2. Kadernota 2024 versie 0.4 (002)
Tekst van het document
KADERNOTA RDWI 2024 Versie 0.4
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 1
Voorwoord We werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Daarom is uitgangspunt om de inwoner centraal te stellen in zijn/haar ondersteuningsvraag. We werken vanuit vertrouwen in de inwoner, met een juiste balans tussen ‘rechtmatigheid’ en ‘doelmatigheid’ en passen waar nodig maatwerk toe. Dat doen we door onze professionals zoveel mogelijk te faciliteren om eigenaarschap te tonen, integraal samen te werken en de professionele ruimte te benutten die zij hebben. Het resultaat is een robuuste organisatie die als strategisch partner klaar is voor huidige en toekomstige taken binnen het sociaal domein.1 De afgelopen jaren hebben ons opnieuw geleerd dat het domein werk & inkomen altijd in beweging is en dat we voortdurend rekening moeten houden met wijzigingen en soms incidentele (nood)regelingen. De dynamiek in ons werkveld is een constante factor geworden. We zullen in 2024 te maken hebben met de effecten van de inflatie; we weten nu nog niet of de inflatie dan nog steeds hoog is, maar we zullen op zijn minst de naijleffecten gaan zien. Wat we wel weten, is dat de Participatiewet gaat wijzigen. Onder het motto ‘Participatiewet in balans’ heeft het kabinet aangekondigd dat de wet een toereikend bestaansminimum moet bieden, mensen passende ondersteuning moet bieden, met rechten en plichten die voor de inwoner begrijpelijk zijn.
In hoofdstuk 1 gaan we verder in op de algemene ontwikkelingen en in hoofdstuk 2 gaan we in op ontwikkelingen per thema. De financiële kaders zijn per onderdeel verwerkt in hoofdstuk 2 (op thema), hoofdstuk 3 (Wet sociale werkvoorziening) en in hoofdstuk 4 (bedrijfsvoering). In de financiële kaders zijn de bijgestelde verwachtingen van de omvang van het klantenbestand verwerkt, volgens de informatie zoals deze op het moment van schrijven bekend is. Vanaf het jaar 2024 gelden nieuwe beleidskaders die door de gemeenteraden van onze vijf gemeenten worden vastgesteld. Op het moment van schrijven zijn de ‘Strategische kaders werk & inkomen 2024-2027’ nog in ontwikkeling bij gemeenten. In deze Kadernota gaan we daarom uit van ontwikkelingen we op Rijks- en organisatieniveau verwachten in 2024. Waar mogelijk en relevant, worden (de effecten van) de nieuwe kaders van de gemeenteraden verwerkt in de Begroting 2024. De uitwerking van de doelen vindt plaats in de Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027, nadat gemeenten de gelegenheid hebben gehad om hun zienswijze in te dienen op deze Kadernota. Deze Kadernota wordt via de gebruikelijke wijze aangeboden aan de gemeenteraden. Zienswijzen op de Kadernota worden meegenomen in de ontwerp Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 die na de vaststelling van de Kadernota aan de gemeenten wordt aangeboden.
Zeist, 12 januari 2023
W.J. (Walter) van Dijk Voorzitter bestuur RDWI
1
B. (Bernice) Ruiter Directeur RDWI
Bron: strategische ontwikkelagenda, vastgesteld AB september 2022
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 2
Inhoudsopgave
1
HOOFDLIJNEN KADERNOTA ............................................................................................. 4
1.1.
ONTWIKKELINGEN IN VOGELVLUCHT .............................................................................. 4
1.2.
WAAR HOUDEN WE FINANCIEEL GEZIEN REKENING MEE ............................................... 5
1.3.
SAMENVATTING FINANCIËN ............................................................................................ 6
2
THEMA’S 2024 ................................................................................................................. 7
2.1.
ONTWIKKELING VAN HET BESTAND BIJSTAND ................................................................ 7
2.2.
RE-INTEGRATIE, PARTICIPATIE EN DIENSTVERLENING AAN WERKGEVERS ..................... 9
2.3.
INKOMENSVOORZIENINGEN.......................................................................................... 10
2.4.
DIENSTVERLENING AAN INBURGERAARS ...................................................................... 11
2.5.
HULP BIJ SCHULDEN ...................................................................................................... 12
3
UITVOERING WSW DOOR BIGA GROEP ......................................................................... 13
4
BEDRIJFSVOERING ......................................................................................................... 14
4.1.
ORGANISATIE EN APPARAATSKOSTEN ........................................................................... 14
4.2.
RISICOMANAGEMENT.................................................................................................... 15
BIJLAGE 1 MEERJARENRAMING
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 3
1 Hoofdlijnen Kadernota De Kadernota geeft de financiële kaders die nodig zijn om de beleidsdoelen te realiseren. In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven van de ontwikkelingen waar we rekening mee houden en de financiële uitgangspunten. De manier waarop we daar invulling aan geven en de doelstellingen die we daaraan verbinden, worden verwerkt in de Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027. Daarin worden ook de zienswijzen verwerkt die door gemeenten op deze Kadernota worden meegegeven. Nieuwe opzet Kadernota en relatie met strategische kaders 2024-2027 Naar aanleiding van de evaluatie van de P&C-cyclus (besluit Dagelijks bestuur 16 november 2022) worden in de Kadernota de ontwikkelingen en de financiële kaders opgenomen en bevat de Begroting aanvullend daarop de te bereiken doelen. Door de doelen vast te stellen via de Begroting, kan beter aangesloten worden bij de actualiteit zoals op dat moment bekend. Voor het jaar 2024 geldt ook dat dan ook aangesloten kan worden bij de nieuwe ‘Strategische kaders werk & inkomen 2024-2027’; deze zijn ten tijde van het vaststellen van deze Kadernota nog niet opgesteld.
1.1. Ontwikkelingen in vogelvlucht Hieronder beschrijven we een aantal algemene ontwikkelingen voor 2024 die van invloed zijn op de volle breedte van ons werk. In hoofdstuk 2 wordt per thema ingegaan op de specifieke ontwikkelingen. De onzekerheden zijn groot en dat vraagt voortdurend om aanpassingsvermogen Op het moment van schrijven hebben we te maken met een sterk gestegen inflatie, mede als gevolg van de energieprijzen. We merken dagelijks de effecten van wereldwijde ontwikkelingen. Er zijn door het kabinet maatregelen getroffen, zowel incidenteel als structureel, die de effecten van de inflatie moeten verzachten. De voorspelbaarheid van de economische ontwikkelingen – en daarmee ook van de ontwikkeling op de arbeidsmarkt – lijkt minder groot dan voorheen. De crises die zich de afgelopen paar jaar hebben opgevolgd, hebben geleid tot diverse tijdelijke (nood)maatregelen vanuit het Rijk. Dat maakt dat onze meerjarenbegroting minder voorspelbaar is en ‘met potlood’ geschreven is. Ook vergt dit voortdurend aanpassingsvermogen van de organisatie, zowel inhoudelijk (waar liggen de prioriteiten) als organisatorisch (hoe zorgen voor een goede dienstverlening van alle inwoners die op ons aangewezen zijn). We houden er rekening mee dat dit type incidentele zaken meer structureel gaan worden en dat veranderingen in 2024 een constante factor zijn.
‘Participatiewet in balans’ gaat leiden tot wijzigingen vanaf 2024 In het coalitieakkoord van het kabinet ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ is de ambitie uitgesproken om wetten te beoordelen op eenvoud, menselijke maat en uitvoerbaarheid. In dat kader heeft het kabinet plannen om de Participatiewet te verbeteren. De minister heeft aangegeven dat de Participatiewet op dit moment ‘uit balans’ is en zij wil de balans herstellen tussen de ondersteuning die naar werk geboden wordt, het garanderen van een basaal inkomen en de controle op de verplichtingen. Zoals het er nu naar uitziet, gaat dit leiden tot wijzigingen van de Participatiewet die stap-voor-stap ingevoerd worden. Ook is de ambitie van het kabinet om daarbij breder te kijken dan alleen de Participatiewet. De verdere invulling is nog niet bekend; we verwachten zeker dat we in 2024 te maken zullen hebben met de (verdere) wijzigingen
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 4
van de Participatiewet. De ambities in ‘Participatiewet in balans’ sluiten goed aan bij de ontwikkeling die binnen de RSD al is ingezet. Wijziging van de gemeenschappelijke regeling De Wet gemeenschappelijke regeling is aangepast. Een aantal wijzigingen is direct ingegaan, zoals de termijnen van de jaarrekening en begroting. Voor andere wijzigingen hebben gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen twee jaar tijd, tot 1 juli 2024. Dit proces is al in gang gezet in samenwerking met de gemeenten en zal in 2024 tot definitieve besluitvorming leiden en waarschijnlijk tot een wijziging van de gemeenschappelijke regeling RDWI in 2024.
1.2. Waar houden we financieel gezien rekening mee Algemene uitgangspunten - Er is rekening gehouden met een reële begroting 2024 en meerjarenkader; - Structurele lasten zijn gedekt door structurele baten; - In hoofdstuk 2 worden alleen de programmakosten opgenomen; - In hoofdstuk 3 en 4 zijn alle uitvoeringskosten opgenomen. Budgetten Sociaal Domein De budgetten re-integratie en participatie en sociale werkvoorziening zijn gebaseerd op de uitkeringen sociaal domein zoals opgenomen in de septembercirculaire 2022. Er is sprake van één ongedeeld participatiebudget voor de vijf gemeenten. Omvang formatie Er wordt uitgegaan van een formatie-omvang van 154,3 fte. Dit is inclusief de effecten van de besluiten over de afbouw van de formatie intensieve aanpak en toevoeging formatie ten behoeve van Informatieveiligheid & Privacy en de Wet Open Overheid. Dit wordt verder uiteengezet in hoofdstuk 4. Lonen en salarissen Wet sociale werkvoorziening De salariskosten Wsw zijn gebaseerd op de bedragen zoals opgenomen in een conceptmeerjarenraming 2023 en verder, ontvangen van Biga Groep BV. Prijsaanpassingen (indexeringspercentages) Een prijsindexatie op de apparaatskosten (exclusief lonen en salarissen) van 2,4% voor 2024 is opgenomen in de Kadernota. Deze cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB zoals opgenomen in de septembercirculaire 2022.
Tevens is op basis van deze publicatie het structureel effect van de verhoging van de prijscompensatie over 2022 en 2023 verwerkt. Loonaanpassingen De loonontwikkeling is gebaseerd op de verwachte loonontwikkeling zoals opgenomen in de septembercirculaire 2022. Dit cijfer is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB. Hierbij is rekening gehouden met: • Correctie structureel effect (dat is een verlaging) op de CAO 2021 – 2022 • Extra looncompensatie salaris 2023 in verband met stijging septembercirculaire loonvoet 2022 • Indexatie looncompensatie 2024 (+4,2%)
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 5
1.3. Samenvatting financiën De belangrijkste financiële ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2024 zijn: 1. Ten opzichte van de Kadernota 2023 verwachten we dat de sociaal domein lasten dalen. Het aantal uitkeringsgerechtigden groeit minder dan verwacht ten tijde van het opstellen van de Kadernota 2023. De verwachting is dat de ontwikkeling in onze regio gelijke tred houdt met landelijke ontwikkeling. Zolang dit het geval is, worden de lasten gecompenseerd door de stijging van het macrobudget. Voorzichtigheidshalve is het opgenomen resultaat voor de RSD-gemeenten budgettair neutraal verwerk in deze kadernota. De reden is dat nu nog niet kan volledig overzien kan worden wat het effect is van de huidige economische ontwikkelingen op de omvang van de baten en de lasten van inkomensvoorzieningen. 2. In deze kadernota is nog geen rekening gehouden met het financiële effect van de verhoging het wettelijk minimum loon (wml) met 10% per 1 januari 2023. Deze verhoging werkt door in de hoogte van de gemiddelde bijstandsuitkering. Achterliggende reden is dat het kabinet heeft besloten om de extra middelen ter dekking van deze verhoging pas bij de septembercirculaire in 2023 toe te voegen aan het gebundeld BUIG budget. Dit betekent dat het effect van deze rijksmaatregel in 2024 verwerkt wordt in de eerste nota begrotingswijziging 2024. 3.
De verwachte omvang van het klantenbestand blijft binnen de in de Begroting 2022 afgesproken bandbreedte. De formatie is uitgebreid voor Informatieveiligheid & Privacy en de Wet Open Overheid. 4. De gemeentelijke bijdragen voor de inkomensvoorzieningen zijn verhoogd ten opzichte van de Kadernota 2023. De stijgingen gelden voor de lasten bijzondere bijstand, de collectieve ziektekosten CAZ en het minimabeleid. 5. De uitbreiding van de formatie Wet Inburgering (in verband met de leerbaarheidstoets) en de uitbreiding van de formatie (in verband met de verhoging van de taakstelling voor 2023 en 2024) zijn nog niet meegenomen vanwege onduidelijkheid daarover. De uitbreiding wordt financieel verwerkt in de Begroting 2024. In onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van de mutaties op de bijdragen gemeenten op de verschillende activiteiten van RDWI. Tabel 1 Bijdragen gemeenten
2023
2024
2025
2026
2027
84.287.700
81.999.000
82.962.200
83.756.400
83.756.400
Mutaties kadernota 2024: Gebundeld BUIG / BBZ 2004 BBZ/2004 kredietverlening en onderzoekskosten
0 0
-2.287.300 50.000
-2.817.700 50.000
-2.835.400 50.000
-2.622.400 50.000
Re-integratie & participatie inclusief jeugdwerkloosheid, nieuwkomers intensieve aanpak en kinderopvang WSW Voorzieningen Wet Inburgering Inkomensvoorzieningen Bedrijfsvoering RSD algemeen Bedrijfsvoering RSD tbv Wet Inburgering Subtotaal mutaties kadernota 2024
0 0 0 0 0 0 0
165.500 234.000 PM 294.550 995.100 PM -548.150
166.500 199.800 PM 294.550 995.100 PM -1.111.750
259.800 235.600 PM 294.550 995.100 PM -1.000.350
259.800 53.900 PM 294.550 995.100 PM -969.050
Begroting 2023
Totaal na mutaties
84.287.700 81.450.850 81.850.450 82.756.050 82.787.350
De verschillende onderdelen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2 tot en met 4.
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 6
2 Thema’s 2024 In dit hoofdstuk schetsen we welke ontwikkelingen wij verwachten die van invloed kunnen zijn op onze dienstverlening aan de inwoners. Deze ontwikkelingen worden vertaald naar financiële kaders en worden verder uitgewerkt in de Begroting 2024. In de Begroting 2024 worden ook de te bereiken doelen geformuleerd. De financiële tabellen betreffen de programmakosten; de apparaatskosten zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
2.1. Ontwikkeling van het bestand bijstand We houden rekening met een stijging vanaf 2024 Voor de ramingen van het aantal inwoners dat een beroep moet doen op een uitkering, volgen we de ramingen van het CPB. Het CPB verwacht een toename van de werkloosheid in 2023. Daarbij geeft het CPB wel een grote onzekerheidsmarge, waarbij ook rekening wordt gehouden met een daling. Als er een stijging komt, is dat in 2023 vooral te zien in de werkloosheidsuitkeringen (WW) en dat werkt vanaf 2024 vertraagd door in de Participatiewet2. Bij onderstaande schattingen zijn we uitgegaan van een scenario waarbij er een stijging plaats gaat vinden. Tabel 2.1 Jaar
Groei/daling t.o.v. het vorige jaar
Stand bijstandspartijen ultimo jaar
2020
+2,5%
2.825
Realisatie
Stand van zaken eind december 2020
2021
-2,1%
2.765
Realisatie
Stand van zaken eind december 2021
2022
-0,5%
2.740
Prognose
Najaarsnota 2022
2023
0%
2.740
Schatting
MEV, september 2022
2024
+4%
2.850
Schatting
2025
+1,8%
2.900
Schatting
2026
+2,4%
2.970
Schatting
2027
+2%
3.030
Schatting
Bron
* De schattingen 2023 en verder zijn gebaseerd op cijfers en beschrijvingen van het CPB. In de Begroting 2024 worden de cijfers aangepast aan de hand van de werkelijke eindstand 2022.
Financieel kader Tabel 2.2
Meerjarenkader 20242027 Totaal BUIG/BBZ 2023
2023
2024
2025
2026
2027
46.008.400 47.296.900 48.765.300 49.890.000
49.890.000
Mutaties kadernota 2024: Gebundelde uitkering/ BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden
0
-2.287.300
-2.817.700
-2.835.400
-2.622.400
BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid
0
50.000
50.000
50.000
50.000
BBZ Kredietverlening
0
0
0
0
0
46.008.400 45.059.600 45.997.600 47.104.600
47.317.600
Totaal BUIG / BBZ kadernota 2024
2
Bron: CPB Macro Economische verkenning 2023
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 7
Het verwachte aantal uitkeringen is lager dan de vorige prognose We verwachten dat de lasten BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden in 2024 dalen ten opzichte van de Begroting 2023. Daarbij dient rekening gehouden te worden dat de effecten van de verhoging van het minimumloon per 1 januari 2023 nog niet zijn verwerkt in zowel de baten (Rijksbudgetten) als de lasten (uitkeringen) van deze Kadernota. De schatting van het aantal uitkeringsgerechtigden is lager dan in de raming in de Kadernota 2023. De daling van de lasten voor de BUIG en BBZ uitkeringen levensonderhoud voor starters en gevestigden hangt hiermee samen. De component loonkostensubsidie maakt een steeds groter deel uit van BUIG In bovenstaande tabel zijn tevens de lasten loonkostensubsidie verwerkt vanaf 2024. Deze lasten maken een steeds belangrijker deel uit van de totale BUIG-lasten. Het aantal klanten met een arbeidsbeperking (zowel met als zonder uitkering) maakt sinds 2015 deel uit van de Participatiewet, door afsluiting van de Wsw en beperking van de Wajong. Daardoor is er een geleidelijke stijging. Deze inwoners ontvangen niet allemaal een uitkering, dus tellen niet (volledig) mee in het volume BUIG-uitkeringen. Het budget voor loonkostensubsidie wordt gekoppeld aan de werkelijk verstrekte loonkostensubsidies in het jaar voorafgaand aan het budgetjaar.
BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid en kredietverlening BBZ In verband met de onzekere economische ontwikkeling verwachten we in 2023 en 2024 een toename van hulpvragen van zelfstandigen. Daarom is het nodig om het budget voor de onderzoeken levensvatbaarheid te verhogen. Het benodigd budget voor de kredietverlening aan zelfstandigen is ongewijzigd, omdat hiervoor geen adequate raming op te stellen is. Het gaat om een beperkt aantal kredieten die zeer verschillend van hoogte kunnen zijn. Resultaat BUIG/ BBZ uitkeringen levensonderhoud starters en gevestigden in 2024 In tabel 2.3 is voor de gemeenten extracomptabel het resultaat op het BUIG budget 2024 berekend. Tabel 2.3 F. Resultaat na vangnetuitke ring na ontschotting
A. Rijksbudgetten BUIG
B. LASTEN BUIG/BBZ
Bunnik
1.939.000
1.959.800
-20.800
0
0
0
De Bilt Utrechtse Heuvelrug
9.506.000
9.668.500
-162.500
0
0
0
9.812.000
10.000.500
-188.500
0
0
0
Resultaat BUIG 2024
C. Totaal D baten Vangnet T&V uitkering
E. Resultaat voor onschotting na Vangnetuitkering A-BC+D = E
Wijk bij Duurstede
3.845.000
4.020.400
-175.400
0
0
0
Zeist
19.712.000
20.114.800
-402.800
0
0
0
Totaal budget
44.814.000 45.764.000 -950.000
0
0
0
Het ministerie hanteert voor het vaststellen van het macrobudget het uitgangspunt dat het budget voldoende moet zijn om de landelijke ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden en de ontwikkeling van de lasten te dekken. Bij de raming in deze Kadernota is als uitgangspunt genomen dat de ontwikkeling het klantenbestand van onze gemeenten gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Voorzichtigheidshalve is het individuele en gezamenlijke resultaat in 2024 op de BUIG budgettair neutraal opgenomen. De baten terugvordering en verhaal zijn gebaseerd op de begrote baten 2023.
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 8
2.2. Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Een grote ‘middengroep’ en lokale samenwerking We verwachten dat de grote ‘middengroep’ en inwoners voor wie werk onhaalbaar is, op korte termijn nog zal groeien. Bij inwoners die op onze ondersteuning aangewezen zijn, is er meestal sprake van een combinatie van belemmerende factoren. De samenwerking met lokale en regionale netwerkpartners is en blijft daardoor essentieel. Samenwerking op bovenregionaal niveau wordt belangrijker Het kabinet zet in op een uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur, wat onder andere betekent dat de (boven)regionale werkgeversdienstverlening in de regio MiddenUtrecht steeds belangrijker wordt. Naast de wettelijke harmonisatie op het gebied van werkgeversdienstverlening biedt de samenwerking in de arbeidsmarktregio ook kansen. Er komen via centrumgemeente Utrecht meer landelijke en Europese middelen op bovenregionaal niveau voor kwetsbare doelgroepen, bijvoorbeeld jongeren en mensen met psychische beperkingen. Daarin trekken we gezamenlijk op met de andere (sub)regio’s in de arbeidsmarktregio. Financieel kader In tabel 2.4 zijn de mutaties op de budgetten die ingezet worden voor de ondersteuning van klanten inzichtelijk gemaakt, exclusief de subsidie Wet sociale werkvoorziening. Tabel 2.4 Meerjarenkader 20242027
2023
2024
2025
2026
2027
Re-integratie & Participatie, programma jeugdwerkloosheid begroting 2023
3.877.000
3.957.400
4.050.200
4.050.200
4.050.200
Mutaties kadernota 2024
0
90.500
91.500
184.800
184.800
3.877.000
4.047.900
4.141.700
4.235.000
4.235.000
62.500
31.250
0
0
0
0
0
0
0
0
Subtotaal klantkosten nieuwkomers
62.500
31.250
0
0
0
Kinderopvang
304.000
304.000
304.000
304.000
304.000
Mutaties kadernota 2024
0
75.000
75.000
75.000
75.000
Subtotaal kinderopvang
304.000
379.000
379.000
379.000
379.000
0
165.500
166.500
259.800
259.800
4.243.500
4.458.150
4.520.700
4.614.000
4.614.000
Subtotaal re-integratie & Participatie Klantkosten nieuwkomers intensieve aanpak Mutaties kadernota 2024
Mutaties kadernota 2024: Totaal bijdragen gemeenten
Met de beschikbare middelen zoals in bovenstaande tabel opgenomen, zijn we in staat om inwoners voldoende te ondersteunen naar werk of participatie. Onder andere jobcoaching en intensievere begeleiding zijn instrumenten die we daarvoor inzetten; gezien de ontwikkeling van de doelgroep maken deze relatief een groter deel uit van het budget dan voorheen.
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 9
Toelichting mutaties 2024: - De mutatie re-integratie heeft betrekking op de ontwikkeling van de budgetten zoals vermeld in de specificatie bij de septembercirculaire gemeentefonds 2022. - Met alle gemeenten zijn werkafspraken gemaakt over kinderopvang. De prognose voor 2024 en verder is gebaseerd op de werkelijke kosten in 2022 Wet sociale werkvoorziening Voor de subsidie Wet sociale werkvoorziening zijn de mutaties in de septembercirculaire gemeentefonds 2022 als volgt: Tabel 2.5 Meerjarenkader 2024-2027 Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening kadernota 2023 Mutatie kadernota 2024 Totaal bijdragen gemeenten
2023
2024
2025
2026
2027
8.475.800
8.223.900
7.813.400
7.482.900
7.482.900
0
234.000
199.800
235.600
53.900
8.475.800
8.457.900
8.013.200
7.718.500
7.536.800
Het budget subsidie Wet sociale werkvoorziening vormt ook onderdeel van de reintegratiemiddelen die de gemeenten ontvangen. Deze lasten dalen sinds de instroom is afgesloten in 2015. De daling is minder groot dan toen werd verwacht, waardoor de lasten in 2024 en verder stijgen. Het ministerie compenseert gemeenten voor deze kostenstijging.
2.3. Inkomensvoorzieningen Meer maatwerk in inkomensondersteuning Onder het motto ‘Participatiewet in balans’ heeft het kabinet aangekondigd wijzigingen te gaan doorvoeren in de Participatiewet. Er moet, volgens het kabinet, weer balans komen tussen ondersteuning, inkomensvoorziening en controle. Vertrouwen moet weer centraal komen te staan met oog voor de mens achter de uitkering. Dat sluit aan bij de beweging die bij de RDWI al in gang is gezet met de strategische ontwikkelagenda3. We verwachten dat er in 2024 wetswijzigingen zullen volgen die meer maatwerk ook mogelijk gaan maken. Dat kan betrekking hebben op uitkeringen levensonderhoud en ook op de inkomensondersteunende maatregelen. Wat de eventuele impact daarvan is, is nu nog niet te voorzien. Wanneer van toepassing, zullen we daar voorstellen voor doen. Fraude voorkomen in plaats van fraude bestrijden De nieuwe balans die gezocht wordt in de Participatiewet, zal ook doorklinken in de manier waarop we onze handhaving vormgeven. We verwachten dat er straks meer ruimte komt om ook in handhaving meer rekening te houden met de individuele omstandigheden, waarbij de nadruk komt op het voorkómen dat handhaving nodig is.
Terugvordering is niet altijd (meer) mogelijk Er komen er wetswijzigingen die regelen dat de verjaringstermijn voor terugvordering korter wordt en dat we ook bij terugvordering meer rekening kunnen houden met de individuele omstandigheden. We merken in de praktijk steeds meer dat inwoners, met
3
AB-besluit september 2022
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 10
name ook ondernemers, betalingsproblemen hebben waardoor terugvordering niet altijd mogelijk is. Financieel kader Tabel 2.6 Kadernota 2024, meerjarenbegroting 20252027
2023
2024
2025
2026
2027
2.949.000
2.949.000
2.949.000
2.949.000
2.949.000
0
144.900
144.900
144.900
144.900
2.949.000
3.093.900
3.093.900
3.093.900
3.093.900
1.317.150
1.317.150
1.317.150
1.317.150
1.317.150
Mutaties kadernota 2024
0
124.650
124.650
124.650
124.650
Subtotaal Collectieve Ziektekostenverzekering
1.317.150
1.441.800
1.441.800
1.441.800
1.441.800
Individuele Inkomenstoeslagen
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
0
0
0
0
0
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
700.000
700.000
700.000
700.000
700.000
25.000
25.000
25.000
25.000
700.000
725.000
725.000
725.000
725.000
0
294.550
294.550
294.550
294.550
6.402.700 6.402.700
6.402.700
6.402.700
Bijzondere bijstand Mutaties kadernota 2024 Subtotaal bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering
Mutaties kadernota 2024 Subtotaal Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid Mutaties kadernota 2024 Subtotaal Minimabeleid Mutaties kadernota 2024 Totaal bijdragen gemeenten
6.108.150
De actualisatie van de inkomensvoorzieningen is gebaseerd op de verwachte kostenontwikkeling in 2022. De stijging van de kosten voor de bijzondere bijstand is beperkt. De actualisatie leidt verder voor de regelingen collectieve ziektekostenverzekering en het minimabeleid tot een beperkte aanpassing.
2.4. Dienstverlening aan inburgeraars Het aantal inburgeraars hangt vooral af van wereldwijde ontwikkelingen Voor inburgering is het vrijwel onmogelijk om betrouwbare prognoses of ramingen te maken voor het aantal inburgeraars, omdat dit in hoge mate afhankelijk is van wereldwijde ontwikkelingen. We gaan in deze Kadernota dan ook uit van wat al zeker is. Een toename van het aantal inburgeraars vanwege hogere huisvestingstaakstelling Gemeenten krijgen te maken met een hogere huisvestingstaakstelling. Het is niet bekend of dat in 2024 ook het geval is, maar een verhoging van de taakstelling in 2023 werkt voor onze dienstverlening zeker door in 2024. We houden daarom rekening met een grotere instroom in 2024. Mogelijke wijzigingen in de Wet inburgering De nieuwe Wet inburgering is op het moment van schrijven nog jong. Nog niet alles in de huidige wet loopt optimaal. We houden er rekening mee dat er in 2024 wijzigingen kunnen komen die effect hebben op onze dienstverlening. Wanneer van toepassing,
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 11
zullen we voorstellen doen aan het Algemeen bestuur met betrekking tot beleidswijzigingen of financiële kaders. Financieel kader Het financieel overzicht in deze paragraaf betreft de voorzieningen (programmakosten) die voortvloeien uit de nieuwe Wet inburgering. Het mandaat en beheer van de inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) en de uitvoeringskosten van de Wet inburgering (Wi) en bijbehorende taken zijn bij de RDWI belegd, met uitzondering van de taken en middelen ter bekostiging van maatschappelijke begeleiding. De gemeenten ontvangen van het Rijk middelen voor de uitvoering van de wet; de uitvoering van de wet door de RSD vindt plaats binnen deze financiële kaders.
Lasten Bijdragen gemeenten kadernota 2023 Mutatie kadernota 2024 Totaal bijdragen gemeenten voorzieningen wet inburgering
2023
2024
2025
2026
Tabel 2.7 2027
1.541.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
0
PM
PM
PM
PM
1.541.500 1.695.500 1.695.500 1.695.500 1.695.500
Het effect van de stijging als gevolg van de huisvestingstaakstelling is hierin nog niet verwerkt, in verband met onduidelijkheden hierover. Dit wordt financieel verwerkt in de Begroting 2024.
2.5. Hulp bij schulden Huidige inflatie leidt tot toekomstige stijging schulden Op het moment van schrijven is de inflatie hoog, waardoor veel inwoners betalingsproblemen hebben of ontwikkelen. Het duurt vaak enige tijd voordat inwoners met schulden zich melden voor hulp. Daardoor is er een na-ijleffect te verwachten van de huidige situatie en verwachten we ook daardoor een stijging van het aantal inwoners met schulden, zowel particulieren als ondernemers. Financieel kader Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering van de taken van de RDWI is opgenomen in de apparaatskosten.
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 12
3 Uitvoering Wsw door Biga Groep De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) wordt onder verantwoordelijkheid van de RDWI gedaan door Biga Groep BV. Financieel kader Tabel 3.1 Meerjarenkader 2024-2027 WSW door Biga Groep
2023
2024
2025
2026
2027
8.884.400
8.618.000
8.359.000
8.108.000
8.108.000
386.100
171.200
PM
PM
8.884.400
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
Totaal bijdrage van Biga
8.884.400
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
Totaal Bijdragen Biga
8.884.400
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
Lasten: Loonkosten SW kadernota 2023 Mutaties kadernota/begroting 2024 Totaal loonkosten SW Baten:
De raming is geactualiseerd op de opgave van de loonkosten Wsw voor de periode 2023 tot en met 2027 van Biga Groep BV. Vanaf 2015 dalen de lasten omdat er geen instroom meer in de Wsw is en wel uitstroom. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. De gemeenten verstrekken via de begroting van de RDWI een extra bijdrage aan Biga Groep. Het gaat om: Tabel 3.2
Meerjarenkader 2024-2026, WSW extra bijdrage gemeenten aan BIGA Groep
2023
2024
2025
2026
2027
Extra Bijdrage gemeenten aan BIGA
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
Totaal bijdragen gemeenten
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
De Rijksbijdrage die gemeenten ontvangen voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening zijn opgenomen in paragraaf 2.2.
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 13
4 Bedrijfsvoering 4.1. Organisatie en apparaatskosten Eind oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur een systematiek vastgesteld, waarbij de omvang van de formatie afhangt van de omvang van het klantenbestand uitkeringen (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening. Voor 2024 wordt uitgegaan van een formatieomvang van 154,3 fte. Financieel kader Tabel 4.2 Meerjarenraming bedrijfsvoering 2024-2026
2023
2024
2025
2026
2027 0
Bijdragen inclusief mutaties kadernota en begroting 2023
13.876.300 13.781.750 13.625.500 13.625.500 13.625.500
Mutatie kadernota 2024 Loon en prijsindexatie exclusief WI 2023 en verder Loon en prijsindexatie WI 2023 en verder AB besluit 7 juli 2022 Informatievoorziening en Informatieveiligheid Uitbreiding formatie FG en PO, en Woo Uitbreiding formatie WI i.v.m. leerbaardheidstoets Uitbreiding formatie WI i.v.m. verhoging taakstelling 2023 en waarschijnlijk 2024 Totaal bijdragen gemeenten 2024 exclusief bijdrage BIGA
0
679.000
679.000
679.000
679.000
0
33.400
33.400
33.400
33.400
0
124.700
124.700
124.700
124.700
0
158.000
158.000
158.000
158.000
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
13.876.300 14.776.850 14.620.600 14.620.600 14.620.600
Toelichting: - Conform het besluit van het Algemeen bestuur van juli 2022 zijn voor informatievoorziening & informatieveiligheid structurele lasten toegevoegd. - Als gevolg van de uitbreiding van de digitale dienstverlening worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieveiligheid & privacy. Dat betekent ook een noodzakelijke verhoging van de formatie van team dat betrokken is bij Informatieveiligheid en Privacy. De uitbreiding van de Privacy-Officers functie gaat van 0,22 fte naar 1 fte. De functie van Functionarisgegevensbescherming van 0,44 fte naar 1 fte. De totale uitbreiding komt daarmee op 1,34 fte. - De formatie wordt uitgebreid met 0,2 fte voor de uitvoering van de Wet Open Overheid (WOO). - De verwachte uitbreiding van de formatie bij team Inburgering, voor de uitvoering van de leerbaarheidstoets en de verhoging van de taakstelling wordt verwerkt in de begroting 2024 omdat de exacte cijfers op dit moment nog niet helemaal duidelijk zijn. - Tot slot worden de lasten geïndexeerd voor loon- en prijsstijging. Hiervoor zijn de percentages in de septembercirculaire 2022 leidend.
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 14
Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen Wij werken hard om een duurzame organisatie en de daarbij behorende duurzame en maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering op te bouwen. Dit komt onder andere tot uiting in ons inkoopbeleid, waarbij aandacht is voor milieuaspecten. In de programma’s van eisen bij aanbestedingen worden duurzaamheidscriteria opgenomen en duurzaamheid wordt waar mogelijk expliciet meegenomen bij de beoordeling van leveranciers en aanbiedingen. Inkoop vindt ook op sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze plaats. Bij aanbestedingen met een opdrachtwaarde van € 150.000 wordt SROI (sociaal return on investment) toegepast, zodat we meer kansen creëren voor inwoners met een arbeidsbeperking. Daarmee vragen wij ook van onze leveranciers een goede balans tussen “people, planet, profit”.
4.2. Risicomanagement De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control Cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - 1e en 2e Nota Begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Alleen de open einde risico’s worden in deze Kadernota expliciet benoemd. De verdere uitwerking en actualisatie van de risico’s vindt plaats in de Begroting 2024. Actualisatie open einde risico’s Ten opzichte van het laatste P&C-document (Najaarsnota 2022) zijn er geen wijzigingen van de financiële risico’s voor de open-einde regelingen. Daarom is er geen geactualiseerde tabel opgenomen. Inflatie Door de huidige inflatie is het lastig in te schatten hoe de stijging zal zijn binnen de inkomensondersteunende regelingen zoals bijzondere bijstand, CAZ, IIT en minimabeleid.
Uitvoering wet inburgering De grootste onzekerheid is de fluctuatie in aantallen; dit is mede afhankelijk van wereldwijde ontwikkelingen en de huisvestingstaakstelling van gemeenten. De programmakosten worden gecompenseerd door het Rijk, maar een flinke stijging van het aantal inburgeraars heeft effect op de bedrijfsvoering. Het risico zit dus in de apparaatskosten en de dienstverlening, niet in de voorzieningen voor inburgeraars. Uitwerking financiën strategische kaders De gemeenten werken aan nieuwe ‘Strategische kaders werk & inkomen 2024-2027’. De uitkomsten daarvan kunnen consequenties hebben voor de Begroting 2024. Als de inhoud van de kaders tijdig bekend is, kunnen wij deze verwerken in de ontwerp Begroting 2024. Als het proces langer duurt dan verwacht, is dat met het oog op een tijdige vaststelling van de Begroting 2024 niet mogelijk. De bedrijfsvoering risico’s worden verder in de Begroting 2024 uitgewerkt en toegelicht.
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 15
Bijlage 1 Meerjarenraming Onderstaande tabel is op basis van de vastgestelde Begroting 2023 en de verwerking van de financiële kaders van hoofdstuk 2. Dat leidt tot onderstaande meerjarenraming 2024 2027. In de bijlage wordt het overzicht bijdragen per gemeenten toegevoegd.
Meerjarenbegroting 20232027
2023
2024
2025
2026
2027
46.762.600
45.764.000
46.702.000
47.809.000
48.022.000
339.000 3.074.000 1.142.000
389.000 3.218.900 1.142.000
389.000 3.218.900 1.142.000
389.000 3.218.900 1.142.000
389.000 3.218.900 1.142.000
1.317.150 700.000
1.441.800 725.000
1.441.800 725.000
1.441.800 725.000
1.441.800 725.000
3.877.000 62.500 1.541.500
4.047.900 31.250 1.695.500
4.141.700 0 1.695.500
4.235.000 0 1.695.500
4.235.000 0 1.695.500
8.475.800 8.457.900 8.013.200 304.000 379.000 379.000 67.595.550 67.292.250 67.848.100 0 0 0
7.718.500 379.000 68.753.700 0
7.536.800 379.000 68.785.000 0
15.437.700
16.243.300
16.087.050
16.087.050
16.087.050
150.000
150.000
150.000
150.000
0
648.100 743.200 743.200 600.000 600.000 600.000 8.884.000 9.004.100 8.530.200 25.719.800 26.740.600 26.110.450 93.315.350 94.032.850 93.958.550
743.200 600.000 8.108.000 25.688.250 94.441.950
743.200 600.000 8.108.000 25.538.250 94.323.250
950.000
950.000
143.400 125.000 1.218.400 0
143.400 125.000 1.218.400 0
2.209.500 0 8.108.000 10.317.500 11.535.900
2.209.500 0 8.108.000 10.317.500 11.535.900
150.000
0
Lasten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ Uitkering levensonderhoud starter en gevestigden BBZ kredietverstrekking en onderzoekskosten levensvatbaarheid Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslagen Collectieve Ziektekostenverzekering Minimabeleid gemeenten Reintegratie & Participatie incl actieplan jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening Kinderopvang Subtotaal Sociaal Domein Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering RSD (inclusief uitvoeringskosten nieuwkomers) Apparaatskosten afwikkeling Tozo (ontrekking reserve) Uitvoeringskosten Wet Inburgering Bijdrage Exploitatie BIGA Loonkosten SW Subtotaal Bedrijfsvoering Totaal lasten
Baten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ 950.000 950.000 950.000 Ontvangsten kredietverstrekking BBZ 143.400 143.400 143.400 Bijzondere bijstand 125.000 125.000 125.000 Subtotaal Sociaal Domein 1.218.400 1.218.400 1.218.400 Bedrijfsvoering 0 0 0 Bedrijfsvoering RSD (inclusief uitvoeringskosten nieuwkomers) 2.209.500 2.209.500 2.209.500 Bijdrage Exploitatie BIGA 0 0 0 Loonkosten SW 8.884.000 9.004.100 8.530.200 Subtotaal Bedrijfsvoering 11.093.500 11.213.600 10.739.700 Totaal baten 12.311.900 12.432.000 11.958.100 Mutaties reserves Tozo reserve 150.000 150.000 150.000
Kadernota 2024 – versie 0.4
pag. 16
Subtotaal mutaties reserve
150.000
150.000
0
Saldo van baten en lasten (=bijdragen van gemeenten), na reserves
80.853.450 81.450.850 81.850.450
82.756.050
82.787.350
Bijdrage gemeenten Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal bijdragen gemeenten
2023 2024 2025 2026 3.675.015 3.572.112 3.582.931 3.621.177 15.008.889 15.785.130 15.914.621 16.131.479 17.556.022 16.990.807 17.109.145 17.323.220 7.491.106 7.313.353 7.322.549 7.389.430 37.122.408 37.789.448 37.921.205 38.290.743 80.853.440 81.450.850 81.850.450 82.756.050
2027 3.671.778 16.069.198 17.344.539 7.386.682 38.315.154 82.787.350
Kadernota 2024 – versie 0.4
150.000
150.000
pag. 17