Transcript Gemeenteraad 21.03.2024
Tekst van het document
In mijn notitie stond hij anders, maar in het wat er nu voor me ligt, staat u als eerste. Nou, dan kunt u helemaal glanzen, ga uw gang. De heer Voigt: Wat wij willen wijzigen in het concept raadsbesluit is het volgende, wij willen een punt vier toevoegen aan de zienswijze. Dat punt vier luidt: het geld dat wordt besteed vanuit het Plassenschap Loosdrecht aan de beschoeiing inrichting van het eiland Weer, dient in samenspraak te geschieden met het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen, welke zich bezighoudt met de uitvoering van de Gouden Greep. Dit zodat er geen onnodig geld aan beschoeiing uitgegeven wordt voor delen van het eiland waar andere, zachtere oever begrenzing nodig is bij de uitvoering van de Gouden Greep. En de toelichting, voorzitter. In het meerjarenplan van het Plassenschap is een bedrag van vierhonderdeenenveertig duizend euro opgenomen voor beschoeiing van het eiland Weer vorig jaar 2024 en het eiland Weer laat dat nou precies het eiland zijn waar het project de Gouden Greep overgaat. En even ter herinnering voor mensen die het niet precies weten. De Gouden Greep dat is de winnaar van de prijsvraag voor het ontwerp van een icoon voor het Loosdrechts Plassengebied.
In het investeringsplan van het Plassengebied wordt het eiland Weer ook genoemd en dan wordt er ook een relatie gelegd met de Gouden Greep en daar staat dan bij dat daar nog geen duidelijkheid over is en dat is ook een punt. Daar kom ik straks nog even op terug over die onduidelijkheid die er op dit moment nog is. Het is zo als dat hele eiland Weer door het Plassenschap wordt beschoeid, dan bemoeilijkt dat de uitvoering van de Gouden Greep. Daarom de toevoeging die ik net heb voorgelezen. Wij hopen natuurlijk dat, dat wordt aangenomen. Maar dat is nog niet voldoende, voorzitter. Wij hebben ook het verzoek aan het college om in de geëigende overleggen, en dan doelen wij op het Plassenschap, en de overleggen van het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen om daar de uitvoering van het project de Gouden Greep aan de orde te stellen. Om zodoende dat project een zet te geven in de goede richting. Dat wil zeggen snelle uitvoering van het project de Gouden Greep en ik wil graag een toezegging van het college hierop. Dus een amendement en een toezegging die we vragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Voordat we verdergaan met het onderwerp moet ik u zeggen dat als je ergens vertrekt weggaat, moet je altijd zorgen dat de mensen herinneren. Dat kan zijn om iets moois, maar ook
omdat je een stommiteitje begaat. Die heb ik net begaan. U heeft het nog niet gemerkt. Maar we hebben wel de amendementen en motie in stemming gebracht, maar niet het voorstel zelve. En de griffier is slecht bij stem op dit moment, maar heeft het wel goed gevolgd. Die zei, je bent het besluit vergeten. Dus ik zit hier met natuurlijk schaamrood op mijn kaken. Dat begrijpt u helemaal overstuur, valt wel mee. Maar ik wil ik wil u toch vragen om even met mij terug te gaan naar het vorige agendapunt. De heer Voigt: Zal ik mijn woorden allemaal even terugnemen voorzitter. De voorzitter: Dat is niet toegestaan. Maar om het voorstel zelf nog in stemming te brengen wat dus geamendeerd is. Er is ook nog een motie, die hebben we al behandeld. Die zou daarna moeten. Ben het gewoon vergeten. Het was zo spannend allemaal. Dus ik wil u vragen of u kunt instemmen met het voorstel nota reserve en voorzieningen zoals geamendeerd. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Is er behoefte aan een stemming? Nee, aldus aangenomen. Dan gaan we terug. De heer Voigt, u heeft net uw motie, uw amendement toegelicht. U hebt nog een vraag gesteld aan het college. Mevrouw Van Rijn: Mag ik dan toch wat vragen? Want u zegt wij brengen dus het voorstel, het gewijzigde voorrstel in stemming. Heeft u behoefte aan stemming? Nee, oké aldus aangenomen.
Dus het gewijzigde inclusief ons amendement is nu unaniem aangenomen? Daar is iedereen nu mee akkoord. Dat is dan uw conclusie toch? Ik moet het even snappen. De voorzitter: U snapt het, u snapt het. Het valt helemaal niet tegen vanavond. Iedereen begrijpt het. Ja, het gaat heel goed, gaat heel goed. Oké. Dank u wel. Ja, ik heb dat nadrukkelijk even gevraagd. Dan heeft de heer Voigt net, dames en heren, amendement 17-1, de heer Voigt heeft amendement 17-1 net toegelicht. Zijn er nog mede indieners daarover? Ja, mevrouw Pronk. U bent geen mede indiener. Ja, u bent ook mede indiener. Ga uw gang. Mevrouw Pronk: De heer Voigt heeft duidelijk uitleg gegeven. Ik wil een klein stukje aanvullen als dat even mag. Ontwikkeling van het eiland Weer naar de Gouden Greep komt tegemoet aan de wens om de Loosdrechtse Plassen ook toegankelijker te maken voor recreant zonder eigen boot en/of zonder eigen middelen om een boot te huren. Dus wordt ook voor mensen met een kleine beurs bereikbaar. De Gouden Greep is per fiets boot bereikbaar gedurende zomermaanden en speelt daarmee in op de wens de Plassen ook laagdrempelig en openbaar toegankelijk te maken en milieu en portemonnee vriendelijk dus. Plannen liggen klaar. De gemeente staat er welwillend tegenover lezen we. Financiering zou toch van het gebiedsakkoord gevraagd kunnen worden.
Die hebben ook de prijsvraag uitgeschreven waar dit alles een gevolg van is. Plus er is in het gebiedsakkoord een aantal projecten die niet doorgaan. Waar geld van geoormerkt is voor recreatie, waar dit mooi voor gebruikt zou kunnen worden. Plan lag behoorlijk stil, maar er is vanmiddag een goed overleg geweest. Zijn een aantal hobbels glad gestreken. En nou is het verzoek van de Lokale Partij aan de wethouder dat we graag een beeldvormde sessie zouden willen met de diverse partijen om ons als raad te informeren. Want ik denk dat een hoop mensen nog niet echt een beeld hebben bij die Gouden Greep. En in die beeldvormende sessie zou misschien ook wat contact onderling kunnen zijn om te kijken hoeveel beweging erin ingezet kan worden. Dus dat is de vraag aan de wethouder. De voorzitter: Nog andere mede indieners. Ja, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel voorzitter. Beeldvormende sessie, maar dan reageer ik even op de Lokale Partij, daar hebben wij als ChristenUnie niet zo'n behoefte aan. Wij vinden het een beetje onnozel dat je
een prijs uitreikt en er vervolgens niks mee doet, oftewel laat sudderen. Dus wat ons betreft geen beeldvormende sessie, maar aan de slag. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere dan indieners? Dan het college, wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Dank u wel voorzitter. De Gouden Greep. Dat is inderdaad een prijswinnend idee opgenomen in het OVP. Maar vervolgens is daar geen geld bij gelabeld en dat is natuurlijk een hele bizarre situatie, dat je wel ergens een prijswinnaar hebt en die vervolgens met lege handen zit. Terwijl het een hartstikke goed idee is, want inderdaad mensen die niet beschikken over een boot, zouden op deze manier toch kunnen profiteren van de geneugten op de plas, aan de plas, et cetera. Wat is het punt. In de plannen van het Plassenschap is opgenomen dat we een aantal eilanden gaan beschoeien en één van die eilanden die voor 2024 staat opgenomen, is eiland Weer. En nou is het verzoek van initiatiefnemers van de Gouden Greep doe dat niet nu, want we zijn met onze plannen bezig en dat zou elkaar kunnen doorkruisen. En het zou hartstikke zonde kunnen zijn voor de investeringen die je gaat doen.
Hebben we alle begrip voor, maar u zult ook begrip hebben voor het feit dat als wij niks doen op het eiland, dat er alle kans is dat er gewoon door flinke stormen stukken worden weggeslagen bijvoorbeeld of omdat het onveilig begint te worden, dat we wanneer er geen grootschalige investering plaatsvindt, we met allerlei lapmiddelen moeten komen om toch tijdelijk beschoeiingen Weer te herstellen opdat een eiland niet uit spoelt et cetera. We hebben bekeken of het zinvol is om met die lapmiddelen aan de gang te gaan en we denken dat, dat eigenlijk onverstandig is. Het eiland heeft gewoon absoluut nieuwe beschoeiing nodig, zeker aan de zuidzijde van het eiland. Want dat is natuurlijk waar de wind het meest op gaat beuken en aan de noordkant denken we dat het wel verstandig is om ook die beschoeiingen gewoon aan te brengen, maar die kun je ook nog zodanig doen dat je daar misschien wat meer naar natuurvriendelijke oevers kunt kijken en er wellicht goede invulling mogelijk is voor het plan van de Gouden Greep.
Overigens is het ook wel goed, denk ik, om te melden dat we als gemeente in een werkgroep bezig zijn met partijen als het OVP, met de provincie, met waternet, de Vechtplassen commissie, om te proberen een heel goed plan te bedenken met elkaar opdat we dat kunnen inbrengen of dat we dat met elkaar kunnen inbrengen in de stuurgroep van de Oostelijke Vechtplassen en daarmee een commitment kunnen krijgen om verder te gaan met de Gouden Greep en daar dan ook middelen voor beschikbaar te stellen. Als dat een project gaat worden, dan is het noodzakelijk dat we voor de ontwikkelingen van de Gouden Greep een onderzoek gaan doen naar de natuurtoets. Punt is namelijk dat dit eiland ligt in Natura 2000 gebied. Dus voordat je überhaupt iets kunt, moet je onderzoeken wat is mogelijk, waar loop je tegenaan? Er moet een projectleider worden aangewezen. Er zijn zorgen over hoe zit de eigenaar van het eiland, dat is in dit geval het Plassenschap. Hoe zit die in de hele materie? En volgens de verhalen die ik van onze ambtenaren hoor, is dat je dan met dat hele onderzoekstraject nog minstens twee jaar verder bent.
Nou voor je dan überhaupt iets in beweging kunt krijgen zou het kunnen zijn dat het eiland alweer zoveel middelen van ons nodig heeft gehad om te zorgen dat het in stand blijft, dat we eigenlijk zeggen gaat toch gewoon door met de aanleg van die begroeiingen, die simpelweg noodzakelijk zijn. Maar tegelijkertijd denk ik dat het ook goed is dat we vooral doorgaan met het maken van een plan, dus met al deze partijen bij elkaar, opdat we in, ik hoop in juni met als inzet hebben dat we een project kunnen gaan starten. Dus dat is in ieder geval wat betreft de uitvoering van de plannen, die overigens nergens zijn benoemd. Hoewel we met elkaar het uitermate sympathiek en een heel goed idee vinden. Is snelle uitvoering van de Gouden Greep. Ja, als u het heeft over het maken van plan, ja. Als u het heeft over uitvoering dan denk ik dat we daar gewoon meer tijd voor nodig hebben. De financiering, heb ik al gezegd die zal ergens vandaan moeten komen. Mogelijk blijven de middelen binnen het gebiedsakkoord over die we hiervoor kunnen inzetten. Maar dat is natuurlijk een afweging die in de breedte wordt gemaakt. Dan het verzoek om een
beeldvormende sessie te houden met alle partijen die betrokken zijn bij de Gouden Greep in de raad. U gaat als raad natuurlijk zelf over uw agenda, dus komt u op als u zegt dat u dat prettig vindt en dan op moment dat daar een verzoek van is gaan wij dat daarmee aan de gang. Alles concluderend is mijn idee dat het te vroeg is om nu in te stemmen met dit amendement. Geef ons tijd tot ongeveer de zomer wanneer veel meer duidelijkheid is over wat gaan we nou precies doen met die Gouden Greep, wordt dat inderdaad een project? Wordt er geld bij geleverd? Dan kunnen we ook verder gaan met aanpak van de plannen. Dus op dit moment ontraden van het amendement. De voorzitter: Ik zie een vraag van de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, dank u wel. Ik meen gehoord te hebben dat het niet gaat om de beschoeiing uit te stellen tot na de realisering van de Gouden Greep. Er wordt gezegd in samenhang met de ontwikkeling van de Gouden Greep. En ik neem aan dat die plannen dermate duidelijk zijn zo langzamerhand dat je wel weet welk soort beschoeiing aanvaardbaar is in het kader van de realisering van de Gouden Greep. Dus dat blijkt meer een kwestie van coördinatie en planning, dan dat je alles zou moeten uitstellen, omdat nog niet zeker zijn van de realisering van de Gouden Greep. Bovendien, u heeft het over een jaar of twee als ik u goed gehoord heb.
Ik denk dat er inmiddels minstens dertig jaar achterstallig onderhoud is aan het eiland, dus één of twee jaar meer zal ook niet veel uitmaken. En bovendien, u zegt in ieder geval al geen beslissing voor het zomerreces. Dus zeg maar rustig oktober, november. Dus dan zijn we eigenlijk alweer een half jaar later, dus die urgentie is kennelijk ook niet zo groot dat een snelle sprong gedaan moet worden. Dus ik zou je willen adviseren om toch te kijken naar de samenhang tussen die twee projecten, tussen de beschoeiing die noodzakelijk is en de Gouden Greep en op die manier een planning te maken voor de werkzaamheden. Wilt u daarop reageren? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Kruijt: Ik heb begrepen dat men al een heel end is met de plannen voor de beschoeiing van eiland Weer, dat is volgens mij het eerste eiland wat nu wordt aangepakt. En als je natuurlijk begint aan de zuidkant wat echt het hardste nodig is. Waar je trouwens ook naar alle waarschijnlijkheid niet allerlei zandstrandjes zult gaan aanleggen, omdat met name daar het riet is waar ook de Karekiet zich in bevindt. Dat is dus niet een hele handige combinatie. Dan zou je veel beter aan de noordkant ontwikkelingen kunnen doen. En daar moet echt nog wel wat water voor door de Rijn heb ik begrepen bij de Gouden Greep, omdat daar andere ideeën zijn ingetekend.
Dus men heeft echt nog wel tijd nodig, maar iedereen is zich ervan bewust dat er nu opgeschakeld moet worden om uiteindelijk met een met een goed plan te komen. Wat dan, naar ik hoop, in juni bij de stuurgroep van de OVP gaat komen. De voorzitter: Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, u zult het toch met ons eens zijn dat het weinig zinvol is om veel geld uit te geven aan beschoeiingen die misschien op het moment van de realisering van de Gouden Greep overbodig zijn of anders zouden moeten worden ingehouden. Mevrouw Kruijt: Ik heb laten vertellen dat het zeer goed mogelijk is om en de beschoeiing aan te leggen en tegelijkertijd ook strandjes, want datzelfde zie je bijvoorbeeld bij het Vuntusstrand. Dat is een beschoeiing, daarvoor ligt een flink strand. En dan kun je toch de twee goede dingen met elkaar combineren.
De voorzitter: Nog andere vragen voor de wethouder? De heer Van Balen was eerst had ik net gezien. Dan de heer Voigt. De heer Van Balen: Dank u voorzitter. Heb ik het nou goed begrepen? Is niet het Plassenschap eigenaar van het eiland de Weer, maar iemand anders? Mevrouw Kruijt: Het Plassenschap is eigenaar. De heer Van Balen: Oké, dan is het goed. De voorzitter: Mijnheer Voigt. De heer Voigt: Ik hoor de wethouder zeggen dat ze het amendement ontraadt. Het amendement is niet meer dan het Plassenschap erop wijzen van, hou er rekening mee dat er beschoeid gaat worden, maar dat er ook nog een plan ligt voor de Gouden Greep. Zorg dat, dat goed op elkaar aansluit. Het is niet meer en niet minder, dus er is niks op tegen om dat in de zienswijze op te nemen. Dus je hoeft dat ook niet te ontraden, want het is niet een besluit echt wat we nemen. De voorzitter: Dat was geen vraag, maar een standpunt. Maar als de wethouder wil reageren. Mevrouw Kruijt: Als u met elkaar vindt dat dit moet worden opgenomen in de zienswijze, dan wordt het gewoon opgenomen. U bepaalt dat uiteindelijk. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel. Misschien heb ik het net even gemist, maar u gaf aan voor de Gouden Greep is nog geen dekking om dat plan uit te voeren. De prijs is al wel uitgereikt, dus dan zit iemand daar toch op te wachten.
Dus kunnen wij een terugkoppeling krijgen wanneer daar dekking voor gevonden is en of dat überhaupt mogelijk is, want anders wat is dan je prijs? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Kruijt: Dit is een soort lege dop om het een beetje in de Paassfeer te houden. Heel vervelend, want mensen hebben zich natuurlijk, hebben zich enorm ingezet om een fantastisch plan op te stellen en vervolgens hebben ze een prijs gewonnen. En dan sta je nog met lege handen. Wat doe je dan? Dan raak je waarschijnlijk ook behoorlijk geërgerd, maar zoals ik al net zei de verwachting is dat de werkgroep een zodanig plan met elkaar heeft bedacht dat, dat kan worden ingebracht in de stuurgroep in juni. Dan wordt er mogelijk een klap opgegeven en dan wordt er ook in de stuurgroep waarschijnlijk in het najaar gedacht over de financiële kant van de zaak en hoop ik u zo snel mogelijk dan te kunnen informeren over gaat er geld bij, komt er inderdaad uit de OVP. Want ik zie ook niet andere bronnen tenzij de provincie nog bereid is of er misschien ergens anders subsidiepotjes zijn. Maar ja, een hartstikke leuk plan. Maar zonder centen is heel erg lastig en instandhouding van allerlei ontwikkeling is zo mogelijk nog lastiger. Mevrouw Kaper: Het kan zijn dat degenen die dit plan zo mooi hebben bedacht en daar waarschijnlijk veel tijd aan kwijt zijn geweest naar deze vergadering luisteren.
Het kan ook zijn dat dat niet zo is. Worden zij geïnformeerd hierover?
Mevrouw Kruijt: Uiteraard. Zij zijn heel erg intensief met één van onze ambtenaren bezig. Samen met andere partijen om hier handen en voeten aan te gaan geven. En ze zijn, ik ben ervan overtuigd dat ze meeluisteren, maar ze worden ook zeker geïnformeerd over wat er vanavond wordt besloten. De voorzitter: Mevrouw Pronk. Mevrouw Pronk: Mijn stem doet het ook niet zo. Het voorstel bvs was dan in mijn beeldvorming dat het gewoon voor de raad informatief was. Maar als daar geen behoefte is, prima. Wat ik begrepen heb is dat er in mei ook een groot deel van de plannen aan de kant van de initiatiefnemers helemaal definitief worden. Zouden we van de wethouder dan wel een toezegging kunnen krijgen dat we eind juni, als alle overleggen geweest zijn, dat wij terugkoppeling krijgen. Dat we op de hoogte gehouden worden? Mag dat vastgelegd worden? Mevrouw Kruijt: Dat lijkt me een prima idee, want dan hebben en een Plassenschap vergadering gehad en we hebben een stuurgroep bij de OVP gehaald. En dan weten we veel meer. Dus dan ga ik u meenemen in wat is op dat moment stand van zaken. De voorzitter: Is er nog behoefte aan onderlinge discussie? Mijnheer Voigt. De heer Voigt: Ik wil als het kan nog even vraag aan de wethouder.
Heb ik nou goed begrepen dat u, zoals ik gevraagd heb in eerste termijn, het project de Gouden Greep in de geëigende overleggen van Plassenschap en gebiedsakkoord Oostelijke Vechtlassen op de vergadertafel legt? Mevrouw Kruijt: Als u in de zienswijze opneemt en besluit met elkaar dat dit moet worden toegevoegd, dan ga ik uiteraard natuurlijk het verhaal van deze gemeenteraad verdedigen in het Plassenschap. Dan ben ik één van de vier partijen die een beslissing neemt. Maar ik ga dat meenemen in sowieso het Plassenschap. En dit verhaal hebben al veel eerder in de stuurgroep meegedeeld dat er een goed initiatief is. En denk eens na, het was in de stuurgroep van ik denk december, zodat dat men gezegd heeft van we vinden het een boeiend initiatief, maar we willen veel beter onderbouwd hebben. Wat betekent dit nou eigenlijk? Nou daar wordt nu heel hard aan gewerkt. De voorzitter: Voldoende hierover gewisseld ? Nee, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Eén vraag. We zagen pas eigenlijk heel laat of volgens mij is er pas heel laat nog een amendement van CDA toegevoegd. Ja, maar ik zou willen vragen kunnen die niet samen of ben ik dan daar te vroeg mee? Kan niet samen. Oké. Dan heb ik over dit punt geen vraag, behalve dat ik niet zozeer het verschil hoor tussen de heer Voigt namens de indieners en de wethouder. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis.
De heer Nienhuis: U mag haar wel steunen hoor, dat mag wel. De voorzitter: Wat bent u, wat bent u toch royaal voor elkaar dat het allemaal mag. Dan gaan we over na amendement 17-2 van de heer Nienhuis. Ga uw gang. De heer Nienhuis : Dank u vriendelijk voorzitter. Dit komt geheel toe aan collega Kers. Die heeft in de commissie dit ook verdedigt. Die heeft het amendement ook gemaakt. Waar het om gaat voorzitter is dat we, als ik het besluit voor neem, aan de zienswijze, ook net als meneer Voigt zien van de gemeente
Wijdemeren toe te voegen dat de gemeente Wijdemeren de uitdrukkelijke wens heeft om het niet uitgeven geld aan het onderhoud primair te gebruiken voor dit achterstallig onderhoud. En dat komt uit het feit, want er zit bijlage vier bij de stukken. Op pagina drie, daar staat, dat is een onafhankelijk bureau. Adviesbureau Cyber, adviesbureau leefomgeving. Daar staat letterlijk het achterstallig groot onderhoud is ontstaan doordat de afgelopen jaren nauwelijks regulier onderhoud is uitgevoerd. Dit betekent echter ook dat er weinig geld is uitgeven. Het budget dat niet is uitgeven, kan wellicht worden besteed om de achterstand weg te werken, zodat er een nul situatie wordt gecreëerd. Dat is de reden waarom wij denken dat dit een goede toevoeging is aan de zienswijze en ik nodige collega's van harte uit om dit te steunen. Ik heb het laat pas gestuurd. En het lag zeker niet aan de heer Kers, maar ik ben zelf vergeten op tijd door te sturen naar de griffier. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn geen mede indieners. Reactie van het college. Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Dank u wel. Ik kan u op uw wenken bedienen. Dit gebeurt namelijk al, met andere woorden eigenlijk is het amendement overbodig. Oké. De voorzitter: Behoefte aan discussie? Nee? Dan gaan we stemmen. En houdt u mij even in de gaten dat ik na de amendementen ook het totale voorstel in stemming breng.
Want twee keer dezelfde fout, dat is vervelend. Amendement 17-1. Behoefte aan stemverklaring? Behoefte aan stemming? Nee? Met algemene stemmen aangenomen. Amendement 17-2. Behoefte aan stemverklaring? Is er behoefte aan stemming? Met algemene stemmen aangenomen. Het voorstel zelve. Behoefte aan stemverklaring? Stemming? Niet? Aangenomen. Dank u wel. 18. Vragenhalfuur De voorzitter: Dan komen we bij 18. Maar dat is het vragenhalfuur. Daar waren geen aanmeldingen voor. 19. Moties vreemd aan de agenda De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt negentien moties vreemd aan de orde van de raad. De eerste motie is door een aantal partijen ondertekend met als eerste…U wilt vijf minuten pauze. Dan stel ik voor dat we tien minuten doen, maar dat u er echt dan ook bent, want meestal neemt u toch minder. Ik schors tot kwart over negen. Ik heropen de vergadering. We zijn bij agendapunt negentien, moties vreemd aan de agenda. 19 a. Motie Vreemd consultatiebureau Kortenhoef De voorzitter: De eerste motie, er zijn er twee, is ingediend door mevrouw Kaper en ik geef haar het woord om de motie toe te lichten. Ga uw gang. Mevrouw Kaper: Dank u wel voorzitter. Ik begreep net dat ik met het dictum mag beginnen en dan mijn toelichting mag geven. Dus dat zal ik doen. Het dictum is als volgt, draagt het college op, op zoek te gaan naar potentiële locaties voor een consultatiebureau in Kortenhoef.
Die op korte termijn enkele dagdelen open kan zijn. De voorlopige uitkomst van de zoektocht voor juni terug te koppelen aan de raad en daarin aan te geven welke potentiële locaties zijn onderzocht en waarom deze wel of niet geschikt zijn. En tot slot bij de bespreking van het integraal beleidskader sociaal domein op zoek te gaan naar een integrale
oplossing voor de huisvesting van het consultatiebureau en bij voorkeur in een multifunctioneel centrum. Voorzitter, twaalf jaar geleden werden mijn man en ik vader en moeder van een prachtige zoon, onze oudste. Ik herinner me als de dag van gisteren dat ik bij het consultatiebureau aan de Dodaarslaan in Kortenhoef kwam. En dat gaf toch altijd wat spanning. Dat zullen jonge ouders herkennen. Slaapt mijn zoon net terwijl we moeten vertrekken, heeft hij voor die tijd wel genoeg gedronken. Hoe gaat hij reageren op de prik? Hoe gaat het met zijn ontwikkeling en welke vragen wil ik eigenlijk stellen? Er gaat heel wat door je hoofd in zo'n periode en hoe fijn was het dan dat we lopend met de kinderwagen en later met de fiets naar het consultatiebureau konden gaan. En sinds 2020 kan dat plotseling niet meer in Kortenhoef. Na een onverwacht besluit. De belofte werd wel gedaan dat er een nieuwe locatie gezocht zou worden, maar dat is niet gebeurd. En het huidige college is dat ook niet van plan, begrepen we tijdens de commissie vorige week. Ja, het is zo. De meeste ouders in onze gemeente hebben een auto of regelen vervoer om naar Loosdrecht of naar Nederhorst te gaan. En als ChristenUnie gaat het ons ook niet om de meerderheid die zichzelf wel redt. Het gaat ons om de ouders zonder eigen vervoer of zonder een groot sociaal netwerk.
En dan is het een hele exercitie om met je kleintje met de bus te gaan of voor een alternatieve oplossing zelf bij de gemeente te moeten aankloppen voor hulp. Je hebt in die periode echt wel andere zaken aan je hoofd, zoals de gebroken nachten die me nog helder voor de geest staan. De eerstelijnszorg moet volgens de ChristenUnie zo dichtbij als mogelijk georganiseerd worden. En we hebben hier ook met een aantal huisartsen over gesproken. Zij beamen dat en zijn ook bereid om mee te denken. Is het een wettelijke verplichting om een consultatiebureau in Kortenhoef te realiseren? Als je naar het aantal kilometers kijkt, dan geeft de wethouder aan dat, dat niet hoeft. Zou in elke grote dorpskern van onze gemeente een plek moeten zijn waar onze jongste inwoners en hun ouders de zorg krijgen die ze nodig hebben? Wij vinden principieel van wel. En neem bijvoorbeeld Hilversum ter inspiratie, Hilversum heeft drie consultatiebureaus verspreid over de gemeente en daarbij hebben ze ook nog Loosdrecht, vlak in de buurt van Kerkelanden. Bovendien heeft Hilversum een goede busverbinding, waardoor ouders ook makkelijk een consultatiebureau kunnen bereiken. Dat is bij ons niet aan de orde. De eerste duizend dagen van een kind zijn bepalend voor het verdere leven en daar is momenteel ook veel aandacht voor. De zorg en ondersteuning moet gewoon binnen handbereik zijn.
Ik hoop dat dit college de kennis en het inlevingsvermogen heeft om te begrijpen hoeveel verschil dit kan maken voor ouders in Kortenhoef. De voorzitter: Dank u wel. Nog mede indiener die het woord willen voeren? Ja, mijnheer Heeren. Ga uw gang. De heer Heeren: Dank u wel voorzitter. Het consultatiebureau destijds is in oktober 2020 gesloten, omdat er sprake was van onveiligheid. Daar was kennelijk alle reden toe om dat destijds te doen. Maar wij vinden het van belang dat het zo is dat in alle kernen, althans de drie kernen die we zo zouden kunnen benoemen, Nederhorst, Loosdrecht en Kortenhoef. Dan nog ’s-Graveland, dat er een consultatiebureau zou moeten zijn. Het is nu zo dat ouders afzeggen, komen niet. Dat is ongewenst, zelfs als maar om een gering aantal ouders gaat. Dus dat is de reden dat wij ook deze motie ondersteunen en om steun vragen ook van anderen. Dank u wel. De voorzitter: Andere indieners? Ja, mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, de noodzaak van het consultatiebureau is al duidelijk naar voren gebracht. Wat hierbij komt, wat ons betreft is dat bij de gespreksrondes met de bewoners in het kader van het fusieproject eigenlijk met zijn allen hebben gezegd we moeten de kernen versterken, we moeten
het voorzieningenniveau handhaven, zo nodig uit breiden. Dus op dit ogenblik zou ik zeggen dat ook het is het nieuw creëren van een consultatiebureau onderdeel is van het voorzieningenniveau, wat noodzakelijk is in het kader van het fusietraject door de versterking en handhaving van de voorzieningen in de kernen. De voorzitter: Anderen? Nee? De wethouder, wethouder De Haan. De heer De Haan: Hartelijk dank voorzitter voor de gelegenheid en dank u ook mevrouw Kaper voor uw toch persoonlijke verhaal. Dat is ook een kenmerk van sociaal domein. Er wordt vaak over getallen en bedragen gesproken, maar achter ieder getal en achter ieder aantal gaat een verhaal schuil. Dat is ook heel belangrijk om soms ook met elkaar te delen. Voorzitter, wat het college betreft de volgende reactie, ook misschien ook voor een deel een herhaling van wat er in de commissie al is naar voren gebracht. Laat er geen misverstand over bestaan, de strekking van de motie is natuurlijk sympathiek. Het behoud, het versterken, het samenvoegen van voorzieningen op dorpskern niveau is van het allergrootste belang. Daar staat dit college ook voor. Zorg aan de jeugd, zo thuis nabij mogelijk. U zult dat ook straks terugvinden in het integraal beleidskader van het sociaal domein, wordt daar uitvoerig in beschreven.
Is één van de belangrijkste speerpunten van het beleidskader dat we op 21 mei met u in een negental ‘…’ gaan bespreken hier in dit gebouw. Daar heeft u de uitnodiging of die krijgt u eerdaags. We gaan heel uitputtend over dat beleidskader met elkaar in gesprek. 28 mei commissie, vier juni besluitvorming in deze gemeenteraad. Het college herkent zich niet in de constatering dat ouders die geen auto hebben, moeilijk vervoer, dat die het moeilijk vinden om naar de locatie in Loosdrecht te gaan. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: De wethouder gaf dat inderdaad tijdens de commissie ook aan en ik vind dat wel echt opmerkelijk, want in de RIB die wij ontvangen hebben met de antwoorden op onze schriftelijke vragen, daar staat een getal van vijfentwintig afspraken die af zijn gezegd of niet gepland vanwege vervoersproblemen. Het kan natuurlijk zijn dat sinds januari dat er misschien vier of vijf zijn geweest. Ik heb net in mijn betoog al aangegeven dat het voor ons vijf afspraken te veel zijn. Maar dat de wethouder aangeeft, het valt mee. Er zijn niet veel ouders die afspraken afzeggen. Dat blijkt dus niet uit de beantwoording van onze vragen destijds. Zou de wethouder daar nog even op willen reageren. De voorzitter: De wethouder. De heer De Haan: Dat wil ik zeker, via u voorzitter aan mevrouw kaper.
Ik heb namelijk in de commissie ook aangeven dat het recente beeld is, aan de hand van een gesprek dat hier in dit huis heeft plaatsgevonden met de programmamanager van de GGD jeugd en gezin. Dat mij daar in dat gesprek, en dat heb ik ook in de commissie verteld, nadrukkelijk is meegeven dat ieder kind wordt gezien. Dat ook voor ieder gezin telt dat wanneer er vervoersproblemen zijn, er een passende oplossing wordt bedacht voor dat gezin. En dat het zo ver strekt dat daar waar dat noodzakelijk is ook aan huis de verpleegkundige komt. Dus dan wordt er huisbezoek afgelegd en verder is ook de GGD bereid om op locaties die, behalve de twee die we hier hebben, de wettelijke taak, daar voldoen wij ruimschoots aan. Maar dat het ook mogelijk is om bij uitzondering de locatie in Hilversum zoals u dat zelf ook aangeeft, waar ook een poli aanwezig is. Ik heb vorige keer ook aangegeven dat niet het verkeerde beeld verspreid mag worden, alsof kinderen tussen wal en schip vallen. En ik wilde eigenlijk van mevrouw Kaper ook terug horen, maar dat is niet gebeurd, dat ondanks de sympathieke strekking het dictum heeft voorgelezen en dat is ook sympathiek. Maar in de overwegingen moet ik u toch op één punt tegenspreken en dat is vandaag ook bij navraag bij de GGD is dat gebeurd. Het onderwerp bij de vierde bullet, namelijk dat Gezond Wijdemeren
een consultatiebureau in Kortenhoef zou steunen, is onjuist. Die informatie klopt niet. De huisartsen die verenigd zijn in Gezond Wijdemeren hebben aangegeven dat het onderwerp niet ter sprake is gekomen bij het samenstellen van het pakket binnen Gezond Wijdemeren en dat er dus ook geen sprake is dat Gezond Wijdemeren deze aanvraag steunt. Dat moet ik toch even meegeven aan u voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dat heeft de wethouder inderdaad geconstateerd en dat klopt ook. Daarom is bij de nieuwste versie die bullet er ook uitgehaald. Ik heb contact gehad met huisartsen van een aantal huisartsen die betrokken zijn bij Gezond Wijdemeren en het klopt dat zij niet vanuit Gezond Wijdemeren aan ons hebben verteld dat zij de wens voor een consultatiebureau steunen, maar dat zij dat eigenlijk op persoonlijke titel als huisartsen doen en dat lijkt me eigenlijk ook behoorlijk relevant. Dus het klopt dat dat niet namens Gezond Wijdemeren is gebeurd maar wel namens een aantal huisartsen die wij hebben gesproken. De heer De Haan: Voorzitter, om die reden is het ook denk ik verstandig en dat is ook de aanbeveling die het college doet. Dat wij de ogen en oren openhouden, ook naar de mensen die hij zich dan buiten de samenwerkingspartners van onze gemeente manifesteren en hun wegen zoeken en hun adviezen geven.
Dat is natuurlijk hartstikke goed om alle kennis te vergaren. Dat we de ogen en oren natuurlijk openhouden voor deze toch belangrijke basisvoorziening. Maar er spelen nog een aantal andere factoren een rol, voorzitter. De financiële ruimte die er in de gemeente op dit moment is van negentien duizend euro is niet voldoende om een consultatiebureau in Kortenhoef in te richten. Er zijn namelijk, of je dat nou tijdelijk doet bijvoorbeeld samenbrengt bij een school of je zoekt een andere plek. Dus je gaat daar onderzoek naar doen, even ook nog daar gelaten dat ook dat onderzoek natuurlijk geld kost want niks gaat voor niks. Maar gesteld dat dat efficiënt kan, dat we heel snel toch een plek vinden dan is ook die tijdelijke plek, is een plek die aan eisen moet voldoen die de GGD aan ons stelt. En dat zijn echt geen lichtvaardige eisen. Ik ga ze niet in detail met uw bespreken nu, daar is de gelegenheid nu niet voor. Maar op 21 mei, als we die beeldvormende sessie met elkaar gaan hebben, dan is er natuurlijk voor u allen daar ruimschoots de tijd om ook met de huisartsen uit Kortenhoef, die ook uitgenodigd zijn om hiernaartoe te komen, om met elkaar van gedachten te wisselen. Wat is nou het pakket, wat zijn nou de producten die u wilt inkopen van de GGD? Want dat is een hele trits.
U kunt daaruit afleiden dat ook Wijdemeren weer andere producten inkoopt dan Hilversum en Gooimeer koopt ook weer andere producten in. Dat zijn allemaal preventieve taken, basis service voorzieningen waar u over van gedachten kunt wisselen. Er is ook aan jeugd en gezin, op 19 maart, het is dus nog heel recent gevraagd om met ons mee te denken. Dus dat onderzoek waar u ook al in de commissie naar vroeg om met ons daarop van gedachten te wisselen. Maar het is dus niet een gegeven dat er geen bereidheid is om dat te doen. Het gaat om dat de consequenties die daarachter vandaan komen, dat die wel proportioneel moeten zijn om antwoord te kunnen geven op welk probleem of voor welk probleem is dit nu eigenlijk een oplossing? En als dan de partij die ons hierin bedient, aangeeft dat alle kinderen worden gezien, dat er ook geen klachten zijn, dat de voorziening eigenlijk heel tot tevredenheid werkt. Dat de actuele cijfers gunstig zijn. Dan vragen we ons natuurlijk wel met elkaar af wat dan de urgentie is om vooruitlopend op het integraal beleidskader, waarin u een heel pakket voorgelegd krijgt van welke taken moeten we voorrang geven, wat kan later, wat is urgent en wat niet? Dat u nou vooruitlopend daarop met zo'n opdracht komt. Het college beveelt u in ieder geval aan om dat niet te doen, maar te wachten tot 21 mei.
De motie tot die tijd ook aan te houden en intussen gewoon oog en oren open te houden met elkaar het gesprek te kunnen blijven voortzetten. Dank u wel.
De voorzitter: Ik zag mevrouw Kaper nog interruptie. Dan kom ik bij u. Mevrouw Kaper: Dank u wel wethouder voor deze toelichting. Ik heb natuurlijk ook al vanuit de commissie begrepen dat u niet bereid bent om nu al op zoek te gaan naar locaties, dus dat was toen eigenlijk al duidelijk en u bevestigt dat beeld ook. Wij zien de urgentie wel. Er is al drie jaar geen consultatiebureau in Kortenhoef. U geeft aan, er is geen enkel probleem. Als ouders problemen ervaren met de locatie bezoeken, kunnen we van alles in het werk stellen om mensen op te halen. Of ik weet niet hoe dat dan concreet gaat. Mensen kunnen eventueel thuis bezocht worden. Maar dat is voor namens ChristenUnie in elk geval ons punt niet. Wij vinden principieel dat deze eerstelijnszorg dichtbij ouders moet zijn en dat er dan allerlei kunst en vliegwerk kan worden uitgehaald om mensen toch te bezoeken of op te halen. Dat klinkt aardig en dat klinkt ook sympathiek, maar daar hebben ouders in the end niet zoveel aan. De meeste ouders, en ik denk dat iedereen die jonge ouders kent dat zal bevestigen, willen gewoon op een hele laagdrempelige manier een consultatiebureau kunnen bezoeken. U geeft aan wacht tot 21 mei.
Wij wachten al best lang en de eerlijkheid gebiedt te zeggen voor dit vraagstuk wat al jaren eigenlijk een beetje onderaan de stapel lijkt beland te zijn, hebben wij ons ChristenUnie nu even niet meer het geduld om te wachten, dus zouden wij het aan de raad willen laten om te kijken wat er mogelijk is. Natuurlijk zodra het integraal beleidskader ter sprake komt. En inderdaad de huisartsen ook mee kunnen denken, is er natuurlijk alle ruimte om dat onderzoek waar wij om vragen mee te nemen en ook te kijken wat er mogelijk is. Maar wij willen graag nu in gang zetten dat er wordt gekeken naar mogelijkheden. Dank u wel. De voorzitter: Dit was geen interruptie meer. Ik weet niet of de wethouder nog wil reageren, maar we gaan herhalen. De heer De Haan: Nee voorzitter. Wij zijn niet voor niets heel trots op de samenwerking met Gezond Wijdemeren. Dat is voor ons een hele serieuze gesprekspartner. Van waaruit aanbevelingen worden gedaan en van waaruit ook de beweging van zorg naar gezondheid wordt gemaakt. En wij willen dat graag als een goede relatie beschouwen en dan vinden we het niet verstandig om daartussendoor, ik zal maar zeggen zonder dat er echt een noodzaak is aangetoond, om dan dit soort toch heel belangrijke voorziening op deze manier te gaan organiseren. De voorzitter: U bent al een keer, ik ga nu even naar mevrouw Abrahamse.
Is dat goed? Mevrouw Abrahamse: Dank u wel voorzitter. We hoeven natuurlijk niet de discussie uit de commissie helemaal over te gaan doen. Dat is niet de bedoeling van nu. Maar ik vind wel bijzonder de reactie van de wethouder dat u helemaal uitgaat van het bereik. Je kan het emotioneel vanuit een persoonlijk perspectief benaderen, je kan het ook heel deductief benaderen. Je kan ook zeggen een consultatiebureau valt onder de eerstelijnszorg, eerstelijnszorg hoor dicht bij mensen te zijn. Waarom is het dicht bij mensen, omdat je preventief wil werken en wil vroeg signaleren. En daar ligt nou precies de link naar het beleid waar we op wachten. Waar namelijk de basis van zal zijn preventie, dus het zou heel erg goed passen in het integraal beleidskader dat een consultatiebureau er is. Omdat het past onder preventie en vroeg signalering en dan is het niet uitgaan van het bereik, want dat kan vandaag zo zijn en volgend jaar weer anders, maar dan gaat het erom hoe jij wil investeren. En dat heb ik vorige keer in de commissie ook gezegd, maar het verbaast me dat de wethouder dit niet meeneemt in zijn verhaal. De voorzitter: Maar u ging interrumperen, u had ook daarna uw verhaal kwijt gekund. Maar heeft u nog een vraag aan de wethouder?
Mevrouw Abrahamse: Dat was mijn vraag, waarom de wethouder daar niet op reflecteert of dat niet inbrengt. Dank u wel. De heer De Haan: Voorzitter, ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt dat wij dat onderzoek waar u op hint dat, dat onderzoek voor ons een doorlopend onderzoek is naar waar je de voorziening op zijn best mogelijk, praktisch mogelijk en betaalbaar mogelijkerwijs kunt lokaliseren in het kader van het integraal beleidskader sociaal domein. Op 21 mei gaan we dat met u delen. En dan is het inderdaad aan u om met het totale inzicht wat u nodig heeft om de keuzes te maken om met het totale inzicht voor u voor onze gemeente de beste keuzes te maken. Dus ik ben het helemaal met u eens. Maar doet dat op een passend moment en niet hapsnap dwars door het sociaal domein heen. Dat is eigenlijk mijn pleidooi voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel voorzitter. Graag nog één opmerking over de beeldvormende sessie die er dan aan gaat komen. We hebben er al een heel aantal gehad, ook samen met maatschappelijke organisaties die ook al heel veel input hebben geleverd. Mijn vraag is, en dat vraag ik ook aan andere leden van de raad, in hoeverre er behoefte is om weer opnieuw deze exercitie te doen. Terwijl we nu gewoon wachten op het plan om dat met elkaar te kunnen bespreken en te beoordelen en daar een advies over te geven. Dank u wel.
De heer De Haan: Voorzitter, de GGD is één van de partijen die op 21 mei hier aanwezig is, fysiek om met u in gesprek te gaan, zoals ook andere belangrijke partners van Wijdemeren hier aanwezig zullen zijn. En ik kan u alleen maar zeggen, dat is het geëigende moment om in navolging van de eerste sessie met u die verdiepingsslag te maken. En u krijgt ook het hele document toegestuurd om het debat met elkaar aan te gaan. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, even niet over de motie, maar wel over die beeldvormende sessie. Ik heb toch even een vraag, want volgens mij gaat het niet goed en dat hadden we met zijn allen al verwacht. Wij zouden het volgens mij in juni, zouden we het integraal beleidsplan als commissie krijgen in de commissie en we hebben 21 mei een beeldvormde sessie met partners waarin ze kunnen inbrengen wat zij willen. Dus ik vind het heel knap, want volgens mij moeten de stukken dan al aangeleverd zijn. Ik wil daar nu niet op ingaan, maar ik vraag wel het college met strek echt die juni aan te houden om het te bespreken in de commissie. En dan kan deze planning pertinent gewoon niet. Dus ik geef het aan deze kant vast mee dat we er dan echt kritiek op zullen hebben als we dit op deze manier gaan doen. De voorzitter: De Wethouder.
De heer De Haan: Voorzitter, op dit moment loopt de procedure via de adviesraad sociaal domein om het college te adviseren en van een zienswijze te voorzien waarover het college begin april een zienswijze van de adviesraad sociaal domein kan verwachten. Daarna neemt het college met, ik zal maar zeggen, met kennisname van het advies nemen wij kennis en zullen we kijken of het stuk daarop nog kunnen aanpassen. En vervolgens wordt het aan de toegestuurd. 21 mei is het debat met u, 28 mei is de commissiebehandeling en vier juni is er besluitvorming door de gemeenteraad.
De voorzitter: Volgens mij is die procedure in ieder geval is duidelijk. Ik zie geen vragen meer aan de wethouder. Behoefte nog aan een onderling debat? Ja, mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat ik namens de Lokale Partij wel zou willen reageren. Volgens mij horen we van de wethouder dat er op dit moment rondom het bezoek, en het bezoeken van het consultatiebureau door eigenlijk vrijwel alle jonge ouders geen problemen zijn, dat er voldoende alternatieven worden geboden en we horen ook dat het college zijn ogen en oren openhoudt. En dat vinden wij een goede basis en daarom denken wij dat het op dit moment niet noodzakelijk is om op korte termijn op zoek te gaan naar een consultatiebureau. Maar wij zouden ons wel heel erg kunnen vinden in het in het derde bullet en wij zouden die zelfs nog wel wat uit willen breiden, want wij denken dat je ook niet alleen bij het integraal beleidskader sociaal domein op zoek kan gaan naar integrale oplossingen, maar dat je dat ook zou kunnen doen bij andere maatschappelijke organisaties, of wanneer er eventueel scholen herbouwd worden. Dat even voor nu. De voorzitter: Dank u wel, nog andere leden? Mevrouw kaper. U kan uw interruptie doen op de heer De Graaf, prima. Mevrouw Kaper: Dank u wel mijnheer De Graaf voor uw bijdrage.
U zegt die derde bullet kunnen wij ons wel in vinden, maar op zoek gaan naar locaties dat hoeft nog niet. Dat kan ook later. Het enige wat wij vragen is, ga op zoek naar potentiële locaties voor een consultatiebureau in Kortenhoef, die op korte termijn enkele dagdelen open kan zijn. Ik zie niet in waarom wij nu niet die zoektocht al zouden kunnen starten. Als u zegt dat dat is eigenlijk best een goed idee en inderdaad, de laatste bullet neem dan ook mee de mogelijkheden in bijvoorbeeld een multifunctioneel centrum of andere mogelijkheden. Kijk de ChristenUnie, denk ook de mede indieners, wij willen gewoon een locatie voor het consultatiebureau. Dus wat ons betreft start het onderzoek. Neem straks ook dat beleidskader daarin mee en steun deze motie. De heer De Graaf: Voorzitter. Dank u wel. Maar volgens mij heeft de wethouder daar ook over gezegd dat daar op dit moment geen geld voor is. Dus dan zouden we dat hapsnap gaan doen of dan vinden we misschien een locatie die minder geschikt is. Maar ik hoorde ook de wethouder zeggen dat er een hoop eisen zijn waaraan een consultatiebureau moet voldoen. En als het afgelopen twee jaar niet gelukt is om een locatie te vinden, waarom zou het dan nu opeens binnen drie maanden wel lukken? De voorzitter: Tot slot, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Tot slot hoor. Want dan wil ik heel graag stemmen, ik denk meerdere met mij.
Er is volgens mij niet gezocht. Dus laten we daarmee beginnen. De voorzitter: Ja, mijnheer Voigt. De heer Voigt: Voor we gaan stemmen, want ik heb nog niks gezegd voorzitter. Wij zijn ook geen mede indiener van deze motie. Ondanks dat de wethouder heeft aangegeven dat er altijd wat geregeld kan worden als ouders niet zelf naar een consultatiebureau kunnen komen, vindt DorpsBelangen toch dat er een consultatiebureau in Kortenhoef hoort te zijn. Het is daar ook altijd geweest, maar die is gesloten om verschillende redenen in 2020 en er is wat ons betreft niks mis met op zoek gaan naar potentiële locaties. Dus begin daarmee en koppel het resultaat terug naar de raad. Dan wordt er ook nog geen geld uitgegeven. Het is alleen maar een zoektocht. En als dat niks oplevert dan kunt u dat met ons delen en
dan zijn we misschien wel of niet tevreden en als het wel wat oplevert, dan gaan we kijken is daar ook nog geld voor te vinden? Dus wij zullen in ieder geval als DorpsBelangen deze motie steunen. De voorzitter: Nog anderen? Ik begrijp dat de wethouder nog iets kwijt wil. Ga uw gang. De heer De Haan: Voorzitter, in het gesprek met de programmamanager is dit natuurlijk ook voorbijgekomen. Wat is er dan de afgelopen jaren sinds 2020 wel gedaan? En het is natuurlijk zo dat de GGD in ook de klant gesprekken die er zijn, in de gesprekken met huisartsen. Er is natuurlijk af en toe gesproken van kan die voorziening in Kortenhoef niet blijven? Maar er is bij de geëigende partners is er geen ruimte voor en dat heeft onder andere een relatie met de consequenties van wanneer je zo'n locatie wilt inrichten, omdat daar gewoon inderdaad wettelijke eisen aan worden gesteld en juist om aan die wettelijke eisen te voldoen, de consequentie daarvan dat is zeer begrotelijk. Moet je de vraag durven stellen, is dat proportioneel? En die discussie hoort, is de mening van het college, die discussie hoort thuis wanneer het over het sociaal domein in de brede zin hebt. Dan kun je een afweging maken voor de voorzieningen in alle kernen van de gemeente voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn zie ik nog. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter.
Ik wil in deze de wethouder toch corrigeren, want dat klopt helemaal niet wat de wethouder zegt dat er af en toe gekeken is. Er is wel degelijk een zoektocht geweest er is ook een locatie in beeld geweest, er zijn gesprekken geweest. Dat staat ook in de raadsinformatiebrief. Met Versa welzijn, met de King Arthur groep, die een dagbestedingslocatie zocht, met de dorpscoördinator om daar mogelijk te huisvesten. Dat is medegedeeld bij een nieuwe aantreden van de periode en dan is het aan het college om te kijken wat je daar wel of wat je daar niet mee doet. Er waren kansen. Ik ben ervan overtuigd dat er nog steeds kansen zijn, maar ik vind het beetje vervelend dat de wethouder nu doet alsof er niks gedaan is. Er was een potentiële locatie, maar daar had wel mee verder onderzocht kunnen worden. De voorzitter: Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Volgens mij heb ik mevrouw Kaper horen zeggen dat er de afgelopen jaren niks gedaan is. De voorzitter: De wethouder. De heer De Haan: Voorzitter, dan zal ik ook zelf deze band weer even terugluisteren. Volgens mij heb ik precies het tegenovergestelde gezegd en dat er juist wel met de gereden partners is gesproken over welke mogelijkheden er voor Kortenhoef zijn, maar dat die consequenties van de locatie die in beeld zijn gekomen, dermate zwaar zijn. In financiële zin en ruimtelijk dat, dat gewoon niet mogelijk is gebleken.
Dus ik heb juist omgekeerde gezegd van wat mevrouw Van Rijn vanavond hier beweert. De voorzitter: Nog anderen hierover? Ja, mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel voorzitter. Ik wil er toch nog één ding over zeggen. Een consultatiebureau, er staat me nog wel iets van bij in de afgelopen jaren dat ik er wel eens ben geweest. We moeten ook niet net doen alsof dat zo steriel allemaal gemaakt is dat, dat echt bijna op geen enkele locatie zou kunnen. Ik snap wel dat een gymzaal niet kan. Ik wil wel een tip geven aan dit college. Huisartsen gaan steeds meer
parttime werken. Dat lijkt me een zeer geschikte locaties voor misschien enkele dagdelen in de week. Dus mogelijk heeft u daar wat aan. De voorzitter: Verder? Ja. De heer De Kruijff: Voorzitter, dank u wel. Ik heb nog niks gezegd, maar ik moet zeggen dat ik de opmerking van de heer Voigt wel interessant vind en dat wil ik ook aan de wethouder vragen. Ik hoor het college duidelijk zeggen van we ontraden deze motie, dat hoor ik toch wel bij de wethouder terug. Wat zijn de nadelen voor het college als deze motie wordt aangenomen? Ik hoor het college zeggen, we hebben wel degelijk gezocht, maar dat werd net ook in het debat gezegd, wat zullen de uitkomsten over drie maanden zijn als het college nou dit onderzoek start en al iets van die bevindingen van die zoektocht met ons kan delen tijdens behandeling van het integraal beleidskader sociaal domein. En er komt wel naar voren dat er locaties zijn, maar omdat het aan zoveel eisen moet voldoen, is het te duur. En dan kan de raad altijd dan nog een afweging maken van hebben we dat ervoor over? Dus ik ben een beetje zoekende en ik zou toch willen of dat de wethouder daar misschien nog even iets over kan zeggen. Dank u wel. De heer De Haan: Voorzitter, met alle respect en excuses daarvoor dan.
Zonder in detail te kunnen treden moet ik u toch zeggen dat aan het feit dat een inrichting van een consultatiebureau moet voldoen aan bijvoorbeeld separate wachtruimtes, aan de toegankelijkheid die het ook moet hebben voor inderdaad ouders die met kinderwagens daar komen. Er moet een zekere mate van privacy zijn. Het moet inderdaad aan de hygiëne eisen voldoen, het moet een aan- en uitkleedruimte moet het hebben. Dat zijn allemaal zaken die niet automatisch gevraagd kunnen worden van een huisarts, van je bent er toch die woensdagmiddag niet. Weet je wat? We stellen de ruimte open voor het consultatiebureau. Zo werkt het niet. Maar ik ben niet de vakinhoudelijk deskundige, ik ben slechts uw bestuurder en u kunt ervan verzekerd zijn dat wij dit gesprek natuurlijk wel met de GGD hebben en ook blijvend hebben, want ik sta helemaal aan uw kant als het gaat om het de wens, het verlangen en zelfs misschien ook wel een noodzaak als u daarover spreekt van dat ouders dat echt heel fijn zouden vinden. Om zo nabij mogelijk zo'n voorziening te hebben. Maar dat is gewoon niet de realiteit van dit moment en ik vraag me zelfs in alle eerlijkheid af of dit of dat wel een financierbare realiteit kan worden als je kijkt naar de schaal en het gebruik van deze voorziening in de kern Kortenhoef.
Dat is gewoon de afweging die u moet maken, maar maakt die dan integraal en maak die niet per dossier afhankelijk, want zo kunnen we nog veel meer voorzieningen en dan gaan we inderdaad vier juni niet halen, want er zijn honderden producten die via de GGD, via huisartsen in het preventieve veld afgenomen kunnen worden door gemeenten. Dat is echt heel ingewikkeld om dat dan per product op deze manier te gaan bespreken. Je moet ook kunnen vertrouwen op de deskundigheid van bijvoorbeeld de GGD in deze. Dit is het advies wat ik geef. De voorzitter: Maar als u geen vragen meer stelt, het lampje niet laat branden, dan gaan we dat ook doen. Verder geen opmerking meer, dan gaan we stemmen. De heer De Kruijff: Voorzitter, ik wil niet vervelend zijn, maar ik probeer het, pardon ik probeer het toch een beetje te begrijpen. Ik hoor de wethouder zeggen, ik ga er eigenlijk ,dat zijn mijn woorden, ik ga er eigenlijk van uit dat die zoektocht niks gaat opleveren. Al gaat het iets opleveren, dan is het gewoon financieel niet haalbaar. Dat hoor ik de wethouder eigenlijk zeggen. Er is toch een sterke behoefte aan een consultatiebureau. Dat dat dat hoor ik heel duidelijk binnen deze raad. Ik heb niet helemaal antwoord op mijn vraag gekregen wat nou het nadeel is, wat nou het bezwaar is van het college om die zoektocht gewoon te starten. Volgens mij hebben we daar wel de capaciteit voor.
Als het antwoord is die capaciteit hebben we niet, dan gaan we een andere discussie met elkaar voeren, om die zoektocht te starten. En de
uitkomsten van dat onderzoek te behandelen bij het integraal beleidskader sociaal domein. En dan behandelen we precies, zoals de wethouder net zegt, het toch integraal en dan wordt er een afweging op dat moment door de raad gemaakt. Ik ben een beetje zoekende. Ik heb vandaag ook met mevrouw Kaper via de app contact gehad. Ik heb gezegd, ik wil de wethouder graag horen. Ik hoor ook wat de wethouder zegt, ik hoor ook heel veel zinnige dingen. Maar ik ben toch even zoekende wat nou het bezwaar van het college met het aannemen van deze motie? Op dit moment kan de wethouder daar toch nog een toelichting opgeven en dan denk ik dat we het daarna moeten afsluiten, over moeten gaan op stemming. De heer De Haan: Voorzitter, laat ik het zo plat dan maar slaan. De organisatie beschikt op dit moment niet over de capaciteit om een ruimtelijk onderzoek te doen naar de mogelijkheid om een consultatiebureau in Kortenhoef te vestigen. En de gesprekken die er wel zijn geweest om het mogelijk inpasbaar te maken in bestaande voorzieningen hebben tot op dit moment niet het gewenste resultaat opgeleverd vanwege de door uw raad vastgestelde begroting, het ruimtelijk kader waarbinnen we toch te maken met eisen en zo komen we dan een beetje in een kringgesprek terecht. Ik ontken helemaal niet dat er geen bereidheid is om een onderzoek te doen.
Die bereidheid is er wel, maar die wil ik met u doen op het geëigende moment en dat is als u spreekt over de prioritering van het integraal beleidskader sociaal domein en als u daarin opnieuw opdracht geeft om tot een consultatiebureau te komen. Dat is over twee maanden is het zover. En trouwens ook als u vanavond die motie aanneemt, dan zullen we dat moeten doen. Maar dan gaan andere dingen moeten daarvoor blijven liggen. Het is gewoon keuzes maken. De voorzitter: Ik heb het gevoel dat alles echt is uitgewisseld, dat we tot besluitvorming over kunnen gaan. Ik breng in stemming motie vreemd aan de agenda nummer één 19 NV nummer één. Over het consultatiebureau is er behoefte aan stemverklaringen? Ja, mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Laat ik vooropstellen dat wij zeker niet tegen een consultatiebureau zijn, maar daar heel erg voor zijn. Maar niet op deze manier. Dus dat wou ik nog even meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Nog meer stemverklaringen? Nee. Mag ik zien wie voor de motie zijn? Dat zijn alle fracties, met uitzondering van de Lokale en de VVD. Dat is dus weer negen acht, dus de motie is aangenomen. 19b. Motie Vreemd Polder Kortenhoef De voorzitter: Dan komen we naar motie…Dames en heren, nog heel even. Motie vreemd aan de orde van de dag. Nummer twee en die motie is ingediend door, als eerste door mevrouw Wind.
Misschien wil ze het toelichten? Mevrouw Wind: Voorzitter dank u wel. En ik zal dan zoals dat heet het dictum voorlezen. Ik ga op voorhand even zeggen in het dictum staat twee keer het woord schriftelijk. Daar zijn diverse redenen voor, maar één van de reden is dat wij willen proberen om deze raadsbrede motie niet teveel tijd te laten kosten. En dat heeft dan weer te maken dat we ook allemaal nog graag tijd willen hebben om te luisteren naar de ellenlange toespraak die mevrouw Rademaker straks gaat houden over u. Ik ga het dictum voorlezen. De voorzitter: Dat wordt daar ontkent. Dus u moet nog even overleggen met elkaar, geloof ik. Laten we eerst de motie maar behandelen.
Mevrouw Wind: Verzoekt het college met spoed schriftelijk een standpunt aan de provincie te toen toekomen waarvan de volgende aspecten deel uitmaken: punt één: prioriteit aan het saneren van de belt. Twee: te komen tot een plan voor natuurontwikkeling, wat wel op draagvlak van omwonenden en de raad kan rekenen. Drie: daarbij nadrukkelijk de mogelijkheden voor woningbouw te betrekken. Vier: het initiatief te nemen in verdere uitwerking van deze plannen. Vijf: hierbij uit te gaan van de integrale aanpak polder Kortenhoef plan afvalzorg Vlek. Zes: de raad hiervan schriftelijk in kennis te stellen. Een korte toelichting. Ik denk niet dat nog heel veel woorden nodig zijn. We hebben hier een zeer uitgebreide behandeling in de commissie over gehad. We hebben daar wat gedachten gewisseld. We hebben als raad ook aangeboden om te helpen kennis te leveren waar dat nodig zou zijn. Want ja, dit is een langlopend dossier en ik kan me echt voorstellen daar moet je even inkomen. Maar er is veel kennis bij ons, bij onze inwoners en iedereen is graag bereid om daar mee te helpen. We hadden op dinsdag commissie, later bleek dat er op maandag een mededeling vanwege de provincie is gedaan door de gedeputeerde. Waarin zij heeft gezegd, ik moet gewoon kijken naar dat plan, want ik loop tegen financiële problemen aan. En dat heeft ook te maken met juridische aspecten rond grondonteigening.
Behalve dat wij dit gelezen hebben, hebben wij dit uiteraard ook gecheckt en die mededeling is zo gedaan. Dat wisten wij in de commissie niet. De wethouder blijkbaar ook niet, maar het belangrijkste is dat die mededeling blijkbaar klopt. Dan zou je soms zeggen van, goh wat ontzettend vervelend dat er iets niet doorgaat. In dit geval is het tegendeel waar. Het is denk ik goed en ook een nieuwe lente, een nieuwe kans om te zeggen laten we dan met elkaar gaan kijken hoe we dit wel goed doen. En te komen tot een win winsituatie. Dus het gaat ons met zijn allen en nadrukkelijk niet om wie, wie geïnformeerd heeft en waarom iemand iets niet wist of wel wist, daar gaat het echt niet om. Er is een nieuwe gelegenheid die kan leiden tot een win winsituatie, met en natuurontwikkeling en woningbouw. En ik heb even expres er niet water tussen haakjes bijgezet, want dat leidt alleen maar af. Met het saneren van de belt waarbij saneren niet per definitie hetzelfde is als afgraven. Ik denk ook niet dat we hier met elkaar het plan moeten gaan invullen, want dan zou zouden dingen te veel door elkaar lopen. Vraag die we nu stellen is, college maak een standpunt voor de provincie, doe dat op schrift en stel de raad in kennis. We zullen deze, we hebben door deze motie raadsbreed ingediend. En het zou fijn zijn als we als er geen verdere vragen zijn ‘m ook snel kunnen afhandelen. Dank u wel.
De voorzitter: Dat is een oproep aan elkaar. Maar ik kijk even of andere nog iets willen toevoegen? Geen behoefte aan? Dan namens het college wethouder De Haan. De heer De Haan: Hartelijk dank voorzitter en ik wil u ook nu al dankzeggen voor de eenstemmigheid waarmee u deze motie voorlegt. Dus het college is daar eigenlijk zeer content mee. Dat betreft dan de eerste drie bullets van de motie en dat betreft dus de bullets prioriteit geven aan saneren van de belt, te komen tot een plan van natuurontwikkeling dat op draagvlak van omwonenden en de raad kan rekenen en ook drie daarbij nadrukkelijk de mogelijkheden en dus ook de onmogelijkheden voor woningbouw te betrekken. Waar het moeilijk wordt zijn de bullets vier, vijf en zes. Want zoals u weet en dat heb ik ook in de commissie aan u toegelicht is er een penvoerder op dit dossier en is er een regiehouder op dit, dat is de provincie Noord-Holland. U weet ook dat er nu op dit moment een ambitie document wordt gemaakt waarbij alle mensen, alle partijen al betrokken onder regie van de provincie bezig zijn precies die focuspunten aan te brengen van wat de provincie straks aan het eind van dit jaar kan besluiten over hoe er met de sanering van de belt kan worden omgegaan in financiële zin. De gemeente zit aan tafel, heb ik ook verteld, zoals ook alle belanghebbende aan tafel zit.