CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 21.03.2024

gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening27.398 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

5 alinea's met “vreemd”: 5 28 37 83 112

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE WIJDEMEREN d.d. 21 maart 2024

1.

Opening De voorzitter: Dames en horen, een nieuwe poging. De vergadering is geopend. Excuus van de vertraging. Maar het geluid hier in de raadszaal deed het niet. En als je goede vergadering wil hebben moet je elkaar wel kunnen horen, naar elkaar kunnen luisteren. Welkom u hier in de raadszaal en ook degene die thuis de vergadering volgen. We werken zoals altijd met spreektijd dat wordt bijgehouden en op het scherm geprojecteerd. Wee hebben van twee leden bericht van verhindering ontvangen, van mevrouw Roobol en mevrouw IJsbrandij.

2.

Vaststelling agenda De voorzitter: Dan komen bij agendapunt twee, de agenda. Er zijn amendementen aangekondigd. Twee amendementen en één motie bij agendapunt zestien. Twee amendementen bij agendapunt zeventien en twee moties vreemd aan de agenda bij agendapunt negentien. Zijn er opmerkingen over de agenda? Behalve dan nog de mededeling dat er geen vragen voor het vragenhalfuur zijn ingediend. Dus agendapunt achttien vervalt. U bent akkoord. Dank u wel

3.

Vaststelling besluitenlijst vergadering gemeenteraad De voorzitter: Dan de besluitenlijst van de vergadering van 15 februari. We hebben geen wijzigingsvoorstellen ontvangen. Kunt u allen instemmen? Dat is het geval, aldus besloten

4.

Mededelingen De voorzitter: Agendapunt vier, mededelingen. Zijn er mededelingen vanuit de raad? Dat is niet het geval. Vanuit het college? Dat is niet het geval. Dan is agendapunt vier ook afgedaan.

5.

Lijst ingekomen stukken De voorzitter: Dan komen we bij de lijst van ingekomen stukken. Die zijn pas laat in het systeem geplaatst. Er was kennelijk een technisch probleem. Excuus daarvoor. Maar de problemen zijn nu opgelost. Ik stel voor dat we even de pagina's doorlopen. En kijken of u opmerkingen heeft. De brieven één tot en met negen. Mijnheer De Kruijff zie ik. De heer De Kruijff: Voorzitter, dank u wel. De VVD wil graag een behandelverzoek indienen over brief twee, aanpassing artikel zes, besluit motorboten. Dank u wel. De voorzitter: Ik stel voor dat, dat naar de agenda commissie gaat, uw verzoek. Mijnheer Voigt. De heer Voigt: Hetzelfde geldt voor de fractie Dorpsbelangen. Dus we zullen er samen één maken. De voorzitter: Des te meer kans. Maar over het algemeen als één fractie het wil en we overladen elkaar niet met voorstellen, staan we het toe. Dus u beide wil agenda brief twee geagendeerd zien. Dan gaan we naar de,

zijn er nog andere? Nee, dan gaan we naar de brieven tien tot en met achttien. Geen opmerkingen? Jawel, mijnheer Voigt. De heer Voigt: Even kijken voorzitter. Brief zeventien. Geen behandelverzoek van onze kant, maar wij willen wel graag een schriftelijke reactie van het college met wat dit betekent voor onze gemeente en wat de stand van zaken is op dit moment. Dat is een VNG ledenbrief over de ontwikkelingen opvang asielzoekers en Oekraïners. De voorzitter: Ik zie wethouder De Haan al knikken dus u krijgt de reactie op de brief en de laatste stand van zaken met betrekt tot opvang asielzoekers en Oekraïners in Wijdemeren. Verder nog over brief achttien? De heer Voigt: Brief achttien. Dat is een brief aan de raad met aanvullingen plan parkeren strandje De Zuwe. Ook voor deze brief geen behandelverzoek, maar een raadsinformatiebrief van het college met een reactie op de brief die naar ons is gestuurd en wat de vervolgstappen zijn om de parkeerproblematiek aan te pakken. De voorzitter: Ik kijk naar het college. Is dat op? Ja dat is op hele korte termijn te leveren. Ik zie geknik. Aan dat verzoek gaan we voldoen. Brieven negentien tot en met zesentwintig. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ik wil graag nummer eenentwintig en in eerste instantie een behandelverzoek graag. De voorzitter: Een behandelverzoek met betrekt tot brief eenentwintig, gaat ook door naar de agenda commissie.

Ik zie de heer Voigt zijn lampje nog branden. Hij heeft geen vraag meer volgens mij. Nee? Verder tot en met zesentwintig niet? De brieven zeventwintig tot en met dertig. Niet? De raadsinformatiebrieven één tot en met vijf, zes tot en met vijftien. Dan de schriftelijke vragen één tot en met negen? De uitnodigingen één tot en met vijf? Aldus met een aantal opmerkingen genoteerd vastgesteld. Dank u wel 6a. Raadsvoorstel diverse benoemingen De voorzitter: Dan gaan we naar benoemingen. Er wordt voorgesteld mevrouw Rademaker aan te wijzen voor de regionale werkgroep raadsparticipatie. Is daar behoefte aan stemverklaring, stemming? Ja mevrouw Wind? Nee? U bent allemaal zo blij dat mevrouw Rademaker beschikbaar is. Namens de raad zeg ik spontaan hartelijk dank en bij acclamatie bent u benoemd 6b. Ontheffing woonplaatsvereiste wethouder De Haan De voorzitter: Ontheffing woonplaatsvereiste wethouder De Haan. Is daar behoefte aan een stemverklaring, stemming? Nee? Aldus unaniem besloten 7.

Tijdsbestedingsnorm wethouder Zagt De voorzitter: Tijdsbestedingsnorm wethouder Zagt. Is daar behoefte aan een stemverklaring, aan een stemming? Nee? Met algemene stemming besloten. Dat was overigens agendapunt zeven

8.

Vaststelling bestemmingsplan partiële herziening Herenweg 22 De voorzitter: Agendapunt acht, bestemmingsplan partiële herziening Herenweg 22. De herziening is vastgelegd in het digitaal bestand en er is geen exploitatieplan als bedoeld in wet ruimtelijke ordening nodig om vast te stellen. Is er behoefte aan een stemverklaring, stemming? Nee? Met algemene stem aangenomen.

Voor degene die meeluisteren. Dit zijn eerst een aantal voorstellen waarvan de raad heeft aangenomen dat ze voldoende zijn besproken en akkoord en dan handelen we dat snel af. Straks gaan we een aantal onderwerpen echt bediscussiëren 9.

Vrijgeven uitvoeringskrediet Ooievaarsbuurt in Ankeveen De voorzitter: Raadsvoorstel kredietaanvraag Ooievaarbuurt in Ankeveen, nummer negen. Daar wordt gevraagd in te stemmen met een krediet van tweemiljoen, vierhonderdzestigduizend, zeshonderdveertig euro. De kapitaal lasten in het riool te dekken uit de voorziening riool en de kapitaal lasten voor het deel wegen komt ten laste van exploitatie en dat is al geraamd in de begroting. Is er behoefte aan een stemverklaring, stemming? Aldus besloten

10. Vaststelling bestemmingsplan ‘Meenthof’ 1e fase De voorzitter: Tien, bestemmingsplan Meenthof eerste fase. Het voorstel is in te stemmen met de nota van beantwoording zienswijze Meenthof eerste fase en een omgevingsvergunning te hebben tot besluit met hoge waarde besluit. Twee, bestemmingsplan eerste fase vast te stellen, daarmee planologisch het vergroten van de supermarkt, het verplaatsen van winkels en de bouw van drieëntwintig appartementen mogelijk te maken en geen exploitatie plan vast te stellen. Is behoefte aan de stemverklaring, stemming? Nee? Aldus besloten. En ik zeg het er maar even bij, maar wat constateer ik met genoegen dat er weer een plan is waarbij de verbetering zowel economisch als qua wonen wordt besloten. 11. Vaststelling Verordening auditcommissie Wijdemeren 2024 De voorzitter: Elf, vaststelling verordening auditcommissie Wijdemeren 2024. Het voorstel is de verordening 2024 vast te stellen. Het reglement 2005 in te trekken. Mevrouw Pronk te benoemen tot voorzitter van de auditcommissie en de heren Voigt en Lachman te benoemen tot lid van de auditcommissie. Behoefte aan stemverklaring, behoefte aan stemming? Niet het geval. Met algemene stemmen gekozen en ook mevrouw Pronk en heren Voigt en Lachman ontzettend veel dank voor het feit dat u bereid bent om naast het gewone raads- en commissiewerk deze extra klus ook de komende tijd te doen 12.

Voortzetten Nationale Ombudsman De voorzitter: Dan twaalf, het voorstel voortzetten Nationale Ombudsman. Het voorstel is de aansluiting bij de Nationale Ombudsman voort te zetten en de verordening gemeentelijke Ombudscommissie Wijdemeren 2006 in te trekken. Behoefte aan een stemverklaring, behoefte aan stemming? Nee? Aldus besloten 13. Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio De voorzitter: Agendapunt dertien, wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio. Het college stelt voor, er wordt voorgesteld het college toestemming te verlenen de gemeenschappelijke regeling veiligheidsregio 2022 te wijzigen in de zelfde genaamde regeling, maar dan 2023. Waardoor deze komt te luiden overeenkomstig het definitief voorstelde wijzigingsbesluit. Behoefte aan een stemverklaring? Niet. Behoefte aan een stemming? Niet. Met algemene stemmen aangenomen.

14. Actualisering Gemeenschappelijke Regeling Gooi en Vechtstreek 2024 De voorzitter: Veertien, het raadsvoorstel Gooi en Vechtstreek 2024 de gemeenschappelijke regeling en nu wordt voorgesteld toestemming te verlenen om de gemeenschappelijke regeling 2024 vast te stellen. En dat is, net als de vorige, zijn een aantal wijzigingen gebaseerd op wat wettelijke veranderingen, wat tekstuele zaken. Het is niet in essentie dat de regeling anders worden. Is er behoefte aan een stemverklaring? Behoefte aan stemming? Nee, met algemene stemmen aangenomen. 15.Beslissen op bezwaar tegen starten verkenningsfase De voorzitter: Voor degenen die op de tribune zitten en thuis meeluisteren, weest u gerust. Nu komen een aantal onderwerpen en daar gaan wel over in gesprek met elkaar. Dat is vijftien, het raadsvoorstel bezwaar tegen raadsbesluit starten verkenningsfase en we hebben begrepen, de commissie dat de heer Roosenschoon, D66 hier een opmerking over wilde maken. Ga uw gang. De heer Roosenschoon: Voorzitter, het was niet onze bedoeling om dit bezwaar te behandelen als zodanig. Maar wij vonden dat het onderwerp dermate belangrijk is voor iedereen. Voor ons en voor inwoners ook, dat dit af te handelen ambtelijk als hamerstuk ons een beetje kort door de bocht leek. Dat was eigenlijk, vonden wij toch de serieusheid van het bezwaar van de inwoonster te niet doen.

Dus wij hadden eigenlijk graag gewenst dat wij een toelichting zouden krijgen in commissie of de raad over dit besluit. We zijn geen van al jurist hier. Het is moeilijk voor ons ook om ons daarover uit te laten, maar het ging eigenlijk meer over de behandeling van de principe behandeling in feite van een dermate belangrijke zaak en dat niet af te doen als een schriftelijke reactie en dat direct door te sturen als hamerstuk. Dus dat is eigenlijk meer een opmerking van ons dan iets anders en daarbij zijn wij niet van plan om het bezwaar als zodanig, daar zijn we ook niet toe in staat juridisch, om dat inhoudelijk te behandelen. Dat was de enige opmerking van onze kant. De voorzitter: Dank voor uw opmerking. Het is natuurlijk wel zo dat u als raad wel degelijk het bezwaar inhoudelijk behandelt, want u neemt een besluit en het besluit is en we nemen elk bezwaar van wie dan ook, van elke inwoner serieus, maar dit is een besluit waar je geen bezwaar tegen kan indienen, want de raad kan een aantal dingen besluiten. Dat is gewoon onomstreden, onomstotelijk en er zijn zaken, daar kan je bezwaar tegen indienen. Daar valt dit niet onder en daarom wordt gezegd, het bezwaar afwijst, het is niet ontvankelijk. En ik neem aan dat u dat ook onderschrijft. Maar ik kijk even naar de raad.

Is er behoefte, heeft iemand behoefte aan een stemverklaring? Is e behoefte aan stemming? Nee? Dan is met algemene stemmen dit raadsvoorstel goedgekeurd. Dank u wel. 16. Vaststelling nota reserves en voorzieningen De voorzitter: Dan komen we bij zestien. De vaststelling nota reserves en voorzieningen. Ik ga niet alle details noemen, want dan gaat dat ten koste van mijn stem. Dat is niet erg, maar het zijn heel veel details. Maar wel de essentie, de essentie is dat de nota reserves en voorzieningen 2024, dat die nota wordt vastgesteld en de bestemmingsreserves worden herzien. En sommige zaken die wij in bestemmingsreserves hadden, die mogen niet volgens de nieuwe regels, die gaan naar de algemene reserve. Sommige dingen kunnen we niet anders, andere dingen zijn we vrij in om te kiezen. Daar zal straks het debat ook wel over gaan. Het gaat onder andere over de voorzieningen groot onderhoud, het gaat over de voorziening groot onderhoud wegen, het gaat over de onderhoudsbudgetten die in de begrotingen staan, want dat zijn een beetje communicerende vaten. Dat is een, dat is een heel pakket en

daarbij zijn twee amendementen ingediend en een motie. Ik stel voor dat we even stuk voor stuk behandelen. Dan het eerste amendement, amendement 16-1 is als eerste ingediend, maar er zijn meer mede indieners, door mevrouw Abrahamse. Ik zou willen vragen het amendement, in ieder geval het dictum voor te lezen en het amendement kort toe te lichten. Ga uw gang. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel voorzitter. Zal ik het eerst toelichten of wilt u eerst het dictum? Wat voor u het meest wenselijk is. De voorzitter: Ik kan u slecht verstaan hier. Mevrouw Abrahamse: Sorry, wilt u eerst het dictum voorgelezen of eerst de toelichting? De voorzitter: Eerst het dictum graag en dan de toelichting. Mevrouw Abrahamse: Het dictum luidt als volgt: Te verwijderen, besluit twee de reserve sociaal domein op te heffen en het saldo vrij te laten vallen ten gunste van de algemene reserve en dan vervolgens in te stemmen met het voorstel om de reserve sociaal domein niet op te heffen. En de toelichting voor ons is daarbij dat het voor ons prematuur is om nu reserves over te hevelen naar, de bestemmingsreserves over te hevelen naar algemene reserve. Het heeft te maken met het integrale beleidskader sociaal domein, wat we nog moeten ontvangen waarvan wij de inhoud nog niet kennen. Het heeft te maken met dat er een bezuiniging ook aangekondigd is of een ombuiging. Hoe je het ook wil formuleren.

En dan vinden wij prematuur om daar nu al financiën over te hevelen naar de algemene reserve. En daarbij zou je kunnen zeggen, er zijn veel openeinderegelingen, dus het komt vanzelf wel goed. Maar er zijn ook zaken waarop je kan investeren en zeker als dat gaat om preventie, wat de centrale basis wordt voor dat integraal beleidskader, vinden we het te prematuur om daar nu financiën voor door te laten stromen naar de algemene reserves. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk even of één van de mede indieners nog aanvullend iets zou willen zeggen. Nee, zullen we dan ieder geval deze afhandelen door gelijk reactie van college te vragen voordat we naar het tweede amendement gaan. Dat is misschien voor iedereen het meest duidelijk. Het college, wethouder Zagt. De heer Zagt: Voorzitter, dank u wel. We hebben hier in de commissievergadering al een behoorlijk gesprek over gehad. Het college laat het graag aan u als raad over. We hebben begrip voor de argumenten. Het is wel een technisch dingetje en dat kan denk ik vrij simpel opgelost worden. Als dit amendement het zou halen, dan moet er ook een begrotingswijziging volgen.

Besluit punt zes van het raadsvoorstel is de begrotingswijziging, die wordt ook anders als dit amendement het haalt, dus dat hoort eigenlijk aan vast te zitten en eigenlijk zou de huidige tweede bullet in de oog van het college volledig overbodig, want in te stemmen met het voorstel om de reserve sociaal domein niet op te heffen. Wat merkwaardige formulering. Het voorstel bestaat niet en u stelt niet voor, maar u besluit feitelijk. Dus ik denk dat bullet één zal volstaan. Maar dan nog is er ook een besluit punt nodig om de begrotingswijziging dienovereenkomstig aan te passen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Zouden wij afspreken, ik weet niet of dat kan maar ik heb het wel eens meegemaakt, dat als die wordt aangenomen, als dan. Als die wordt aangenomen, dan passen we de begrotingswijziging aan. Maar het één is met het ander verbonden. Ja. Dan kijk ik even of anderen er nog wat over willen zeggen dat u nog vragen erover hebt. Kan ik iemand het woord geven? Nee, niet nodig. Dank u wel. Dan gaan we

naar amendement 16-2 en daar is mevrouw Van Rijn de eerste indiener, samen met aantal anderen. Die geef ik graag het woord om het dictum voor te lezen en een toelichting te geven. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik hoopte dat u zou zeggen dat ik dat ook niet helemaal hoefde voor te lezen want, dat is het hele raadsvoorstel met de wijziging. Dus ik kijk even wat het handigste is. Ik kan ook de kern toelichten. Hij staat natuurlijk op de site. De voorzitter: U hebt gelijk, ik zei door maar even het dictum. Ik had hem al eerder gezien. Dames en heren, het zijn het zijn drie A-4tjes vol, maar het gaat het gaat om de kern. Als u dat willen doen? Heel graag. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dat ligt niet aan het CDA of de andere partijen dat er drie A-4tjes zijn. Dat ligt aan het ellenlange besluit in het raadsvoorstel, dus als je dan een klein dingetje wil amenderen dan neem je die hele lijst over. Maar waar gaat het feitelijk over? De kern van dit amendement is eigenlijk dat bij de bespreking van de beheerplannen en eigenlijk al bij de kadernota het CDA, samen met de heer Goetheer keer op keer gevraagd heeft, het is heel veel geld, wordt alles niet te veel opgevoerd? Zou het op een andere wijze kunnen? Want de OZB gaat zo flink omhoog ten gevolge van al deze besluitvorming. Toen is er al een kanteling gemaakt van vijftien, van het aantal jaren en investeringen.

Maar voor ons bleef wel staan van hoe kan dit nu? Nu ligt er een voorstel voor dat eigenlijk refereert, nota reserves en voorzieningen, naar die beheer plannen. Het gaat met name dit voorstel over de besluiten rondom de reserve rationeel wegbeheer en de voorziening die wordt ingesteld groot onderhoud. Dus daar gaat de kern van dit amendement op en wat gebeurt er nu feitelijk? Eigenlijk hebben we een bestemmingsreserve, de rationeel wegbeheer, daar zit vier, komma, acht miljoen en een beetje in en het college stelt voor om de helft van die reserve als startkapitaal toe te voegen aan de voorziening groot wegbeheer en de andere helft in de algemene reserve te plaatsen. En het heeft als voordeel dat we tweehonderdvijftigduizend euro structureel overhouden op de begroting, ten gevolge van dit besluit of tenminste voordelig uitkomen ten opzichte van de begroting. Dat vonden wij ten eerste al vreemd voorzitter, omdat we er meerdermaals naar gevraagd hebben. Maar de kern van dit amendement is, gebruik nou de hele spaarpot die we hebben opgebouwd voor de rationeel wegbeheer. Gebruik dat als startkapitaal voor de voorziening groot onderhoud. Dat betekent dat we uiteindelijk minder per jaar hoeven te doteren en dat komt ongeveer op viereneenhalve ton voordeel uit. Dus dat is het voorstel wat er staat.

Dan is er een motie aan gekoppeld, dit voordeel ten gunste te laten komen aan de inwoners middels de OZB. Dus de kern is eigenlijk gebruik de gehele reserve rationeel weg weer van vier, komma, acht miljoen. Gebruik dat als startkapitaal in de voorziening en dat betekent dan automatisch een lagere jaarlast. Wat een verschil oplevert van viereneenhalve ton ongeveer ten voordeel van de gemeente en wij vinden dat dat voordeel terug moet gaan naar de inwoners middels de motie. Maar dat is de motie, dus het zijn twee losse besluiten. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er mede indieners die nog wat willen toevoegen. Zullen we gelijk omdat de… Ja, mevrouw kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn heeft het al heel duidelijk uitgelegd, maar nog een aantal toevoegingen vanuit de ChristenUnie. De wethouder heeft in de commissie aangegeven dat we aantrekkelijk moeten zijn voor een fusie en om die reden ook een hoge algemeen reserve van belang is. Wij willen blijkbaar het beste jongetje of meisje van de klas zijn. De begroting is door de provincie al goedgekeurd met een lagere algemene reserve en wij verwachten ook dat de jaarrekening positief zou uitvallen. Aangezien we vorig jaar ook weinig uit hebben kunnen geven. Er komt dus ook ruimte in de

financiën. Dus waarom dan nu de algemene reserve nog verder opgehoogd moet worden, is ons wel een raadsel. Ik had ook even een uitleg, maar dat heeft mevrouw Van Rijn net heel netjes uitgelegd. Dus dat hoef ik niet te herhalen. De voorziening groot onderhoud wegen is wat ons betreft te laag ingezet in het raadsvoorstel en is ook niet in overeenstemming met het beheerplan wegen. En zelfs als de totale reservering naar de voorziening gaat, dan moet er dus nog het nodige gedoteerd of gedoneerd worden de komende jaren. En waar moet dat geld dan vervolgens vandaan komen? Opnieuw van onze inwoners en wij vinden het onbegrijpelijk dat dit college dit geld dus nu vrij wil laten vallen in de algemeen reserve. En als ChristenUnie staan we daar niet achter. Het college kan er nu wel iets aan doen om te voorkomen dat de inwoners de komende jaren op nog hogere kosten worden gejaagd en met name de inwoners die het al moeilijk hebben. Die kunnen we dat toch niet nog een keer aandoen. Laten we de algemene reserve dus niet voor de bühne blijven ophogen, maar laten we ook voor onze inwoners zorgen nu dat weer kan. Daarmee verwijs ik al een beetje door naar de motie OZB. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de wethouder. Zullen we gelijk de motie meenemen? Maar het is hetzelfde onderwerp.

Dan de motie die is ingediend als eerste ook door mevrouw Van Rijn, dus zou u die gelijk ook en daar kunt u het dictum wel van voorlezen zie ik. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dat is inderdaad een motie die voortvloeit uit het amendement. Zoals mevrouw Kaper al zei, de lasten voor inwoners zijn al heel erg hoog. De heer Zagt heeft in de commissie aangegeven, het is maar net welk bedrag je kiest. Dat startkapitaal en dan blijft er iets over. Dus dat is eigenlijk hoe wij deze hebben ingestoken. Wij vinden echt dat we veel te veel vragen van onze inwoners met de plannen die we hebben of die we kunnen uitvoeren. Dus daarbij ook een motie om dit bedrag ten gunste te laten komen van onze inwoners. En de titel is niet geheel zomaar ontstaan. Dank aan onze donateurs. Ik denk dat de heer Zagt het herkent uit 2019. Het is eigenlijk een soortgelijke motie die de heer Zagt toen heeft ingediend. Dus wij hebben er dank onze donateurs twee van gemaakt. Verzoekt aan het college bij de kadernota een plan voor te leggen om de structurele bedrag van vierhonderdzevenveertigduizend vijfhonderd euro ten gevolge van het hogere startkapitaal en daarmee een structureel lagere dotatie aan de voorziening groot onderhoud ten goede te laten komen aan onze inwoners middels de OZB. De voorzitter: Dank u wel. Nog één van de mede indieners? Ja, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel voorzitter.

Mevrouw Van Rijn zei het al, de inwoners van Wijdemeren dragen momenteel een te zware last. Dat vinden wij als ChristenUnie ook. In onze ogen kon dat niet anders, daar hebben we eerder de debatten over gevoerd. Vorig jaar vonden wij het als ChristenUnie te vroeg om de eerste meevaller direct aan de inwoners terug te geven. Dat was ons echt te vroeg. Maar momenteel ziet de situatie er heel anders uit en stabieler uit en zijn we mede indiener van deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Het college, wethouder Zagt. Hij schrijft nog. De heer Zagt: Voorzitter, ik begin bij het amendement. Het college heeft er toch behoefte aan om een paar uitspraken te weerspreken. Mevrouw Van Rijn zei het is heel veel geld, wordt alles niet te veel opgevoerd. Wij hebben in ieder geval in beeld gebracht, dat was ook de afspraak, dat we in beeld brengen wat is nodig de komende jaren? Daar hebben we een uitgebreide exercitie voor gevoerd. Dat is vorig jaar allemaal vastgesteld en aan de hand daarvan heeft de financiële vertaling plaatsgevonden. Bij het instellen van een voorziening, dat is niet zomaar iets, een reserve is heel wat anders dan een voorziening. Bij een voorziening kijk je wat heb je nodig aan het begin om de komende jaren je kosten te betalen, je

kosten die gaan zo en wat je in je voorziening stopt, dat is vrij vlak. Zodat je een vrij gelijke druk op je begroting hebt jaarlijks. Op grond daarvan hebben wij geconcludeerd dat een startkapitaal van de voorziening van tweeënhalf miljoen voldoende zou zijn. En dat is ook niet zo raar dat we daarnaar gekeken hebben, want je kunt natuurlijk allerlei invullingen maken, heb ik vorige keer ook gezegd en die is niet beperkt. Die is niet beperkt voorzitter tot de, en wat is dan de hoogte van de algemene reserve. Nee. En ik heb dat vorige keer ook gezegd, dat houdt er ook verband mee dat, dat niveau wat je jaarlijks doteert in je voorziening, hoe handhaafbaar is dat en hoe gelijkmatig is dat verdeeld over de komende jaren? De voorzitter: Een vraag van de heer Goetheer. De heer Goetheer: Ik ging aan op een uitspraak van de wethouder. Klopt het met wat u zegt? Ieder bedrag wat we gebruiken als startkapitaal zorgt ervoor als daarna de dotatie gelijk blijft dat, dat gewoon gelijk blijft of we nu, ook als we één euro startkapitaal nemen blijft de dotatie daarna natuurlijk gelijk, alleen dan hoger in plaats van lager. Dus ik begrijp niet waarom de heer Zagt dan dat als voorbeeld gebruikt waarom een bepaalde dotatie niet goed zou zijn. De heer Zagt: Dat kan ik wel uitleggen.

Wij hebben in het financiële herstelplan en met alle beheerplannen gekeken, ik meen tot 2035 dat was vorig jaar of ik geloof zelfs dat we er eind van het andere van 22 mee begonnen zijn. Maar dat maakt niet uit, in ieder geval een langere horizon. Op het moment dat wij de jaarlijkse storting in de voorziening flink verlagen, weten we dat we op enig moment, willen wij werkelijk realiseren wat ook is vastgesteld alle plannen, dat wij onszelf tegen gaan komen. Wat is dan, waar zoek je dan naar? Dan zoek je naar een evenwicht om in lengte van jaren de begroting redelijk stabiel te belasten en toch al je plannen uit kunnen voeren. Dat is de redenering daarachter. Dan kunnen we best discussiëren, want ik voel ‘m al aankomen, is tien jaar dan niet lang genoeg? Want ik zie dat u ook het rekensommetje heeft gemaakt nu door de extra dotatie om te slaan over tien jaar. Dat levert dan ongeveer twee ton extra per jaar voordeel in de exploitatie op. Dat kan allemaal. Maar ik heb hier ook staan, bij de voorbereiding, we moeten er ook voor waken dat wij niet een kunstmatig beeld naar onze herindelingspartners schetsen. En dan kom ik, mag ik deze zin nog afmaken voorzitter, voordat een interruptie is, dan kom ik bij het punt dat ik vorige keer niet alleen gezegd heb, het gaat om de hoogte van de algemene reserve. Nee, die andere kant van de medaille zit er ook aan.

Als we kort door de bocht redeneren, op gegeven moment is de rekening voor iemand anders. Ik weet zeker dat ze meekijken en meeluisteren en ik weet dat ze ook vanaf gisteren onze cijfers onderzoeken, zoals wij ook de cijfers van andere onderzoeken. Dat gaat wel meegewogen worden. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, de wethouder maakt het echt onnodig ingewikkeld en ik hou er helemaal niet van dat de wethouder zegt dat de andere gemeenten meekijken. Dat is dan zo. Dat vind ik helemaal prima. We hebben de cijfers van de andere gemeenten ook in die zin nog niet gezien. Maar volgens mij is de kern, en u maakt er een heel ingewikkeld verhaal van, de kern is dat u in eerste instantie bij de beheerplannen geen rekening heeft gehouden met die reserve rationeel wegbeheer. Dus u heeft gekeken, dit zijn onze plannen, dat smeren we uit over tien jaar. Dan is dit het bedrag wat wij gaan, wat we in de begroting op moeten nemen. Nu heeft u gezegd in de commissie en ik heb dat meegeschreven: ‘Toen bedacht ik me in januari. We hebben die reserve rationeel wegbeheer. Laten we die dan voor de helft gebruiken om die dotatie te verminderen en dan hebben we dus tweehonderdvijftig duizend euro over op het begrotingsresultaat’. Dat heeft helemaal niks te maken met, net wat de heer Goetheer zegt,

over fluctuaties of niet. U heeft dat gebruikt als startkapitaal en daarvan heeft ChristenUnie en wij ook gezegd, u kunt ook de hele rationeel reserve wegbeheer gebruiken en dan wordt die dotatie per jaar nog lager. En dan snap ik wel dat de heer Zagt zegt ja, maar je hebt wisselingen in je plannen. Dus we kijken een beetje wat we nodig hebben en dan zien we dat we evengoed niet genoeg hebben. En tweeënhalf miljoen startkapitaal genoeg voor de komende jaren. Nee want we moeten nog jaarlijks doteren, dus dan had u ook kunnen zeggen we beginnen met die vijf miljoen en de eerste drie jaar gaan we niet noteren. Dat doen we pas over drie jaar. Dus wat u zegt, u maakt een heel verhaal van, maar de kern is eigenlijk u heeft gekozen voor de helft van de pot en wij zeggen de hele pot is hiervoor bedoeld gebruik dan de hele pot en dat verlicht ons jaarlijks. En daarbij voorzitter, de andere gemeenten weten ook dat wij een financieel herstelplan hebben vastgesteld. Volgens mij zijn de enige met een sluitende begroting. Die hebben gezien wat daarin algemene reserves en dit is allemaal extra, plus alle extra's die er nog aankomen. Dus volgens mij is het alleen maar een mooier verhaal dan een minder mooi verhaal. De voorzitter: De wethouder.

De heer Zagt: Wat was de vraag voorzitter? Mevrouw Van Rijn: De vraag was of de wethouder het wat minder ingewikkeld wil maken en gewoon antwoord wil geven over dit amendement hebben. Wij hebben niet gekozen voor tien jaar, we hebben dat technisch laten toetsen. Dat is ook uw eigen rekensom. Of dat dan klopt. Dat dit gewoon vierenhalve ton bespaard als we het hele bedrag als startkapitaal gebruiken. Simpel. De heer Zagt: Dat antwoord is heel simpel, en dat weet u, dat klopt gewoon. Die rekensom is niet zo ingewikkeld. Dat wisten we vorige week of hoe lang geleden was het, wisten we dat ook al. Waar het om gaat is, wanneer kom je jezelf tegen? Vorige keer werd nog de bulldozer gememoreerd die ik destijds hier liet zien bij de algemene beschouwingen. Ik zie weer bulldozer gedrag en wij willen gewoon op langere termijn zorgen dat we de boel goed voor elkaar hebben. En daar komt nog een ander punt bij. Zo gauw je geld in de voorziening stopt, kan allemaal. Daarmee is het wel vreemd vermogen. U heeft in juli vorig jaar ook uitspraken gedaan over de schuldquote, dat gaat ook effect hebben. Ik heb dat nog niet doorgerekend, maar ik vraag me af of u zich dat voldoende gerealiseerd heeft? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn zag ik eerst en dan de heer Goetheer. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dank u wel.

Ik ben het gewoon pertinent oneens met de heer Zagt die zegt het heeft invloed op wanneer je jezelf tegenkomt. Dat is gewoon feitelijk niet waar. We komen op hetzelfde punt elkaar tegen. Op hetzelfde punt als waar u tekort heeft, hebben wij ook tekort. Alleen wij beginnen hoger en we sparen minder en u begint lager en u spaart meer en over tien jaar hebben we hetzelfde. Dus dat klopt niet. Dat dit vooruitgeschoven is. Het eindresultaat over tien jaar is hetzelfde. Alleen de één begint met meer en spaart minder en de ander begint met minder en spaart meer. Dus het is niks vooruitgeschoven. Het is precies in lijn met uw eigen stand over tien jaar. De voorzitter: De wethouder, daarna de heer Goetheer. De heer Zagt: Ik heb dat vorige week ook al gezegd. Daar verschillen van opvatting over. Het is niet vergelijkbaar, want je komt jezelf wel tegen. Dat is ook logisch, u hebt er nog wat anders aanhangen waar we zo te spreken over komen. Je komt jezelf wel tegen over tien jaar en ik weet het is nog ver vooruit, moet je een gat dichten van een half miljoen of van tweeënhalve ton. Daar komt het op neer.

De voorzitter: Laatste keer nog. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, het is volgens mij precies hetzelfde als wat meneer Zagt zegt. Het is inderdaad over tien jaar, waar je dan, waar we precies uit uitkomen waar de heer Zagt ook op uitkomt. Dus volgens mij maakt het helemaal niks uit hoe je er komt. Alleen wij stellen voor dat we die lasten niet bij onze inwoners neerleggen en de spaarpot gebruiken die ervoor is. De voorzitter: De heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel voorzitter. Ik ben gewend van deze wethouder dat de argumentatie die gegeven wordt altijd sterk en inhoudelijk is en het verbaast me eerlijk gezegd, een aantal argumenten die ik net beluisterde wat meer een soort doembeelden waren. Waar geen feitelijke argumentatie wat mij betreft onder zit en die verbaast me. Er werd net de uitspraak gedaan over niet een reëel beeld richting onze partners. Dat vind ik echt een uitspraak waar ik mij verre van wil houden en wat ik ook wil vragen aan het bestuur van deze gemeente om zich verre van houden op moment dat wij een amendement indienen wat puur en alleen is op een raadsbesluit. Dat is niet een reëel beeld richting onze partners geven. Dan de opmerking bulldozer gedrag. De afgelopen jaren is vaak genoeg, zijn zaken voor ons uitgeschoven.

Op het moment dat het bulldozer gedrag dus vergeleken wordt met een minder hoog bedrag in onze algemene reserve te stoppen die nu ergens anders zit. Die begrijp ik niet helemaal. Het klopt ook niet dat wat mevrouw Van Rijn net zei dat het over tien jaar compleet hetzelfde is of we route A of B daarnaartoe volgen. Uiteindelijk hebben we wel dezelfde hoeveelheid geld verdiend, gespaard, hoe we dat ook maar willen noemen in die tien jaar. Dus de hoeveelheid geld in de komende tien jaar met route A en met route B komt precies op hetzelfde uit. Dat heeft de wethouder net ook beaamd, dat die rekensom die kunnen we maken. Het enige verschil is er dan dus dat er op het moment dat dit door zou gaan, dat er over tien jaar een andere rekensom komt. Van hoe moeten wij de volgende periode aan, want die is dus met allebei de routes voldoet die niet? Als ik goed naar de wethouder luister. Want ook met het kwart miljoen is er onvoldoende en met het half miljoen? Dus dat is mijn vraag, wethouder, over tien jaar route A en route B, allebei de amendementen komen op hetzelfde punt over tien jaar. Wat bedoelt de wethouder met dat er dan dus een groot verschil is over tien jaar en dat we niet een reëel beeld richting onze partners geven of de wethouder dat toch nog even wil toelichten, want daar heb ik persoonlijk toch wel erg veel moeite mee. De voorzitter: De wethouder.

De heer Zagt: Het grote verschil, mijnheer Goetheer, is dat je over tien jaar als het amendement een feit wordt en de cijfers blijven allemaal hetzelfde, veel mitsen en maren. Maar we willen kunnen vergelijken dat je dan een half miljoen extra nodig hebt. En als je dat niet doet dan heb je tweeënhalve ton extra nodig. De voorzitter: Mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Voorzitter, dan zou ik daar toch, mijn excuses, twee minuten voor willen schorsen om die rekensom te kunnen gaan begrijpen. Want als ik met één euro begin en dan ieder jaar een euro erbij doe over tien jaar, dan heb je dus tien euro plus die ene euro, is elf euro. Als ik met twee euro begin en dan dus tien procent minder doe op de rest kom ik ook op elf euro uit. Dus wat mij betreft zijn het twee dezelfde uitgangspunten alleen met andere berekening.

De voorzitter: De wethouder. De heer Zagt: Als u moet gaan schorsen om dat te checken. Het gaat erom dat wij vanuit onze exploitatie doteren aan de voorziening. Zijn we het erover eens mijnheer Goetheer, dat over tien jaar, als alles hetzelfde blijft, dat we op dat moment vanuit de exploitatie meer moeten doteren dan als dit amendement wordt vastgesteld? Zijn we het daarover eens? Dat is de kern. De heer Goetheer: Dan begrijp ik waar de wethouder naartoe wil en dat heeft dan maken met de lopende begroting en niet over de tien jaar die naartoe gaan. Oké. Dat is wel... De heer Zagt: En dat bedoelde ik ook, voorzitter als dat nog mag, met het beeld wat…Ik zal mijn woorden dan zorgvuldiger kiezen. Het beeld dat we oproepen met zijn allen voor de toekomst, laat ik het heel algemeen formuleren. Mevrouw Van Rijn: Toch even hoor. Ik begrijp wat de heer Zagt bedoeld, want over tien jaar hebben we inderdaad hetzelfde geld bereikt. Alleen dan gaat het door, want die voorziening gaat langer dan tien jaar door. In het ene geval heb je dan een tekort van viereneenhalf en een andere van tweeëneenhalf. Maar wat mevrouw Kaper zei, je hebt evengoed tekort want je gaat het niet redden. Dus dan had u een heel ander voorstel moeten doen om ook die tweehonderdvijftig duizend niet over te houden, want we gaan dan ook tekort hebben.

En de burgemeester heeft vorige keer gezegd, we kijken, ik zeg niet dat we daarmee niet naar de lange termijn moeten kijken en ik vind dat ook echt geen bulldozer gedrag. Maar we kijken bij alle gemeentes naar de komende tien jaar. We konden nog wel tot de komende dertig, veertig jaar opvoeren, net als dat wij nu een sluitende begroting hebben en de rest niet. Dus het is een hele rare redenering dat u zegt, we hebben evengoed tekort, u houdt ook over terwijl dat blijkbaar niet kan. Dus het is gewoon een keuze die je maakt en wij maken een andere keuze. Die hebben we laten toetsen. Technisch kan en de heer Zagt zegt ik zou dat niet doen. Prima. En dan is het volgens mij aan de raad om daar een uitspraak over te doen. De voorzitter: Mevrouw wind. Of is het al over? Mevrouw Wind: Ik wou eigenlijk zeggen, de laatste woorden van mevrouw Van Rijn, het is denk ik aan de raad om hier een uitspraak over te doen. Voor het... De voorzitter: Het is altijd aan de raad, want die neemt uiteindelijk het besluit. Daarom zijn we ook in vergadering. Ik wil even zeggen, want ik word er opeens bij betrokken. Wat ik heb gezegd, je kijkt een aantal jaren vooruit. Maar ik vind wel dat er ze verschillen. Verder moet u doen wat u wilt.

Of je uitgaven die je elk jaar hebt, of je die deels met eenmalig geld financiert en weet je dat er een moment komt dat dat er niet meer is en je extra verhoging krijgt of dat je het meer structureel financiert en dat elk jaar in je begroting zit. En dat is volgens mij het verschil. Het ene voorstel zit een beetje meer in het midden. Het andere voorstel gaat verder erin. Dan heb je nu een aantal jaren voordeel en na tien jaar krijg je een sprong in uitgaven. Het is uiteindelijk de raad die beslist, maar het laatste woord wat mij betreft aan de wethouder. Het laatste woord is aan de raad. En u heeft gelijk, maar nu in dit rondje even. U zit er scherp in. Heel goed. De wethouder. De heer Zagt: Dank u wel voorzitter. Ik hecht er nog even aan om ook naar mevrouw Kaper te zeggen, het is dus niet alleen gericht om de algemene reserve op te hogen. Er zit duidelijk ook die andere kant van de component aan die ik heb toegelicht en de provincie heeft de begroting goedgekeurd, maar niet de

algemene reserve. Bovendien die kijkt naar een structurele sluitende meerjarenbegroting. Dus dat is wel een nuance, want uit uw woorden begreep ik dat daarmee ook de algemene reserve goedgekeurd zou zijn. Dan om het amendement af te ronden, denk ik voorzitter, volgens mij moge duidelijk zijn dat dat het college dit amendement sterk ontraadt. Ga ik verder naar de motie. Ik vergeet nog te zeggen dat als dit amendement aangenomen zal worden, betekent dat ook een begrotingswijziging. Dus dan moet ook besluit punt zes aangepast worden. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Daar even een opmerking over. Dat hebben we specifiek nagevraagd. Wat moeten we met beslispunt zes op het moment dat het wordt aangenomen? Dat hebben we specifiek uitgevraagd en daar was gewoon, het kan gewoon hetzelfde blijven. Het gaat alleen conform de nieuwe afspraken, wijzigen we de begroting. Dus vandaar dat we het beslispunt op advies van de ambtelijke organisatie hetzelfde hebben gelaten. De voorzitter: Ik stel voor dat we even kijken, als de raad een duidelijk besluit neemt en er moet nog ergens iets een begrotingswijzing worden aangepast. Maar dat is echt precies conform dat besluit dan vraag ik daar een soort machtiging is dat we dat voor u regelen en u krijgt het altijd nog een keer op papier. De wethouder.

De heer Zagt: Voorzitter, we zijn er in ieder geval over eens dat het gevolgen heeft voor de begrotingswijziging. Dan over de motie, de verlaging van de OZB. Ik heb in de commissievergadering al toegezegd of herhaald, moet ik zeggen, want de toezegging is van november vorig jaar. Dat wij, alles in ogenschouw nemende richting de begroting ’25-‘28 absoluut gaan kijken hoe wij verder voorgenomen stijgingen, want let wel ook voor de komende jaren zit er vijf procent verhoging in boven de inflatie. Ik hoop ook dat u zich dat bewust bent, dat wij gaan kijken of we daar iets aan kunnen doen. Met dat u deze motie aanneemt en ons vraagt, het is daarmee nog geen feit, maar ons vraagt om een plan voor te leggen bij de kadernota, legt u er al een behoorlijke hypotheek op terwijl we nog maar een beperkt beeld hebben van de lopende begroting. Als ik kijk naar de overwegingen voorzitter, vergun mij toch een enkel woord daarover. Er staat dater jarenlang grote financiële offers van de gemeenschap gevraagd zijn, volgens mij wordt daar daarmee bedoeld ook in het verleden. Maar wat volgens mij vergeten wordt, wat we met zijn allen vastgesteld hebben, dat we nu ook in beeld gebracht hebben wat is echt nodig voor onze gemeente? Wat moet er sowieso gebeuren? Daar horen wel financiën bij. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn.

Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, wat ik zo jammer vind aan het college en aan de wethouder. Natuurlijk heeft hij gelijk, alles wat nodig is dat in de begroting, maar alle voordelen die mogelijk zijn en alle andere effecten die zijn nog allemaal niet uitgewerkt. Dus er staat in de begroting dat wat al onze maatschappelijk vastgoed sloop, nieuwbouw, wat is dan de waarde en dat smeren we gewoon uit. Natuurlijk gaan we niet altijd vastgoed vernieuwen. Als je kijkt in een begroting wat er voor dit gemeentehuis in staat sloop nieuwbouw is nog allemaal niet verwerkt in de begroting. Dus de heer Zagt heeft de hele tijd een heel zwaar verhaal en de financiën zijn zwaar. En ik ben nog steeds van mening dat we moeten kijken om met andere partners samen te gaan. Maar als u het zo blijft neerzetten, dan denk ik echt hoe kijken mensen dan naar ons? U kunt ook zeggen, we hebben nu alle kosten in beeld en bij de komende begroting streef ik ernaar om nou eindelijk eens te kijken welke gebouwen gaan we verkopen, welke gaan we niet sloop nieuwbouw doen. Hoe kunnen we met woningbouw die scholen vernieuwen in

plaats van al die kosten maar op te voeren? U heeft gewoon al die scholen hup sloop, nieuwbouw. Al het maatschappelijk vastgoed voor weet ik hoeveel miljoenen sloop, nieuwbouw. We gaan toch helemaal niet dit gemeentehuis, dus het komt allemaal ook nog aan de inkomstenkant of aan de lagere dotatie kant komt het terug. We nemen de wethouder niet kwalijk dat het er nu nog niet is. Het had misschien wat sneller gekund, dus ik hoop dat er plannen komen. Maar alstublieft zeg niet de hele tijd dat alles in die begroting nodig is, zeg er dan ook bij dat er nog heel veel punten aankomen waar de dotaties omlaag gaan en dat stort mij enorm, voorzitter. Dus mijn vraag aan de wethouder of die daar alsjeblieft mee op wil houden. De voorzitter: De wethouder. De heer Zagt: Ik zal daar niet mee ophouden. Ik kan moeilijk vanuit een visie die wij hebben daar zomaar anders mee omgaan. Wij gaan ook niet wachten tot de volgende begroting, wat u net zei om met plannen te komen. Sterker nog, wij zijn er gewoon mee bezig. Er is een financieel herstelplan door de meerderheid van de raad vastgesteld, waarin op allerlei onderdelen actiepunten zitten, ook zaken die geld op moeten leveren. Dus daar gaat u ook de resultaten van zien en ik herhaal wat ik vorige week ook zei, wij hebben u al toegezegd dat wij een afweging zullen maken op enig moment en niet op één groot feit zoals we dat vanavond kennen.

Ik kan u zo een aantal andere feiten noemen. U bent daar ook over geïnformeerd. Ontwikkelingen bij de GGD, ontwikkelingen bij de omgevingsdienst en dat is niet allemaal doemdenken of het allemaal zwaar maken. Nee, het is gewoon realisme. Uiteindelijk zullen wij moeten doen wat nodig is en bij een begroting maken we een totale afweging en niet zomaar nu even, terwijl we een keer een meevaller op papier door deze administratieve handeling creëren. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, kort graag. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, die laatste opmerking. Het is ook het laatste wat ik er verder over wil zeggen. Die laatste opmerking dat wij op papier iets creëren, ik kijk even naar de mede indieners, dat stoort mij echt. Maar nu doet u het weer, de tegenvaller bij de GGD en de tegenvaller daar. U kunt ook zeggen, er komt een vast, u heeft allemaal rekening gehouden met sloop nieuwbouwwaarde van alle scholen. Daar komt een fantastisch integraal huisvestingsplan, ga ik vanuit, aan waarbij we veel minder gaan uitgeven, want we gaan die scholen met woningbouw combineren. Dus daar komt een mooi voordeel aan. U noemt elke raadsvergadering alleen maar de nadelen en de zwaarte. Ik zou zeggen kom met dat plan van die maatschappelijke gebouwen. U had al lang panden kunnen verkopen, ik kan er zo vijf noemen. Niks aan de hand. De voorzitter: De wethouder.

De heer Zagt: Voorzitter, één zwaluw maakt nog geen zomer. We hebben nu een zwaluw in de hand en u mag van ons verwachten dat wij richting de financiële stukken, de kadernota, de voorjaarsnota en straks de begroting dat we met voorstellen naar u komen, maar het college ontraadt ook deze motie sterk. De voorzitter: Mevrouw wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, 21 maart de lente begint. Ik zou zeggen, het is voor u een nieuw levensjaar. Kop op. Ik denk dat de verschillen van inzicht helder zijn. Ik denk dat, dat overigens op eerdere momenten in deze raad, ik zal ze niet noemen, ook al duidelijk was. Volgens mij zijn de argumenten meer dan

gewisseld. Er liggen twee amendementen en een motie. Ik zou aan, mag ik gelijk daar wat over zeggen of niet? Of gaat het dan te snel vanavond, want dat wil ik natuurlijk ten allen tijden voorkomen. De voorzitter: Het gaat niet te snel, maar was aan het interrumperen, dacht ik. En dat merk ik nog niet. Mevrouw Wind: Het is eigenlijk meer een voorstel van orde. De voorzitter: Een voorstel van order om de discussie af te ronden en te gaan stemmen? Maar dan kijk ik toch even, want ik ben voor een beetje vlot doorgaan. Dat weet u, maar ik wil wel kijken of iedereen dat kan ook zijn dat onderling nog wel discussiëren of niet. Dus ik kijk nog even, de volgens mij, de beantwoording, de wethouder was klaar met beantwoording. Dat is flink op geïnterrumpeerd, discussie geweest. Dus dat is op zich prima. Heeft u nog opmerkingen behoefte onderling of kunnen we tot besluitvorming overgaan? Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, dan wil ik het alleen even hebben over de motie. De voorzitter: We komen zo bij de stemverklaring. Is er nog behoefte aan het nog een stukje debat onderling dat mag. De heer Roosenschoon: Ik denk namelijk dat de wethouder, als je de tekst van de motie leest die eigenlijk heel gelukkig zou moeten zijn, want er staat wel verlaging OZB in het onderwerp maar dat staat niet in het dictum en dat vind ik ook het zwakke punt van deze motie.

Ik zou hem graag willen aanscherpen, aan onze inwoners middels een verlaging van de OZB en niet gewoon middels de OZB, wat totaal niets betekent. Dat was mijn opmerking over deze motie voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik kijk even naar de mede indieners. Ik vind dat op zich prima. Een verlaging of een minder sterke stijging of wat we ook willen doen, maar ik vind dat helemaal prima. Als we daar met de heer Roosenschoon met het amendement en de motie meekrijgen dan zou ik willen zeggen, u heeft eigenlijk een terecht punt, want nu is hij misschien iets te loos. Dus dank voor uw scherpe blik. De voorzitter: Wat stelt u voor? Mevrouw Van Rijn: Ik stel voor om in te gaan op het voorstel van de heer Roosenschoon middels een verlaging toe te voegen aan het amendement. En als de rest dat ook goed vind. Ik kijk even, ik zie iedereen daarin. Dus volgens mij is dat dan prima. Sorry, bij de motie. De voorzitter: Motie 16-1 daar luidt het verzoek in het college bij de kadernota een plan voor te leggen ten goede te laten komen is het laatste zinnetje aan onze inwoners middels een verlaging van de OZB. Dat is uw wijziging hè? Ja. Natuurlijk mag u een vraag stellen. Ga uw gang. Mevrouw Rademaker: Dank u wel voorzitter.

Wat bedoelt u met verlaging OZB? Dat het huidige tarief verlaagd wordt? Dat iedere inwoner twintig euro terugkrijgt? Wat bedoelt u met verlaging? Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dat laatste kan niet. Dat zou natuurlijk helemaal mooi zijn. Als we nu kunnen besluiten om vast wat geld terug te geven. U zegt dat, dat best kan. Dan kunnen we het daar misschien even over hebben. Het idee is om, daarom staat er ook specifiek een bedrag in, het hangt aan

het amendement. Om het bedrag wat overblijft op de begroting, die vierhonderdvierenzeventig vijfhonderd om die ten goede te laten komen aan de inwoners. En daarmee zeggen we niks over al het andere, de voordelen. Misschien kan er nog wel meer terug naar de inwoners, misschien niet, maar dit deel ten goede te laten komen aan onze inwoners en dat is wat er bedoeld wordt. En dat staat ook in het… En daarvan stelt de heer Roosenschoon voor om dan niet te zeggen, maar het bedrag, middels een verlaging of dus dat is het voorstel. Maar het gaat om dit bedrag en ik twijfel dan even of we daar een verlaging of minder sterke stijging van moeten maken, maar ik wil dat ook niet al te lang over doen. De heer Goetheer zie ik met een soort slimme blik kijken. Dus misschien kan hij even helpen. De heer Goetheer: Het is mij om het even hoe we het opzetten, verlagen. Het is potato-potato hierin. Het gaat erom dat het college stelt voor om dit bedrag dan op een andere manier maar in de algemeen reserve stoppen. En de indieners van deze motie zijn van mening dat we dit direct aan onze inwoners ten goede willen komen. Dat is waar het om draait en of het dan verlagen is of minder sterke stijging. Het lijkt me dat we allemaal duidelijk zijn wat we hiermee bedoelen. En dat dit ook uitvoerbaar is volgens de ambtelijke organisatie. De voorzitter: Ik kijk even.

Blijft de wijziging een verlaging van staan? Dat is aan de indieners. Hebben wij voldoende daarover gediscussieerd? Ga uw gang. De heer Goossen: Voorzitter, ik denk dat de echte rekenwonders aan de andere kant zitten. Die gaan het mij waarschijnlijk nu uitleggen. Hoe gaat dat dan in zijn werk? Want we zitten een hele mooie discussie te voeren over vierhonderdvijfenzeventig of over een bedrag. Hoe ga je dat dan terugbrengen naar je inwoner? Of wat voor manier? Of je gaat het in een pot gooien? Mevrouw Van Rijn: Voorzitter. Nee hoor, dat is vrij makkelijk. Volgend jaar stellen we weer het OZB-tarief vast. Het college heeft daar een berekening voor gemaakt op basis van de begroting en wij zeggen er hoeft dus vierhonderdzevenenveertig duizend euro minder binnen te komen, dus je hoeft minder OZB op te halen, dus gaan mensen daar minder voor betalen. Zo zit dat. De heer Goossen: Dan is mijn vervolgvraag. Want eigenlijk leg je dan het college nu op dat ze dus dit bedrag minimaal moeten doen. Maar zeggen we daar dan ook bij, stel je voor er blijft een miljoen over, dat zou ook kunnen. Maar dan geven we het college denk ik de vrijbrief van, oké jullie hebben dit als raad gewild, die platgeslagen viereneenhalve ton die gaat terug en de rest blijft gewoon en dat gaat naar de reserve toe. Ik denk maar even hardop. Dat is niet vlak.

Mevrouw Van Rijn: Het is goed dat u hardop nadenkt, maar nee natuurlijk niet. Dit gaat om het bedrag wat nu overblijft. Ik kan me voorstellen als er nog heel veel geld overblijft, dat er nog meer teruggaat, maar dat dat kunnen we nu niet zien. Dit weten we wel. Dat komt ook uit het voorstel en het lijkt me helemaal prima dat als er een miljoen overblijft dat de Lokale Partij komt met de motie met ons allen om die OZB nog verder te verlagen. Maar wij willen in elk geval dat wat er nu overblijft, dat, dat niet wordt uitgegeven aan iets anders of in de kadernota wordt opgevoerd voor weet ik veel wat. Dat we denken aan onze donateurs en dat het teruggaat door de OZB volgend jaar daarmee te verlagen. En zo werkt dat en als er meer kan, kan er uiteraard meer. Maar dit in elk al mee te nemen. En als er een volgende week een plan komt of volgende maand misschien nog een keer. Maar dit is in elk geval heel duidelijk, omdat het gevolgen heeft en hangt aan het amendement. Als het amendement wordt aangenomen, is dit over op dit onderwerp.

De voorzitter: Ik stel voor dat we tot besluitvorming overgaan. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Om dat proces van besluitvorming nog iets te vereenvoudigen. Er ligt een amendement van reserve sociaal domein blijft reserve sociaal domein. Daar staat in handhaaf de reserve sociaal domein. Dat botst met een streepje in het lange amendement zeg ik maar even, van een aantal partijen waarin staat die reserve te schrappen, terwijl die partijen wel ook hebben ingediend. Ik denk dat als mevrouw Van Rijn nu, zegt ik schrap in het lange amendement met de meeste partijen, dan moet ze schrappen, schrappen reserve sociale domein. Dat die niet geschrapt wordt. En dan kunnen wij en dan kijk ik even naar het hele rijtje. De Groep, de ChristenUnie en D66, dan kunnen wij volgens mij het eerste amendement intrekken. Nou roepen ze op de tribune dat het klopt, maar dat heb ik niks aan. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, volgens mij is dat prima. Alleen volgens mij kunnen we hem ook andersom in stemming brengen. Dan doen we eerst ons amendement en dan die over de reserve sociaal domein en hoeven niet helemaal te herschrijven. Volgens mij is dat het makkelijkst. Dan noemen we hem gewoon eerst en dan die van jullie en dan zullen wij als CDA ook voor dat amendement stemmen. De voorzitter: Ik denk dat, dat het meeste duidelijkheid geeft, dan dat we nu nog meer gaan veranderen.

Ik begrijp mevrouw Pronk wil nog wat zeggen. Ga uw gang. Mevrouw Pronk: Ik ben een beetje in verwarring, want ik dacht we krijgen straks nog een termijn dat iedereen nog iets kan zeggen, maar dat wordt dus nu gestopt. De voorzitter: Dat is deze termijn. Maar ga uw gang. Mevrouw Pronk: De Lokale Partij wilde graag aangeven dat juist het plan wat voorligt. Het is een verplicht stuk, van ons dat het een hamerstuk moeten zijn juist omdat er liggen hele goede beheerplannen onder zijn. Het is een heel goed doordacht stuk door onze financiële ambtenaren die hier vaktechnisch een heel goed stuk neergelegd hebben. Nu gaan we er zelf aan morrelen. We gaan zelf bedragen veranderen. Het lost nu niks op. OZB wordt pas aan het eind van het jaar wordt dat vastgesteld door ons allemaal, dus we gaan nu geen geld terug naar de inwoners. Dus ons standpunt was niet morrelen eraan nu. Er ligt een goed voorstel, het is goed doordacht en dat is wat er bij ons leeft. De voorzitter: Oké, dat is deels al een stemverklaring. Zullen we even kijken of er stemverklaringen zijn en kunnen we die meenemen over de twee amendementen en de motie in één keer. De heer Van Balen: Mag ik ook nog wat zeggen? De voorzitter: Natuurlijk mag dat, maar ik k dacht dat ik u daarnet de gelegenheid gaf en toen kwam er geen reactie. Mijnheer Van Balen, ga uw gang. De heer Van Balen: Ik heb al een paar keer gezwaaid naar u.

Wij vinden, het verhaal dat er beheerplannen zijn gemaakt en dat dit voorstel daar de logische afsluiting van is en een heel lijnrechte afsluiting dat ondersteun ik, dat ondersteunen wij. Het zit ook heel goed in elkaar. Om er nou weer een reserve uit te halen, zodat iedereen weer wat leuke dingen voor mensen kan doen, zoals de reserve sociaal domein. Daar gaan we absoluut niet in mee. Voor de rest vind ik het toch weer, wat ik hier hoor, is dit toch weer een oefening we verkopen de huid van de beer voordat we de beer geschoten hebben. Laten we nou eerst eens even afwachten wat er allemaal in de kadernota staat. Ik vind we hebben de wethouder net

een toezegging horen doen. In dit voorstel zit een overschot van tweeënhalve ton. Maar we moeten het allemaal nog gaan zien. Dit zijn allemaal geprognotiseerde bedragen en we gaan pas echt bij de kadernota zien of dat ook allemaal een beetje klopt. En dan, ik heb al de toezegging gehoord dat hij dan best naar die tweeënhalve ton wil kijken. Dat zit eigenlijk maar een klein stukje af van die vierhonderdzoveel duizend euro. Ik kan ook nog wat amendementen indienen met andere bedragen en dan krijg je weer andere bedragen, dus dat schiet helemaal niet op. Laten we nou gewoon aan dit voorstel vasthouden, de toezegging van de wethouder en misschien blijft er inderdaad wel een miljoen over en dan kunnen we… Ik vind ook dat, wij vinden echt, de VVD vindt echt dat er veel te veel lasten zijn gevallen bij de woningeigenaren. Dat is volkomen helder. Daar moeten we wat voor doen. Maar dit is niet het moment. Het moment is pas als je de beer geschoten hebt. We zijn net onder het toezicht van de provincie uit. Meer voorziening betekent ook minder eigen vermogen. We worden een minder aantrekkelijke bruid. Ik stel echt voor dat we gewoon het voorstel vaststellen zoals het er nu ligt. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Nog andere voor de discussie? Mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag aan de VVD of beter gezegd aan de heer Van Balen.

Spreekt u voor de VVD of voor uzelf? Want ik heb vanuit VVD in het verleden wel wat andere signalen gehoord met betrekking tot de OZB en de verlagingen en hoe we onze huizenbezitters tegemoet kunnen komen. Dus ik hoorde even niet of de heer Van Balen het standpunt van de VVD of van zichzelf verkondigde. De heer Van Balen: Het is een VVD- standpunt. Weet u wat het is. De OZB is al verhoogd en we kunnen met de kadernota niet verlagen. Dat kunnen we pas volgend jaar op zijn vroegst doen, dus we hebben nog tijd zat om er wat aan te doen. Tot zover. De voorzitter: U bent het niet allemaal helemaal met elkaar eens, concludeer ik. Ik stel voor dat we toch tot besluitvorming overgaan en de gedachte is, omdat 16-1 iets wijzigt wat dan weer zou worden teruggedraaid bij 16-2, dat we eerst naar amendement 16-2 gaan. Ja, mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Voorzitter, ik nam net nog even A16-2 door. Als we daar dus voor stemmen, dan klopt het volgens mij nog niet dat er wel een wijziging aangepast moet worden in het amendement om ervoor te zorgen dat het eerste amendement niet nodig is. Ik denk niet dat we het kunnen doen zonder iets tekstueel aan te passen daarin. De voorzitter: Ik denk het niet, want datgene wat 16-1 wil wijzigen, dat doet 16-2 net niet. Maar als je 162 na 16-1 doet, dan draai je de wijziging van 16-1 weer terug.

Ik denk dat het verstandig is 16-2 te doen en daarna 16-1. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, ik heb alle vertrouwen in uw voorzitterschap. U begrijpt heel goed wat we willen. We willen de reserve handhaven en hoe precies, het kan op verschillende manieren. Maar als dat helder is, het staat op de band dan mag u het wat mij betreft in stemming brengen. De voorzitter: Dan gaan we nu naar amendement 16-2. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Na de discussie denk ik nauwelijks. Er is behoefte, denk ik, aan stemming. Mag ik zien wie voor amendement 162 zijn. Dat zijn CDA, DorpsBelangen, GroenLinks-Partij van de Arbeid, Groep Goetheer, D66, ChristenUnie. Dat zijn negen voor en acht tegen. Dan klopt dat, dan is het amendement aangenomen. Dan gaan we naar amendement 16-1. Behoefte aan stemverklaring ? Ik denk ook hier weer niet. Mag ik zien wie voor

amendement 16-1 zijn? Dat is dezelfde stemverhouding. Dus ook aangenomen. Dan krijgen we motie 161. Is daar behoefte aan stemverklaring? Nee, mag ik zien wie voor motie 16-1 zijn? Dat is ook met dezelfde stemverhouding, negen voor acht tegen, ook aangenomen. Dank u wel. 17. Zienswijze Plassenschap De voorzitter: Komen we bij zienswijze Plassenschap, agendapunt zeventien. Daar wordt… Dames en heren, als u even wilt luisteren. Daar wordt voorgesteld in te stemmen met het vier jaren uitvoeringsplan. 2024 tot 2027 het financieel perspectief voor die periode en de eerste begrotingswijziging 2024 van het Plassenschap. Bij de voorjaarsnota en de begroting 2025 en verder de financiële gevolgen structureel te verwerken en een zienswijze te zenden naar het Plassenschap, waarbij de raad nog enkele kanttekeningen plaatst bij dat wat het Plassenschap voornemens is. Er zijn twee amendementen ingediend en het eerste amendement is ingediend, met als eerste indiener mevrouw IJsbrandij. Die is er niet. Maar ik neem aan dat de heer Voigt dan de honneurs waarneemt? Ja? Als u hem zou kunnen toelichten, het besluit, het voorstel toelichten, dictum kan... De heer Voigt: Ik heb hem zelf ingediend, voorzitter. Mevrouw IJsbrandij is niet aanwezig, maar ik heb hem ingediend. Dus dat maakt niet zoveel uit. De voorzitter: U heeft gelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14013871/2