CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Voorlopige jaarstukken 2023 vastgesteld in AB 25 maart 2024

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Zienswijze jaarstukken 2023 en ontwerpbegroting 2025 VRU16.387 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voorlopige jaarstukken 2023 Verslag en rekening Versie AB 25 maart 2024

1

65

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2

Financiële samenvatting Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat Voorstel bestemming jaarrekeningresultaat

7 7 8

Jaarverslag 2023

13

Programmaverantwoording

14

2 Brandweer Toekomstbestendige brandweerzorg 2.1 Wat wilden we bereiken? 2.2 Wat hebben we ervoor gedaan? 2.3 Productie-indicatoren Brandweer – Toekomstbestendige brandweerzorg 2.4 Prestatie-indicatoren Brandweer Toekomstbestendige brandweerzorg 2.5 Gerealiseerde baten en lasten

15 15 15 15

3 Risicobeheersing Veilige en gezonde leefomgeving 3.1 Wat wilden we bereiken? 3.2 Wat hebben we ervoor gedaan? 3.3 Productie-indicatoren Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving 3.4 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving 3.5 Gerealiseerde baten en lasten

19 19 19 19

4 Crisisbeheersing en GHOR Versterking crisisbeheersing 4.1 Wat wilden we bereiken? 4.2 Wat hebben we ervoor gedaan? 4.3 Productie-indicatoren Crisisbeheersing en GHOR – Versterking crisisbeheersing 4.4 Gerealiseerde baten en lasten

23 23 23 24

5

28

Algemeen

17 18 18

22 22 22

27 27

2

Ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen 5.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen 5.2 Overhead 5.3 Onvoorzien 5.4 Gerealiseerde baten en lasten

28 28 28 28 29

Paragrafen

30

6 6.1 6.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit 6.2.1 Omgevingswet 6.2.2 Implementatie van het (landelijke) programma 'Toekomstbestendige brandweer' , inzake verplichtend karakter brandweervrijwilligers 6.2.3 Overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel (OVO’s) 6.2.4 CAO Regeling Vervroegd Uittreden 6.2.5 Overige (onvoorzien) exploitatierisico’s Kengetallen 6.3.1 Netto schuldquote 6.3.2 Solvabiliteitsratio 6.3.3 Structurele exploitatieruimte

31 31 31 31

Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven 7.1.1 Investeringen in gebouwen 7.1.2 Investeringen in overige kapitaalgoederen Onderhoud 7.2.1 Onderhoud gebouwen en installaties 7.2.2 Onderhoud materieel

35 35 35

8 8.1 8.2

Financiering Kasgeldlimiet Renterisiconorm

36 36 37

9

Bedrijfsvoering

38

6.3

7 7.1

7.2

32 33 33 34 34 34 34 34

35 35 35 35

3

9.1

38 38 39 39 40 41 41 41 42 42

9.2 9.3 9.4 9.5 9.6

Personeel 9.1.1 Organisatiestructuur 9.1.2 Formatie en bezetting 9.1.3 Aantal medewerkers en diversiteit 9.1.4 Aantal vrijwilligers 9.1.5 Jeugdbrandweer 9.1.6 Wet banenafspraak 9.1.7 Diversiteit 9.1.8 Verzuim 9.1.9 Geestelijke verzorging 9.1.10 Melden van Onveilige Situaties en (bijna) Ongevallen (OSIO) Inhuur Beleidsindicatoren Duurzaamheid Privacy Rechtmatigheid

10

Openbaarheid

48

11

Verbonden partijen

50

12

Verantwoording Oekraïne

51

Jaarrekening 2023 1 1.1

2 2.1 2.2

Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 1.1.1 Vaste activa 1.1.2 Vlottende activa 1.1.3 Vaste passiva 1.1.4 Vlottende passiva 1.1.5 Resultaatbepaling Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten naar categorie Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar categorie

43 43 44 44 45 46

52

53 53 53 53 54 54 54 56 56 58

4

2.2.1 2.2.2 2.2.3

Categorie L1 – Personele lasten Categorie L3 – Materiële lasten Categorie B1 – Bijdragen en vergoedingen gemeenten 2.2.4 Categorie B2 – Rijksbijdrage 2.2.5 Categorie B3 – Overige baten 2.2.6 Categorie R1 – Storting reserves 2.2.7 Categorie R2 – Onttrekking reserves Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2023

58 59

62 62 62 62 63

3.3 3.4 3.5

Balans Balans ultimo boekjaar Toelichting op de balans 3.2.1 Materiële vaste activa 3.2.2 Financiële vaste activa 3.2.3 Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar 3.2.4 Liquide middelen 3.2.5 Overlopende activa 3.2.6 Eigen vermogen 3.2.7 Voorzieningen 3.2.8 Vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar 3.2.9 Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar 3.2.10 Overlopende passiva Waarborg en garanties Niet in de balans opgenomen verplichtingen Gebeurtenissen na balansdatum

4 4.1 4.2

Wet normering topinkomens (WNT) Bezoldiging topfunctionarissen 2023 Onbezoldigde topfunctionarissen

69 69 70

5

Single informatie Single Audit (SISA)

71

6

Rechtmatigheidsverantwoording

72

2.3

3 3.1 3.2

59 60 60 61 61 61

63 64 64 65 66 67 67 67 68 68 68

5

7

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

73

Bijlage 1 – Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen

74

Bijlage 2 – Teruggave resultaat 2023 per gemeente

75

Bijlage 3 – Gerealiseerde baten en lasten per taakveld

76

6

1

Financiële samenvatting

1.1

Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat

De realisatiecijfers uit deze jaarstukken worden vergeleken met de geactualiseerde begroting 2023 die op 3 juli 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het jaar 2023 sluit met een positief resultaat voor bestemming van € 4,5 miljoen (circa 4% van de begroting). Tabel 1 Samenvatting financiële afwijkingen

Een deel van de afwijkingen op de verschillende rubrieken is technisch van aard en aan elkaar gerelateerd. Per saldo zorgen deze afwijkingen niet voor een resultaateffect. Deze saldo-neutrale afwijkingen zijn in de bovenstaande tabel apart inzichtelijk gemaakt om vervolgens inzicht te geven in de gecorrigeerde afwijkingen die leiden tot het gerealiseerde rekeningresultaat. Uit de gecorrigeerde afwijkingen blijkt dat het resultaat van ruim € 4,5 miljoen hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanvullende overheadvergoeding van in totaal € 4,1 miljoen met betrekking tot de werkzaamheden voor de crisisnoodopvang in 2022 (€ 1,6 miljoen) en 2023 (€ 2,5 miljoen). Deze vergoeding is niet in de begroting verwerkt, omdat deze pas na het vaststellen van de begroting overeen is gekomen. De directe kosten voor de crisisnoodopvang worden rechtstreeks vergoed door het COA. Deze aanvullende vergoeding heeft betrekking op de indirecte kosten/overhead, zoals de leiding en coördinatie, inzet van beleid/adviescapaciteit en ondersteunende afdelingen binnen de VRU (ICT, HRM, Financiën etc.). Het betreft dus een vergoeding voor de inzet van de VRU organisatie voor deze tijdelijke niet-wettelijke taak. Daarnaast is de rijksbijdrage € 0,6 miljoen hoger dan begroot door de toekenning van de loon- en prijsaanpassing voor 2023.

Dit voordeel heeft een structureel karakter en is daarom in de geactualiseerde begroting 2024 verrekent met de gemeentelijke bijdrage. Vanaf 2024 is een stelpost voor de loon- en prijsaanpassing van de rijksbijdrage in de begroting verwerkt, zodat de in de volgende jaren beperkter zal zijn.

7

Op hoofdlijnen bestaat het resultaat uit hogere personele lasten (€ 1 miljoen) en lagere materiële lasten (€ 1,7 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 5 miljoen) anderzijds. In paragraaf 2.2 van de jaarrekening is een meer uitgebreide toelichting opgenomen, inclusief een toelichting op de afwijkingen met betrekking tot de lasten en mutaties van de reserves en de saldo neutrale afwijkingen. Hierbij wordt ook toegelicht of sprake is van een incidentele of structurele afwijking. De kosten voor de opvang van Oekraïense ontheemden bedroegen in 2023 € 12 miljoen. Deze kosten worden één op één vergoed door het rijk. Zowel de kosten als de baten maken onderdeel uit van de exploitatie van de VRU, zie tabel 1. De directe kosten voor de crisisnoodopvang bedroegen in 2023 € 16,3 miljoen. Deze kosten zijn rechtstreeks doorbelast aan het COA en daarmee geen onderdeel van de exploitatie van de VRU, met uitzondering van de overheadvergoeding die de VRU heeft ontvangen.

1.2

Voorstel bestemming jaarrekeningresultaat

Voorgesteld wordt om € 2 miljoen van het rekeningresultaat terug te storten naar de deelnemende gemeenten. Daarnaast wordt voorgesteld om een storting in de ontwikkel- en egalisatiereserve te doen voor doorlopende activiteiten (€ 0,6 miljoen) en incidentele middelen (€ 1,9 miljoen) die nodig zijn voor de continuering van de huidige taakuitvoering en het verbeteren van de arbeids- en digitale veiligheid. Deze ontwikkelingen en financiële knelpunten zijn ook opgenomen in de kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024. Door de inzet van een deel van het rekeningresultaat wordt een incidentele stijging van de gemeentelijke bijdrage in 2024 en 2025 voorkomen. Het voorstel voor de resultaatbestemming sluit aan bij de zienswijzen kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 waarin verschillende gemeenteraden hebben verzocht om rekening te houden met de financiële situatie van de gemeenten door een positief rekeningresultaat terug te storten naar de gemeenten en een (incidentele) verhoging van de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te voorkomen. Het voorstel voor de resultaatbestemming voorziet in beiden. Tabel 2 Voorstel resultaatbestemming

8

Terug te storten naar de gemeenten De voorgestelde teruggave van het rekeningresultaat 2023 bedraagt € 2 miljoen. De teruggave vindt plaats naar rato van de begrote bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket in 2023. In bijlage 2 van de jaarstukken is een overzicht opgenomen van de voorgestelde teruggave per gemeente. Doorlopende activiteiten Een aantal activiteiten die volgens de begroting in 2023 gepland waren kennen in de realisatie een doorloop naar 2024. Dit betreft voor € 0,3 miljoen (project)activiteiten voor de versterking van de crisisorganisatie die worden bekostigd uit de daarvoor bestemde (verhoging van de) rijksbijdrage. De overige € 0,3 miljoen betreft een aantal ontwikkelactiviteiten met betrekking tot de uitvoering van de bestuursagenda. Ontwikkelingen en financiële knelpunten De ontwikkel- en egalisatiereserve is ingesteld om kosten te dekken die voortvloeien uit exogene factoren of incidentele/projectmatige (beleids)activiteiten met betrekking tot de bestuursagenda. Dit voorkomt incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen en leidt zo tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten.

In dit kader wordt een storting in de ontwikkel- en egalisatiereserve voorgesteld voor een aantal exogene ontwikkelingen en financiële knelpunten om de huidige taakuitvoering te continueren en de arbeids- en digitale veiligheid te verbeteren. Deze onderwerpen zijn ook opgenomen in de begrotingskaders. Door de inzet van een deel van het rekeningresultaat wordt een incidentele stijging van de gemeentelijke bijdrage in 2024 en 2025 voorkomen ten aanzien van: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Versterking digitale veiligheid (€ 0,3 miljoen) Veilige energietransitie (€ 0,3 miljoen) Natuurbrandbeheersing, aandeel gemeenten (€ 0,25 miljoen) Vakbekwaamheid brandweer (€ 0,65 miljoen) Arbeidsveiligheid: pilot onderwaterdrone (€ 0,2 miljoen) Uitwerking scenario’s huisvesting (€ 0,1 miljoen) Hieronder volgt een nadere toelichting per onderwerp.

Versterking digitale veiligheid Als gevolg van digitalisering wordt voortdurende aandacht voor digitale veiligheid steeds belangrijker. De bescherming van vitale infrastructuur is ook noodzakelijk vanwege de toenemende dreiging. Het afgelopen jaar heeft de VRU de organisatie op dit gebied structureel versterkt. Voor deze structurele versterking van de informatiebeveiliging van circa € 0,2 miljoen is dekking gevonden binnen de bestaande begroting. Doordat de VRU bij diverse landelijke crises een steeds zichtbaarder rol heeft, is de VRU een aantrekkelijk doelwit geworden voor cyberaanvallen. Om aanvallen te voorkomen werken we met andere veiligheidsregio’s samen aan een gezamenlijke oplossing voor het inrichten van een landelijke voorziening voor monitoring en support bij cyberaanvallen. Dit wordt alleen niet op korte termijn gerealiseerd. Om deel te kunnen nemen aan de landelijke voorziening voor monitoring en support bij cyberaanvallen zijn aanvullende structurele middelen nodig. Op dit

9

moment is de omvang daarvan nog niet duidelijk. In de loop van 2024 wordt hierover meer duidelijkheid verwacht. Gezien de huidige dreiging en noodzaak voor een goede bescherming van onze vitale infrastructuur hebben we als regio zelf een aantal (overbruggings)maatregelen getroffen. De meest belangrijke daarvan is de 24/7- monitoring en support via een externe service. De kosten daarvoor bedragen € 0,2 miljoen per jaar. Hiervoor is binnen de begroting geen structurele dekking aanwezig. Daarnaast wordt gewerkt aan een inhaalslag om te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit wordt zoveel mogelijk gerealiseerd binnen de begroting, maar dit lukt niet volledig. Voor 2024 is hiervoor een aanvullende investering van € 0,1 miljoen nodig. Voorgesteld wordt om deze kosten voor 2024 incidenteel te dekken uit het rekeningresultaat 2023. Veilige energietransitie De energietransitie is een overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, windenergie en waterstof. In de provincie Utrecht zien we een groeiend aantal initiatieven op het gebied van duurzame energie, zoals zonneparken, windmolenparken en waterstofproductie-installaties. Hoewel dit positieve stappen zijn naar een duurzame toekomst, brengen ze ook nieuwe veiligheidsrisico's met zich mee.

Ondanks de (landelijke en regionale) preventieve inspanningen zullen er incidenten plaatsvinden. Om veilig en doelmatig op te kunnen treden is het belangrijk dat de juiste kennis, kunde en materieel aanwezig is. Om dit te realiseren zijn de komende periode extra middelen nodig om deze nieuwe risico’s in opleiding en oefenprogramma’s te verwerken en bijbehorende oefen- en ensceneringsmiddelen te introduceren. De incidentele kosten voor 2024 zijn begroot op 325K. Door de inzet van het rekeningresultaat kan op dit thema een belangrijke impuls worden gegeven aan de vakbekwaamheid en arbeidsveiligheid van onze mensen. Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing, aandeel gemeenten Door de klimaatontwikkeling wordt het warmer en droger in Nederland. Zoals in het Regionaal Risicoprofiel VRU 2023 staat, neemt hierdoor de kans op natuurbranden toe en zullen die zich door de droogte en de verandering van vegetatie - sneller uitbreiden. Ook door het intensiever gebruik van de natuur neemt het risico op een natuurbrand toe. Deze branden zijn door hun omvang voor de brandweer steeds moeilijker te bestrijden. Natuurbrandbeheersing en -bestrijding krijgen steeds meer aandacht. Vanwege het intensieve gebruik van natuurgebieden in onze regio is dat ook meer dan terecht. De inspanningen van de VRU zijn erop gericht om te voorkomen dat natuurbranden ontstaan of onbeheersbaar worden.

Belangrijke elementen in het voorkomen van een onbeheersbare natuurbrand zijn een vroegtijdige ontdekking in combinatie met snelle interventiemogelijkheden en adequate slagkracht. Om de kans op een onbeheersbare natuurbrand te minimaliseren, is het verder noodzakelijk dat de relevante risico-houdende stakeholders in die betreffende gebieden zich van het risico bewust zijn en zich mede verantwoordelijk voelen voor continuïteit en veiligheid. Daarbij is het belangrijk dat zij - onder regie van de gemeente - bereid zijn gezamenlijk risico-reducerende maatregelen treffen.

10

Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur op 3 juli 2023 is ingestemd met de Visie Natuurbrandbeheersing. Naast het verbeteren van de bestrijding van natuurbranden wordt nadrukkelijk ingezet op het versterken van de preventieve maatregelen. De uitvoering hiervan is inmiddels gestart in de vorm van een gebiedsgerichte aanpak, in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. Hierin hebben de gemeenten en de VRU naast de gezamenlijke verantwoordelijkheid elk ook een eigen aandeel. De inzet van personele capaciteit vanuit VRU en de kosten voor de risicocommunicatie worden gedekt binnen de begroting van de VRU. Voor het aandeel van de gemeenten blijkt aanvullende projectcapaciteit en expertise nodig. Voorgesteld wordt om de kosten van € 0,25 miljoen voor de ondersteuning van de gemeenten tijdens de pilotfase in 2024 te dekken uit het rekeningresultaat 2023. Hiermee wordt de voortgang van de aanpak geborgd en wordt voorkomen dat de gemeenten dit individueel moeten organiseren en bekostigen. Vakbekwaamheid brandweer Het brandweervak wordt steeds veelzijdiger. Incidenten worden complexer en risico’s nemen toe. Om onze brandweermensen goed voor te bereiden op de praktijk is de basis brandweeropleiding (manschap 2.0) landelijk vernieuwd. Door meer praktijkmomenten (training en toetsing) in de opleiding stijgen de kosten daarvan.

Daarnaast wordt de VRU geconfronteerd met een significante toename van de kosten van oefencentra (ca 30% voor een tweedaagse training en 48% voor een ééndaagse training). Ook stijgen de kosten voor chauffeursopleidingen. Door een sneller personeelsverloop moeten jaarlijks meer bevelvoerders en chauffeurs worden opgeleid. Door de hiervoor genoemde ontwikkelingen stijgen de vakbekwaamheidskosten met circa € 0,45 miljoen per jaar. Het investeren in de vakbekwaamheid en veiligheid van onze brandweermensen draagt bij aan de toekomstbestendige brandweerzorg, maar dit kan niet zonder meer binnen de bestaande begroting worden opgevangen. In de komende periode wordt landelijk een nieuwe elektronische leeromgeving (ELO) in gebruik genomen. Voor de repressieve opleidingen wordt de ELO gebruikt als opleidingsvolgsysteem. Daarnaast gebruikt het repressief personeel de ELO als database om vakbekwaam te blijven. In de transitieperiode is het nodig de oude en de nieuwe ELO parallel aan elkaar te gebruiken, totdat het nieuwe systeem bewezen goed werkt. Hierbij ontstaan extra (applicatie)kosten. Daarnaast is regionaal extra capaciteit nodig voor de migratie van gegevens. Naar verwachting bedragen de extra kosten circa € 0,2 miljoen per jaar.

Zoals aangekondigd in de begrotingskaders wordt de komende periode onderzocht welke structurele investeringen in de vakbekwaamheid van de brandweer nodig zijn en hoe dit past binnen de bestaande activiteiten en begroting. Ook vanuit het oogpunt van de belasting van onze brandweervrijwilligers, kijken we vooral naar hoe het anders en slimmer kan. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van simulaties (virtual reality) of andere oefenvormen. Ook kijken we naar wat gecombineerd of juist meer modulair kan worden aangeboden om het behapbaar te houden voor onze brandweermensen. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de landelijke vernieuwing van het brandweeronderwijsstelsel en het verkennen van samenwerkingen met andere veiligheidsregio’s op het gebied van het beter en efficiënter oefenen, trainen en opleiden van ons repressieve personeel.

11

Om de vakbekwaamheid van het brandweerpersoneel op niveau te houden wordt voorgesteld om de stijging van de vakbekwaamheidskosten voor 2024 te dekken uit het rekeningresultaat 2023. Verbetering arbeidsveiligheid: onderwaterdrone Onderdeel van onze bestuursagenda is het vergroten van veiligheid voor onze brandweermensen in onveilige situaties. Dit doen wij bijvoorbeeld met innovatieve oplossingen, zoals de onderwaterdrone. Brandweerduikers lopen gezien de aard van het werk (onverwacht, geen mogelijkheid voor verkenning en onder alle omstandigheden) hoge risico’s. Door voldoende training, het toepassen van voornamelijk standaardprocedures en het gebruik van de juiste arbeidsmiddelen worden deze risico’s zoveel mogelijk gereduceerd. In deze pilot wordt onderzocht welke bijdrage een onderwaterdrone levert aan de veiligheid van de duikers en het vergroten van de slagkracht. De onderwaterdrone kan modulair worden aangevuld met sonar, video en grijparm. Deze op afstand te bedienen onderwaterrobot kan door één persoon bediend worden en kan onder zware omstandigheden (scheepvaart, ijs, diepte, vervuiling, objecten) veilig worden ingezet. De pilot vergt een eenmalige investering van € 0,2 miljoen. Uitwerking scenario’s huisvesting In de huidige situatie worden de brandweerposten om niet ter beschikking gesteld aan de VRU door de gemeenten.

De gemeenten en de VRU werken gezamenlijk aan een visie op de organisatie van de huisvesting. Hiervoor is een gezamenlijke verkenning uitgevoerd op basis van een aantal bestuurlijke uitgangspunten1. Dit heeft geleid tot drie scenario’s. Op 6 november 2023 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven om deze drie scenario’s uit te werken. De uitwerking van de scenario’s vergt specialistische capaciteit die niet beschikbaar is binnen de organisatie van de VRU. De beschikbare capaciteit binnen de gemeenten is ook beperkt. Daarom zijn incidentele middelen nodig om deze gezamenlijke opdracht te kunnen uitvoeren. De kosten voor de procesbegeleiding en (financiële) uitwerking van de scenario’s worden geraamd op € 0,25 miljoen. Het aandeel van de VRU wordt gedekt binnen de begroting. Voor het aandeel van de gemeenten wordt voorgesteld om het rekeningresultaat 2023 in te zetten.

1 Bestuurlijke uitgangspunten: a) Visie op huisvesting is toekomstbestendig, b) Het sociaal kapitaal en de maatschappelijke waarden van de

(gemeenten binnen de) VRU in de lokale samenleving worden meegenomen, c) Huisvesting is ondersteunend aan de taakuitvoering en d) de huisvestingslasten worden evenredig verdeeld.

12

Jaarverslag 2023

13

Programmaverantwoording De begroting bestaat uit één programma: Veiligheidsregio Utrecht. Hierin kennen wij de volgende programmaonderdelen: ▪ ▪ ▪ ▪

Brandweer – Toekomstbestendige brandweerzorg Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving Crisisbeheersing en GHOR – Versterking crisisbeheersing Algemeen – Ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen

In de hoofdstukken hierna vind je de verantwoording per programmaonderdeel.

14

2 Brandweer Toekomstbestendige brandweerzorg 2.1

Wat wilden we bereiken?

Brandweer Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden. Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: een goede alarmering, het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne en het veiligheidsbewustzijn van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Meldkamer De meldkamer is het kloppend hart van de hulpdiensten. De meldkamer neemt 24 uur per dag en 7 dagen per week hulpverzoeken van burgers in nood aan en dirigeert de hulpverleners snel en efficiënt naar de plaats van het incident.

De centralisten vormen daarbij de ogen en oren van de brandweer, vanaf een incidentmelding tot het moment dat een leidinggevende op de plek van het incident arriveert en de aansturing van de collega’s op straat overneemt. De brandweer deelt de meldkamer met de politie en de ambulancedienst. Voor incidenten die om een multidisciplinaire aanpak vragen, kan daardoor snel een calamiteitencoördinator worden ingezet die alle drie de hulpdiensten kan aansturen.

2.2

Wat hebben we ervoor gedaan?

Brandweer Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. In 2023 hebben wij onder andere de volgende resultaten behaald: • Wij hebben het rooster voor de 24-uursdienst op de beroepsposten geharmoniseerd. Per 1 januari 2024 werken we met regiobrede afspraken, wat bijdraagt aan efficiency en flexibiliteit tussen de verschillende posten en ploegen. • We hebben de proef ‘Verbeteren dekking Amersfoort’ afgerond en geëvalueerd. Het algemeen bestuur heeft ingestemd met de eerste fase van het traject om de brandweerzorg in Amersfoort mee te laten groeien met de ontwikkeling van de stad. • We zijn gestart met de implementatie van Uitruk op maat. Dit traject wordt in 2024 afgerond, waarmee het voor alle posten mogelijk wordt om met een vierpersoonsbezetting uit te rukken (aanvullend aan de standaard zespersoons bezetting). • We hebben het systeem van inzetbepaling van brandweereenheden geüpdatet.

15

• •

• • • • •

• • •

•

We hebben een verbeterplan voor vakbekwaamheid opgesteld en uitgevoerd en een benchmark uitgevoerd voor het deel ‘vakbekwaam blijven’. Op het gebied van innovatie werken we aan kleine en grote zaken die de veiligheid van onze mensen en de inwoners vergroten. Zo zijn we een proef gestart met een onderwaterdrone. Wij hebben trainingsdagen georganiseerd voor alle leidinggevenden binnen de brandweerorganisatie die in het teken stonden van ‘veiligheidsbewustzijn’. Wij hebben gewerkt aan de vertaling van de ontwikkelingen in de energietransitie voor de brandweer. Het algemeen bestuur heeft de handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid vastgesteld. De eerste doorrekeningen zijn gemaakt voor het nieuwe dekkingsplan op basis van de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Wij werken actief aan verbeterpunten n.a.v. een tussentijdse evaluatie onder postcommandanten en clustercommandanten over de nieuwe manier van werken na de reorganisatie bij Brandweerrepressie. De lijnen in de organisatie hebben we korter gemaakt, we werken meer samen en er is meer ruimte voor de lokale en menselijke maat. We hebben geïnvesteerd in het leiderschap, van zowel de beroepsmanagers als postcommandanten. Wij hebben nieuw materieel ontvangen en in gebruik genomen.

Voor de nieuwe redvoertuigen is bijvoorbeeld een vakbekwaamheidstraject ingericht en uitgevoerd, zodat de voertuigen in gebruik genomen konden worden. Als vervolg op de geslaagde pilot met tweewegpagers hebben wij gewerkt aan een plan voor VRU-brede implementatie en is de aanbesteding voorbereid. Tweewegpagers zijn voor ons een middel om het door ons gewenste model van vrijwilligheid te kunnen behouden in onze regio.

Meldkamer Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met een paar specifieke beleidsactiviteiten: Meldingen sneller en slimmer ontvangen en verwerken De Meldkamer wil meer informatie en een beter overzicht van de situatie bij de melders, waarbij ze aanrijdende eenheden en andere diensten beter kunnen aansturen. Randvoorwaarden zijn de waarborging van de privacy, veiligheid in noodsituaties en de audioverbinding met de melder mag niet verbroken worden. Hiervoor is een pilot gestart met videoverbinding. Naast een voice gesprek van 112, wordt indien noodzakelijk een videoverbinding tot stand gebracht. De melder hoeft daarvoor niets te downloaden of te installeren. Meldkamer Utrecht maakt hierbij gebruik van de WeSeeDo software. Door gebruik van WeSeeDo heeft de centralist direct grotere efficiëntie en meer tijdwinst. Daarnaast kan de centralist de melder beter helpen en aanrijdende eenheden ter plekke adequater en gerichter ondersteunen.

16

Sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van informatie Voor veel taken in onze organisatie maken wij gebruik van informatie. Van het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van de beste inzet bij een brand, tot het rapporteren over incidenten en opkomsttijden. De meldkamer beschikt over een belangrijk deel van de informatie die nodig is voor ons presterend vermogen. Het is daarom van belang voor onze organisatie, partners en de samenleving dat wij kunnen sturen op de bruikbaarheid en kwaliteit van deze informatie, alsmede op de snelheid waarmee deze ter beschikking komt. In de afgelopen periode hebben wij geïnvesteerd in de eenduidigheid, kwaliteit en bruikbaarheid (vergelijkbaarheid) van informatie. In 2023 ging de aandacht o.a. uit naar snellere beschikbaarheid van data ten behoeve van evaluaties van incidenten met grote impact en naar de beschikbaarheid van data die ons helpt de landelijke samenwerking van meldkamers te optimaliseren. Meldkamer Midden-Nederland De meldkamers van de veiligheidsregio’s Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland gaan harmoniseren en samenwerken op één locatie in Hilversum. Deze nieuwe meldkamer MiddenNederland gaat op 2 april 2025 operationeel. In het afgelopen jaar zijn meldkamerprocedures zoveel mogelijk geharmoniseerd en dit loopt door in 2024. Daarnaast is een plan van aanpak gemaakt voor het project van harmonisering.

Namens de drie veiligheidsregio’s is een bijzondere ondernemingsraad opgericht en zijn diverse werkgroepen ingericht waarbij centralisten actief deelnemen.

2.3

Productie-indicatoren Brandweer – Toekomstbestendige brandweerzorg

We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. Tabel 3 Productie-indicatoren Brandweer - Toekomstbestendige brandweerzorg

17

2.4

Prestatie-indicatoren Brandweer - Toekomstbestendige brandweerzorg

Tabel 4 Prestatie-indicatoren Brandweer - Toekomstbestendige brandweerzorg

2.5

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 5 Baten en lasten Brandweer - Toekomstbestendige brandweerzorg

18

3 Risicobeheersing Veilige en gezonde leefomgeving 3.1

Wat wilden we bereiken?

De VRU zet zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving. Samen met andere partijen zoeken we naar de kwetsbaarheden, risico’s en kansen in onze regio. Hiervoor bouwen wij aan een robuust netwerk waarin plaats is voor onze huidige partners, maar ook ruimte is voor nieuwe partijen en lokale initiatieven. Met als doel om samen tot lokale en regionale oplossingen te komen. De VRU treedt hierbij op als adviseur en als kennis- en netwerkmakelaar. Wij richten ons op het vergroten van de veerkracht en redzaamheid in de samenleving. Een groeiende groep inwoners is kwetsbaar bij incidenten, mede veroorzaakt door vergrijzing. Hiertegenover staat dat de meeste inwoners in staat zijn snel te handelen en in bepaalde situaties juist heel zelfredzaam zijn, doordat ze rechtstreeks toegang hebben tot (grote hoeveelheden) informatie. Wij hebben oog voor deze verschillen binnen de samenleving. Door mensen te voorzien van informatie en handelingsperspectieven passend bij hun situatie en behoefte willen we hen optimaal faciliteren. Wij werken risicogericht, waarbij we uitgaan van zelfredzaamheid waar mogelijk en handelingsperspectieven bieden waar nodig. Hiervoor is al veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten op het gebied van advisering, vergunningverlening en toezichthouden.

Ook intensiveren we de samenwerking met andere partners, bijvoorbeeld op terreinen als energietransitie en klimaatadaptatie. Wij zetten ons in om vroegtijdig in het proces als partner en adviseur betrokken te zijn bij de beoordeling van initiatieven en ontwikkelingen.

3.2

Wat hebben we ervoor gedaan?

Veilige leefomgeving De samenleving verandert en onze omgeving ook. Denk hierbij aan de groeiende onvoorspelbaarheid van weersomstandigheden, de introductie van nieuwe energiebronnen en dragers, als ook de gevolgen van extramuralisatie van de zorg en de vergrijzing, de verdergaande digitalisering en de bouwopgave. Wij dragen proactief bij aan een veilige en gezonde leefomgeving door in te zetten op bewustwording over nieuwe risico’s. De risico’s uit het regionaal risicoprofiel hebben we vertaald naar opgaven waar we ons op richten. Met stakeholders in die opgaven verkennen we wat we gezamenlijk en ieder individueel kunnen bijdragen aan een oplossingsrichting. We investeren in het realiseren van handvatten om deze risico’s te kunnen adresseren en onderdeel te kunnen maken van te nemen maatregelen door de bevoegde gezagen. Ook onderzoeken we hoe we risico’s beter en doorlopend kunnen monitoren en kunnen delen. Dat doen we met onze partners, andere veiligheidsregio’s en kennisinstellingen zoals universiteiten. We werken hiervoor aan een protocol dynamisch risicoprofiel. Daarnaast zijn we bezig met de doorontwikkeling van het actueel Risicobeeld.

19

In 2023 hebben we een plan van aanpak voor natuurbrandgebieden opgesteld. Ook hebben we in 2023 met verschillende stakeholders gesproken over cyber. Dat heeft geresulteerd in een notitie over de rol van risicobeheersing in relatie tot digitale afhankelijkheid. Met de gemeente Houten is een risicotafel gehouden over verminderde zelfredzaamheid. De uitkomsten daarvan worden opgenomen in de advisering met betrekking tot integrale veiligheidsplannen van gemeenten en andere activiteiten in het kader van het versterken van de veerkracht. Ook ten behoeve van energietransitie zijn diverse ondersteunende handreikingen gerealiseerd om goed te kunnen adviseren en toezicht te houden ten aanzien van de nieuwe risico’s die samenhangen met de energietransitie. In 2023 is de visie op risicogericht werken beschreven. Deze zal in het voorjaar 2024 aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. In de nieuwe procedures met betrekking tot het adviseren onder de Omgevingswet is de risicogerichte benadering opgenomen. Voor het bepalen van de prioriteit bij de inzet van toezicht capaciteit wordt gewerkt aan herziening van de risicomodule, in samenwerking met de gemeenten. Daarnaast vinden we het belangrijk om aan de voorkant bij de inrichting van de leefomgeving te kunnen adviseren.

Daarom sturen we erop dat fysieke veiligheid meegewogen wordt in de planvorming van de leefomgeving, zoals bij de inrichting van een gebied of projecten op het gebied van infrastructuur. Dit doen we zo vroeg mogelijk in het proces, waarbij wij als partner en adviseur betrokken willen zijn bij de beoordeling van initiatieven en ontwikkelingen om zo incidenten te voorkomen en een slagvaardige incidentbestrijding en crisisbeheersing te realiseren. De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De noodzakelijke voorbereidingen voor implementatie hiervan zijn in 2023 afgerond. Er zijn afspraken gemaakt over de uitvoeringsafspraken met alle ketenpartners. Per 1 januari 2024 is ook de Wet Kwaliteitsborging in werking getreden voor bouwplannen gevolgklasse 1, nieuwbouw. Dit betekent dat een (klein) deel van de adviesaanvragen niet meer aan ons zal worden voorgelegd. Wel kan de VRU gevraagd worden om te adviseren op risicobeoordelingen. De werkwijze is hierop in 2023 ingericht. Na ingang van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging wordt duidelijk in hoeverre onze voorbereidingen aansluiten bij de nieuwe werkelijkheid. De verwachting is dat we hier samen met onze partners in 2024 in moeten door ontwikkelen. Ons advies aan gemeenten stellen wij integraal op. Zowel binnen de VRU als met ketenpartners.

We starten met het onderzoeken van de mogelijkheden en bereidheid met logische ketenpartners om hierover vervolgens afspraken te maken. In 2023 hebben we een verkenning uitgevoerd hoe de aanbevelingen van de inspectie ten aanzien van evenementenveiligheid vormgegeven kunnen worden. We zijn gestart met een project ter verbetering van de samenwerking tussen Risicobeheersing en Repressie. Het doel hiervan is de verbetering van het adviseringsproces, de informatie-uitwisseling en de samenwerking in het faciliteren van risicogericht oefenen op de post. Veerkrachtige redzame samenleving De komende jaren zetten wij in op een veerkrachtige en redzame samenleving. Hiervoor organiseren we pilots in woonwijken waarin we ons netwerk in samenwerking met de gemeenten

20

(lokaal) verder uitbreiden. In 2023 zijn er verkennende gesprekken gevoerd met 3 gemeenten ten behoeve van het komen tot een gezonde en veilige wijk aanpak. Wij onderzoeken op welke manieren wij kunnen bijdragen aan het vergroten van de redzaamheid en veerkracht in de samenleving. In samenwerking met de 4TU.RE (een samenwerkingsverband van technische universiteiten) is een conceptueel model opgeleverd voor het opstellen van een veerkrachtprofiel van de regio waarmee we in de toekomst op wijkniveau een beeld willen krijgen van de veerkracht binnen de die wijk. In 2023 is een verkennend onderzoek gestart naar een Risk Factory Utrecht. Doel van een Risk Factory is om de samenwerking met andere diensten te intensiveren en de zichtbaarheid in de samenleving te vergroten. De business case zal in het najaar van 2024 aan het bestuur worden gepresenteerd. Tijdens de herfstvakantie 2023 hebben we in samenwerking met Lego-Incidentencity een voorlichtingsweek georganiseerd in Zeist waar 4500 mensen brandwijzer zijn gemaakt op het thema brandveilig omgaan met elektrische apparatuur. Ruim 1300 jonge gezinnen hebben naar aanleiding van aangifte van een geboorte van ons een brandveiligheids-informatiepakket ontvangen. Er zijn 4 nieuwe voorlichting stands ontwikkeld. Deze zullen vanaf 2024 de expo ‘Zo gepiept’ gaan vervangen en geleidelijk op nieuwe thema’s worden uitgebreid.

Voor het concept Roadshow hebben we een proef gedraaid met een rookcontainer, deze zal een vaste plek krijgen binnen ons roadshow concept vanaf 2024. Het lesmateriaal ‘Brandmeester voor de bovenbouwgroepen van het mbo is in 2023 uitgebreid en nu ook beschikbaar voor de opleidingen ‘Horeca’ en ‘Beveiliging’. Breed gezamenlijk netwerk Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten om samen op te trekken op het gebied van advisering, vergunningverlening en toezichthouden. Ook onze partners worden met vraagstukken over de nieuwe risico’s en veranderende samenleving geconfronteerd en hebben hier een eigen deskundigheid in. Wij zetten in op onze rol van kennis- en netwerkmakelaar, waarbij we de deskundigheid van diverse partners bundelen. Hierbij richten wij ons actief op de samenwerking met de Omgevingsdienst Regio Utrecht, Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht en GGD Regio Utrecht. In 2023 is er een onderzoek uitgevoerd naar de positionering van de directie Risicobeheersing. Daaruit blijkt dat gemeenten, maar ook andere externe partners, de samenwerking waarderen.

21

3.3

Productie-indicatoren Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving

We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. Tabel 6 Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving

3.4

Prestatie-indicatoren Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving

Tabel 7 Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving

3.5

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 8 Baten en lasten Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving

22

4 Crisisbeheersing en GHOR Versterking crisisbeheersing 4.1

Wat wilden we bereiken?

Crisisbeheersing We voorkomen, voorzien en minimaliseren de effecten van crises en versterken de weerbaarheid van de samenleving. De afgelopen jaren hebben zich nieuwe typen en langdurige crises voorgedaan die ook een spanningsveld opleveren voor onze organisatie. We merken dat in de aanpak van crises. Een strikte scheiding tussen de rollen of fases in de vorm van warm (er is een crisis) of koud (er is geen crisis) is steeds lastiger aan te brengen. Deze ontwikkelingen vragen om aanpassingen zodat de crisisbeheersing toekomstbestendig is en blijft. Crises zijn niet alleen verschillend van aard, maar in toenemende mate complex, domein overschrijdend en niet altijd plaatsgebonden. Dit maakt dat de scope van de crisisorganisatie niet eenduidig te geven is en dat het lastig is om hier logische keuzes in te maken. We investeren in een veerkrachtige en schaalbare crisisorganisatie die, al naargelang de aard en omvang van de crisis, samen met de betrokken partijen wordt ingericht. Wij kiezen ervoor om als VRU in positie te komen als er sprake is van (dreigende) crisis of maatschappelijke ontwrichting. Wij focussen ons hierbij op onze kerntaken en richten ons op de coördinatie en regie. Het doel is om zo snel mogelijk terug te kunnen keren naar een stabiele situatie en de taak weer over te dragen aan de partij die hier primair voor is toegerust.

GHOR De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige (private) organisaties, zoals RAVU, GGD regio Utrecht en ziekenhuizen, waaronder het UMCU als Traumacentrum Midden Nederland. Ketencontinuïteit is de sleutel voor de toegankelijkheid van de (spoed-)zorg. Onze GHOR, als netwerkorganisatie, vormt de schakel tussen deze organisaties en voert regie tijdens incidenten en crises. In de voorbereiding op crises en ieders rol tijdens rampen stimuleren en adviseren wij het netwerk over de verantwoordelijkheden in de continuïteit van zorg. In 2023 lag de focus van de GHOR op de volgende beleidsdoelstellingen: 1. Versterken informatiemanagement geneeskundige kolom Om tijdig te kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de geneeskundige kolom is het belangrijk om relevante informatie te verzamelen. De VRU kan hierbij een faciliterende rol vervullen door deze informatie bij elkaar te brengen en eenduidig te ontsluiten en duiden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan informatie over zorgcontinuïteit in de gehele zorgketen of informatie over infectieziekten die een uitbraak veroorzaken.

23

2. Verstevigen positie GHOR binnen het netwerk en versterken samenwerking acute en nietacute zorg Wanneer er géén sprake is van een ramp of crisis werkt de GHOR door advisering en informatievoorziening aan een goede voorbereiding van de geneeskundige hulpverlening tijdens een crisis. De GHOR maakt afspraken met de verschillende zorgpartijen over hun rol bij crises en adviseert ze over risico- en crisisbeheersing. Deze voorbereiding wordt versterkt door de introductie van het zorgrisicoprofiel.

4.2

Wat hebben we ervoor gedaan?

Crisisbeheersing Na langdurige inzet van de crisisorganisatie op de Covid-19-, Oekraïne- en asielcrisis, ook in 2023, neemt vanaf januari 2024 de provincie Utrecht de laatste coördinerende taak over rond de opvang van Oekraïense ontheemden. Daarmee wordt de langdurige crisisorganisatie afgeschaald. De VRU blijft betrokken middels onze uitvoeringsorganisatie (VRU-support). Deze blijft de provincie en gemeenten ondersteunen door de HUB Jaarbeurs en een aantal opvanglocaties voor asiel te exploiteren. In 2023 zijn de volgende activiteiten gerealiseerd: Crisismanagement Crisismanagement is erop gericht om crises te voorzien, te voorkomen en de gevolgen zoveel mogelijk te beperken en zo snel mogelijk weer naar de reguliere situatie terug te keren. Onze primaire taak is het coördineren van de crisisbeheersing en het adviseren van het bevoegd gezag. Wij hebben een voorstel gedaan over de vormgeving en organisatie van een robuuste crisisorganisatie, waar ook de kolom bevolkingszorg deel van uit maakt. Dit voorstel wordt in 2024 aan het bestuur ter besluitvorming voorgelegd. Daarnaast hebben wij aan de kwaliteit van de crisisorganisatie gewerkt. Vanuit vakbekwaamheid is een opleidingsprogramma voor alle kernfunctionarissen en bestuurders ontwikkeld en dit wordt uitgevoerd. De samenwerking tussen en met gemeenten is een belangrijk onderdeel van ons crisismanagement.

Samen werken we aan toekomstbestendige bevolkingszorg, een proces dat vooral van onze gemeenten is. De uitwerking van deze samenwerking wordt in 2024 aan het bestuur voorgelegd. Wij leveren hier een belangrijke bijdrage aan. Hierbij is het uitgangspunt 'lokaal wat kan, regionaal waar nodig'. Voorzien wordt in een jaarlijks flexibel budget waarmee we, in samenwerking met gemeenten en partners, zoeken naar oplossingen voor actuele veiligheidsvraagstukken. De contourennota en wijzigingen in de Wet veiligheidsregio’s van invloed op ons crisismanagement. Wij werken eraan om die wijzigingen te implementeren in onze systemen en structuren. Een nieuw regionaal crisisplan is vanaf 2 januari 2024 in werking getreden. Netwerkmanagement De afgelopen jaren is gebleken dat de veiligheidsregio een goed platform is om crises en andere vraagstukken die de veiligheid in de regio raken samen met het netwerk aan te pakken.

24

De VRU treedt hierbij op als verbinder en brengt kennis, ervaring, ketenpartners en organisaties bij elkaar. Wij hebben in beeld gebracht wie onze netwerkpartners zijn en hoe ons netwerk te bereiken is, we hebben samenwerkingsafspraken, trainen en oefenen samen en maken voor gemeenten inzichtelijk waar zij op kunnen rekenen. Dit is een doorlopend proces. Informatiemanagement Om de focus te verschuiven van reageren naar voorzien gaan wij onder andere steeds meer werken met artificial intelligence. Daarnaast is de beschikbaarheid van informatie cruciaal voor goed crisismanagement. Wij zorgen ervoor dat de relevante informatie op het juiste moment en in de goede vorm beschikbaar is voor onze functionarissen en de partners in het netwerk. Hiervoor richten wij ons op het verder ontwikkelen van een multidisciplinair informatieknooppunt. In 2024 worden de eerste resultaten van deze doorontwikkeling opgeleverd. We onderzoeken daarnaast of dit mogelijk is op de schaalgrootte van Midden-Nederland. Dit multidisciplinair informatieknooppunt richt zich op het ondersteunen van de operatie met behulp van informatievoorziening. Deze informatievoorziening is afkomstig van de veiligheidsregio en komt in samenwerking met partners tot stand. In 2023 is ten behoeve hiervan een samen met de veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland een gezamenlijk project opgestart.

Wij sluiten aan bij het landelijke traject van de versterking bovenregionale crisisbeheersing en de daaraan gerelateerde informatievoorziening. Bij bovenregionale crises werken wij samen in het Knooppunt Coördinatie Regio's en Rijk (KCR2). Communicatiemanagement Communicatie is één van belangrijkste instrumenten om een crisis te voorkomen, te voorzien of de effecten te minimaliseren. De doorontwikkeling van communicatiemanagement bevat vooral de onderdelen risico- en crisiscommunicatie. Wij dragen bij aan de kwaliteit van de crisiscommunicatie door gemeenten. We hebben vakbekwaamheidsactiviteiten georganiseerd voor de piketorganisatie en faciliteren de piketten. In 2023 is gestart met het project Veerkracht. Hiermee willen we bereiken dat inwoners, bedrijven en instellingen zelfredzaam en veerkrachtig zijn. Dit omvat alle handelingen die zij verrichten ter voorbereiding op, tijdens en na een ramp of crisis om zichzelf en anderen te helpen. Om zo de gevolgen van die ramp of crisis te beperken. Op de website vru.nl bieden we informatie over risico's met bijbehorende handelingsperspectieven. Wanneer er sprake is van een verhoogd risico en/of hoog risicobewustzijn zetten we deze risicocommunicatie proactief in. Tijdens een incident/crisis zetten we vru.nl in voor de operationele woordvoering en handelingsperspectieven.

Crisiscommunicatie richt zich ten tijde van een crisis op het informeren van de getroffen doelgroepen, het bieden van handelingsperspectief en betekenisgeving (duiding van de crisis). Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor de eigen crisiscommunicatie.

25

GHOR Om de beleidsdoelstelling te halen hebben we de volgende beleidsactiviteiten uitgevoerd: Versterken informatiemanagement Informatiemanagement vraagt om aparte aandacht vanuit GHOR-perspectief. Het connecteren van alle relevante zorginstellingen op de GHOR is naast het prepareren en realiseren tijdens een crisis van relevante sturings- en overzichtsdata van de geneeskundige keten en het bestuur een niet weg te denken pilaar. Het dashboard zorgcontinuïteit is beter gepositioneerd en het sturingsdashboard GHOR is doorontwikkeld. Verstevigen netwerkpositie GHOR Om de voorbereiding op crises en rampen verder te versterken adviseert de GHORzorginstellingen in onze regio over hun preparatie. Het zorgrisicoprofiel is hierbij een integraal onderdeel van de voorbereiding. In 2023 is het regionaal zorgrisicoprofiel gerealiseerd. Zicht hebben op het verzorgingsgebied en het kennen van de sleutelfunctionarissen in de zorginstellingen vergt aandacht van de account- en netwerkcoördinatoren. Samenwerking binnen de VRU met accounthouders, gemeenten (zij leveren namelijk ook zorg aan vermindert zelfredzamen) en GGDrU is hierbij relevant. Account- en netwerkfunctionarissen bij de GHOR hebben een leergang netwerk- en ketenregie gevolgd om hun adviesvaardigheden te versterken.

Er is een website ontwikkeld voor niet-acute 24/7 zorgpartners om hun beter te helpen bij preparatie op rampen en crises. De samenwerking met de acute zorg is verder versterkt evenals de samenwerking met landelijke partners zoals GGD GHOR Nederland. Reguliere werkzaamheden Het 24/7 beschikbaar hebben van het GHOR-deel van de piketorganisatie om de DPG in staat te stellen regie te voeren bij incidenten en crises vraagt om vakbekwame piketmedewerkers. Dit jaar is hard gewerkt aan het werven, selecteren en opleiden om piketmedewerkers vakbekwaam te maken en te houden. Dit is een voorwaarde voor een slank maar effectief regieinstrument voor het bestuur en de directeur publieke gezondheid. Hierbij lag de focus op kwaliteit en continuïteit. Er zijn bijstandsafspraken gemaakt met de buurregio’s, die geformaliseerd worden in 2024.

26

4.3

Productie-indicatoren Crisisbeheersing en GHOR – Versterking crisisbeheersing

We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. Tabel 9 Crisisbeheersing en GHOR – Versterking crisisbeheersing

4.4

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 10 Baten en lasten Crisisbeheersing en GHOR – Versterking crisisbeheersing

Over 2023 is een aanvullende BDUR ontvangen ter versterking crisisbeheersing. De extra opbrengsten ad € 1,8 miljoen is vervolgens besteedbaar gesteld aan verschillende projecten binnen de VRU. Deze opbrengsten en toewijsbare kosten zijn opgenomen in de geactualiseerde begroting 2023. De gerealiseerde kosten over 2023 bedragen €1,5 miljoen, wat per saldo een opbrengst laat zien van € 283k.

27

5 Algemeen Ondersteuning organisatie en algemene dekkingsmiddelen 5.1

Algemene kosten en dekkingsmiddelen

Tabel 11 Algemene kosten en dekkingsmiddelen

5.2

Overhead

In de berekening van de overhead zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1) De organisatieonderdelen Bedrijfsvoering en concerndirectie & staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a) De centrale personeelsbudgetten die hieronder zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b) De lasten van het FLO-overgangsrecht; c) Kosten met betrekking tot de brandweerposten; d) Bijdrage aan het NIPV en WVSV; e) Kosten van bestuursondersteuning. 2) Overheadkosten in de primaire processen zijn: a) Directeuren en afdelingshoofden: 100% b) Managementondersteuning: 100% Tabel 12 Kosten overhead

5.3

Onvoorzien

De begroting van de VRU bevat geen post onvoorzien.

28

5.4

Gerealiseerde baten en lasten

Tabel 13 Baten en lasten Algemeen inclusief Overhead

29

Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Openbaarheid Verbonden partijen Verantwoording Oekraïne

30

6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvaller op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is erop gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.

6.1

Weerstandscapaciteit

De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 6.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2023 € 0,6 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) groter dan 1 (2,3). Tabel 14 Weerstandscapaciteit

6.2

Benodigde weerstandscapaciteit

In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de jaarstukken. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht. Tabel 15 Benodigde weerstandscapaciteit

6.2.1

Omgevingswet

Omschrijving risico Na een flinke vertraging is de omgevingswet per 1 januari 2024 ingevoerd. Het Rijk en de bestuurlijke partners hebben afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal wordt ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien.

31

Om de financiële gevolgen na invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) te kunnen volgen heeft onderzoeksbureau Cebeon een landelijk monitoringsmodel ontwikkeld. In 2020 heeft Cebeon in opdracht van het NIPV onderzoek gedaan naar de verwachte structurele meerkosten voor veiligheidsregio’s als gevolg van de stelselherziening Omgevingsrecht. Deze stelselherziening omvat zowel de Omgevingswet als de Wkb. De veiligheidsregio’s hebben geen extra middelen gekregen vanuit de rijksoverheid voor de structurele gevolgen van de stelselherziening. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden nu geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op gemiddeld (50%). Nu de omgevingswet is ingevoerd zullen de consequenties meer concreet worden. De inschatting van het risico is gericht op 2024. Uitgangspunt blijft dat de (structurele) meerkosten worden vergoed door het Rijk.

De dekking van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. 6.2.2

Implementatie van het (landelijke) programma 'Toekomstbestendige brandweer' , inzake verplichtend karakter brandweervrijwilligers

Omschrijving risico Europese wetgeving (deeltijdrichtlijn) duidt erop dat vrijwilligers als deeltijdwerkers beschouwd moeten zodra sprake is van een verplichtend karakter. Binnen onze regio wordt op een aantal plaatsen gewerkt met roosters, piketten en kazernering van vrijwilligers. Landelijk wordt overlegd over een implementatieplan en de randvoorwaarden om tot implementatie over te kunnen gaan (aanpassing van de arbeidstijdenwetgeving en beschikbaarheid van aanvullende financiële middelen). Ondertussen blijft het risico bestaan dat op grond van de Europese regelgeving aanspraak wordt gemaakt op de deeltijdrichtlijn. Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de uitwerking van het implementatieplan voor het 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen. Op het moment dat het landelijke plan van aanpak beschikbaar komt gaan we dit vertalen naar de specifieke situatie in onze regio. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele meerkosten door het Rijk (als stelselverantwoordelijke) worden betaald. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op klein (25%). Het betreft hier een langlopend risico waarbij we wachten op de uitkomsten van het landelijk overleg.

32

6.2.3

Overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel (OVO’s)

Omschrijving risico Verschillende werkzaamheden worden op basis van een overeenkomst van opdrachten uitgevoerd. Dit betreft voornamelijk instructiewerkzaamheden en de logistieke ondersteuning van de brandweer. De OVO’s worden meestal verstrekt aan eigen medewerkers, bijvoorbeeld beroeps brandweerkrachten die op basis van een OVO instructiewerkzaamheden verrichten. Gelet op de aard en de omstandigheden van de werkzaamheden bestaat het risico dat - ondanks de toepassing van de modelovereenkomst (inhuur) - feitelijke sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Dit kan arbeidsvoorwaardelijke en fiscale consequenties hebben2. De werkwijze met OvO’s wordt - met name ten aanzien van instructiewerkzaamheden - ook gehanteerd bij andere veiligheidsregio’s. In het perspectief van het opheffen van het handhavingsmoratorium op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) in 2025 is het zaak om duidelijkheid te krijgen over hoe de arbeidsrelatie zich kwalificeert voor (in ieder geval) de loonheffingen. Dit doen we bij voorkeur in landelijk verband. Toelichting effect en kans Voor het berekenen van de extra werkgeverslasten zoals loonheffing en aanvullende werkgeverslasten is een opslagpercentage van ruim 50% toegepast.

De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op klein (25%), omdat de handhaving op de kwalificatie van arbeidsrelaties (het handhavingsmoratorium) tot 1 januari 2025 is opgeschort. 6.2.4

CAO Regeling Vervroegd Uittreden

Omschrijving risico In 2023 is de tijdelijke regeling voor vervroegd uittreden (RVU) opgenomen in de CAO. Medewerkers hebben op basis van deze regeling de mogelijkheid eerder met pensioen te gaan. De VRU keert vervolgens een maandelijks bedrag uit totdat de medewerker de AOW-leeftijd heeft bereikt. Het financieel effect van de tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) is niet verwerkt in de kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 en daarmee is voor de RVU geen dekking in de begroting opgenomen. Toelichting effect en kans Voor 2024 is het bedrag berekend dat nodig is indien alle medewerkers die hiervoor in 2024 in aanmerking komen, gebruik maken van deze regeling. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op gemiddeld (50%), ervan uitgaande dat de helft van de medewerkers gebruik wil maken van deze regeling in 2024.

2 in het geval van een dienstbetrekking moet de werkgever loonheffingen en premies inhouden en afdragen. Daarnaast moet de werkgever loon

doorbetalen bij ziekte en vakantie en zijn de arbeidsvoorwaarden van toepassing (zoals opbouw IKB en specifieke regels bij ontslag) en moet worden voldaan aan de arbeidstijdenwet.

33

6.2.5

Overige (onvoorzien) exploitatierisico’s

Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten (exclusief dotatie reserves).

6.3

Kengetallen

Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de Toelichting kengetallen mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De Netto schuldquote: kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om Het quotiënt van totale schulden minus structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen liquide middelen minus uitgeleende dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële gelden en de totale baten positie. Solvabiliteitsratio: Het quotiënt van eigen vermogen en balanstotaal Structurele exploitatieruimte: Het quotiënt van structurele baten minus structurele lasten en de totale baten

6.3.1 Netto schuldquote Onze positie met betrekking tot de schuldquote is gunstig te noemen. De norm ligt tussen de 0100%. Wij liggen hiermee ruimschoots onder het maximum van 100%. De daling van de schuldquote is veroorzaakt door een hogere stand van de liquide middelen. 6.3.2 Solvabiliteitsratio Onze positie met betrekking tot de schuldquote is gunstig te noemen. De norm ligt tussen de 0100%. Wij liggen hiermee ruimschoots onder het maximum van 100%. De daling van de schuldquote is veroorzaakt door een hogere stand van de liquide middelen. 6.3.3 Structurele exploitatieruimte Alle middelen zijn structureel bestemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14148812/1