Bijlage 1 bij de toelichting - Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Uw referentie Monstercode
: :
ASB01 02 (130-180) 7139290
Opmerking bij het monster:
-
De aangeboden monsterhoeveelheid voldoet niet aan de eis conform NEN 5898.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QYYL-XBEJ-NLFQ-FTBQ
Ref.: 1339066_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1339066 : 36253-Sluis Noord 14 Wijk bij Duurstede : Grondslag Kamerik
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
uw monsterref.
uw diepte
uw barcode
7139290
02
1.3-1.8
1703990MG
ASB01 02 (130-180)
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QYYL-XBEJ-NLFQ-FTBQ
Ref.: 1339066_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1339066 : 36253-Sluis Noord 14 Wijk bij Duurstede : Grondslag Kamerik
Analysemethoden Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QYYL-XBEJ-NLFQ-FTBQ
Ref.: 1339066_certificaat_v1
BIJLAGE V
Toetsingskader bodem De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Hierin zijn de achtergrondwaarden (grond), streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) gedefinieerd. De tussenwaarde is het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond-/ streefwaarde en de interventiewaarde. Overschrijdingen van de normen kunnen worden geïnterpreteerd als een: lichte verhoging: gehalte > achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) matige verhoging: gehalte > T-waarde (tussenwaarde) sterke verhoging: gehalte > interventiewaarde De meetwaarden worden gecorrigeerd naar een standaard bodemtype met 25% lutum en 10% organische stof. Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden berekend en getoetst via de landelijke toetsingsmodule BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice). De normen geldend voor grond voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Alleen als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron (menselijk handelen), kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige normen. Het gehalte barium moet wel gemeten blijven worden.
Conform de Wet bodembescherming (Wbb) is de ernst van de verontreiniging gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ te spreken, dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ bodemvolume grondwater de interventiewaarde te worden overschreden. Ook moet de verontreiniging zijn ontstaan vóór 1987. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. In de praktijk wordt een sanering alleen verplicht gesteld indien sprake is van actuele risico’s, of indien dat bij een functiewijziging (bijvoorbeeld bouw) noodzakelijk is. Bij ongewijzigd gebruik en de afwezigheid van risico’s wordt bij een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987) geen termijn aan de saneringsverplichting opgelegd. Indien de verontreiniging geheel of grotendeels na 1 januari 1987 is ontstaan, is sprake van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. Vanuit de zorgplicht in de Wet bodembescherming dient een nieuw geval van bodemverontreiniging, ongeacht de mate en omvang van de verontreiniging, in beginsel terstond te worden verwijderd. Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de grond kunnen bij een verkennend onderzoek (indicatief) worden getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Voor een definitief oordeel is echter een AP04 partijkeuring nodig.
In het generieke kader wordt onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsklassen voor hergebruik: Altijd Toepasbaar, Wonen en Industrie. Bij hogere gehalten dan de maximale waarde Industrie, is er sprake van Niet Toepasbare grond. Er wordt voldaan aan de eisen voor ‘Altijd Toepasbaar’ indien de gehalten de Achtergrondwaarden niet overschrijden. Afhankelijk van het aantal geanalyseerde stoffen mag voor een aantal parameters de Achtergrondwaarde wel worden overschreden met maximaal een factor twee, mits de maximale waarde Wonen niet wordt overschreden (uitgezonderd nikkel). Bij analyse op het standaardpakket is deze overschrijding toegestaan voor maximaal twee parameters.
Toetsingskader asbest Voor asbest in grond en puin geldt een interventiewaarde respectievelijk gewogen grenswaarde van 100 mg/kg ds. Gewogen betekent dat de toetswaarde op de volgende manier wordt berekend: toetswaarde = gehalte serpentijn (chrysotiel) + 10 x gehalte amfibool (crocidoliet, amosiet, etc) Wanneer de interventiewaarde voor asbest in de bodem wordt overschreden, dient conform de Wet bodembescherming een uitspraak te worden gedaan over de risico’s van de verontreiniging bij het huidig en toekomstig gebruik, op basis van een milieuhygiënisch saneringscriterium. Voor asbest geldt hiervoor het ‘Protocol Asbest’, opgenomen als bijlage in de hierboven genoemde circulaire. Verhardingslagen waarin asbest wordt aangetroffen in een gehalte groter dan de grenswaarde worden beschouwd als een ‘asbestweg’ en vallen daarmee onder het Besluit asbestwegen Wms. Het bevoegd gezag is in dat geval de Inspectie van Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Volgens dit besluit dient een asbestweg te worden afgedekt of te worden verwijderd om het risico van blootstelling aan asbest te voorkomen. Voor asbest in grond en puin geldt geen achtergrondwaarde. De interventiewaarde voor asbest ligt op het niveau van verwaarloosbaar risico. Grond en puin met een asbestgehalte kleiner dan de interventiewaarde kan worden beschouwd als niet asbestverontreinigd.
Toetsing verkennend onderzoek Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem met asbest, waarbij een indicatief gehalte wordt bepaald. Met een verkennend onderzoek wordt het asbestgehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. De toetswaarde voor nader onderzoek bedraagt hiermee 50 mg/kg ds. Indien het asbestgehalte uit het verkennend onderzoek kleiner is dan 50 mg/kg ds geldt er geen noodzaak tot nader onderzoek. Bij een asbestgehalte groter dan 50 mg/kg ds dient er wel nader onderzoek te worden uitgevoerd.
Verklarende woordenlijst Wet bodembescherming (Wbb): Deze wet is er vooral op gericht om in het belang van het milieu regels te stellen om bodemverontreiniging te voorkomen, te onderzoeken en te saneren. NEN-5725: Richtlijn voor gedegen vooronderzoek. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijke onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie dient om te komen tot een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. NEN-5740: Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De norm is van toepassing op verkennend onderzoek van zowel onverdachte als verdachte locaties. Standaard NEN analysepakket grond en grondwater Boven- en ondergrond
Grondwater
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink)
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK)
*
Polychloorbifenylen (PCB)
*
Minerale olie
*
*
Vluchtige aromaten (BTEXSN)
*
Vluchtige chlooralifaten (VOCl)
*
m-mv: diepte in meter minus maaiveld pH en EC: zuurgraad en Geleidingsvermogen NTU: de eenheid waarin troebelheid (van onder andere) water wordt uitgedrukt. Streefwaarde: deze waarde geeft voor grondwater aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem Achtergrondwaarde: deze waarde is voor grond vastgesteld op basis van de gehalten zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Interventiewaarde: Is de waarde die het kwaliteitsniveau aangeeft, waarop de functionele eigenschappen van de bodem, voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen tot worden verminderd. INEV: Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging, voor stoffen waarvoor geen interventiewaarde is opgesteld. T-waarde (tussenwaarde): Is voor grondwater gelijk aan (streefwaarde+interventiewaarde)/2 en voor grond gelijk aan (achtergrondwaarde+interventiewaarde)/2. Overschrijding van de T-waarde geeft aan dat er mogelijk een aanvullend/nader onderzoek nodig is. Maximale Waarde wonen (MWw): deze waarde geeft de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden voor de functie ‘wonen’.
Maximale Waarde industrie (MWi): deze waarde geeft de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden voor de functie ‘industrie’. Gebruikte afkortingen van stoffen: Ba
Barium
Olie
Minerale olie
Cd
Cadmium
VAK
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
Co
Kobalt
B
Benzeen
Cu
Koper
T
Tolueen
Hg
Kwik
E
Ethylbenzeen
Pb
Lood
X
Xylenen
Mo
Molybdeen
S
Styreen
Ni
Nikkel
Naft.
Naftaleen
Zn
Zink
VOCl
Vluchtige Organochloorverbindingen
PAK
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen
PCB
Polychloorbifenylen
Oer: een inspoelingslaag van sesqui-oxiden (aluminium- en ijzeroxiden) boven de hoogste grondwaterstand. De oxiden zijn afkomstig van hoger gelegen bodemhorizonten. Oer is vaak harder dan het bodemmateriaal zelf. Gley: (oranje-bruine) ijzer-/roestvlekken die worden gevormd als gevolg van een fluctuerende grondwaterstand. Gley komt, in tegenstelling tot oer, niet voor in hardere brokjes maar uit zich voornamelijk in kleurverschil.
Conserveringstermijnen In enkele gevallen kan analyse van een monster niet plaatsvinden binnen een vastgestelde conserveringstermijn. Ook voor dit onderzoek heeft een overschrijding van de conserveringstermijn plaatsgevonden in verband met het uitsplitsen van een mengmonster en/of het inzetten van aanvullende analyses. Dit leidt tot een opmerking in de bijlagen bij een analysecertificaat. Het betreft een afwijking op het SIKB-protocol 3001. De maximale conserveringstermijn is stofafhankelijk. Voor enkele vluchtige verbinden (aromaten) geldt een termijn van 4 dagen. Voor droge stof bedraagt de termijn 7 dagen. Overige stoffen hebben een langere conserveringstermijn (PAK 14 dagen, organische stof 28 dagen). Conserveringstermijnen zijn opgesteld in SIKB-protocol 3001 (2-10-2014). De conserveringstermijn is vastgesteld op de periode waarbinnen de standaardafwijking van het meetresultaat niet meer dan 2,5 of 5 % bedraagt (afhankelijk van het monstertype). Analyse op droge stof vindt bij elke grondanalyse plaats. Overschrijding van een conserveringstermijn vindt derhalve veelal plaats op basis van deze parameter (termijn 7 dagen). Omegam Laboratoria heeft eigen onderzoek verricht naar de conserveringstermijn van droge stof (rapportage juni 2007, verricht conform NEN-ISO 11465 en gevalideerd op basis van SIKB project 55).
Uit het rapport blijkt dat de gehaltes droge stof bij een conserveringstermijn van tenminste 42 dagen niet afnemen. Overschrijding van een conserveringstermijn bedraagt over het algemeen niet meer dan enkele dagen. In die tijd worden de monsters altijd koel en donker bewaard. Gezien de geringe standaardafwijking van 2,5 of 5 % waarop een conserveringstermijn is gedefinieerd, wordt gesteld dat een meetresultaat bij een geringe overschrijding van de conserveringstermijn, ook slechts in geringe mate kan afwijken van het daadwerkelijke gehalte op het moment van monstername.
BIJLAGE VI
Verkennend bodemonderzoek Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede Zaaknummer: 105006991
16 november 2017
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
Verantwoording Titel Opdrachtgever Projectleider Auteur(s)
Verkennend bodemonderzoek Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede Rijksvastgoedbedrijf Annemarie van Biemen Roos Heistek
Projectnummer
R.J. (Roderick) Diekstra en D. (Daan) Laman (certificaatnummer: K54913) 1261158
Aantal pagina's
22 (exclusief bijlagen)
Datum
16 november 2017
Uitvoering veldwerk
Handtekening
Colofon Tauw bv BU Meten, Inspectie & Advies Zekeringstraat 43 g Postbus 20748 1001 NS Amsterdam Telefoon +31 20 60 63 22 2
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Tauw. Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij Tauw hoge prioriteit. Tauw hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd dan wel geaccrediteerd volgens: -
NEN-EN-ISO 9001 VCA**-certificering voor veilig werken bij meet- en inspectieactiviteiten en bodemsaneringen, ook in risicogebieden railinfra Er zijn analyses uitgevoerd door het NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van AL-West Tauw bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018.
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
3\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
4\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
Inhoud Verantwoording en colofon .......................................................................................................... 3 Samenvatting ................................................................................................................................. 7 1
Inleiding .......................................................................................................................... 9
2
Vooronderzoek ............................................................................................................ 10
2.1 2.2
Algemeen ...................................................................................................................... 10 Historische gegevens (bodemgebruik en -onderzoeken) .............................................. 11
2.2.1
Voormalig en huidig bodemgebruik ............................................................................... 11
2.2.2 2.2.3
Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart ................................................................. 11 Historische en verdachte activiteiten op en nabij de locatie .......................................... 12
2.2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie ............................. 12
2.2.5 2.3
Locatieinspectie ............................................................................................................. 13 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ................................................................. 14
2.4
Conclusie vooronderzoek .............................................................................................. 15
2.5
Hypothese ..................................................................................................................... 15
3
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden............................................ 16
3.1 3.2
Veiligheid en kwaliteit .................................................................................................... 16 Opzet en uitvoering van het veldonderzoek .................................................................. 16
3.3
Uitgevoerde werkzaamheden ........................................................................................ 17
3.4 3.4.1
Resultaten van het veldonderzoek ................................................................................ 17 Veldwaarnemingen ........................................................................................................ 17
4
Chemisch-analytisch onderzoek ............................................................................... 18
4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ............................................. 18
4.2
Chemisch-analytisch onderzoek ................................................................................... 18
4.3 4.3.1
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ............................................................. 19 Verontreinigingssituatie grond ....................................................................................... 19
4.4
Toetsing van de hypothese ........................................................................................... 20
5
Conclusies en aanbevelingen .................................................................................... 21
5.1
Aanleiding en doelstelling .............................................................................................. 21
5.2
Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................... 21
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
5\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
Bijlage(n) 1 Regionale ligging van de onderzoekslocatie 2 3
6\22
Kadastrale gegevens Historische kaarten
4
Foto’s locatie-inspectie
5 6
Ligging kabels en leidingen (KLIC) Kaart met situering monsternemingspunten
7
Boorprofielen
8 9
Toetsingskader Getoetste analyseresultaten
10
Analysecertificaten
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
Samenvatting
Onderzoekslocatie: Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kadastrale aanduiding: Wijk bij Duurstede, sectie E, nummer 3141
Type onderzoek: NEN 5725 en NEN 5740 Aanleiding: Voorgenomen onroerende zaaktransactie
Doelstelling: Vaststellen bodemkwaliteit voorafgaand aan onroerende zaaktransactie
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan:
De bovengrond op de locatie is maximaal licht verontreinigd De ondergrond is lokaal sterk verontreinigd met PAK en is afgeperkt tot een volume van < 25 m3 en betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging.
In de overige monsterpunten van de ondergrond zijn maximaal licht verontreinigd De grondwaterstand bevindt zich dieper dan 5 m -mv
Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de milieukundige kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de onroerende zaaktransactie van de locatie. Indien op de locatie bij werkzaamheden grond vrijkomt dan is deze niet zondermeer geschikt voor hergebruik buiten de locatie. Voor toepassing van grond en bouwstoffen buiten de locatie is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
7\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
8\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
1 Inleiding In opdracht van Rijksvastgoedbedrijf heeft Tauw een standaard vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is de voorgenomen onroerend zaaktransactie. Het doel van het vooronderzoek is het vaststellen of op én direct grenzend aan de onderzoekslocatie verdachte deellocaties of bronnen aanwezig zijn, die verdacht zijn op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit op de locatie en specifiek bij de, binnen het vooronderzoek, gedefinieerde verdachte deellocaties. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt bepaald of er, vanuit de bodemkwaliteit, belemmeringen aanwezig zijn voor de onroerend zaaktransactie. Indien uit het onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit (mogelijk) een belemmering vormt voor het huidige of beoogde gebruik kan aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk zijn. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 57251 en de nadere eisen van het Rijksvastgoedbedrijf. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 57402. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek.
Op basis van de conclusies uit het vooronderzoek is de definitieve invulling van het verkennend bodemonderzoek en zijn de onderliggende onderzoekshypotheses vastgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden alsmede de veldwaarnemingen beschreven. Het chemisch-analytisch onderzoek (inclusief resultaten en interpretatie) is in hoofdstuk 4 opgenomen. De interpretatie van het gehele onderzoek, alsmede de conclusies en aanbevelingen zijn beschreven in hoofdstuk 5.
1
NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, januari 2009
2
NEN 5740: Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond,
januari 2009/A1:2016
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
9\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede. De locatie betreft een voormalig steunpunt van Rijkswaterstaat en is omgeven door de openbare weg van de Sluis Noord en de Lekdijk Oost, de percelen Rijksweg 55 en 57 en een weiland. In bijlage 1 is de regionale ligging van de onderzoekslocatie opgenomen. In de onderstaande tabel 2.1 zijn de belangrijkste kenmerken van de locatie weergegeven.
Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Locatiegegevens Adres
Sluis Noord 14
Postcode - plaats
3961 ML – Wijk bij Duurstede
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
Wijk bij Duurstede, sectie E, nummer 3141
X/Y-coördinaat
150362, 442232
Oppervlakte
2.543 m2
Verharding
Deels klinkers, deels onverhard
Bebouwing
Bedrijfspand, circa 800 m2
Huidig gebruik
Bedrijfslocatie
Toekomstig gebruik
Bedrijfslocatie
Voormalig historisch gebruik
Bedrijfslocatie, infrastructuur, weiland
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Industrie
Publieksrechtelijke beperkingen
Huisvestingsverordening, splitsingsvergunningstelsel, huisvestingswet 2014
Huidige eigenaar
De Staat (Infrastructuur en Milieu)
Toekomstige eigenaar
Onbekend
Archeologische waarden verwacht (IKAW3, 2008)
Nee
De kadastrale kaart en registratie is opgenomen in bijlage 2.
10\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
2.2 2.2.1
Historische gegevens (bodemgebruik en -onderzoeken) Voormalig en huidig bodemgebruik
Het voormalig bodemgebruik is onder andere afgeleid op basis van historische topografische kaarten. Deze zijn opgenomen in bijlage 3. Voormalig en huidig bodemgebruik De locatie is tot in het begin van de 20e eeuw in gebruik geweest als weiland. In de jaren ’50 zijn de Prinses Irenesluizen aangelegd, waarna de locatie is ontwikkeld. De locatie is in gebruik geweest als infrastructuur en groenstrook. Op basis van de BAG-viewer is in 1962 de locatie in zijn huidige vorm aangelegd. De locatie is in gebruik geweest als steunpunt van Rijkswaterstaat. Op dit moment is de locatie in tijdelijk gebruik door een klein bedrijf. Toekomstig gebruik In de toekomst wordt de locatie waarschijnlijk gebruikt als bedrijfslocatie.
2.2.2
Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart
Uit de bodemkwaliteitskaart van de Regio Zuidoost Utrecht (april 2015) blijkt het volgende.
Tabel 2.2 Gegevens bodemfunctiekaart en bodemkwaliteitskaart
Onderdeel
Klasse
Bodemkwaliteitszone
Boven- en ondergrond: kleigrond
Bodemfunctie
Landbouw
Bodemkwaliteitsklasse bovengrond (0,0-0,5 m -mv)
Landbouw/natuur
Bodemkwaliteitsklasse ondergrond (0,5-2,0 m -mv)
Landbouw/natuur
Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de Regio Zuidoost Utrecht is de locatie gelegen binnen de zone kleigrond. De gemiddelde kwaliteit van de bodem wordt geclassificeerd als ‘achtergrondwaarde’. In de bovengrond kunnen gemiddeld licht verhoogde gehalten koper, kwik, lood, zink en PCB worden aangetoond. Gemiddeld kunnen in de ondergrond gehalten met PCB aangetoond worden tot in klasse industrie. De P95-waarde van nikkel en PCB ligt binnen klasse industrie, voor kobalt, kwik en lood ligt deze binnen klasse wonen.
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
11\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
2.2.3
Historische en verdachte activiteiten op en nabij de locatie
Voor het inventariseren van de verdachte locaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht
Bodemloket
Locatieinspectie Topotijdreis.nl
Diverse GIS-bronnen
Tabel 2.3 Verdachte locaties
Locatie
Activiteit
Start
Eind
Status
Sluis Noord 14
Ondergrondse brandstoftank
Onbekend
Onbekend
Verwijderd (1996)
Bovengrondse brandstoftank
Onbekend
Onbekend
Niet aangetroffen
Ondergrondse brandstoftank
Onbekend
Onbekend
Verwijderd (2006)
Uit tabel 2.3 blijkt dat op de locatie twee ondergrondse brandstoftanks zijn verwijderd. Er staat een bovengrondse brandstoftank geregistreerd, deze is niet aangetroffen bij de locatieinspectie. 2.2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie
In onderstaande tabel 2.4 staan de uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de locatie weergegeven.
Tabel 2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvatting
Locatie
Sluis
Type
Onderzoeksbureau, Samenvatting
onderzoek
kenmerk, datum
BUS-evaluatie
Koenders &
Noord 14
Op basis van de saneringsevaluatie is over 15 m2 tot 0,5 m –mv
Partners, 101079, 7 met asbest verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. Dit is oktober 2011
iets ruimer dan in de BUS-melding aangegeven. De puntwanden en bodem zijn niet meer verontreinigd met asbest. De ontgraving is aangevuld met zand van klasse achtergrondwaarde.
Sluis
BUS-melding
Noord 14
Sluis Noord 14
Koenders &
In de BUS-melding is de intentie geuit om de verontreiniging met
Partners, onbekend, asbest aangetoond in onderstaande nader onderzoek geheel te
NO asbest
onbekend
ontgraven en af te voeren.
Koenders &
Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten
Partners, 100711,
van het onderzoek van Tauw uit 2010 (zie onderstaand). Tijdens
10 december 2010
het onderzoek zijn asbesthoudende fragmenten aangetroffen. Tevens is asbest aangetoond in de grond 0,5 – 20 mm. Het
12\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
Locatie
Type
Onderzoeksbureau, Samenvatting
onderzoek
kenmerk, datum gewogen gehalte asbest overschrijdt de interventiewaarde. De verontreiniging heeft een omvang van circa 5 m3 en is aanwezig in de bovengrond (0,0 – 0,5 m –mv). Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De verontreiniging is niet spoedeisend.
Sluis
VO
Noord 14
Acorius Advies,
Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de afstoting
1009001/rl, 5 maart
van het perceel. Op de locatie is een ondergrondse tank
2010
aanwezig sinds maart 1996. Tot 2005 zijn keuringsrapporten van de tank aanwezig. In 1996 is een oude ondergrondse olietank onder KIWA certificaat A017956 verwijderd aan de oostzijde van het perceel. Bij de verwijdering van de tank was een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen in de bovengrond bij het vulpunt. Bij de tank is geen verontreiniging aangetroffen. Uit het onderzoek is gebleken dat een matige verontreiniging met PAK is aangetoond in een mengmonster van de bovengrond. Het mengmonster is niet uitgesplitst. In de ondergrond is een lichte verontreiniging met PCB aangetoond.
Sluis
Tauw, R001-
Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van verkoop van de
Noord 14
VO + asbest
4727221CYH-irb-
locatie. Uit het onderzoek is gebleken dat de locatie verdacht is
(garages)
V02-NL, 12
op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Indicatief
augustus 2010
zijn gehalten boven de interventiewaarde aangetoond. De locatie is licht verontreinigd met zware metalen en PAK. Geadviseerd wordt om een nader bodemonderzoek naar asbest uit te voeren. Het grondwater is licht verontreinigd met barium.
Sluis
Certificaat
Hamer
Uit het verwijderingscertificaat blijkt dat een ondergrondse HBO-
Noord 15 tanksanering
Installatietechniek,
tank van 5000 liter is verwijderd ter plaatse van Sluis Noord 15
(nu 14)
W06040HA-03, 6
te Wijk bij Duurstede. De tank en leidingen zijn voorafgaand aan
maart 2006
de sanering gereinigd en de afvalstoffen zijn afgevoerd naar een erkend verwerker.
2.2.5
Locatieinspectie
Op 5 oktober 2017 is door de heer B.M. Celie van Tauw B.V. een locatieinspectie uitgevoerd. In bijlage 4 zijn foto’s en een tekening van de locatie met de bevindingen van de locatieinspectie opgenomen. Uit de locatieinspectie is gebleken dat de locatie grotendeels verhard is met klinkers. Tijdens de locatieinspectie was aan de noordzijde tegen het pand een deel van de bestrating opengebroken. De grond onder de klinkers bestond uit zintuiglijk schoon zand. Er zijn twee proefboringen geplaatst op de locatie.
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
13\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
In de boringen is tot 70 cm - verharding zintuiglijk schoon zand aangetroffen, hieronder tot circa 1,2 m -mv zand met een lichte tot matige bijmenging met metselpuin. Eén van de boringen is geplaatst ter plaatse van de in 2006 verwijderde tank. Hier is zintuiglijk geen minerale olie aangetroffen. Met een tankprikker is geprikt ter plaatse van de in 1996 verwijderde ondergrondse tank, deze is zoals verwacht niet aangetroffen. Aan de noordoostzijde van de locatie is op naastgelegen perceel een schuur met asbestverdacht dak aanwezig. Deze is niet aanwezig op de locatie. Het dak watert tevens niet af op de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de locatie waar in voorgaand onderzoek een asbestverdacht dak was waargenomen staan momenteel nieuwe garages. Rondom deze nieuwe garages is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In onderstaande tabel 2.5 zijn de geohydrologische gegevens en bodemopbouw weergegeven.
Tabel 2.5 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw
Onderdeel Grondwaterstromingsrichting eerste watervoerend
Noord
1
pakket
Stijghoogte grondwater (WVP 1)1 In grondwaterbeschermingsgebied
3,20 m +NAP 2
Nee (afstand circa 1,3 km)
Maaiveldhoogte3
9,3 m +NAP
Diepte freatisch grondwater4
1,2 - 2,5 m -mv
Geologie5
Klei/veen lagen op fijn zand, soms lemig
Dikte van de deklaag
5
Zout of brak grondwater6
5-10 m Nee
1
NAGROM, Nationaal Grondwater Model.
2
VEWIN, Provinciale overzichten win- en productiemiddelen
3
Topografische Dienst. Hoogtecijferkaart
4
RIVM (ed.) 1987, Kwetsbaarheid van het grondwater
5
Toegepaste Geologische kaart
6
Atlas van Nederland
Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden.
14\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
2.4
Conclusie vooronderzoek
Asbest Uit de bodemonderzoeken van Tauw uit 2010 en Koenders & Partners uit 2010 (zie tabel 2.3) blijkt dat destijds asbest boven de interventiewaarde is aangetoond op de locatie. In 2011 heeft een sanering plaatsgevonden waarbij de asbesthoudende grond is verwijderd, blijkt uit de BUSevaluatie van Koenders & Partners. De putwanden en putbodem zijn niet meer verontreinigd met asbest. Het perceel waar destijds de sanering heeft plaatsgevonden is inmiddels geen onderdeel meer van het perceel en er staan nieuwe garageboxen op. Op het overig deel van het terrein zijn geen asbestverdachte locaties aanwezig. Het aangetroffen asbestverdachte dak op naastgelegen perceel heeft geen invloed op de locatie. Derhalve achten wij een verkennend bodemonderzoek naar asbest niet noodzakelijk. Ondergrondse tanks Op de locatie zijn twee ondergrondse opslagtanks aanwezig geweest. Deze zijn beiden onder KIWA-certificaat verwijderd. Bij verwijdering bleek enkel een lichte verontreiniging met minerale olie in de bovengrond bij het vulpunt aan de oostzijde van de werkplaats. Tijdens de locatieinspectie zijn proefboringen gezet ter plaatse van de verwijderde tanks, waarbij geen oliewaarnemingen zijn gedaan. Derhalve achten wij de locaties van de tanks niet verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met minerale olie en worden deze niet als aparte deellocatie onderzocht.
Werkplaats Ter plaatse van de werkplaats worden geen bodembedreigende activiteiten uitgevoerd. De werkplaats is volledig verhard met beton. De werkplaats wordt niet als aparte deellocatie onderzocht. PAK-verontreiniging In voorgaand onderzoek van Acorius uit 2010 is in het mengmonster van de bovengrond direct rondom de werkplaats een matige verontreiniging met PAK aangetoond. Dit mengmonster is niet uitgesplitst. Aangezien de verontreiniging wordt gerelateerd aan puin in de bodem en niet aan een activiteit, wordt de locatie niet als aparte deellocatie onderzocht. In het verkennend onderzoek van de gehele locatie wordt extra aandacht besteedt aan het verhoogde PAK-gehalte.
2.5
Hypothese
Op basis van de bovenstaande gegevens worden geen aparte deellocaties gedefinieerd. De locatie wordt als één onderzoekslocatie onderzocht waarbij de volgende hypotheses worden opgesteld:
De locatie is niet verdacht op het voorkomen van verontreinigingen behoudens enkele
verhoogde achtergrondwaarden Op basis van voorgaand onderzoek is de locatie verdacht op het voorkomen van een matige verontreiniging met PAK in de bovengrond
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
15\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Veiligheid en kwaliteit
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is, ter voorkoming van schade aan kabels- en leidingen, een KLIC-melding uitgevoerd. In bijlage 5 is de kaart met geregistreerde kabels- en leidingen, die binnen en nabij het onderzoeksgebied aanwezig zijn, opgenomen. De veldwerkzaamheden die betrekking hebben op het vaststellen van de kwaliteit van de bodem zijn volledig uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKBprocescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek:
Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. Tauw bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Tauw bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is/wordt uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
3.2
Opzet en uitvoering van het veldonderzoek
Voor het verkennend bodemonderzoek is de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5740 gehanteerd:
Strategie voor een onverdachte locatie (ONV)
Het grondwater bevindt zich op basis van voorgaand onderzoek dieper dan 5,0 m –mv. Derhalve wordt geen grondwater onderzocht. In voorgaand onderzoek is een matige verontreiniging met PAK aangetoond in de bovengrond direct rondom het pand op de locatie. De deelmonsters van de boringen geplaatst nabij het pand worden apart geanalyseerd op PAK om na te gaan of een sterke verontreiniging met PAK aanwezig is.
16\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
3.3
Uitgevoerde werkzaamheden
De bemonstering van de grond is uitgevoerd op 13 oktober 2017. Het veldwerk is uitgevoerd door R. (Roderick) Diekstra. Naar aanleiding van de resultaten uit het verkennend onderzoek zijn vier aanvullende boringen geplaatst ter afperking van de aangetoonde PAK verontreiniging. De aanvullende boringen zijn geplaatst op 30 oktober door D. (Daan) Laman van Tauw bv (certificaatnummer K54913). In tabel 3.1 zin de uitgevoerde werkzaamheden samengevat. De situering van de monsterpunten is in bijlage 6 op kaartmateriaal weergegeven.
Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden
Veldwerk
Aantal
Monsterpuntnummers
Verkennend bodemonderzoek Boring tot circa 0,5 m -mv
9
2-5, 7-9, 11, 12
Boring tot circa 2,0 m -mv
3
1, 6, 10
4
101-104
1
1
Afperkende boringen i.v.m. PAK verontreiniging Boring tot circa 2,0 m -mv Indicatief asbestonderzoek Boring tot in de ongeroerde laag (Ø12 cm boor)
Aangezien de grondwaterstand zich dieper dan 5 m -mv bevindt is er geen peilbuis geplaatst. Het opgeboorde materiaal is in het veld beoordeeld op textuur, kleur en bijzonderheden. De bemonstering van de grond heeft plaatsgevonden per zintuiglijk afwijkende bodemlaag met een maximumtraject van 50 cm.
3.4 3.4.1
Resultaten van het veldonderzoek Veldwaarnemingen
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond plaatselijk in de zand en de plaatselijke kleilaag geen bijmengingen aangetroffen en is zintuigelijk schoon. In de ondergrond bij boring 1 zijn op een diepte van 1,2 tot 1,5 m -mv lichte bijmengingen met puin aangetroffen. In de overige boringen zijn in de ondergrond geen bijmengingen aangetroffen. Visueel is op het onverharde maaiveld geen specifiek asbestverdacht materiaal waargenomen. Voor een gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw en aanwezige bijmengingen wordt verwezen naar de boorprofielen. Deze zijn opgenomen in bijlage 7.
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
17\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
4 Chemisch-analytisch onderzoek 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
Het chemisch-analytisch onderzoek bestaat uit het analyseren van grond(meng)monsters. Voor de bepaling van de minimale analyse-intensiteit binnen het bodemonderzoek is aangesloten op de vereisten uit de NEN 5740. Afhankelijk van de bodemopbouw en het zintuiglijk waarnemen van bijzonderheden in de bodem kunnen extra analyses noodzakelijk zijn. Het NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van AL-West heeft de analyses conform AS3000 uitgevoerd.
4.2
Chemisch-analytisch onderzoek
Op basis van de, bij de veldwerkzaamheden gedane zintuiglijke waarnemingen en de ruimtelijke spreiding van de monsterpunten, zijn in het laboratorium grond(meng)monsters samengesteld voor analyse. In verband met de aangetroffen puin bijmengingen in de ondergrond bij boring 1 is een indicatief monster samengesteld en geanalyseerd op asbest. In tabel 4.1 is de monsterselectie en zijn de uitgevoerde analyses weergegeven.
Tabel 4.1 Monsterselectie en uitgevoerde analyses
Omschrijving
Deelmonsters
(meng)monster
Traject
Samenstelling
(m -mv)
en bijzonderheden*
Analysepakket
Verkennend bodemonderzoek MM01 (0,07-0,5)
2-1, 4-1, 5-1, 7-1, 8-1
0,1-0,5
zand
standaard-gr1
MM02 (0,3-1,0)
1-2, 6-3, 10-2, 10-3
0,3-1,0
zand
standaard-gr1
MM03 (1,0-2,0)
1-3, 1-5, 6-4, 6-5, 10-4, 10-5
1,0-2,0
zand
standaard-gr1
1 (0,07-0,5)
1-1
0,1-0,5
zand
PAK
6 (0,07-0,35)
6-1
0,1-0,4
zand
PAK
9 (0,07-0,5)
9-1
0,1-0,5
zand
PAK
10 (0-0,3)
10-1
0,0-0,3
zand
PAK
12 (0-0,5)
12-1
0,0-0,5
zand, stenen 1
PAK
3 (0-0,3)
3-1
0,0-0,3
klei
PAK
1 (1,2-1,5)
1-4
1,2-1,5
zand, puin 2
standaard-gr1
11 (0-0,5)
11-1
0,0-0,5
klei, stenen 1
PAK
MA
1-4
1,2-1,5
zand, puin 2
Asbest in grond
Afperkend onderzoek
18\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
Omschrijving
Deelmonsters
(meng)monster
Traject
Samenstelling
(m -mv)
en bijzonderheden*
Analysepakket
101 (1,0-1,5)
101-3
1,0-1,5
zand, puin 1
PAK
102 (1,0-1,5)
102-3
1,0-1,5
zand
PAK
103 (1,0-1,5)
103-3
1,0-1,5
zand
PAK
104 (1,0-1,5)
104-3
1,0-1,5
zand
PAK
*: De mate van bijmenging is als volgt weergegeven: 1= zeer licht/sporen, 2 = licht, 1
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK, minerale
olie (GC)
4.3
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten
Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater op de locatie zijn de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarden uit de Circulaire bodemsanering. De toetsingskaders zijn gedetailleerd beschreven in bijlage 8. In deze bijlage zijn ook de geldende toetsingswaarden voor grond opgenomen. De individueel getoetste analyseresultaten van de grond zijn opgenomen in bijlage 9. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 10. 4.3.1
Verontreinigingssituatie grond
In tabel 4.2 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten.
Tabel 4.2 Samenvatting toetsingsresultaten grond
(Meng)monster
Deelmonster
Diepte
> AW
>T
>I
-
-
-
(m -mv) Verkennend bodemonderzoek MM01 (0,07-0,5)
2-1, 4-1, 5-1, 7-1, 8-1
0,1-0,5
MM02 (0,3-1,0)
1-2, 6-3, 10-2, 10-3
0,3-1,0
PAK
-
MM03 (1,0-2,0)
1-3, 1-5, 6-4, 6-5, 10-4, 10-5
1,0-2,0
-
-
1 (0,07-0,5)
1-1
0,1-0,5
-
-
-
1 (1,2-1,5)
1-4
1,2-1,5
Hg, minerale olie
-
PAK
3 (0-0,3)
3-1
0,0-0,3
PAK
-
-
6 (0,07-0,35)
6-1
0,1-0,4
-
-
-
9 (0,07-0,5)
9-1
0,1-0,5
-
-
-
10 (0-0,3)
10-1
0,0-0,3
PAK
-
-
11 (0-0,5)
11-1
0,0-0,5
-
-
-
12 (0-0,5)
12-1
0,0-0,5
PAK
-
-
1,0-1,5
-
-
-
Afperkend onderzoek PAK verontreiniging 101 (1,0-1,5)
101-3
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
19\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
(Meng)monster
Deelmonster
Diepte
> AW
>T
>I
(m -mv) 102 (1,0-1,5)
102-3
1,0-1,5
-
-
-
103 (1,0-1,5)
103-3
1,0-1,5
-
-
-
104 (1,0-1,5)
104-3
1,0-1,5
-
-
-
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
In de bovengrond zijn maximaal achtergrondaarde overschrijdingen van PAK’s aangetoond. In de ondergrond is bij boring 1-4 op een diepte van 1,2 tot 1,5 m-mv een interventiewaarde overschrijding met PAK aangetoond. Deze verontreiniging is direct te relateren aan de aangetroffen puin bijmengingen of de voormalige tank. In het afperkend onderzoek zijn viertal aanvullende boringen geplaatst met als doel de omvang van de verontreiniging te bepalen. Uit aanvullende analyses zijn geen verontreinigingen met PAK aangetoond. De aangetoond PAK verontreiniging betreft een kleine lokale spot met een omvang van maximaal 25 m2 en betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging. In de overige monsterpunten zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen met PAK, kwik en minerale olie aangetoond. Asbest in grond In het indicatieve monster MA is analytisch geen asbest aangetoond. Ook in het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm zijn geen asbestverdachte vezels gevonden. De locatie kan daarom als niet asbestverdacht worden beschouwd.
4.4
Toetsing van de hypothese
Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt de hypothese dat de locatie verdacht is op het voorkomen van een verontreiniging met PAK in de bovengrond direct rondom het pand verworpen. In de bovengrond zijn maximaal lichte verontreinigingen aangetoond. Echter bij één monsterpunt is in de ondergrond een interventiewaarde overschrijding met PAK aangetoond. Uit het afperkend onderzoek zijn geen verontreinigingen met PAK aangetoond. In bijlage 6 is de contour van de verontreiniging in de ondergrond opgenomen. De hypothese dat het overig deel van de locatie niet verdacht is op het voorkomen van verontreinigingen behoudens enkele verhoogde achtergrondwaarden is aangenomen.
20\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1
Aanleiding en doelstelling
In opdracht van Rijksvastgoedbedrijf (RVB) heeft Tauw een vooronderzoek en een verkennend bodem- en asbestonderzoek volgens NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is de voorgenomen onroerend zaaktransactie. Het doel van het vooronderzoek is het vaststellen of op én direct grenzend aan de onderzoekslocatie verdachte deellocaties of bronnen aanwezig zijn, die verdacht zijn op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit op de locatie en specifiek bij de, binnen het vooronderzoek, gedefinieerde verdachte deellocaties.
5.2
Conclusies en aanbevelingen
Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat de bovengrond maximaal licht verontreinigd is. De ondergrond is zeer plaatselijk sterk verontreinigd met PAK. In de afperkende boringen zijn geen verontreinigingen met PAK aangetoond. De PAK verontreiniging uit het verkennend bodemonderzoek is een lokale spot en betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging. In de overige monsterpunten van de ondergrond zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen met PAK, kwik en minerale olie aangetoond. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld. Van de puinhoudende ondergrond is een indicatief mengmonster geanalyseerd op asbest. Er is geen asbest aangetoond in dit monster. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de milieukundige kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de onroerende zaaktransactie van de locatie. Indien op de locatie bij werkzaamheden grond vrijkomt dan is deze niet zondermeer geschikt voor hergebruik buiten de locatie. Voor toepassing van grond en bouwstoffen buiten de locatie is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
21\22
Kenmerk R001-1261158SMB-lhl-V02-NL
22\22
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Bijlage
1
Regionale ligging van de onderzoekslocatie
0
325
Opdrachtgever
Rijksvastgoedbedrijf
Schaal
Status
DEFINITIEF
1:15000
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 11-10-17 10:59
Tekeningnummer
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede Regionale ligging
Locatie
´
650 m
A4
Get.
Gec.
SMB #
Esri Nederland & Community Maps Contributors
1261158
2
Zekeringstraat 43 g 1014 BV Amsterdam Telefoon (020) 606 32 22 Fax (020) 684 89 21
1261158_10002M.MXD
Bijlage
2
Kadastrale gegevens
Kadastraal bericht object
pagina 1 van 2
Kadaster
Dienst voor het kadaster en de openbare registers in Nederland Gegevens over de rechtstoestand van kadastrale objecten, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen Betreft: Uw referentie: Toestandsdatum:
WIJK BIJ DUURSTEDE E 3141 Broekweg 3 D 3961 MJ WIJK BIJ DUURSTEDE 1261158 21-9-2017
22-9-2017 9:14:59
Kadastraal object Kadastrale aanduiding: Grootte: Coördinaten: Omschrijving kadastraal object: Locatie:
Ontstaan op:
WIJK BIJ DUURSTEDE E 3141 25 a 43 ca 150362-442232 WONEN ERF - TUIN A'DAM RYNKANAAL WYK BY DUURSTEDE Broekweg 3 D 3961 MJ WIJK BIJ DUURSTEDE Sluis Noord 14 3961 ML WIJK BIJ DUURSTEDE Sluis Noord 14 G01 3961 ML WIJK BIJ DUURSTEDE Sluis Noord 14 0001 3961 ML WIJK BIJ DUURSTEDE Sluis Noord 14 T 3961 ML WIJK BIJ DUURSTEDE 24-8-2017
Ontstaan uit:
WIJK BIJ DUURSTEDE E 2777
Aantekening kadastraal object MEETTARIEF VERSCHULDIGD Ontleend aan:
75 WIJ01/2017
d.d. 24-8-2017
VOORLOPIGE KADASTRALE GRENS EN OPPERVLAKTE Ontleend aan: 75 WIJ01/2017 d.d. 24-8-2017 Publiekrechtelijke beperkingen Huisvestingsverordening, splitsingsvergunningstelsel, Huisvestingswet 2014 Ontleend aan: 115 datum in werking 1-7-2015 (Gegevens conform de gemeentelijke beperkingenregistratie) Betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Wijk bij Duurstede
Kadastraal bericht object
Betreft: Uw referentie: Toestandsdatum:
Gerechtigde
WIJK BIJ DUURSTEDE E 3141 Broekweg 3 D 3961 MJ WIJK BIJ DUURSTEDE 1261158 21-9-2017
pagina 2 van 2
Kadaster
22-9-2017 9:14:59
EIGENDOM
De Staat (Infrastructuur en Milieu) Korte Voorhout 7 2511 CW 'S-GRAVENHAGE Postadres: Postbus: 16700 2500 BS 'S-GRAVENHAGE Zetel: 'S-GRAVENHAGE Recht ontleend aan: 84 WIJ01/8766 d.d. 1-10-1987 Eerst genoemde object in WIJK BIJ DUURSTEDE E 1943 brondocument: Recht ontleend aan: 84 WIJ01/2215 d.d. 1-10-1987 Eerst genoemde object in WIJK BIJ DUURSTEDE E 1369 brondocument: Nog niet (volledig) verwerkte brondocumenten: ACG 15219 d.d. 18-9-2017 HYP4 6408/1 reeks UTRECHT d.d. 12-2-1990 VERWERKING STUK TIJDELIJK STOPGEZET HYP4 7706/1 reeks UTRECHT d.d. 1-10-1993 AKTE VAN ALGEMENE VOORWAARDEN HYP4 1742/101 reeks S-GRAVENHAGE REKTIFIKATIE VERZOCHT HYP4 7673/17 reeks S-GRAVENHAGE REKTIFIKATIE VERZOCHT HYP4 3106/87 reeks S-GRAVENHAGE d.d. 17-8-1953 REKTIFIKATIE VERZOCHT HYP4 1713/12 reeks S-GRAVENHAGE d.d. 27-5-1959 REKTIFIKATIE VERZOCHT LBD 4094 d.d. 29-3-1995 AKTE VAN ALGEMENE VOORWAARDEN 2BI 566 d.d. 31-1-1990 AKTE M.B.T. RECHTEN ZONDER BEPAALDE AANWIJZING HYP4 59220/14 d.d. 8-12-2010 NAAMSWIJZIGING (Er zijn meer niet (volledig) verwerkte brondocumenten) Einde overzicht De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 1261158
Lekd
ijk O ost
277 3
14t
277 5
277 6
3141
277 4
14/ G0 514/ G0 414/ G0 314/ G0 214 /G 01
14
2123
12 11
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 22 september 2017 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
5m
25 m
Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
WIJK BIJ DUURSTEDE E 3141
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Omgevingskaart
Klantreferentie: 1261158
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object WIJK BIJ DUURSTEDE E 3141 Broekweg 3D, 3961 MJ WIJK BIJ DUURSTEDE CC-BY Kadaster.
Bijlage
3
Historische kaarten
2016
2000
1976
1966
1958
1930
1900
1850
1815
Bijlage
4
Foto’s locatie-inspectie
Bijlage 4: Locatiefoto’s
Verkennend bodemonderzoek Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Figuur 1: Oostzijde locatie (zuid naar noord)
Figuur 2: Zuidzijde locatie (oost naar west)
Figuur 3: Waarschijnlijk verwijderd vulpunt ondergrondse tank
Figuur 4: Schuurtje met asbestverdacht dak op naastgelegen perceel
Figuur 5: Noordzijde locatie (oost naar west)
Figuur 6: Noordzijde locatie, straatwerk opengebroken
pagina 1 tot 3
Bijlage 4: Locatiefoto’s
Verkennend bodemonderzoek
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Figuur 7: Zintuiglijk schoon zand aanwezig onder de klinkers
Figuur 8: Binnenkant pand
Figuur 9: Opslag in pand
Figuur 10: Noordzijde pand (west naar oost)
Figuur 11: Opslag in pand
Figuur 12: Noordzijde locatie (west naar oost)
pagina 2 tot 3
Bijlage 4: Locatiefoto’s
Verkennend bodemonderzoek Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede
Figuur 13: Westzijde pand (noord naar zuid)
Figuur 14: Westzijde locatie, met zendmast op naastgelegen terrein
Figuur 15: Klinkerverharding westzijde locatie
Figuur 16: Zuidzijde locatie
Figuur 18: Zuidzijde locatie
Figuur 19: Zuidzijde locatie
pagina 3 tot 3
Bijlage
5
Ligging kabels en leidingen (KLIC)
Opdrachtgever
Klic83799
Schaal
Rijksvastgoedbedrijf
Locatiegrens
N 0
15
Project
Formaat
RVB, Wijk bij Duurstede Sluis Noord 14
A4 210x297 mm
Onderdeel
Dat. 11.10.2017 13:34
KLIC-tekening
Getek.
Gec.
30
45m
Status
1 : 750
Gebouwen
Definitief Projectnummer
1261158 Tekeningnummer
P00001 smb Postbus 133 7400 AC Deventer Tel. (0570)699911
Bijlage
6
Kaart met situering monsternemingspunten
7
9
5
8
>
10
>
6
4 11
12
> > Type boring
Boring tot 0,5 m -mv
>
Boring tot 2,0 m -mv
3
104
101 >
1
> >
103
102 2
0
8
´
16 m
Bodemlocaties
Contour PAK >I 2017
Saneringscontour asbest 2011
Verontreinigingscontour asbest 2010 Verwijderde ondergrondse tank
Onderzoekslocatie
Geen onderdeel van de locatie Locatiecontour
Opdrachtgever
Rijksvastgoedbedrijf
Schaal
Status
DEFINITIEF
1:300
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 14-11-17 01:33
Tekeningnummer
Sluis Noord 14 te Wijk bij Duurstede Situering monsternamepunten
A3
Get.
Gec.
SMB #
1261158
4
Ze keringstra at 43 g 1014 BV Amsterd am Telefoon (020) 60 6 3 2 2 2 Fa x (02 0) 684 89 21
1261158_10004M.MXD
Bijlage
7
Boorprofielen