Bijlage 2 bij BBV 697603 - Vragen en beantwoording bewonersavonden
Tekst van het document
Beantwoording vragen Sluis Noord n.a.v. de inloopavond 16 februari 2022 — Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede Voorafgaand aan de beantwoording. Door het college is op 14 december 2021 een principebesluit* genomen op het principeverzoek van Blok8.
Hierover hebben wij u direct daarna geïnformeerd. Het principeverzoek en de bijlagen bevatten veel
achtergrond informatie met betrekking tot het initiatief. Om die reden treft u het principebesluit met bijlagen
aan.
1. Waarom is er gekozen voor hoogbouw en waarom is het volume vergroot? Past niet in de bestaande
omgeving. Het beoogde bouwblok heeft een grotere bouwmassa dan het bestaande gebouw, echter is het passend om op deze bijzondere locatie een grotere bouwmassa toe te passen. De bestaande aangrenzende woningen hebben een bouwhoogte van 2 lagen plus kap, de sluisdeuren hebben een hoogte van circa 30 meter. De extra bebouwingsmassa creëert een overgang tussen de woningen en de sluizen en wordt passend geacht. 2. Waarom is er gekozen voor appartementen en niet voor eengezinswoningen? Binnen de gemeente Wijk bij Duurstede is er behoefte aan woningen, specifiek aan betaalbare woonruimte. De woningen dienen bij voorkeur geschikt te zijn voor een- of tweepersoonshuishoudens ten behoeve van de diversiteit van woningen binnen de gemeente. Het bouwplan voldoet hieraan.
3. Waarom is er gekozen om het gebouw naar voren te plaatsen? De bebouwing wordt aan de zuidzijde (richting de sluis) van het plangebied beoogd, bestaande uit een deel van 4 appartementen breed en 4 bouwlagen hoog en een deel van 5 appartementen breed en 3 bouwlagen hoog. Achter de bebouwing wordt de parkeergelegenheid voorzien en een gemeenschappelijke berging. Daarnaast bevindt zich in de noordoosthoek van het plangebied een vijftal garageboxen die behouden blijven.
4. Denkt de gemeente straks een bestemmingsplan te kunnen doorvoeren met twee verschillende maximale bouw- en
goothoogten op één locatie?
Een bestemmingsplan hoeft niet maar één maximale bouw- en/of goothoogte te bevatten. In een bestemmingsplan
kunnen verschillende gebouwen metverschillende maximale bouwhoogtes worden geregeld.
5. Sluis Noord is buiten de bebouwde kom. Waarom daar appartementen zonder faciliteiten zoals een bushalte? Sluis Noord ligt aan de rand van de bebouwde kom. Er worden voorzieningen als parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Daarnaastzijn er goede fietsvoorzieningen van- en naar de dichtstbijzijnde bushalte en andere
voorzieningen.
De ontwikkelaar zet graag in op ‘samen slimmer rijden’ en onderzoekt de mogelijkheden om twee elektrische deelauto’s bij het appartementencomplex te kunnen plaatsen. Deze deelauto’s kunnen bij interesse ook door andere buurtbewoners worden gebruikt. De gemeente ondersteunt dit initiatief. In nader uit te werken afspraken met de ontwikkelaar zal een van de voorwaarden zijn dat een haalbaar concept wordt uitgewerkt en zal er een evaluatie plaats vinden. 6. Kan de ontsluiting niet direct vanaf de Lekdijk Oost? In principe kan de huidige ontsluitingsweg de extra verkeersstroom prima aan. Ontwikkelaar en gemeente zijn bereid alternatieven te onderzoeken. 7. Kan de ontsluiting niet direct over de parkeerplaatsen? Zie antwoord vraag 6
8. Wie gaat de weg onderhouden? Rijkswaterstaat of gemeente Wijk bij Duurstede? De ontsluitingsweg behoort tot Rijkswaterstaat en wordt door Rijswaterstaat onderhouden. Het perceel met het bouwblok en het terrein rondom het nieuw te situeren gebouw wordt onderhouden door de eigenaar.
9. Hoe veilig is het om een flatgebouw neer te zetten dichtbij een sluis waar ook gevaarlijke stoffen door vervoerd
worden? Hiervoor zijn al onderzoeken verricht en deze komen als bijlage bij het bestemmingsplan. Uit de onderzoeken die er nu
liggen (en onderdeel waren van de stukken van 14 december 2021) blijkt dat de risico’s binnen de normen blijven.
10. Kan er een parkeerverbod komen voor de Sluis Noord voor de toekomstige bewoners van de Sluis Noord?
je De vraag is niet geheel duidelijk. Als er wordt bedoeld of er een parkeerverbod kan komen op de ontsluitingsweg kun hiervoor geen groepen als ‘toekomstige bewoners’ uitsluiten. Daarnaastis het zo dat als de appartementen zouden worden gebouwd op de plek van het voormalige steunpunt, het bijbehorende terrein eromheen voldoende groot is om de benodigde parkeerplaatsen op te realiseren.
11. Kun je niet wat doen met de parkeerplaatsen op het talud? Nu veel hangjongeren en overlast. Dit parkeerterrein is van Rijkswaterstaat. Bij overlast moeten we in gesprek gaan met de politie, Rijkswaterstaat,
handhaving.
12. Wie gaat het nieuwe groen onderhouden? Het groen op het perceel van de nieuwe eigenaar/eigenaren wordt onderhouden door de eigenaar of bewoners van het
perceel zelf.
13. Is Rijkswaterstaat hier welblij mee? te Rijkswaterstaatstaat niet onwelwillend tegen over het plan maar hecht er veel belang aan om vroegtijdig in overleg hun op effecten de van aanzien ten Bijvoorbeeld bouwplan. en bestemmingsplan het over zijn blijven te en gaan percelen en het geluid van de Sluizen en boten. Hetis het belang van Rijkswaterstaat dat het sluizencomplex altijd door kan blijven werken. 13. Hoe er bezwaar aangetekend kan worden? Er is geen bezwaar mogelijk tegen het ontwerpbestemmmingsplan. Wel kan een zienswijze tegen een ontwerpbestemmingsplan worden ingediend met de mogelijkheid tot beroep bij de Raad van State na vaststelling door de gemeenteraad. Tegen de daarna volgende omgevingsvergunning voor het (daadwerkelijk) bouwen staat wèl bezwaar open voor belanghebbenden.
14. Is er aan de uitstootgassen gedacht?
Hiertoe worden onderzoeken verricht en zijn nodig voor een goede onderbouwing van het bestemmingsplan.
15. Is er aan de brandveiligheid gedacht?
Voor wat betreft het brandgevaar van het sluizencomplex is al onderzoek verricht en dit blijft binnen de normen. Voor wat betreft de brandveiligheid in de nieuwe appartementen adviseert de VRU bij de latere bouwvergunning.
16. Waarom kan er geen andere ontsluitingsweg gemaakt worden? Zie antwoord op vraag 6 17. Hebben wij als belanghebbende nog invloed op het voorgenomen plan? Zijn er nog alternatieven.
Door het college is een kader benoemd waarbinnen invloed van omwonenden een plek kan krijgen. Te zijner tijd kunt u
een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan indienen en deze wordt door de raad betrokken bij de vaststelling. Wij blijven graag het gesprek met u voortzetten. De uitkomst van die gesprekken vormen de basis van de wijziging van het bestemmingsplan. In de formele fase kunt u een zienswijze indienen tegen het ontwerp bestemmingsplan en inspreken bij de raadsvergadering. 18. Kan er niet laagbouw in de vorm van een aantal eengezinswoningen worden gerealiseerd.
Dit past niet binnen de kaders die door het college zijn gesteld. Als gemeente willen we graag zoveel woningen als verantwoord mogelijk realiseren. 19. Zou er een mogelijkheid zijn van recht van eerste huur voor onze kinderen?
Als gemeente mogen wij hiervoor geen voorrangsregels toepassen. 20. Wordt er nagedacht over geluidsoverlast van motoren/ auto’s door weerkaatsing van dit gebouw?
Hiertoe worden akoestische onderzoeken verricht. Deze zijn nodig voor een goede onderbouwing van het
bestemmingsplan. 21. Wordt er nagedacht over geluidsoverlast van de galerij richting de woonwijk de Hunze/ Lekdijk Oost 17/18/19. Ja, hierover wordt nagedacht. De richtafstanden van de VNG (‘Bedrijven en milieuzonering’) zijn hiervoorleidend.
Over het algemeen is het zo dat een woongebouw metgalerijen geen geluidsoverlast op andere woningen veroorzaakt die dusdanig is dat een bouwplan niet kan doorgaan.
*Het college van B&W van de gemeente neemt na het principeverzoek een principebesluit. Dit is een reactie op het verzoek. De wetgeving kent het principebesluit niet en het is niet mogelijk om hiertegen in bezwaar of beroep te gaan. Taalkundig is het ‘een besluit dat alleen een principe, niet de uitvoering of toepassing betreft’. Er is dus slechts besloten, dat het college woningbouw een acceptabele optie vindt voor het terrein. Meer niet. Woningbouw is in strijd met het bestemmingsplan: er zal dus een daarop gericht besluit moeten worden genomen via de bestemmingsplanprocedure. In ons duale systeem zijn de bevoegdheden van B&W en de gemeenteraad gescheiden. Het college kan daarbij de gemeenteraad niet binden door toezeggingen
In dit document zijn de antwoorden verwoord naar aanleiding van de dialoogavond van 19 mei 2022. Het eerste deel bevat de vragen en antwoorden aan de gemeente en het tweede deel bevat de vragen en antwoorden aan Blok8.
Beantwoording vragen aan gemeente Sluis Noord n.a.v. gesprekstafels 19 mei 2022
1.
Waarom werden bij de eerste bijeenkomst de omwonenden verdeeld en konden zij niet als buren gezamenlijk aanschuiven per tafel? Vanwege de toen geldende coronamaatregelen konden we geen bijeenkomst met gesprekstafels organiseren. Omdat er meerdere groepen waren, hebben we een mix gemaakt van verschillende
huisadressen. Dit om ervoor te zorgen dat vanuit elke groep de verschillende belangen werden
vertegenwoordigd.
Wat gebeurt er met de vragenlijsten van de vorige bijeenkomst? De reacties en vragen op het invulformulier hebben we samengevat in Bijlage 3. Deze bijlage is (voorafgaand aan de tweede bijeenkomst) aan u verstrekt. De vragenlijst van de eerste bijeenkomst wordt gelijktijdig toe gestuurd met de vragenlijst van de tweede bijeenkomst. Daarnaast wordt dit samen met de
verslagen van de bijeenkomsten in een later stadium bij het bestemmingsplan aan de raad aangeboden. Hierdoor krijgt het college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad een goed beeld van de doorlopen stappen. Dit helpt bij de besluitvorming. De gemeenteraad beslist over het initiatief. Waarom verschuilt de gemeente zich achter de projectontwikkelaar en is zijzelf niet de partij die
bijeenkomsten organiseert?
De gemeente vindt het belangrijk dat de omgeving betrokken wordt bij nieuwe initiatieven. De gemeente voert altijd regie op de inhoud van deze bijeenkomsten, los van wie die organiseert. De inhoud kan per locatie anderszijn, daarom wordt er altijd gekeken naar de behoefte van de omwonenden om vervolgens een bijeenkomst op maat te houden. Waarom praat de gemeente niet eerst met de omwonenden voordat er besloten wordt over een
principeverzoek?
Een principeverzoek en het collegebesluit daarop is altijd pas een eerste, korte scan op wenselijkheid (vanuit beleid) en (technische) haalbaarheid van een plan dat wordt ingediend door een particulier, bedrijf of projectontwikkelaar. Het collegebesluit erop heeft geen status in die zin dat het plan dan zomaar door kan gaan. Bijna altijd wordt door het college aan de verzoeker meegegeven dat uitwerking in een bestemmingsplanprocedure nog noodzakelijk zal zijn en vaak ook -zoals in het geval van Sluis Noord 14dat de verzoeker eerst verder met omwonenden moet gaan praten. Binnen de bestemmingsplanprocedure volgen bovendien formele mogelijkheden tot het indienen van zienswijzen en het instellen van beroep. Welke afspraken zijn er in het verleden al gemaakt tussen Rijksvastgoed/Rijkswaterstaat, de gemeente en Blok8? De omwonenden willen inzage in de stukken. Over de locatie Sluis Noord 14 heeft de gemeente eerst in zomer 2018 een principeverzoek van het Rijksvastgoedbedrijf ontvangen. Het Rijksvastgoedbedrijf gaf daarin aan dat het pand en omliggende grond wilde afstoten en had daarbij een milieuruimtescan meegestuurd waarin de mogelijkheden voor de locatie waren afgepeld op grond van het geldende beleid en de geldende regelgeving, waaronder de regelgeving van Rijkswaterstaat. Het principeverzoek van hetRijksvastgoedbedrijf betrof op dat moment slechts de
vraag aan het college om in te stemmen met de inhoud van de milieuruimtescan, zodat
Rijksvastgoedbedrijf verder zou kunnen met de verkoop. Uit de milieuruimtescan bleek dat een transformatie van voormalig steunpunt naar de woonfunctie of naar lichte bedrijvigheid mogelijk zou kunnen zijn. Het collegebesluit op dit eerste principeverzoek betrof in die zin ‘slechts’ het standpunt van het college dat de inhoud van de milieuruimtescan inderdaad klopte. Verder kon het standpunt van het college niet gaan omdat er simpelweg geen concreet plan was en nog geen koper was. Met andere woorden: het college heeft in 2018 slechts kaders gesteld toen het pand nog nietin de verkoop was gezet door het Rijksvastgoedbedrijf, met daarbij uitdrukkelijk het verzoek dat de nieuwe eigenaar direct contact zou opnemen met de gemeente om te kijken of een concreet plan inderdaad nog zou passen binnen die kaders.
Na dit eerste standpunt (10 november 2018) is het rond de locatie en vanuit het Rijksvastgoedbedrijf lange tijd stil gebleven omdat het Rijksvastgoedbedrijf de verkoop voorbereidde. Begin 2020 werd bij gemeente bekend dat projectontwikkelaar Blok8 de locatie had aangekocht en daarbij dacht aan transformatie naar een woongebouw. Blok8 heeft daarna zelf een plan gemaakt, waarbij Blok8 voorgesteld heeft om het pand op de bestaande footprint te herbouwen en daarbinnen 31 appartementen te realiseren. Omdat dit een concreet plan betrof, ten opzichte van de milieuruimtescan van het Rijksvastgoedbedrijf, is Blok8 verzocht om opnieuw een principeverzoek in te dienen. Dit is het principeverzoek waarop het college op 14 december 2021 heeft gereageerd met een principestandpunt. Daarbij heeft het collegein principe ingestemd met het plan maar een heleboel voorwaarden meegegeven, waaronder spreken met
omwonenden en een formele (bestemmingsplan)procedure. Zie ook het antwoord onder vraag 4.
Waarom wordt een besluit op een principeverzoek niet gepubliceerd? Alleen besluiten die vanuit de Algemene wet bestuursrecht moeten worden bekend gemaakt worden gepubliceerd, zoals bij beschikkingen, verordeningen of het verlenen van een vergunning.
Een collegebesluit op een principeverzoek heeft echter geen status binnen de Algemene wet bestuursrecht. Het is een standpunt van het college dat een initiatief wel of niet door zou kunnen gaan naar een formele procedure, meestal een bestemmingsplanprocedure. Ook geeft het collegebesluit vaak allerlei voorwaarden mee waarmee de verzoeker aan de slag moetbij de verdere uitwerking naar die
formele procedure. De wekelijkse besluitenlijst is wel altijd openbaar en een collegebesluit is altijd op te vragen. Dit wordt in ieder geval regelmatig gedaan door raadsleden en de pers. In hoeverre is de procedure al rond en is alles al vastgelegd en is deze inspraak meer voor de show? Is er
een kans dat de plannen zoals die worden gepresenteerd niet doorgaan? De bestemmingsplanprocedure is nog niet rond. Sterker nog: deze is nog niet gestart. Blok8 heeft op dit moment de bestemmingsplanprocedure aangevraagd bij het college op basis van het collegestandpunt van 14 december 2021. De procedure start echter pas daadwerkelijk als het ontwerpbestemmingsplan voor 6 weken ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze ter inzage legging kan iedereen een zienswijze indienen. Na die 6 weken heeft het college 12 weken om het vast te stellen bestemmingsplan aan de gemeenteraad aan te bieden voor het eindoordeel. Het bestemmingsplan moet straks aantonen dat er voldaan kan worden aan een goede ruimtelijke ordening en aan alle andere regels, zoals die van Rijkswaterstaat en van de provincie. Hiervoor is een goede onderbouwing noodzakelijk en zijn o.a. ook onderzoeken nodig om dit aan te kunnen tonen. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad of de bestemming gewijzigd kan worden in de bestemming ‘Wonen’
en dus of de plannen die worden aangeboden aan de raad wel of niet doorgaan. Waarom nu bouwen op juist deze plek, terwijl er ook plannen zijn voor bouwen in De Geer 3? En waarom
wordt er al vele jaren gesproken over De Geer 3, terwijl daar nog steeds niet wordt gebouwd?
In De Geer III kan pas over 5 of 6 jaar worden gebouwd en daarnaast voorziet de Geer II niet in de gehele woningbehoefte. Ook op andere locaties wil de gemeente woningen toevoegen om uiteindelijk de tekorten te kunnen opvangen. Het is dus en/en. Is bouwen hier inbreiding of uitbreiding, het ligt immers buiten de bebouwde kom en dusin het
buitengebied? De provincie Utrecht stelt in haar Interim-Omgevingsverordening kaders voor de maximale ontwikkelingsmogelijkheden in de gebieden buiten de rode contour. Volgens de InterimOmgevingsverordening ligt het projectgebied net buiten de rode contour, in de kernrandzone van Wijk bij Duurstede. In deze kernrandzone zijn meer ontwikkelingen mogelijk dan verderop in het ‘echte’ buitengebied. Denkbare ontwikkelingen zijn herbestemming van al bebouwde terreinen. Daar is hier sprake van. Het plan van Blok8 betreft de herontwikkeling van een pand en terrein dat er al ligt. Dit past
binnen de regels van de provincie Utrecht. 10. In hoeverre is het unieke karakter van deze omgeving meegewogen in het collegevoorstel rond het principeverzoek? Om de nieuwbouw niet los te laten gaan zweven in zijn omgeving is landschapsinpassing op het betrokken kadastrale perceel noodzakelijk. Voor de transformatie van industriële locatie naar woonomgeving moet
projectontwikkelaar daarom een specialistisch adviseur betrekken. De ervenconsulent van Mooisticht kan vervolgens het inrichtingsplan toetsen. De locatie is overigens welstandsvrij wat betekent dat de nieuwe bebouwing zelf niet door de welstandscommissie hoeft te worden beoordeeld. 11. Op grond waarvan maakt de gemeente de afweging dat bouwen op deze plek mogelijk gemaakt moet
worden?
De gemeente (i.c. het college van b & w) heeft hierbij gekeken naar de regels die de provincie geeft en alle
technische aspecten, zoals regels van Rijkswaterstaat en naar of de locatie goed ontsloten kan worden.
Vanuit de provinciale regels (zie antwoord op vraag 9) is duidelijk dat het pand herontwikkeld zou kunnen
worden, maar dan met een andere functie dan steunpunt.
Daarnaast heeft de gemeente gekeken naar of er behoefte is aan deze vorm van woningbouw. 12. Hoe kan de gemeente in principe meewerken aan een initiatief dat zo ingrijpend is voor de omgeving als die ‘op de sluis’ en dat zo’n grote impact zal hebben op de sfeer en het woongenot?
Zie antwoord vraag 11.
13. Hoe merken omwonenden dat de gemeente er ook is om hun belangen te behartigen? De gemeente Wijk bij Duurstede vindt het belangrijk dat ideeën en plannen voor een goede woon- en
leefomgeving op een goede manier worden ontwikkeld. Het betrekken van omwonenden en belanghebbenden is daar een belangrijk onderdeel van. De verantwoordelijkheid voor het betrekken van u en andere belanghoudersligt bij de initiatiefnemer van het plan. Hetis belangrijk om als
omwonende/belanghebbende te weten wanneer u betrokken wordt, hoe u mee kunt denken en op welke manier u kunt aangeven wat u van een initiatief vindt. Vanuit de Omgevingswet (2022) is het de plicht van initiatiefnemers om aan te geven of en hoe inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties bij een initiatief zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Hóe de initiatiefnemer dit doet mag hij of zij zelf weten. Als omwonende/ belanghebbende kunt u een initiatiefnemer aanspreken op deze plicht en vragen
hoe u betrokken gaat worden, zodat u uw belangen kunt inbrengen.
Voor het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad is het belangrijk om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de verschillende belangen die bij een initiatief spelen. Daarmee kan de gemeente een goede afweging maken en zorgvuldig en snel besluiten over het initiatief. Bij grote initiatieven is de gemeente graag betrokken om de belangen van alle participanten te behartigen en het participatieproces te begeleiden. Wanneer u het niet eens bent met een besluit van de gemeente over een initiatief, heeft u altijd de mogelijkheid om uw belangen te behartigen in een van onderstaande formele procedures: e
zienswijze bij de aanvraag tot aanpassing bestemmingsplan;
e
bezwaar na afgifte omgevingsvergunning of bij definitief besluit herziening Omgevingsplan;
e
in beroep bij de Rechtbank of de Raad van State
14. Er wordt gesproken dat de gemeente onderzoekt hoe hier passend gebouwd kan worden, in hoeverre vindt de gemeente de bouw van 3 tot 4 bouwlagen en 31 extra woningen passend op een plek als deze? Met
welke criteria beoordeel je in hoeverre een gebouw passendis in de omgeving ervan?
De twee beoogde bouwblokken hebben een grotere bouwmassa dan het te slopen kantoorgebouw, maar
op deze bijzondere locatie is dat passend. De bestaande aanliggende eengezinswoningen hebben een bouwhoogte van 2 lagen plus kap. De sluisdeuren hebben een hoogte van circa 30 meter. Daarbij is het
gebied zeer grootschalig en ruim ingedeeld. Extra bebouwingsmassa, die een overgang creëert tussen de woningen en de sluizen, wordt stedenbouwkundig passend geacht. 15. Hoe kan het dat de gemeente wel bereid is tot meewerken aan het mogelijk maken van zo’n hoog en groot complex, terwijl tot nu toe zeer moeilijk wordt gedaan over vergunningaanvragen van iets te hoge schuren of garages? De beoordeling van een hogere schuur of garage heeft niet te maken met de herbouw van een voormalig steunpunt. Voor bijgebouwen bij woningen gelden algemene regels die voor iedereen in de bebouwde kom gelden, ongeacht of er wel of geen nieuwe woningen in de buurt mogen worden gebouwd.
16. Is het zo dat als een projectontwikkelaar/initiatiefnemer maar voldoet aan alle beleidseisen deze dan min of meer automatisch medewerking krijgt?
Nee, de gemeente heeft alle beleid en alle regels bekeken en weegt dan nog altijd af of het zinvol en wenselijk is om mee te werken. Bij deze locatie is de behoefte aan nieuwe, kleinere woningen ook
meegewogen. 17. Houdt de gemeente rekening met een toename van overlast van verkeer en drugsdealen door de bouw van deze woningen? In het bestemmingsplan wordt getoetst hoeveel verkeersbewegingen erbij komen en of dit acceptabel is
voor de ontsluitingsweg. Uit een eerste onderzoek blijkt dat de verkeersaantrekking van de nieuwe
appartementen goed op te vangen is door de al bestaande wegenstructuur. Voor wat betreft overlast door drugsdealers: er is geen aangetoond verband tussen nieuwbouw van woningen en toename van drugsdealen of -gebruik. Dat er een toename van drugsdealen op het terrein zal komen is dus niet zonder
meer aannemelijk. Het omgekeerde zou ook waar kunnen zijn, namelijk dat eventuele drugsoverlast juist
afneemt omdat het terrein netjes wordt gemaakt ten opzichte van de huidige verwaarloosde situatie van het terrein. 18. Welke en hoeveel bomen moeten er worden gekapt om hier te kunnen bouwen in deze omvang? Dit is op dit moment nog niet bekend en weten we pas bij de verdere uitwerking van het
bestemmingsplan. 19. Vergelijkbare woningen op andere plekken in de regio hebben een monumentale status, waarom geldt dat niet voor de woningen op het sluiscomplex? De woningen langs de sluis hebben geen monumentale nog een cultuurhistorische waardering of aanduiding ‘karakteristiek’. Bij de inventarisatie voor de Cultuurhistorische Waardenkaart zijn deze woningen ook niet naar boven gekomen als bijvoorbeeld een bespreekgeval. Waarschijnlijk omdat de woningen al behoorlijk zijn verbouwd/uitgebreid (er is inmiddels zelf 1 volledig gesloopt). Er is nog wel wat origineels afleesbaar maar onvoldoende om als cultuurhistorisch waardevol aan te merken. Alleen het sluizencomplex heeft een hoge cultuurhistorische waardering gekregen.
Dit heeft verder geen invloed op een beoordeling van eventuele nieuwbouw op deze locatie. Als het om het bouwen gaat bij of naast een monument wordt op dit moment alleen gekeken als het op hetzelfde perceel ligt. 20. Er gaan signalen dat er al plannen zijn om de riolering aan te passen/ aan te leggen voor deze nieuwbouwplannen, klopt dat? Dit klopt niet. Het staat de ontwikkelaar overigens wel vrij om aanpassingen te doen op zijn perceel binnen de geldende regelgeving. Dit wordt echter vaak pas gedaan wanneer de plannen definitief zijn en de vergunningen verleend zijn omdat hier veel kosten mee gemoeid gaan. Wel doet de ontwikkelaar af en toe
onderzoeken in het kader van de bestemmingsplanprocedure. Ook dat staat de ontwikkelaar vrij.
22. Is er een calamiteitenplan binnen de gemeente met betrekking tot de risico’s van de scheepvaart in en rond de sluis? Nee dat is er niet. De veiligheidsrisico’s (plaatsgebonden risico en groepsrisico) zijn berekend en vallen binnen de normen. Uit de milieuruimtescan die het Rijksvastgoedbedrijf al had uitgevoerd voordat ze naar het college kwamen was al gebleken dat er geen overschrijding van de daartoe gestelde normen zal plaatsvinden voor een
nieuwe functie. 23, Hoe wordt ervoor gezorgd dat alle vragen en reacties van de omwonenden bij het college van b&w en de gemeenteraad terecht komen? Alle documentatie inclusief de vragen en antwoorden worden als bijlage bij het bestemmingsplan aangeboden. Het bestemmingsplan moet eerst door het college en vervolgens door de raad worden goed gekeurd.
23. Wanneer gaat de gemeente (zonder Blok8 en andere partijen) in gesprek met de omwonenden over deze plannen? En met wie vanuit de gemeente vindt zo’n gesprek plaats? Deze vond plaats op 7 juli 2022 samen met wethouder Buijtelaar. 22.
Gaat de politie straks handhaven op het terrein? Dit kan de gemeente niet op voorhand zeggen. Bij onveilige situaties of constatering van overtredingen kan de politie altijd gebeld worden. De inzet van politie staat echter los van de nieuwbouwplannen.
23. Eventueel wordt een WOB verzoek overwogen om de processen en afspraken te kunnen controleren.
Een WOO-verzoek indienen is altijd mogelijk.
Beantwoording vragen aan Blok8 Sluis Noord n.a.v. gesprekstafels 19 mei 2022
1. Welke afwegingen zijn er allemaal te maken bij een initiatief als deze / dit initiatief? Als initiatiefnemer dien je een plan te ontwikkelen dat aansluit op de visie en het beleid van de gemeente. Je hebt te maken met beleidsstukken, maar ook met wet- en regelgeving. Bij een dergelijk initiatief als voor de
Sluis Noord heb je o.a. rekening te houden met de Omgevingsvisie stedelijk gebied, de Woonvisie, Nota
parkeernormen, het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan, beleidsnota- en kaart archeologie, groenstructuurplan, beleidsregels geluid, convenant klimaat adaptief bouwen en Water en rioleringsplan.
2. Wat is de verwachting dat gestart kan worden met de bouw? Dit is afhankelijk van het verloop van de door te lopen procedures. Op zijn vroegst kan er gestart worden met de bouw in het derde kwartaal van 2023.
3.
Welke opdracht heeft de architect meegekregen: Moest de architect een ontwerp maken met een minimaal
aantal appartementen, bouwvolume, en dat inpassen in de beschikbare ruimte of moest hij een ontwerp maken
passend bij de bestaande bouw en passend in de omgeving? Voorafgaand aan het ontwerptraject wordt de doelgroep met de woningtypologieën bepaald. Dit zijn de uitgangspunten om een ontwerp te maken die passend is in de omgeving en dat aansluit bij de visie en beleidsdocumenten van de gemeente en Provincie.
4.
Wie gaat het terrein straks onderhouden?
Het terrein zal door de eigenaar onderhouden worden.
5. Hoe is Bob bij de gemeente gekomen voor het initiatief? Als projectontwikkelaar houdt je gebouwen met potentiële herbestemmingsmogelijkheden in de gaten. Het voormalige steunpunt van Rijkwaterstaat aan de Sluis Noord 14 was al enkele jaren buiten gebruik. Zo'n pand houdt je als projectontwikkelaar in de gaten om te kijken wat de eigenaar er mee gaat doen. Rijksvastgoedbedrijf heeft bepaald het object te verkopen en heeft een openbare verkoop gehouden. Tijdens de verkoopprocedure heeft Blok8 (met zijn adviseurs) nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een bestemmingswijziging en een bod uitgebracht. Het bod van Blok8 was de hoogste bieding. Na de koop heeft Blok8 de gemeente officieel benaderd met een planinitiatief voor een herbestemming van de locatie. In een principeverzoek heeft Blok8 aan het College van Burgemeester en Wethouders de vraag gesteld of men zou willen meewerken aan een bestemmingsplanwijziging naar Wonen’ voor de locatie.