220628 - inspraakreactie UL Fietspad WbD-Gravenbol
Tekst van het document
Gemeenteraad Wijk bij Duurstede griffie@wijkbijduurstede.nl
Onderwerp: Inspraakreactie raadsvergadering 29 juni 2022, Koppelkansen Sterke Lekdijk
L5451/SvD/NB De Bilt, 28 juni 2022
Geachte raadsleden, Op 29 juni 2022 bespreekt u de Koppelkansen Sterke Lekdijk. Eén van de koppelkansen betreft het vrijliggend fietspad tussen Wijk bij Duurstede en Gravenbol. Voor realisatie van het beoogde fietspad zijn diverse vergunningen, ontheffingen en een bestemmingsplanwijziging nodig. Voor uw bespreking willen wij u graag het volgende meegeven, waarbij we ons nu beperken tot de voor dit moment belangrijkste aspecten. In het raadsvoorstel wordt onder punt 1.1 een kanttekening gemaakt: het traject van vergunningverlening voor het fietspad naar Gravelbol nog moet worden doorlopen. Wij willen u er op wijzen dat het beoogde fietspad fors verstorend is voor de natuurwaarden in de uiterwaarden en om die reden zeer onwenselijk is. Wij verzoeken u niet akkoord te gaan met het raadsvoorstel. Bovendien zijn de plannen niet vergunbaar. Het betreft immers een nieuwe ontwikkeling in het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Het beoogde fietspad ligt vrijwel volledig in Natura 2000-gebied, en dus ook in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit leidt naast oppervlakteverlies ook tot verstoring van het gebied. Er is dus sprake van aantasting van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ en het NNN. Natura 2000-gebieden Op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het zonder vergunning verboden een project te realiseren.
Een vergunning kan (door Gedeputeerde Staten) alleen verleend worden indien zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (artikel 2.8 Wnb). Als dat niet het geval is, dan kan alleen vergunning worden verleend als er sprake is van: -
Het ontbreken van alternatieven, EN; Er dwingende redenen van groot openbaar belang zijn, EN; Er compenserende maatregelen worden getroffen.
Het fietspad tast de natuurlijke kenmerken van het gebied aan: er is immers sprake van oppervlakteverlies en o.a. sprake van verstoring van soorten door recreanten. In de ‘Variantennota Koppelkansen 5’ wordt het effect van het gebruik van het beoogde fietspad dan ook als licht negatief beoordeeld (zie Variantennota bladzijde 15 bovenaan). De aanlegfase wordt licht negatief tot neutraal beoordeeld (zie bladzijde 17 Variantennota). Zie ook de samenvatting op bladzijde 18 (bovenaan) van de Variantennota.
Opmerkelijk is dat er nergens in de Variantennota bij de aanlegfase een beoordeling voor stikstof is uitgevoerd. Wellicht is dat het gevolg van het feit dat op dit moment de aanlegfase voor stikstof nog vergunningvrij is (de zogenaamde partiële vrijstelling), maar dit is zeer omstreden. Mogelijk wordt deze partiële vrijstelling onverbindend verklaard, nu hierover zaken zijn aangespannen bij de Raad van State en de stikstofjurisprudentie en -wetgeving behoorlijk in ontwikkeling zijn. Het fietspad voldoet ook niet aan de 3 voorwaarden waaronder een vergunning kan worden verleend: er is immers een alternatief beschikbaar (door het pad op de kruin van de dijk of binnendijks aan te leggen). Ook is er geen sprake van dwingende redenen van groot openbaar belang. Dit betekent dat de vergunning niet verleend kan worden. NNN Aantasting van het NNN is verboden op grond van artikel 6.3 de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Alleen indien er sprake is van 1) groot openbaar belang waarbij er geen alternatieven zijn, 2) meerwaarde voor het NNN, of 3) een beperkte ontwikkeling die nodig is voor de instandhouding van de bestaande bestemming kan een aantasting toch worden toegestaan. Van de 3 uitzonderingsmogelijkheden is geen sprake.
In de Variantennota wordt het gebruik van het fietspad als zeer negatief beoordeeld, de aanlegfase van licht negatief tot neutraal, zie ook bladzijde 19 van de Variantennota. Conclusie Een vergunning voor aantasting van Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming) kan niet worden verleend. Een bestemmingsplan waarin het beoogde fietspad mogelijk wordt gemaakt kan niet worden vastgesteld vanwege de zeer negatieve effecten op het NNN. De plannen zijn daardoor onuitvoerbaar. De gemeenteraad mag een onuitvoerbaar bestemmingsplan niet vaststellen, zie ook artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (zie bijlage). Nu doorgaan met het verder voorbereiden van het beoogde traject zal een kostentoename en vertraging van de plannen veroorzaken, omdat dit zal leiden tot verdere juridische discussie. Belangrijker dan dat, zal het doorzetten van de plannen leiden tot onherstelbare schade aan de natuur. Wij willen u daarom oproepen om niet akkoord te gaan met het raadsvoorstel en het college vragen het alternatief van een fietsroute op de kruin van de dijk of binnendijks verder uit te werken. Voor vragen over deze brief kunt u contact opnemen met Nicolette Buiter (n.buiter@utrechtslandschap.nl, 06-51241624). Met vriendelijke groeten,
Drs. S.G. van Dockum Directeur-bestuurder Utrechts Landschap
Bijlage Artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)