20150106 7 bijlage 3 aanvulling haalbaarheidsonderzoek
Tekst van het document
Haalbaarheidsonderzoek VMK: AANVULLING
project
: 12291 project VMK
opdrachtgever
:
adres
: Markt 22 en 24 te 3961 BC Wijk bij Duurstede
kadastraal
: Gemeente Wijk bij Duurstede, sectie B, nummers 96, 2270, 1623 en 1624.
ligging
: binnen bebouwde kom
monumentennummer : 39696 (stadshuis) en 39695 (kerk)
26 februari 2014
Project VMK aanvulling INHOUD:
1
Inleiding
3
2
Samenvatting van de conclusie
3
3
Wat verbetert de toegankelijkheid
3
4
Wat verbetert de verhuurbaarheid
6
5
Wat is specifiek noodzakelijk voor het museum
7
6
Conclusies
9
7
Planning
10
8
Bijlage I raming lift intern
11
9
Bijlage II raming extern trappenhuis
12
10 Bijlage III en IIIa raming verhuurbaarheid
13
11 Bijlage IV raming museum
15
12 Tekeningen extern trappenhuis
16
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 2
Project VMK aanvulling Het huisvesten van het museum binnen de muren vereist het geschikt maken van de ruimte in de kap. Tezamen met de noodzakelijke liftinstallatie vergt de huisvesting van het museum een investering van circa € 387.000 of € 473.000 indien de toegankelijkheid wordt verzorgd middels het externe trappenhuis.
1 INLEIDING:
Het vertrek van een van de gebruikers van het Stadhuis is voor de gemeente Wijk bij Duurstede aanleiding om te onderzoeken op welke wijze het gebouw op een zinvolle wijze gebruikt kan blijven worden. Daarnaast is er een bezuinigingsdoelstelling voor de gemeente, die bereikt kan worden door het afstoten van onroerend goed. Het Museum Dorestad – momenteel gevestigd in een pand aan de Muntstraat- zou de huisvesting kunnen combineren met het daar al gevestigde VVV. Als vervolg op het rapport van 12 augustus 2013 zijn de volgende vragen nader onderzocht:
De genoemde investeringen zijn inclusief de additionele kosten voor vergunningen en planontwikkeling. Het huisvesten van het museum of een andere gebruiker vereist een goed samenspel met zowel de VVV als de gemeente omdat toegang en het gebruik van voorzieningen en ruimten gedeeld moeten worden. Dit betekent dat het gebouw niet voor elke willekeurige huurder interessant zal zijn.
W elke maatregelen moeten er genomen worden om de toegankelijkheid te verbeteren en het stadhuis verhuurbaar te maken en welke kosten zijn daartoe noodzakelijk? W at is er specifiek noodzakelijk voor de huisvesting van het Museum Dorestad in het stadhuis? Welke kosten zijn daartoe noodzakelijk?
3 WAT VERBETERT DE TOEGANKELIJKHEID VAN HET STADHUIS? Het stadhuis heeft momenteel een drietal toegangen, twee op de begane grond en één op de beletage. De toegangen op de begane grond zijn van oorsprong de secundaire toegangen. Op de begane grond is er een entree onder het bordes aan de zijde van de Markt en een toegang aan de achterzijde. Deze laatste is op dit moment niet openbaar en alleen via de afgesloten binnenplaats te benaderen. De hoofdentree naar de beletage gaat via de buitentrap aan de Markt. Intern zijn de diverse etages met elkaar verbonden via het trappenhuis met een houten spiltrap. De zolder is te bereiken via een vlizotrap vanaf de verdieping.
2 SAMENVATTING VAN DE CONCLUSIE: Voor de verbetering van de toegankelijkheid zal een liftinstallatie moeten worden toegevoegd. De keuze is dan om dit intern te doen of de lift te combineren met een nieuw trappenhuis achter het stadhuis. De kosten zijn respectievelijk geraamd op € 183.000 en € 269.000. Wil men alleen de verhuurbaarheid van de verdieping verbeteren dan is het aanbrengen van isolatievoorzieningen –om zo de energielasten te drukken- een goede mogelijkheid. De kosten hiervoor zijn circa € 118.000. Indien men dit combineert met een lift, dan zijn inverdieneffecten mogelijk.
Voor intensief gebruik is het bestaande trappenhuis niet echt geschikt. De trap is smal, de treden nabij de spil zijn kort, en heeft –naar huidige
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 3
Project VMK aanvulling begrippen- een grote optrede. Alleen de begane grond van het pand is integraal toegankelijk. Voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel is de beletage zonder hulp niet toegankelijk en zijn de verdieping of de zolder niet te bereiken. De trap is een belangrijk onderdeel van het rijksmonument en vanuit cultuurhistorisch oogpunt zijn aanpassingen aan de trappen –met uitzondering van de vlizotrap- niet gewenst. Voor verbetering van de integrale toegankelijkheid zijn er twee hoofdrichtingen: 1. Het aanbrengen van een lift binnen het gebouw; 2. Het realiseren van een extern trappenhuis met lift. 1 lift binnen het gebouw Het realiseren van een lift binnen het gebouw –met de minste gevolgen voor balklagen- is mogelijk ter plaatse van de stookruimte op de begane grond. Indien dan ook de zolder met de lift bereikbaar moet zijn, dan is aan deze zijde een doorbreking van het dak noodzakelijk. Lift ter plaatse van de rode vlek.
Vanaf de Markt is een doorbreking van het dakvlak goed in het zicht omdat de aangrenzende bebouwing onder de gootlijst van het stadhuis blijft. Het is echter mogelijk om deze doorbreking op een architectonisch verantwoorde wijze in te passen, zodat het aanzicht van het stadhuis niet wordt aangetast. In het interieur betekent het aanbrengen van de liftkoker dat alle sanitaire voorzieningen op de beletage en de verdieping opnieuw moeten worden aangelegd. Dit is minder bezwaarlijk, omdat dan direct een integraal toegankelijke toiletruimte kan worden gerealiseerd. In de bestaande situatie is dat niet aanwezig.
bouwbesluit. Het betekent tevens voor de beletage en de verdieping de mogelijkheid voor een tweede vluchtweg. Een extern trappenhuis heeft wel als consequentie dat er per etage een doorbraak in de gevel moet worden gemaakt. Voor de begane grond is dan te denken aan een extra deur vanuit ruimte 05. Op de beletage is het mogelijk om in een venster van de voormalige raadzaal een deur op te nemen en op de verdieping is al een deur –naar de bestaande noodtrap- aanwezig. Voor bereikbaarheid van de zolder is een dakdoorbreking aan de achterzijde noodzakelijk. De meest ideale plaats van het externe trappenhuis lijkt te zijn tussen het stadhuis en de kerk in. De kosten voor een extern trappenhuis zijn belangrijk hoger, maar maken het wel mogelijk om alle vloerniveau ’s zowel integraal toegankelijk te maken als een tweede vluchtweg te geven.
2 extern trappenhuis Een externe plaatsing geeft de mogelijkheid om naast een lift ook een tweede trappenhuis te plaatsen, dat voldoet aan de geldende eisen van het
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 4
Project VMK aanvulling werkzaamheden verricht, waarbij het maaiveld ter plaatse is ontgraven. Nader onderzoek in de archieven zou moeten uitwijzen of dit ook ter plaatse van de locatie van het externe trappenhuis en lift is gebeurd.
Steunbeer travee 6 en 7 noorderzijbeuk 1974. Lift met trappenhuis extern geplaatst. Zoals in het rapport van 12 augustus 2013 is aangegeven heeft de gehele binnenstad de status van archeologisch monument met een hoge archeologische waarde. In het vigerende bestemmingsplan voor de binnenstad is er dan ook een dubbelbestemming voor deze locatie “archeologisch hoog” opgenomen. Dit betekent dat er ter plaatse niet gebouwd mag worden, tenzij er door een archeologisch onderzoek wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden. Met toepassing van art 41a van de Monumentenwet 1988 kan hiervoor een vrijstelling worden verkregen. Het oppervlak voor het externe trappenhuis met lift is circa 25 m² en is daarmee belangrijk minder dan de grens van 100 m². Daarnaast zijn er tijdens de restauratie van 1968-1976 aan de fundering van de kerk
Fundering travee 4 noorderzijbeuk 1974.
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 5
Project VMK aanvulling Voor een overzicht van de kosten zie bijlage I en bijlage II.
begane grond voldoende uitgerust met eigen toiletvoorzieningen en een pantry. Nadelig is dat de gebruikers van de bovenliggende vloerniveaus via de entree en pantry van de begane grond moeten.
Voor een intern geplaatste lift en de daarmee gepaard gaande wijzigingen is een omgevingsvergunning nodig voor de activiteit veranderen van een monument en voor de activiteit bouwen. Voor het externe trappenhuis speelt naast de voornoemde vergunningen ook de aanpassing van het bestemmingsplan, het eventuele archeologische onderzoek en wellicht ook een omgevingsvergunning voor de kerk, omdat de puien dan vastgemaakt worden aan het kerkgebouw. Zie ook het rapport van het haalbaarheidsonderzoek naar de verplaatsing van het museum Dorestad van 12 augustus 2013.
2 de beletage De beletage heeft een monumentale entree via het trapbordes aan de zijde van de Markt en heeft in de voormalige raadszaal een blikvanger. Nadelig is dat de vloer niet integraal toegankelijk is en dat de diverse ruimten zodanig zijn gesitueerd dat deelgebruik speciale voorzieningen vraagt in de vorm van geluidwering. De beletage heeft slechts één toilet, een pantry is niet aanwezig. Het uitbreiden van de sanitaire voorzieningen lijkt thans niet van belang en eventueel is een pantryvoorziening in een van de ruimtes te plaatsen.
4 WAT VERBETERT DE VERHUURBAARHEID VAN HET STADHUIS?
3 verdieping met de zolder.
Voor de verhuurbaarheid van het stadhuis onderscheiden we op dit moment drie lagen:
De verdieping is bereikbaar via de bestaande trap en op dit vloerniveau is één toilet aanwezig. Een pantry is er niet. De lichttoetreding is alleen via de vensters aan de zijde van de Markt, aan de achterzijde zijn geen vensters. Dit betekent dat dat zone aan de achtergevel in feite niet geschikt is als verblijfsruimte. Deze ruimte is wel bruikbaar voor functies die geen direct daglicht vragen. De bereikbaarheid is via het trappenhuis en gaat dan –of op de begane grond of via de beletage- via ruimten in gebruik bij derden. Een pantryvoorziening en/of verbetering van het sanitair is relatief eenvoudig te realiseren. In verband met mogelijke geluidsoverlast via de vloer naar de beletage zijn wellicht geluidsisolerende maatregelen noodzakelijk. Dit geeft direct een mogelijkheid om de vloer op één niveau te brengen. De zolder is in de huidige vorm slechts bruikbaar als bergruimte. De kap is niet geïsoleerd, onverwarmd en heeft een zeer beperkte lichttoetreding via een tweetal dakkapellen en een klein dakvenster. Ook de bereikbaarheid via de vlizotrap is zeer beperkt. Om de
1. De begane grond, momenteel volledig in gebruik door de VVV; 2. De beletage met de voormalige raadzaal. Deze etage wordt deels gebruikt door de gemeente als trouwlocatie en de overige ruimten (1.09, 1.02 en 1.03) worden niet gebruikt; 3. De verdieping met de zolder, momenteel niet in gebruik. 1 begane grond De begane grond is toegankelijk vanaf het maaiveld en lijkt goed te zijn toegerust voor de huidige functie met de huisvesting van de VVV. De locatie in het stadscentrum is een pré. De entree aan de Markt heeft in het bordes een wat ondergeschikte positie, maar hierin is vanwege de monumentaliteit van het pand niets te wijzigen. Van oudsher is de toegang via het bordes naar de beletage de belangrijkste. Qua voorzieningen is de
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 6
Project VMK aanvulling kapruimte verhuurbaar te maken zal deze geïsoleerd moeten worden, is het waterpas maken van de vloer noodzakelijk en zullen aanvullende voorzieningen aangebracht moeten worden om de lichttoetreding aan te passen aan de hedendaagse eisen. Ook de installaties voor verwarming, brandbeveiliging en elektra moeten worden uitgebreid. De maatregelen kunnen conflicteren met de monumentale waarden van de kapconstructie. De investeringen om de zolder goed bruikbaar te maken als een verhuurbare gebruiksruimte worden geraamd op circa € 156.000 en geven verhuurbaar oppervlak van 128 m². Het valt te bezien of een mogelijke huurder –die past binnen het stadhuis en de samenwerking met de VVVvoldoende opbrengst kan genereren om de investering terug te verdienen. Zie bijlage IIIa
voor energie voor verwarming gereduceerd worden. Uit economisch oogpunt moet een evenwicht gevonden worden tussen de besparing aan energiekosten en de kosten van de hiervoor benodigde investering. Het pand is per verdieping te gebruiken, maar de gebruikers zullen ermee om moeten kunnen gaan dat een aantal ruimten gemeenschappelijk zijn. Voor een overzicht van de mogelijke maatregelen en de daarbij behorende kosten zie bijlage III en bijlage IIIa. Deze kosten zijn exclusief een lift of het externe trappenhuis. Voor de interne aanpassingen om de verhuurbaarheid te verbeteren is alleen een omgevingsvergunning nodig voor de activiteit veranderen van een monument en voor de activiteit bouwen.
Voor het gehele pand geldt dat er geen of nauwelijks isolatievoorzieningen aanwezig zijn. Het betekent voor de gebruikers relatief hoge stookkosten en ook verlies van comfort (tocht, koudeval bij de vensters). Vanwege de rijksmonumentenstatus is het aanbrengen van isolerende voorzieningen niet eenvoudig en betekent een beperkte aantasting van de monumentale waarden. Daarnaast wordt een aanzienlijke investering gevraagd, omdat met het aanpassen van de bouwkundige schil ook alle warmte-installaties moeten worden aangepast. Ook ontstaat het risico op condensatie in onderdelen van de constructie (oplegging van balken in metselwerk, aansluitingen bij kozijnen e.d.) met schade aan monumentaal waardevolle onderdelen.
5 WAT IS SPECIFIEK NOODZAKELIJK VOOR MUSEUM DORESTAD Het museum gebruikt momenteel een pand in de Muntstraat. Het huidige gebouw is gebouwd als woonhuis en die structuur, met een middengang en aan weerzijden kamers, is nog in grote lijnen aanwezig. De expositie is verdeeld over de kamers en de bezoekers volgen een route van kamer naar kamer. Over twee lagen, de zolder en een aanbouw aan de linkerzijde heeft men de beschikking over circa 432 m2, verdeeld over 290 m2 voor expositie en 142 m2 voor verkeersruimten, berging en toiletten. Hierbij moet worden aangetekend dat de verkeersruimten ook benut worden voor expositiedoeleinden. Alle vloerniveaus zijn bereikbaar met een (goederen)lift, die ook gebruikt mag worden voor personen. Jaarlijks bezoeken circa 6.000 personen het museum.
Het moge duidelijk zijn dat het aanbrengen van een lift of een extern trappenhuis met lift een bijdrage levert aan een verbetering van de verhuurbaarheid van het pand. Ook het realiseren van isolerende voorzieningen draagt bij aan een betere verhuurbaarheid, omdat hiermee een verbetering van het comfort wordt bereikt. Tevens zullen de kosten
Het museum heeft de sterke wens om de expositie op een meer doorlopende wijze vorm te geven. Anders dan thans het geval is gaat men
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 7
Project VMK aanvulling niet meer van kamer naar kamer, maar volgt de geschiedenis van Dorestad via een logisch af te leggen route. De grote open ruimtes, die daarvoor noodzakelijk zijn, zijn alleen op de verdieping en de zolder te realiseren. Voor het museum geld ook dat het vloeroppervlak van de zolder noodzakelijk is om überhaupt in het stadhuis onderdak te kunnen vinden. Dit betekent dat de ook de ruimte in de kap geschikt gemaakt moet worden als gebruiksruimte. Het isoleren van de kap, het verbeteren van de zoldervloer en het aanbrengen van diverse installaties (verlichting en verwarming) zullen dan gedaan moeten worden. Daarnaast heeft het museum een depotruimte nodig, bergruimte en plaats om wijzigingen in de expositie voor te kunnen bereiden. Ruimte hiervoor is te vinden op de beletage. Deze ruimten –o.a. de voormalige burgemeesterskamer- zijn dan exclusief beschikbaar voor het museum. Een aantal functies die verder nog nodig zijn, zijn goed te combineren met de VVV. Te denken valt daarbij aan de entree, de balieruimte, de winkelruimte, kantoor en kantinefunctie en de sanitaire voorzieningen. De mogelijkheden voor het dubbel gebruik zijn voornamelijk op de begane grond gesitueerd en de kamers op de beletage. De voormalige raadzaal is geschikt als ontvangstruimte voor groepen, lezingen en workshops als deze niet nodig is voor de gemeente.
Ruimte voor een wisselexpositie is zeer gewenst, maar niet strikt noodzakelijk voor het functioneren van het museum. Deze ruimte is echter op dit moment niet te realiseren binnen de muren van het stadhuis.
Op één van de vloeren is uitbreiding van het sanitair gewenst om een integraal toegankelijk toilet te realiseren. Dit is denkbaar op de beletage als de voormalige publieke ruimte wordt afgescheiden van de raadszaal. Dan kan hier ook een pantryvoorziening met uitgiftepunt gerealiseerd worden. Het laten vervallen van de bestaande toiletvoorziening op de verdieping is niet direct aan te raden. Voor de gebruikers betekent dit dat op de beide “museumvloeren” geen toiletvoorziening aanwezig is. Bovendien zijn de kosten van het handhaven en/of verbeteren van de toiletvoorziening –in relatie tot de totale investering- gering en is deze goed te combineren met een bergruimte voor het musem. Verlichting De elektrische installatie is op dit moment ontoereikend voor de gewenste verlichting voor het museum. Klimaatbeheersing museumruimten Voor de museumcollectie is het zeer gewenst om het klimaat te kunnen beheersen, zowel voor wat de temperatuur als de vochtigheidsgraad betreft. Wellicht dat het kunnen beheersen van het binnenklimaat noodzakelijk is om in aanmerking te komen voor een “museumregistratie”. Belangrijk in de beheersing van het klimaat is dat er een min of meer stabiele temperatuur en luchtvochtigheid kunnen worden gerealiseerd met een beperkt bereik van de fluctuaties.
Als de verdieping en de zolder geschikt gemaakt worden voor museale ruimten, is het goed mogelijk om deze verdiepingen als het ware los te koppelen van de bestaande installatie en een eigen verwarmingsinstallatie aan te brengen. Met de toepassing van een verwarming op basis van lucht –in plaats van een warmteafgifte via water- is het dan ook mogelijk om de vochtigheidsgraad te reguleren. Het aanbrengen van de isolatievoorzieningen, ook in de vloer naar de beletage is dan uitstekend te combineren met geluidwerende isolatie. Eventueel
Voor het huisvesten van het museum is verder noodzakelijk: Integrale toegankelijkheid Dit betekent het aanbrengen van een lift. De voorkeur is dan voor het externe trappenhuis met lift, omdat dit niet ten koste gaat van vloeroppervlak binnen het stadhuis. Het is daarnaast in verband met het gebruik zeer gewenst om een tweede vluchtweg te hebben. Sanitair
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 8
Project VMK aanvulling kan worden onderzocht of kwetsbare museumstukken kunnen worden ondergebracht in vitrines, waarmee fluctuaties voor de museumstukken kunnen worden beperkt. Het is mogelijk om in de vitrines een wezenlijk ander klimaat te realiseren dan in de grote ruimten. Dergelijke vitrines vergen echter wel een fors hogere investering. Daarnaast zal ook de bestaande cv-installatie moeten worden uitgebreid en aangepast aan het verwarmen van de kapruimte. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat voor het museum tot de optimale situatie leidt. Geluid Als de raadzaal wordt gebruikt voor een trouwplechtigheid of een andere bijeenkomst door derden, zullen geluidwerende voorzieningen aangebracht moeten worden. Dit kan goed middels het aanbrengen van een extra deur met geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de bestaande deuropeningen van de raadszaal, alsmede het aanbrengen van isolatievoorzieningen in de vloer van de verdieping. De vloer zal aangepast moeten worden om het bestaande hinderlijke niveauverschil op te heffen en tevens voor het aanbrengen van diverse leidingen van installaties.
kerkgebouw en het bebouwen van de binnenplaats zijn buiten beschouwing gelaten. Indien wordt gekozen voor een externe plaatsing van een lift en een tweede trappenhuis, kan dit zodanig worden uitgevoerd dat hiermee het realiseren van een verbinding van het stadhuis met de kerk mogelijk blijft. Het externe trappenhuis en de verbouwing van het stadhuis kunnen dan worden opgevat als fase I voor de verplaatsing van het museum Dorestad. Fase II zou dan kunnen zijn om de binnenplaats verder te bebouwen om zodoende de ruimte voor een wisselexpositie mogelijk te maken, te zorgen voor betere sanitaire voorzieningen, ook ten behoeve van de gebruikers van het kerkgebouw, en om bezoekers aan Wijk bij Duurstede een completer programma te kunnen bieden. De antwoorden op de geformuleerde vragen zijn: Welke maatregelen moeten er genomen worden om de toegankelijkheid en de verhuurbaarheid te verbeteren en wat zijn de bijbehorende kosten? Voor een verbetering van de toegankelijkheid is het aanbrengen van een lift noodzakelijk, omdat hiermee alle vloeren integraal toegankelijk worden. Het aanbrengen van alleen een intern geplaatste lift met alle daarbij komende consequenties vraagt een investering van circa € 183.000. Het verbeteren van alleen de toegankelijkheid met een extern geplaatste lift met trappenhuis komt op een investering van circa € 269.000.
Het verbeteren van de verhuurbaarheid van de verdieping –zonder toevoeging van een lift- maar met een aantal voorzieningen voor de verbetering van comfort en isolatie zal een bedrag van ongeveer € 119.000 vergen. Wordt ook de ruimte in de kap hierbij betrokken dan wordt de investering geraamd op een € 275.000. Deze bedragen zijn inclusief de bijkomende kosten voor vergunningen en ontwerpkosten. De eventuele kosten voor het wijzigen van het bestemmingsplan –de ruimte direct achter het stadhuis heeft geen
Voor een raming van de kosten van de specifiek voor het museum noodzakelijke voorzieningen zie bijlage IV
6 CONCLUSIES Dit rapport is een aanvulling op het verslag van het haalbaarheidsonderzoek van 12 augustus 2013 inzake de verplaatsing van het Museum Dorestad naar het Stadhuis. Vanwege budgettaire overwegingen zijn een aantal scenario’s onderzocht met de daarmee gepaard gaande investeringen. De koppeling van het stadhuis met het
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 9
Project VMK aanvulling bouwbestemming- zijn buiten beschouwing gebleven, omdat deze op voorhand niet te bepalen zijn. Zie de bijlagen I; II; III en IIIa.
7 PLANNING Uitgaande van besluitvorming door de gemeenteraad zou opdracht gegeven kunnen worden voor de planontwikkeling voor de aanpassingen van het Stadhuis. Hiervoor zou het volgende tijdpad kunnen worden aangehouden:
Wat is specifiek noodzakelijk voor de huisvesting van het museum in het stadhuis? Om het museum Dorestad in het stadhuis onder te brengen is het noodzakelijk om het gebouw integraal toegankelijk te maken door het aanbrengen van een liftinstallatie. Daarnaast is uitbreiding van het bruikbare vloeroppervlak nodig om de vaste collectie te kunnen exposeren door het benutten van de ruimte in de kap. De verdieping en de zolder zullen –in verband met het kunnen reguleren van het binnenklimaat- geïsoleerd moeten worden en moeten worden voorzien van een eigen klimaatregeling. Ook is er aandacht nodig voor mogelijke geluidhinder als de raadszaal wordt gebruikt voor een trouwplechtigheid of een andere bijeenkomst. Welke kosten zijn hiervoor noodzakelijk? De kosten voor het huisvesten van het Museum Dorestad binnen de muren van het stadhuis zijn circa € 387.000. Indien wordt gekozen om een extern trappenhuis toe te voegen dan zal er additioneel een bedrag van € 86.000 besteedt moeten worden, zodat de investering dan rond de € 473.000 komt te liggen. Deze bedragen zijn inclusief de bijkomende kosten voor vergunningen en ontwerpkosten. De kosten voor het wijzigen van het bestemmingsplan zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze op dit moment niet in te schatten zijn.
Maand 1: opstellen programma van eisen, vastleggen bestaande toestand in tekeningen en beperkt bouwhistorisch onderzoek; Maand 2-4: Maken voorlopig ontwerp, toetsen bij monumentencommissie, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, presenteren bij mogelijke fondsen voor subsidies; Maand 5: Maken definitief ontwerp, toetsen bij monumentencommissie, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, aanvragen benodigde omgevinsvergunningen; Maand 6-7: Maken aanbestedingsstukken, bestek en tekeningen, verzorgen aanbesteding, advisering over het opdragen van het werk; Maand 8: Maken werktekeningen en benodigde stukken voor uitvoering; Maand 9-16: Uitvoering van het werk.
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 10
Project VMK aanvulling 7 BIJLAGE I: raming kosten lift intern
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 11
Project VMK aanvulling 8 BIJLAGE II: raming kosten lift + trappenhuis extern
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 12
Project VMK aanvulling 9 BIJLAGE III: raming kosten alleen verbetering verhuurbaarheid
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 13
Project VMK aanvulling 10 BIJLAGE IIIa: raming kosten alleen verhuurbaar maken kap
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 14
Project VMK aanvulling 10 BIJLAGE IV: raming kosten alleen museum intern
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 15
Project VMK aanvulling
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 16
Project VMK aanvulling
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 17
Project VMK aanvulling
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 18
Project VMK aanvulling
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 19
Project VMK aanvulling
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 20
Project VMK aanvulling
bronnen:
BÜGELHAJEMA, Bestemmingsplan Binnenstad gemeente Wijk bij Duurstede, 2009 B. ANKERSMIT, Het binnenklimaat in het Programma van Eisen, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort 2011 Zwart-witfoto’s blad 5: G. Berends 1974, rechthebbende is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Tekst en afbeeldingen vallen onder auteursrecht van Van Doeveren – buro voor architektuur bna-, tenzij nadrukkelijk anders vermeld.
Van Doeveren -buro voor architektuur bna- Scherpenzeel blad 21