A2024-010 Amendement Lokaal Liberaal PCG OR BB bevoegd gezag
Tekst van het document
AMENDEMENT GEMEENTERAAD Nummer: Datum indiening:
A2024-010 2 juli 2024
Onderwerp: Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie -
De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede gelezen: het raadsvoorstel
Energieneutraliteit en bevoegd gezag windenergie
met nummer:
756277
besluit: De tekst uit het ontwerp raadsbesluit luidende: 1. De ambitie voor energieneutraliteit in te vullen via het in dit voorstel beschreven transitiepad energieneutraliteit: in 2030 door aanleg van windturbines aangevuld met extra zonnevelden waarbij voor de langere termijn (2050) wordt ingezet op realisatie van een kleine kerncentrale; 2. Op basis van beslispunt 1 een belangrijke stap naar energieneutraliteit te zetten door het eerder neergelegde bod RES 1.0 aan te vullen door grootschalige windenergie mogelijk te maken in het als kansrijk aangewezen gebied langs het Amsterdam-Rijnkanaal; 3. De onder beslispunt 2 genoemde stap te doen in samenwerking met Provincie Utrecht en daarbij het bevoegd gezag voor de opwek van grootschalige windenergie bij de provincie te laten en te kiezen voor ‘scenario 2 bevoegd gezag’; 4. De provincie Utrecht vóór 11 juli 2024 te informeren over het raadsbesluit; 5. Het college de opdracht te geven om de haalbaarheid van het transitiepad energieneutraliteit op de korte termijn (2030) en de langere termijn (2050) zoals genoemd in beslispunt 1 nader te onderzoeken en de raad hierover nader te informeren. te vervangen door: 1. Provincie houdt bevoegd gezag, gemeente maakt bezwaar tegen projectbesluit; 2. De provincie Utrecht vóór 11 juli 2024 te informeren over het raadsbesluit; 3.
Het college de opdracht te geven om de haalbaarheid van het transitiepad energieneutraliteit op de korte termijn (2030) en de langere termijn (2050) nader te onderzoeken en de raad hierover nader te informeren. Indiener(s): Lokaal Liberaal, Steven Verhaar PCG, Marco Petri OpRecht!, Frances Place
BurgerBelangen, Nynke Plaatsman-Visser
Toelichting: De indieners van dit amendement kunnen zich niet vinden in de tekst van het voorgelegde raadsvoorstel. Omdat we als indieners niet gaan over het voorstel dat het college aan de raad stuur, maar als raad alleen besluiten over de tekst van het voorgelegde concept raadsbesluit, hebben we het concept raadsbesluit geamendeerd. Als het aan ons had gelegen hadden we echter een voorstel van het college ontvangen met de onderstaande tekst: Concept beslispunten 1. Provincie houdt bevoegd gezag, gemeente maakt bezwaar tegen projectbesluit; 2. De provincie Utrecht vóór 11 juli 2024 te informeren over het raadsbesluit; 3. Het college de opdracht te geven om de haalbaarheid van het transitiepad energieneutraliteit op de korte termijn (2030) en de langere termijn (2050) nader te onderzoeken en de raad hierover nader te informeren. Achtergrond A - Bijsturen op de voortgang van de RES Met het overeenkomen van de RES 1.0 zijn er ook ijkpunten afgesproken om ‘gezamenlijk sturing te kunnen geven aan de energietransitie’ en om te zien ‘of we op koers liggen’. De afspraak in de RES 1.0 is om deze iedere twee jaar te actualiseren. Alle deelnemende gemeenten dienen de gemaakte afspraken uit de RES in 2022 om te zetten in ruimtelijk beleid voor zover dat nodig is om de bijdrage aan de duurzame opwek in 2030 te kunnen realiseren.
In 2025 dienen de ruimtelijke procedures voor zonnevelden en windmolens te zijn afgerond. In de Tussenbalans Regionale Energie Strategieën – vastgesteld door de Provinciale Staten van Utrecht (d.d. 5 juli 2022) is bepaald, dat de huidige voortgang in de uitvoering van de drie Utrechtse RES’en onvoldoende is en dat het noodzakelijk is om:
De provinciale aanvullende inzet te richten op de realisatie van bestaande zoekgebieden in de RES’en 1.0 én het in beeld brengen van nieuwe windlocaties. Daarbij te streven naar de realisatie van tenminste 1 TWh grootschalige windenergie op land in de provincie Utrecht in 2030; Gedeputeerde Staten (GS) op te dragen om gemeenten aan te moedigen en te ondersteunen om voor 1 december 2022 bestaande windplannen te concretiseren en tot aanvullende windlocaties te komen en hen, waar nodig, te helpen bij het starten van ruimtelijke procedures voor alle in de RES’en opgenomen zoeklocaties.
B– Oproep tot raadsbesluit Op 9 januari jl. informeerden GS de Utrechtse gemeenten en Provinciale Staten over de kansrijke gebieden. In hun brief is duidelijk gemaakt dat gemeenten wordt gevraagd om in de komende 6 maanden besluiten te nemen over hoe zij invulling geven aan het gemeenschappelijk RES-bod. Hierbij wordt geadviseerd om de informatie uit het planMER met de meest kansrijke gebieden te gebruiken. Na deze periode van 6 maanden (uiterlijk 11 juli a.s.) maakt de Provincie Utrecht een tussenbalans op basis van alle genomen raadsbesluiten om te zien of de RES U-16 op koers ligt voor het opwekken van 1,8 TWh
duurzame elektriciteit in 2030. Wanneer uit deze tussenbalans blijkt dat de aanvullende gemeentelijke raadsbesluiten niet voldoende zijn om het RES U-16 bod van 1,8 TWh te halen, zal de gemeente Wijk bij Duurstede er binnen de U-16 op aandringen, dat alle in de U16 vertegenwoordigde gemeenten hun verantwoordelijkheid pakken en deze verantwoordelijkheden niet afwentelen op gemeenten, die al aan de eisen van het RES-1.0 bod voldoen. C - Bevoegd gezag Bij een te nemen raadsbesluit gaat het om een aanvulling op het eerdere RES 1.0 bod voor invulling van duurzame opwek. Met betrekking tot windenergie is de provincie wettelijk gezien bevoegd gezag om plannen vast te stellen voor windparken van meer dan 5 MW. De provincie kan daardoor zelf gebiedsprocessen starten om windenergie mogelijk te maken binnen één of meer van de meest kansrijke gebieden. In hun brief van 9 januari jl. wordt aangegeven dat de provincie liever ziet dat gemeenten zelf met plannen komt en deze uitwerkt. Wanneer een gemeente zelf besluit om te zorgen voor de realisatie van windenergie in het kansrijke gebied, kan de provincie het bevoegd gezag overdragen aan de gemeente. In het kort zijn de vier mogelijke scenario’s:
Scenario 1: Gemeente neemt bevoegd gezag op zich en maakt windenergie mogelijk; Scenario 2: Gemeente wil windturbines in het gebied mogelijk maken, maar laat bevoegd gezag bij de provincie; Scenario 3: Provincie houdt bevoegd gezag, gemeente geeft kaders voor windenergie mee; Scenario 4: Provincie houdt bevoegd gezag, gemeente maakt bezwaar tegen projectbesluit.
Op grond van voortschrijdend inzicht, het feit dat de gemeente al heeft voldaan aan de eisen middels een RES 1.0 bod en te verwachten tegenstand op windenergie door inwoners en bedrijven, die naast gevaar voor hun gezondheid en de natuur ook financiële schade zullen leiden, stelt het college voor in te zetten op scenario 4. In dit scenario geeft de gemeente aan niet te willen meewerken aan grootschalige opwek middels windenergie en zal de gemeente bezwaar maken tegen een eventueel projectbesluit. Argumentatie: Uitgesproken tegenstand op windenergie In de raadpleging zijn de deelnemers bevraagd naar de rol die de gemeente zou moeten innemen ten aanzien van het kansrijke gebied voor windenergie. Bij de verdeling van punten, gaf meer dan 20% van de deelnemers alle punten aan de optie ‘De gemeente dringt bij de provincie aan op geen windmolens in Wijk bij Duurstede’. Nog eens 20% gaf relatief veel punten aan deze optie. In de samenleving komt deze weerstand tot uitdrukking bij inwoners, al dan niet verzameld in een belangengroepering, zoals de Stichting Belangen Wijkersloot en Omstreken die de uitkomsten van de raadpleging verwerpen en bij inspreekrondes duidelijk kenbaar maken tegen windturbines te zijn. Een besluit voor windturbines zal zonder twijfel stevig worden aangevochten.
Aantasting gezondheid, natuur, landschappelijk uitzicht en overig De keuze voor grootschalige opwek door middel van windturbines langs het Amsterdam Rijnkanaal wordt ervaren als aantasting van de gezondheid van mens en dier, de natuur in al
haar verdere facetten en het vrije landschappelijke karakter waartoe ook uitzicht gerekend kan worden. Windturbines leiden tot gederfde levensvreugde en forse (plan)schade bij omwonenden. Het RIVM geeft aan dat mensen hinder kunnen ondervinden van windenergie. Mensen die dichtbij (lees nabije omgeving) windturbines wonen, hebben vooral last van het geluid dat windturbines met zich meebrengen. Sommige mensen ervaren hinder (zoals irritatie, boosheid en onbehagen) als zij het gevoel hebben dat hun omgevings- of levenskwaliteit verslechtert door de plaatsing van windturbines. Het RIVM geeft verder aan: “naast de blootstelling aan geluid spelen persoonlijke factoren en de feitelijke situatie een rol bij de mate waarin mensen hinder door windturbines ervaren. Zo blijkt dat mensen bij gelijke geluidsniveaus meer hinder ondervinden als zij vanuit huis een windturbine kunnen zien. Ook economische aspecten beïnvloeden hinder door windturbines: mensen die economisch belang hebben bij een windturbine rapporteren minder hinder. Andere factoren waarmee bij de interpretatie van hinderscores rekening moet worden gehouden, is de mate waarin mensen gevoelig zijn voor geluid, de afbreuk van privacy en sociale acceptatie”.