Bijlage 2 - Brief gemeenten meest kansrijke gebieden windenergie
Tekst van het document
1 van 3
ONDERWERP
DATUM
Meest kansrijke gebieden windenergie 09-01-2024
E-MAILADRES
secretariaatvanessen@provinc ie-utrecht.nl
DOCUMENTNUMMER VAN
BIJLAGES
College van Gedeputeerde Staten 1. 2. 3. 4.
Onderbouwing meest kansrijke gebieden Bijlagen bij onderbouwing Rapport burgerforum Memo proces windenergie provincie Utrecht ten behoeve van RES-doelstelling
Geacht college, Het behalen van de doelen uit de Regionale Energie Strategie (RES), zoals we die in 2021 samen hebben afgesproken wordt steeds urgenter. Hiervoor is het nodig dat de plannen voor zonne- en windenergie concreet worden. Zoals afgesproken in de RES moeten de vergunningen voor 2025 geregeld zijn zodat de plannen op tijd gerealiseerd kunnen worden voor 2030. Door netcongestie is een goede balans zon-wind nog belangrijker geworden bij het behalen van de RES-doelen. De provincie heeft daarom de afgelopen maanden een planMER onderzoek en participatieproces doorlopen om tot een goed afwegingskader te komen om de meest kansrijke gebieden voor windenergie in beeld te brengen. In deze brief bieden we u de uitkomsten van dit onderzoek aan en roepen wij u op om de komende 6 maanden concreet te maken hoe u invulling gaat geven aan het realiseren van de RES-doelstellingen van uw regio voor 2030 via windenergie en/of zonne-energie. Wij adviseren u daarbij gebruik te maken van de meest kansrijke gebieden voor windenergie. Op 12 januari nodigen we alle wethouders RES met betrokken ambtenaren uit op een informatiesessie om de onderzoeken en het participatieproces om te komen tot de meest kansrijke gebieden toe te lichten.
Daarnaast wordt op 18 januari 2024 middels een webinar voor raadsleden en andere stakeholders een toelichting gegeven op de keuze voor deze gebieden en het vervolgproces. Context In onze 3 RES-regio’s hebben wij in de RES 1.0 met elkaar afgesproken hoeveel duurzame energie we in 2030 gaan opwekken. Voor RES U16 is dat 1,8 TWh, RES Amersfoort 0,5 en Foodvalley 0,1 voor het deel in de provincie Utrecht. Provinciebreed gaat het om 2,4 TWh waarin iedere regio de verantwoordelijkheid heeft voor het realiseren van de eigen opgave. Conform de afspraken binnen de RES-regio’s en het besluit van Provinciale Staten bij RES 1.0, hebben we in 2022 een Tussenbalans opgesteld om te zien of de RES’en op koers liggen. Er is in veel gemeenten hard gewerkt, ook na RES 1.0. Op sommige onderdelen en locaties is goede voortgang geboekt, zo is er bijvoorbeeld een snelle ontwikkeling van zon op dak. Echter bleek in de Tussenbalans ook dat er meer nodig is om de doelstellingen voor 2030 te halen. Zoals blijkt uit de voortgangsrapportages van de RES’en (U16, Amersfoort en Foodvalley) is dat nog steeds het geval. De netcongestie is in de tussentijd niet minder geworden en juist daarom is het nodig om te zorgen dat locaties voor duurzame opwek snel geconcretiseerd worden.
Alleen op die manier kan Stedin toetsen of de schaarse netcapaciteit goed wordt verdeeld en vroegtijdig op eventuele knelpunten anticiperen. Stedin heeft aangegeven dat als de concretisering van de wind- en
zoninitiatieven op tijd komt de RES-plannen voor 2030 aansluitbaar zijn. Zie hiervoor ook de kernboodschap van Stedin in de bijlage van de onderbouwing (bijlage). Aanbod aan gemeenten: onderzoek en meest kansrijke gebieden Om het concretiseren van locaties te versnellen zijn we als provincie gestart met diverse onderzoeken om in beeld te brengen welke gebieden in de provincie Utrecht het meest kansrijk zijn voor windenergie. Hierbij hebben we ook een participatieproces doorlopen dat geresulteerd heeft in een advies van het burgerforum op de afweging om te komen tot de meest kansrijke gebieden. Deze onderzoeken zoals het planMER [link 21 dec] en de adviezen van het burgerforum (zie bijlage) kunnen gemeenten helpen bij besluitvorming en planvorming van windenergie. Zie hierover ook het ‘Memo proces windenergie provincie Utrecht ten behoeve van RES-doelstelling’ (bijlage) dat in september aan de RES-tafels gedeeld is. Meerdere gemeenten zijn zelf al bezig met planvorming voor windenergie. Het opgestelde planMER biedt hierbij milieu-informatie over de gebieden die gemeenten in overweging nemen. Naast de gebieden die door gemeenten zelf al opgepakt worden is gekeken welke gebieden op basis van milieu-informatie, netaansluiting, lokaal eigendom en participatie het meest kansrijk voor windenergie zijn.
Daarbij is ook rekening gehouden met uw adviezen aan de bestuurstafels van de RES, bijvoorbeeld door het aansluiten bij hoofdinfra zoals genoemd in de RES 1.0 mee te laten wegen (zie onderbouwing in bijlage). Bij het samenstellen van de meest kansrijke gebieden is rekening gehouden met overprogrammering in verband met planuitval. Dat betekent dus dat er méér gebieden als meest kansrijk worden aangeduid dan waarvoor daadwerkelijk windenergie voor 2030 mogelijk gemaakt zal worden, omdat vooraf rekening gehouden moet worden met de situatie dat plannen niet uitgevoerd kunnen worden. Dit is in lijn met de aanpak van alle drie de Utrechtse RES-regio’s en het biedt u en RES-regio’s meer afwegingsruimte. Al deze informatie stellen we aan u en de RESregio’s ter beschikking om een goede afweging te maken over waar u windenergie mogelijk wil maken. Oproep aan gemeenten: 6 maanden voor raadsbesluiten Wij roepen u op om de komende 6 maanden tot het zomerreces het gesprek met uw gemeenteraad aan te gaan over hoe de afspraken uit uw RES-regio voor wind en/of zon voor 2030 gerealiseerd kunnen worden. We vragen u om bij dit gesprek de balans zon-wind te betrekken gezien het feit dat met wind meer duurzame energie opgewekt kan worden op het elektriciteitsnet. De uitkomsten van de onderzoeken die wij u als provincie aanbieden, kunt u daarbij gebruiken.
Wij adviseren om hierbij te kijken naar de meest kansrijke gebieden, maar ook andere onderzoeksgebieden zijn mogelijk. Het halen van de RES doelen kan ook met zonne-energie en daarom kunt u ook kiezen om besluiten te nemen over (extra) zonne-energie locaties. Hiermee kunt u in de eerste helft van 2024 besluiten nemen over wind en/of zonne-energie locaties. Ook bij de concretisering van zon op land plannen kan de provincie ondersteunen, bijvoorbeeld met subsidie voor participatieprocessen of meedenken met het opzetten van de ruimtelijke procedures. Ook met de bestuurlijke afspraken tussen het Rijk, VNG en IPO over de voorkeursvolgorde zon die in oktober jongstleden zijn gemaakt, blijft er ruimte om het aandeel ook (deels) in te vullen met zon op land. Uitgangspunt daarbij is immers dat de RES-afspraken kunnen worden nagekomen. Over zes maanden zullen wij een tweede Tussenbalans opstellen op basis van alle genomen raadsbesluiten om te zien of we op koers zijn voor het halen van 2,4 TWh duurzame opwek in de RES voor 2030. Zowel zon op dak, zonnevelden als windturbines dragen bij aan de onderbouwing voor de realisatie van het regionaal bod. Vraag aan gemeenten Voor de tweede Tussenbalans baseren wij ons op de genomen raadsbesluiten.
Om deze analyse goed te kunnen doen vragen we gemeenten om de volgende informatie mee te nemen in deze besluiten: Raadsbesluiten waarin opgenomen is dat een procedure voor windenergie en/of zonne-energie voor een bepaald aandeel opwek in een specifiek gebied gestart of vervolgd wordt, voorzien van een planning wanneer besluitvorming over vergunningverlening plaatsvindt en waarbij realisatie voor 2030 realistisch en haalbaar is. Dit betekent ook dat er geen restricties opgelegd dienen te worden waardoor een project onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld door beperkingen in aantal turbines of tiphoogtes. Informatie vanuit Stedin of de projecten die u gemeld heeft voor 2030 aansluitbaar zijn in combinatie met andere projecten die door (buur)gemeenten zijn aangegeven. Indien er bestaand beleid is waarin gebieden voor duurzame opwek zijn aangegeven en er is nog geen ruimtelijke procedure met initiatiefnemer gestart, wordt in het raadbesluit in ieder geval aangegeven: o Een stappenplan en planning voor de ruimtelijke procedure en vergunningverlening.
2 van 2
o
Hoe eventuele drempels voor initiatiefnemers om het project op te pakken kunnen worden gemitigeerd. o Hoe de uitvoering in de praktijk geborgd is. Daarnaast vragen we in het raadsbesluit aandacht voor hoe met geïdentificeerde knelpunten, bijvoorbeeld zoals aangegeven in het planMER, omgegaan wordt. Als blijkt uit de analyse in de tweede Tussenbalans dat realisatie van de RES doelen niet haalbaar zijn, zullen wij voor het aanvullende deel projectbesluiten voor windenergie vervolgen binnen één of meer van de meest kansrijke gebieden zoals te vinden in de onderbouwing in de bijlage. Samen RES doelen halen Met deze brief roepen we u op om het gesprek met uw gemeenteraad aan te gaan over wind en zonne-energie plannen in het kader van de RES doelen en hierover voor het zomerreces een besluit over te nemen. U kunt er ook voor kiezen de mogelijke keuze én realisatie voor aanvullende locaties over te laten aan de provincie. Wettelijk is de provincie bevoegd plannen vast te stellen voor windparken van meer dan 5 MW. Liever zien we echter dat u de plannen zelf verder uitwerkt. De provincie zal dan ook terughoudend zijn met projectbesluiten in gemeenten die zelf actief met windenergie aan de slag zijn en daarbij de ruimtelijke mogelijkheden voldoende benutten.
In de situatie dat wij projectbesluiten vervolgen zullen wij ook nauw blijven samenwerken met gemeenten, zowel 1-op-1 als in RES-verband. Uiteindelijk is het doel om onze gezamenlijke RES-biedingen gestand te doen en daarbij is een goede regionale samenwerking tussen de verschillende RES-partners randvoorwaardelijk, met respect voor ieders eigen rol, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het gezamenlijke regionaal belang staat daarbij voor ons voorop, zeker ook omdat een goede inpassing van grootschalige opwek een gemeentegrensoverstijgend perspectief vraagt. Daarom vertrouwen wij erop dat het ons gezamenlijk zal lukken om tijdig tot voldoende concrete projecten te komen en zien wij uit naar de verdere samenwerking met u bij het behalen van onze RES-doelstelling.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht,
Voorzitter, mr. J.H. Oosters
Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
3 van 2