2. Kadernota 2025 versie 0.4
Tekst van het document
KADERNOTA RDWI 2025 Versie 0.4
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 1
Voorwoord We werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Daarom is uitgangspunt om de inwoner centraal te stellen in zijn/haar ondersteuningsvraag. We werken vanuit vertrouwen in de inwoner, met een juiste balans tussen ‘rechtmatigheid’ en ‘doelmatigheid’ en passen waar nodig maatwerk toe. Deze kernwaarden1 zijn het vertrekpunt voor de dienstverlening aan de inwoners van onze regio. In de zomer van 2023 hebben de gemeenten Strategische Kaders werk en inkomen 2024-2027 vastgesteld. Deze kaders bepalen voor het beleid en de uitvoering van de RDWI in de komende jaren. De kaders sluiten aan bij de koers die in de afgelopen jaren is ingezet. In dat opzicht gaan we verder op de ingeslagen weg, zoals ook de titel van de Strategische kaders “Door op het gekozen spoor, niet anders maar beter” uitstraalt. Eén van de grootste onzekerheden voor de nabije toekomst is het Rijksbeleid. Na de verkiezingen voor de Tweede Kamer in november 2023 zal er een nieuw kabinet gevormd gaan worden. In hoeverre dat van invloed is op het beleid ten aanzien van het sociaal domein breed in het algemeen en werk, inkomen, schulddienstverlening en inburgering in het bijzonder, is op dit moment onzeker. Dat zal mede afhangen van het tempo van de formatie, van het beleid van een nieuw kabinet en van de impact daarvan op de economie en de arbeidsmarkt.
Ook de financiële positie van gemeenten, op de korte en langere termijn, is een onzekerheid die door kan werken en waarover we het gesprek met gemeenten blijven voeren. Deze ontwikkelingen maken dat deze Kadernota en de bijbehorende prognoses opnieuw ‘in potlood geschreven’ zijn. Waar mogelijk, wordt de actuele stand van zaken verwerkt in de begroting 2025. In deze Kadernota gaan we uit van ontwikkelingen die we op Rijks- en organisatieniveau verwachten in 2025, voor zover we die op dit moment kunnen overzien. De (effecten van de) nieuwe kaders van de gemeenteraden zijn eveneens verwerkt. De uitwerking en de vertaling naar doelen vindt plaats in de Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028, nadat gemeenten de gelegenheid hebben gehad om hun zienswijze in te dienen op deze Kadernota. In hoofdstuk 1 gaan we verder in op de algemene ontwikkelingen en in hoofdstuk 2 gaan we in op ontwikkelingen per thema. De financiële kaders zijn per onderdeel verwerkt in hoofdstuk 2 (op thema), hoofdstuk 3 (Wet sociale werkvoorziening) en in hoofdstuk 4 (bedrijfsvoering). In de financiële kaders zijn de bijgestelde verwachtingen van de omvang van het klantenbestand verwerkt, volgens de informatie zoals deze op het moment van schrijven bekend is. Deze Kadernota wordt via de gebruikelijke wijze aangeboden aan de gemeenteraden.
Zienswijzen op de Kadernota worden meegenomen in de ontwerp Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 die na de vaststelling van de Kadernota aan de gemeenten wordt aangeboden. Zeist, 24 januari 2024 W.J. (Walter) van Dijk Voorzitter bestuur RDWI 1
B. (Bernice) Ruiter Directeur RDWI
Bron: strategische ontwikkelagenda, AB september 2022
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 2
Inhoudsopgave 1
HOOFDLIJNEN KADERNOTA ............................................................................................. 4
1.1.
ONTWIKKELINGEN IN VOGELVLUCHT .............................................................................. 4
1.2.
WAAR HOUDEN WE FINANCIEEL GEZIEN REKENING MEE ............................................... 5
1.3.
SAMENVATTING FINANCIËN ............................................................................................ 6
2
THEMA’S 2025 ................................................................................................................. 8
2.1.
ONTWIKKELING VAN HET BESTAND BIJSTAND ................................................................ 8
2.2.
RE-INTEGRATIE, PARTICIPATIE EN DIENSTVERLENING AAN WERKGEVERS ................... 10
2.3.
INKOMENSVOORZIENINGEN.......................................................................................... 12
2.4.
DIENSTVERLENING AAN INBURGERAARS ...................................................................... 13
2.5.
HULP BIJ SCHULDEN ...................................................................................................... 14
3
UITVOERING WSW DOOR BIGA GROEP ......................................................................... 15
4
BEDRIJFSVOERING ......................................................................................................... 16
4.1.
ORGANISATIE EN APPARAATSKOSTEN ........................................................................... 16
4.2.
RISICOMANAGEMENT.................................................................................................... 17
BIJLAGE 1 MEERJARENRAMING
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 3
1 Hoofdlijnen Kadernota De Kadernota geeft de financiële kaders die nodig zijn om de beleidsdoelen te realiseren. In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven van de ontwikkelingen waar we rekening mee houden en de financiële uitgangspunten. De manier waarop we daar invulling aan geven en de doelstellingen die we daaraan verbinden, worden verwerkt in de Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028. Daarin worden ook de zienswijzen verwerkt die door gemeenten op deze Kadernota worden meegegeven. Kadernota in relatie tot strategische kaders 2024-2027 De gemeenten hebben in 2023 de nieuwe Strategische kaders werk en inkomen 20242027 vastgesteld. Deze zijn verwerkt in deze Kadernota. De strategische kaders zijn het uitgangspunt voor de beleidsvorming in de komende vier jaar. Een deel van de uitwerking van de strategische kaders, de afspraken over de verdeling van de middelen voor re-integratie en participatie, heeft invloed op de wijze van begroten. De nieuwe afspraken zijn in technische zin vertaald naar deze Kadernota. Daarnaast hebben gemeenten aangegeven dat de gezamenlijke ambities uitgangspunt zijn voor de inzet van de middelen. Dit is een groeiproces; het is mogelijk dat nieuwe inzichten leiden tot wijzigingen in de begroting 2025 ten opzichte van deze Kadernota.
1.1. Ontwikkelingen in vogelvlucht Hieronder beschrijven we een aantal algemene ontwikkelingen voor 2025 die van invloed zijn op de volle breedte van ons werk. In hoofdstuk 2 wordt per thema ingegaan op de specifieke ontwikkelingen. De onzekerheden blijven groot en dat vraagt voortdurend om aanpassingsvermogen De afgelopen jaren hebben laten zien dat de onzekerheden groot zijn door verschillende landelijke en wereldwijde ontwikkelingen. Dat vraagt om aanpassingsvermogen van de organisatie. We hebben nog steeds te maken met inflatie. Bestaanszekerheid is een belangrijk thema in maatschappelijke en politieke discussies. Op het moment van schrijven is er nog geen nieuw kabinet; uitkomsten van dat proces hebben mogelijk invloed op het domein werk en inkomen in de komende jaren. Dat maakt dat onze meerjarenbegroting opnieuw ‘in potlood geschreven’ is. De Participatiewet wijzigt (onder voorbehoud) per 1 januari 2025 Er zijn plannen om de Participatiewet te wijzigen; deze sluiten aan bij de ontwikkelingen die binnen de RSD zijn ingezet en die met de Strategische kaders werk en inkomen onderstreept worden. Het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ streeft ernaar om de menselijke maat terug te brengen in de uitvoering van deze wet, waarbij individuele omstandigheden, belangen en het ‘kunnen’ van de burgers beter worden gerespecteerd.
Het wetsvoorstel heeft als doel om vertrouwen en menselijke maat centraal te stellen, terwijl de wet en de uitvoering ervan vereenvoudigd worden. Het voorstel bestaat uit meer dan twintig maatregelen om deze doelen te verwezenlijken, waarbij uitvoerende professionals de ruimte krijgen om mensen effectief te ondersteunen. De wetswijzigingen gaan in principe in op 1 januari 2025, afhankelijk van behandeling door het parlement. De strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 worden komende jaren verder uitgewerkt Zoals eerder aangegeven zijn de strategische kaders voor zover mogelijk verwerkt in deze Kadernota. Een aantal zaken wordt de komende jaren nog verder uitgewerkt.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 4
Gemeenten werken aan een innovatieagenda met diverse onderdelen die ook van invloed kunnen zijn op het beleid en de dienstverlening van de RSD. Wij leveren daaraan een actieve en constructieve bijdrage. Onder andere door met elkaar te verkennen en uit te werken hoe we nog meer de aansluiting kunnen maken bij andere lokale partners, met name voor kwetsbare inwoners. Ook door nog meer toe te werken naar dienstverlening die over eigen grenzen heen kijkt; de ondersteuningsvraag van de inwoner is vaak meer dan alleen een inkomensvraagstuk. Ook werken en denken we graag mee over de ontwikkeling van de toekomstvisie van Biga Groep BV, waarin ook een verbinding ligt met de strategische kaders. En tot slot geven we de komende jaren uitvoering aan ons Meerjarig strategisch plan, dat begin 2024 ter vaststelling voorligt bij het Algemeen bestuur van de RDWI.
1.2. Waar houden we financieel gezien rekening mee Algemene uitgangspunten - Er is rekening gehouden met een reële begroting 2025 en meerjarenkader; - Structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Budgetten Sociaal Domein Voor de berekening van het benodigde BUIG budget is gebruik gemaakt van ramingen van het CPB in het Centraal Economisch Plan en de Macro Economische Verkenning. 2 De hoogte van de Rijksbijdrage BUIG is gebaseerd op het macrobudget zoals opgenomen in de begroting 2024 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De afspraken uit de strategische kaders zijn verwerkt in het budget re-integratie. De bijdrage Wsw is gebaseerd op raming in de septembercirculaire 2023. Omvang formatie Er wordt uitgegaan van een formatie-omvang van 153,1 fte. Lonen en salarissen Wet sociale werkvoorziening De salariskosten Wsw zijn gebaseerd op de bedragen zoals opgenomen in een conceptmeerjarenraming 2024 en verder, ontvangen van Biga Groep BV. Prijscompensatie Een prijsindexatie op de apparaatskosten (exclusief lonen en salarissen) van 1,6% voor 2025 is opgenomen in de Kadernota, mutatie € 69.500. Het percentage is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023. Looncompensatie De loonontwikkeling is gebaseerd op de geraamde loonontwikkeling in 2025 van 5,8% zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023.
Dit cijfer is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB (mutatie + € 755.000). Verder zijn de volgende actualisaties verwerkt: • Correctie structureel effect van de CAO 2023 (-/- 1%), mutatie -/- € 94.400
2
CEP- maart 2023, Macro Economische Verkenning (MEV) – september 2023
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 5
•
Extra looncompensatie salaris 2024 in verband de verhoging ad 6% in de CAO 2024 t/m 31 maart 2025. In de begroting 2024 is al rekening gehouden met een structureel effect van 4,2% (mutatie +€ 178.260).
1.3. Samenvatting financiën De belangrijkste financiële ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2025 zijn: 1. Ten opzichte van de Kadernota 2024 verwachten we dat de lasten BUIG licht dalen. Ten opzichte van de vorige kadernota stijgt het aantal uitkeringsgerechtigden minder dan verwacht. Daardoor dalen de lasten BUIG, ondanks een verhoging van de gemiddelde uitkering. Verder houden we voor de loonkostensubsidie rekening met een stijging van ongeveer 25%. De verwachting is dat de ontwikkeling in onze regio gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Zolang dit het geval is, worden de lasten gecompenseerd door de stijging van het macrobudget. 2. Het benodigd budget voor kredietverlening BBZ en de bijbehorende onderzoekskosten levensvatbaarheid is verlaagd op basis van de ervaringscijfers over 2020 tot en met 2023. In verband onvoorspelbaarheid van het aantal aanvragen en vooral de hoogte van de aanvragen is een passage in de risicoparagraaf opgenomen. 3. In de post re-integratie en participatie zijn wijzigingen doorgevoerd die samenhangen met de besluiten die gemeenten hebben genomen in het kader van de strategische kaders. Het budget is gesplitst in: • Een deel uitvoeringskosten re-integratie; deze zijn overgeheveld naar de apparaatsbegroting van de RDWI; • Een deel programmabudget re-integratie.
Over het programmabudget 2025 is afgesproken dat RDWI en gemeenten begin 2024 concrete afspraken zullen maken over de omvang van het budget. Het effect van deze afspraken op het programmabudget wordt verwerkt in de begroting 2025. Voor de jaren 2026 en verder is de verwachting dat het programmabudget steeds meer gebaseerd kan worden op concrete prognoses en afspraken met gemeenten. 4. De bijdrage kinderopvang is geactualiseerd op basis van de verwachte realisatie 2023. 5. De gemeentelijke bijdrage voor Wsw is verhoogd op basis van de actualisatie van de lasten zoals verwerkt in de septembercirculaire 2023. 6. Op basis van de verwachte realisatie 2023 zijn de gemeentelijke bijdragen voor de inkomensvoorzieningen verhoogd. Voor de bijdragen voor bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag en het minimabeleid betekent dit een stijging. Bij de collectieve ziektekosten CAZ is sprake van een kleine daling. 7. Het budget voorzieningen inburgering is verhoogd op basis van de ervaringscijfers in 2023 en een raming van de instroom in 2024 en verder. 8. De formatie voor de uitvoering van de Participatiewet en schulddienstverlening is in deze Kadernota 2025 gelijk gehouden aan de systematiek zoals afgesproken in 2020. 9. De mutatie van de formatie voor de dienstverlening in het kader van de Wet Inburgering 2021 is in deze Kadernota op PM gezet.
We verwachten dat in 2025 een uitbreiding van de formatie nodig is ten opzicht van 2024 om de dienstverlening aan het stijgend aantal inburgeraars op peil te houden. Omdat de hoogte van instroom onzeker is en gemeenten voor 2025 en verder nog geen aanvullende middelen hebben ontvangen van het Rijk, is de post op PM gehouden. Bij de 1e Nota begrotingswijziging 2025 wordt op basis van de werkelijke instroom het incidenteel effect voor 2025 vastgesteld en verwerkt. Het structureel effect wordt dan verwerkt in de Kadernota en begroting 2026.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 6
In onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van wijzigingen in de bijdragen gemeenten op de verschillende activiteiten van RDWI. Tabel 1.1 Bijdragen gemeenten
2024
2025
2026
2027
2028
86.209.640
86.691.940
87.699.540
87.747.840
87.747.840
0
-312.100
-640.000
-500
-500
0 0 0 0 0 0
-87.200 -2.543.600 41.000 612.200 269.300 285.500
-87.200 -2.636.900 41.000 597.400 269.300 285.500
-87.200 -2.636.900 41.000 572.900 269.300 285.500
-87.200 -2.636.900 41.000 -29.300 269.300 285.500
0
743.660
743.660
743.660
743.660
0
2.070.000
2.070.000
2.070.000
2.070.000
120.000 44.700
120.000 44.700
120.000 44.700
120.000 44.700
PM
PM
PM
PM
0
PM
PM
PM
PM
Subtotaal mutaties kadernota 2025
0
1.243.460
807.460
1.422.460
820.260
Bijdragen gemeenten kadernota 2025
86.209.640
87.935.400
88.507.000
89.170.300
88.568.100
Begroting 2024 Mutaties kadernota 2025: Gebundeld BUIG / BBZ Levensonderhoud BBZ/2004 kredietverlening en onderzoekskosten Re-integratie & participatie Kinderopvang WSW Inkomensvoorzieningen Voorzieningen Wet Inburgering Bedrijfsvoering RSD algemeen L&P compensatie Bedrijfsvoering RSD uitvoering reintegratie, verschuiving budget Bedrijfsvoering RSD uitvoering reintegratie L&P compensatie Bedrijfsvoering WI L&P compensatie Bedrijfsvoering RSD implementatie Strategische kaders Bedrijfsvoering RSD tbv Wet Inburgering
De gemeentelijke bijdragen per programmaonderdeel zien er als volgt uit. Tabel 1.2 Bijdragen gemeenten Gebundeld BUIG / BBZ Levensonderhoud BBZ/2004 kredietverlening en onderzoekskosten Re-integratie & participatie Kinderopvang WSW Inkomensvoorzieningen Voorzieningen Wet Inburgering Bedrijfsvoering RSD algemeen Bedrijfsvoering RSD uitvoering reintegratie Bedrijfsvoering WI Bedrijfsvoering RSD implementatie Strategische kaders Bedrijfsvoering RSD tbv WI Totaal bijdragen gemeenten kadernota 2025
2024
2025
2026
2027
2028
48.848.300
49.556.900
50.438.000
51.307.500
51.307.500
245.600 4.047.900 439.000 8.457.900 6.402.700 1.695.500 15.056.950
158.400 1.598.100 480.000 8.625.400 6.672.000 1.981.000 15.640.600
158.400 1.598.100 480.000 8.315.900 6.672.000 1.981.000 15.640.600
158.400 1.598.100 480.000 8.109.700 6.672.000 1.981.000 15.640.600
158.400 1.598.100 480.000 7.507.500 6.672.000 1.981.000 15.640.600
0 984.540
2.190.000 1.033.000
2.190.000 1.033.000
2.190.000 1.033.000
2.190.000 1.033.000
0 0
PM PM
PM PM
PM PM
PM PM
86.178.390
87.935.400
88.507.000
89.170.300
88.568.100
De verschillende onderdelen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2 tot en met 4.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 7
2 Thema’s 2025 In dit hoofdstuk schetsen we welke ontwikkelingen wij verwachten die van invloed kunnen zijn op onze dienstverlening aan de inwoners. Deze ontwikkelingen worden vertaald naar financiële kaders en worden verder uitgewerkt in de Begroting 2025. In de Begroting 2025 worden ook de te bereiken doelen geformuleerd. De financiële tabellen betreffen de programmakosten; de apparaatskosten zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
2.1. Ontwikkeling van het bestand bijstand We houden rekening met een stijging in 2025 Voor de ramingen van het aantal inwoners dat een beroep moet doen op een uitkering, volgen we de ramingen van het CPB. Het CPB verwacht een toename van de werkloosheid in 2024 en 2025. Al blijft de werkloosheid naar verwachting laag, ondanks het feit dat Nederland op het moment van schrijven in een (milde) recessie verkeert. Tabel 2.1 Jaar
Groei/daling t.o.v. het vorige jaar
Stand bijstandspartijen ultimo jaar
2021
-2,1%
2.765
Realisatie
Stand per 31 december 2021
2022
-2,4%
2.699
Realisatie
Stand per 31 december 2022
2023
+1,2%
2.732
Prognose
2e Nota begrotingswijziging 2023
2024
+2,3%
2.796
Schatting
MEV, september 2023
2025
+1,4%
2.837
Schatting
2026
+0%
2.837
Schatting
2027
+1,4%
2.874
Schatting
Bron
* De prognose 2023 is gebaseerd op de stand van zaken najaar 2023. De schattingen 2024 en verder zijn gebaseerd op cijfers en beschrijvingen van het CPB. In de Begroting 2025 worden de cijfers aangepast aan de hand van de werkelijke eindstand 2023.
Financieel kader Tabel 2.2 Meerjarenkader 20252028 Gebundelde uitkeringen BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden Loonkostensubsidie (LKS) BBZ Kredietverlening BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid Totaal BUIG/BBZ 2024 Mutaties kadernota 2025: Gebundelde uitkering/ BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden Gebundelde uitkering aandeel loonkostensubsidie BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ Kredietverlening Totaal BUIG / BBZ kadernota 2025
Kadernota 2025 – versie 0.4
2024
2025
2026
2027
2028
45.795.700
46.511.300
47.384.500
47.614.500
47.614.500
3.052.600 95.600
3.357.700 95.600
3.693.500 95.600
3.693.500 95.600
3.693.500 95.600
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
49.093.900
50.114.600
51.323.600
51.553.600
51.553.600
0
-1.264.400
-1.542.500
-1.188.000
-1.188.000
0
952.300
902.500
1.187.500
1.187.500
0
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
0
-37.200
-37.200
-37.200
-37.200
49.093.900
49.715.300
50.596.400
51.465.900
51.465.900
pag. 8
Het verwachte aantal uitkeringen is lager dan de vorige prognose We verwachten dat de lasten BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden in 2025 iets dalen ten opzichte van de Begroting 2024. Dit wordt veroorzaakt doordat eind 2023 het aantal uitkeringsgerechtigden iets lager is dan de verwachting eind 2022. De component loonkostensubsidie maakt een steeds groter deel uit van BUIG De lasten loonkostensubsidie stijgen met ruim 25% en maken een steeds groter deel uit van de totale BUIG-lasten. Het aantal klanten met een arbeidsbeperking (zowel met als zonder uitkering) groeit. BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid en kredietverlening BBZ Hoewel het aantal hulpvragen van zelfstandigen in 2023 gestegen is, is de verwachte stijging in de kredietverlening achterwege gebleven. Ook zien we dat de kosten voor onderzoeken levensvatbaarheid ruim onder het beschikbaar budget van € 100.000 is gebleven. Op basis van de realisatie in 2023 zijn daarom de benodigde budgetten voor 2025 verlaagd. In verband met de onvoorspelbaarheid van de kredietverlening is deze post ook in de risicoparagraaf opgenomen. Resultaat BUIG/ BBZ uitkeringen levensonderhoud starters en gevestigden in 2025 In tabel 2.3 is voor de gemeenten extracomptabel het resultaat op het BUIG budget 2025 gepresenteerd.
Raming resultaat BUIG 2025 Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal budget
Tabel 2.3 D. Resultaat E. Raming voor resultaat na ontschotting na vangnetuitkerin C. Raming Vangnetuitkeri g na baten T&V ng A-(B-C) = D ontschotting -21.000 30.000 25.000 -163.000 52.000 29.000
A. Raming rijksbudgetten BUIG 2.566.000 10.636.000
B. Raming lasten BUIG/LKS 2.556.700 10.746.600
10.786.000
10.934.500
-189.000
40.000
17.000
4.325.000 22.059.000
4.606.900 21.662.200
-175.000 -402.000
-107.000 800.000
-9.000 753.000
50.372.000
50.506.900
-950.000
815.000
815.000
Bij de raming in deze Kadernota is het uitgangspunt dat de ontwikkeling van het klantenbestand van onze gemeenten gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Op basis van de uitgangspunten die in deze Kadernota gehanteerd zijn, blijkt het geraamd resultaat van vier gemeenten positief. Bij gemeenten Bunnik, De Bilt en Utrechts Heuvelrug is de afwijking beperkt. De raming voor Wijk bij Duurstede eindigt licht negatief. Voorheen werd het individuele en gezamenlijke resultaat voorzichtigheidshalve budgettair neutraal opgenomen. In deze Kadernota hebben we (in navolging van zienswijzen op onze begroting 2024) gekeken naar een zo realistisch mogelijk raming, op basis van de ramingen van CPB gecombineerd met de realisatiecijfers van de afgelopen jaren.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 9
2.2. Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Meer oog voor maatschappelijke participatie, naast re-integratie naar werk In het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ is er meer oog voor maatschappelijke participatie voor de groep inwoners die (nog) niet in staat is om te re-integreren. In de praktijk doen we in samenwerking met lokale partners al veel aan (maatschappelijke) participatie. De wetswijziging betekent dat dit ook in de verordening moet worden opgenomen en dat inwoners hier aanspraak op kunnen maken. Het hoofddoel van de wet blijft toeleiding naar werk, met daaraan expliciet toegevoegd de maatschappelijke participatie voor diegenen voor wie werk buiten bereik is. Intensieve begeleiding voor een deel van de groep inwoners die ondersteuning nodig heeft De groep inwoners voor wie werk niet binnen korte tijd haalbaar is, blijft relatief groot. Er is relatief veel inzet en begeleiding nodig om belemmeringen weg te nemen. Voor een deel van de groep inwoners is het verminderen van kwetsbaarheid en het stimuleren van deelname aan de maatschappij het hoogst haalbare. Uitbreiding van het instrument loonkostensubsidie Het aantal indicaties voor de inzet van loonkostensubsidie (banenafspraak en beschut werk) neemt toe.
Door de recente wetswijzigingen (Breed offensief, juli 2023) kan een bredere groep aanspraak maken op inzet via loonkostensubsidie en jobcoaching. We verwachten in 2025 dan ook een verdere stijging van de inzet van loonkostensubsidie. Dat werkt ook door in de programma-uitgaven re-integratie (begeleid beschut werk en jobcoaching). Samenwerking binnen de arbeidsmarktregio biedt kansen De (boven)regionale werkgeversdienstverlening in de regio Midden-Utrecht wordt steeds belangrijker. De samenwerking in de arbeidsmarktregio biedt kansen. Er komen via centrumgemeente Utrecht meer landelijke en Europese middelen op bovenregionaal niveau voor kwetsbare doelgroepen, bijvoorbeeld jongeren en mensen met psychische beperkingen. Daarin trekken we gezamenlijk op met de andere (sub)regio’s in de arbeidsmarktregio. Deze middelen zijn in de Kadernota niet opgenomen, omdat nog niet bekend is wat er in 2025 beschikbaar komt. Sommige van deze (vaak incidentele) middelen komen pas lopende het jaar beschikbaar. Financieel kader Nieuwe afspraken over de financiën re-integratie In de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 is een nieuw verdeelmodel afgesproken. De organisatiekosten voor re-integratie worden voortaan op basis van een nieuwe verdeelsleutel verrekend en worden vanaf 2024 opgenomen in hoofdstuk 4 in de apparaatskostenbegroting RDWI.
De 10% voor lokale initiatieven maken vanaf 2024 geen deel meer uit van de begroting van de RDWI. Het resterend budget in deze paragraaf betreft ‘programmakosten re-integratie’, namelijk voorzieningen en instrumenten die worden ingezet ten behoeve van inwoners. Dat maakt dat de mutaties groot lijken; dat heeft te maken met de nieuwe systematiek. In de Strategische kaders is tevens afgesproken dat omvang van de inzet re-integratie voortaan bepaald wordt aan de hand van de ambities van de gezamenlijke gemeenten. Daarbij zal ook rekening moeten worden gehouden met de omvang en samenstelling van het bestand en andere autonome factoren zoals de groei van het aantal inwoners met
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 10
een indicatie banenafspraak of beschut werk. Verrekening achteraf wordt gedaan op basis van werkelijke uitgaven. De precieze afspraken zijn vastgelegd in het besluit van het Algemeen bestuur RDWI van 24 januari 2024. In deze Kadernota zijn de afspraken verwerkt. De afspraken voor het jaar 2025 zullen concreet gemaakt worden in de begroting 2025. Daarin worden de programmakosten re-integratie inzichtelijk gemaakt aan de hand van de categorieën zoals afgesproken in de uitwerking strategische kaders: begeleiding beschut werk, jobcoaching, verstrekkingen aan inwoners en overige reintegratie instrumenten. Bij begeleiding beschut werk moeten we naast een toename in aantallen rekening houden met een toename van de kosten per werkplek. Het Rijk heeft via de septembercirculaire 2023 aangekondigd dat er vanaf 2024 een structurele verhoging is van de begeleidingsvergoeding beschut werk (via het gemeentefonds) van € 2.157 per werkplek. De RDWI vergoedt de werkplekken beschut werk aan Biga Groep en enkele andere partijen, op basis van de vergoeding zoals deze in het gemeentefonds is opgenomen. Bij de begroting 2025 zullen we een nadere specificering opnemen van de vier categorieën; in overleg met gemeenten zullen we verder invullen wat dit betekent voor de overige onderdelen van de programmakosten re-integratie.
In tabel 2.4 zijn de mutaties op de budgetten die ingezet worden voor de ondersteuning van klanten inzichtelijk gemaakt, exclusief de subsidie Wet sociale werkvoorziening. Tabel 2.4 Meerjarenkader 20252028
2024
2025
2026
2027
2028
4.047.900
4.141.700
4.235.000
4.235.000
4.235.000
-93.800
-187.100
-187.100
-187.100
-404.900
-404.900
-404.900
-404.900
-2.070.000
-2.070.000
-2.070.000
-2.070.000
25.100
25.100
25.100
25.100
4.047.900
1.598.100
1.598.100
1.598.100
1.598.100
31.250
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Subtotaal klantkosten nieuwkomers
31.250
0
0
0
0
Kinderopvang
439.000
439.000
439.000
439.000
439.000
41.000
41.000
41.000
41.000
439.000
480.000
480.000
480.000
480.000
0
-2.502.600
-2.595.900
-2.595.900
-2.595.900
4.518.150
2.078.100
2.078.100
2.078.100
2.078.100
Re-integratie & Participatie begroting 2024 Mutaties kadernota 2025 re-integratie ivm strategische kaders Gelijk stellen begroting 2025 aan 2024 -/- 10% Lokale initiatieven uit begroting Verschuiving bijdrage uitvoeringskosten reintegratie naar begroting apparaatskosten RSD Prijsindexatie 2025 Subtotaal programmabudget reintegratie Klantkosten nieuwkomers intensieve aanpak Mutaties kadernota 2025
Mutaties kadernota 2025 Subtotaal kinderopvang Mutaties kadernota 2025: Totaal bijdragen gemeenten
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 11
Naast de programmakosten re-integratie maakt de het budget kinderopvang deel uit van deze paragraaf. De mutatie bij deze post is gebaseerd op de realisatie en prognose in 2023. Als gevolg van een evaluatie (die op het moment van schrijven nog loopt) kan dit nog wijzigen. Indien van toepassing, wordt dat verwerkt in de begroting 2025. Met de beschikbare middelen zoals in bovenstaande tabel opgenomen, zijn we in staat om inwoners voldoende te ondersteunen naar werk of participatie. In 2024 zullen we met gemeenten nader invulling geven aan de wijze waarop deze middelen ingezet zullen worden. Wet sociale werkvoorziening De lasten voor Wet sociale werkvoorziening zoals hieronder gepresenteerd zijn overgenomen uit de septembercirculaire 2023. De lasten Wsw dalen sinds de instroom is afgesloten in 2015. Omdat de daling minder groot is dan toen werd verwacht, worden de lasten elk jaar iets hoger bijgesteld. Het Rijk compenseert gemeenten voor deze bijstelling. Tabel 2.5 Meerjarenkader 2025-2028 Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening kadernota 2024
2024
2025
2026
2027
2028
8.457.900
8.013.200
7.718.500
7.536.800
7.536.800
612.200
597.400
572.900
-29.300
8.625.400
8.315.900
8.109.700
7.507.500
Mutatie kadernota 2025 Totaal bijdragen gemeenten
8.457.900
2.3. Inkomensvoorzieningen Menselijke maat en maatwerk Onder het motto ‘Participatiewet in balans’ heeft het vorige kabinet aangekondigd wijzigingen te gaan doorvoeren in de Participatiewet. Kernbegrippen zijn vertrouwen, met oog voor de mens achter de uitkering en de menselijke maat. Dat sluit aan bij de beweging die bij de RDWI en gemeenten al in gang is gezet, waarbij ‘de inwoner centraal’ het motto is. Een uitwerking daarvan kan zijn dat we meer maatwerk toepassen. Ook dat is niet nieuw en is een ontwikkeling die al in gang is gezet. Op het moment van schrijven is onduidelijk of en hoe de wetswijzigingen in 2025 in werking zullen treden, maar de lijn en de koers zijn wel duidelijk. Het uitgangspunt ‘de inwoner centraal’ betekent ook dat we inwoners weten te bereiken, zodat ze gebruik maken van de voorzieningen die ze nodig hebben. Lang niet alle inwoners die ondersteuning nodig hebben, weten de weg naar de juiste dienstverlening te vinden. Digitale toegankelijkheid is daarbij belangrijk, maar minstens zo belangrijk is een goede samenwerking binnen het hele sociale domein, zodat professionals onze inwoners op de mogelijkheden kunnen wijzen. ‘Participatiewet in balans’ zal mogelijk leiden tot beleidswijzigingen De beoogde wetswijzigingen geven op sommige punten meer ruimte en op andere punten worden zaken meer wettelijk vastgelegd.
Hoe dan ook zullen we, afhankelijk van het wetstraject, in 2025 een aantal van onze regelingen opnieuw tegen het licht moeten houden en misschien aanpassen aan de hand van de wetswijzigingen. Een voorbeeld daarvan is de beleidsregel giften. In verband met de inflatie is de drempel voor giften vanaf 2023 verhoogd. In het wetsvoorstel wordt een lagere drempel gehanteerd en is afwijking mogelijk op basis van individuele situaties.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 12
Andere landelijke maatregelen rondom bestaanszekerheid hebben invloed op het lokale en regionale beleid Tijdens de verkiezingen van november 2023 was ‘bestaanszekerheid’ een groot thema. Er zijn diverse rapporten en plannen die als doel hebben om structurele maatregelen te treffen om bestaanszekerheid van inwoners te verbeteren. Als het nieuwe kabinet vanaf 2024 hier mee aan de slag gaat, kan dat betekenen dat lokale/regionale regelingen herzien gaan worden. Zolang dat nog niet duidelijk is, gaan we uit van de huidige wettelijke kaders. Financieel kader Tabel 2.6 Meerjarenkader 2025-2028
2024
2025
2026
2027
2028
3.093.900
3.093.900
3.093.900
3.093.900
3.093.900
0
75.100
75.100
75.100
75.100
3.093.900
3.169.000
3.169.000
3.169.000
3.169.000
1.441.800
1.441.800
1.441.800
1.441.800
1.441.800
Mutaties kadernota 2025
0
-56.800
-56.800
-56.800
-56.800
Subtotaal Collectieve Ziektekostenverzekering
1.441.800
1.385.000
1.385.000
1.385.000
1.385.000
Individuele Inkomenstoeslagen
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
0
201.000
201.000
201.000
201.000
1.142.000
1.343.000
1.343.000
1.343.000
1.343.000
725.000
725.000
725.000
725.000
725.000
50.000
50.000
50.000
50.000
725.000
775.000
775.000
775.000
775.000
0
269.300
269.300
269.300
269.300
6.402.700
6.672.000
6.672.000
6.672.000
6.672.000
Bijzondere bijstand Mutaties kadernota 2025 Subtotaal bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering
Mutaties kadernota 2025 Subtotaal Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid Mutaties kadernota 2025 Subtotaal Minimabeleid Mutaties kadernota 2025 Totaal bijdragen gemeenten
Het benodigd budget voor de inkomensvoorzieningen is geactualiseerd op basis van de verwachte kostenontwikkeling in 2023. Bij de bijzondere bijstand blijft de stijging van de kosten beperkt. Bij de collectieve ziektekostenverzekering is sprake van een kleine daling. De individuele inkomenstoeslag stijgt door verhoging van het prijspeil in 2023 en het feit dat meer mensen gebruik maken van deze regeling. De realisatie in 2023 leidt voor het minimabeleid tot een beperkte aanpassing.
2.4. Dienstverlening aan inburgeraars Het aantal inburgeraars hangt vooral af van wereldwijde ontwikkelingen Voor inburgering is het vrijwel onmogelijk om betrouwbare prognoses of ramingen te maken voor het aantal inburgeraars, omdat dit in hoge mate afhankelijk is van wereldwijde ontwikkelingen. We gaan in deze Kadernota dan ook uit van wat al zeker is. Een toename van het aantal inburgeraars vanwege de huisvestingstaakstelling Gemeenten krijgen te maken met een hogere huisvestingstaakstelling. Het is niet bekend of dat in 2025 ook het geval is, maar een verhoging van de taakstelling in 2024 werkt voor onze dienstverlening zeker door in 2025 en verder. We houden daarom rekening met een grotere groep inburgeraars in 2025.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 13
Mogelijke wijzigingen in de Wet inburgering In 2025 hebben wijzelf en onze ketenpartners inmiddels enkele jaren ervaring met de nieuwe Wet inburgering. We houden er rekening mee dat er nog wijzigingen kunnen komen die effect hebben op onze dienstverlening. Wanneer van toepassing, zullen we voorstellen doen aan het Algemeen bestuur met betrekking tot beleidswijzigingen of financiële kaders. Financieel kader In deze paragraaf zijn de voorzieningen (programmakosten) opgenomen die voortvloeien uit de Wet inburgering. Het gaat om de kosten voor taalonderwijs, de participatieverklaring (pvt), de module arbeidsmarkt en participatie (map) en tolkkosten. Gemeenten voeren zelf de regie over de maatschappelijke begeleiding van inburgeraars. Het budget dat hiermee gemoeid is, maakt deel uit van de gemeentelijke begroting.
Meerjarenkader 2025-2028 Bijdragen gemeenten kadernota 2024 voorzieningen wet inburgering 2021 Mutatie kadernota 2025 voorzieningen wet inburgering Totaal bijdragen gemeenten voorzieningen wet inburgering
2024
2025
2026
2027
Tabel 2.7 2028
1.695.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
285.500
285.500
285.500
285.500
1.695.500 1.981.000 1.981.000 1.981.000 1.981.000
De mutatie voor de Kadernota 2025 is gebaseerd op de realisatie 2023 en prognose van de instroom in 2024. Daarbij is rekening gehouden met een beperkte stijging van 10% van de instroom in beide jaren. Gemeenten worden voor de werkelijke kosten gecompenseerd door het Rijk.
2.5. Hulp bij schulden Stijgende vraag naar schuldhulpverlening Het Rijk werkt aan de halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030. In 2023 is de aflostermijn van schuldregeling gehalveerd naar 18 maanden. We zien dat dit drempelverlagend werkt voor inwoners met problematische schulden en wij verwachten hierdoor een stijgende vraag naar schuldhulpverlening. Doorontwikkeling preventie en nazorg Er komt steeds meer nadruk te liggen op preventie van schulden en nazorg bij een schuldregeling. Vanuit het Rijk worden hiervoor financiële middelen ter beschikking gesteld, onder andere voor geldlessen in het onderwijs en uitbreiding van vroegsignalering. We besteden verder extra aandacht aan de nazorg die we gedurende de aflostermijn van 18 maanden bieden, maar ook nog 18 maanden ná het aflossen van de schulden. Vroegsignalering en nazorg zijn wettelijke taken die we namens de gemeenten uitvoeren. Preventie is een brede taak die ook bij gemeenten zelf ligt. Daarover maken we verdere afspraken met gemeenten over welke inzet we vanuit de RSD doen en wat aan gemeenten zelf is. Financieel kader Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering van de taken van de RSD is opgenomen in de apparaatskosten.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 14
3 Uitvoering Wsw door Biga Groep De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) wordt onder verantwoordelijkheid van de RDWI gedaan door Biga Groep BV. Financieel kader Tabel 3.1 Meerjarenkader 2025-2028 WSW
2024
2025
2026
2027
2028
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
8.108.000
34.100
PM
PM
PM
9.004.100
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
Totaal bijdrage van Biga
9.004.100
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
Totaal Bijdragen Biga
9.004.100
8.564.300
8.108.000
8.108.000
8.108.000
Lasten: Loonkosten SW kadernota 2024 Mutaties kadernota/begroting 2025 Totaal loonkosten SW Baten:
De raming is geactualiseerd op de opgave van de loonkosten Wsw voor de periode 2024 tot en met 2026 van Biga Groep BV. De lasten dalen door de jaren heen omdat er geen instroom meer in de Wsw mogelijk is. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. De gemeenten verstrekken via de begroting van de RDWI een extra bijdrage aan Biga Groep. Het gaat om: Tabel 3.2 2024
2025
2026
2027
2028
Extra bijdrage van gemeenten aan BIGA
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
Totaal bijdragen gemeenten
600.000
600.000
600.000
600.000 600.000
Meerjarenkader 2025-2028 bijdrage aan Biga
De Rijksbijdragen die gemeenten ontvangen voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening zijn opgenomen in paragraaf 2.2.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 15
4 Bedrijfsvoering 4.1. Organisatie en apparaatskosten Eind oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur een systematiek vastgesteld, waarbij de omvang van de formatie afhangt van de omvang van het klantenbestand uitkeringen (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening. Voor 2025 wordt uitgegaan van een formatieomvang van 153,1 fte. De komende tijd gaan we in gesprek met gemeenten over de systematiek van het vaststellen van de formatie. De vraag is of deze systematiek nog past bij de huidige praktijk, naar aanleiding van diverse ontwikkelingen zoals het toepassen van meer maatwerk, het uitvoeren van nieuwe of gewijzigde taken en de ambities van gemeenten in de strategische kaders. Dat leidt mogelijk tot andere afspraken vanaf de kadernota 2026. Financieel kader Tabel 4.1 Meerjarenraming bedrijfsvoering 2025 t/m 2028 Bijdragen gemeenten cf begroting 2024 inclusief nieuwkomers en extra bijdrage aan Biga Verschuiving ivm strategische kaders bijdrage uitvoeringskosten reintegratie Vertrekpunt kadernota 2025 Bijdragen gemeenten apparaat RDWI
2024
2025
2026
2027
2028
16.041.490 15.885.240 15.885.240 15.885.240 15.885.240 2.070.000
2.070.000
2.070.000
2.070.000
16.041.490 17.955.240 17.955.240 17.955.240 17.955.240
Mutaties kadernota 2025 Loon en prijsindexatie exclusief reintegratie en WI 2025 Loon en prijsindexatie uitvoeringskosten re-integratie 2025 Loon en prijsindexatie WI 2025 Correctie looncompensatie 2024 ivm CAO 2024 t/m 31-3-2025 Correctie looncompensatie 2023 ivm herrekening structureel effect CAO 2023 Uitbreiding formatie re-integratie i.v.m. extra werkzaamheden als gevolg strategische kaders Mutatie formatie WI i.v.m. de hogere taakstelling 2024 en 2025 e.v. Totaal bijdragen gemeenten 2025 inclusief bijdrage aan Biga
0
659.800
659.800
659.800
659.800
0
120.000
120.000
120.000
120.000
0
44.700
44.700
44.700
44.700
0
178.260
178.260
178.260
178.260
0
-94.400
-94.400
-94.400
-94.400
0
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
16.041.490 18.863.600 18.863.600 18.863.600 18.863.600
Toelichting: - Conform de afspraak in de strategische kaders en het besluit van het Algemeen bestuur van 24 januari 2024 wordt de benodigde bijdrage voor de uitvoering van de re-integratie dienstverlening van het programmaonderdeel re-integratie onderdeel van de apparaatskostenbegroting. De afspraak met gemeenten is dat we vanaf 2025 uitgaan van 70% van de uitvoeringskosten re-integratie. De vaststelling van dat bedrag kan in de begroting leiden tot een aanpassing ten opzichte van deze Kadernota.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 16
- De afspraken in de strategische kaders over de dienstverlening re-integratie brengen ook met zich mee dat er meer afstemming met gemeenten en meer administratieve handelingen nodig zijn om te kunnen verantwoorden en verrekenen per gemeente. Met het Algemeen bestuur is afgesproken dat het jaar 2024 een ‘leerjaar’ is en dat daarna wordt bezien welke impact de nieuwe werkwijze heeft op de organisatie, in structurele zin. De impact is daarom nog niet meegenomen in deze kadernota. - Het aantal aanvragen schulddienstverlening is met 615 in het najaar 2023 hoger dan de afgesproken bandbreedte van 605. Gezien de relatief geringe overschrijding van de bandbreedte wordt de voorgestelde formatie niet aangepast. Het aantal uitkeringsgerechtigden BUIG bevindt zich aan de onderkant van de bandbreedte. De volgende mutatie is opgenomen: - Indexatie van de lasten voor loon- en prijsstijgingen. Het betreft indexatie van de algemene bedrijfsvoering, uitvoering re-integratie en uitvoering wet inburgering. Voor 2025 zijn de percentages in de septembercirculaire 2023 leidend. Tevens zijn correcties doorgevoerd voor het structureel effect van de vastgestelde CAO 2023 en de CAO 2024 die loopt tot en met 31 maart 2025. Voor de dienstverlening in het kader van de Wet Inburgering is een PM post opgenomen.
Zoals in de evaluatie en impactanalyse die op 12 april 2023 in het Algemeen bestuur is vastgesteld werd aangekondigd, verwachten we op basis van de instroom in 2024 en de huisvestingstaakstelling van gemeenten dat er in 2025 meer formatie nodig is ten opzichte van 2024 om de dienstverlening op peil te houden. Omdat het Rijk voor 2025 en verder nog geen aanvullende middelen beschikbaar heeft gesteld, wordt in deze Kadernota deze post op PM gezet. Bij de 1e Nota begrotingswijziging 2025 wordt op basis van de werkelijke instroom het incidenteel effect voor 2025 vastgesteld en verwerkt. Het structureel effect wordt verwerkt in de Kadernota en begroting 2026. Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen Wij werken hard om een duurzame organisatie en de daarbij behorende duurzame en maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering op te bouwen. Dit komt onder andere tot uiting in ons inkoopbeleid, waarbij aandacht is voor milieuaspecten. In de programma’s van eisen bij aanbestedingen worden duurzaamheidscriteria opgenomen en duurzaamheid wordt waar mogelijk expliciet meegenomen bij de beoordeling van leveranciers en aanbiedingen. Een voorbeeld is het huisvestingsproject van de RDWI waarbij in het programma van eisen duurzaamheidscriteria zijn opgenomen. Inkoop vindt ook op sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze plaats.
Bij aanbestedingen met een opdrachtwaarde van € 150.000 wordt SROI (sociaal return on investment) toegepast, zodat we meer kansen creëren voor inwoners met een arbeidsbeperking. Een recent voorbeeld is het aanbestedingstraject van de catering die recentelijk op tendernet is gepubliceerd.
4.2. Risicomanagement De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control Cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - 1e en 2e Nota Begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 17
Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Alleen de open einde risico’s worden in deze Kadernota expliciet benoemd. De verdere uitwerking en actualisatie van de risico’s vindt plaats in de Begroting. Actualisatie open einde risico’s Ten opzichte van het laatste P&C-document (bij schrijven de 2e Nota Begrotingswijziging 2023) zijn er geen wijzigingen van de financiële risico’s voor de open-einde regelingen. Krimpende economie en inflatie Vanaf het eerste kwartaal van 2023 is sprake van een (licht) krimpende economie in Nederland. Het CBS ziet onder andere een daling van de consumentenbestedingen. Het effect op werkgelegenheid en daarmee samenhangend werkloosheidscijfers is nog gering, maar kan toenemen naarmate de recessie langer duurt. Verder is de inflatie in 2023 afgevlakt, vooral door de daling van olieprijs en de energieprijzen. De prijzen van basisbehoeften blijven echter hoog. Beide ontwikkelingen kunnen op termijn een toename tot gevolg hebben van het aantal aanvragen voor bijstandsuitkeringen en bijzondere bijstand /schulddienstverlening.
Onzekerheid (toekomstig) Rijksbeleid In november 2023 hebben verkiezingen voor de Tweede Kamer plaatsgevonden die verschuivingen geven in het politieke landschap. In hoeverre deze ontwikkeling van invloed is op ons beleid en onze dienstverlening, is nog onzeker. Dit zal mede afhangen van het verloop van de kabinetsformatie en de inhoudelijke koers die een nieuw kabinet gaat varen op het terrein van werk, inkomen, schulddienstverlening en inburgering. Ook de financiële positie van gemeenten als gevolg van de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 is een onzekerheid die door kan werken naar de verbonden partijen zoals de RDWI. IV-samenwerking binnen de regio De kosten van de samenwerking op het gebied van IV binnen het samenwerkingsverband van de RID-gemeenten zijn niet opgenomen in de Kadernota van de RID. Daarmee is op dit moment nog geen dekking voor de betreffende kosten. De bedrijfsvoeringrisico’s worden verder in de begroting 2025 uitgewerkt en toegelicht.
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 18
Bijlage 1 Meerjarenraming Onderstaande tabel is op basis van de vastgestelde Begroting 2024 en de verwerking van de financiële kaders van hoofdstuk 2. Dat leidt tot onderstaande meerjarenraming 2025 2028. In de bijlage wordt het overzicht bijdragen per gemeenten toegevoegd. Meerjarenbegroting 2025-2028
2024
2025
2026
2027
2.028
Lasten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ Uitkering levensonderhoud starter en gevestigden 46.745.700 46.196.900 46.792.000 47.376.500 47.376.500 BUIG deel loonkostensubsidie 3.052.600 4.310.000 4.596.000 4.881.000 4.881.000 BBZ kredietverstrekking en onderzoekskosten levensvatbaarheid 389.000 246.000 246.000 246.000 246.000 Bijzondere bijstand 3.218.900 3.294.000 3.294.000 3.294.000 3.294.000 Individuele inkomenstoeslagen 1.142.000 1.343.000 1.343.000 1.343.000 1.343.000 Collectieve Ziektekostenverzekering 1.441.800 1.385.000 1.385.000 1.385.000 1.385.000 Minimabeleid gemeenten 725.000 775.000 775.000 775.000 775.000 Reintegratie & Participatie 4.047.900 1.598.100 1.598.100 1.598.100 1.598.100 Nieuwkomers (klantkosten) 31.250 0 0 0 0 Voorzieningen Wet Inburgering 1.695.500 1.981.000 1.981.000 1.981.000 1.981.000 Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening 8.457.900 8.625.400 8.315.900 8.109.700 7.507.500 Kinderopvang 439.000 480.000 480.000 480.000 480.000 Subtotaal Sociaal Domein 71.386.550 70.234.400 70.806.000 71.469.300 70.867.100 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering RSD (inclusief uitvoeringskosten nieuwkomers) 16.666.450 17.253.860 17.253.860 17.253.860 17.253.860 Bijdrage uitvoeringskosten re-integratie 2.190.000 2.190.000 2.190.000 2.190.000 Apparaatskosten afwikkeling Tozo (onttrekking reserve) 150.000 150.000 150.000 127.000 0 Uitvoeringskosten Wet
Inburgering 984.540 1.029.240 1.029.240 1.029.240 1.029.240 Bijdrage Exploitatie BIGA 600.000 600.000 600.000 600.000 600.000 Loonkosten SW 9.004.100 8.564.300 8.108.000 8.108.000 8.108.000 Subtotaal Bedrijfsvoering 27.405.090 29.787.400 29.331.100 29.308.100 29.181.100 Totaal lasten 98.791.640 100.021.800 100.137.100 100.777.400 100.048.200 Baten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ 950.000 950.000 950.000 950.000 950.000 Ontvangsten kredietverstrekking BBZ 143.400 87.600 87.600 87.600 87.600 Bijzondere bijstand 125.000 125.000 125.000 125.000 125.000 Subtotaal Sociaal Domein 1.218.400 1.162.600 1.162.600 1.162.600 1.162.600 Bedrijfsvoering 0 0 0 0 0 Overige baten 2.209.500 2.209.500 2.209.500 2.209.500 2.209.500 0 0 0 0 0 Bijdrage Exploitatie BIGA loonkosten SW 9.004.100 8.564.300 8.108.000 8.108.000 8.108.000 Subtotaal Bedrijfsvoering 11.213.600 10.773.800 10.317.500 10.317.500 10.317.500 Totaal baten 12.432.000 11.936.400 11.480.100 11.480.100 11.480.100 Mutaties reserves Tozo reserve 150.000 150.000 150.000 127.000 0 Overige reserves Onderhoudsreserve 0 0 0 0 0 Subtotaal mutaties reserve 150.000 150.000 150.000 127.000 0 Saldo van baten en lasten (=bijdragen van gemeenten), na reserves
Kadernota 2025 – versie 0.4
86.209.640
87.935.400
88.507.000
89.170.300
88.568.100
pag. 19
Bijdrage gemeenten
2024
2025
2026
2027
2.028
Bunnik
3.784.840
4.516.115
4.533.595
4.602.646
4.541.685
De Bilt
16.785.550
17.287.052
17.405.402
17.616.212
17.556.052
Utrechtse Heuvelrug
18.030.070
18.462.672
18.590.702
18.793.632
18.749.731
Wijk bij Duurstede
7.725.970
8.071.707
8.063.477
7.942.347
7.800.107
Zeist
39.883.210
39.597.853
39.913.824
40.215.464
39.920.524
Totaal bijdragen gemeenten
86.209.640
87.935.400 88.507.000 89.170.300 88.568.100
Kadernota 2025 – versie 0.4
pag. 20