CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief van provincie

Raadsvergadering 10 december 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Huisvestingsverordening1.495 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Wijk bij Duurstede t.a.v. college van burgemeester en wethouders Postbus 83 3960 BB WIJK BIJ DUURSTEDE Onderwerp Datum Documentnummer Telefoonnummer E-mailadres Domein/opgave Team

Adviesaanvraag wijziging huisvestingsverordening 05‑11‑2024 UTSP-1778402294-17119 +31642526677 nick.rombout@provincie-utrecht.nl SLO PL3

Geacht college, Hartelijk dank voor uw adviesaanvraag die wij op 17 oktober jl. hebben ontvangen. Bij deze voldoen wij graag aan uw verzoek. We maken hierbij wel de kanttekening dat u ons te laat heeft betrokken bij het proces. Hierdoor hebben wij onze adviestermijn van zes weken moeten inkorten, zodat de stukken op tijd aangeleverd konden worden voor uw gemeenteraad. Wij verzoeken u om de volgende keer rekening te houden met onze reactie termijn van zes weken, zodat wij over voldoende tijd beschikken om ons advies uit te brengen over de Huisvestingsverordening. De Huisvestingswet 2014 is per 1 januari 2024 aangepast. De aangepaste Huisvestingswet geeft gemeenten de mogelijkheid om regels op te stellen voor koopwoningen, om meer eisen te stellen aan lokale binding en ruimere bevoegdheden om bepaalde woningen in de gemeente toe te wijzen aan specifieke woningzoekenden. U wilt de aanpassing in de wet benutten om uw Huisvestingsverordening te wijzigen. Tevens is in de gewijzigde Huisvestingswet een adviesrol aan Gedeputeerde Staten van de provincie toegewezen. Als provincie vinden wij het van belang dat iedereen in de provincie passende woonruimte kan vinden. Daarvoor is een goede onderlinge afstemming binnen de woningmarktregio's essentieel. Het is goed te zien dat er ook binnen de U10 afstemming plaatsvindt.

Voor ons als provincie is dit een nieuwe rol die wij nog verder aan het vormgeven zijn. We hebben inmiddels een kader opgesteld op grond waarvan wij gemeenten op hoofdlijnen adviseren. Tevens gebruiken wij dit kader om specifiek in te gaan op een aantal bevindingen ten aanzien van uw huisvestingsverordening (ook in relatie tot andere huisvestingsverordeningen in uw regio). Op sommige van deze bevindingen adviseren wij en over andere bevindingen gaan wij graag met u en de andere gemeenten in gesprek op regionaal ambtelijk niveau. Let wel, wij zijn in onze bevindingen niet uitputtend; enerzijds omdat onze aanpak nog in ontwikkeling is en anderzijds omdat we nog niet alle huisvestingsverordeningen in uw regio hebben ontvangen. Adviezen op hoofdlijnen Open woningmarkt De wet geeft meer mogelijkheden voor voorrang aan woningzoekenden met lokale binding (bijvoorbeeld kernbinding bij kleine kernen, vitale beroepsgroepen of nieuwbouw). De vraag is of deze mogelijkheden (volledig) benut moeten worden. Als provincie adviseren wij om deze mogelijkheden beperkt in te zetten en de balans te bewaken in het toegankelijk houden van de woningmarkt. Woningmarkten functioneren immers over bestuurlijke grenzen van gemeenten, regio's en provincies heen.

1 van 3

We kunnen ons voorstellen dat het bouwen en toewijzen voor bepaalde doelgroepen een lokaal maatschappelijk belang kan dienen. Toch willen wij vanuit het oogpunt van een regionale woningmarkt iedereen zo veel mogelijk dezelfde kansen geven bij de verdeling van woningen. Als provincie streven we naar zo min mogelijk lokale blokkades in huisvestingsverordeningen, zoals toewijzing aan vitale beroepen, lokale binding e.d. Regionale afstemming Zoals hierboven al aangegeven, functioneert de woningmarkt over bestuurlijke grenzen heen. De woningmarkten tussen gemeenten zijn communicerende vaten: waar regels en maatregelen de andere gemeenten in de regio raken moet eerst afstemming plaatsvinden. Daarom is het vanuit onze coördinerende en regisserende rol als provincie ook van belang dat er regionaal wordt afgestemd over regels en instrumenten die worden toegepast. We zien dit bij voorkeur in de vorm van een regionale modelverordening. Aandachtsgroepen Als de Wet versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv) is vastgesteld en in werking treedt, zullen de huisvestingsverordeningen daarop moeten worden aangepast in verband met de urgentieverordening voor de wettelijke urgenten (aandachtsgroepen). In aanloop daarnaartoe is het advies om wel alvast rekening te houden met deze categorieën urgenten en dit mee te wegen bij beslissingen over de huisvestingsverordening.

De opgave bestaat immers al, ook al is de wetgeving er nog niet. In de huidige verordeningen zou de aanzet tot regionale afstemming gemaakt kunnen worden in de artikelen over gronden voor urgentie en bemiddeling. Gemeenten kunnen lokale urgentiegroepen toevoegen aan de verordening, maar we adviseren om hier beperkt mee om te gaan. De wettelijk verplichte urgentiegroepen nemen al een aanzienlijk deel van de mutaties in de woningvoorraad op zich. Bij het uitbreiden van de urgentiegroepen dient aandacht te zijn voor voldoende aanbod van betaalbare woningen voor de reguliere woningzoekenden. Monitoring Om de effecten van de bepalingen te kunnen volgen, adviseren wij de gemeenten om gezamenlijk te monitoren. We vragen daarbij om monitoring op in ieder geval de ingevoerde voorrangsregels, het aantal toewijzingen voor de urgentiegroepen uit de verordening, hoe eventuele vitale beroepsgroepen slagen om woningen te vinden ten opzichte van andere beroepsgroepen en hoe instrumenten rond lokale binding uitwerken op lokaal, gemeentelijk en regionaal niveau. Zo kunnen eventuele waterbedeffecten tijdig worden geanalyseerd en kan hierop gehandeld worden. We adviseren daarom een gezamenlijke periodieke evaluatie binnen de regio. Zo kan tijdig de (model)huisvestingsverordening worden aangepast.

Haalbaarheid en capaciteit Een praktisch advies richting gemeenten betreft de haalbaarheid van de uitvoering van deze regels en instrumenten. Het opleggen van voorrangsregels voor woningsegmenten, vitale beroepen, personen met lokale binding en regels voor specifieke kernen vraagt om ambtelijke capaciteit van gemeenten om te toetsen, te vergunnen en te handhaven. Met de bouwopgave die voor ons ligt, met name in de betaalbare segmenten, zien we een mogelijk knelpunt ontstaan in regeldruk en capaciteit voor gemeenten, maar ook voor ontwikkelaars en kandidaat-kopers. We adviseren om deze afweging mee te nemen bij het opnemen van nieuwe regels in de huisvestingsverordeningen. Bevindingen Graag delen wij met u een aantal zaken uit uw huisvestingsverordening die ons zijn opgevallen: • Uw gemeente kiest voor het opnemen van een maximum aantal toewijzingen op basis van de voorrang voor maatschappelijke binding van 50% van het totaal aantal toewijzingen. In een eerdere verordening is deze voorrang al vastgelegd voor woningzoekenden met een maatschappelijke binding aan de kernen Cothen, Langbroek en Wijk bij Duurstede. Hiermee zijn alle kernen aangewezen voor maatschappelijke binding. We adviseren om terughoudend te zijn in het invoeren van voorrang voor maatschappelijke binding voor alle kernen.

Er is immers op dit moment sprake van schaarste, hierdoor moet er zorgvuldig omgegaan worden met het toepassen van voorrangsregels. Het toepassen van voorrang betekent

2 van 3

•

•

•

automatisch dat een ander langer op een woning moet wachten. Tevens kan het ervoor zorgen dat de onderlinge verhuisbewegingen (bv tussen gemeenten) worden beperkt. In de ontvangen stukken staat een woordelijke onderbouwing voor deze voorrangsregel. Wij adviseren een cijfermatig ondersteunde onderbouwing waarbij in ieder geval naar voren komt hoe de toewijzing van woningen in deze kern(en) is verdeeld over lokale binding, regionale binding en elders uit het land en hoe zich dit verhoudt tot andere woonplaatsen uit de gemeente/de regio. Zo kan ook gemonitord worden wat de effecten zijn van de voorrangsregel en of het beoogde doel van de voorrangsregel wordt bediend. Er is een aantal vitale beroepsgroepen aangewezen, namelijk de sectoren onderwijs, zorg en politie. Woningzoekenden die werkzaam zijn in deze beroepsgroepen in de gemeente krijgen voorrang op appartementen vanaf de eerste verdieping. In de toelichting wordt gesproken over een aangetoond werknemerstekort, maar deze onderbouwing zit niet bij de stukken. We adviseren om als gemeente kritisch te kijken naar de noodzaak om voorrangsregels voor vitale beroepen in te voeren. We vragen u daarbij om te monitoren op de effectiviteit en doelmatigheid van de regels.

Daarnaast is op basis van de verordening opgevallen dat de vergunningplicht voor bewoning reeds gold voor sociale huurwoningen en dat daar nu de middenhuurwoningen die zijn opgeleverd na 1 januari 2020 aan zijn toegevoegd. U heeft er niet voor gekozen om de betaalbare nieuwbouwkoopwoningen onder de vergunningplicht te laten vallen. We zien dat er verschillen bestaan binnen deze vergunningplicht tussen gemeenten binnen de woningmarktregio en we zien dit als een niet wenselijke situatie. We willen daarom met u en de andere gemeenten uit uw woningmarktregio in gesprek over deze verschillen en het streven naar meer uniformiteit/eenduidigheid. Tenslotte constateren wij, nu wij de meeste huisvestingsverordeningen van gemeenten uit uw woningmarktregio hebben ontvangen, dat deze gemeenten dezelfde gronden hebben aangewezen voor urgentverklaring en voor bemiddeling richting een woning. U heeft ervoor gekozen om de statushouders uit de lijst voor urgentverklaring en bemiddeling te halen. Op basis van de ontvangen stukken is het onduidelijk hoe u invulling gaat geven aan de taakstelling van statushouders. Wij zien de afwijking van het regionale model rond urgentverklaring en bemiddeling als een onwenselijke ontwikkeling richting de afstemming in de verdeling van aandachtsgroepen, zoals de Wet versterking regie volkshuisvesting beoogt.

Tot slot, vernemen wij graag uw reactie op het door ons geformuleerde advies en hoe de besluitvorming in uw gemeenteraad over de huisvestingsverordening is verlopen. Zo kunnen wij zien hoe onze adviezen al dan niet worden overgenomen of hoe hier onderbouwd van wordt afgeweken en waar nog bespreekpunten zijn voor de regio U10 om te komen tot verdere uniformiteit van de huisvestingsverordeningen.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen,

Rob van Muilekom Gedeputeerde Wonen

3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14824808/1