.000 - Gebruik Microsoft diensten € 206.000 - Doorbelasting apparatuur € 105.000 - Dienst MDM € 82.000 - GRC tool € 43.000 Hoofdstuk 6.2 bevat een analyse van de verschillen

3. Overhead 3.1 Wat heeft het gekost Totaal lasten Totaal Overhead Totaal opbrengsten Saldo voor bestemming

Gewijzigde begroting 1.297.000 1.297.000 0 1.297.000

De opbrengsten betreffen de vergoeding vanuit het UWV . Hoofdstuk 6.2 bevat een analyse van de verschillen per onderdeel.

12

Rekening 2022

Verschil

1.263.000 1.263.000 59.000 1.204.000

34.000 34.000 59.000 93.000

V V V V

4. Algemene Dekkingsmiddelen Bijdragen deelnemers Totaal baten Totaal lasten Saldo voor bestemming

Gewijzigde Begroting 7.801.000 7.801.000

Rekening 2022

0 7.801.000

0 7.801.000

7.801.000 7.801.000

De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit bijdragen van de deelnemers. De bijdrage van de deelnemers is per RID-deelnemer als volgt Bijdragen RID-deelnemers Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente Soest Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Wijk bij Duurstede Subtotaal

2022 931.000 622.000 1.329.000 1.710.000 847.000 1.588.000 774.000 7.801.000

Het bovenstaande bedrag is middels 4 voorschotten in rekening gebracht. De deelnemersbijdrage is vastgesteld op basis van de begroting 2022. Wij passen de bijdragen, zoals gebruikelijk, niet aan op basis van werkelijke cijfers. De resultaatverdeling wordt voorgelegd aan het bestuur.

13

5. Paragrafen Doel van de paragrafen is om het Algemeen Bestuur een instrument te geven om de beleidskaders van de diverse onderdelen vast te stellen en om de uitvoering te kunnen controleren.

5.1. Paragraaf lokale heffingen Dit is voor de RID niet van toepassing.

5.2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Hier staat de vraag centraal in hoeverre de RID in staat is om incidentele tegenvallers op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de bestaande dienstverlening. Dit komt tot uitdrukking in de verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de niet-afgedekte risico’s. De RID heeft veel geïnvesteerd in ICT-middelen en heeft derhalve veel (im)materiële vaste activa op de balans staan. Dit wordt in de paragraaf financiële risico’s verder uitgewerkt. Een eventueel negatief exploitatiesaldo wordt door de RID-deelnemers afgewikkeld conform de artikelen 26 tot en met 28 van de gemeenschappelijke regeling (GR). In feite zijn daarmee alle financiële risico's afgedekt. De RID-deelnemers worden door middel van de huidige P&C-documenten geïnformeerd over de financiële stand van zaken. Daarnaast heeft de RID een ISAE3402 rapport dat zich sterk richt op risicobeheersing van de processen die voor onze deelnemers vanuit de RID het belangrijkste zijn. Zoals IT continuity management, security management, acces management, incident management en problem management.

Risico’s voor de bedrijfsvoering van de RID (relevant voor weerstandsvermogen) 1. Financiële Risico’s De RID is gefaseerd en projectmatig gegroeid naar de eindsituatie. Bij iedere fase is onderzocht welke risico’s de RID of de deelnemers lopen alvorens tot uitvoering over te gaan. Zo moet bijvoorbeeld bij het consolideren van licenties precies in beeld zijn gebracht wat de juridische en financiële consequenties zijn. Daarnaast moet de RID ook steeds bepalen of bijvoorbeeld aan de Europese aanbestedingsrichtlijnen wordt voldaan. Met inhuur van expertise op dit vlak is in de begroting rekening gehouden. Het risico op vernietiging of vervreemding van de activa door brand of diefstal wordt gemitigeerd door het afsluiten van verzekeringen. De kans op een grote financiële impact is gering. Wij hebben een apart budget voor soft- en hardware kosten daarnaast werken we met een meerjarig investeringsplan. De software wordt in toenemende mate afgenomen in abonnementsvorm. Dit is vaak een duurdere maar wel flexibelere oplossing. De stand van zaken wordt door de RID periodiek gemonitord. Een groei van het aantal gebruikers (tot boven het aantal genoemd in kadernota) zal leiden tot meer kosten, maar dit wordt tijdig met de RID-deelnemers afgestemd. Conform gemeenschappelijke regeling zullen de eventuele extra kosten gedekt worden door hogere bijdragen.

2. Compliance risico In de aanbesteding van software was ook de dienst licentiebeheer meegenomen. De dienst licentiebeheer is ingericht, en wordt in de toekomst nog verder uitgewerkt om ook (naast compliancy) het werkelijk gebruik te monitoren . Daarnaast is er risico op het niet voldoen aan de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Voor de AVG hebben wij de rol van functionaris gegevensbescherming belegd binnen de organisatie. Daarnaast worden en zijn er reeds bewustwordingscampagnes en bijeenkomsten gehouden bij het personeel. Ten behoeve van de BIO hebben wij diverse processen ingericht om te voldoen aan de BIO. Deze processen worden getoetst tijdens de controle rondom ISAE3402. De financiële impact zou een eventuele boete kunnen zijn. Deze kan 2 tot 4 procent van de

14

opbrengsten bedragen. (€ 188.000 tot € 376.000). Echter gezien de door ons genomen maatregelen schatten wij het risico op zeer laag voor de hoge boete (10% →€ 40.000).

3. Renterisico Er wordt rekening gehouden met een rente voor nieuw op te nemen geldleningen van 0,7%. Het risico bestaat dat het werkelijke rentepercentage waarvoor leningen worden afgesloten hoger is. Op dit moment zitten wij nog onder deze rentestand, maar herfinanciering tegen bijvoorbeeld 2% zou een impact hebben van € 53.000. In het geval dat rentestand bijvoorbeeld oploopt tot 1,0 % dan zou dit een geringe financiële impact hebben van € 13.000. Op de korte termijn levert de herfinanciering nog een gering risico op. Wij blijven de rentestand monitoren en zullen indien nodig via de kadernota de rentestand ophogen.

4. Risico op cybercrime Cybercrime als risico voor de dienstverlening nemen we vanaf nu bewust op in deze risicoparagraaf. In het geval van de diefstal van data (ransomware) of andere vormen van cybercrime, kan de dienstverlening immers acuut tot stilstand komen. Het recente gebeuren bij de gemeente Hof van Twente heeft dit nog eens duidelijk gemaakt. De toename van SaaS-oplossingen vanuit de deelnemers, levert een groter risico op het netwerk van de RID op. Door ondermeer netwerksegmentatie probeert de RID het risico te beperken dat bij een aanval op één deelnemer, alle organisaties geraakt worden. Daarnaast vormen de jaarlijkse pentesten een onderdeel van de benodigde risicobeperking vanuit de RID. Een goede informatiebeveiliging is alleen in gezamenlijkheid met de deelnemers te bereiken. Bij dit type risico zal geen enkele investering in tijd en geld helaas het risico ooit tot 0 kunnen reduceren. Het risico op cybercrime zal daarmee altijd aanwezig zijn en de impact op de dienstverlening hoog. Dit vraagt dus om blijvende (bestuurlijke) aandacht en inzet op informatiebeveiliging. Financiële impact PM

5. Risico situatie arbeidsmarkt De arbeidsmarkt vormt in toenemende mate een uitdaging voor het werven van personeel, zeker op het gebied van ICT. Hieruit volgt het risico dat vacatures lang openstaan of zelfs niet ingevuld kunnen worden. Met het oog op het continueren van de dienstverlening, kan de RID zich genoodzaakt zien om vaker terug te vallen op inhuur, met alle financiële consequenties van dien. Omdat dit steeds een afweging zal zijn (financieel tegenover continueren dienstverlening) zal dit in overleg met de deelnemers gebeuren. Financiële impact stellen wij derhalve op PM.

Risico’s voor dienstverlening (Risico voor RID-deelnemer) 1. Opdrachtgeverschap De RID is als GR ingericht om te werken voor een collectief van organisaties met een samenhangende en generieke behoefte op het gebied van de ICT. Omdat professioneel opdrachtgeverschap belangrijk is vanuit alle RID-deelnemers, zijn de krachten als opdrachtgevers gebundeld om vanuit een regionale IVontwikkeling te komen tot eenduidige vraagontwikkeling, -formulering en –articulatie. Vanuit deze collectieve benadering moet invulling gegeven worden aan het uitgangspunt ”zoveel mogelijk dezelfde vraag (1x7) in plaats van een iets gewijzigde vraag vanuit elke deelnemer (7x1)”. De blijvende specifieke wensen per organisatie zorgen echter nog steeds voor dynamiek die in de praktijk leidt tot ongewenste uitloop in projecten. Blijvende inzet op professioneel opdrachtgeverschap is een vereiste om dit patroon te doorbreken. Het programmavoorstel Regionale Samenwerking Informatievoorziening is een mooie stap in de bestuurlijk gewenste richting van samenwerking, zoals vastgelegd in het Samenwerkingsconvenant.

2. Het voeren van regie op de dienstverlening van de RID Nadat een automatiseringsproject is afgerond, gaat de RID beheerdiensten verlenen. In alle gevallen worden hierover afspraken vastgelegd in een Servicelevel Agreement (SLA). Hierbij spelen de contractmanagers van de RID-deelnemers een prominente rol als verbindende schakel tussen de deelnemer en de RID. Zij maken afspraken met de RID over dienstverleningsniveaus, zien toe op de naleving daarvan (zowel door de RID als door de eigen organisatie) en vormen een escalatiekanaal voor zowel de gebruikers als de RID. De basis hierbij is de dienstverleningsovereenkomst (DVO) die met de deelnemers is afgesloten.

3. Het uitvoeren van Functioneel Beheer

15

Het technisch beheer van applicaties is belegd bij de RID. Het functioneel beheer van applicaties is echter primair een taak van de RID-deelnemers (met uitzondering van de kantoorautomatisering en de diensten die zijn uitbesteed aan de RID, zoals e-Hrm). Daartoe zou voor iedere applicatie per organisatie een functioneel beheerder aangewezen moeten zijn, die zorg draagt voor het zodanig functioneren van de applicatie, dat deze het proces goed ondersteunt. Tijdens de Log4j crisis werd echter een kwetsbaar patroon zichtbaar aan achterstallig onderhoud op het applicatielandschap van de deelnemende organisaties, door het gebrek aan functioneel beheerders. Niet alleen bevinden zich honderden applicaties buiten het zicht (dus niet binnen het datacenter) van de RID, maar door het ontbreken van functioneel beheer vindt onvoldoende lifecycle management plaats op deelnemersapplicaties. Dit heeft tot gevolg dat er een groot aantal applicaties zijn die niet meer ondersteund worden door de leverancier, die niet overweg kunnen met actuele server versies/componenten of die niet zijn bijgewerkt naar de meest recente versie. Dit leidt tot grote aantallen kwetsbaarheden in onze infrastructuur. Op al deze applicaties is dus extra aandacht voor functioneel beheer, patchmanagement en lifecyclemanagement noodzakelijk. Pas kan dan goede afstemming plaatsvinden tussen functioneel en technisch beheer.

Door de mogelijkheid te onderzoeken van het centraliseren van functioneel beheer wordt de kracht van het collectief benut en genieten alle deelnemers voordelen op het gebied van continuïteit, verminderde kwetsbaarheid, verbeterde kwaliteit en minder meerkosten.

Conclusie Afhankelijk van de risicoanalyse, waarin een inschatting wordt gemaakt wat de kans is dat een risico zich voordoet, wordt de omvang van het weerstandsvermogen bepaald. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling mag het weerstandsvermogen maximaal 10% van de apparaatskosten bedragen. De weerstandscapaciteit is op dit moment beperkt (alleen de Algemene Reserve ad € 87.000). Deze reserve is vooralsnog vrij besteedbaar. Risico’s Compliance risico Rente risico Risico op Cybercrime Risico van de huidige arbeidsmarkt Totaal

40.000 13.000 PM PM 53.000

Ratio Weerstandsvermogen De BBV schrijft voor om een verplichte basis van 5 financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze 5 kengetallen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie (niet van toepassing voor RID) Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (niet van toepassing voor RID)

Ratio Netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2022 29 % 16,19% 0

2021 39 % 8,38% 0

De RID is een organisatie met veel vaste activa op de balans. De RID heeft een beperkte Algemene Reserve (€ 87.000 ultimo 2022) waardoor de RID moet lenen om te kunnen investeren. Hierdoor is de Netto schuldquote hoog en de solvabiliteitsratio laag. Echter is de solvabiliteitsratio wel gestegen ten opzichte van 2021 als gevolg van het groter nog te bestemmen resultaat. De RID had in 2021 en 2022 geen structurele exploitatieruimte.

16

5.3. Onderhoud kapitaalgoederen In de jaarstukken is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen (wegen, riolering, water, groen en gebouwen) is georganiseerd. Bij de RID is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name ICT gerelateerde zaken). Er is geen voorziening onderhoud, omdat de ICTmiddelen worden afgeschreven over de gebruiksduur en daarmee tussentijds onderhoud niet van toepassing is. Voor de software wordt jaarlijks onderhoud afgesloten. Voor de hardware wordt het onderhoudscontract voor de gebruikersduur afgesloten. Hierdoor is deze paragraaf niet van toepassing.

5.4. Financiering en treasury Inleiding De financieringsparagraaf is, in samenhang met het treasurystatuut, een belangrijk instrument voor het transparant maken, sturen, beheersen en controleren van de financiële middelen. De uitwerking hiervan vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarstukken. In het treasurystatuut is geregeld dat nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitenplanning. Deze afstemming beoogt om bedragen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig c.q. beschikbaar zijn. Hiermee worden de rentekosten zoveel mogelijk beperkt en de rentebaten geoptimaliseerd.

Rentevisie Financiering via kortlopende geldleningen is goedkoper dan via langlopende geldleningen. Daarom trekt de RID pas een langlopende geldlening aan als de kasgeldlimiet over langere periode overschreden dreigt te worden. Om een te risicovolle financieringspositie te voorkomen zijn wettelijk normen vastgelegd, uitgedrukt in de kasgeldlimiet en de risiconorm.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn. Op grond van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2022 8,2% van € 8.011.000 = €657 .000 bedraagt. De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen. 1e kwartaal 2022

2e kwartaal 2022

3e kwartaal 2022

4e kwartaal 2022

Gemiddeld saldo

2.247.000

1.526.000

1.494.000

1.421.000

Kasgeldlimiet

657.000

657.000

657.000

657.000

2.904.000

2.183.000

2.151.000

2.078.000

0

0

0

0

OVERZICHT KASGELDLIMIET

Ruimte onder de kasgeldlimiet Overschrijding van de kasgeldlimiet

Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RID loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2022 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het

17

begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De rente risiconorm voor 2022 bedraagt 20% van € 8.011.000, hetgeen uitkomt op € 1.602.000 met een minimum van € 2.500.000. Onderstaand een overzicht van het verloop van de rente risiconorm:

VERLOOP RENTE RISICONORM

2022

Te betalen aflossingen

1.600.000

Totale lasten in de begroting

8.011.000

Vastgestelde percentage

20

Renterisico norm

2.500.000

Ruimte t.o.v. de norm

900.000

Renteschema a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

1.965 -/-

Saldo rentelasten en rentebaten

3.208 1.243

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

/-

0

c2

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

/-

0

c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

/-

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

1.243

d1.

Rente over eigen vermogen

+/+

-

d2.

Rente over voorzieningen

+/+

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.243

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

1.243 -

Financiering (leningenportefeuille) In 2017 is een lening aangetrokken van € 1.000.000 (looptijd 5 jaar) en in 2022 afgelost. In 2019 zijn 2 leningen aangetrokken van € 1.500.000 en € 1.000.000 (looptijd beiden 5 jaar). In 2020 zijn 2 leningen aangetrokken van

18

€ 1.000.000 en € 1.500.000 (looptijd 5 jaar) en in 2021 is een lening aangetrokken van € 2.000.000 (looptijd 5 jaar). Alle leningen worden lineair afgelost. De gemiddelde rente op deze leningen bedraagt circa- 0,02%.

Vennootschapsbelasting Met betrekking tot de VPB plicht maakt de RID gebruik van de vrijstelling rondom samenwerkingsverbanden. Dit is mogelijk doordat: • De activiteiten worden verricht ten behoeve van overheidslichamen • De activiteiten zouden bij de deelnemers niet leiden tot een belastingplicht • De deelnemers dragen in evenredigheid bij aan de kosten van de RID (via verdeelsystematiek)

5.5. Bedrijfsvoering Deze paragraaf omvat de besturing en beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de Bedrijfsprocessen binnen de gemeentelijke organisatie.

Organisatieopbouw RID Bij de inrichting van de organisatie zijn drie uitgangspunten leidend.

Gerichtheid op techniek versus gerichtheid op de RID-deelnemer Klantgericht ondersteunen vraagt om specifieke competenties. Niet iedereen heeft die van nature in huis. Het dagelijkse contact met de RID-deelnemers brengt ook veel ‘reuring’ met zich mee. Dit kan ertoe leiden dat de waan van de dag belangrijker wordt dan het structureel oplossen van problemen. In lijn met onze missie/visie hebben we daarom focus gebracht in onze organisatiestructuur. De RID bestaat maar uit twee teams: het team Support & Operations (S&O) en het team Diensten. Team Diensten is verantwoordelijk voor de architectuur, security en functionaliteit van diensten en oplossingen op het gebied van de informatievoorziening. Dit is een beleidsvormend, organiserend, regisserend en controlerend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID blijven voldoen aan de functionele vereisten van de business. Team S&O is integraal verantwoordelijk voor het leveren, adequaat functioneren en gebruik van diensten en oplossingen op het gebied van de ICT. Dit is een beherend, regisserend en ondersteunend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID voldoen aan gebruikersvereisten en door de gebruikers optimaal worden benut.

Gerichtheid op stabiliteit versus gerichtheid op verandering Er is een natuurlijke neiging van beheerders om tegen veranderingen te zijn. Dat is voor beheerders een kwaliteit omdat daarmee het goed functioneren van het bestaande het beste gewaarborgd is. Het is dan ook beter de veranderingen niet door beheerteams te laten initiëren. Binnen de RID is de ‘verandering’ belegd bij het team Diensten. Team S&O voert deze veranderingen ‘beheerst’ door volgens het wijzigingsproces. Daarnaast heeft de Chief Information Security Officer (CISO) een belangrijke rol. Doel van de functie is het, op basis van de algemeen aanvaarde standaard, de BIO, zorgdragen voor een samenhangend pakket van maatregelen ter waarborging van de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de informatie binnen een gemeente. Risicoanalyse, oog voor de bedrijfsvoering en in achtneming van de wettelijke voorschriften zijn daarbij sleutelbegrippen.

Kaderstellend versus uitvoerend Ook is er het belangrijke onderscheid tussen kaderstellende en uitvoerende taken. Omdat Team Diensten de kaders die zij stelt in principe niet zelf uitvoert, kan zij een ‘controlerende’ rol spelen. Team S&O werkt binnen de kaders en rapporteert hierover aan Team Diensten.

5.6. Verbonden partijen Deze paragraaf is voor de RID niet van toepassing. De RID heeft formeel geen verbonden partijen.

5.7. Grondbeleid

19

Grondbeleid is voor gemeenten van belang in verband met realisaties van programma’s als ruimtelijke ordening, landschap, verkeer en vervoer, economische structuur etc. Gezien deze achtergrond is deze paragraaf niet van toepassing voor de RID.

20

Jaarrekening

21

6. Overzicht van baten en lasten en toe lichting gewijzigde begroting (A)

rekening baten 2022 (B)

rekening lasten 2022 (C)

Rekening Saldo 2022 (D) (C-/- B)

Afwijking (A -/- D)

Recapitulatie baten en lasten 2022

primaire begroting

6 .1.

2.857.000

2.971.000

679.000

3.507.000

2.828.000

143.000

115.000

115.000

0

93.000

93.000

22.000

2.972.000

3.086.000

679.000

3.600.000

2.921.000

165.000

Gemnet

98.000

78.000

0

79.000

79.000

-1.000

Telefonie/ internet/ onderhoud telefooncentrale

104.000

104.000

149.000

237.000

88.000

16.000

Glasvezelring

108.000

108.000

0

99.000

99.000

9.000

Fotokopieerapparatuur

184.000

184.000

0

56.000

56.000

128.000

1.454.000

1.763.000

711.000

2.195.000

1.484.000

279.000

Overzicht van baten en lasten 2022 ( in €) Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Totaal personeelslasten Overige Lasten

Onderhoud Hardware/ software Verzekeringen

5.000

5.000

0

3.000

3.000

2.000

kapitaallasten

1.550.000

1.261.000

0

1.232.000

1.232.000

29.000

informatieveiligheid

81.000

81.000

0

78.000

78.000

3.000

Electra

44.000

44.000

0

46.000

46.000

-2.000

3.628.000

3.628.000

860.000

4.025.000

3.165.000

463.000

0

0

6.086.000

628.000

Totaal overige lasten Totaal programma Dienstverlening

6.600.000

22

6.714.000

1.539.000

7.625.000

Totaal programma Dienstverlening

6.600.000

6.714.000

1.539.000

7.625.000

6.086.000

628.000

Salarissen en vervangingsbudget

593.000

593.000

59.000

638.000

579.000

14.000

Opleidingen

12.000

12.000

0

8.000

8.000

4.000

Overige personeelslasten

19.000

19.000

0

21.000

21.000

-2.000

Totaal personeelslasten

624.000

624.000

59.000

667.000

608.000

16.000

Huisvesting/facilitair

149.000

149.000

0

145.000

145.000

4.000

Ondersteuning Gemeente De Bilt

71.000

71.000

0

70.000

70.000

1.000

Advieskosten (inclusief accountantskosten)

228.000

273.000

0

260.000

260.000

13.000

ICT kosten

21.000

21.000

0

10.000

10.000

11.000

Innovatie

100.000

151.000

0

107.000

107.000

44.000

8.000

8.000

0

4.000

4.000

4.000

577.000

673.000

0

596.000

596.000

77.000

Totaal overhead

1.201.000

1.297.000

59.000

1.263.000

1.204.000

93.000

Totaal Lasten

7.801.000

8.011.000

1.598.000

8.888.000

7.290.000

721.000

Bijdragen

7.801.000

7.801.000

7.801.000

7.801.000

0

Totaal algemene dekkingsmiddelen

7.801.000

7.801.000

7.801.000

7.801.000

0

Totaal Baten

7.801.000

7.801.000

7.801.000

7.801.000

0

Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten

0

-210.000

9.399.000

-8.888.000

511.000

721.000

Toevoeging aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking aan reserve

0

210.000

210.000

0

210.000

0

Gerealiseerde resultaat

0

0

9.609.000

-8.888.000

721.000

721.000

Personeelslasten

Bedrijfsvoering RID

Bedrijsauto's Totaal bedrijfsvoering

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

23

6.2. Toelichting op de programmarekening Op basis van het BBV is het voor de RID ook noodzakelijk om een apart hoofdstuk te maken voor overhead. Op basis van de notitie zijn alle kosten van de RID toe te rekenen aan overhead. In de bijlage zijn in het overzicht van baten en lasten per taakveld ook alle kosten toegerekend aan het taakveld 0.4 overhead. De RID heeft voor het eigen inzicht wel onderscheid gemaakt tussen baten en lasten ten behoeve van de dienstverlening en overhead. Aan het hoofdstuk overhead zijn de personeelslasten toegerekend van de directeur, de stafafdeling en de teamleiders. Daarnaast zijn de bedrijfsvoeringslasten toegevoegd zoals huisvesting en advieskosten. De afwijking ten opzichte van de gewijzigde begroting groter dan € 20.000 worden tekstueel toegelicht.

Programma Dienstverlening

Personeelslasten

Gewijzigde Begroting

Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Totale personeelslasten

Rekening Inkomsten Uitgaven 2.971.000 679.000 3.507.000 115.000 0 93.000 3.086.000 679.000 3.600.000

Afwijking Saldo 2.828.000 93.000 2.921.000

143.000 V 22.000 V 165.000 V

De inkomsten hebben vooral betrekking op de doorbelasting van de personeelskosten Ehrm (€ 158.000), MS365 (€ 180.000), MDM (€ 82.000), inzet business projectleider voor de RID deelnemers (€ 100.000), projectleider ENSIA (€ 58.000), Doorbelasting overig personeel (€ 42.000) Uitkeringen UWV (€ 31.000) inzet onsite support (€ 20.000). Er is € 114.000 aan incidentele kosten gemaakt. Salarissen en vervangingsbudget In 2022 hebben wij nog enkele vergoedingen vanuit het UWV ontvangen waar wij op voorhand geen rekening mee gehouden hebben (€ 31.000). Het restant verschil wordt verklaard door het feit dat niet alle vacatures tijdig ingevuld konden worden. De RID opereert in een heel lastige arbeidsmarkt, waarbij geen garanties zijn op het invullen van de vacatures (zowel intern als extern). We blijven de arbeidsmarkt volgen en leveren inspanningen om te proberen de vacatures in te vullen. Gezien het weinige onderscheidende of uitdagende karakter van de (semi)overheid als werkgever zal dit ook voor 2023 een uitdaging blijven. Opleidingen Mede als gevolg van het niet kunnen invullen van alle vacatures en daarmee een hoger aandeel van ingehuurde mensen niet het volledige opleidingsbudget gebruikt.

Overige Lasten

Gewijzigde Begroting Inkomsten

Gemnet Telefonie/ internet/onderhoud Glasvezelring Fotokopieerapparatuur Onderhoud Hardware/ software Verzekeringen kapitaallasten informatieveiligheid Electra

Totaal overige lasten

78.000 104.000 108.000 184.000 1.763.000 5.000 1.261.000 81.000 44.000 3.628.000

0 149.000 0 0 711.000 0 0 0 0 860.000

24

Rekening Uitgaven 79.000 237.000 99.000 56.000 2.195.000 3.000 1.232.000 78.000 46.000 4.025.000

Afwijking Saldo 79.000 88.000 99.000 56.000 1.484.000 3.000 1.232.000 78.000 46.000 3.165.000

1.000 16.000 9.000 128.000 279.000 2.000 29.000 3.000 2.000 463.000

N V V V V V V V N V

Fotokopieerapparatuur Als gevolg van het uitstel van de levering van de kopieerapparatuur worden geen huurprijzen in rekening gebracht. Daarnaast is het aantal afdrukken ook aanzienlijk lager dan van te voren was verwacht. Vanaf 2023 is deze kostenpost uit de begroting gehaald en zal met de deelnemers worden afgerekend op basis van werkelijk gebruik. De verwachte levering van de nieuwe printers is in het 2e kwartaal 2023. Onderhoud Hardware/ software In de eerste bestuursrapportage/ bestedingsvoorstel voor informatiebeveiliging was reeds aangekondigd dat er een voordeel van € 420.000 zou worden genoteerd. Hiervan zou € 350.000 worden aangewend ter eenmalige dekking van de eenmalige implementatiekosten. Dit zou dus leiden tot een incidenteel voordeel van € 70.000. Naast dit voordeel zijn als gevolg van de uitgestelde levering van de netwerkapparatuur nog niet alle implementatiekosten gebruikt (€ 230.000). Restant bestaat uit diverse kleinere verschillen. Kapitaallasten Overschot op de kapitaallasten wordt veroorzaakt door het rentevoordeel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12836919/1