CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 11.07.2024

gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening37.239 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Vanwege de nieuwe realiteit roep ik het college echt op om vanuit dit nieuwe perspectief naar de Kadernota te kijken en een andere insteek bij de begroting te hebben. Ik maak mij bijzonder veel zorgen over dit college en deze coalitie en ik hoop dat het college mij vanavond iets van gevoel van vertrouwen richting de begroting kan geven, zodat de titel volgend jaar niet koersvast, maar volle kracht vooruit kan zijn. Tot zover, voorzitter. Voorzitter: Dank u wel, heer Goetheer. Dan zijn we daarmee aan het einde van de eerste termijn van de zijde van uw Raad. Hoewel niet allemaal expliciet ingediend, zijn ze wel impliciet ingediend, oftewel staan ze op de website inmiddels te lezen. En dan ga ik even heel kort met u doornemen welke amendementen en moties er voor liggen en dat zijn de moties en amendementen die zowel betrekking hebben op de Kadernota, Voorjaarsnota, als MJOP. En daarna gaan we naar een schorsing. Voor ons ligt in ieder geval en de mensen thuis kunnen hem op de website vinden, dat is amendement A-3-1 over de minimaregelingen. Amendement A-3-2, Mevrouw Kaper over het consultatiebureau in Kortenhoef. Ik heb motie M-3-1 Van Rijn, over realistische taakstelling Toeristen- en Forensenbelasting. Ik heb de motie Sportinvesteringsfonds M-3-2, ook van mevrouw Van Rijn.

Ik heb amendement A-4-1 meerjarenplan maatschappelijk vastgoed, dat ziet dus op het MJOP dat we ook vandaag behandelen van mevrouw Van Rijn. Ik heb motie M-5-1, heroverweging Mobiliteitsplan van mevrouw Van Rijn. Ik heb motie M-5-2m geen onnodige investering in tijd en geld op de Middenweg te Nederhorst Den berg van mevrouw Van Rijn. Ik heb motie M-5-3, geen verbreding Noordereinde van mevrouw Van Rijn. En dat zijn de moties en amendementen die ik nu heb. De enige motie die wel op het systeem staat, maar die is vreemd aan de orde van de dag, die gaat over voor de lokale democratie en de jeugd. Die behandelen we straks bij vreemd aan de orde van de dag. De heer De Kruijff: Voorzitter, even een vraag aan u. Volgens mij staat ons reglement van orde toe dat we in de loop van de vergadering nog steeds moties en amendementen kunnen indienen, toch? Voorzitter: Ja, feitelijk kunt u die ook in de tweede termijn, eigenlijk doorgaans, maar omdat we de traditie hebben dat we heel veel van tevoren ook rondsturen, dat mensen daarop kunnen reageren. En je ziet dat er heel veel al breed ondersteund worden. In de tweede termijn geef ik u alle ruimte om moties en amendementen in te trekken, om ze aan te houden, om te wijzigen of alsnog in te dienen. Dus die ruimte is er straks allemaal. Als we dat beetje ordentelijk en administratief goed kunnen verwerken. Ter plekke zou dat ook heel fijn zijn.

Dat alles gezegd hebbende, stel ik voor dat we nu naar een schorsing gaan van, ik kijk even naar de wethouder financiën, naar een schorsing van 30 minuten? We gaan een schorsing van 30 minuten. Daarna zullen we waarschijnlijk niet de hele tweede termijn kunnen afmaken natuurlijk of de eerste termijn van de zijde van het college kunnen afmaken voor het eten, maar zullen we kijken hoever we dan komen. Ik

schors de vergadering voor 30 minuten. Ik heropen de vergadering. Wij zijn aangekomen bij de eerste termijn van de zijde van het college. We hebben afgesproken dat de beantwoording vanuit het college plaatsvindt vanuit de wethouder financiën, de heer Zagt. Interrupties zijn toegestaan. Ik wil alleen een beroep op u doen, volgens mij, ik hoop dat het niet nodig is om het aantal te limiteren, maar de vraag is wel om het in beperkte mate te doen. Vooral ook rondom de teksten in moties en dergelijke. Dat ook, we hebben straks een ruime schorsing nog, om dan te kijken van wat gaan we met die motie doen, gehoord hebbende het college. Dus laten we niet op tekstuele, op punten komma's en bedoelingen van woorden in moties ingaan, want dan wordt het ook een hele lange zit. Dus echt de politieke vragen. En daarna heeft u nog alle ruimte om de moties en amendementen al dan niet aan te passen. Dat gezegd hebbende, gaan wij naar de eerste termijn. De heer Verheijen: Dan wil ik voordat ik het woord geef aan wethouder Zagt, op één punt zelf even reageren. Dat is meer een algemeen punt. En mede ook naar aanleiding van het betoog van de heer Goetheer, want hij ging heel specifiek in, een aantal van u ook, impliciet op het punt van harmonisatie. En hoe gaan we dat nou dadelijk doen? Gisteravond hebben we pas een besluit genomen.

Daar hebben wij voorafgaand ook natuurlijk nog geen stappen in genomen. We hebben in de Kadernota wel iets gezegd over die harmonisatie. En als dat niet helder is of niet helder, staat opgeschreven. Wij wachten in ieder geval natuurlijk zeker niet tot een 1 januari 2027 met harmoniseren of de twee jaar daarna, de ruimte die we nog hebben, maar gaan daar wel tijdig mee beginnen. Maar de oproep die hier staat, is dat we het vooral niet al in deze Kadernota hebben gedaan, omdat we nog niet wisten waar de keuze definitief op zou vallen, maar vooral ook dat we het planmatig willen gaan doen. Want die hele beleidsharmonisatie is wel een hele kluif. Soms is het vrij eenvoudig. Vergelijk je bedragen of iets dergelijks, maar soms zit het ook veel dieper in de systematiek. Zeker als het echt over beleidsissues gaat. Ook ruimtelijk bijvoorbeeld, dan zit het in hele uitgangspunten die je echt met elkaar moet vergelijken en bediscussiëren. Daarvoor is ook die termijn tot die herindeling en daarna ook beschikbaar. Maar vooral willen we het wel straks gestructureerd doen. Dus elk beeld dat we opschuiven dat is niet correct en we willen straks in het herindelingsontwerp willen we echt gewoon zeggen hoe we dat precies, net als bij personeel, hoe we dat gaan doen. Eén ding wil ik daarbij waarschuwen.

Het staat u als Raad vrij, u bent natuurlijk het hoogste orgaan, zo staat in de wet en u hebt natuurlijk budgetrecht, dus het staat u vrij om alvast te harmoniseren vooruitlopend op welk proces dat we in gang hebben gezet of welke planmatige aanpak. En u bent dat ook voornemens te doen met minimabeleid en het college heeft dat ook in de Commissievergadering al toegezegd. Dat gaan we doen. Dat is ook uitvoerbaar in de komende tijd, omdat reeds op te nemen de begroting 2025. Ik zie ook een aantal andere opmerkingen of moties voorbijkomen. En dan wil ik één generieke opmerking maken. Dat we even moeten oppassen dat we niet aan, ga ik een Engels woord gebruiken, Cherry picking, dat we niet nu eigenlijk dingen die ons op dit moment goed uitkomen of dingen die in Hilversum beter zijn geregeld dan hier of waar de vergoedingen hoger zijn, dat we die nu allemaal in sneltreinvaart de komende tijd gaan harmoniseren. Want als ze in Hilversum dat ook gaan doen, dan gaan we allebei helemaal naar boven. Zonder een fundamentele discussie van hoe moet dat beleid er nou uitzien? Dus dat is een hele algemene die ik u mee wil geven ter overweging en nogmaals, ik wil helemaal niets afdoen aan het minimabeleid, want dat is denk ik een zeer nobel doel, maar ook nog goed uitvoerbaar. Dus daar doe ik helemaal niets aan af. In algemene zin wilde ik dat heel even kwijt. Dat heel even vooraf.

Voorzitter: Ik zag, omdat ik hem natuurlijk expliciet noemde en hij het meest expliciet aangaf als zorgpunt, een interruptie van de heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Ik twijfel nu een beetje. Ik heb gevraagd om een toezegging dat dit college proactief op zoek gaat naar beleid- en samenwerkingsterreinen vooruitlopend op de fusie met Hilversum. Als ik uw reactie beluister dan vind ik uw reactie een beetje dubbel, omdat aan de ene kant zegt u,

laten we het niet doen aan de andere kant zegt u over het minimabeleid, het is een nobel doel en goed uitvoerbaar en dan kunnen we het dus wel doen. Dus dan beluister ik eigenlijk toch wel een dubbele maatstaf daarin. En die zie ik graag anders. En ik begrijp, we gaan niet kijken naar al het beleid en alle terreinen, maar sommige dingen waarin een evident voordeel is voor onze gemeente dan wel laten we zeggen voor onze inwoners, om daarin wel al de samenwerking nu meteen aan te gaan. Dan zou ik het echt een gemiste kans vinden als we dat niet zouden doen. Dus ik ben toch op zoek naar of de toezegging of dus dat ik dit moest concluderen als, deze toezegging gaat er niet komen, gaan we niet doen. De heer Verheijen: De toezegging gaan we niet doen, gaat er niet komen. Mijn oproep is, laten we nou in het herindelingsontwerp, bij die besluitvorming even vertellen hoe we dat gestructureerd gaan doen. Want het zijn heel veel beleidsterreinen en sommige zijn evident en eenvoudig. En nogmaals minimabeleid, dat hebben we gehoord en dat gaan we doen. Daar gaan wij niet voorliggen. En mijn oproep in het vervolg daarop is van wacht u even op dat herindelingsontwerp en dan gaan we het gestructureerd doen. Mocht er vooruitlopend daarop ergens zijn waar of het echt noodzakelijk even is, omdat wij bijvoorbeeld even niet kunnen invullen of mochten we nieuw beleid oppakken.

Ja, dan snap ik dat we dat niet helemaal apart gaan doen. Maar mijn vraag is, laten we het gestructureerd doen en laten we dat met elkaar vaststellen bij het herindelingsontwerp. Dat is dus mijn ding. En niet zeggen van waar het evident onze burgers nu ten goede komt, laten we dat al versneld doen. Dat is volgens mij niet een hele zinvolle manier om dit proces aan te pakken. Voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, in het verlengde daarvan, ook wij hebben gepleit voor zo snel mogelijk. Nu begrijp ik heel goed dat we niet alle dure dingen van Hilversum even snel er doorheen gaan jassen. Dus als uw toezegging daarop of uw gebrek aan niet toezegging daarop slaat, alle begrip en dat zou ook bestuurlijk niet fatsoenlijk zijn, maar ik kan me voorstellen dat ze in Hilversum bijvoorbeeld een regeling hebben, nou ik noem maar even het voorbeeld motie die het CDA heeft ingediend over de sport, wat eigenlijk niet zozeer geld kost, wat wel enorm helpt. Dan wil je ook niet zeggen: we doen daar niets mee, maar als het college dan zou zeggen: van we begrijpen het en we geven het een plek in het plan van aanpak. Ik kijk ondertussen naar mijn overbuurman. Zodat er wel een zekere prioritering inzit. Want waarom zouden we de dingen die wel kunnen en waar niet een enorme kostenplaat aanhangt, langer laten duren wat nodig is.

Daar gaan we in ieder geval het goede gesprek over met elkaar. Dat zou al helpen. Dus het is nu een beetje, de toezegging gaat er niet komen. En ik zou willen horen: we gaan niet opeens heel veel geld uitgeven, maar wat in goed overleg wel kan. En ik zie u eigenlijk ook denken dat u dat veel verstandiger vindt dan alleen maar nee zeggen. De heer Verheijen: Die toezegging gaat er niet komen. Dat heeft u goed begrepen. Even heel praktisch, want het gaat niet alleen over geld, het gaat ook over capaciteit. Hoe zet je dat zinvol in? En laten we het nou gestructureerd doen. Wat eigenlijk gewoon ook de basale dingen is. We hebben nu tot het herindelingsontwerp hebben we, als we straks allemaal met vakantie gaan, na de vakantie hebben we dan nog twee maanden om dat herindelingsontwerp vast te stellen. Daar willen wij ook naar u komen met hoe gaan we dat straks met personeel doen? Want die oproep van u heb ik ook goed gehoord, op welke datum, dat u zei zo snel mogelijk. En beleid willen we daar gewoon inderdaad met elkaar gewoon afspreken van hoe gaan we dat doen? Anders krijgen we het gewoon intern ook niet gesmurft. Daar kan ik ook gewoon helder in zijn. Natuurlijk ik begrijp alles. U bent het hoogste orgaan en u heeft het budgetrecht.

Dus als u vooruitlopend daarop zegt: omdat wij het belangrijk vinden, willen wij iets geregeld hebben, dat kan ik u nooit ontzeggen, maar hang het niet allemaal op aan die herindeling. Bijvoorbeeld minimabeleid zie ik nu gewoon dat u dat belangrijk vindt dat die minima hier erop vooruit gaan en dan ga je zeggen van: doe het nou meteen net

hetzelfde als Hilversum. Ik snap dat allemaal, gaan we ook gewoon doen. Maar ga het nou niet bij elk beleidsterrein de komende maanden ons uittesten, laten we het gestructureerd doen. Het herindelingsontwerp duurt niet meer zo heel lang. En dan hebben we dan een plan daarvoor en gewoon in die tussentijd krijgen we het gewoon ambtelijk ook niet geregeld om in een keer van allerlei beleidsterreinen dat te gaan doen. Dus dat is even mijn boodschap en mijn oproep. Voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik kan er helemaal mee leven, op de motie van het Sportfonds na uiteraard, maar dan gaan we het straks over hebben. Maar ik begrijp wel wat u zegt, maar u zegt tegen ons, wacht even. Dan zou ik aan het college willen vragen, wacht u dan ook even met het opstellen van een aantal nieuwe dingen. En dan neem ik even als voorbeeld het subsidiebeleid. Het college heeft gezegd met ingang van het Integraal beleidsplan, we gaan zo snel mogelijk een nieuw subsidiebeleid maken. Dat lijkt me nou echt onzinnig om dat als Wijdemeren alleen te gaan doen, doe dat soort dingen dan niet. Dus als we die toezegging hebben dat u ook even met een aantal dingen wacht twee maanden, als het betreft nieuwe regelingen, dan zullen wij netjes wachten op uw herindelingsontwerp. En dan hebben we volgens mij allemaal efficiënt personeelsgebruik.

De heer Verheijen: Dat zeg ik toe, met een hele kleine kanttekening, uiteindelijk moeten we natuurlijk wel ergens die taakstelling nog realiseren, maar het nieuw subsidiebeleid staat daar wellicht los van. Dus ik zeg toe dat wij niet met groot nieuw beleid. Hetzelfde geldt, dat zal ik ook maar meteen, met een grote Woonvisie. We kunnen nu met een grote Woonvisie komen in het najaar, lijkt me ook niet zinvol om daar nu met stoom en kokend water mee te komen. Wel dingen die nodig zijn om de woningbouw te versnellen of om projecten los te trekken als daar in het beleid zaken zijn, laten we dan even het beleid aanvullen of dat we met een aparte besluit- of beleidsregel komen, maar niet een heel Integraal woonbeleid nu apart gaan vaststellen, want dan ben je ook met heel veel werk en energie met zijn allen bezig. Dus ik heb die oproep goed gehoord en ik omarm die. Voorzitter: Iemand nog op dit punt? Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel. Ik vraag me wel af, in het najaar zullen wij natuurlijk als fracties ook weer met ideeën komen, met moties en amendementen. Is het mogelijk om ons vooraf te informeren van waar gaan we nou de komende tijd niet aan zitten en waar gaan we wel aan zitten? Dat kan natuurlijk een voorstel vanuit het college zijn, maar het kan ook vanuit het herindelingsontwerp komen, want dan weten wij ook een beetje.

Ik kan natuurlijk allerlei dingen leuk gaan bedenken, maar dat kost heel veel tijd en werk. Dus kunt u daar iets over zeggen? Komt daar aan de voorkant communicatie over? De heer Verheijen: Even kijken. Als ik nu even terugtel. Als wij in december het herindelingsontwerp gaan vaststellen, dan zitten wij daarover op 12 november in het college. Waarbij ook dus even een proces zit rondom, hoe gaan we om met die harmonisatie? Nou zit ik wel even te denken als u allemaal dingen in de begroting straks wil. Die moet natuurlijk voor 15 november bij onze vrienden in Haarlem zijn. Dus dat zit daar ongeveer, maar volgens mij begrijpen we allemaal elkaar goed. Die harmonisatie dat zijn soms ook hele grote robuuste dingen. Ik ga daar echt niet voorliggen als u zegt van ja, maar dit is handig dat we dat inderdaad meteen hetzelfde doen of zo. Gaan we allemaal niet voorliggen, maar gewoon het heeft geen zin om daar Cherry picking te doen. Niet ongestructureerd en niet voortdurend kijken van wat komt ons goed ui van Hilversum? Dus niet voortdurend aan die herindeling ophangen. En verder treed ik niet in uw beleidsvrijheid. Laten we elkaar zo een klein beetje begrijpen. Ik kan het nu even niet dichttimmeren. Want gisteren was het

besluit. We gaan nu het plan van aanpak volgende week vaststellen. Maar uiteindelijk gaan we dan kijken van hoe gaan we die harmonisatie aanpakken? Dus ik kan niet toezeggen dat we daar in september al mee komen. Dat op dit punt. Voorzitter: Dan geef ik nu voor de eerste termijn verder van het college het woord aan de heer Zagt. De heer Zagt: Dank u wel, voorzitter. Ik zal er maar gelijk openhartig over zijn. De beschouwingen doen wel pijn. U ziet dat aan mijn gezicht. Dat is niet alleen van de dag van vandaag, maar er is door het college knetterhard gewerkt, maandenlang. We hebben als college gedaan wat we konden en dan doet het pijn om sommige dingen te horen. En ik ben blij dat u in grote getalen uitdrukt dat u klaarstaat om zelf te gaan ervaren hoe heftig de klus is, waar wij niet voor weggelopen zijn en die ook nog niet af is en waar we allemaal voorstaan. Mevrouw Kapers zei daar mooie dingen over. Het werken aan de basis op orde gaat wat de ChristenUnie betreft nog wel even door. Dank u wel. Er zijn weinig vragen gesteld, voorzitter. Ik ga die vragen die gesteld zijn langs. Dan begin bij mevrouw Van Rijn. De vraag van haar ging over het stoppen met het schetsontwerp van het Noordereinde Noord. Een duidelijk signaal met de motie waar ik straks opkom die daarvoor ligt, g3eft u een nuancering aan een eerder genomen raadsbesluit, een democratisch besluit op dat gebied.

En wij zullen dat dan ook ter harte nemen. Dan heeft de heer De Kruijff van de VVD een opmerking gemaakt over de ozb, met name ozb 2026. Ik wil u in herinnering roepen dat u in een redelijk grote meerderheid een financieel herstelplan heeft vastgesteld. Het college handelt volgens die kaders. En u weet, dat staat ook in de stukken dat de opdracht de taakstelling wat er allemaal nog gerealiseerd moet worden in dat financiële plan, een meerjarig plan, dat die stevig is. En ik kan dan ook alleen maar toezeggen op dit gebied, net zoals ik dat toegezegd heb in november 2023, dat over een jaar dus bij leven en welzijn in 2025 wij opnieuw zullen kijken naar 2026 of we daar iets kunnen met de voorgenomen taakstellingen. Daar gaan we ons nu echt niet over uitspreken. Ook niet over die taakstelling op ozb, als je het een taakstelling wil noemen. Het college ervaart die zeker ook zo. Maar stap voor stap willen wij kijken op basis van de feiten die dan op tafel liggen. Dan een vraag. Voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht, ik wacht even af tot de heer Zagt zijn blokje heeft kunnen afmaken richting de heer De Kruijff, maar ik had mijn interruptie bedoeld op het antwoord van het Noordereinde.

Ik heb daar natuurlijk inderdaad een reactie gevraagd van het college op het abonnement, maar ik heb specifiek gevraagd, ik heb aangegeven voorzitter: ongelooflijk dat de wethouder eerder zegt dat het CDA dit project van de baan is en dat een foutje achter de schermen en dat er toch aan doorgewerkt wordt. En mijn drie vragen waren: Hoe kan dit? Wist de wethouder dit echt niet? Denkt u dat dit plan haalbaar is en wat denkt u dat deze onzin gaat kosten? Dat heb ik gevraagd en daar zou ik graag specifiek een antwoord op willen. Voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Het makkelijke antwoord is en daar wil ik niet mee wegkomen, dat ik echt niet paraat heb wat ik toen concreet heb gezegd. Ik weet wel en dat is een persoonlijke mening, als ik die me mag permitteren als lid van het college, dat ik verbreding van de weg van het Noordereinde, moet ik een heel mooi woord bedenken. Niet gepast vind, laat ik het netjes uitdrukken. Verbreding van het fietspad heb ik altijd gezien als volgens mij al in 2020, 2021 vastgestelde regionale fietsrouteplan. Ik dacht ook niet dat daar de grootste problemen bij lagen, maar nu ik ook in de volgens mij de ambtelijke reactie op de moties en amendementen heb gezien, dat

ook de weg verbreed zou worden, vind ik daar zelf ook wel wat van. Dus kan ik me heel goed die motie of amendement, ik denk dat het een motie is, voorstellen. Voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, laatste op dit onderwerp. Het is me toch niet duidelijk, want mijn antwoord was wist de wethouder dat hier een offerte voor werd opgevraagd? Want in het ambtelijk antwoord staat dat er een offertes op gevraagd om schetsontwerpen te maken voor het verbreden van de weg en het fietspad. En is meerdere keren aangegeven dat het niet de bedoeling was. En wij vragen ons af hoe het kan, dat er dan toch schetsontwerpen en een offerte wordt gevraagd bij een bureau. Hoe werkt dat hier? En wij hadden gevraagd of u echt denkt dat dit een haalbaar plan is of u daar zelf van overtuigd bent. En voor de rest dank dat u deze plannen gaat schrappen. Dank u wel, wethouder. Voorzitter: De wethouder. De heer Zagt: Of dit een haalbaar plan is, ik heb daar geen mening over. Ik voer uit wat door een meerderheid van de Raad is vastgesteld. U heeft daar inderdaad de afgelopen tijden meerdere signalen over gegeven, maar dat betekent nog niet dat de meerderheid van de Raad daar precies hetzelfde over denkt. En dat adresseert u vandaag stevig met de motie. Dan ga ik toch naar de ChristenUnie.

Voorzitter: Mevrouw Van Rijn, ik vrees dat u aan gaat geven dat u geen antwoord hebt gekregen op de eerste vraag over de offerte. De heer Zagt: Er is een ingenieursbureau een offerte gevraagd voor allerlei klussen op het gebied van mobiliteit, wegen, openbare ruimte, Middenweg. Nou, allemaal projecten waar uitwerking plaats moet vinden. Dat heeft nog niets te maken met een groot krediet. Dat heeft te maken met uitwerking van verdere plannen die voorgenomen zijn. Voorzitter: Gaat u verder. De heer Zagt: De ChristenUnie over het Integraal beleidskader sociaal domein. De samenwerking met Hilversum die zal daarbij helpen verwachten wij, maar dat Integraal beleidskader sociaal domein dat is natuurlijk vooral een uitwerking van landelijke ontwikkelingen. Je ziet dat overal. Ik ben absoluut geen deskundig op dit gebied. Dat weet u allemaal. Het is momenteel dan wel een deel van mijn portefeuille, maar ik heb wel begrepen van de collega portefeuillehouder in Hilversum dat daar vergelijkbare maatregelen, beheersmaatregelen en dergelijke ook het licht hebben gezien en volgens mij ook vastgesteld zijn. Het harmoniseren van de minimaregelingen kwam ook in een aantal bijdragen ter spraken. Het college steunt hier op de volledige gemeenteraad. En andersom natuurlijk ook. Ik vond dat zeer prettig hoe dat vorige week woensdagavond in de Commissie in interactie met elkaar ging.

En nog een keer een persoonlijke opmerking. Volgens mij heb ik vanaf het begin van deze bestuursperiode geprobeerd om collectief samen te werken en niet zo als oppositie en coalitie. Ik heb daar vorige week het nodig over gezegd, hoe we hier als college mee om willen gaan. En ik zal straks, als we het amendement nog een keertje nalopen, daar reactie op geven. Voorzitter: Mevrouw Wind, op dit punt. Mevrouw Wind: Ik zeg het toch eerst even. Volgens mij herhaalt u de toezegging dat het college dit gaat uitvoeren en het benodigde bedrag met een indicatie van 2 ton in de begroting opneemt. En ik denk dat wij

dan kunnen zeggen: heel fijn dat het zo gaat. Vooral hartelijk dank voor de inhoud en trekken we het amendement in. Voorzitter: Dank u wel. Het college heeft toegezegd om het bedrag op te nemen in de begroting en het minimabeleid te harmoniseren per 1 januari 2025. Daarmee is het amendement A-3- Wind ingetrokken. Wethouder, gaat u verder. Mevrouw Wind: De tekst moet dan nog even aan gisteravond geactualiseerd worden, omdat het nu Hilversum is. Voorzitter: De toezegging is dat we hem in Hilversum gaan dingen en niet een van de 341 andere gemeenten. Wethouder. De heer Zagt: Dat is prima. Dan kan ik deze alvast omslaan. Ik denk: ik kom er nog op, maar die is al afgerond. Het laatste, denk ik, algemeen punt alvorens ik dan naar de resterende moties en amendementen ga, is op de vraag van de heer Goetheer. Ik zeg daar wel bij: ondanks de minder vlijende woorden die mij en het college echt pijn doen, zullen we de 75.000 euro die op begrotingsbasis 2024 is verwerkt in het GAD-tarief, ook direct verrekenen in een tarief 2025. Dus bij eerste gelegenheid. Dan ga ik naar het amendement A-3-2 voorzitter, dat is het amendement Wie zoekt zal vinden. Toen ik dat zou zag, dacht ik al gelijk aan de titel ja, dat kan niet anders dan de ChristenUnie. Wie klopt, zal opengedaan worden. Wie bidt, zal gegeven worden. Mevrouw Kaper, u kent dat.

Maar desalniettemin, wij hebben kortgeleden een Raadsinformatie brief gestuurd, na een uitgebreide verkenning en wij ontraden als college dit amendement. Ik heb begrepen dat ook uit contacten met de huisarts de behoefte hiervan ook zeer betwijfeld wordt. Voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel. Nou, dat is teleurstellend, mijnheer Zagt en ik zou daar toch nog wel iets meer woorden over willen horen wat dan precies de reden is of komt u daar straks nog op terug of is dit ook meteen uw toelichting? Voorzitter: De heer Zagt. De heer Zagt: Ik heb meegekregen dat ik korter moet zijn. En dat probeer ik. Nou, er is volgens mij geen voetbalwedstrijd vanavond. We hebben een uitgebreide RIB gestuurd. Met mijn antwoord zult u het toch moeten doen. Ga ik naar de motie M-3-1. Voorzitter: Mevrouw Kaper is nog niet helemaal tevreden. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: De RIB was inderdaad heel prettig. Dus ook dank daarvoor. Er stond heel uitgebreid toegelicht welke locaties er onderzocht zijn, welke locaties er mogelijk wel of niet geschikt zouden zijn. Maar wat wij natuurlijk ook in het amendement vragen, is om een structureel bedrag op te nemen voor het consultatiebureau en alsnog door te gaan met de zoektocht. Ik begreep dat de RIB ook een soort tussentijdse uitleg was van nou, dit hebben we gedaan. Dit is de stand van zaken.

Als ChristenUnie en ook de medeindieners zijn toch van mening dat we dat door moeten zetten, dat het nog niet voldoende is. Dus we willen eigenlijk doorzoeken totdat het gevonden is. En dat meenemen in de begroting lijkt voor ons ook essentieel, om ook voor de lange termijn te borgen dat het mogelijk is. Dus daar zou ik de wethouder toch nog graag over willen horen. Het is niet alleen de uitkomst van de zoektocht tot nu toe, maar ook: ga verder in gesprek, ga

verder kijken en neem de opties mee die we als voorbeeld hebben gegeven, maar dus ook de financiën erbij. Want anders dan gaat het straks in de vergetelheid raken en dat willen wij niet. Voorzitter: De wethouder. De heer Zagt: In de vergetelheid raakt het niet. Volgens mij stond ook in de RIB dat de zoektocht, dat het hier niet volledig mee klaar is. Er komt eind van dit jaar nog een Visie maatschappelijk vastgoed, een Integrale visie waarin ook heel goed gekeken gaat worden naar combinatiemogelijkheden van bestaande gebouwen of wat er eventueel moet komen bij een nieuw IKC. Ik weet dat het allemaal misschien dan wel wat langer duurt, maar aan de andere kant, het college heeft vooral op brede wens van uw Raad het amendement of de minimaregelingen omarmt. We zijn nog niet zover dat we ons heel veel luxe kunnen permitteren. Luxe is niet het juiste woord. Ik corrigeer me direct, maar gelet op wat ik eerder zei over het financieel herstelplan, de taakstelling, alles wat op ons afkomt, moeten we nog steeds wel behoorlijk scherpe, lastige en soms moeilijke keuzes maken. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dank u wel. Wat ik een beetje lastig vind aan dit onderwerp, net als dat ChristenUnie vindt, vindt het CDA ook al heel lang dat dit gewoon een basisvoorziening is die dicht bij mensen moet staan. En dat het rechtvaardigt om in Kortenhoef.

Zo is hij ook ooit gesloten. Door coronatijd niet meer veilig, geen ventilatie. En we gingen iets anders zoeken. Wat ik lastig vind aan de beantwoording van de wethouders is dat die aan de ene kant zegt: dat was een tussentijdse rapportage, we gaan nog verder zoeken. En aan de andere kant zegt: maar we kunnen ons ook niet al te veel permitteren. Dus voor mij rijmt dat niet met elkaar. Als je verder gaat zoeken dan heb je de intentie om ook iets te vinden en dan zul je daar ook geld voor op moeten nemen. En anders zou het antwoord moeten zijn: beste Raad, het college vindt het niet nodig. Wij zoeken niet verder. Want ik wil de heer Zagt ook een zoektocht besparen zonder dat er daarna middelen voor zijn. Dus of u neemt er middelen voor op. Dus dat zou ik nog wel graag willen weten van het college. Voorzitter: Dus inderdaad de vraag is alleen een praktisch punt van we kunnen geen locatie vinden of zitten we ook gewoon als college, is daar ook gewoon echt een andere visie van dat wij dit niet wenselijk vinden? Dat kan ook een politieke weging. natuurlijk zijn. De heer Zagt. De heer Zagt: Niet wenselijk vinden, is misschien zwaar. Op het gebied van keuzes maken denken we dat dit niet eerste prioriteit zou hoeven hebben. Het gaat ook niet direct om extra geld. Volgens mij hebben wij gezegd, ook in die Raadsinformatie brief: het houdt hier niet mee op.

Wij hebben nogal het een en ander aan vastgoed. We werken aan een Visie op dat maatschappelijk vastgoed. Dus wellicht zijn er combinatiemogelijkheden. Dus wij vragen toch op dat gebied nog enig geduld. Voorzitter: Dank. Mevrouw Kaper tenslotte op dit punt. Mevrouw Kaper: Ik ben heel blij te horen hoor, dat de wethouder zegt van wij gaan die zoektocht echt vervolgen. Dus dat stelt mij ook echt gerust dat er echt verder gekeken gaat worden dan nu is gebeurd. Maar dan nog sluit ik ook aan bij mevrouw Van Rijn. Het zou toch erg zonde zijn als we straks een locatie vinden en dat we daar de kosten gewoon niet gereserveerd voor hebben. En dat u dan bij ons terugkomt en zegt: we hebben echt een fantastische locatie gevonden, maar helaas we hebben de middelen er niet voor. Dus volgens mij zijn we het ook best met elkaar eens en is in ieder geval ons verzoek aan de wethouder: reserveer dit nu alvast en mocht u inderdaad een locatie vinden, dan zijn we voorbereid. Dus tot slot.

Voorzitter: Dank, wethouder. De heer Zagt: Voorzitter, ik zou die dan namens het college om willen draaien. We kunnen middelen reserveren met de onzekerheid of die wel of niet benut kan worden. Laten we zo afspreken, dat als wij tot iets komen en we hebben middelen nodig, dat we ons als eerste melden bij de Gemeenteraad en dan is het aan u om daar fiat op te geven. Voorzitter: Dank u wel. Volgens mij is het advies vanuit het college op deze motie helder. Gaat u verder. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dit alles afwegende ook, de toezegging. Als er een locatie gevonden wordt, dan zullen wij een voorstel doen voor de middelen om het dus ook mogelijk te maken. Denk ik dat wij hem kunnen intrekken. Voorzitter: Dank u wel. Daarmee is motie M-3-2 Kaper ingetrokken. Wethouder, gaat u verder. De heer Zagt: Kom ik bij de motie M-3-1 over de realistische taakstelling Toeristen- en Forensenbelasting. Even in algemene zin een paar opmerkingen. Het begint met de constatering dat de relatie met de recreatieondernemers nog altijd niet voldoende hersteld is. Via de portefeuillehouder in ons college bereiken mij andere signalen. Ik heb begrepen dat er zelfs aanstaande maandag weer overleg is en er zijn inmiddels ook vele overleggen geweest na de instelling van de adviescommissie, heet die geloof ik. Dat ook wij hechten aan een goede relatie met de ondernemers en haalbare plannen.

Wij worden verzocht als college om op korte termijn weer met ondernemers in gesprek te gaan. Dat doen we aanstaande maandag al. Sneller kan het bijna niet. En om te komen tot een realistische taakstelling en plannen, dat is nou net, hoe noem je dat? Help me even mee, voorzitter. De crux, heel goed. Dat is nou net de crux. Wij hebben natuurlijk een taakstelling met elkaar, ook over 2024 nog een taakstelling te gaan. U bent ook kortgeleden via een Raadsinformatiebrief geïnformeerd over het proces wat nu gelopen wordt met het bureau, wat nogmaals weer een keer na twee jaar naar de volledigheid van de inning kijkt. Nou, daar zijn echt nog kansen, hebben wij begrepen. Maar ook naar heffing of belastingen die we niet hebben. Ik denk niet zozeer direct aan betaald parkeren, voordat iedereen daar weer over begint. Maar er zijn ook andere mogelijkheden. En ik zou zeggen: wacht dat nou even af en u kunt dan als wij richting de begroting met concretere voorstellen komen, dat afwegen. Het college vindt deze motie overbodig. Wij doen dit gewoon wat hier staat, dat is de dagelijkse praktijk. Voorzitter: Ik zal al te kijken. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Mooi om te horen dat er overleg is. De wethouder geeft aan of de portefeuillehouder geeft aan van mij bereiken andere berichten, want we hebben maandag een overleg.

Ik wil de wethouder alleen meegeven dat het hebben van een overleg niet per se betekent dat de relatie goed is. We hebben ook gezien, de brieven die binnenkomen en er zijn gewoon hele andere ideeën. We hebben afgelopen weken weer veel gesproken met ondernemers. Ze zijn bereid om het college te helpen, maar verwachten dan ook een plus in de recreatiesector en verwachten niet dat er een bureau komt dat veel te duur en allerlei ideeën over ze uitspuit. Dus dat is het idee van dit overleg. Het loopt nog niet soepel. Gaat u alstublieft en komt dan met gedragen plannen terug. Zodat we niet steeds in die tweestrijd blijven. En dat is eigenlijk de vraag, of u daartoe bereid bent. Voorzitter: De wethouder.

De heer Zagt: Ja, daar zijn wij zeker toe bereid. De gedragenheid van de plannen mag u op dat moment afwegen. Voorzitter: De heer De Kruijff. De heer de Kruijff: Dank u wel. Ik heb hier toch wel even een vraag over, want ik hoor de wethouder nu zeggen op het antwoord van mevrouw Van Rijn … Hij zie in zijn betoog: wij doen eigenlijk gewoon wat hier staat. Mevrouw Van Rijn vraagt: ga in gesprek, maar dat betekent niet ook dat ze altijd op draagvlak kunnen rekenen en kom dan met een voorstel terug. Ik hoor de wethouder daar antwoord op geven. Kom met gedragen plannen terug. Dat zullen wij doen en dan kunt u dan kunt u afwegen of daar vanuit de Raad behoefte aan is. Maar ik vind dan toch, ik stel dan toch even de vraag hoe dat verhoudt met het antwoord van de wethouder op die ozb-verhoging. Want ik hoor de wethouder dan zeggen: neem alles stap voor stap. We hebben taakstellingen, hebben we opgenomen in het Financieel herstelplan. Dat geldt ook voor Toeristen- en Forensenbelasting. In deze motie staat natuurlijk wel: realistische plannen, maar wat hier eigenlijk mee bedoeld wordt, is als uiteindelijk blijkt dat vanuit de sector een verlaging nodig is, dat betekent een extra gat in de begroting en dan moet hij opgevuld worden. En ik hoor de wethouder daar nu best wel makkelijk op reageren. Maar datzelfde geldt dan ook voor het schrappen van die extra verhoging van de ozb voor 2026.

Dus hoe verhoudt het antwoord van de wethouder op mijn vraag over die ozb, op de reactie nu op deze motie over de taakstelling voor de Toeristen- en Forensenbelasting? Voorzitter: De wethouder. De heer Zagt: Die verhoudt zich precies hetzelfde. Namelijk dat de constatering van het college is dat de tarieven die zijn vastgesteld op het gebied van Toeristen- en Forensenbelasting, dat die zich goed verhouden tot de praktijk, de brede praktijk op dit gebied in Nederland. Dat wij waarde hechten aan de volledigheid van de inning en dat wij goed in beeld willen hebben wat andere gemeenten, met een vergelijkbaar recreatief profiel op dit gebied, en die daarvoor op dat gebied ook heel veel te onderhouden hebben, net zoals de gemeente Wijdemeren dat heeft, wat die daar voor mogelijkheden bij betrekt. En als ze dat plaatje compleet hebben, dan is het oordeel aan ook aan u om daar een mening over te hebben. Voorzitter: Dank u wel. Dan nog even voor die motie M-3-1, wat is dan de appreciatie vanuit de zijde van het college? De heer Zagt: Volgens mij heb ik dat gezegd: dat hij overbodig is. Voorzitter: Helder. Gaat u verder. De heer Zagt: Motie M-3-2, over het Sportinvesteringsfonds. Misschien is dat een van de onderwerpen waar u voorzitter in de termijn na de schorsing ook iets over heeft gezegd in algemene zin.

Wij begrijpen als college deze wens zeker wel, maar als ik kijk naar wat er moet gebeuren, wat er in ieder geval moet gebeuren, waar we inmiddels bij het eerste amendement ook een toezegging over hebben gedaan op het gebied van minimaregelingen, om dat voor 1 januari 2025 allemaal te realiseren in financiële zin. Met de bedragen, maar ook in verordeningen, in beleidsregels die door het college vastgesteld moeten worden. Dat wij ook nog de uitwerking van Integraal beleidskader sociaal domein door moeten voeren. Dan gaat ons dit niet lukken. Wat stond er ook alweer in? Waarschijnlijk op de achterkant. Voor de Begrotingsraad van november 2024. Dat gaat dat gaat echt niet lukken. We kunnen geen ijzer met handen breken. Eventueel is een bereidheid, sorry. Niet eventueel, er is bereidheid om dit in 2025 op te pakken. Gewoon gedegen. Wellicht ook in interactie met

Hilversum, in het kader van proces zoals de voorzitter van uw Raad dat net heeft geschetst en daar dan het goede mee te doen. Dus als we hem zodanig mogen interpreteren, dan kunnen we daarmee leven. En als die strikt gehandhaafd wordt qua dictum, zoals die nu beschreven is, dan moeten wij hem ontraden. Voorzitter: Dank u. U wil de strekking van de motie dus overnemen. Alleen het tijdpad is te ambitieus. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: U vat het perfect samen. Als het antwoord daar ja op is, maar ik zou eerst een glaasje water nemen, dan is dat voor ons in ieder geval verduidelijkend, want dat was mijn vraag. Het zit hem een puur in de tijdsfasering en de capaciteit, als ik het goed begrijp? Voorzitter: Wethouder. De heer Zagt: Ja. Voorzitter: Dank. Dan kijk ik verder rond. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Wind: Voorzitter, het bevalt me wel uitstekend hoor, een wethouder die zo kort van stof is. Gaat hartstikke goed. Voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is dat ook precies wat de motie vraagt, om een onderzoek te doen en de resultaten daarvan neer te leggen. Dus volgens mij is dat geen probleem, welke termijn. Ik zou hem wel graag willen indienen, omdat ik het wel belangrijk vind. Het is geen Cherry picking, zoals de burgemeester zegt, maar een wens die al heel lang loopt.

En die eigenlijk het huidige college gelijk zou overnemen, maar tot op heden is er nog geen regeling voor accommodatiebeleid. Verenigingen staan echt te springen. Dus als we daarvan maken, weet ik veel, eerste kwartaal 2025. Kunt u daar dan mee leven? Het gaat alleen om het onderzoek of het kan. Ik heb u dan nog niet gevraagd of u het ook in wil voeren. Voorzitter: Wethouder. De heer Zagt: Laten we het nou niet helemaal dichttimmeren op een maand of op een dag. Wij gaan dit gewoon doen in 2025 in het kader van zaken die we gaan harmoniseren met de gemeente Hilversum. En dan krijgt u natuurlijk, zoals de burgemeester al iets van heeft gezegd, een overzicht van wat pakken we op? Wat heeft prioriteit? We kunnen niet alles tegelijk. Bovendien heeft de portefeuillehouder toegezegd dat we Q4 nog met iets komen heeft eventueel nog op het gebied van dit ook, eventueel met een garantieregeling voor verenigingen. Want we snappen ook wel dat de tijd tikt door. U refereert aan dit college, maar ook in de vorige bestuursperiode zou het accommodatiebeleid al twee of drie jaar geactualiseerd zijn. Dus het duurt gewoon veel te lang in algemene zin voor de sector. En dat vinden we allemaal. Daar willen we graag wat mee, maar we kunnen niet alles tegelijk. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Dat ben ik helemaal eens met de heer Zagt.

En dat accommodatiebeleid lag bijna klaar om naar de Raad te gaan en toen was er helaas een wisseling. Dus dat geeft verder niet. Maar als u zegt: we komen in Q4 met iets van een garantstelling. Daar gaat dit om. Ik weet niet of u het Sportfonds bekeken heeft. Het gaat er ons niet om dat u geld gaat uitgeven aan

accommodatiebeleid voor verenigingen. Dit gaat erover dat wij garant staan of de gemeente garant staan en dat het Sportfonds die leningen aantrekt. Dus als u dat in Q4 gaat doen, dan is het eigenlijk gewoon de uitvoering van de motie. Dus daar ben ik dan wel even benieuwd naar. De heer Zagt: U zult begrijpen dat wij als college en zeker deze wethouder, niet de ins en outs kennen van hoe dat Sportinvesteringsfonds in Hilversum in elkaar zit. U heeft zich daar wellicht en dat waardeer ik, wat meer in verdiept. Als het zo simpel is, dan zou ik bijna zeggen: is een en een twee. Dan hebben we een meevaller. Al is die dan niet in financiële zin, maar dan kunnen we het sneller realiseren. Normaal gesproken willen wij hier graag mee aan de slag, maar zien we dit als een opdracht voor in 2025. Lukt ons dit om hier eerder een klap op te geven, dan zijn we daar allemaal blij mee. Voorzitter: Dank. Mevrouw Van Rijn, tenslotte. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dan heb ik een voorstel, dan gaan we daar vanuit dat deze toezegging staat. Dat dat de organisatie kijkt of dit inderdaad een en een twee is en makkelijk kan. Als dat kan, dat u dan voor de begroting komt en dan we anders gewoon even een berichtje krijgen van we stellen het uit tot 2025. Dan zijn wij in principe tevreden. Ik kijk even naar de rest. Zo makkelijk gaat dat. Weer een ingetrokken, voorzitter.

Voorzitter: Ik kijk even of de wethouder nou goed begrijpt wat nou de vraag is. De heer Zagt: Ik begrijp wat de vraag is en ik begrijp ook wat het antwoord van mevrouw Van Rijn was. Voorzitter: Dan is dat een toezegging. De heer Zagt: Ik heb de neiging om te vragen: begrijpt u het? Voorzitter: Ja. Anders luisteren we het na. Daarmee is de motie ingetrokken met deze toezegging. Wij gaan er ook gezien natuurlijk de vele handtekening daaronder, natuurlijk serieus mee aan de slag en straks ook in de prioriteitstelling van wat gaan we snel oppakken in die harmonisatie, weten we wat u belangrijk vindt. Dus daarmee is motie M-3-2 Van Rijn ingetrokken. Wethouder, gaat u verder. De heer Zagt: Dan gaan we proberen om er nog een. Ik heb het weleens anders meegemaakt. M-5-1 heb ik dan volgens mij, voorzitter. Die gaat over de heroverweging van het Mobiliteitsplan. Nou, die verbaast het college totaal niet. We begrijpen de behoefte. Wij willen daar ook zeker aan tegemoetkomen. Wat het college betreft, zetten wij die op de lange termijnagenda en dan is het aan de eerstvolgende Agendacommissie wanneer deze in de commissie wilt hebben. Dus ik kan hem ook intrekken. Voorzitter: Dank u wel. Inderdaad, het dictum is iets om te agenderen aan het college, maar de college agendeert niet in uw Raadscommissies, maar wij bieden natuurlijk wel eventueel onderleggers aan.

Ik kijk even of dit leidt tot opmerkingen. De heer de Kruijff. De heer de Kruijff: Ik wil niet het gras voor de voeten van mevrouw Van Rijn, want mevrouw Van Rijn heeft deze … Mevrouw Van Rijn: Zij heeft zoveel gras voor haar voeten, dat ze graag wat afstaat, denk ik. De heer de Kruijff: Mevrouw Van Rijn heeft deze motie natuurlijk opgesteld. De wethouders zegt terecht dat het het college niet verbaast dat deze motie nu wordt ingediend. Wij zijn nog steeds voornemens om te

steunen, tenzij die wordt ingetrokken. Alleen het vraagt nogal wat. Het vraagt ook naar de actuele planning en de inzichten. En mijn vraag even aan de wethouder is: volgens mij is het dan toch echt aan het college om een voorstel te sturen naar de Raad. En dan is het uiteindelijk aan de Agendacommissie om hem te agenderen. Dat klopt, maar volgens mij is het wel belangrijk, ook belangrijk voor behandeling van de begroting, dat wij voorafgaand aan de begroting die informatie krijgen. Dus mijn vraag aan de wethouder is: kan het college tegemoetkomen aan de wens van de Gemeenteraad als die straks wordt aangenomen, dat ze een voorbehandeling van de begroting met die actuele planning en de nieuwe inzichten komen, zodat de gemeenteraad ook een goede afweging kan maken straks bij de behandeling van de begroting? Dat is toch wel van essentieel belang. En ik zie mevrouw Van Rijn knikken, dus dan heb ik waarschijnlijk gelijk. Voorzitter: Dat is helder. Dan draagt u dus het college niet op om te agenderen, maar in ieder geval de stukken die voor de agendering nodig zijn om die aan te leveren. Tijdig aan de Raad. Ten behoeve van de ... Ik dacht: ik schors even een minuut, want dan kunnen we hem misschien meteen behandelen. Maar de wethouder is terug. De wethouder.

De heer Zagt: Voorzitter, ik moest even ruggespraak houden met hoe vat je dit nou aan? Kijk, wij kunnen de meest actuele planning en inzichten agenderen voor de Raadscommissie, maar u wilt daar vervolgens wat mee. En in de volgorde der dingen, daar zat even de ingewikkeldheid, omdat ik nu ook hoorde voor de begroting, dat impliceert dan volgens mij, als je verder denkt, ook dat er gevolgen voor de begroting aanzitten. Nou, dat is logisch. Dat begrijpen wij ook en daar zat even mijn gedachte van ja, hoe kun je dat op een gegeven moment rijmen met elkaar? Omdat er natuurlijk ook aan de begroting wordt natuurlijk nu al gewerkt. Dus ik kan niet garanderen dat wij dan een eventuele nieuwe prioritering of schrappen of toevoegen, dat soort dingen, ook een-op-een gelijk in de begroting kunnen verwerken. Dat zal dan vermoedelijk bij amendement bijgesteld moeten gaan worden. Voorzitter: Maar de vraag is eigenlijk: die agendering lukt dat nog voor de behandeling van de begroting? Want dan kan de Raad vervolgens kijken van kunnen we daar in begrotingstermen iets mee doen. Dus of die agendering van de actuele planning of dat lukt voor een Raadscommissie voor de begroting? De heer Zagt: Wij hebben twee cycli voor de begrotingsbehandeling neem ik aan? September en oktober. Voorzitter: En dan de begrotingscyclus zelf natuurlijk nog. Waar ook een Commissievergadering voor is.

De heer Zagt: Mag ik nog even ruggespraak houden? Voorzitter: Zeker. Laten we dat ook even ordentelijk doen, want dan hebben we meteen de goede dingen. Ik schors de vergadering voor een minuut. Ik heropen de vergadering. En ik geef het woord aan de wethouder, voor het finale oordeel over wanneer het in de Raadscommissie kan. De heer Zagt: Nou, met permissie van de griffie heb ik begrepen dat er 3 oktober en 24 oktober de reguliere raadsvergaderingen zijn. Dus de september Raad is op 3 oktober. En wij zouden dan willen koersen op de Raad van 24 oktober en die Commissiebehandeling die daaraan voorafgaat. Voorzitter: Ik kijk naar mevrouw Van Rijn. Volgens mij, wij kunnen dus de actuele planning kan het college aanleveren. De intenties worden gedeeld. Mevrouw Van Rijn.

Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, helemaal prima, mooi, 24 oktober. Wij laten de motie gewoon staan en dan kunnen we met zijn allen even bekrachtigen dat we dat Mobiliteitsplan graag willen herijken. Dus helemaal goed, maar we dienen hem wel in. Voorzitter: Dank u wel. En als u het dictum dan dadelijk inderdaad even precies aanpast, dat het college niets agendeert. Dan is dat, daar hebben we dadelijk de schorsing ook voor. De heer Zagt, gaat u verder. De heer Zagt: Dan hebben we de motie M-5-2. Die gaat over de Middenweg. Ik kan weer een toezegging doen. Deze gevoelens, die zijn ons natuurlijk ook niet vreemd. Kijk naar de bewonersavond en kijk naar de bijeenkomst die we hier hebben gehad. De beeldvormende sessie. Kijk naar de talloze brieven en e-mails die binnengekomen zijn. Wij nemen deze gevoelens, verwoord in deze motie, mee richting de Uitgangspuntennotitie die u is toegezegd en die u na het zomerreces in uw Raad ter besluitvorming krijgt. Voorzitter: Dank u wel. Ik beluister dat dan als een oordeel Raad, omdat we het eigenlijk ermee eens zijn en dan kan de Raad kijken van of ze hem intrekken of anderszins, maar in ieder geval de strekking zijn we het eens. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, hartelijk dank. Volgens mij gaat de motie wel iets verder.

Wij zeggen namelijk: schrap de plannen, één fietspad naar één kant, vrachtwagenverbod, voetpad en 30 kilometer per uur. Dus als het college zich daar nu mee eens, dan is dat bij deze denken als we dit aannemen, geschrapt en maak een nieuw plan. Dat is eigenlijk wat hier letterlijk staat. Dus als het college zich daarin kan vinden, dan dienen we hem alsnog in ter bekrachtiging dat de Raad hier echt niet op zit te wachten, maar dan is het fijn dat het college dat helpt wellicht. Voorzitter: Kunnen we hem dan oordeel Raad geven? Is dat inderdaad wat u bedoelt? De heer Zagt: Ik heb volgens mij zorgvuldig uitgedrukt, voorzitter, dat het college deze gevoelens meeneemt richting de Uitgangspuntennotitie. In de Uitgangspuntennotitie kunt u zien, implicaties van het een en ander, maar wij hechten er wel aan om u een volledig beeld te schetsen, zodat u op dat moment die totaalafweging kunt maken. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, dank u wel. Ik vind het fijn als u gevoelens meeneemt. Gaat u ook gevoelens meenemen voor fracties die toch wel gevoel hebben voor de 30 kilometer? De heer Zagt: Ja, want ikken uw gevoel. Mevrouw Wind: Ik wil gewoon een harde toezegging. De heer Zagt: Ja, maar dat bedoel ik ook, voorzitter, als ik nog even mag? Voorzitter: Ja.

De heer Zagt: Met dat wij meenemen de gevoelens die leven en er staan natuurlijk veel, ik heb ze niet geteld, maar veel koppen boven deze motie. Dus het is wel duidelijk welke kant het vermoedelijk op zal gaan, maar dat neemt niet weg dat denk ik recht doet aan het hele proces, hoe het Mobiliteitsplan tot stand is gekomen, om het brede plaatje in beeld te brengen.

Voorzitter: Dank u wel. De heer de Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter, ik wil mevrouw Van Rijn daarin wel ondersteunen, want deze motie vraagt toch echt iets meer dan wat de wethouder zegt. Goed om gevoelens mee te nemen, maar als de Raad zo meteen een uitspraak doet en mogelijk gestemd zal worden over deze motie en deze motie wordt aangenomen, dan is de uitspraak van de Raad eigenlijk wel heel erg helder. De Raad heeft dan uitgesproken dat de plannen voor de Middenweg in het Mobiliteitsplan, dat de Raad die eigenlijk niet wil hebben. En ik zei in mijn betoog ook dat ons ter ore is gekomen dat de projectleider, maar ook de ambtelijke organisatie, nu bezig is met de voorbereidingen voor deze plannen vanuit het Mobiliteitsplan voor de Middenweg. Maar als de Raad nu en dat is precies de reden waarom ik de motie van het CDA, waarom wij de motie van het CDA mede indienen, is dat we dan vanavond een uitspraak daarover moeten doen. Want anders gaat het zomerreces eroverheen. Blijft er gewerkt worden aan al die voorbereidende plannen, terwijl de Raad een uitspraak heeft gedaan dat we die plannen onwenselijk vinden en dat we die niet willen zien. En daarom vind ik eigenlijk de toezegging van de wethouder om de gevoelens mee te nemen, daarin onvoldoende. Voorzitter: Dank u wel. Ik hoorde verder geen vraag op moment.

De heer de Kruijff: Misschien toch een reflectie van de wethouder daarop. Voorzitter: Ik hoor behoefte aan een reflectie op de woorden van de heer De Kruijff. De heer Zagt: Het gevoel bij de wethouder en bij het college blijft hetzelfde. Kijk, de beeldvormende sessie waar ik hier ook als luisteraar aanwezig was, er waren ook in grotere talen mensen uit de Wijdemeren aanwezig en dat was een verademing voor aanwezigen om te horen wat de insteek wordt van de Middenweg. Dat de as gehandhaafd blijft. Dat er geen fietspad aan één kant komt. Dat is voor mij, voor het college, allemaal al een feit. Voor degenen die aanwezig waren. We hebben hier kunnen zien wat het zou kosten als het allemaal uitgevoerd zou worden. Volgens de oorspronkelijke ideeën onbetaalbaar, maar we willen nog steeds wel kijken van wat is dan uiteindelijk als je zo'n weg aanpakt voor een langere termijn, 40, 50, 60 jaar, wat zijn dan de meest verstandige uitgangspunten? En die willen we u ter besluitvorming voorleggen en op dat moment heeft u alle vrijheid om daar … Dat is niet in beton gegoten om daar naar bevinding van zaken mee om te gaan. Voorzitter: Dank. En laat ik heel even, voor we hier allemaal hele rare staatsrechtelijke dingen. U heeft aangegeven wat uw insteek is, de motie als die aanneemt, is dat gewoon een kader dat u meegeeft.

Uiteindelijk moet het college in die uitgangspuntennotitie haar eigen afweging maken. Dan neemt u dit als kader mee, want u weet hoe de gevoelens als die wordt aangenomen, hoe de gevoelens van uw Raad zijn. Uiteindelijk als hier iets in staat wat niet kan, zal het college aangeven: maar dat kan niet. Als hier iets instaat wat niet verstandig is, zal het college dat ook aangeven, zal ze daar een weging in maken wat ze u voorlegt. Dus laten we ook gewoon heel elkaar serieus nemen. Als u deze motie straks aanneemt, is dat gewoon waar het college mee te Wirtschaften heeft. Zonder dat we het vandaag dus helemaal inhoudelijk hoeven uit te discussiëren. De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ik begrijp wat u zegt, voorzitter. Ik kan me daar ook wel in vinden, maar waarom ik net de vraag stelde en een betoog hield, is om te voorkomen dat we onnodig ambtelijke capaciteit en geld gaan steken in iets waarvan de gemeenteraad heeft uitgesproken, dat zien wij niet zitten. En ik neem aan dat de wethouder dan met mij eens is, dat we niet onnodig capaciteit en geld gaan besteden. Dat was eigenlijk de reden waarom ik de vraag stelde.

Voorzitter: Wethouder. De heer Zagt: Dat begrijpen wij heel goed en ik zal namens het college mijn invloed aanwenden om daar zo efficiënt mogelijk mee om te gaan. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Nogmaals, wij dienen hem gewoon in en het is ook geen verwijt aan de wethouder. De wethouder doet slechts wat de Raad heeft opgedragen in het Mobiliteitsplan. Dus ik denk nog even de oproep van CDA, we hebben toen gewaarschuwd van let op, dit gaat gebeuren met de Middenweg. Nou, fijn dat de gevoelens inmiddels anders zijn. Waar het ons om gaat, niet de beeldvormende sessie, maar de bewonersavond. Daar is heel duidelijk gezegd: de kaders van het Mobiliteitsplan daar kunt u niet aan schaven. Dus het vrachtwagenverbod en de 30 kilometer per uur. Dat is onze opdracht. Dat voeren we uit. Dus het is heel logisch dat een ambtenaar ermee aan de slag gaat. Is ook prima. En wij zeggen u nu: schrap dat en werk er niet meer mee verder. Dat is het enige. En wij zullen hem indienen en hij gaat een meerderheid halen. Dus volgens mij is dat in die zin dan prima. En komt er geen vrachtwagenverbod. Voorzitter: Dank u wel. En ik denk dat dat ook gewoon de verhoudingen zijn. We kunnen rekening houden met allerlei gevoelens, maar uiteindelijk het harde gevoel is toch uiteindelijk uw meerderheid.

U heeft ooit kaders gesteld, als u die wil wijzigen, geeft u dat mee en uiteindelijk gaat het college zich daartoe verhouden. En ook dingen die heel onverstandig zijn of die niet kunnen, zal het college dan een reflectie op geven. Dat is denk ik ook de staatsrechtelijke verhoudingen, zoals we hier zitten. En ik denk dat de wethouder ook heel goed aan heeft gegeven hoe hij dat gaat oppakken. De wethouder. De heer Zagt: Motie M-5-3. Dat gaat me niet lukken, omdat u die in gaat trekken. Geen verbreding van het Noordereinde. Mevrouw Van Rijn zei het net al. We hebben van het college, van de organisatie mogen verwachten dat ze acteerden op besluitvorming, zij het dan dat mevrouw Van Rijn wel de nuance maakt van wat ik eerder gezegd zou hebben en wat ik zelf niet letterlijk paraat heb, maar waar ik niet voor wegloop. Als u deze motie in stemming brengt, dan is dat de nieuwe werkelijkheid voor het college voor dit project. En ik zou u adviseren om een r toe te voegen in de opdracht van het college bij het woord schappen. Voorzitter: Ik hoor een oordeel Raad aan deze motie. Gaat u verder, wethouder. De heer Zagt: Ik heb niets meer te zeggen volgens mij, voorzitter. Voorzitter: Ik heb nog één amendement voor mij liggen. Dat is amendement A-4-1. Dat is het amendement ten aanzien van het meer jaren onderhoudsplan gebouwen.

En ik weet niet of u dat ook in deze eerste termijn meeneemt? De heer Zagt: Dat wil ik best wel, maar is dat niet een apart agendapunt of hebben we alles gevolgd? Voorzitter: We kunnen hem dadelijk ook als apart agendapunt doen hoor. Dan kan het ook formeel ingediend worden. De heer Zagt: Als we voor zessen klaar willen zijn. Voorzitter: Er is geen voetbal, heb ik gehoord. De heer De Kruijff.

De heer De Kruijff: Even een punt van orde. Prima om het samen te voegen. Alleen mijn fractiegenoot heeft zich wel voorbereid op dat amendement. Dus mochten er vragen zijn op dit amendement, staat u dan toe dat de heer Van Balen daarop mag reageren? Voorzitter: Dat sta ik sowieso toe. Maar ik leg het even in uw midden. We kunnen hem nu meteen meenemen en behandelen, we kunnen ook dadelijk een apart agendapunt maken. Neem maar mee. Wethouder, kunt u die op dit moment al meenemen? De heer Zagt: Mag ik even overleggen? Voorzitter: Zeker. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, mag ik dan een punt orde? Voorzitter: Ja. Mevrouw Van Rijn: Prima om het mee te nemen, hoor. We hebben het ook meegenomen in ons betoog. Dus ik denk een logische conclusie. Alleen voor de stemming lijkt het me wel logisch om het anders om te doen, want als dit amendement wordt aangenomen, dan heeft het automatisch effect op de Kadernota. Dus volgens mij is het logisch om daarna dan te stemmen over de Kadernota. Het gaat alleen om de stemming en dat het nu samen is prima, maar ik was even benieuwd of u die mening deelt. Voorzitter: Die mening deel ik. En ik kijk naar de wethouder. De heer Zagt: Collega Kruijt komt voor dit amendement. 4.

Actualisatie meerjarenonderhoudsplan gebouwen 2024-2033 Voorzitter: Dan gaan wij naar collega Kruijt voor behandeling van amendement A-4-1, behorende bij de actualisatie meerjarenonderhoudsplan gebouwen 2024-2033. Wethouder Kruijt, welkom. Mevrouw Kruijt: Heb ik ook nog een bescheiden rolletje vanavond of vanmiddag. Voorzitter: Aan u het woord. Mevrouw Kruijt: Dank u wel. Het amendement over het meerjarenplan maatschappelijk vastgoed. Het voorstel is om in plaats van de 8 ton toe te voegen als dotatie toe te voegen aan de voorziening, daar een bedrag van 6 ton van te maken. Dat betekent dat als je praat over een termijn van 10 jaar, want daar hebben we het uiteindelijk over, is dat een verschil van 2 miljoen euro ten opzichte van wat wij als voorstel hebben gedaan. Ons voorstel is gebaseerd op een onderzoek op grond van Nen-normen. Gewoon om te kijken van wat is er precies nodig? Ook passend in de BBV en de uitgangspunten van het financieel herstelplan. En als wij terug zouden gaan naar die 6 ton zoals in het amendement staat, dan hebben we gewoon een behoorlijk risico.

Het voorstel van ons is dus inderdaad om de 8 ton zoals wij voorgesteld hebben in principe te accorderen, maar we hebben wel intussen nog even heel goed gekeken van wat gaan we nou wel doen, wat gaan we niet doen? Misschien dat sommige zaken zelfs nog een klein beetje kunnen worden verschoven naar 2034 of zoiets. We hebben ook gekeken, wat gaan we in ieder geval wel of wat gaan we ook niet doen in het gemeentehuis, in het Drieluik, bij de sporthal et cetera. En in de inventarisatie die wij zelf hebben gemaakt, los van het bureau wat volgens die Nen-normen heeft gekeken: wat zou er moeten worden gedaan? Denken wij

en dat is ook om u een handreiking te geven, dat we van die 8 ton 7 ton kunnen maken. Wat aan dotatie in de richting van het meerjaren onderhoudsfonds zou moeten gaan. Maar met 6 ton lopen we echt enorme risico's. Want vandaag of morgen hoeft er maar weer ergens ellende in de wereld te ontstaan en we zitten met enorme inflatie, met kosten voor ik weet niet wat het allemaal niet. En met die 7 ton kunnen we dat om en nabij de komende 10 jaar wel redden. Dus het amendement zoals het er nu ligt, dat zou ik echt ontraden. Voorzitter: Dank u wel. Ik kijk of dit leidt tot reacties. Dat is het geval. Mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Voorzitter, dank u wel. Ook dank aan het college om er op deze manier naar te kijken en de wens van de Raad daarin mee te nemen. Ik ben dan wel nog even benieuwd naar de programmamanager daarheen. Ik concludeer, aangezien de wethouder aar niets over zegt, dat die er dus uitgeschrapt wordt, zoals voorgesteld in het amendement. Voorzitter: De wethouder. Mevrouw Kruijt: Dat is een terechte conclusie. Die gaan we uit de pot van het personeel betalen, dan wel uit inhuur, maar hij gaat uit dit voorstel. Voorzitter: Dank u wel. Zijn nog andere bijdragen op dit moment op dit amendement? Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, hoe makkelijk dat dan gaat in een week tijd structureel voor 10 jaren een ton gevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14413861/2