CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

5.0 Begroting 2024

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Raadsvoorstel en -besluit ontwerpjaarstukken 2022 en ontwerpbegroting 2024 RID7.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programmabegroting 2024 Meerjarenraming 2025-2027

1

Voorwoord In deze programmabegroting van de Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) staan de doelen, de activiteiten en de budgetten voor 2024. Ook geeft het zicht op de verdere toekomst, in de vorm van de meerjarenraming. De kadernota 2024-2027 is eind 2022 vastgesteld. Deze gaf een vooruitblik op de verwachte ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2024 en verder. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is de programmabegroting opgesteld die nu voor u ligt.

Een decennium GR RID Het jaar 2022 was voor de GR RID en haar deelnemers een jubileumjaar. In 10 jaar tijd is veel veranderd, medewerkers kwamen en gingen, de technologie ontwikkelde zich exponentieel en we gingen van één vaste werkplek op kantoor naar mobiel (thuis)werken op diverse apparaten. En dat is nog maar een kleine greep uit een decennium RID. Wat al die jaren ongewijzigd is gebleven, is het vereiste om als professioneel opdrachtgevers vanuit het collectief te handelen om de gedeelde behoefte zo goed mogelijk ingevuld te krijgen. Door dit gezamenlijk te doen kunnen we bovendien middelen, mensen en materiaal efficiënt inzetten. Middels een participatief traject met de deelnemers is daarom in 2022 gestart met het opstellen van een nieuwe koers waarin we de richting voor de komende jaren helder verwoorden. Uiteraard zorgen we in gezamenlijkheid voor een koers die nauw aansluit bij de i-visie en de uitgesproken en bekrachtigde bestuurlijke wens om te komen tot verdergaande harmonisatie van applicaties om de ICT-samenwerking verder te intensiveren. Gezamenlijk op naar de volgende 10 jaar!

Blijvend aandacht voor Informatieveiligheid Een leven zonder digitalisering is inmiddels ondenkbaar en informatietechnologie een zegen gebleken, met schier onbeperkte mogelijkheden die ons (werk)leven makkelijker en aangenamer maken. Maar al die technologie heeft ook een keerzijde, bijvoorbeeld op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Vanuit informatiebeveiligingsoogpunt wordt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) gehanteerd als een basis. Pas wanneer zowel de RID als de deelnemers álles doen wat de BIO voorschrijft op het gebied van proces, mens en techniek hebben we als collectief de basis bereikt op het gebied van informatiebeveiliging. Uw AB heeft daarom ingestemd met een investerings- en bestedingsvoorstel van de RID over de belangrijkste onderwerpen met het hoogste risico op het gebied van informatiebeveiliging waarop vanuit de RID geïnvesteerd moet worden ten behoeve van het collectief. Naast de RID moet uiteraard ook nog vanuit de deelnemende organisaties geïnvesteerd worden om aan de BIO te voldoen. Gezien de technische ontwikkelingen blijft informatiebeveiliging bovendien altijd een punt van (bestuurlijke) aandacht.

Komende jaren Op macroniveau zijn we in het afgelopen jaar geconfronteerd met een verschuivende geopolitiek, waarvan de consequenties op (de kosten van) ons dagelijks leven zichtbaar en voelbaar zijn. Wat de impact op de langere termijn gaat zijn is nog onzeker. We weten wel dat inwoners én het rijk steeds meer van de lokale overheid vragen en verwachten. De ambities en taken van decentrale overheden worden bovendien complexer door de vele maatschappelijke opgaven, de overspannen arbeidsmarkt en het samenwerken met veel stakeholders in verschillende netwerken en ketens. De RID is zich bewust van de onvermijdelijke kostenstijging van de laatste jaren bij de RID, maar ook bij de RID-deelnemers. De RID kijkt altijd naar de nut en noodzaak van de uitgaven. Als de kosten niet noodzakelijk zijn, of deze zijn uitgesteld, wordt het resultaat teruggeven aan de RIDdeelnemers. Voor 2025 zijn wij gestart met de duurzame investeringsplanning. Ook hierbij zal worden gekeken naar efficiency voordelen. Daarnaast verwachten wij ook dat uit het IV-programma (voortvloeiend uit de bestuurlijke opdrachten), dat de RID-deelnemers gezamenlijk zijn gestart, efficiency voordelen kunnen worden behaald. Omdat deze veranderende rol veel vraagt van onze aangesloten organisaties, ontzorgen wij u graag vanuit de RID als uw ICT-partner.

In deze programmabegroting leest u hoe de RID zich verder ontwikkelt naar een ICT-partner die meegroeit en inspeelt op uw (gezamenlijke) wensen als deelnemende organisaties. Doorn, 13 april 2023, Daniëlle Govaerts, Directeur RID-Utrecht.

2

Inhoud 1.

2.

3.

Inleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.1.

Missie ...................................................................................................................................................... 4

1.2.

Bestuur ................................................................................................................................................... 4

1.3.

Proces ..................................................................................................................................................... 5

1.4.

Opbouw begroting ................................................................................................................................... 5

1.5.

Wijze van totstandkoming en opzet ........................................................................................................... 5

1.6.

Situatie kadernota 2022-2025 ................................................................................................................... 6

1.7.

Toelichting mutaties begroting 2020-2021 ................................................................................................. 6

Programma: dienstverlening .............................................................................................................................. 7 2.1.

Gewenste resultaten (wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen?) ........................................... 7

2.2.

Wat mag het kosten ................................................................................................................................. 9

2.3.

Toelichting mutaties begroting 2021-2022 ............................................................................................... 10

Hoofdstuk Overhead ....................................................................................................................................... 11 3.1.

Toelichting mutaties begroting 2021-2022 ............................................................................................... 11

4.

Hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen ........................................................................................................... 12

5.

Recapitulatie .................................................................................................................................................. 13

6.

Ontwikkelingen 2022 en verder ........................................................................................................................ 14

7.

Paragrafen ..................................................................................................................................................... 15 7.1.

Paragraaf lokale heffingen ...................................................................................................................... 15

7.2.

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing................................................................................. 15

7.3.

Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................. 18

7.4.

Financiering en treasury.......................................................................................................................... 18

7.5.

Bedrijfsvoering....................................................................................................................................... 19

7.6.

Verbonden partijen ................................................................................................................................ 19

7.7.

Grondbeleid ........................................................................................................................................... 19

3

1.

Inleiding

In 2017 hebben de deelnemers geconcludeerd dat de RID-Utrecht de strategische oprichtingsdoelstellingen heeft behaald. In 2018 hebben de deelnemers in samenspraak met het bestuur afgesproken dat de RID zich gaat ontwikkelen van een IT-beheerorganisatie naar een servicepartner op het gebied van ICT en informatievoorziening. Deze richting is in 2019 nader uitgewerkt in het bestuurlijk document ‘strategisch kader 2019 -2022’. In 2021 heeft de RID met haar bestuur de visie geëvalueerd, die voor een groot deel nog steeds van kracht was. Daarom is in gezamenlijkheid besloten in 2022 een start te maken met een nieuwe visie.

1.1.

Missie

“Wij zijn uw ICT-partner die ervoor zorgt dat medewerkers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren.”

Visie: Wij zorgen ervoor dat medewerkers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren. Hiervoor leveren wij diensten en oplossingen op het gebied van ICT en informatievoorziening. Uw vraag staat centraal! Wij overtreffen verwachtingen en gaan voor het maximale. Met deze gedrevenheid zorgen wij ervoor dat medewerkers beschikken over goede digitale vaardigheden en betrouwbare voorzieningen. Zo dragen wij bij aan de kwaliteit van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De RID is uw partner met kennis van de digitale gemeente, focus op lokale overheden en begrip van uw processen. Samen met u maken wij innovaties met ICT mogelijk.

1.2.

Bestuur

De colleges van de gemeenten Baarn, De Bilt, Bunnik, Soest, Utrechts Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug nemen deel in de gemeenschappelijke regeling RID-Utrecht. Het bestuur zet de beleidslijnen uit en spreekt over de voortgang van de dienstverlening, de exploitatiebegroting en de verantwoording hierover. Het bestuur heeft de zorg voor de continuïteit en de kwaliteit van de organisatie.

1.3.

Gezamenlijk opdrachtgeverschap

Naast de bestuurlijke lijn heeft het AB op 4 juli 2019 een toepassing IV-governance vastgesteld, om de samenwerking van een gedeelde IV-functie vorm te gaan geven. Deze bestaat uit 2 gremia; het SOO (strategisch opdrachtgeversoverleg) en het GDO (gemeenschappelijk directeurenoverleg). Het SOO wordt gevormd door de IV-managers van de aangesloten organisaties, met als linking pin de servicelevelmanager van de RID. De samenstelling van het GDO bestaat uit de gemeentesecretarissen van de aangesloten organisaties en de directeur van de RID. Vanuit het GDO wordt één GDO-lid aangewezen als linkingpin/adviseur voor het bestuur.

4

1.1. Kadernota

Proces Begroting

Begrotings wijzigingen (bestuurs rapportage)

Jaarstukken

De begroting 2024-2027 schetst de financiële ontwikkelingen in relatie tot de toekomstige ontwikkelingen.

1.2.

Opbouw begroting

In deze programmabegroting van de Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) staan de doelen, de activiteiten en de budgetten voor 2024. Ook geeft het zicht op de verdere toekomst, in de vorm van de meerjarenraming. De kadernota 2024-2027 is eind 2022 vastgesteld. Deze gaf een vooruitblik op de verwachte ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2024 en verder. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is de programmabegroting opgesteld die nu voor u ligt.

Hoofdstuk 2: Programma Dienstverlening

Hoofdstuk 3: Overhead

Hoofdstuk 4: Algemene Dekkingsmiddelen

Hoofdstuk 5: Recapitulatie

1.3.

Hoofdstuk 6: ontwikkelingen 2025 ev.

Hoofdstuk 7: Paragrafen

Wijze van totstandkoming en opzet

Het algemeen bestuur heeft op 28 november 2022 de kadernota 2024-2027 vastgesteld. De kadernota gaf een vooruitblik op de te verwachten ontwikkeling van de begrotingspositie voor 2024 en volgende jaren. Vanuit het vastgestelde nieuwe beleid en het bestaande beleid van afgelopen jaren is deze programmabegroting opgesteld.

5

1.4.

Situatie kadernota 2024-2027

Alle jaren van de kadernota sluiten met een saldo van 0. Kadernota 2024-2027 Bedragen x € 1000 Meerjarig perspectief vanuit begroting 2023-2026 Flexibilisering Multifunctionals (ABbesluit 28 november 2022)

2024

2025

2026

2027

8.124

8.068

8.048

8.048

-170

-170

-170

-170

Salariscompensatie (kadernota)

130

130

130

130

Inflatiecorrectie (kadernota)

128

128

128

128

Begrotingswijziging 15 mei 2023*

184

184

184

184

8.396

8.340

8.320

8.320

8.124

8.068

8.048

8.048

-170

-170

-170

-170

258

258

258

258

184

184

184

184

8.396

8.340

8.320

8.320

Saldo Kadernota 2024

0

0

0

0

Onttrekking bestemmingsreserve

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat kadernota 2024

0

0

0

0

Totale lasten Totale dekkingsmiddelen meerjarig perspectief vanuit begroting 2023-2026 Flexibilisering Multifunctionals (ABbesluit 28 november 2022) Kadernota effecten op dekkingsmiddelen Begrotingswijziging 15 mei 2023* Totale dekkingsmiddelen

* Op 15 mei 2023 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met een begrotingswijziging omtrent de consequenties van de vaststelling van de nieuwe CAO SGO en de definitieve omzetting van het functiegebouw naar HR21. Deze begrotingswijziging is een structurele wijziging vanaf 2023. Tijdens opstellen van de ontwerp-begroting is deze begrotingswijziging nog niet behandeld in het AB. Dit zal wel gebeurt zijn als de begroting wordt vastgesteld.

1.5.

Toelichting mutaties begroting 2023-2024

Het verschil tussen de begroting 2023 en 2024 wordt toegelicht, als het verschil groter is dan € 20.000, bij de uitwerking per programma/hoofdstuk. Zoals te zien is bij de verschillende toelichtingen worden de afwijkingen veroorzaakt door de kadernota.

6

2.

Programma: dienstverlening

2.1. Gewenste resultaten (wat willen we bereiken? En wat gaan we daarvoor doen?) De RID ontwikkelt zich naar een ICT-servicepartner die zorgt dat medewerkers beschikken over betrouwbare voorzieningen, zodat ze veilig en effectief kunnen werken. De bedrijfsvoering en dienstverlening van onze deelnemers zijn daar immers volledig afhankelijk van. Samen met de deelnemers hebben we daarom het doel bepaald en werken daar als RID op verschillende manieren naartoe.

RID naar serviceprovider Om toe te werken van een RID, die uitsluitend de harde ICT levert, naar de servicepartner die ontzorgt op het gebied van ICT en informatievoorziening, werken we conform 5 beleidssporen; te weten samenwerking, organisatie, diensten, processen en projecten. Met deze beleidssporen als leidend principe leggen we de focus de komende jaren op de volgende ontwikkelingen:

Bundeling van opdrachtgeverschap Bij de transitie naar ICT- servicepartner houden we rekening met de invulling en vorming van de governance in de verhoudingen eigenaar GR, opdrachtgever en opdrachtnemer. De RID is als GR ingericht om te werken voor een collectief van organisaties met een samenhangende en generieke behoefte op het gebied van de ICT. Omdat professioneel opdrachtgeverschap belangrijk is vanuit alle RID-deelnemers, zijn de krachten als opdrachtgevers gebundeld om vanuit een Regionale IV-ontwikkeling te komen tot eenduidige vraagontwikkeling, -formulering en -articulatie. Dit is bestuurlijk nogmaals bekrachtigd in het opgestelde Samenwerkingsconvenant. Door dit gezamenlijk te doen kunnen we namelijk middelen, mensen en materiaal efficiënt inzetten. Het vrijvallen van de afschrijvingen in 2025 vormt bovendien een natuurlijk financieel moment om in kaart te brengen waar de komende jaren op geïnvesteerd moet gaan worden. Wij hanteren hiervoor uiteraard de uitgangspunten vanuit de I-visie die door de RID-deelnemers is vastgesteld.

Informatieveiligheid Informatieveiligheid is steeds belangrijker binnen de (lokale) overheid en de lat wordt op dit gebied dan ook hoger gelegd. Vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid borgen de deelnemers en de RID dit deels door de geregionaliseerde CISO-functies. Vanaf 2020 werken wij bovendien conform de nieuwe baseline informatiebeveiliging overheid (BIO 1). De BIO is het verplichte normenkader voor informatieveiligheid en voorziet dat iedereen werkt conform dezelfde ambities en veiligheidsstandaarden. Door het informatiebeveiligingsbeleid van de RID te baseren op de BIO is de aansluiting op de inrichting van de BIO binnen de deelnemers in principe gerealiseerd. Dit neemt niet weg dat de verantwoordelijkheid voor informatieveiligheid bij de deelnemende organisaties blijft. De afgelopen jaren is door de RID al geïnvesteerd in digitale weerbaarheid. Er zijn niet alleen stappen gezet op het gebied van informatieveiligheidsbeleid, disaster recovery en backup-restore, maar ook op het beveiligen van mobiele werkplekken en het gedeeltelijk implementeren van netwerksegmentatie.

Investeren voor noodzakelijke inhaalslag Gezien de toename van digitale mogelijkheden, maar ook van hacks en ransomware en daarmee de risico’s op kwetsbaarheden, heeft de RID bij vaststelling van de kadernota 2023 afgesproken met haar AB om te inventariseren wat nodig is om de informatiebeveiliging bij de RID op het vereiste basispeil van de BIO te brengen. Voordat de inventarisatie volledig was afgerond, werden we eind 2021 opgeschrikt door de wereldwijde Log4j-crisis. Dit bevestigde wederom de noodzaak tot extra stappen en een versnelling om de vereiste inhaalslag te maken op de basis van de huidige informatiebeveiliging. De inventarisatie is vertaald in een investerings- en bestedingsvoorstel dat aan het AB is voorgelegd ter besluitvorming. Dit voorstel betrof de belangrijkste onderwerpen met het hoogste risico op het gebied van informatiebeveiliging waarop vanuit de 1 https://www.informatiebeveiligingsdienst.nl/project/baseline-informatiebeveiliging-overheid/

7

RID geïnvesteerd moet worden ten behoeve van het collectief. Met deze investeringen zou de RID de noodzakelijke stappen zetten in het verder beveiligen van de bedrijfsvoering. Vanuit informatiebeveiligingsoogpunt wordt de BIO gezien als een basislijn; dus pas wanneer zowel de RID als de deelnemers álles doen wat de BIO voorschrijft op het gebied van proces, mens en techniek hebben we als collectief bereikt wat we minimaal moeten doen op het gebied van informatiebeveiliging. Dat vraagt dus ook vanuit de deelnemende organisaties nog om investeringen. Toekomstige (human) (pen)testen en toetsen bij de RID en de deelnemers moeten vaststellen of met de opzet, het bestaan en de werking van maatregelen de basis op orde is gebracht en de Baseline daadwerkelijk wordt bereikt. Blijvende bestuurlijke aandacht nodig De RID voldoet aan de wettelijke normen en heeft een kwaliteitsslag gemaakt op strategisch en tactisch niveau. Informatieveiligheid wordt echter nooit afgerond maar is een continu proces. Recente ervaringen in de praktijk met bepalende, externe factoren hebben dat wederom duidelijk gemaakt. Voorbeelden die nog vers in het geheugen liggen zijn de Log4j-crisis, het hacken van de gemeente Hof van Twente en het Exchange lek.

Blijvende (bestuurlijke) aandacht voor informatiebeveiliging is dus ook buiten uw AB noodzakelijk om een veilige, digitale omgeving voor de dienstverlening aan burgers en ondernemers te kunnen faciliteren.

Het bieden van flexibiliteit, continuïteit en veiligheid op verschillende omgevingen Door onder andere de invoering van MS365 en de toename van SaaS-applicaties via internet, werken medewerkers qua digitale werkruimte in meerdere werelden. Enerzijds gebruiken ze een gecentraliseerde, virtuele desktop voor de ontsluiting van bedrijfsapplicaties (bv Key2Burgerzaken) en kantoorapplicaties. Anderzijds gebruiken ze verschillende voorzieningen en apparaten voor de opslag van data, om digitaal te vergaderen of samen te werken. Tot op dit moment werken medewerkers dus zowel binnen de veilige, door de RID beheerde Citrix-omgeving als buiten deze omgeving. Hierdoor zijn alternatieve manieren ontstaan voor het benaderen van de verschillende applicaties. Al die ontwikkelingen vragen om meer flexibiliteit in de inrichting en het gebruik van de digitale werkruimte. Tegenover meer flexibiliteit staat echter een verhoogd dreigingsniveau op het gebied van informatiebeveiliging. Om een balans te vinden tussen bruikbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en veiligheid is het nodig om helder te maken hoe de digitale werkruimte van de toekomst er uit moet zien en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Door de informatieadviseurs van de deelnemers en de RID vanuit haar architectuurfunctie is dit uitgewerkt in een Visie Digitale Werkruimte.

Door de RID-deelnemers is gevraagd om een financiële inschatting te maken om versneld enkele aspecten van deze visie te kunnen invoeren. De RID doet dit in nauw overleg met haar deelnemers.

Vergroten van de innovatiekracht De samenleving verandert en dat gaat in een toenemend tempo. Steeds vaker maken technologische innovaties nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Ontwikkelingen die nodig zijn om flexibel te kunnen omgaan met verschillende scenario’s, als de omstandigheden daartoe noodzaken. Innovatie is daarmee geen luxe maar een must. Zonder innovatie zouden de deelnemers op ICT-gebied stil komen staan en stilstand is nou eenmaal achteruitgang. En hoewel onze invloed op externe of extreme factoren minimaal is, kunnen we wél door gemeenschappelijke innovatieprojecten de kans vergroten dat de bedrijfscontinuïteit gegarandeerd blijft. Het innovatiebudget wordt ingezet voor het collectief. Daarnaast is het van belang dat dit bijdraagt aan de ambities en uitgangspunten van de gezamenlijk opgestelde I-visie.

Dienstverlening aan raadsleden Door veranderde wetgeving zijn gemeenten verplicht om ook ICT-voorzieningen aan hun raadsleden beschikbaar te stellen. De RID heeft de gewenste functionaliteiten en de benodigde ondersteuning voor de nieuwe digitale werkomgeving van de ca 250 raadsleden in kaart gebracht en hiervoor een voorstel gedaan. Zeker met het oog op informatiebeveiliging en de bestuurlijk gewenste standaardisatie, adviseert de RID haar eenduidige regionale ICT-dienstverlening ook aan raadsleden te leveren.

Nieuw DVO door toename vraag en complexiteit Bij de oprichting van de RID zijn afspraken met de organisaties over de, destijds gevraagde en geleverde, dienstverlening vastgelegd in DVO’s en SLA’s. Gezien de door corona ontstane urgentie en het belang van extra diensten, werd vanaf 2020 door de RID in hoog tempo extra (nieuwe) dienstverlening én technologie gerealiseerd zonder hierover afspraken in een DVO of SLA vast te leggen. Een inmiddels structurele

8

oplossing heeft uiteraard consequenties voor dienstverleningsovereenkomsten en afspraken over de servicelevels. Daarnaast wordt de RID in toenemende mate geconfronteerd met SaaS-applicaties, waarvan het contractbeheer met de externe leverancier is belegd bij de deelnemers. De hierdoor extra benodigde afstemming en onderzoek bij storingen zorgt logischerwijs voor langere oplostijden. Tenslotte moet ook de nieuwe dienstverlening aan de raadsleden vertaald worden in een DVO. In 2023 wordt daarom, in samenwerking met ICT-regie en het SOO, een geactualiseerd DVO opgeleverd. De mogelijke consequenties hiervan vertalen we uiteraard in de reguliere P&C-cyclus.

2.2.

Wat mag het kosten

Kostenoverzicht programma Dienstverlening Bedragen x € 1.000 Realisatie

Begroting

Meerjarenbegroting

Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Totaal personeelslasten

2022 2.828 93 2.921

2023 3.318 118 3.436

2024 3.427 118 3.545

2025 3.427 118 3.545

2026 3.427 118 3.545

2027 3.427 118 3.545

Overige lasten Gemnet Telefonie/ internet/onderhoud Glasvezelring Multifunctionals Onderhoud Hardware/ software Kapitaallasten Informatieveiligheid Electra Overige lasten

2022 79 88 99 56 1.487 1.232 78 46 3.165

2023 100 105 110 17 1.484 1.494 82 45 3.437

2024 100 111 115 17 1.571 1.477 86 47 3.524

2025 100 111 115 17 1.571 1.421 86 47 3.468

2026 100 111 115 17 1.571 1.401 86 47 3.448

2027 100 111 115 17 1.571 1.401 86 47 3.448

Totaal Programma dienstverlening

6.086

6.873

7.069

7.013

6.993

6.993

7.069

7.013

6.993

6.993

Waarvan bestaand beleid Waarvan nieuw beleid

Verschillende soorten diensten Het kostenoverzicht hierboven bevat het saldo van de baten en lasten. Voor de bovenstaande basis aan diensten vindt verrekening van de reguliere kosten plaats via de verdeelsystematiek, zoals tussen de deelnemers en de GR RID overeengekomen. Daarnaast levert de RID ook nog andere diensten, met een andere afrekensystematiek. Om de totale deelnemersbijdrage inzichtelijk te houden worden ook deze diensten begroot. Bij het bepalen van de koers 2019-2022 is besloten om de gemeenschappelijk begroting zo laag mogelijk te houden, en deze andere diensten te verrekenen op basis van het principe “de gebruiker betaalt”. In de volgende tabel hebben we per deelnemer weergegeven welke diensten er worden doorbelast aan welke deelnemer (inschatting op basis van 2022).

9

Bedragen x € 1.000 Baarn Bunnik De Bilt Soest RSD Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Totaal

Telefonie

Wifi Ehrm MDM MS365 15 25 51 9 54 11 11 0 7 29 19 26 72 11 51 41 31 99 21 83 13 12 41 9 70 27 25 105 17 42 13 21 47 8 31 139 151 415 82 360

multicfunc.

Ter vergelijking is ook het overzicht opgenomen wat in de begroting 2023 stond: Bedragen x € 1.000 Telefonie Wifi Ehrm MDM Baarn 13 25 51 8 Bunnik 10 11 0 6 De Bilt 11 26 72 9 Soest 31 31 99 19 RSD 13 12 41 6 Utrechtse Heuvelrug 27 25 105 15 Wijk bij Duurstede 13 21 47 7 Totaal 118 151 415 70

26 11 32 30 19 24 28 170

Totaal 180 69 211 305 164 240 148 1.317

MS365 32 25 47 66 28 59 25 282

Totaal 107 35 132 192 80 192 90 828

Naast bovenstaande doorbelastingen worden ook nog hard- en softwarekosten doorbelast (bijvoorbeeld werkplek Hardware en applicaties), maar ook de inzet van professionals zoals de business projectleider. Omdat deze voor de RID lastiger zijn in te schatten en daarmee te begroten, zijn deze niet opgenomen in het bovenstaande overzicht. Wel kan iedere deelnemer afzonderlijk aan de RID vragen om mee te denken wat de juiste inschatting is voor de deelnemers eigen begroting.

2.3.

Toelichting mutaties begroting 2023-2024

De lasten ten opzichte van 2023 zijn € 196.000 hoger. Dit is als volgt te verklaren: Lijst van afwijkingen ten opzichte van begroting 2023 Afwijking (bedragen x € 1.000) Verwachte CAO stijging voor 2023 (kadernota 2024-2027) Inflatiecorrectie (kadernota 2024-2027) Flexibilisering werkplek (kadernota 2023-2026) Totaal

10

Bedrag 109 104 17 196

H H V H

3.

Hoofdstuk Overhead

Op basis van de BBV-voorschriften is het verplicht een overzicht van de overheadkosten op te nemen in de begroting. In het programma dienstverlening staan alleen nog de kosten vermeld die betrekking hebben op het primaire proces. Kostenoverzicht overhead Bedragen x € 1.000 Realisatie

Begroting

meerjarenbegroting

Personeelslasten Salarissen en vervangingsbudget Opleidingen Overige personeelslasten Totaal personeelslasten

2022 579 8 21 608

2023 666 12 19 697

2024 686 12 20 718

2025 2026 686 686 12 12 20 20 718 718

2027 686 12 20 718

Overige lasten Huisvesting/facilitair Ondersteuning Gemeente De Bilt Advieskosten ICT kosten Innovatie Bedrijfsauto’s Overige lasten

2022 145 70 260 10 107 4 596

2023 152 72 232 21 100 8 585

2024 159 76 243 22 100 9 609

2025 159 76 243 22 100 9 609

2026 159 76 243 22 100 9 609

2027 159 76 243 22 100 9 609

Totaal Overhead

1.204

1.282

1.327

1.327 1.327

1.327

3.1.

Toelichting mutaties begroting 2023-2024

De kosten van 2024 zijn 45.000 hoger ten opzichte van 2023. Dit is als volgt te verklaren: lijst van afwijkingen ten opzichte van begroting 2022 Afwijking (bedragen x € 1.000) Verwachte CAO stijging voor 2024 (kadernota 2024-2027) Inflatie (zie kadernota 2024-2027) Totaal

11

Bedrag 21 24 45

H H H

4. Hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdrage van de verschillende deelnemers. In de kadenota 2024-2027 hebben wij een uiteenzetting gemaakt van de totstandkoming van de bijdragen. De fluctuaties van de deelnemersbijdragen zijn te verklaren door enerzijds de extra kosten vanuit de kadernota, de jaarlijkse herijking van de verdeelsystematiek en tussentijdse begrotingswijzigingen. Overzicht algemene dekkingsmiddelen Bijdragen RID-deelnemers (bedragen x € 1.000) Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente Soest Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Wijk bij Duurstede Totaal

2022 931 622 1.329 1.710 847 1.588 774 7.801

2023 2024 2025 950 1.011 1.005 664 706 702 1.359 1.401 1.390 1.813 1.879 1.867 861 896 888 1.696 1.661 1.652 812 842 836 8.155 8.396 8.340

2026 2027 1.003 1.003 701 701 1.386 1.386 1.862 1.862 885 885 1.649 1.649 834 834 8.320 8.320

De primaire begroting 2023 is gewijzigd door een tweetal structurele begrotingswijzigingen die ook zijn verwerkt in de begroting 2024. Het verloop tussen de deelnemersbijdrage van 2022 naar 2023 wordt dan ook verklaard door deze 2 begrotingswijzigingen, maar ook door de kadernota 2023 en begroting 2023.

Deelnemersbijdrage 2022 Effect kadernota 2023 (zie kadernota 2023 Invullen PM post kadernota 2023 (zie begroting 2023 Begrotingswijziging flexibilisering MFP (november 2022) Begrotingswijziging impact CAO/HR21 (juli 2023) Deelnemersbijdrage 2023

12

7.801 70 270 -/- 170 184 8.155

5.

Recapitulatie

Lasten en baten (x € 1.000) Lasten Programma dienstverlening Overhead Totaal lasten Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Baten Gerealiseerd totaal van baten en lasten voor reserve mutaties Onttrekking/toevoeging reserve Gerealiseerd resultaat

realisatie 2022

Begroting 2023 2024

2025

meerjarenraming 2026 2027

6.086 1.204 7.290

6.873 1.282 8.155

7.069 1.327 8.396

7.013 1.327 8.340

6.993 1.327 8.320

6.993 1.327 8.320

7.801 7.801

8.155 8.155

8.396 8.396

8.340 8.340

8.320 8.320

8.320 8.320

511 210 721

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

Tabel incidentele baten en lasten: Lasten en baten (x € 1.000) Lasten Programma dienstverlening Overhead Totaal lasten

2023

Baten Algemene dekkingsmiddelen Totaal Baten

13

2024

2025

2026

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

6.

Ontwikkelingen

Opstellen nieuwe koers RID In 2018 is er een gezamenlijke strategische koers opgesteld die in 2021 is geëvalueerd met de deelnemers. Afgesproken is om de richting voor de komende jaren helder te krijgen en daarvoor een nieuwe koers op te stellen, die vervolgens vertaald wordt in de kadernota. Middels een participatief traject met de deelnemers is in gezamenlijkheid in 2022 gewerkt aan een propositie voor een nieuwe koers, die nauw aansluit bij de verdere ontwikkeling van de door de deelnemers opgestelde i-visie en de uitgesproken en bekrachtigde bestuurlijke wens om te komen tot verdergaande harmonisatie van applicaties om de ICT-samenwerking verder te intensiveren. In de propositie zijn enerzijds de opgaven voor de RID-deelnemers op het terrein van informatievoorziening in kaart gebracht en anderzijds wat de mogelijke rol van de RID hierbij zou kúnnen zijn. De propositie is inmiddels door het AB vastgesteld en de 2 ontwikkelsporen worden in 2023 door de RID, samen met de deelnemers, verder uitgewerkt. Daarnaast gaat de opgestelde i-visie zich vanuit de deelnemers vertalen naar een meer concrete en collectieve vraag aan de RID. Op basis hiervan kan door de RID, waar van toepassing, nieuw beleid voor de kadernota opgesteld worden. De eventuele financiële consequenties hiervan worden uiteraard ook vertaald in de kadernota.

Digitale Agenda De overheid heeft de Agenda Digitale Overheid 2024 (NLDigiBeter) vastgesteld, de opvolger van ADO20152020. Een agenda die alle overheidslichamen verbindt en samenbrengt. Voor de gemeentelijke overheid is de meerjarenstrategie en GGU 2020 – 2024 een nadere detaillering van deze ambities. De RID ondersteunt en participeert hierin.

Common Ground Door een gecompliceerd systeem van koppelingen is het applicatielandschap van onze deelnemers complex. Het maakt hun applicaties weinig flexibel, kwetsbaar en duur en staat daarmee een optimale dienstverlening aan burgers en ondernemers in de weg. Dit besef zette een beweging in gang voor de stapsgewijze ontwikkeling van een nieuwe, toekomstbestendige gemeentelijke ICT-infrastructuur. Deze beweging werd enthousiast omarmd door de ‘Taskforce Samen Organiseren’ van VNG Realisatie en kreeg de toepasselijke naam ‘Common Ground’. Het grote voordeel van dit model is dat het niet alleen goedkoper is, maar ook meer ruimte biedt om sneller en gemakkelijker te innoveren. Common Ground maakt bovendien gemeenten minder afhankelijk van hun vaste leveranciers en geeft burgers en ondernemers ook nog beter inzicht in de wijze waarop met hun gegevens wordt omgegaan. Met Common Ground wordt een grote stap gezet in de richting van een open, transparante overheid waarbinnen, met inachtneming van de privacyregels, gegevens sneller en veiliger kunnen worden uitgewisseld, zowel intern als extern. De RID en de deelnemers zien Common Ground dan ook als een goede strategie.

Omgevingswet In 2024 wordt de nieuwe Omgevingswet van kracht. Het doel van deze wet is minder regels en meer samenhang, meer overzicht en meer ruimte voor lokale initiatieven. Dit vraagt om een integraal omgevingsrecht met nieuwe instrumenten, andere werkwijzen, een andere samenwerking met ketenpartners en dus ook een andere informatievoorziening en ICT-behoefte. Digitalisering stelt burgers, bedrijven en overheden in staat om eenvoudiger informatie uit te wisselen en biedt kansen voor snellere en betere besluitvorming. Alhoewel het Gemeentelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet zich begint uit te kristalleren, is het nog onbekend wat de financiële effecten exact zullen zijn voor de RID in 2024 en verder.

14

7.

Paragrafen

Doel van de paragrafen is om het Algemeen Bestuur een instrument te geven om de beleidskaders van de diverse onderdelen vast te stellen en om de uitvoering te kunnen controleren.

7.1.

Paragraaf lokale heffingen

Dit is voor de RID niet van toepassing.

7.2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De RID heeft veel geïnvesteerd in ICT-middelen en heeft derhalve veel (im)materiële vaste activa op de balans staan. Dit wordt in de paragraaf financiële risico’s verder uitgewerkt. Een eventueel negatief exploitatiesaldo wordt door de RID-deelnemers afgewikkeld conform de artikelen 26 tot en met 28 van de gemeenschappelijke regeling (GR). In feite zijn daarmee alle financiële risico's afgedekt. De RID-deelnemers worden door middel van de huidige P&C -documenten geïnformeerd over de financiële stand van zaken. Daarnaast heeft de RID een ISAE3402 rapport dat zich sterk richt op risicobeheersing.

Financiële Risico’s De RID is gefaseerd en projectmatig gegroeid naar de eindsituatie. Bij iedere fase is onderzocht welke risico’s de RID of de deelnemers lopen alvorens tot uitvoering over te gaan. Zo moet bijvoorbeeld bij het consolideren van licenties precies in beeld zijn gebracht wat de juridische en financiële consequenties zijn. Daarnaast moet de RID ook steeds bepalen of bijvoorbeeld aan de Europese aanbestedingsrichtlijnen wordt voldaan. Met inhuur van expertise op dit vlak is in de begroting rekening gehouden. Het risico op vernietiging of vervreemding van de activa door brand of diefstal wordt gemitigeerd door het afsluiten van verzekeringen. De kans op een grote financiële impact is gering. Wij hebben een apart budget voor soft- en hardware kosten daarnaast werken we met een meerjarig investeringsplan. De stand van zaken wordt door de RID periodiek gemonitord. Een groei van het aantal gebruikers (tot boven het aantal genoemd in kadernota) zal leiden tot meer kosten, maar dit wordt tijdig met de RID-deelnemers afgestemd. Conform gemeenschappelijke regeling zullen de eventuele extra kosten gedekt worden door hogere bijdragen.

Compliance risico In de aanbesteding van software was ook de dienst licentiebeheer meegenomen. De dienst licentiebeheer is ingericht, en wordt in de toekomst nog verder uitgewerkt om ook (naast compliancy) het werkelijk gebruik te monitoren. Daarnaast is er risico op het niet voldoen aan de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Voor de AVG hebben wij de rol van functionaris gegevensbescherming belegd binnen de organisatie. Daarnaast worden en zijn er reeds bewustwordingscampagnes en bijeenkomsten gehouden bij het personeel. Ten behoeve van de BIO hebben wij diverse processen ingericht om te voldoen aan de BIO. Deze processen worden getoetst tijdens de controle rondom ISAE3402. De financiële impact zou een eventuele boete kunnen zijn. Deze kan 2 tot 4 procent van de opbrengsten bedragen. (€ 188.000 tot € 376.000). Echter gezien de door ons genomen maatregelen schatten wij het risico op zeer laag voor de hoge boete (10% →€ 40.000).

Renterisico Er wordt rekening gehouden met een rente voor nieuw op te nemen geldleningen van 0,7%. Het risico bestaat dat het werkelijke rentepercentage waarvoor leningen worden afgesloten hoger is. Op dit moment zitten wij nog onder deze rentestand, maar herfinanciering tegen bijvoorbeeld 2% zou een impact hebben van € 53.000.

15

In het geval dat rentestand bijvoorbeeld oploopt tot 1,0 % dan zou dit een geringe financiële impact hebben van € 13.000. Op de korte termijn levert de herfinanciering nog een gering risico op. Wij blijven de rentestand monitoren en zullen indien nodig via de kadernota de rentestand ophogen.

Risico op cybercrime Cybercrime als risico voor de dienstverlening nemen we vanaf nu bewust op in deze risicoparagraaf. In het geval van de diefstal van data (ransomware) of andere vormen van cybercrime, kan de dienstverlening immers acuut tot stilstand komen. Het recente gebeuren bij de gemeente Hof van Twente heeft dit nog eens duidelijk gemaakt. De toename van SaaS-oplossingen vanuit de deelnemers, levert een groter risico op het netwerk van de RID op. Door ondermeer netwerksegmentatie probeert de RID het risico te beperken dat bij een aanval op één deelnemer, alle organisaties geraakt worden. Daarnaast vormen de jaarlijkse pentesten een onderdeel van de benodigde risicobeperking vanuit de RID. Een goede informatiebeveiliging is alleen in gezamenlijkheid met de deelnemers te bereiken. Bij dit type risico zal geen enkele investering in tijd en geld helaas het risico ooit tot 0 kunnen reduceren. Het risico op cybercrime zal daarmee altijd aanwezig zijn en de impact op de dienstverlening hoog. Dit vraagt dus om blijvende (bestuurlijke) aandacht en inzet op informatiebeveiliging. Financiële impact PM

Risico situatie arbeidsmarkt De arbeidsmarkt vormt in toenemende mate een uitdaging voor het werven van personeel, zeker op het gebied van ICT. Hieruit volgt het risico dat vacatures lang openstaan of zelfs niet ingevuld kunnen worden. Met het oog op het continueren van de dienstverlening, kan de RID zich genoodzaakt zien om vaker terug te vallen op inhuur, met alle financiële consequenties van dien. Omdat dit steeds een afweging zal zijn (financieel tegenover continueren dienstverlening) zal dit in overleg met de deelnemers gebeuren. Financiële impact stellen wij derhalve op PM.

Risico’s voor dienstverlening Opdrachtgeverschap De RID is als GR ingericht om te werken voor een collectief van organisaties met een samenhangende en generieke behoefte op het gebied van de ICT. Omdat professioneel opdrachtgeverschap belangrijk is vanuit alle RID-deelnemers, zijn de krachten als opdrachtgevers gebundeld om vanuit een regionale IVontwikkeling te komen tot eenduidige vraagontwikkeling, -formulering en –articulatie. Vanuit deze collectieve benadering moet invulling gegeven worden aan het uitgangspunt ”zoveel mogelijk in gezamenlijkheid de functionele behoefte wordt geformuleerd. Met oog voor verschillen maar focus op overeenkomsten.. De blijvende specifieke wensen per organisatie zorgen echter nog

steeds voor dynamiek die in de praktijk leidt tot ongewenste uitloop in projecten. Blijvende inzet op professioneel opdrachtgeverschap en ondernemerschap is een vereiste om dit patroon te doorbreken. Het programmavoorstel Regionale Samenwerking Informatievoorziening is een mooie stap in de gewenste richting van samenwerking. Hiermee kunnen we zorgen voor complexiteitsreductie. Dit heeft een positief effect op de dienstverlening en vermindert het effect van de krapte op de arbeidsmarkt.

Het voeren van regie op de dienstverlening van de RID Nadat een automatiseringsproject is afgerond, gaat de RID beheerdiensten verlenen. In alle gevallen worden hierover afspraken vastgelegd in een Servicelevel Agreement (SLA). Hierbij spelen de contractmanagers van de RID-deelnemers een prominente rol als verbindende schakel tussen de deelnemer en de RID. Zij maken afspraken met de RID over dienstverleningsniveaus, zien toe op de naleving daarvan (zowel door de RID als door de eigen organisatie) en vormen een escalatiekanaal voor zowel de gebruikers als de RID. De basis hierbij is de dienstverleningsovereenkomst (DVO) die met de deelnemers is afgesloten.

Het uitvoeren van Functioneel Beheer Het technisch beheer van applicaties is belegd bij de RID. Het functioneel beheer van applicaties is echter primair een taak van de RID-deelnemers (met uitzondering van de kantoorautomatisering en de diensten die zijn uitbesteed aan de RID, zoals e-Hrm). Daartoe zou voor iedere applicatie per organisatie een functioneel beheerder aangewezen moeten zijn, die zorg draagt voor het zodanig functioneren van de applicatie, dat deze het proces goed ondersteunt. Tijdens de Log4j crisis werd echter een kwetsbaar patroon zichtbaar aan achterstallig onderhoud op het applicatielandschap van de deelnemende organisaties, mede door het gebrek 16

aan functioneel beheerders. Niet alleen bevinden zich honderden applicaties (saas-applicaties) buiten het zicht (dus niet binnen het datacenter) van de RID, maar door het ontbreken van functioneel beheer vindt onvoldoende lifecycle management plaats op deelnemersapplicaties. Dit heeft tot gevolg dat er een groot aantal applicaties zijn die niet meer ondersteund worden door de leverancier, die niet overweg kunnen met actuele server versies/componenten of die niet zijn bijgewerkt naar de meest recente versie. Dit leidt tot grote aantallen kwetsbaarheden in onze infrastructuur. Op al deze applicaties is dus extra aandacht voor functioneel beheer, patchmanagement en lifecyclemanagement noodzakelijk. Pas kan dan goede afstemming plaatsvinden tussen functioneel en technisch beheer. Door de mogelijkheid te onderzoeken van het centraliseren van functioneel beheer binnen de I-samenwerking of RID wordt de kracht van het collectief benut en genieten alle deelnemers voordelen op het gebied van continuïteit, verminderde kwetsbaarheid, verbeterde kwaliteit en minder meerkosten. Afhankelijk van de risicoanalyse, waarin een inschatting wordt gemaakt wat de kans is dat een risico zich voordoet, wordt de omvang van het weerstandsvermogen bepaald. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling mag het weerstandsvermogen maximaal 10% van de apparaatskosten bedragen.

De weerstandscapaciteit is op dit moment beperkt (alleen de Algemene Reserve ad € 87.000). Deze reserve is vooralsnog vrij besteedbaar. Risico’s Compliance risico Rente risico Risico op Cybercrime Risico van de huidige arbeidsmarkt Totaal

40.000 13.000 PM PM 53.000

Ratio Weerstandsvermogen De BBV schrijft voor om een verplichte basisset van 5 financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze 5 kengetallen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie (niet van toepassing voor RID) Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (niet van toepassing voor RID)

Ratio Netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Begroting 2024 47% 1,39% 0

Begroting 2023 44% 1,51% 0

2022

2021

29% 16,19% 0

39% 8,38% 0

De RID is een organisatie met veel vaste activa op de balans. De RID heeft een beperkte Algemene Reserve, waardoor de RID moet lenen om te kunnen investeren. Hierdoor is de Netto schuldquote hoog en de solvabiliteitsratio laag. Wij verwachten geen structurele exploitatieruimte voor 2024 en 2023.

17

7.3.

Onderhoud kapitaalgoederen

In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij de RID is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name ICT gerelateerde zaken). Hierdoor is deze paragraaf niet van toepassing.

7.4.

Financiering en treasury

Inleiding De financieringsparagraaf is, in samenhang met het treasurystatuut, een belangrijk instrument voor het transparant maken, sturen, beheersen en controleren van de financiële middelen. De uitwerking hiervan vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening. In het treasurystatuut is geregeld dat nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitenplanning. Deze afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt om bedragen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig c.q. beschikbaar zijn. Hiermee worden de rentekosten zoveel mogelijk beperkt en de rentebaten geoptimaliseerd.

Rentevisie Financiering via kortlopende geldleningen is goedkoper dan via langlopende geldleningen. Daarom trekt de RID pas een langlopende geldlening aan als de kasgeldlimiet over langere periode overschreden dreigt te worden. Om een te risicovolle financieringspositie te voorkomen zijn wettelijk normen vastgelegd, uitgedrukt in de kasgeldlimiet en de risiconorm.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn. Op grond van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2024 8,2% van 8.396.000 = € 688.000 bedraagt. De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen.

Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RID loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2024 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De rente risiconorm voor 2023 bedraagt 20% van € 8.396.000, hetgeen uitkomt op € 1.679.000 met een minimum van € 2.500.000.

Financiering (leningenportefeuille) In 2017 is een lening aangetrokken van € 1.000.000 (looptijd 5 jaar) en in 2022 afgelost. In 2019 zijn 2 leningen aangetrokken van € 1.500.000 en € 1.000.000 (looptijd beiden 5 jaar). In 2020 zijn 2 leningen aangetrokken van € 1.000.000 en € 1.500.000 (looptijd 5 jaar) en in 2021 is een lening aangetrokken van € 2.000.000 (looptijd 5 jaar). Alle leningen worden lineair afgelost. De gemiddelde rente op deze leningen bedraagt circa- 0,02%.

Vennootschapsbelasting Met betrekking tot de VPB-plicht maakt de RID gebruik van de vrijstelling rondom samenwerkingsverbanden.

18

7.5.

Bedrijfsvoering

Deze paragraaf omvat de besturing en beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de bedrijfsprocessen binnen de RID Utrecht. Onze ambitie is om de partner te zijn die diensten en oplossingen levert op het gebied van zowel ICT als de informatievoorziening. Wij zorgen ervoor dat medewerkers van onze opdrachtgevers hun werkzaamheden effectief en veilig kunnen uitvoeren. Om dit te bereiken zijn in 2019 bestaande functies en samenhangende activiteiten herschikt tot een meer geconsolideerde functionele structuur. Eenvoudiger gesteld, de basis van onze organisatiestructuur bestaat per 1 december 2019 uit twee teams; het team Diensten en team Support & Operations. Team Diensten is verantwoordelijk is voor de architectuur, security en functionaliteit van diensten en oplossingen op het gebied van de informatievoorziening. Dit is een beleidsvormend, organiserend, regisserend en controlerend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID blijven voldoen aan de functionele vereisten van de business. Team Support & Operations, S&O, is integraal verantwoordelijk voor het leveren, adequaat functioneren en gebruik van diensten en oplossingen op het gebied van de ICT. Dit is een beherend, regisserend en ondersteunend team dat ervoor zorgt dat de diensten en oplossingen van de RID voldoen aan gebruikersvereisten en door de gebruikers optimaal worden benut.

De herschikking van functies en activiteiten in deze twee teams stelt ons beter in staat om nieuwe diensten te ontwikkelen, nieuwe technologie in te zetten en tegelijkertijd de bestaande operationele prestaties te continueren. Onze verwachting is ook dat duidelijkheid over de focus en verantwoordelijkheid van beide teams positief zal bijdragen aan aspecten zoals innovatie, intrinsieke motivatie, leren en ontwikkelen, laagdrempelige collegiale communicatie en snel schakelen met korte lijnen. Zonder de illusie te hebben dat alleen een herschikking in structuur voldoende is, hebben we hiermee wel voldaan aan een belangrijke voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van onze organisatie.

7.6.

Verbonden partijen

Deze paragraaf is voor de RID niet van toepassing. De verbonden partijen die de RID heeft, zijn de deelnemende organisaties.

7.7.

Grondbeleid

Grondbeleid is voor gemeenten van belang in verband met realisaties van programma’s als ruimtelijke ordening, landschap, verkeer en vervoer, economische structuur etc. Gezien deze achtergrond is deze paragraaf niet van toepassing voor de RID.

19

Geprognotiseerde balans Geprognosticeerde balans (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Activa Immateriële vaste activa

1.175

1.200

1.000

2.000

2.000

Materiële vaste activa

2.413

2.900

2.800

2.800

2.700

Financiële vaste activa

170

200

200

200

200

Vorderingen op openbare lichamen

2.196

1.500

1.500

1.500

1.500

Overige vorderingen

-

-

-

-

-

Liquide middelen

-

-

-

-

-

Overlopende activa

708

750

750

750

750

6.662

6.550

6.250

7.250

7.150

Totaal activa Passiva Algemene Reserve

87

87

87

87

87

Bestemmingsreserve

991

-

-

-

-

Voorzieningen

-

-

-

-

-

Vaste Schulden

4.100

4.300

4.000

5.000

5.000

Netto vlottende schulden

1.484

2.163

2.163

2.163

2.063

6.662

6.550

6.250

7.250

7.150

2026

overlopende passiva Totaal Passiva

EMU saldo EMU Saldo (x € 1.000)

2022

Exploitatiesaldo voor mutaties reserve Bij: Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bij: dotatie aan de post voorzieningen Af: Investeringen in (im)materiële vaste activa die worden geactiveerd Bij: baten uit bijdragen aan andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Af: Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan Bij: Baten bouwgrondexploitatie voorzover niet op exploitatie verantwoord Af: Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Totaal

2023

2024

2025

511

-

-

-

1.232

1.494

1.477

1.421

-

-

-

-

969

700

2.445

1.202

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

774

794

-968

219

1.401

215

1.186

Overzicht van baten en lasten per taakveld Verdeling per taakveld (x € 1.000)

2022 Taakveld

baten

2023 lasten

baten

2024 laten

baten

2025 lasten

Programma dienstverlening

0.4 Overhead

1.539

7.625

6.873

7.069

Overhead

0.4 Overhead

59

1.263

1.282

1.327

Algemene dekkingsmiddelen

0.4 Overhead

7.801

Totaal

8.155

9.399

8.888

20

8.155

8.396 8.155

8.396

baten

lasten 7.013 1.327

8.340 8.396

8.340

8.340

Vaststellingsbesluit

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12836917/1