(Gezamenlijk) Raadsvoorstel zienswijze en reactie GR BSR - Wijk bij Duurstede
Tekst van het document
Aan
: Gemeenteraad van de gemeente Wijk bij Duurstede
Vergadering
:
Agendapunt
:
Van
: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede
Onderwerp
: Zienswijze GR BSR
Voorstel 1. Kennis te nemen het verzoek om zienswijze betreffende volgende tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling BSR en het bijbehorende bestuursvoorstel en bijlagen. 2. Bijgevoegde zienwijze te geven ten aanzien van het tekstvoorstel voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling BSR. 3. Na zienswijze deze via het college terug te sturen aan het dagelijks bestuur BSR ter verdere behandeling. Inleiding Eerder heeft uw college kennisgenomen van het feit dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is gewijzigd. Doel van de wetswijziging is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van raden te versterken. Gevolg van de wijziging is dat alle GR-en vóór 1 juli 2024 gewijzigd dienen te zijn. De colleges, raden en besturen van de samenwerkingsverbanden in de regio hebben ermee ingestemd dat in de regio Rivierenland een gezamenlijk traject wordt doorlopen voor het implementeren van de gewijzigde Wgr met ruimte voor maatwerk voor elk samenwerkingsverband. Tijdens de raadsavonden voor dit traject in april en september 2023 is uitgebreid aandacht voor dit proces geweest.
Onderdeel van dit traject is dat de (dagelijks) besturen van de samenwerkingsverbanden alle tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen gebundeld aanbieden, eerst voor zienswijze en reactie en vervolgens in de volgende fase in de besluitvorming. Dit bestuursvoorstel en bijbehorend raadsvoorstel zijn dan ook tot stand gekomen binnen het gezamenlijke traject voor implementatie van de gewijzigde Wgr dat de gemeenten in Rivierenland en de in totaal 11 samenwerkingsverbanden waarin zij samenwerken samen doorlopen. De recreatieschappen die zijn aangesloten bij Uiterwaarde doorlopen een eigen wijzigingstraject, dat wel inhoudelijk wordt afgestemd met het regionale traject zoals hier beschreven. Een aantal gemeenten die deelnemers zijn van BSR, zijn gelegen buiten de regio Rivierenland. Deze gemeenten ontvangen dus alleen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling van BSR en niet van de overige samenwerkingsverbanden die deel uitmaken van voornoemd traject. Een deel van de wetswijziging is direct in werking getreden, wat ook invloed heeft op het proces van besluitvorming inzake wijziging van een gemeenschappelijke regeling. Voor alle gemeenschappelijke regelingen waaraan raden geen deelnemer zijn geldt dat deze voorafgaand aan de uiteindelijke besluitvorming voor zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd.
In het regionale proces is ervoor gekozen de gemeenschappelijke regelingen waaraan de raden deelnemen te laten meelopen in deze processtap. In plaats van een zienswijze wordt in die gevallen gevraagd om een reactie. Dit bestuursvoorstel bestaat uit drie delen. In het eerste algemene deel wordt ingegaan op de achtergrond en proces. In deel twee wordt het afwegingskader en planning van de gehele regionale aanpak besproken. Ook wordt ingegaan op het beoogd effect, argumenten, communicatie, financiën en uitvoering. In het derde, specifieke, deel wordt bij GR BSR toegelicht welke keuze is gemaakt voor het implementeren van de gewijzigde Wgr. Het
gewijzigde tekstvoorstel van de GR is bijgevoegd. Dit raadsvoorstel is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met de verschillende gremia die voor dit traject zijn opgericht. Deel I: Algemeen Proces en aanpak tot heden (december 2023)
Voor afgelopen zomer 2023 is een startnotitie opgesteld waarin zowel het proces van de regionale implementatie van de gewijzigde Wgr als de inhoud van de wijzigingen (de instrumenten) is beschreven. Alle colleges in de regio hebben met de startnotitie ingestemd en deze is ter informatie aan alle raden verzonden. De memo met de uitkomsten van de tweede raadssessie is als bijlage toegevoegd aan de stukken. De aanpak, zoals deze tot heden is doorlopen, komt overeen met de startnotitie. Hieronder worden de belangrijke stappen die tot heden zijn genomen kort toegelicht. In maart jl. heeft de eerste regiobrede raadsbijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst werden de raden geïnformeerd over de wijzigingen van de Wgr en werden zij aan de hand van stellingen gevoed met de nieuwe mogelijkheden en hun voor- en nadelen die de gewijzigde Wgr biedt. Ook was er tijdens de bijeenkomst veel aandacht voor de aanpak, governance, werkwijze en planning van het regionale traject. Na deze bijeenkomst hebben de verschillende gremia in dit traject de startnotitie gefinaliseerd en is aan de slag gegaan met het ontwikkelen van het afwegingskader (zie onder 3). Dit kader is afgelopen september gepresenteerd aan de raden in de tweede regiobrede raadsbijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst was er gelegenheid om in gesprek te gaan over de verschillende varianten en de afwegingsargumenten.
De deelnemers hebben per instrument hun voorkeur uitgesproken. De voorkeur wordt zoveel als mogelijk gevolgd. Daar waar maatwerk nodig is, wordt gemotiveerd aangegeven waarom van de voorkeur is afgeweken en welke keuze is gemaakt. De colleges zijn begin oktober 2023 bijgepraat bij een collegemiddag georganiseerd door Regio Rivierenland. Uiteraard worden ook de deelnemers buiten de regio aangehaakt. Op basis van het afwegingskader zijn de regionale maatwerktrajecten gestart voor alle samenwerkingsverbanden. Afhankelijk van type GR en de behoefte van het samenwerkingsverband is het maatwerktraject vormgegeven. Met de samenwerkingsverbanden zijn gesprekken gevoerd voor het maken van passende afwegingen, waarbij de uitkomsten van de twee raadsbijeenkomsten als leidraad is genomen voor de uniformering van de GR-teksten. De keuzes zijn vervolgens vertaald naar een ontwerp gewijzigde GR-tekst. Deze ontwerpen zijn vervolgens in het (dagelijks en algemeen) bestuur van de GR vastgesteld. In het specifieke deel III van dit voorstel is te lezen welke keuzes er door welk samenwerkingsverband is gemaakt en waarom. De wijzigingsvoorstellen voor de GR-teksten zijn bijgevoegd. Voor sommige GR-en zijn in het maatwerktraject ook direct wijzigingen meegenomen die los staan van de wijzigde Wgr, maar te maken hebben met andere ontwikkelen en/of veranderende wet- en regelgeving.
Wanneer hier sprake van is, is dit expliciet aangegeven in deel II. Deel II: Afwegingskader Voor het maken van de keuzes voor het implementeren van de gewijzigde Wgr is een afwegingskader ontwikkeld. Dit afwegingskader bevat regionale uitgangspunten en varianten die houvast geven om een passende keuze te maken voor implementatie. Het afwegingskader is ontwikkeld op basis van twee type wijzigingen die de gewijzigde Wgr met zich meebrengt. Het gaat om wijzigingen waarbij verplicht keuzes moeten worden gemaakt én om wijzigingen die verplicht zijn zonder een keuze. Hieronder zijn de kaders voor beide
typen wijzigingen beschreven. Wijzigingen met een keuze In onderstaande tabellen worden de nieuwe en gewijzigde instrumenten uit de Wgr beschreven. Per instrument worden ook drie mogelijke keuzevarianten weergegeven. De varianten zijn beschreven volgens de volgende vaste systematiek: -
-
Variant 1: specifiek In de GR specifiek en expliciet vastleggen hoe het instrument ingevuld wordt in alle concrete gevallen. Variant 2: dynamisch In de GR dynamisch en flexibel vastleggen welke ruimte aan het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten om het instrument in te vullen en toe te passen in concrete gevallen. Variant 3: minimaal In de GR alles vastleggen wat er nodig is om aan de gewijzigde Wgr te voldoen, zonder daar dynamische of specifieke elementen aan toe te voegen. Eventuele dynamiek en specifieke invulling moet in de toekomst in concrete gevallen blijken.
Aan de hand van de drie varianten en de voorkeur uit de tweede raadsbijeenkomst zijn de instrumenten voor elk samenwerkingsverband afgewogen. In de bijlage is voor elk samenwerkingsverband afzonderlijk opgenomen welke keuzevariant wordt voorgesteld. Toelichting Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal)
Actieve informatieplicht In een GR moet opgenomen worden op welke wijze inlichtingen door het bestuur van een GR worden verstrekt aan de raden van gemeenten. In de GR expliciteren welke informatie in ieder geval op welke wijze gedeeld wordt en details (of eventuele aanvullingen) opnemen in een (door het (algemeen) bestuur) vast te stellen informatieprotocol. In de GR vastleggen dat het (algemeen) bestuur in een informatieprotocol vastlegt welke informatie op welke wijze wordt gedeeld (al dan niet met zienswijze voorafgaand aan het vaststellen van het informatieprotocol) Er wordt volstaan met de algemene bepaling dat het bestuur (algemeen en dagelijks) gevraagd en ongevraagd aan de raden alle inlichtingen verstrekt door toezending die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. Dynamische variant. Periodiek kunnen raden worden meegenomen bij actualisatie van het informatieprotocol
Participatie inwoners en belanghebbenden In een GR moet opgenomen worden op welke wijze ingezetenen (van de deelnemers) en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Het is niet mogelijk om op te nemen dat er geen ruimte is voor participatie. Er moet met andere woorden, in elke GR een minimale variant van participatie worden opgenomen. In de GR specifiek benoemen bij welke besluiten participatie van belanghebbenden en ingezetenen plaats vindt en op welke manier. In de GR opnemen dat het (algemeen) bestuur besluit (al dan niet na zienswijze) wanneer en op welke onderwerpen een bijeenkomst voor ingezetenen en belanghebbenden wordt gehouden. In de GR opnemen dat ingezetenen en belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de voorbereiding, uitvoeringen evaluatie van beleid via de gebruikelijke mogelijkheden bij de gemeenten waar de bestuursorganen van deelnemen aan de GR.
Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch)
Dynamische variant. De raden worden voorafgaand bij de keuze voor inzet van participatie betrokken.
Gemeenschappelijke adviescommissie Bij een openbaar lichaam bestaat de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen waarin raadsleden vanuit de deelnemers plaatsnemen. Deze commissie kan drie taken krijgen 1) adviseren van het algemeen bestuur, 2) de besluitvorming van de raden met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling voorbereide en 3) de raden van advies voorzien. Indien een gemeenschappelijke adviescommissie gewenst is, is het raadzaam om voorafgaand aan het instellen daarvan duidelijk aan te geven voor welke taken de gemeenschappelijke adviescommissie ingezet zal worden. Per GR bepalen of een gemeenschappelijke adviescommissie gewenst is en in de GR expliciteren wat het doel is en de wijze waarop de gemeenschappelijke adviescommissie ingezet wordt. Eén regionale gemeenschappelijke adviescommissie voor meerdere GR-en formeren. Huidige situatie laten voortbestaan (informatieprotocol en afhankelijk van uitkomst PvA griffiers). Minimale variant. Er is uitgesproken vertrouwen in het traject van de Kring van Griffiers.
Zienswijze over specifieke besluiten In een GR moet worden opgenomen welke bestuursbesluiten, voorafgaand aan het nemen ervan, voor het geven van een zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden van de gemeenten. Naast de wettelijk verplichte zienswijze-procedures, is het verplicht om iets op te nemen over de bestuursbesluiten die voor zienswijze aan de raden voorgelegd worden. Dit betekent dat ook mag worden opgenomen dat naast de wettelijke verplichte besluiten geen andere besluiten ter zienswijze worden voorgelegd. In de GR expliciet vastleggen op welke besluiten (naast de wettelijk verplichte, zoals bijvoorbeeld de conceptbegroting) zienswijze gegeven moet worden. In de GR bepalen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben door het (algemeen) bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. In de GR opnemen dat buiten de wettelijk verplichte, er geen aanvullende besluiten ter zienswijze aan de raden worden voorgelegd. Dynamische variant. Het is op voorhand niet altijd duidelijk ten aanzien van welke besluiten het vragen van een zienswijze toegevoegde waarde heeft.
Evaluatie In een GR moeten bepalingen over de evaluatie van de regeling worden opgenomen. Het is verplicht om in elke regeling iets op te nemen over evaluatie. Dat betekent ook dat mag worden opgenomen dat er geen evaluatie plaats zal vinden of dat er op voorhand geen afspraken over worden gemaakt. In de GR een vaste cyclus van evaluatie opnemen (passend bij de cyclus van de betreffende GR) waarbij ook wordt vastgelegd op welke punten in ieder geval geëvalueerd wordt. Opnemen in de GR dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het (algemeen) bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Ook kan een maximum worden opgenomen, bijvoorbeeld maximaal eens in de drie jaar, of eens in de vijf jaar. Eventueel kan worden opgenomen dat het besluit om wel of niet te evalueren of de onderzoeksopdracht ter zienswijze aan de raden wordt voorgelegd.
Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
In de GR opnemen dat op voorhand geen afspraken gemaakt worden over evaluatie, of waar al een evaluatiebepaling bestaat deze ongewijzigd laten. Dynamische variant. Bij voorkeur vindt de evaluatie plaats in het midden van een raadsperiode. Hoe beleidsrijker een samenwerkingsverband is, hoe korter een termijn tussen evaluaties zou moeten zijn. Evaluatie op verzoek van een substantieel aantal deelnemers mogelijk zou moeten zijn (twee of meer, afhankelijk van het totaal aantal deelnemers). Bij regio overstijgende samenwerking zouden de deelnemers uit de regio Rivierenland initiatief moeten kunnen nemen voor het starten van een evaluatie. Uittreding Sinds de wetswijziging is het verplicht om de bepalingen omtrent uitreding uit te breiden. Er moet in ieder geval duidelijk worden welke gevolgen uittreding heeft voor het vermogen van de rechtspersoon en voor het vermogen van de gemeenten waarvan de bestuursorganen deelnemen in de GR. Per regeling moet daarom worden opgenomen op welke wijze (qua proces en qua inhoud) wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed. In de GR alle afspraken precies vastleggen, waarbij zowel het proces als de wijze van het bepalen van de uittreedsom in de GR wordt vastgelegd.
In de GR de procedure en de wijze van het bepalen van de uittreedsom vastleggen, tenzij het algemeen bestuur bij unanimiteit bepaalt dat afgeweken wordt van de betreffende uittreedregeling, waarbij het unanieme besluit van het algemeen bestuur eventueel ook ter zienswijze aan de raden voorgelegd dient te worden. In de GR opnemen welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. Dynamische variant. In het geval toch gekozen wordt voor een meer specifieke uittredingsregeling in de GR dan kan met het inzetten van het instrument van evaluatie worden meegenomen in hoeverre en uittredingsregeling nog voldoet aan de actualiteit.
Wijzigingen met wettelijk bepaalde instrumenten (zonder keuze) In onderstaande tabellen worden kort de wettelijk bepaalde instrumenten beschreven. Hierbij geldt dat er geen keuzemogelijkheid is ten aanzien van de wijze of en hoe het instrument wordt ingezet. Met betrekking tot het wijzigen van de termijnen zijn wel twee varianten waaruit gekozen kan worden voor implementatie. Toelichting
Toelichting
Toelichting
Gewijzigde procedure totstandkoming GR wijziging Bij alle GR-en waar raden niet aan deelnemen, is het vanaf 1 juli 2022 verplicht om zienswijze over de concept-(gewijzigde) regeling te vragen aan de raden. Pas nadat gemotiveerd op deze zienswijzen is gereageerd en aanpassingen in een concept-GR zijn doorgevoerd, kan aan de raden toestemming worden gevraagd voor het aangaan of wijzigen van een GR. Reactie van (dagelijks) bestuur op zienswijze begroting Het (dagelijks) bestuur dient gemotiveerd te reageren op de binnen gekomen zienswijzen van de raden en aangeven welke conclusies het aan de zienswijzen verbindt. Aanpassing termijnen begrotingscyclus In de gewijzigde Wgr zijn de termijnen van de kadernota, ontwerpbegroting, zienswijzen, begroting, voorlopige jaarrekening gewijzigd. Aangezien het uiterste termijnen betreft, behoeft hier in beginsel geen keuze te worden gemaakt. Het doel
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch)
van de wijziging van deze termijnen is dat het voor gemeenten eenvoudiger moet zijn om de P&C-cyclus van een GR af te stemmen op de P&C-cyclus van de gemeentelijke organisatie. In de GR de uiterste wettelijke termijnen opnemen. Dit kan door hetzij de nieuwe data in de GR op te nemen, hetzij door een verwijzing te maken naar de wettelijke bepaling in de Wgr. In de GR expliciet andere dan de wettelijke uiterste termijnen opnemen. Dat kunnen dus de huidige ‘oude’ termijnen zijn, of alternatieve termijnen die passen binnen de uiterste wettelijke termijnen.
Gezamenlijke enquête naar gevoerde bestuur als raden geen deelnemer zijn Toelichting Bij GR-en waaraan raden niet deelnemen, kan een raad gezamenlijk met andere raden onderzoek doen naar het gevoerde bestuur van een GR. Dat gebeurt door het gezamenlijk instellen van een onderzoekscommissie. Een dergelijk onderzoek wordt gedaan op voorstel van één van de vertegenwoordigende bestuursorganen van de deelnemers aan een GR.
Toelichting
Uitbreiding bevoegdheid rekenkamers In de Wgr is expliciet opgenomen dat rekenkamers ook onderzoek mogen doen naar het gevoerde bestuur van een GR als een van de bestuursorganen van de eigen gemeente deelneemt aan een GR.
1. Planning en vervolg De raden hebben tien weken de gelegenheid om hun zienswijze aan de colleges aan te bieden. Dit wettelijke termijn van acht weken is i.v.m. de kerstvakantie met twee weken verlengd. De zienswijzen worden vervolgens in de (dagelijks) besturen beoordeeld en op elkaar afgestemd. In maart 2024 worden de herziene tekstvoorstellen gebundeld en aan de gemeenten aangeboden voor definitieve besluitvorming in colleges en raden. Ook dat gaat gepaard met een integraal voorstel vanuit alle (dagelijks en algemeen) besturen van de samenwerkingsverbanden. In dat voorstel wordt ook een reactie gegeven op de zienswijze van de raden. Het besluitvormingsproces in maart behoeft de volgende besluiten voor de BSR: 1. Besluit van het college om het definitieve ontwerp van de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen en de raad om toestemming voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling te vragen. 2. Besluit van de raad om toestemming aan het college te geven om de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen. 3. Een besluit van het college om de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen, gelet op de toestemming van de raad.
Het besluitvormingsproces komt tot een einde op 1 juli 2024 wanneer alle gewijzigde gemeenschappelijke regelingen zijn gepubliceerd door het college dat daartoe in de gemeenschappelijke regeling is aangewezen. Let wel: de besluiten tot vaststelling door raden en colleges dienen ook in het eigen Gemeenteblad gepubliceerd te worden
Deel III Specifiek
BSR BSR heeft de gevolgen van de wijziging van de Wgr doorgevoerd in de GR, geel gearceerd in de tekst.
Gezamenlijk onderzoek Aanpassing termijnen Reactie op zienswijze Wijzigen GR Bevoegdheden Rekenkamer
Actieve informatieplicht
Participatie inwoners & belanghebbenden
Gemeenschappelijke adviescommissie
Zienswijze over specifieke besluiten
Voorgestelde wijziging zonder keuze Artikel Variant Toelichting 3 lid 3 N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De termijnen in de bepalingen worden in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wgr. Hoofdstuk N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze 10 worden gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. 30 lid 5 N.v.t. Deze verplichting is komen te vervallen. De bepaling in de tekst van de GR is dus geschrapt. 38 lid 3 N.v.t. Aangepast aan de wettelijke vereisten, waarbij de verplichte (wettelijke) zienswijze in het proces is verankerd. 3 lid 3 N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 3 lid 3 Minimale Het bestuur verstrekt zowel gevraagd als variant ongevraagd alle informatie en inlichtingen die de raad nodig heeft voor de beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid. In combinatie met de bepaling over zienswijze geeft dit aan raden voldoende grip gelet op het uitvoerende karakter van de werkzaamheden van de BSR.
3 lid 6 Minimale Opgenomen wordt dat ingezetenen en variant/ belanghebbenden inbreng kunnen hebben op dynamische de voorbereiding en besluitvorming van het variant bestuur via de bestaande mogelijkheden bij de bestuursorganen van de deelnemers. Dit wordt aangevuld met een optie om zelf ook participatie te organiseren indien dat nodig wordt geacht (dynamische variant). Dit is ook de uitkomst van de tweede raadsbijeenkomst in het kader van het regionale traject. 3 lid 5 Minimale De huidige situatie blijft voortbestaan. Hierbij variant geldt dat het mogelijk is dat de raden gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie instellen, de wettekst wordt hiervoor herhaald. Er wordt melding gemaakt van het feit dat de BSR meedoet in instrumenten en initiatieven in de regio. 3 lid 4 Dynamische Opgenomen dat alle besluiten die aanzienlijk variant politiek of financieel belang hebben door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. Ook zal het algemeen bestuur in het kader van de
Evaluatie
44 lid 2
Dynamische variant
Uittreding
37
Minimale variant
informatieplicht een besluitenlijst opstellen met daarbij de vermelding welke besluiten men voornemens is ter zienswijze aan te bieden en welke niet. Dit laatste is de uitkomst van de tweede raadsbijeenkomst in het kader van het regionale traject. In deze variant wordt niet in de GR vastgelegd welke besluiten precies worden voorgelegd maar dat dit ter beoordeling van het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten. Aan het bestuur wordt de vrijheid gegeven om te bepalen in welke gevallen sprake is van een dusdanig politiek belang of financieel belang dat het nodig is het besluit voorafgaand aan de raden voor te leggen. In specifieke gevallen kan de keuze worden gemaakt een zienswijzeprocedure te hanteren zodat maatwerk mogelijk is. Door de lijst met besluiten waarvoor zienswijze is voorzien te verstrekken kunnen waar nodig in gesprek gaan met het eigen AB lid over welke besluiten wel of niet voor zienswijze zouden moeten voorgelegd. Het dynamische karakter geeft alle mogelijkheden voor grip, zonder dat structurele procedures worden ingevoerd, die uiteindelijk niet nodig zijn. Hiermee wordt dus proportionaliteit geborgd. Er is opgenomen dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het (algemeen) bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht.
Deze variant geeft flexibiliteit omdat naar behoefte van de deelnemers geëvalueerd wordt. Op momenten dat samenwerking goed loopt en er weinig vragen zijn over de wijze van samenwerking en het nut en de efficiëntie ervan, kan het prettig zijn om niet aan een verplichte evaluatie vast te zitten. Het (algemeen) bestuur heeft de vrijheid om over de evaluatiecriteria, inhoud, proces en werkwijze van een binnengekomen evaluatieverzoek te beslissen. De evaluatiecriteria moeten wel vooraf ter zienswijze voorgelegd worden aan de raden. Opgenomen is welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. De bestaande bepaling is hiervoor op enkele punten gewijzigd. Deze variant biedt de mogelijkheid aan het algemeen bestuur om, binnen de gestelde kaders, zelf uitvoering te geven aan de uittreding. Dit is gunstig voor de gevallen dat een wijziging van bepaalde onderdelen binnen
Overige wijzigingen Wijziging archiefwet
de uittredingsregeling aangepast kunnen worden zonder dat daarvoor een GR-wijziging benodigd is, maar waarbij wel duidelijk is welke kaders in ieder geval gelden voor de uittredingsrichtlijn. De bestaande is daarvoor waar nodig aangepast. Voor deze bepaling is het nodig om artikel 1 begripsbepalingen uit te bereiden. 40
N.v.t.
Beoogd effect
De geldende Archiefwet zal worden gewijzigd. Om te voorkomen dat gemeenschappelijke regelingen moeten worden gewijzigd na inwerkingtreding van de nieuwe wet heeft het Regionaal Archief Rivierenland een modelbepaling opgesteld. De geldende bepaling over archief van BSR voldeed daar voor het grootste deel al aan. De verwijzing naar de Archiefwet 1995 en specifieke artikelen daarvan is verwijderd en er is een artikellid uit de modelbepaling toegevoegd aan artikel 40.
De belangrijkste beoogde effecten zijn als volgt:
De democratische legitimiteit van de samenwerkingsverbanden is vanaf de wijziging versterkt doordat raad, college, en bestuur van het samenwerkingsverband in positie zijn gebracht wat bijdraagt bij de uitoefening van hun eigen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor elke GR is en passende maatwerkwijziging doorgevoerd. Er is draagvlak voor alle wijzigingen onder raden, colleges, besturen van de samenwerkingsverbanden, griffies en alle andere stakeholders. Voor alle stakeholders is duidelijk waarom welke (optionele) keuzes per GR zijn gemaakt bij het implementeren van de gewijzigde Wgr. Alle GR-en zijn voor de gestelde termijn van 1 juli 2024 gewijzigd en voldoen daarmee aan de Wgr.
Argumenten Zie hierboven onder Deel II: Afwegingskader en onder Deel III: Specifiek
Financiën Geen directe financiële consequenties van de wijzigingen. Bijlagen 1. Ontwerptekst gemeenschappelijke regeling van BSR; 2. Raadsvoorstel (zienswijze).