Transcript Gemeenteraad 05.10.2023
Tekst van het document
DorpsBelangen ziet niet de noodzaak om vanavond per se een beslissing te nemen als de waarnemend burgemeester op 16 oktober pas start. De gemaakte afspraken voor de verkennende fase van direct na vandaag zijn afgezegd of worden afgezegd. Een besluit vandaag of over twee weken versnelt of vertraagt het proces immers niet. Het pad dat we vanaf maart hebben gelopen, vinden we als DorpsBelangen te mager. Het begeleidingsbureau ten goede, zij deden waar ze voor ingezet werden, te komen tot een toekomstige, bestuurlijke vorm. We stelden in een sneltreinvaart doelen vast, waarvan we allemaal vonden dat daar nog flink wat mogelijke aanscherpingen tussen zaten. De tien doelen zijn opgesteld vanuit een mensbeeld en het minimale benodigde om een leefbare gemeente te behouden. Over de vier scenario's werden de kleuren groen, oranje, geel ... Nee, groen, oranje, rood gelegd en dat was het vrijwel dan. Dat er een grote stap gemaakt moest worden, was ook voor ons helder. We stemden in juli voor de voorgenomen fusie, om recht te doen aan het doorlopen proces met elkaar, maar gaven aan op de voorgenomen datum van 5 oktober pas te besluiten. We hebben na 12 juli de zomer gebruikt om meer informatie te vergaren. Echter, we lazen veel elkaar tegensprekende stukken. Het ene onderzoek zegt een ambtelijke fusie is duur en ingewikkeld. De ander vermeldt datzelfde over een bestuurlijke fusie.
De derde zegt dat een klein tot middelgrote gemeente het beste af is. In Wijdemeren zijn de mensen over het algemeen meer dan tevreden. De opdracht en uitdagingen die we moeten aanpakken, spelen … Mevrouw Wind: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor een interruptie van mevrouw Wind, mevrouw IJsbrandij. Ga uw gang, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Het klinkt me als muziek in de oren, dat u hoort dat de meeste inwoners van Wijdemeren tevreden zijn. Ik moet zeggen, ik hoor alleen ontzettend veel klachten over de gemeente. Over telefoon die niet beantwoord wordt, over vragen die niet beantwoord worden, over dat we echt op een niet benijdenswaardige plek in de COELO staan, dat gaat over de hoogte van de lokale lasten. Ik wil graag een keer met u mee naar die plek, die bijzondere plek, waar u al die complimenten hoort. Waar is dat?
De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij, wilt u voortaan als er een interruptie is, alstublieft uw lampje uitdoen, want anders komen andere mensen niet in beeld. Gaat u verder, mevrouw IJsbrandij. Even voor de mensen thuis. Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel. Volgens mij hinken we een beetje op twee benen, want ene sluit het ander niet uit. Maar de algemene leef beleving of de woonbeleving in Wijdemeren die is super positief en daar had ik het over. Mevrouw Wind: Voorzitter? De voorzitter: Twee interrupties, dus ik begin met mevrouw Van Rijn, die zag ik als eerste en daarna mevrouw Wind. Mevrouw Van Rijn, ga uw gang. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, een vraag aan mevrouw IJsbrandij. Denkt u dat de woonbeleving hetzelfde is als de tevredenheid over de gemeente? De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Heerlijke zo een debatje. Het gaat … Als je de gemeente nodig hebt, hebben we onze issues en dan moet er heel veel verbeterd worden. Ik heb het puur over uw buren, de recreatie, de natuur, het wonen, de huizen. We zijn hartstikke tevreden met elkaar. Heb je de gemeenten nodig en wil je bouwen, enzovoort, er zijn echt issues die flink aangepakt moeten worden. Ik heb het even hier puur over de woonbeleving, over het algemeen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn heeft nog een tegen. Ga uw gang, mevrouw Van Rijn.
Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dat dacht ik al dat dat antwoord zou komen. Dat kon ook bijna niet anders, dat dan puur over de beleving ging. Want inderdaad je buren dat is hartstikke fijn. Heb ik ook, leuke buren. Maar die gaat niet over de vergunning van de verenigingen en over de bouw van huizen en dat soort dingen. Dus ik geloof echt dat je een fantastische woonomgeving kan hebben en een fantastische leefomgeving, maar een hele beroerde gemeente. Dat geloof ik. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Mevrouw Wind heeft ook een interruptie, mevrouw IJsbrandij. Ga uw gang, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Want ik kan u zeggen, wij ‘…’ ook fantastisch. Maar als ik de jongeren in onze gemeente of de kinderen van mijn buren, vrienden, partijgenoten en niet-partijgenoten aankijk, dan zouden ze willen dat ze een opvatting over hun woonbeleving hadden. Ze hebben namelijk geen huis. De voorzitter: Zo. Dank u vriendelijk. Mevrouw Rademaker heeft ook interruptie. Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Ik heb een vraag eigenlijk. Als de woonbeleving goed is, maar de gemeente voldoet niet, zoals collega IJsbrandij net zei, hoe gaan we dat dan oplossen? Want dat is dan wat ik een beetje mis in dit verhaal. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Die sla ik even over, want daar ga ik helemaal geen oplossing voor aandragen.
We zijn hier bezig met oplossingen en ook ik heb twee twintigers thuis wonen die er graag willen wonen. Over het
algemeen zijn het onwijs happy kids. Natuurlijk moeten we wonen, natuurlijk zijn er issues. Heb ik al lang aangegeven, daar gaat het hier helemaal niet om en dat ontkennen we ook helemaal niet. Punt. De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Roosenschoon, ik had u even gemist. Ga uw gang. De heer Roosenschoon: Ik wilde alleen eventjes een vraag stellen aan mevrouw Wind op grond van haar interruptie. Bent u van mening dat het probleem van starters en betaalbare woningen iets is wat typerend is voor Wijdemeren of zoals eigenlijk iedereen het een landelijk probleem is? De voorzitter: Mevrouw Wind, wilt u op de interruptie van mevrouw IJsbrandij en daarna de interruptie van de heer Roosenschoon op reageren? Ga uw gang, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ik moet even … Ik zou bijna het reglement van orde erop na moeten slaan, maar dat doet u gelukkig. De voorzitter: Dat doet de heer Goetheer wel voor u. Dank u wel. Ga uw gang. Mevrouw Wind: En we hebben de heer Goetheer hier in de zaal, de Groep Goetheer. Maar dat terzijde. Mijn interruptie sloeg aan op de opmerking van DorpsBelangen over de woonbeleving, waarvan ik zei dat die toch voor velen niet is weggelegd. De algemene stelling van de heer Roosenschoon, dat wonen in Nederland een algemeen probleem is. Mijnheer Roosenschoon, uw woorden zijn mijn woorden. De voorzitter: Dank u vriendelijk.
Mevrouw IJsbrandij, gaat u … De heer Goetheer: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor de heer Goetheer. Ga uw gang, mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Toch dan nog even aan mevrouw Rademaker, mevrouw Wind en mevrouw Van Rijn. Ik vind, u interrumpeert net mevrouw IJsbrandij van het DorpsBelangen, betreffende woonbeleving, gemeente, noem maar op. U doet dat op een manier waarop u eigenlijk zegt van, met het voorliggende besluit gaan we die problemen verbeteren. Wanneer de heer Roosenschoon dan mevrouw Wind daarop aanspreekt, dan vraag ik mij heel af aan de reactie van, nee, natuurlijk wordt het niet opgelost, maar het is wel de reden van uw interruptie. Dus ik begrijp hem dan niet waarom dat de reden van uw interruptie is en dat dit dan uw antwoord is als de heer Roosenschoon daar een vraag over stelt. De voorzitter: Prima. Ik wil even weten, mevrouw Van Rijn heeft een interruptie en mevrouw Rademaker. Op wie gaat deze mevrouw Rademaker? De heer Goetheer en mevrouw Van Rijn ook? Ja. Mevrouw Rademaker, ga uw gang. Mevrouw Rademaker: Nee, mijnheer Goetheer, nergens staat dat de fusie de ultieme oplossing is voor alle zaken waar Wijdemeren tegenaan loopt. Wijdemeren staat hier, op een punt waarvan we met elkaar geconstateerd hebben, zo gaat het niet langer. We moeten naar een oplossing zoeken.
De enige manier om te kijken of fusie ons verlichting gaat brengen, is om dat te gaan onderzoeken. Ergo een verkenning te starten. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Ga uw gang.
Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. De heer Goetheer zei, biedt die fusie dan de oplossing voor de woonbeleving? Nee, dat was juist het punt. Mevrouw IJsbrandij zei, er is niet zoveel aan de hand, want mensen hebben een fijne woonbeleving. Toen gaf ik aan, dat klopt, maar met de gemeente zijn ze ontevreden en ik zei beroerd en toen hoorde ik het college een beetje zuchten. Toen dacht ik, dat is misschien ook een beetje hard gezegd. Dus niet tevreden met de gemeente, maar dat willen we oplossen. Dat die woonbeleving goed is en dat de buren aardig zijn, dat geloof ik direct, maar we hebben een probleem met de gemeente en dat moeten we oplossen. De voorzitter: Prima, de heer Roosenschoon gaat op de dames nu reageren? De heer Roosenschoon: Alleen eventjes op mevrouw Van Rijn. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Ga uw gang. De heer Roosenschoon: Denkt u dat een fusie over drie, vier jaar dit probleem gaat oplossen? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Dat is de laatste interruptie, we gaan zo meteen door met mevrouw IJsbrandij. Ga uw gang. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter op de woonbeleving, die volgens mij prima is, wellicht niet. Dat hoeft misschien ook niet.
Maar ik ga er toch vanuit of ik hoop dat als wij uiteindelijk stemmen voor een fusie, dat we ervan overtuigd zijn dat we met een nieuwe gemeente de problemen als trage vergunningen, niet kunnen bouwen, financiën, dat dat opgelost wordt. Als uit de verkenning blijkt dat dat niet opgelost wordt, dan moeten we er niet aan beginnen. Maar ik heb daar wel hoop op. Anders kunnen we beter stoppen. De voorzitter: Heel goed. Mevrouw IJsbrandij, gaat u door met uw verhaal. Mevrouw IJsbrandij: Dit was echt een leuk … Die ging goed. Ik ga door. Even kijken. Dat er niks aan de hand is, heb ik overigens niet gezegd. Maar dat er een grote stap gemaakt moest worden, was ook voor ons helder. We stemden in juli voor de voorgenomen fusie. Heb ik al gehad, maar gaven aan de voorgenomen datum van 5 oktober pas te besluiten. We hebben na 12 juli de zomer … Sorry, hoor. De opdracht en uitdaging die we moeten aanpakken, spelen bij veel andere gemeenten ook. We zijn tekort door de bocht gegaan, vindt DorpsBelangen. We hebben niet volledig uitgekauwd met elkaar wat de verschillende opties daadwerkelijk betekenen of hoe deze er dan uitkomen te zien. De vertaalslag is onvoldoende gemaakt. De kleuren van een verkeerslicht hebben ons lot bepaald. Veel gehoord is dat we de inwoners direct hadden moeten vragen wat zij ervan vonden. Hierover denken wij toch genuanceerder.
We wisten zelf nog helemaal niet waar we het precies over hadden, hoe erg de situatie van Wijdemeren was op dat moment. Het was goed om dit eerst met de voltallige gemeenteraad te starten. Daar zijn we voor aangenomen zeg maar. Maar de inwoners hadden wel voor 12 juli, ruim op tijd voor een gekozen richting, geïnformeerd en gehoord mogen worden. Een valse start, niet goed. Draagvlak is ontzettend belangrijk en zwaar meewegend voor DorpsBelangen, maar ook voor de provincie en de Tweede Kamer. DorpsBelangen maakt ook voor de … Sorry hoor. We hebben nu een huis aan huis brief gestuurd met verzoek om de enquête in te vullen en naar de bewonersbijeenkomst te komen. De opbrengsten zijn bekend, maar niet teruggekoppeld of in de week krantjes gepubliceerd. We kunnen meer doen en beter. Laten we dat dan ook doen en de tijd gebruiken die nu is ontstaan. Niet het negeren, de schouders ophalen of menen maar door te moeten stomen, want dat is niet zo. Zorgvuldigheid in acht nemen, rust creëren en verantwoordelijkheid nemen. Gewoon doen. Volgens de Code van goed openbaar bestuur moet elk overheidsbestuur zich houden aan openheid en integriteit, participatie, behoorlijke contacten met
inwoners, doelmatigheid en doelgerichtheid, legitimiteit, lerend en zelfcorrigerend vermogen en verantwoording. Collega raadsleden, omdat u net als ik in maart dit traject bent gestart en daarna een voorlopig standpunt heeft ingenomen, hoeft u niet vast te houden aan uw eerste standpunt. U mag het laten bezinken, overdenken, bediscussiëren, het erover hebben met elkaar en zo nodig bijsturen. De inwoners verwachten dat ook van u. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, hoorden we een inspreken aangeven. De provincie ziet bij voorkeur dat we richting een bestuurlijke fusie werken en daar kom je dus onderweg het stadium van ambtelijke fusie tegen. Ook dat zou prima kunnen werken. Wij weten het niet eens, maar is wel al te snel van tafel geveegd. Je behoud je bestuur en zeggenschap. DorpsBelangen heeft direct aangegeven daar meer voor te voelen als zelfstandigheid absoluut onhoudbaar zou zijn. De voorzitter: Ik heb een interruptie van mevrouw Kaper. Wilt u uw lampje uitdoen, mevrouw IJsbrandij, alstublieft. Mevrouw Kaper, ga uw gang. Mevrouw Kaper: Een vraag aan mevrouw IJsbrandij. U zegt, bij een ambtelijke fusie dan gaan de ambtenaren samenwerken, maar je behoudt dan je eigen bestuur. Dat klopt inderdaad in die setting. Maar goed, uit het onderzoek bleek ook dat het met onze bestuurskracht heel slecht gesteld is.
Dus hoe had u dat voor u gezien? De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij, ga uw gang. Mevrouw IJsbrandij: Daar zeg ik later nog iets over, maar het is het is niet gezegd dat een bestuurskracht alleen voortkomt, of in ieder geval door een bestuurlijke fusie wordt bewerkstelligd. Bestuurskracht is samenwerken en elkaar opzoeken. Mag ik verder gaan? De voorzitter: Gaat u door, mevrouw IJsbrandij, alstublieft. Mevrouw IJsbrandij: Je houdt je bestuur en zeggenschap. DorpsBelangen heeft direct aangegeven daar meer voor te voelen als zelfs de zelfstandigheid absoluut onhoudbaar zou zijn. Zeg niet je bestuurder op, behoud eigen regie zo lang mogelijk. Er kan in één jaar zoveel veranderen, hebben we zelf het afgelopen jaar gezien. Bestuurskracht krijg je door samenwerking en niet per definitie door een bestuurlijke fusie. Het is inderdaad vaker gezegd dat zij een dapper besluit nemen door voor een bestuurlijke fusie te kiezen. Maar is dat wel zo dapper? Is het niet eigenlijk erg gemakkelijk? Voor 12 juli voelde het zwaar, loodzwaar. Emotioneel ook, maar nu voelt het best gemakkelijk. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Daar komt hij. De voorzitter: Een interruptie. Mevrouw Rademaker, ga uw gang.
Mevrouw Rademaker: Ik wil dan even vragen, via de voorzitter, wat de definitie van bestuurskracht is volgens DorpsBelangen? De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij, heeft u daar antwoord op? Mevrouw IJsbrandij: Bestuurskracht is dat je je taken kan uitvoeren. Je niet wettelijke en je wettelijke taken. Dat een goed bestuur en een consistent bestuur kan laten zien. De voorzitter: Mevrouw Rademaker, ga uw gang.
Mevrouw Rademaker: Uit de onderzoeken die we gedaan hebben, of wat we met elkaar onderzocht hebben, is juist naar voren gekomen dat Wijdemeren zeer slecht in staat is, niet alleen de wettelijke taken uit te voeren, maar ook de eigen ambities uit te voeren. Dat we daar elke keer op vastlopen. Dat we het leven alleen maar gecompliceerder gaan maken door het niet goed kunnen uitvoeren al van de taken uit te besteden aan een organisatie. Dat vergt juist een hele strakke bestuursvorm. Dus ik snap niet zo goed, even los nog van de kosten die verbonden zijn aan een ambtelijke fusie, waarom u dat elke keer als ultieme oplossing blijft zien. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij, ga uw gang. Mevrouw IJsbrandij: Ik zeg niet dat het de ultieme oplossing is. Ik zeg alleen dat het een tussenstadium is voor je bestuurlijke fusie en dat je niet van een zelfstandigheid direct naar een bestuurlijke fusie gaat. Dat hebben we al eerder gezegd en dat blijft zo voelen. We nemen een enorme stap, zonder dat andere tussenstappen zijn onderzocht, goed uitgekauwd, uitgebeend, onderzocht. Mevrouw Hidding: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: Ik heb eerst een interruptie van mevrouw Wind, daarna van mevrouw Hidding. Mevrouw Wind, gaat over … Dit is mevrouw IJsbrandij waar u op interrumpeert. Mevrouw Hidding ook zo meteen? Ja. Ga uw gang, mevrouw Wind.
Mevrouw Wind: Voorzitter, we hebben een heel proces doorlopen. We hebben deze stappen gezet. Wij hebben in dat proces over al deze dingen nagedacht en ik denk iedereen. U heeft het nu over de ambtelijke fusie. Eén van de redenen voor ons om daar niet voor te kiezen, is de voorbeelden die ervan zijn. Je hebt een aantal gemeenteraden met één ambtelijk apparaat en dat leidt doorgaans niet tot een verhoging van het dienstverleningsniveau aan de inwoners. Waar het wel toe leidt, is het in stand houden van drie gemeenteraden, namelijk van onszelf. Wij dachten dat we de inwoners een dienst zouden bewijzen door zo min mogelijk mensen zoals wij te hebben, zeg ik dan maar even, maar wel één gremium waarin de gekozen volksvertegenwoordiging zijn werk kan doen. Een pleidooi voor een ambtelijke fusie vinden wij eigenlijk ook een pleidooi voor het in stand houden van de verschillende gemeenteraden. Hoe heeft die afweging bij u op dit moment dan gespeeld? De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij, wilt u daarop antwoorden? Mevrouw IJsbrandij: Ik herhaal even de vraag. Hoe heeft bij ons gespeeld dat we nu kiezen voor eigen raden? Eigen raden behouden? De voorzitter: Nog een keer de vraag aan mevrouw Wind. Let goed op. Wilt u het lampje uitdoen? Mevrouw Wind: Kort samengevat, een ambtelijke fusie, er zijn niet veel voorbeelden van waar daar dat goed werkt. Die laat ik dan maar even voor wat het is.
Het voordeel van een ambtelijke fusie is dat we onze eigen positie en raad in stand houden. Het nadeel van een ambtelijke fusie is dat we onze eigen positie en raad in stand houden. Voor ons weegt het nadeel van het in stand houden zwaarder dan het voordeel. En ik vroeg, hoe heeft die afweging bij u gespeeld? De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij, wilt u daarop reageren? Hoeft natuurlijk niet, maar ga uw gang. Mevrouw IJsbrandij: Ik denk dat ik hem even laat en waarvan acte.
De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Hidding. Dit gaat over mevrouw IJsbrandij, mevrouw Hidding? Mevrouw Hidding: Dit gaat … De voorzitter: Ja, heel goed. Mevrouw Hidding: Dat hoop ik wel. Was ik wel van plan. Ik ben eigenlijk een beetje perplex. Wij hebben dit proces allemaal samengedaan. Het was een heel gedegen proces, waar we met zijn allen doelen hebben gesteld. De parels, dat waren de criteria, waaraan de gemeenten in de toekomst moesten voldoen voor inwoners. Dat hebben wij ... Dat is langs de lat gelegd van de organisatie, maar ook de financiële situatie. Dus al die criteria zijn langs de verschillende oplossingsrichting gelegd en daarbij werd inzichtelijk gemaakt voor ons wat de uitkomst zou zijn. U heeft toch ook wel gezien dat ambtelijke fusie niet voldeed? Dat bracht niet wat nodig was om die doelen voor elkaar te krijgen. Daarnaast, dat weet u ook wel, dat van Gedeputeerde Staten hebben ze ons heel duidelijk gemaakt dat bijna nergens in Nederland wordt ambtelijke fusie als succesvol ervaren en dus werd dat ten sterkste afgeraden. Dus ik ben een beetje perplex. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij, ga uw gang. Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel. Nu hebben we in onze gelederen iemand die naar een werksituatie is verhuisd waar ambtelijk samengewerkt wordt en niet een eigen gemeentehuis heeft met ambtenaren. Daar is het toch redelijk succesvol te noemen.
Maar goed, dat is mijn ervaring en mijn gesprekken die ik heb gevoerd. Dan de doelen, wil ik graag op reageren, voorzitter, als het even mag? De voorzitter: U mag … Maakt u even af en daarna mag mevrouw Van Rijn. Als u hem even uitdoet, mevrouw Van Rijn. Mevrouw IJsbrandij: Als u nu de doelen bekijkt die we toen hebben opgesteld, zijn die opgesteld om de gemeente te behouden. Er staan een paar teksten in. Er staan … Mag ik dit even afmaken? De voorzitter: Laten we dit even afmaken en daarna mogen jullie allebei reageren. Eerst mevrouw Van Rijn, daarna mevrouw Rademaker. Ga uw gang. Mevrouw IJsbrandij: Er staat bijvoorbeeld in dat we de lasten aan de onderkant van het hoogste kwartiel houden. En dat kan je nu zeggen van, zo meteen ga je ervoor om in de nieuwe gemeente te kijken om die lasten zo laag mogelijk in te zetten. Er staat in dat we de voorzieningen op een sobere basis willen hebben. Dat zou ik nu nooit meer zeggen. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, ga uw gang. Interruptie op mevrouw IJsbrandij. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dank u wel. Ik werd toch wel nieuwsgierig naar die ambtelijke fusie die goed werkt. Ik zeg overigens niet dat het nergens goed werkt hoor, maar mevrouw IJsbrandij haalde dat voorbeeld aan, dat er iemand is die daar goede ervaring mee heeft.
Maar ik vroeg me af, staan die gemeentes die daar samenwerken ook onder financieel toezicht? De voorzitter: Dat is de eerste vraag. En mevrouw Rademaker heeft ook interruptie.
Mevrouw Rademaker: Dat gaat even over die doelen. Die doelen zijn geformuleerd aan de hand van wat voor een gemeente wil Wijdemeren minimaal zijn. Daar hebben we ze over de vier bestuursvormen neergelegd. Dus bij de minimale afweging van, wat willen we zijn, daar blijkt al uit dat wij niet in zelfstandigheid die minimale doelen, de gestelde doelen kunnen bereiken. Als we dan verder opschuiven in de lat naar verdergaande regionale samenwerking, ambtelijke fusie, dan halen we dat nog steeds niet. Dan halen we nog steeds niet die minimale gemeente die we willen zijn voor onze inwoners. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij, gaat u verder, alstublieft. Mevrouw IJsbrandij: Ik besluit om gewoon door te gaan. Is dat goed? De voorzitter: Geen antwoorden? Prima. Dat is u eigen … De heer Roosenschoon, is het een interruptie op mevrouw IJsbrandij of op mevrouw? Want ik ga op een andere niet meer toestaan. Dat mag u … Excuus daarvoor. De heer Roosenschoon: Dit was op mevrouw Rademaker. De voorzitter: Nee, maar dat gaan we niet. Gaan we niet doen. Gaat u verder mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel. Ik zal er een eind aan gaan breien, want ... DorpsBelangen heeft ook alle antwoorden niet. Nou, kijk. Maar nog wel veel vraagtekens en een grote behoefte de 1-0 achterstand met de inwoners proberen te herstellen.
Samen met de waarnemend burgemeester een sterk team te hebben om de verkennende gesprekken aan te gaan. Ook in deze fase mag je geen valse start maken. Dan moet de uitgangsnotitie, het plan van aanpak en een sterk team staan als een huis. We zullen als DorpsBelangen, dat zal niemand verbazen, verdeeld stemmen. Die ervoor ligt, zal zijn besluit standhouden van 12 juli. Vandaar ook … Dat wijst gelijk hoe de amendementen en het raadsvoorstel gestemd zal worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw IJsbrandij. Dan ga ik graag naar mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding, ga uw gang. Mevrouw Hidding: Dank u wel, voorzitter. Ik neem even de tijd om te reflecteren. Op 12 juli heeft de raad een voorgenomen besluit genomen tot fusie die we vanavond gaan bekrachtigen. Een historisch moment, vandaar dat ik er even tijd voor neem. Want hierbij luiden we in principe het einde in van Wijdemeren als gemeente, net als mevrouw Kaper zei. Maar niet het einde van wat Wijdemeren zo bijzonder maakt, de natuur, de dorpen met unieke karakters en met name de mensen die hier met veel plezier wonen, werken en recreëren. Daar gaat het besluit over. Onze verantwoordelijkheden nemen als volksvertegenwoordiger voor de inwoners. De VVD had als verkiezingsprogramma de leus, de inwoners centraal en de boel op orde.
Fusie was voor ons nooit een doel op zich, maar de lastenstijging en de druk op de kwaliteit van de dienstverlening van de afgelopen jaar baarde ons wel zorgen. Wijdemeren was net een mooie, oude Saab met klassieke lijnen, maar de lak vervaagde, het piepte en het kraakte. Maar pas toen wij daadwerkelijk als coalitiepartners een kijkje onder de motorkap gingen nemen, groeiden de zorgen en uiteindelijk werd het beeld compleet. Het mooie Saab bleek meer op een Dafje in nood en de provincie trapte op de noodrem. Onder toezicht. Raad, neem je verantwoordelijkheid en stel de toekomst van de gemeente aan de orde en voor dat Dafje wellicht eindigt als brommer. Mevrouw Wind: Wat zegt u nu, mevrouw Hidding?
Mevrouw Hidding: Dat heeft u goed begrepen, en voor dat Dafje wellicht eindigt als brommer. Het was zorgwekkend. Ik worstel soms met mijn rol als politicus. De voorzitter: Ik heb een interruptie van mevrouw Wind. Maak hem dan maar voor iedereen. Mevrouw Wind: Een interruptie is een groot woord, maar een Dafje wat eindigt als een brommer, is volgens mij een DAF cabrio. De voorzitter: Heel goed. Mevrouw Hidding: U uw zin, mevrouw Wind. Moet ik weer op dat knopje? De voorzitter: Geen interruptie erop, neem ik aan. Gaat u verder. Mevrouw Hidding: Dan wordt het een DAF cabrio, ik vind het best. Maar u begrijpt de strekking voor mijn woorden en daar gaat het om. Ik ga even verder als je het niet erg vindt. Ik worstel soms met mijn rol als politicus. Ik voel me niet altijd thuis in het spel, het maken van slimme of venijnige opmerkingen. Ben van de zakelijke benadering. Feiten op een rij zetten en samenwerken, kies voor de beste oplossingen. Zodat ik over 10 jaar mezelf in de spiegel bekijk, ik het gevoel heb dat ik me best heb gedaan, de juist keuze heb gemaakt. Dat is precies wat wij hier als voltallige raad en commissieleden hebben gedaan. Samen, ingrijpend voor inwoners, maar ook voor de organisatie en nee, het gaat zeker niet zonder emoties gepaard, geloof me. We vinden het allemaal niet leuk en zeker niet gemakkelijk, mevrouw IJsbrandij, maar het gaat niet om ons.
Volksvertegenwoordigers zijn we … Volksvertegenwoordiger … Sorry, ik kreeg te horen, ik moet in de microfoon praten. Volksvertegenwoordiger zijn we. Kiezen we voor en namens het volk en dus hebben wij een zeer gedegen proces gevoerd. Onder leiding van KokxDeVoogd met als doelstelling, welke oplossing zou een degelijke kwaliteit van dienstverlening, tegen een betaalbare prijs bewerkstelligen? Met respect voor onze prachtige natuur en dorpskernen. Het antwoord was overduidelijk, een bestuurlijke fusie, want zelfstandig blijven zou torenhoge lasten met zich meebrengen en een verdere verzwakking van de dienstverlening. De voorzitter: Mevrouw Hidding, u heeft een interruptie van de heer Roosenschoon. Mijnheer Roosenschoon, ga uw gang. De heer Roosenschoon: Goed. Ik denk dat mevrouw Hidding refereert aan het beroemde eindresultaat in de kleuren van een stoplicht. Daar waren inderdaad de kleurstellingen doorslaggevend, maar er was geen enkele bestuurlijke of financiële onderbouwing bij voorzien. Dus het is een volledig subjectief, afgeleide kleurstelling en op zich is dat geen bewijs. De voorzitter: Mevrouw Hidding, wilt u doorgaan en wilt u voortaan uw lampje uitdoen als u interruptie heeft, alstublieft? Mevrouw Hidding: Ik moet uitdoen als er interruptie is? De voorzitter: Zeker. Maar gaat u verder.
Mevrouw Hidding: Ja, ga ik verder? Zo heb ik dat niet ervaren, de heer Roosenschoon. Ik ga verder als je het niet erg vindt. Als je bedenkt dat de twee lokale partijen altijd gestreden hebben voor zelfstandigheid en toch hebben volledig meegewerkt en ingestemd, dan wordt het alleen nog duidelijker dat het om een zeer noodzakelijke beslissing gaat. Pijnlijk, maar noodzakelijk. Wij hebben als raad guts getoond. Lef. Een
vlekkeloos proces? Nee. Afgelopen dinsdag heeft u van de insprekers en mijn collega’s gehoord, hoezeer we betreuren dat er onvoldoende en onduidelijk is gecommuniceerd, geparticipeerd. Mevrouw Van der Brug vatte het goed samen, we voelen ons niet gehoord. Dat spijt ons oprecht. De heer Hazes vroeg dinsdag, gaat u lering trekken uit het proces tot dusver en wat mee gaan doen? Het antwoord is, ja, het moet beter. Dus kijken naar lessens learned en er daadwerkelijk wat mee doen. Maar ik wil ook hier congruent in zijn. Hadden wij een referendum moeten houden, als het kon? Nee, want als 80 procent zei niet te willen fuseren, hadden we dan moeten luisteren? Niet als wij op basis van de feiten onze verantwoordelijkheid namen. Dus informatie ophalen wanneer je weet dat je daar iets mee gaat doen. De voorzitter: Mevrouw … Maak uw zin maar af. Mevrouw Hidding: Maar niet mensen voor de gek houden, alleen voor de vorm, perceptie, zodat mensen zich gehoord voelen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Goetheer. Mijnheer Goetheer, ga uw gang. De heer Goetheer: Ik had een aantal dingen al opgeschreven. Ik wil uw verhaal, mevrouw Hidding, het verhaal laten afmaken, maar op de laatste opmerking moet ik natuurlijk even reageren.
Als 80 procent van de inwoners dus tegen een fusie is en mevrouw Hidding die verwijst naar de feiten en schijnbaar dat de feiten dus niet aankomen bij onze inwoners dan. Want zo zie ik het dan. Ziet de VVD dat dan niet als een groot probleem, dat schijnbaar de communicatie vanuit de gemeente richting de inwoners onvoldoende is, om ze bewust te laten zijn van feiten zoals de VVD ze net benoemd? Want volgens mij ligt daar juist het grote probleem en niet dat 80 procent van de inwoners, als dat zo zou zijn, ergens tegen zou stemmen. Maar wel dat u dat koppelt aan het feit dat zij dan de feiten niet onder ogen willen zien of iets dergelijks en dat vind ik toch wel een redelijk kwalijke bewering vanuit de VVD. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mijnheer Goetheer. Mevrouw Hidding, gaat u verder. Mevrouw Hidding: Dat 80 procent is gewoon een voorbeeld, laat dat even duidelijk zijn. Ik ben totaal met u eens dat het beter had gemoeten en dat er wel degelijk participatie had moeten zijn en daar ga ik straks op verder. Dat gaat u horen. Dus ik beweer niet dat wij alles naast ons neer moeten leggen op het moment dat wij in gesprek gaan met inwoners. Totaal niet.
Maar wat ik wel zeg, als de cijfers en gedegen onderzoek bewijst dat wij niet verder kunnen als zelfstandige gemeente, moeten we niet inwoners voor de gek houden en ze vragen of zij wel een fusie willen als dat uiteindelijk het enige besluit is. Als u het niet erg vindt, ga ik verder, want ik kom terug op dat stukje van participatie en communicatie. Misschien wordt het wat helderder voor u. Even kijken, waar was ik nu gebleven? Had ik al, de heer Hazes vroeg dinsdag gaat u lering trekken uit het proces en wat gaat u ermee doen? Het antwoord is ja, het moet beter, dus kijken en lessens learned en daadwerkelijk wat voor doen. Maar niet mensen voor de gek houden alleen voor de vorm, perceptie, zodat mensen zich gehoord voelen. Daarom nu niet het beslissing tot fusieproces uitstellen met een paar weken of meer. Want waarom zou je het wel doen? Voor de perceptie? Nee. Congruent zijn, lef blijven tonen en voorwaarts met het proces. Gelukkig is er vandaag het nieuws dat de zieke burgemeester Larson tijdelijk vervangen wordt door de heer Aptroot. Een ervaren, zeer sterke leider die mede zal zorgdragen voor een efficiënte, degelijk proces, inclusief een goed samenwerkende raad die we, en daar ga ik vanuit, samenhorigheid en lef blijft tonen. Maar ook rolvastheid, communicatie en participatie.
En ja, met streefdatum, mijnheer Roosenschoon, die ambitieus is, maar schijnbaar niet onmogelijk. Een project van deze orde heeft simpelweg structuur en doelen nodig waar je naartoe moet werken.
De voorzitter: Mevrouw Hidding, u heeft een interruptie van de heer Roosenschoon. Ga uw gang, mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Waarop baseert u de geloofwaardigheid van 2027, mevrouw Hidding? De voorzitter: Mevrouw Hidding, gaat u verder. Mevrouw Hidding: Ik heb gisteren te horen gekregen dat het niet onmogelijk is. Simpelweg het antwoord. Als ik verder ga, dan gaat u horen wat ik over het proces vind. Een project van deze orde heeft simpelweg structuur en doelen nodig waar je naartoe moet werken. Die vaart probeert te houden. Tijdens het proces, als echter gaat blijken wat haalbaar is, zal de planning bijgesteld worden. Inzichtelijk voor zowel inwoners als partners. Dus ja, er kan wat veranderen, maar je moet ergens wel een punt hebben waar je naartoe werkt. Vandaar dat de VVD het raadsvoorstel zal steunen en mede-indiener is van de amendementen A-4-1 en A-4-2, waarbij we het besluit tot fusieproces vandaag bekrachtigen. De VVD heeft dinsdag aangegeven de uitkomstnotitie precies als zodanig te zien. Als een leidraad waar wij als raad en commissieleden al hebben aan gewerkt als de doelen en waar verder extra inbreng is van inwoners. Maar er is duidelijk behoefte om er nog iets meer tijd aan te besteden, bijschaven en dat is prima.
Evenals het plan van aanpak, waarbij onder andere het communicatieplan nog ontbreekt en de eventuele inbreng van de heer Aptroot, die het verkenningsproces gaat leiden. Dus iets meer tijd, zeker, maar gelukkig geen lang uitstel tot we verder gaan. Ik dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw Hidding. Dan ga ik nu naar mevrouw Wind. Ga uw gang, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Dank u wel, voorzitter. Van ons geen tranen. Geen tranen van blijdschap en ook geen tranen van verdriet. Wij vinden dit namelijk een besluit wat we op grond van argumenten en ratio moeten nemen. Ik zal niet helemaal ver teruggaan in het verleden, maar ik vind het ook wel goed om even te memoreren dat dit niet iets is wat in de laatste maanden in ons opgekomen is. PvdA-GroenLinks is al geruime tijd van mening dat de zelfstandigheid van de gemeente Wijdemeren op zich mooi is, maar aan onze inwoners geen dienst bewijst. Dat baseren we op het gebrek aan bestuurskracht, goed vertaald, aan enorm tekortschietende dienstverlening aan onze inwoners, aan de hoge lasten die onze inwoners betalen, de voorstellen in de kadernota waaruit die lasten nog eens een keer verder omhoog moeten. Niet alleen dit jaar, maar ook de komende jaren. We baseren het op de grote bedragen die in onze organisaties zijn gestopt, die met 189 fte al tamelijk ruim bedeeld is. Toch moet er elke keer weer meer geld bij.
We baseren het op het feit dat we een groot aantal vacatures hebben, al suggereert de website wat anders. En op het verhaal van mensen die zeggen van, voor hetzelfde, of voor een beter salaris, werken we zes kilometer verderop liever en dan werken we in een team en dat kan hier niet. Voorzitter, er zijn tal van rationele argumenten waarop wij baseren. Tellen emoties? Zeker. Ook PvdA-GroenLinks is een partij met veel gevoel en zo af en toe heftige emoties. We begrijpen heel goed de emoties van de inwoners en van de collega's, maar we gaan daar niet over huilen. We gaan die emoties vertalen in de uitgangspuntennotitie waar we met elkaar aan moeten werken. Dat ging niet even in de paar dagen die we daarvoor hadden, vandaar het amendement. Ik heb daar het nodig over gezegd. Emoties gaan over het behoud van de dorpen, de natuur, de kleinschaligheid, het minimabeleid. Een aantal uitgangspunten die heel belangrijk zijn, die voor ons ook zwaar zullen wegen in gesprekken die gevoerd zullen gaan worden. Maar voorzitter, laten we ook niet dramatischer doen dan nodig is. Ik ga het hierbij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw Wind. Mevrouw Rademaker, ga uw gang.
Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Ik wil niet fuseren. Frits wil ook niet fuseren, René wil het niet. Dingeman en Patricia ook niet en Wilma en Marjan al helemaal niet. Dat mag u hem zo zelf vragen, voorzitter, daar ga ik niet meer over. De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Interruptie van de heer Roosenschoon. Ga uw gang. De heer Roosenschoon: Even een vraag. Was dit een stemverklaring, mevrouw Rademaker? Mevrouw Rademaker: You wish, you wish. Nee hoor, nee, want dit is pas de eerste, de eerste twee zinnen, zal ik zeggen, van mijn verhaal. De hele Lokale Partij wil niet fuseren, maar we doen het voor de inwoners en we gaan wel op zoek naar een geschikte partner. Onze excuses aan de inwoners hoe de communicatie rondom het voorgenomen besluit en de terugkoppeling van de bewoners bijeenkomsten is verlopen. Dat had zeker anders gekund. We nemen jullie input zeer serieus hierover en verwerken deze. Maar we gaan nu echt starten met het traject. Om te zien of er, zoals dat dan zo fraai heet, een gereden partner of partners gevonden worden. Ik begrijp de verwarring. Je wil het niet en je doet het toch. We zijn er van de week weer aan herinnerd. We staan op nummer 7 in de top 200 plus van de gemeenten waar het op fijn en mooi wonen aankomt. We hebben het toch hartstikke goed? Nee, dat hebben we niet. Ja, we wonen in een prachtig stuk Nederland.
Landelijk, prachtige natuur, cultuur, historie, recreatie, alles onder handbereik, maar het staat wel onder druk, al jaren. Er lagen al drie onderzoeksrapporten die aangaven dat de bestuurskracht van Wijdemeren zorgelijk is en er allerhande financiële uitgaven, aan onder andere noodzakelijk onderhoud, al jaren uitgesteld zijn. Toen we begin dit jaar bij de provincie mochten komen in verband met de niet sluitende begroting, kregen we het dwingende advies nogmaals de bestuurskracht onder de loep te nemen. De raad van Wijdemeren heeft toen eensgezind besloten het toekomstperspectief van de gemeente te onderzoeken. Niet het zoveelste door een bureau geproduceerde rapport, maar in gezamenlijkheid, onder leiding van KokxDeVoogd, is er bewust gekozen in beslotenheid een feitenonderzoek te doen. Apolitiek, een feitenonderzoek. Samen formuleren wat voor een gemeente we willen zijn. Geen luchtkastelen en wensdenken, maar de financiën en de basis op orde, de binnen boel en de buitenboel, vorm gevat in 10 doelen. Inventariseren wat gaat goed, wat behoeft verbetering. En dan tot slot de ultieme stap, alles wat verbetering behoeft, hoe bereiken we dat? Voor de Lokale Partij leidde dat tot een schokkende conclusie. Wanneer wij de gemeente willen zijn die we willen zijn, met normale, goede dienstverlening voor onze inwoners tegen betaalbare tarieven, dan lukt dat niet in zelfstandigheid.
Alle ambities waarmee de Lokale Partij vol enthousiasme met grote plannen aan onze bestuursperiode begon, we zijn te laat. Dan kunnen we gaan wijzen naar vorige raden, vorige colleges, de provincie waarvan niks mag en laten we vooral het rijk niet vergeten, dat maar taken blijft doorschuiven naar gemeentes zonder fatsoenlijke vergoedingen. Misschien komt er straks wel een nieuwe regering, die gaat het vast helemaal anders doen. Maar wat schieten we daarmee op? Dit is waar we staan en niets doen, is geen optie. Natuurlijk is er gekeken, als je je doelen nu een klein beetje bijstelt, lukt het dan wel zelfstandig? Als we de OZB nu eens met 30 procent verhogen? Als we het onderhoud buitengewoon nog wat verder afschalen? Maar dan gaan we wel heel veel concessies doen, concessies waar de inwoners de dupe van woorden en dat is niet waar de Lokale Partij voor staat. Als wat je wilt niet kan hoe je het wilt, dan moet je een keuze maken. De fractie van de Lokale Partij heeft gekozen met grote pijn in het hart. We gaan het traject van gemeentelijke herindeling starten. Maar wat is dan de kans op een fusie ons wel gaat brengen wat we behoeven? Dat weten we niet, maar er is maar één manier om daarachter te komen.
Met een degelijk plan van aanpak, in gesprek gaan met gerede partners, met een goede nota van uitgangspunten en wellicht het aller, allerbelangrijkste, een zeer gedegen communicatieplan. De
komende weken zullen we hier stevig mee aan de gang gaan, om straks onder leiding van ons waarnemend burgemeester het verkenningstraject dan toch in te gaan. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw Rademaker. Dan laatst, maar not least, de heer Goetheer. Ga uw gang. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Ik laat mijn introductie bij de vorige keer. Die zal ik niet herhalen. Maar waarom het een bijzondere avond is, is natuurlijk het voorliggende besluit dat dat een historisch besluit is, zoals meerdere ook al aan gerefereerd hebben. Deze afgelopen periode ben ik van een groot voorstander van zelfstandigheid, vanwege onder andere mijn ideeën over lokale politiek, dichtbij de inwoners staan, een lokaal bestuur die echt lokaal is, naar voorstander van een vorm van fusie gegaan. De realiteit is namelijk dat er steeds meer complexe taken bij gemeenten terechtgekomen zijn. Nu zijn op zich complexe taken niet direct een probleem, hiervoor werken we in veel gevallen ook al samen in gemeenschappelijke regelingen, waardoor we al vaker een regierol hebben gekregen dan een puur uitvoerende. Onze financiële problemen daarentegen zijn, mijns inziens, wel een onoverkomelijk probleem geworden. Bedragen van 150 miljoen waar echt wel wat op af of op te dingen is, afwentelen op een populatie van 24 duizend inwoners, is voor mij niet te verkopen.
Vooral door het gebrek aan tijd om hiervoor te sparen. Onze zelfstandigheid is al veel eerder verkwanseld dan in het heden. Niemand heeft daar echt verantwoording over hoeven af te leggen, maar de inwoners mogen wel de rekening betalen. Ik kijk erg uit naar de begroting van morgen. Dat ik dat proces heb mogen doorlopen, van tegen naar voor, dat gun ik onze inwoners. Dat gun ik ze niet alleen, dat vind ik ook onze taak als volksvertegenwoordigers en als lokaal bestuur om onze inwoners daarin mee te nemen. Daarom ging ik ook zo aan net op de VVD en beweringen die daar gesteld werden. Want juist op dat punt schieten wij zo waanzinnig tekort. Dat vind ik echt ongelooflijk. Een proces wat aan alle kanten rammelt, zaken die niet goed geregeld zijn, commissies die er opeens ingeschoven worden, omdat er niet over nagedacht is, communicatie die op punten richting inwoners in zijn totaliteit ontbreekt, terugkoppelingen van inwoners die onvoldoende meegenomen en meegenomen worden, afspraken waar niet aangehouden wordt. De voorzitter: Mijnheer Goetheer, u heeft een interruptie van mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper, ga uw gang. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. De heer Goetheer benoemt een aantal zaken die niet goed zijn gegaan de afgelopen maanden. Voor de ChristenUnie is dat nu juist een van de redenen dat wij voor een fusie gaan, want er is gewoon heel veel niet in orde hier.
Het is al een wonder dat wij hier met elkaar zitten en dat we tot dit punt zijn gekomen in redelijke harmonie. Dat we dit nu kunnen doen. Waar gefaald wordt en dan heb ik het niet specifiek over personen of een deel van de deze gemeente, dat is een teken aan de wand dat we moeten fuseren en dat we het niet zelfstandig kunnen. Dus volgens mij verwacht u ook iets, wat deze gemeente op dit moment niet kan bieden. Wat is eigenlijk mijn vraag? Graag uw reactie daarop. De voorzitter: Slim gedaan, mevrouw Kaper. Mijnheer Goetheer, heeft u een antwoord? De heer Goetheer: Ja, mijn reactie daarop is alles wat ik hier vanavond zeg. Dat moge duidelijk zijn. Terugvraag aan mevrouw Kaper, heeft u geluisterd naar wat ik net zei? De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, ik heb zeker geluisterd. Maar het klinkt in mijn oren als een verwijt, voorzitter, terwijl het voor mij juist een argument is. Dus ik hoor graag van de heer Goetheer, ziet hij dit als een argument of is het toch ook een verwijt?
De voorzitter: Mijnheer Goetheer, ga uw gang. De heer Goetheer: Beide natuurlijk. Ik ga verder, als u het niet erg vindt, voorzitter. De rol en het mandaat in deze van het presidium, de bestuurlijke begeleidingsgroep en externe bureaus, die ook ik als raadslid nog steeds niet boven tafel krijg. Zo kunnen we naar mijn mening nog wel even doorgaan. Absoluut verwijten, mevrouw Kaper. Vanavond zal vast iedereen zijn mond vol hebben over het belang van communi… De voorzitter: Maak uw zin maar af en dan krijgt u een interruptie. Ga uw gang. De heer Goetheer: Ik doe graag eerst de interruptie. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Rademaker. Ga uw gang, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Dan vraag ik aan de heer Goetheer, heeft het presidium de beslissing genomen tot bestuurlijke herindeling? De voorzitter: De heer Goetheer. De heer Goetheer: Het besluit tot bestuurlijke herindeling is door niemand nog genomen, dus ook niet door het presidium. Mevrouw Rademaker: Het voorlopig besluit wat ligt. De heer Goetheer: Dat ligt vanavond voor en dat is nog niet eerder genomen. Mevrouw Rademaker: Het besluit dat wij in juli genomen hebben, mijnheer Goetheer, is dat door het presidium genomen of door draad? De voorzitter: Mijnheer Goetheer, gaat u antwoorden alsjeblieft.
De heer Goetheer: Ieder raadsbesluit wat in een raadsvergadering is genomen, is door de raad genomen. De voorzitter: Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Maar dan begrijp ik nog steeds niet, voorzitter, waarom de heer Goetheer insinueert dat het presidium sturend opgetreden is in een besluitvorming van de raad. De voorzitter: De heer Goetheer. De heer Goetheer: Dat wil ik best toelichten. Het presidium heeft samen met de voorzitter van de raad, zoals u weet, besloten tot de datum van vandaag. Terwijl in ieder amendement, ook wat vanavond voorligt, eigenlijk gezegd wordt dat we, en ik heb u allen ook beluisterd, dat dat te kort dag is. Er is een amendement op 12 juli aangenomen. U zei het net zelf, het wordt al een beetje sleets kwaliteit voor tijd. Wanneer we dan kijken naar het proces tussen 12 juli en 5 oktober en verschillende data en zeker de data van vanavond en zeker ook met de commissie van afgelopen dinsdag 3 oktober in het achterhoofd, dan is mijn mening dat we daar onvoldoende tijd voor hebben genomen. Voor contemplatie, voor reflectie op alleen al de inbreng van afgelopen dinsdag voor vanavond.
De voorzitter: Mijnheer Goetheer, u heeft een interruptie van mevrouw Van Rijn. Ga uw gang, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dank u wel. Dit verbaast me toch wel erg hoor. Volgens mij heeft de heer Goetheer zijn hand opgestoken bij het raadsbesluit van 12 juli, waarin wij besluiten om op 5 oktober met de raad bij elkaar te nemen en een besluit te nemen tot bestuurlijke fusie. Nu zegt u, het presidium heeft het besluit genomen dat het op 5 oktober. Nee, wat het presidium gedaan heeft, want dit was een raadsproces waar het college nog buiten stond. Wat het presidium gedaan heeft, is de vraag van de raad uitvoeren en zorgen dat het hier op 5 oktober kan komen. En het is u allemaal, wij allemaal, ook de leden van het presidium, goed recht om te zeggen, die 5 oktober is te snel. Dan kunt u een amendement indienen of tegenstemmen. Ik vermoed dat u dat ook gaat doen, maar gaat u alstublieft niet zeggen dat het presidium zo snel is geweest om het hier op 5 oktober te krijgen. Dat is gewoon pertinent onjuist en ik hoop dat u dat bij deze ook kunt bevestigen. Dan gelijk maar mijn tweede vraag. De heer Goetheer heeft allerlei vragen aan het presidium, aan de begeleidingsgroep, bureau die niet beantwoord zijn. Van mij hoeft het niet elke keer in de raad. Het mag, ik heb niks te verbergen, maar laten we die vragen op tafel krijgen, stuur ze op.
Ik wil ze u beantwoorden, maar elke keer, ik heb allerlei … Ik weet niet welke vragen u heeft, ik weet niet wat ik moet beantwoorden, ik weet niet wat er schimmig is. Ja, er zijn dingen niet goed gegaan, maar dit blijft elke keer terugkomen. Dus ik zou zeggen, mail ze, noem ze op vanavond. Dan krijgt u antwoord en daarna kunnen we ook door. Dan zult u echt antwoord hebben waarvan u denkt, dat had anders gekund, want zo denk ik er ook over als lid van de begeleidingsgroep en van het presidium. Maar laten we het dan gewoon bespreken in plaats van te doen dat dat allemaal hele zware punten zijn. Dat kunt u dan beoordelen als u antwoord heeft gehad. De voorzitter: Mijnheer Goetheer, gaat u verder. U was nog bezig met de beantwoording van een vraag van mevrouw Rademaker en mevrouw Van Rijn heeft ook een vraag gesteld. Dus dat komt ten goede van uw tijd. Gaat u verder. De heer Goetheer: Dan moet ik eerlijk toegeven dat de vraag van mevrouw Rademaker mij al op dit moment ontschoten is. Ik wil als eerste reageren dan op mevrouw Van Rijn. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Goetheer: U heeft helemaal gelijk natuurlijk in het eerste gedeelte over 5 oktober en de datum die in het raadsbesluit toen is gekomen.
Waar ik dan op doel, is dat daarna, we hebben toen ook aangegeven, zeker in kwaliteit voor tijd, dat onder andere de inbreng van de inwoners van enquêtes zwaar zal worden meegewogen, dat we dat mee zouden nemen. Waar mijn bezwaar voornamelijk in zit, is dat we dus, nu wordt steeds gezegd 5 oktober hebben we als raad besloten. We hebben toen meer dingen besloten en dat alle andere dingen van ondergeschikt belang, mijns inziens, zijn gebleken ten opzichte van de datum van 5 oktober. Of in ieder geval dat daar een te korte periode voor is gegeven tussen vrijgave van de stukken op 28 september, dan de commissie, dan nu de raad. Daar zit een groot gedeelte van mijn bezwaar in. Dat heb ik toen ook kenbaar gemaakt en daarin heeft het presidium toen gezamenlijk met de voorzitter … De voorzitter heeft presidium om advies gevraagd, presidium heeft daarin advies gegeven en daar zit een bezwaar. De voorzitter: Mijnheer Goetheer, u heeft een interruptie eerst van mevrouw Van Rijn, daarna van mevrouw Wind. Mevrouw Van Rijn, ga uw gang.
Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Dat geloof ik ook allemaal best wel, dat de heer Goetheer daar het niet mee eens was en het te snel vond gaan. Maar het presidium heeft de opdracht om dat raadsbesluit op 5 oktober, dat is besloten door de raad, hier op tafel te krijgen. Het is natuurlijk niet zo dat als u het presidium iets meegeeft van, ik heb dat liever niet, dat het presidium dan kan zeggen, dan doen we het de zestiende. Dus volgens mij werkt het zo. En u heeft gelijk hoor, wij vinden het allemaal te snel. Dus ik snap wel uw punt. Maar ik vind het wel vervelend dat er gesuggereerd wordt, dat wij gestuurd hebben op die 5 oktober is afgesproken. Ik had namelijk uw … Ik denk dat u dezelfde reactie had gehad als wij hadden besloten, het wordt 20 oktober. Dan had u gezegd, het presidium heeft zich niet gehouden aan het raadsbesluit. Dus ik vind dat een best een onprettig verwijt en ik hoop ook dat u begrijpt dat er geen enkele aanleiding achter zit anders dan, de raad heeft besloten 5 oktober en dan is het aan de raad om op 5 oktober te zeggen, we halen het helemaal van de agenda af of niet. De voorzitter: Dan wil ik graag een reactie van de heer Goetheer en daarna krijgt u een interruptie van mevrouw Wind. De heer Goetheer: Ik kan hier nog honderd keer reactie op geven, maar ik laat het bij deze. De voorzitter: Prima. Dan heeft u interruptie van mevrouw Wind.
Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Dank u wel. Het eerste deel van mijn interruptie is inmiddels keurig verwoord door mevrouw Van Rijn. Alleen het antwoord zou ik dan nog wel willen weten. Neemt u daarmee ook uw aantijgingen terug? De voorzitter: De heer Goetheer. Mevrouw Wind: En mijn vraag is. De voorzitter: Tweede vraag meteen. Ja, doe dat maar direct. Mevrouw Wind: Mijn tweede vraag is, de bezwaren die u noemt die hebben we denk ik allemaal. Juist daarom hebben we het amendement gemaakt met brede steun. We hebben dat ook aan u voorgelegd. Daarom stellen we voor het plan van aanpak vooruit te schuiven. Daarom stellen we voor de uitgangspuntennotitie vooruit te schuiven. Dus ik zou zeggen, I feel your pain, maar doe gewoon met ons mee. De voorzitter: De heer Goetheer. Mevrouw Wind: Vraag. Bent u bereid om dat te doen? De voorzitter: Ga uw gang, mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Om eerst even … De aantijging dus van een wat als-vraag. Bedoelt u die van, dat mevrouw Van Rijn het gevoel had over de 5 oktober of dat ik dat te snel vond en dat anders de aantijging zal zijn dat het te laat zou zijn? De voorzitter: Mevrouw Wind wil even toelichten wat haar vraag is. Mevrouw Wind, ga uw gang. Mevrouw Wind: Maar ik denk dat mevrouw Van Rijn het net uitstekend verwoorde. Dus ik zit even te kijken. Het maakt niet uit wie het doet.
Ook ik heb uw opmerking ervaren als een forse aantijging aan het presidium. Dat heeft collega Van Rijn verwoord en ik deel dat enorm met haar, want het is echt heel vervelend. Als er
concrete dingen zijn die u aan ons, aan het presidium, aan wat dan ook, aan mij, niet bevallen, zeg het. Ik zal het me aantrekken of niet, maar zeg het. Maar we moeten niet allerlei suggesties gaan doen. Ik vind dat u dat net wel deed. Collega Van Rijn zei, wilt u dat alstublieft niet meer doen en ik hoop dat u het terugneemt. Die vraag is blijven hangen. Dus die herhaal ik. De voorzitter: De heer … Interruptie op de heer Goetheer? Mevrouw Hidding, ga uw gang. Mevrouw Hidding: Er blijft elke keer bij mij één vraag naar boven reizen. Mevrouw Wind zegt net de uitgangsnotitie wordt uitgesteld. Daar gaan we even verder aan bijschaven. Hetzelfde geldt voor plan van aanpak. Maar wat denkt u daadwerkelijk te bewerkstelligen door het besluit nu even uit te stellen met een paar weken? Wat gaat er substantieel dan veranderen? De voorzitter: Mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Voorzitter, ik wil u verzoeken om mij het ook te gunnen om per … De voorzitter: Dat was ik ook van plan, maar daar heeft u gelijk in. De heer Goetheer: Om dat nu, oké. De voorzitter: Want ik heb ook nog een vraag en mevrouw Rademaker heeft ook nog een vraag. Dus vandaar dat ik … Ik ga daar goed opletten. Dank u. De heer Goetheer: Wat ik net letterlijk heb gezegd, is de rol en het mandaat in deze van het presidium.
Wanneer ik kijk naar de afgelopen maanden en de rol die het presidium daarin vervuld heeft, wanneer we het gaan hebben over de rol van richting de enquêtevragen bijvoorbeeld, richting een aantal punten daarin, vinden de leden van het presidium dan, of de bestuurlijke begeleidingsgroep wat eigenlijk daarin dus één op één bijna hetzelfde is, dat de rol en het mandaat die eigenlijk het presidium … Ik heb gezocht naar rol en mandaat van bestuurlijke begeleidingsgroepen, heb ik niet kunnen vinden, maar dat zal aan mij liggen. Dat dat gehonoreerd is, dat dat bij het takenpakket hoorde van het presidium? De voorzitter: Wil iemand daar in uw betoog daar een antwoord op geven? De heer Goetheer: Dit is de reactie op mijn aantijging, dat ik die dus niet terug zal nemen, omdat dit is één van de dingen waar ik wat van vind. De voorzitter: Een reactie van mevrouw … Wilt u een reactie geven of niet? Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, heel kort en dan ga ik even al die procedure dingen die ongetwijfeld nog komen even laten, omdat ik dan gewoon de vraag een keer wil horen van de heer Goetheer en ik kan dan daar gewoon op een ander moment op antwoorden. Dat lijkt mij voor mij beter. Maar de rol van de begeleidingsgroep, het was niet zo leuk hoor om in de begeleidingsgroep te zitten en de hele zomervakantie aan een enquête te werken en met elkaar ...
Natuurlijk zijn de rollen daar vervaagd, omdat we geen enquête willen met spelfouten en geen enquête waarin staat, wilt u samen met Gooise Vecht, wat niet bestaat? Dus de begeleidingsgroep heeft zijn stinkende best gedaan om daar namens de raar, dat was ons idee van een begeleidingsgroep. Anders hadden we moeten zeggen, we gaan met negentien raadsleden die enquête bekijken. Dat idee was daar, om een mooie enquête de deur uit te krijgen, waarvan je zegt, dit kan naar buiten. Als de heer Goetheer weer … Gelukkig gaat het straks niet meer fout, want dan bent u onderdeel van
het presidium. Maar dan kunnen we dat met zijn allen doen. Maar we hebben met de beste intenties die enquête gemaakt en vanaf ons ligbed in Kroatië geappt of alsjeblieft dit of dit in spelfouten eruit zou kunnen gaan. Dus zo een feestje was het niet en die rol hadden we liever, denk ik, ook niet gehad. De voorzitter: De heer Goetheer. De vraag van mevrouw Rademaker is trouwens … Die is weg? Die weten we niet meer? Oké, mijnheer Goetheer, gaat u verder met uw betoog, alstublieft. Interruptie van mevrouw Kaper. Zal ik eerst deze, de reactie van de heer Goetheer. Mevrouw Kaper: Er lag nog een vraag van mevrouw Wind over het amendement. De voorzitter: Maar de heer Goetheer kan daar zo op ingaan. Gaat u verder, mijnheer Goetheer. Vraag beantwoorden van mevrouw Wind en dan mag u doorgaan met uw betoog. Ga uw gang. De heer Goetheer: Helpt u me dan nog even aan uw vraag, mevrouw Wind? De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ik wil u helpen met de vraag en ik doe u ook een suggestie voor … Nee, ik doe u geen suggestie voor het antwoord. U zoekt het maar uit met uw eenmansfractie. De vraag is, neemt u dan de aantijgingen aan het adres, dit gehoord hebbende, terug? Want ik zou dat wel op prijs stellen. Als u zegt, nee, dat doe ik niet. Dan zou ik het op prijs stellen dat uw vraag iets ‘…’ of dat we besluiten om erover op te houden, vind ik ook goed.
Maar geen suggesties en dat soort dingen. Dat moeten we gewoon niet doen. Ik begrijp uw ontevredenheid. Ik deel hem ook met u. Ik heb het dinsdag ook in de raad gezegd, ik kan er nog wel meer over zeggen, maar op een gegeven moment is het ook de blik voorwaarts. Wat er geëvalueerd moet worden, moet geëvalueerd worden. Ben ik absoluut voor in. Maar dan gewoon in alle openheid. De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ik kan u gelukkig recht in de ogen kijken. De voorzitter: We gaan wel met respect met elkaar om, mevrouw Wind, hier. Dus eenmansfractie hoeft niet denigrerend gebruikt te worden. Mevrouw Wind: U heeft volkomen gelijk. De voorzitter: Goed. U heeft een interruptie van mevrouw Snel. Ga uw gang. Mevrouw Snel: U heeft het al gezegd, ik vind het niet netjes dat een aanval wordt gedaan op een eenmansfractie, dus dank u wel. De voorzitter: Prima. Dank u vriendelijk. Mevrouw Wind: De tweemansfractie neemt het terug. De voorzitter: Terug genomen, mijnheer Goetheer, gaat u door met uw betoog. Ga uw gang. De heer Goetheer: Ik ga door met mijn betoog. Zeker de blik naar voren. Laat dat ook duidelijk zijn. Ik dacht met wat hoe ik het net omschreef van, hoe ik het letterlijk dus zei, dat dat niet allerlei aantijgingen zijn of iets
dergelijks, maar puur rol mandaat. Ook in de beantwoording die ik net hoorde, blijkt dat er natuurlijk uit. Maar iets van een evaluatie zou ik heel graag over de afgelopen maanden … En hoe of wat ben ik ook over aan het nadenken, maar ook met hoe ik … Ik hoop uw steun daarin van hoe we dat doen, juist om lering te trekken richting de toekomst en juist om ervoor te zorgen dat iemand niet vanuit een bedje in Kroatië dat soort dingen moet doen. Ook al is het plichtsbesef en dat wordt zeer gewaardeerd door mij, van alle tijd en energie die er ingestoken is. Ik ga verder met mijn betoog. Vanavond zal vast iedereen zijn mond vol hebben over het belang van communicatie richting inwoners en participatie en iedereen mag daarin in dit land gelukkig zijn eigen afwegingen maken. Maar ik vraag mijn mede-raadsleden, op de man en vrouw af, en vooral die van partijen, die zelfstandigheid van onze gemeente in de vezels van het bestaan hebben, gun onze inwoners een zorgvuldig proces. Concludeer. Hierin hebben we op dit moment iets te veel fouten gemaakt. Draagvlak is te belangrijk om nu terzijde te schuiven. Dat verdienen onze inwoners. We nemen dit voorstel nog even terug. We gaan aan de slag met onze communicatie en komen hier volgende maand in het bijzijn van onze nieuwe burgemeester op terug.
Voorzitter, ik vraag zo meteen graag een hoofdelijke stemming aan, dan kunt u het aan de man of vrouw vragen en tot zover. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mijnheer Goetheer. Dan wil ik het tweede termijn sluiten, dames en heren, leden van de raad. Ik wil overgaan tot stemming. Dat heb ik niet eerder gedaan, maar dat komt ook wel goed. Ben ik van overtuigd. Ik weet in ieder geval wie als eerste mag stemmen. De heer Goossen? Ja, de heer Goossen en de griffier die noemt een naam op en als u dan duidelijk de microfoon wilt gebruiken om dan uw stem te geven, of uw stem te maken, en daarna de microfoon even weer uit, dat we dat smooth hier kunnen gaan doen. Griffier, aan u het woord graag. Mevrouw Hörchner: De heer Goossen. De heer Goossen: Voor. De voorzitter: Sorry. Neem me niet kwalijk. Ik ben helemaal in de war. De heer Goossen: Dat gaat de voorzitter nu zeggen namelijk, denk ik. De voorzitter: Neem me niet kwalijk. De heer Goossen: Dank u wel. De voorzitter: We gaan stemmen over amendement, in eerste instantie, A-4-1 van PvdA-GroenLinks, de Lokale Partij, CDA, VVD en ChristenUnie. Start de verkenning, maar gesprekken later. Ik geef graag het woord weer aan de griffier over stemming van dit amendement, 4.1 Mevrouw Hörchner: De heer Goossen. De heer Goossen: Voor. Mevrouw Hörchner: De heer De Graaf. De heer De Graaf: Ik stem voor. Mevrouw Hörchner: De heer Den Hartog.