CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 04.06.2024

gemeenteraad 4 juni 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening22.954 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maar we hadden een hele scherpe voorzitter, die zei dat is heel erg leuk die toezegging, maar dat moet toch echt via de raad hier besproken worden en voor gestemd worden. Dus vandaar dit amendement.

De voorzitter: Dank u wel. Daarmee maakt dit amendement A-22-1 deel uit van de beraadslagingen. U wijzigt daarmee beslispunt twee en voegt een beslispunt drie toe. Ik kijk naar de andere indieners of die nog behoefte hebben om daar iets op aan te vullen? Dat is het geval. De heer Roosenschoon, D66. De heer Roosenschoon: Ik heb er in elk geval weinig aan toe te zeggen. Het is goed besproken de vorige keer in de commissie. Wat we wel moeten meenemen is dat bijvoorbeeld in het vorige agendapunt het IBK het armoedebeleid eigenlijk heel erg ondergesneeuwd was. Dit is één van de punten waarvan we zeggen hier kunnen we beginnen met het verschil maken en ook een begin maken met een adequaat armoedebeleid. Enige toevoeging. De voorzitter: Dank u wel. Zijn nog andere indieners die iets willen toevoegen? Zijn er vragen op dit amendement? Dat is niet het geval. Dan kijk ik naar de wet … De heer Heeren, excuus. De heer Heeren: Wij vinden het op zich een sympathiek voorstel, maar het is een klein bedrag ten opzichte van … Het verschil is klein ten opzichte van fusiepartners. Als we kijken naar het totaalpakket, dan zien we dat daar toch meer mogelijkheden zijn. Neem bijvoorbeeld de regeling chronisch zieken en gehandicapten. Onze vraag is, waarom doen we het nu en wachten we niet tot er meer bekend is over de fusiepartner zodat we het hele pakket kunnen doen? De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel. Ik kan me heel goed voorstellen, het liefst zouden we het allemaal willen wat ons betreft, om dat snel te actualiseren. Ook het antwoord vanuit de ambtelijke organisatie het wordt pas per 1 januari 25 kan het ook pas ingevoerd worden mochten we deze wél ophogen. Maar ik deel met u dat wij het liefst willen dat dit ook zo snel mogelijk met de fusiepartner besproken gaat worden. Het risico is alleen dat kan nog best even duren. We gaan natuurlijk pas fuseren als het allemaal goed gaat per 1 januari 27. Ik weet wel hoe dit gaat, het moet dan besproken worden, er moet een voorstel komen, we gaan erover debatteren straks in de nieuwe gemeenteraad. Dan kan dat dus nog heel erg lang duren. Wanneer het gaat om een zorgverzekering, vinden wij als ChristenUnie dat je daar niet mee moet wachten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Heeren. De heer Heeren: Wat we niet helemaal zien is waarom dat zo lang zou moeten duren. Zodra de fusiepartner bekend is, zouden we dat gesprek kunnen aangaan. Dan hebben we het al over ik denk dezelfde termijn als dat nu geldt voor deze aanpassing. Dat we het over 1 januari 25 hebben en dan over het hele pakket. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ik vind dat wel een interessante gedachte van de heer Heeren.

Ik ben eigenlijk benieuwd naar de wethouder en of hij misschien kan voorspellen hoe snel die minimaregelingen geactualiseerd kunnen gaan worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roosenschoon wil nog iets toevoegen namens de indieners. De heer Roosenschoon: Wat ik me afvraag, we hebben het hier over 25 en over 27. Ik weet niet vanaf welk moment we gaan werken aan de harmonisering van de verschillende tarieven. Als we moeten wachten tot inderdaad 27, we gaan dan pas kijken naar gelijkschakeling of gelijkzetting, geleidelijk of in één keer. Dan is het

toch een kwestie dat we meer dan twee jaar moeten wachten. Ik zou zeggen laten we hiermee nu vast beginnen, dat begin hebben we dan gemaakt. 120 vinden wij eigenlijk te laag, we hadden het liever direct opgetrokken naar 147 net als Hilversum. Maar we gingen uit van de toezegging van de wethouder van de zestig mille, vandaar dat we het op dit bedrag hebben gehouden. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Graaf, De Lokale Partij. De heer De Graaf: Dank u wel voorzitter. Eigenlijk op aanvulling van de heer Heeren hebben wij een hele concrete vraag aan de wethouder. Want het raadsvoorstel is pas een besluit te nemen over de aanpassing van de minimaregeling als de beoogde fusiepartner bekend is. Zouden we die minimaregeling dan voor 1-1-25 kunnen harmoniseren? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Abrahamse, PvdA-GroenLinks. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel voorzitter. Begrijp ik ook dat ik op dit moment aan mevrouw Kaper nog wat vragen mag stellen of moet …? Heel duidelijk vooraf gesteld, is dat armoedebeleid en het voorkomen van niet mee kunnen komen en kansengelijkheid, aan de basis ligt van ons partijprogramma natuurlijk. Groen en sociaal, het zegt het al. Daar zijn we heel duidelijk over, maar daar gaat het wat ons betreft nu in die zin niet over.

Want wij vinden dat op deze manier dat er een onderwerp uit het sociaal domein gehaald wordt, waar we net integraal met elkaar over hebben gesproken. Dat je allerlei onderwerpen uit dat sociaal domein kan halen, die ook prioriteit zouden kunnen hebben voor meerderen van ons. Dus wij beoordelen liever alles integraal. De vraag is ook of deze zorgverzekering of dat nu dé oplossing is waarbij we mensen het meeste helpen en die vraag is daar niet mee beantwoord. Even heel concreet over … Er wordt genoemd dat het gaat om negentig gezinnen, zo heb ik hem meegekregen. De vraag is even of het over gezinnen en personen gaat? Een hamvraag is echt maar hoeveel mensen komen er in principe echt voor in aanmerking? Dat zijn er namelijk veel en veel meer, want het zijn mensen die nu gekozen hebben voor een andere zorgverzekering omdat deze niet voordelig genoeg is. Dus het aantal mensen dat er per 1 januari gebruik van wil maken zal veel groter zijn, waarmee dus ook de kosten anders zullen zijn. We vinden de 120 euro vraag ik me af … Het is of aansluiten bij de gerede partner, dat vraag me af. Dus we vragen vooral de dekking af van de kostenverzekering als die veel breder wordt uitgevent, zullen we maar zeggen. Daarmee nog even de opmerking naar ons allemaal.

Is dat we in de vorige amendement naar aanleiding van de Rekenkamer, hebben gezegd wij verwachten van het college een actieve en proactieve houding richting inwoners die recht hebben op welke toeslag dan ook. Daar is naar gevraagd bij de technische vragen voor de commissie. Daar kwam uit dat daar geen resultaten gehaald zijn in aantallen. Dat betekent ook dat die vraag wat ons betreft daarmee het amendement niet is afgedaan daarmee. Maar dat het daar ons om gaat dat al die regelingen op de juiste plek terechtkomen. Dank u wel. Ik zie dat u naar onze afsluiting wil. De voorzitter: Mijn non-verbale sturing. Ik kijk naar de indieners. Mevrouw Kaper eerst, maar ik zag ook de heer Goetheer. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ik deel helemaal met mevrouw Abrahamse dat van zestig naar 120 dat dat toch wel mager is. Vooral als je kijkt dat Hilversum 147 hanteert. Kijk in de commissie dacht ik het college stelt voor om het helemaal niet te actualiseren, om helemaal te wachten. Dus ik dacht ik doe een bescheiden voorstel. Toen de wethouder in al zijn enthousiasme een toezegging deed, dacht ik, ik had wel op 147 kunnen gaan zitten. Ik heb ook nog overwogen voor vanavond om het alsnog op te hogen in het amendement. Ik denk dan is die toezegging weg, dus dat is een risico, heb ik niet gedaan. U heeft natuurlijk helemaal gelijk, dit is een druppel op de gloeiende plaat.

Het is absoluut niet dé oplossing. Alle minimaregelingen moeten geactualiseerd worden

en het liefst zo snel mogelijk wat ons betreft. Er moet nog veel meer gebeuren op het gebied van armoedebestrijding. Waar het ons als ChristenUnie met name om gaat is gewoon die zorgverzekering die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Dat we dat kunnen realiseren door een iets hogere tegemoetkoming te geven. Dus het is inderdaad een sympathiek gebaar. Ik zou veel meer willen, maar voor nu hoop ik dat dit er in elk geval in zit voor de inwoners. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Abrahamse als reactie daarop. Mevrouw Abrahamse: Dan heb ik heel graag toch nog antwoord op de vraag over de dekking als de toename veel groter wordt. Die kan je verwachten, zeker als je hem breed gaat communiceren. De voorzitter: Mevrouw Kaper is de dekking voldoende? Mevrouw Kaper: Ik zou het eerlijk gezegd fantastisch vinden als meer mensen er gebruik van gaan maken. Want daar is hij ook voor bedoeld. De dekking is nu berekend op basis van negentig personen. Het zijn geen huishoudens, het zijn personen boven de achttien jaar die daar gebruik van kunnen maken. Ik hoop natuurlijk op meer. Dan hoor ik ook graag van de wethouder hoe hij dat risico inschat. Of dat een dusdanig hoog financieel risico met zich meebrengt dat dat niet verstandig is. Maar goed het potje is er ook, die minimaregelingen moeten geactualiseerd worden. Dus ik hoor dan graag van de wethouder terug.

Mocht hij een enorme lijst aanmeldingen krijgen, is dat dan een risico? De voorzitter: Dank. Wilde de heer Goetheer daar nog iets aan toevoegen namens de indieners? De heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel voorzitter. Toch wel net luisterend naar de argumenten aan de overkant, die verbazen mij wel. Ik heb even meegeschreven van Partij van de Arbeid-GroenLinks. Over resultaten, of we hiermee het meeste helpen. Het gaat er niet om denk ik of we hiermee het meest helpen, het gaat erom dat we hiermee daadwerkelijk helpen. Dat we dit dus nu al kunnen doen. Dit is voor minimaregeling. Ik denk ook niet dat er nu een tsunami aan aanvragen gaat komen. Ik hoop natuurlijk meer dan nul daarin. Ik hoop dat iedereen die recht heeft op deze regeling, dat die het gemeentehuis ook weet te vinden en dat wij die ook weten te bereiken. Maar dat we het nu gaan hebben dus over wat kan de kosten, wat gaan die hier worden? Terwijl dit gaat om een zeer beperkte minimaregeling die nog geeneens gelijk trokken wordt aan de gerede partner mogelijk in de toekomst. Denk ik dat dit een minimaal voorstel is vanuit de ChristenUnie. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga kijken naar het colle ... De heer Heeren had toch nog iets. De heer Heeren: Een vraag aan de heer Goetheer. Want dan gaat het nu om 120 euro. De gerede partner is 147 euro.

Waarom gaan we niet meteen naar 147 dan? De voorzitter: De heer Goetheer. Er wordt een bod gedaan links. De heer Goetheer: Ik beluister net aan mijn linkeroor, als we daarvoor een meerderheid kunnen vinden, graag. Ik denk wel dat we dat dan even met … Of niet even, met de wethouder moeten afstemmen of dat dan ook mogelijk is of daar verschillen in zijn. Maar anders is het misschien een heel logische aanpassing om daar nu 147 euro direct van te maken.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de wethouder voor een appreciatie van de zijde van het college van dit amendement en nog een antwoord op de hele concrete vraag over de mogelijke, extra uitgaven omdat de toeloop groter wordt. De wethouder. Wethouder De Haan. De heer De Haan: Dank u wel voorzitter. Een belangrijk verschil met de vorige vergadering is, is dat als ik nu achterom kijk dan … Daar zit hij, de wethouder van Financiën. Dus vanaf nu kan alles tegen me gebruikt worden. Dat betekent dat ik ook een beetje voorzichtiger moet zijn dan de vorige keer. U heeft natuurlijk helemaal gelijk, dit is niet de grootste maatregel die je denkbaar acht als je het hebt over de minimaregelingen. Daar is een goed gesprek met elkaar over hebben tot welk niveau je dat wilt verbeteren. Dit doet iets. Het doet ook iets met de begroting. Hoewel ik zeg ik even nu vooruitlopend op wat ik misschien achter me gesouffleerd krijg, ook dit moet wel uit de lopende begroting gefinancierd worden. Ik heb daar navraag naar gedaan en dat zou moeten kunnen als het gaat om deze regeling. Dus daar raken we niet heel erg gestrest van. Maar het is inderdaad wel een tussentijdse wijziging die je dan opvangt binnen het budget wat je hebt. Dat is de dekking die mevrouw Kaper ook aangeeft.

Negentig is overigens 78, dat hebben we toch nog eens heel expliciet … Dan gaan we Hollands onderhandelen, maak er dan maar meteen 147 van, dan heb je dat verschil ook weer. Maar zo moeten we er misschien ook niet over spreken voordat … Want het is natuurlijk best een heel ernstig onderwerp. Met name mevrouw Abrahamse gaat daar goed op in. Wil je dit … Ook in de vorige commissie de heer De Graaf hield daar een heel verhaal over. Wil je dit goed aanpakken, dan is het niet voldoende om alleen, dat hebben we gemerkt, alleen een advertentie in de krant en hier en daar een flyer neer te leggen Ee dan melden de mensen zich wel. Afgelopen zaterdag netwerkmarkt, ook daar waren partners die over schuldhulpverlening en over mensen die in de problemen zitten, dat ze daar advies kunnen geven. Dan worden die adviezen ook kosteloos geven, dus dat is een permanent proces. Ik ben daar ook zelf bij geweest afgelopen zaterdagmiddag en daar gaan we mee door. Er komt ook een zorgkant nog in het najaar, dus we zetten dat proactieve beleid zetten we voort even in de richting van de Partij van de Arbeid. In het sociaal beleidskader wordt ook in meer brede zin het minimabeleid besproken. Want het gaat niet alleen over mensen die al aan de onderkant van de samenleving leven. Het gaat er ook om dat je in de preventie probeert te voorkomen dat mensen daarin terechtkomen.

Dus ook schuldhulpverlening, binnen achttien maanden moeten mensen uit de schuld zijn. Dat is een verplichting, een wettelijke taak. Dus de gemeente staat voor heel veel dingen aan de lat om mensen te vinden en ze ook te helpen. Dat doen we dus ook, maar het is waar wat u zegt. Als er heel veel mensen zich melden, lopen ook de kosten op. Het verschil tussen wat we nu doen en het optimale plaatje, even natte vinger, tussen de twee en 300.000 euro jaarlijks. Dat is gewoon het verschil. Doe je dat nu, dan is dat voor rekening van de gemeente Wijdemeren. Doe je dat per 01-01-27, dan is dat een interessante discussie die je waarschijnlijk de komende maanden en jaren betrokken gaat worden met de nieuwe partner die dan voor die begroting in moet staan. Want die mensen komen dan natuurlijk in de begroting van de nieuwe gemeente terecht. De voorzitter: Dit leidt tot de appreciatie van de motie. Wat is uw appreciatie? De heer De Haan: Dat ik een positief advies kan geven vanuit het college om de motie te omarmen. Met dien verstande dat de invoeringsdatum, die is dan zo snel mogelijk als het ICT-systeem dat toelaat. Wanneer we ook dat contact met de het Zilveren Kruis hebben in dit geval. Dus daar kan ik u niet een exacte datum voor noemen. Maar het is op zichzelf, mensen kennen we … (voorzitter onderbreekt). De voorzitter: Dus appreciatie is oordeel raad.

Dan was er nog een hele concrete vraag wat als we het bedrag ... Is er nog een verwachte toename doordat mensen makkelijker kunnen vinden? Wat als we er 147 euro van maken?

De heer De Haan: Het makkelijker vinden is een hele lastige vraag. Want we kunnen hooguit in de herhaling gaan van wat we nu al doen en het nog intensiveren. Dus dat is een vraag die ik ook heb. Maar ik hoop dat die meer expliciet gemaakt gaat geworden als we met het beleidskader, meer toch nadrukkelijk met het sociaal wijkteam, mensen zullen kunnen aanspreken. Daar ook meer ruimte voor hebben en ook meer monitoring op kunnen hebben. Dus ik verwacht wel dat daar verbetering op komt. Maar of je alle mensen vindt, is heel erg lastig. Ik heb hier ook iets verteld over de schaamte die er vaak is, je loopt er niet mee te koop. Maar we doen wel al het mogelijke voorzitter. Van 120 naar 147, ik ren zo dadelijk hard de raadzaal uit als de heer Zagt achter me aankomt, maar ik zou me kunnen voorstellen dat dat nu ook niet de grootste blokkade gaat opwerpen. Dus het gaat om een hele kleine groep, we doen de eerste stap. Het college heeft vanmiddag bekendgemaakt dat we met Hilversum willen gaan fuseren. Dit is een gebaar in de richting van wat we misschien beogen te doen, maar u gaat daarover. Verder zult het in de begroting met elkaar eens moeten worden. Als u echt aan wil pakken, want meer mensen zich melden betekent ook meer kosten voor de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat dat leidt tot een aantal interrupties.

Laten we de interrupties alstublieft kort houden en de antwoorden dan ook. Volgens mij de heer De Graaf als eerste. De heer De Graaf: Zal ik dan nog maar beginnen met mijn vraag. Want het verbaast me, het lijkt wel alsof we koehandel gaan doen, terwijl ik dacht dat we het integraal aan zouden gaan pakken. Daarom is mijn vraag ook, kunnen de minimaregeling harmoniseren met de beoogde partner en kunnen we dat voor 01-01-25 doen? Want ik denk dat dat is wat we allemaal willen en dat is ook het advies van de Rekenkamer. De voorzitter: Concrete vraag. Wethouder. De heer De Haan: Die vraag moet ik helaas teleurstellend naar u beantwoorden, dat is niet mogelijk. Daar zitten allerlei juridische complicaties bij, die kunnen we niet op zo’n korte termijn inzetten. We kunnen de gerede partner ook daarmee niet nu al onmiddellijk belasten. Dat betekent dat we niet bij dit besluit, waar u nog over gaat overigens, dat allemaal in zo'n korte tijd effectueren. Dat is gewoon niet mogelijk, heb ik uit de organisatie moeten ophalen. De voorzitter: De heer De Graaf. De heer De Graaf: Wat voor termijn zouden we dan aan kunnen denken? De voorzitter: De wethouder. De heer De Haan: Zonder daar een reflectie van het college c.q. de organisatie, kan ik daar niet nu ad rem een antwoord op geven.

Maar ik kan mij zo voorstellen dat je voor zoiets toch een periode nog hebt, die weer in het voorjaar dan, leidt tot een tot een begrotingswijziging. Dan ben je toch ook alweer van 1 januari tot 1 januari ben je met veel regelingen dan een jaar verder. Dus dan zou het over 2026 gaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag mevrouw Kaper nog. Mevrouw Kaper: Het lijkt nu net of we bezorgd worden dat mensen de minimaregelingen gaan vinden. Ik vind dat ook wel een beetje ingewikkeld. Maar goed, het antwoord van de wethouder stelt mij wel gerust dat als we hem ophogen van 120 147 dat dat waarschijnlijk mogelijk is financieel. Want ik wil daar natuurlijk geen problemen veroorzaken. Maar de indruk dat we misschien moeten hopen dat minder mensen het vinden, daar

heb ik toch echt moeite mee. Volgens mij wilt u ook dat mensen het vinden, maar op basis op basis van de kosten zou je bijna kunnen denken, ik hoop dat ze het niet vinden. Dat vind ik wel ingewikkeld. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoorde geen vraag. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dit is op zich natuurlijk maar een kleine stap in het kader van het armoedebeleid. We hebben wel de toezegging gehad, we kunnen van 120 naar 147 gaan als harmonisering met onze toekomstige partner. Maar dat zou betekenen dus dat we wel een even een korte schorsing moeten hebben, om het amendement aan te passen aan dit bedrag. De voorzitter: Dank u wel. Wilde de heer Goetheer nog iets op dit moment? De heer Goetheer: Dank u wel voorzitter. Ik beluister net van de wethouder die benoemde een bedrag van tweehonderd tot 300.000 euro voor minimaregelingen als ik dat goed beluisterde. Dat gaat denk ik over de gehele minimaregelingen, niet over dit specifieke onderdeel. Wat ik namelijk … puur dat. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog de mevrouw Abrahamse had nog een interruptie. Mevrouw Abrahamse: Inderdaad, want het is nog steeds niet duidelijk wat de optimale groep is die hiervan gebruik kan maken. Wat dus gewoon financieel de vertaling is. Als het bedrag dat daarvoor is, straks niet meer ten goede komt aan de andere minimaregelingen die daardoor afgeschaald worden, dat is even de vraag.

De voorzitter: Mijnheer de wethouder, gaat dit ten koste van andere groepen als hier nu massaal ineens gebruik van wordt gemaakt? Hoeveel heeft hij volgens mij al een paar keer geantwoord dat is niet in te schatten, maar … De heer De Haan: Het begint natuurlijk met het kennen van de mensen die voor die regeling in aanmerking komen. Daar doen we het nodig voor om dat te optimaliseren, ook met de monitoring die we doen én met natuurlijk het gesprek dat we op vele niveaus hebben. Dus dat gaat steeds beter worden. Dat is mijn verwachting zeker. Vanaf dat moment kun je ook in je ambities natuurlijk bepalen, tot hoever wil je dan gaan om die mensen daarin ook echt voor al die regelingen het optimale te geven? Dat daar gaat u als raad over om daarin dat plafond te bepalen. U heeft ook van 120 naar 130 procent heeft u bij de begroting 24 vastgesteld, is ook een verruiming van het minimabeleid. Dus zo komen we stapsgewijs komen we wel wat verder, maar u moet echt beslissen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter toch vanuit mijn kant een technische vraag, omdat ik het vervelend vind als daar verwarring over ontstaat. Ik vraag me af of wat de wethouder zegt of dat het juiste is. De wethouder zegt dat we het niet kunnen bereiken voor 1 januari 25 omdat we de volgende partner niet kunnen opzadelen met twee of drie ton. Volgens mij is dat niet aan de orde.

Volgens mij gaan wij over onze eigen begroting en als wij bij de kadernota of nu meegeven, beste wethouder wij willen dat u die twee of drie ton verwerkt in de begroting, dan kan dat gewoon. Maar ik vind dat ook, er wordt nu gedaan of het niet kan. Beste raad, als wij dit pakket willen aanpassen voor twee ton dan moeten we daarvoor vechten en dan kunnen we dat gewoon doen. Dus dat vind ik vervelend als de wethouder zegt dat het niet kan, het kan wel. Hilversum of heel Gooise Meren gaat daar niet over, we kunnen het gewoon gelijkstellen. Ik heb nog even naar de regelingen technisch

gekeken, dat zijn gewoon bedragen aanpassen op wettelijke regelingen. Dus daar is niet zo heel veel juridisch en ingewikkelds aan. De voorzitter: Dank. Ik hoorde daar geen vraag, maar een oproep. Mevrouw Van Rijn: Of dat klopt. De voorzitter: Wat de wethouder zegt klopt of dat wat mevrouw Van Rijn zegt. De heer De Haan: Ik kan er niet klip en klaar ja of nee op zeggen. Wat mevrouw Van Rijn opbrengt, klinkt heel plausibel. Maar wat ik u aangaf is ook een waarheid. Dat is dat iedere regeling ook consequenties heeft in juridische zin. Je moet alles wel zo goed borgen dat het geld inderdaad ook goed wordt besteed. Daar hebben we in, ik zal maar zeggen in den lande ook ervaringen mee, dat het niet altijd heel goed gaat. Dat het geld ook bij de juiste mensen terechtkomt en dat willen we wel. Dus je moet dat zeer zorgvuldig doen. Dus ik kan nu niet zeggen dat fiksen we even met een druk op de ... (voorzitter onderbreekt). De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dan de laatste regeling. Dat geldt dan ook voor of het bedrag nu tweehonderd euro is, of driehonderd euro, daar zitten dezelfde implicaties aan vast. Het gaat erom dat als wij dat bedrag willen aanpassen, dat dat volgens mij moet kunnen. Dat heeft niks te maken met de toewijzingen of niet, dat is in die andere gemeenten ook zo geregeld. Dus u maakt het wel wat ingewikkelder.

Als wij het als raad willen, zou ik zeggen laten we het bij de kadernota daarvoor opkomen dat het vanaf 25 veranderd wordt. De voorzitter: De wethouder. De heer De Haan: Uw opdrachten zijn mij nu bekend. Als die inderdaad leiden tot besluitvorming, dan zal het college daarmee aan de slag gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn heeft aangegeven bij de kadernota een mooi moment te vinden. De heer Roosenschoon heeft volgens mij gevraagd voor een zeer korte schorsing. Ik vraag ook niet om amendementen nu op papier. Mocht er een eenvoudig amendement, kan dat dadelijk ook gewoon mondeling worden ingediend. Dan passen we dat ter plekke aan. Maar u krijgt een aantal minuten ... Mevrouw … Wilt u beide mevrouw Wind? Mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel. Ik had nog een vraag. Ik zat een beetje te zwaaien, maar ik kan me voorstellen dat die even gemist werd. Er werd gesproken over zevenhonderd gezinnen, dat gaat over meer dan zevenhonderd mensen. Wij willen gewoon heel graag een concreet, financieel plaatje daarvan hebben. Dan graag een schriftelijke beantwoording daarvan als het nu niet helder is. Wat gaat het gewoon kosten en waar gaan we het van betalen? De voorzitter: Dan moet ik ook al heel even zeggen, er wordt hier een amendement op een voorstel. Het college heeft hier een voorstel neergelegd.

Er zijn technische vragen in de commissie, we gaan nu geen technische vragen meer stellen. Als u die heeft, moet u die ook stellen aan de indieners van het amendement. Zij komen met een voorstel, dan moet u hen erop bevragen. Als zij daar geen antwoord op hebben, gaat u dadelijk gewoon bij uw stemming daar uw consequenties aan verbinden. De heer Roosenschoon heeft

gevraagd voor een korte schorsing. Ik schors voor vier minuten. Ik heropen de vergadering. Ik kijk naar de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon heeft gevraagd voor een schorsing. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Het ging alleen even over de technische aanpassing door de griffie van het bedrag. Dus dat is nu geregeld. Kaper? De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel. We hebben inderdaad het amendement aangepast van zestig naar 147 euro. Maar er waren toch ook wat geluiden bij andere partijen die zeiden, moeten we nu deze aanpassen en de andere minimaregelingen nu niet actualiseren? Wat is er mogelijk om dat wél bij de kadernota te gaan bespreken? Dan als raad te kijken hoe gaan we de minimaregelingen allemaal actualiseren? Ik ben nu even zoekende, want mevrouw Van Rijn legde het fantastisch uit, maar de reproductie vanuit mijn kant is wat ingewikkelder. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn u komt mevrouw Kaper tegemoet. Mevrouw Van Rijn: Ik zei tegen mevrouw Kaper en tegen de anderen dat het aan onszelf is om te bepalen of je de minimaregelingen wil ophogen en wat het gat dan in de begroting is. Of dat twee ton of drie ton is en dan moet je iets anders wellicht laten. Dat kun je meegeven bij de kadernota. Daarna zei ik tegen mevrouw Kaper, dat is eigenlijk precies wat het voorstel van het college is.

Want beslispunt twee is daar, is de beoogde partner bekend, dan gaan we daarmee aan de slag. Dat is dus gelijk met de kadernota, want we hebben 10 juli die vergadering. Dus het scheelt niet veel van elkaar. Dus ik zou zeggen laten we het niet moeilijk maken, het voorstel van het college is hetzelfde. Maar als u zegt, doe het bij de kadernota is dat prima. Maar dat was onze, maar doe vooral ieder zijn eigen ding, dit is het standpunt van het CDA. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kaper, waar leidt dat toe ten aanzien van het nu voorliggende amendement? Mevrouw Kaper: Dank u wel. Wat ik mooi vind om te zien is dat er in ieder geval groot draagvlak is binnen deze raad om de minimaregelingen zo snel mogelijk te actualiseren. In dat vertrouwen ben ik het daar wel mee eens. Ik heb even overleg gehad met de andere indieners. Dan zouden we deze nu terugtrekken en dan bij de kadernota kijken naar álle minimaregelingen. Ik vind het mooi om te horen van alle fracties dat ze dat ook als urgent zien. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat dat ook een hele goede is, om dat moment daarvoor te gebruiken. Daarvoor het politieke debat over, los van overigens herindeling.

We komen straks met een integraal plan, als de herindeling echt onomkeerbaar is begin volgend jaar, met hoe ga je nu die hele harmonisatie doen? Maar als daar nu al behoefte is om vooruitlopend daarop, op sommige punten hetzelfde beleid te doen, omdat dat u gewoon goed beleid lijkt. Dan staat u niets in de weg om dat nu ook te doen en daar belast u ook geen fusiepartner mee. Daar belast u wel de begroting mee, maar dat dekt u natuurlijk keurig zelf dan in de Voorjaarsnota. Daar kijken wij naar uit. Ik constateer dat amendement A-22-1 is ingetrokken. Ik ga over naar het raadsvoorstel dat voorligt, onderzoek mogelijkheden verruiming minimaregelingen. Ik kijk is daar behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Is daar behoefte aan stemming? Dat is ook niet het geval, dan is dit voorstel ook aangenomen.

23. Vragenhalfuur De voorzitter: Dan gaan wij naar de overige agendapunten. Dan kom ik bij het Vragenhalfuur. Daar waren geen vragen, dat is vervallen. 24. Moties Vreemd aan de agenda De voorzitter: Dan komen we naar Moties Vreemd aan de orde van de dag. 24a. M-V-1 Ontvang opvang De voorzitter: Dan gaan we naar de eerste motie die daarvoor is ingediend. Dat is motie V-1 Ontvang opvang. Ik geef het woord aan de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dank u wel voorzitter. We hebben anderhalf jaar geleden te maken gehad met het onderzoek naar een groot asielzoekerscentrum, het NERA-gebouw. Dat was destijds slecht gecommuniceerd, te groot, kwam niet overeen met de wens en mogelijkheden van onze gemeente. Inmiddels hebben gezien dat het probleem nog steeds bestaat. Eerder groter wordt. We weten ook dat de Spreidingswet, de invoering daarvan, bijzonder onzeker is op het ogenblik. Tegelijkertijd de toestroom in Ter Apel en in mindere mate Budel, want Budel wordt verkleind, dus het probleem wordt alleen maar groter. Betekent dat we nog steeds landelijk een heel groot probleem hebben voor opvang van vluchtelingen en asielzoekers. De twee woorden, vluchtelingen en asielzoekers, niet alleen asielzoekers. Het COA heeft al gezegd dat gezien deze maatregelen ze uitgaan van een tekort, een acuut tekort aan opvangplaatsen van 1.500 à 2.000 personen.

Op grond van het voorlopig hoofdlijnenakkoord zoals is aangekondigd, zijn een aantal gemeenten al gestopt met het zoeken, vrijwillig zoeken naar opvanglocaties. We gaan er vanuit allemaal en we hebben het in deze raad vaker gezegd, dat we solidair zijn met andere gemeentes en met name ook met Ter Apel. Dat we dit een nationaal probleem vinden en dat we ook solidair moeten zijn met de gemeentes in het kader van de Spreidingswet ‘…’ eerst voorzien. Nu ook misschien zonder Spreidingswet, dat die solidariteit nog steeds zal moeten bestaan. Wat wij verzoeken in deze motie, is om gebruik te maken van ik zou zeggen de slechte aard van sommige inwoners, die middels het NIMBY-effect weet ik hoeveel projecten tegenhouden of vertragen. Die vertragingen, dat betekent dat er dus locaties zijn die niet geëxploiteerd kunnen worden, die braak liggen, of die niet ontwikkeld worden. Dat zou dus mogelijkheden bieden voor kortstondig opvang, zeg maar van enkele jaren, om daar voorlopig units op te kunnen vestigen of in opstallen te kunnen plaatsen. Daarom verzoeken we het college hierbij om ten eerste het COA te bevestigen dat Wijdemeren nog steeds bereid is en blijft om kleinschalig opvanglocaties te huisvesten. Maar verzoeken ook op de vraag om te kijken welke locaties in aanmerking zouden kunnen komen voor tijdelijke huisvesting en dat gaat over kleinschalige opvang.

Kleinschalige opvang, dat was destijds toegezegd door het COA, dat het mogelijk was onder één beheer structuur. Daar zijn ze vorig jaar, of begin dit jaar eigenlijk min of meer op teruggekomen. Maar we willen eens kijken of de mogelijkheden bestaan om gebruik te maken van alle ruimte die wij kunnen vrijmaken, of vrij hebben, om voor korte termijn te kunnen zorgen voor opvanglocaties. Als u kijkt naar de RIB die wij gekregen hebben 7 maart, staan eigenlijk alle punten in deze RIB. Alleen er wordt wel gezegd, we zijn niet op tijd om iets te kunnen zoeken voor 1 juli. We hebben het over een aantal opvangplekken waar we op termijn aan zouden moeten voldoen. 157. Het college zegt, wij nemen onze verantwoordelijkheid, maar we nemen tijd ook voor grondige planvorming. De termijn 1 juli kunnen we niet halen. Het tijdspad in de wet opgenomen, die dus misschien niet doorgaat, gaan we niet halen. Uitgangspunten en criteria willen we loskoppelen van de zoektocht en besluitvorming over concrete locaties. We gaan als college op basis van de kaders na lessen trekken uit het NERA-traject ‘…’ (voorzitter onderbreekt) meerdere locaties.

De voorzitter: Mijnheer Roosenschoon, wilt u komen tot een afronding? De heer Roosenschoon: Dit is het eind van het verhaal voorzitter. Ik kom u direct tegemoet. Het is ook het eind van de RIB. Dus het gaat erom dat wij dus op deze manier als raad onze solidariteit uitspreken en er alles aan doen de komende jaren en zo snel mogelijk om te kijken naar de mogelijke opvanglocaties. De voorzitter: Dank. Zijn er voordat we naar de collegeappreciatie gaan, zijn er nog andere mensen die een vraag willen stellen over deze motie of anderszins? Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Dank u wel voorzitter. Ook hiervoor geldt net als bij het vorige amendement dat de gedachte achter de motie onze warme steun heeft. Dus dat hoeft verder geen toelichting. Wij hebben deze motie niet mee ingediend omdat volgens ons een aantal redenen. Dit nu precies is wat we het college eerder opgedragen hebben en wat het college ook zelf heeft aangegeven om te doen. Ten tweede, omdat volgens mij in één van de laatste raadsvergaderingen de toenmalige burgemeester, die ook heel streng voorzat, heeft aangegeven dat dit een zaak was om samen met de provincie op te pakken. Daar kunnen we ons ook in vinden. Een Spreidingswet halen is net zo ingewikkeld als hem intrekken, dus ik zou daar niet al te veel op vooruit willen lopen.

Dus de vraag is eigenlijk vooral, wat is er veranderd? Waarom moeten we dit nu doen? Het laatste punt, ik ken een aantal mensen een beetje in Ter Apel, het laatste waar ze op zitten te wachten is briefjes van andere gemeenteraden. Daar zou ik niet helemaal voor zijn. Ze krijgen namelijk al heel veel briefjes, maar is niet wat ze zoeken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Roosenschoon houdt u de vraag even vast, ga ik eerst naar de heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter dank u wel. Even over die Spreidingswet, daar is het vorige week natuurlijk ook overgegaan. Stond heel mooi op Rading Nul, VVD Wijdemeren groot voorstander voor de Spreidingwet. Dat het even duidelijk is dat lokale VVD afdelingen ook gewoon een eigen mening mogen hebben. Nee maar het gaat wel even over die Spreidingswet, want volgens mij hebben we het college heel goed gehoord. Daarom stelde ik vorige week ook die vraag, dat het college ondanks het voornemen van de partijen op het hoofdlijnenakkoord. Dat gemeenten, in ieder geval de gemeente Wijdemeren, maar ook andere gemeenten in Noord-Holland in Nederland, gewoon voornemens zijn uitvoering te geven aan die Spreidingswet. Want hij is nog niet ingetrokken. Dus volgens mij is het college, precies wat mevrouw Wind al zegt, alleen die heeft dan een andere redenatie, al bezig met waar u naar vraagt.

Dus mijn vraag, ook gezien de ambtelijke capaciteit, aan de indieners, is dit niet dubbelop? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel voorzitter. Sympathiek voorstel wat anderen ook al zeiden. Ik denk wel dat wij op dit moment als gemeente zijnde onze focus moeten hebben op een overgang naar een andere gemeente. Dat ik me wel afvraag, waar moeten we ook op dit, niet het integraal met onze partner eigenlijk zo meteen al gaan oppakken? Daar is zo meteen een hele andere situatie. Waar ik moeite mee heb in de motie, er wordt nergens gesproken over het betrekken van onze inwoners. Nergens over participatie, alleen informeren. Zelfs de raad zo spoedig mogelijk, versus de inwoners tijdig. Het lijkt me dat dit onderwerp juist valt of staat met draagvlak en het betrekken van de inwoners. Ik had op dit punt eigenlijk wel anders verwacht, zeker met de geschiedenis in deze gemeente. Ook over veilige leefomgeving, vind ik het een beetje vreemd dat er iets staat over veilige leefomgeving. Dan meteen de zin erna over braakliggende terreinen en leegstaande opstallen. Viel een beetje vreemd. Het doet niks aan de structurele problemen. De bal ligt nu echt landelijk, laten we ook

eens kijken wat daar komt. Ik zal het niet over de Spreidingswet, maar wel … We kunnen ons heel groot voelen als Wijdemeren, maar laten we ook kijken naar wat kunnen we en wat we al doen en dat goed doen. Ik vraag de indieners dus ook eigenlijk gewoon om de motie in te trekken. Mocht dat niet het geval zijn, om participatie expliciet toe te voegen voor het geval de motie het wel zou halen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk of er nog anderen … Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel voorzitter. Ook dank u wel aan de heer Roosenschoon voor de toelichting. Ik me kan een beetje aansluiten bij wat de andere sprekers gezegd hebben. Laten we beginnen met dat het CDA niet tegen kleine kleinschalige opvanglocaties is, maar misschien is dat wel de allerbelangrijkste vraag die hier ook wordt toegelicht in de motie, maar niet wordt beantwoord. Wat is dan kleinschalig? Dat is volgens mij de hele landelijke discussie. Elke gemeente wil kleinschalige opvangen, het COA zegt beste mensen, daar hebben we de mensen niet voor. Dus hoe kunnen we dat realiseren? Dus ik merk wel dat de vraagstukken waar iedereen tegenaan loopt, volgens mij is ons college daarmee bezig. We hebben die brief gekregen, de heer Roosenschoon heeft de brief voorgelezen. Het is volgens mij exact wat in uw motie staat.

Ik vind daarbij uw bullets ook, het is vast niet zo bedoeld, maar ik vind het een onlogische volgorde om eerst je solidariteit uit te spreken, dan het COA in te lichten wat we willen en daarna iets te gaan onderzoeken. Ik denk als je niks hebt, dan is ook iedereen blij met een dode mus. Dus wij zouden voorstellen, wacht wat het college onderzoekt. Wacht wat het COA zegt over kleinschalig. We kunnen het allemaal willen, maar de CDA-fractie voorziet dat het in de praktijk gewoon bijna onmogelijk is. Dan is mijn vraag, vindt u honderd dan te veel? Want u schrijft, eerst wilden ze geen honderd en nu wel. Dus u heeft het over kleinschalig. Wat is nu klein kleinschalig daarin? Dus die zou ik graag willen. Ik vind het moment ook inderdaad wat ongelukkig nu er zoveel onbekend is en ons college daarmee hard aan het werk is. Wat ons ook heel erg opviel, de positieve grondhouding kenbaar te maken op de website, de gemeentepagina en de weekbladen. Toen dacht ik wel, je zou maar communicatiemedewerker zijn bij de gemeente Wijdemeren en erin moeten slingeren. We zijn staan er positief tegenover, maar wat en waar en hoe en hoe groot, geen flauw idee. Dames en heren, dan kunnen we hier weer een hele communicatieafdeling opzetten. Dat is gewoon niet handig. We moeten inwoners tijdig betrekken, daar moeten we goed over nadenken.

Daar hebben we allerlei specialisten voor, maar niet zomaar in de lucht allerlei partijstandpunten slingeren lijkt me niet handig. Dus die vragen zou ik graag door de heer Roosenschoon beantwoord willen zien. Of hij dan dat onderzoek van het college niet eerst even wil afwachten. De voorzitter: Dank, helder. De heer Roosenschoon. Vier verschillende sprekers, reageert u maar. De heer Roosenschoon: Uiteraard om even te beginnen met participatie, dat is uiteraard altijd onderdeel van welk project dan ook in de gemeente. Een participatietraject is gewoon verplicht en onvermijdelijk, logisch. Als we het hebben over het onderwerp als zodanig. Het gaat erom ons dat we hebben weinig locaties in onze gemeente. We moeten dus proberen te inventariseren wat er waar mogelijk zou zijn. Het gaat ook om het tijdspad. Onderzoeken nemen veel tijd. Hoe langer je wacht met het daadwerkelijk opstarten van een onderzoek, hoe later je kunt reageren. Want we kunnen niet van vandaag of morgen direct zeggen, we gaan hier en daar units neerzetten, of panden eventueel inrichten op tijdelijke basis. Dus vandaar dat wij gingen uit van een zekere mate van urgentie en van tijd van voorbereiding. Dat we die niet kunnen laten glippen en niet kunnen uitstellen. Is dan ook geen dubbeltraject denk ik. Het is niet in plaats van, laten we zeggen wat er gemeld staat in de RIB.

We hebben eerder geprobeerd het te versnellen, misschien te rationaliseren van de zoektocht naar mogelijke locaties. Dit is inderdaad niet structureel, want we hebben het over tijdelijke opvang. Want de locaties waar ik nu op doel, dat zijn locaties die niet op lange termijn beschikbaar zijn, maar

wel voor één of twee, of misschien drie jaar. Dat is het verschil daartussen, tussen structureel en incidenteel in dit geval. Betrek de inwoners dat spreekt vanzelf, want je gaat altijd uit van de gebieden die of bewoond zijn, of in aanmerking komen om bewoond te gaan worden. We kennen locaties die leeg hebben gestaan, of voor planvorming gedurende twee of zelfs meerdere jaren. Dus dat zijn gewoon locaties die mogelijk zouden kunnen zijn, mits daarvoor de nodige vergunningen en regelgeving wordt aangepast. Dus het gaat ons niet om een definitieve oplossing, het gaat ons om de mogelijkheid te bieden voor tijdelijke oplossingen. Vandaar dus die twee jaar, zeg maar tot 27. Daarna inderdaad alles moet worden geharmoniseerd met Hilversum, met de regio, dat is duidelijk maar dan gaat het over de langere termijn. Het gaat ons eventjes om lucht te geven op de korte termijn en liefst zo snel mogelijk waar het eventueel mogelijk zou zijn. De voorzitter: Dank. Ik kijk bij de verschillende mensen die een interruptie hebben gepleegd. Mevrouw Van Rijn nog. Mevrouw Van Rijn: Hartelijk dank voorzitter. Ik merk dat ik dit ingewikkeld vind, omdat ik het betoog misschien bewust vaag vindt. Het college doet een onderzoek. U zegt wij proberen dat onderzoek te versnellen, maar de wethouder, ik kijk even achterom, heeft allang gezegd dat het college allang bezig is.

Dus dat onderzoek is al gestart is, misschien kan de wethouder dat zelf ook beantwoorden. Maar u vraagt een onderzoek te starten en de informatie die de raad heeft gekregen is dat dat onderzoek al loopt. Dus misschien is dat handig. U heeft het steeds over locaties voor één, twee, drie jaar, die u allemaal al kent waar we eigenlijk kunnen bouwen, maar ook weer niet. Misschien helpt het als u geen vertrouwen in dat onderzoek heeft, dat u dan zelf die locaties aandraagt. Maar dit vind ik echt in een gemeenteraad heel onduidelijk. U heeft allerlei locaties in uw hoofd, schrijft ze dan op. Maar dit bewust vaag is denk ik voor de inwoners ook niet goed. De voorzitter: De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dat vind ik een enigszins flauwe reactie van het CDA. We kennen reacties van de raad en van de beslissingen van de raad onder meer plaatsing van tiny houses op de locatie aan de Blocklaan, die twee jaar of tweeëneenhalf jaar hebben geduurd voordat besluitvorming eenmaal definitief was. Een dergelijke locatie als hij zich voordoet zou hiertoe lenen. Ga ik niet nu vooruitlopen op mogelijke locaties die vandaag, morgen of overmorgen beschikbaar komen. De voorzitter: Ik kijk rond. U houdt de motie gewoon op tafel. Dan ga ik kijken of het college daarop wil reageren en dat ben ik zelf in een andere rol.

De heer Verheijen: Ik ga iets zeggen over hoe wij in de Spreidingswet zitten over deze motie en daarna ga ik de motie ontraden en ga ik u heel vriendelijk vragen ook de motie in te trekken omdat die ook voor ons onuitvoerbaar is in deze vorm. Even hoe zit ik in de Spreidingswet. Heel makkelijk, de Spreidingswet is niet zaligmakend, maar het was wel een nuttige stok achter de deur. Dus ik vind het jammer als hij zou worden ingetrokken. Ik vind ook als er dadelijk een Intrekkingswet komt, dan is al mijn hoop op de Eerste Kamer op een heel rationeel debat over maar wat dan? Want met het intrekken van de Spreidingswet zijn die mensen er nog steeds. We kunnen van alles vinden van de asielinstroom, daar ga ik niet over. Ik ga wel over de solidariteit in Nederland tussen de gemeenten, daar sta ik voor. Ik ga ook over onze moraliteit, dat we op een fatsoenlijke wijze mensen huisvesten. Dus wat dat betreft voor de Spreidingswet en daarover hebben we u een brief gestuurd. Mijn probleem met deze motie is dat daar een aantal zaken wel echt door elkaar heen lopen. Want in de overwegingen staat ook iets over de Spreidingswet en dergelijke. Maar verderop lijkt het enkel, vanwege ook die tijdsklem … Want echt asiel, zoals asiellocaties ook bedoeld zijn in de Spreidingswet

gaan over langer dan vijftien jaar. Dan tellen ze ook pas mee voor het financieel instrumentarium en dergelijke. Hier in deze motie lijkt het vaak te gaan over die tijdelijke en dan gaat het gewoon over noodopvang. Of zoals vroeger heette crisisnoodopvang, tegenwoordig tijdelijke gemeentelijke opvang. Daar gaat het dan over. Dus laat ik de Spreidingswet even buiten beschouwing. Die hebben wij met een raadsinformatiebrief gezegd, dat wij het tijdpad niet gaan halen. Heeft een beetje te maken met het afgelopen jaar en met de ervaringen bij de NERA-locatie. Want dat gaan we rustig opbouwen, met eerst criteria, dan kijken naar locaties. Ik zou echt voor willen oppassen dat we niet de bocht gaan afsnijden ten aanzien van noodopvang. Nu heel snel zoals de motie suggereert, echt heel snel gaan kijken. U zegt al waar het in zou moeten en dat bestemmingsplannen dan hoeven te worden gehandhaafd. Dit is echt niet uitvoerbaar, zoals het hier staat. Er staan ook veel te veel overwegingen en in het dictum ook veel te veel zaken waarvan ik denk, de solidariteit uitspreken met Ter Apel wil ik graag doen, bij dezen. Hoef ik ook niet met een briefje solidair naar alle gemeenten, ook naar Budel en naar alle andere gemeenten. Maar een aantal van die andere onderdelen van het dictum zijn echt in deze vorm onuitvoerbaar.

Ook niet wenselijk dat we zo de rollen van u en het college gaan vermengen, dat u al zo'n richting geeft over hoe we het doen. Ik ben het helemaal met het CDA eens wanneer het gaat over als het zo makkelijk was zoals u het hier beschrijft, hadden wij en heel veel andere gemeenten dat allang gedaan. Ook met de heer Goetheer over participatie. Als we nog een keer na het NERA-traject nog een keer ergens daar de fout mee ingaan, denk ik dat het ook voor hele lange tijd echt onmogelijk wordt. Dus we moeten dat heel zorgvuldig doen. Of het nu permanente asielopvang is, of het nu noodopvang is, of tijdelijke gemeentelijke opvang. Als het makkelijk was, hadden we ook aan onze verplichting voldaan op dit moment rondom de Oekraïners. Ik was er vorige week te gast waar ze nu zitten. Het ziet er echt mooi uit, we zijn ook heel tevreden daar hoe het er zit. Maar we weten hoeveel moeite het kost om die paar units daar geplaatst te krijgen. Dus de motie ontraad ik en ik doe ook een klemmend beroep op u om de motie ook in te trekken. Dan kunt u van mij, zowel op de Spreidingswet een positieve grondhouding, als ook als ik mogelijkheden … Als wij als college mogelijkheden zien rondom noodopvang, zullen we ze zeker grijpen. Dat even voor wat betreft de reactie van de zijde van het college. De voorzitter: Leidt dit tot interrupties? Ik had eigenlijk het voorzitterschap moet over geven natuurlijk.

De heer Goetheer. De heer Goetheer: Een verhelderende vraag of ik dat goed verstond. We hebben dus de categorie noodopvang, we hadden de categorie crisisnoodopvang. Dat is ook wel schrijnend dat noodopvang niet voldoende is, maar crisisnoodopvang. Die noemen we nu tijdelijke gemeentelijke huisvesting? Dat klinkt wel weer vriendelijker. De heer Verheijen: Ik hoor niet echt een vraag, maar het verschil tussen noodopvang een crisisnoodopvang zat in de verantwoordelijkheid. Noodopvang blijft inderdaad kleinschalig verantwoordelijkheid COA. Crisisnoodopvang, of in dit geval dan de nieuwe term tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties. Dan is het de verantwoordelijkheid, ook de management ervan en dergelijke, van de gemeente. Daar moet ik ook zeggen, daar gaat de motie want die zegt inderdaad dat het COA de fundering moet doen, die was wel zo specifiek dat ik dacht daar gaan we ook al niet meer uitkomen. Want de verantwoordelijkheden zijn wel heel helder belegd in dat opzicht. De voorzitter: Zijn er andere interrupties? Kijk ik naar de indiener, de eerste indiener van de motie. De heer Roosenschoon.

De heer Roosenschoon: Voorzitter, ik heb uiteraard geluisterd naar uw betoog. Helder. Ik heb ook begrepen aan het eind daarvan dat u heeft toegezegd dat mochten er locaties zich voordoen op korte termijn, dat u daar als college ook naar gaat kijken. Dus op grond hiervan zullen we inderdaad zoals u vraagt de motie intrekken. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee is motie M-V-1 Ontvang opvang ingetrokken. Gaan we naar motie M-V-2 Is de vogel gevlogen? Dan kijk ik even wie daar de eerste ondertekenaar is. De heer Goetheer: Voorzitter, u zou een toezegging herhalen als hij gedaan werd. De voorzitter: Die ben ik vergeten die toezegging. Nee grapje. De toezegging is dat er vanuit de zijde van het college gewerkt wordt aan het proces rondom de invulling van de Spreidingswet. Dat er een positieve grondhouding is ten aanzien van de kansen rondom noodopvang. Dan kijk ik naar de griffier of dat smart genoeg is. Nee, want die kunnen we nooit afdoen. ‘…’ (reactie buiten de microfoon). Dus we notuleren hem zo in de dingen en dan kunt u mij daaraan houden. Maar hij is niet in het kader van smart op die manier niet te formuleren, of u moet een andere suggestie hebben daarvoor. Nee? Dan houden we hem hierbij, maar heel goed dat u mij scherp houdt. 24b. M-V-2 Is de vogel gevlogen? De voorzitter: Dan gaan we naar motie M-V-2 Is de vogel gevlogen? Daar is ook de heer Roosenschoon de eerste indiener.

De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter dat is een situatie in Nederhorst den Berg, met name in de Horn- en Kuijerpolder sinds 2018. In dezelfde Horn- en Kuijerpolder hadden wij al jarenlang een bouwplan, bouwlocatie aan de rand van de kern van Nederhorst. In 2018 is de polder aangewezen als weidevogelgebied op een heel ongelukkig moment, in ongelukkige omstandigheden. De aanwijzing is gepubliceerd in het krantje van Weesp in plaats van het krantje van Wijdemeren. Bovendien viel dat net ongeveer tegelijkertijd met de gemeenteraadsverkiezingen, met een overdracht van capaciteit en activiteit. Daarmee is deze aanwijzing dus definitief geworden en sindsdien belemmert deze aanwijzing als weidevogelgebied ieder bouwlocatie, of uitbreiding. We hebben het ook op de ‘…’ weg gezien en onder meer ook hier. Inmiddels is het ook zo dat informele tellingen hebben aangewezen dat er eigenlijk geen, of weinig weidevogels aanwezig zijn. Afgezien van het uiterste noordelijke puntje van de polder, maar zeker niet in de richting van de bebouwing elsewhere. Wat wij vragen met deze motie, is erop aan te dringen bij de provincie om een nieuwe telling te laten uitvoeren. Een evaluatie van het aantal weidevogels en dit ook per zone en sector aan te kunnen wijzen.

Zodat we ook weten zijn er nog onderdelen van de polder die wél geschikt zouden zijn en eventueel onderdelen die dat absoluut niet zouden zijn. Dus het gaat hier om het college te verzoeken om aan te dringen bij de Gedeputeerde Staten om een nieuwe telling uit laten voeren. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er andere indieners die nog iets willen toevoegen? Zijn er vragen aan de heer Roosenschoon op dit punt? Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik zal de eerste termijn en de vraag ineen doen, misschien is dat dan wel zo efficiënt. De eerste vraag. De heer Roosenschoon gaf aan dat er in de informele telling blijkt dat er geen vogels zijn. U vraagt nu een telling aan de provincie om nogmaals te kijken. Vraagt u een informele of een formele telling aan de provincie? De heer Roosenschoon: Zodra het aan de provincie is, is het formeel uiteraard.

Mevrouw Van Rijn: Dat is prima. De CDA-fractie heeft hiernaar gekeken, u begrijpt misschien wel met extra bijzondere aandacht. Toen dachten we, op zich een verwachte motie, maar wat incomplete motie. Want wat als er nu uitkomt dat die vogels er niet zijn? Eigenlijk zou u een amendement moeten indienen dat u verzoekt de stelling van Amsterdam er af te halen. De net aangenomen bij de nieuwe verordening 2022, de nieuwe Hollandse Waterlinie. Wat Unesco Werelderfgoed is op dit gebied en het BPL. Dus ik zou dan voorstellen laten we dat dan in geheel pakken. Laat u dat dan allemaal onderzoeken. Want die laatste twee die Werelderfgoed gaat daar ongetwijfeld niet vanaf, maar nu haalt u de weidevogels eraf, terwijl er nog BPL op zit. De andere zaak en dan zal ik u verklappen voorzitter is ook geen geheim. Dat de CDA-fractie in de provincie al heel vaak geprobeerd heeft het BPL hier af te krijgen. Dat is niet gelukt en dat is mede niet gelukt omdat daar nogal een stugge D66- en VVD-fractie zit die daar niet vanaf wil wijken. Dus ons voorstel zou zijn, gaat u alstublieft naar de provincie, gaat u daar kijken. Als ze daar geen … Wij zijn niet tegen Nederhorst-Noord, wij zijn tegen het ambtelijk verspillen van capaciteit op iets wat nu echt niet lijkt te lukken. Dan de laatste opmerking in de eerste termijn. Ik vond nog een mooie advertentie van de VVD in het weekblad.

Toen gaf de VVD aan, dat was eigenlijk gratis reclame voor het CDA, het ging eigenlijk helemaal over het CDA en de argumentatie waarom niet. Maar toen had de VVD aangegeven, zo jammer dat de CDA niet voor die 150 woningen stemt. Wij dagen ze uit om op de proppen te komen met andere plannen. Dat hebben we gedaan, 350 woningen, dat zijn er tweehonderd meer. Daar hebben onze inwoners denk ik veel meer aan. Ik vind dus ook dat de VVD … We kijken terug naar een briefje over een besluit wat niet goed genomen is, er zitten nog allerlei regimes. Ik zou de VVD, dan ben ik klaar voorzitter, ik ben heel benieuwd naar het standpunt van de VVD die lijkt te vechten niet voor woningen, maar die lijkt te vechten voor alleen Nederhorst-Noord. Dus daar wilde ik nog een opmerking over maken. De voorzitter: Dank u wel. Het was een interruptie op de heer Roosenschoon, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de VVD zich aangesproken voelt. Maar eerst de heer Roosenschoon kijken of hij behoefte heeft. De heer Roosenschoon: We kunnen een telling doen naar weidevogels, we kunnen geen telling doen naar monumenten op de Hollandse Waterlinie. We kunnen geen telling uitvoeren of anderszins opmerking maken over het BPL. Wat we wél weten, is dat het huidige college van Gedeputeerde Staten bezig is te proberen de regelgeving te versoepelen en wat aan te passen aan bepaalde zonering.

Eén van de dingen die we wél kunnen kijken, zeker weten of het nu wél of geen weidevogelgebied is. Wordt dat wél geconstateerd dan blijft de regeling zoals hij is. Wordt het niet geconstateerd, zoals ook in de dictum staat, vragen we om de aanwijzing te heroverwegen. De voorzitter: Dank. Ik kijk even of de VVD zich nog geroepen voelt. De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter, hartstikke mooi betoog van mevrouw Van Rijn, maar ik begrijp hem niet helemaal. Want de VVD komt inderdaad op voor Nederhorst-Noord, dat hebben we altijd gedaan, het CDA niet. Die plannen waar het CDA naar verwijst, die tweehonderd extra woningen plus die 150. Volgens mij is er een raadsbrede, trouwens unanieme motie, op initiatief van het CDA aangenomen waar ook de VVD aan mee heeft geholpen. Dus ik snap niet zo goed waar deze opmerking vandaan komt. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ik had verwacht dat de heer De Kruijff dat in één keer zou begrijpen, maar ik zal het toelichten. De wethouder heeft hier aangegeven dat we beperkte capaciteit hebben. Daar ging onze draai, ik mag het gewoon draai noemen, op Nederhorst-Noord over. Je kunt je capaciteit maar één keer inzetten. Het

CDA heeft gezegd, zet dat in op kansrijke plannen, binnenstedelijk 350 woningen. Laat dan de minder kansrijke plannen eerst aan de provincie over. Als de provincie die weidevogels eraf haalt, prima, bespreken we het weer opnieuw in de raad. Die andere regimes blijven staan, maar dan eerst wil ik het weer met u erover hebben. Maar het gaat erom mijnheer De Kruijff, je kan niet alles tegelijk. Daarom zouden wij kiezen, kies nu voor die haalbare plannen. Kijk niet terug naar een weidevogelbesluit van tig jaar geleden, ga kijken wat er nu kan en laat de provincie zijn werk doen. U zit heel dicht bij het vuur, dus ik hoop echt dat u inspreekt, keer op keer op keer bij uw eigen provinciale fractie. Dat heeft het meeste zin, niet als wij hier in Wijdemeren dat gaan aanvragen. De voorzitter: De heer De Kruijff. Ik kijk of er nog anderen zijn. Ik zie in ieder geval mevrouw Wind. Ik weet niet zeker of de vraag aan u was, maar u wil toch reageren. Reageert u op de opmerking. De heer Roosenschoon: Wij vragen niet om extra ambtelijke capaciteit in te zetten. Wij vragen om contact op te nemen met de provincie. We vragen aan de provincie om het werk opnieuw uit te voeren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, toch ook even in het kader van de bestuurlijke hygiëne en prioritering. Het laatste ben ik het met de opmerkingen van mevrouw Van Rijn eens.

Ik zal u vertellen, ik hoorde van mijn buurman die zit op een vogelclub. Die zei wat lopen er toch ontzettend veel weidevogels rond tegenwoordig. Het gaat weer een stuk beter. Het is een informele waarneming, maar ik denk dat informele bronnen niet zo'n heel goed uitgangspunt zijn. Ik denk dat we ook een beetje voorzichtig moeten zijn met onze natuur. Dus om nu op basis van informele waarnemingen, waar ik andere informele waarnemingen tegenover stel, dit soort verzoeken te doen. Om meerdere redenen zullen wij deze motie niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de heer Roosenschoon of dat leidt tot een reactie. De heer Roosenschoon: Ik had het wel verwacht uiteraard. Maar we hebben het hier wel over één of andere hectare, over een polder van meer dan veertig hectare. Het gaat erom om te kijken precies hoe, wat, waar aanwezig is. De voorzitter: Dank u wel. Dan komen we daarmee tot het einde van de eerste termijn. Ik kijk, de motie die houdt u op tafel. Dan gaan we kijken naar de college voor een advies op deze motie van de zijde van het college. De heer De Haan: Reactie van vogel De Haan voorzitter. Ik roep u ook allemaal op om informeel mee te doen aan de Nationale Vogelteldagen, die zal er ongetwijfeld weer zijn binnenkort. Of is net geweest, dat heb je dan net.

Voorzitter, ik weet niet wat mevrouw Van Rijn vanavond gegeten heeft, maar ze is in een goed humeur en dat is het college ook. Inderdaad, we zijn tegen het verspillen van ambtelijke capaciteit. We moeten dat natuurlijk ook niet doen op momenten zomaar willekeurig. Het college stelt voor om de vragen die de heer Roosenschoon heeft en die ik me overigens heel goed kan … Ik heb jarenlang in een veenweidevogelgebied gewoond. Prachtig, maar die kunnen we betrekken bij precies wat u ook noemt, het moment dat we met de provincie echt in gesprek gaan over de verandering van die verordening. Dat bied ik u ook aan, dat u deze motie niet in stemming brengt. Maar dat u met ons dat gesprek gaat voeren op het moment dat wij een zienswijze in gaan dienen, die deze zomer gaat volgen op de veranderingen die GS voorstaat in het kader van de provinciale verordening.

De voorzitter: Dank u wel. U ontraadt daarmee de motie. Ik kijk naar de indiener de heer Roosenschoon. Of de andere indieners. De heer Roosenschoon: Graag ook de mening van de andere indieners. De voorzitter: Ik kijk naar de andere indieners. De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter dank u wel en ook dank voor de reactie van het college. Ik ben even in verwarring, want we hebben ook natuurlijk een hierna motie, die draagt ook op het college om in gesprek te treden. Juist om die gewijzigde omgevingsverordening die deze zomer voorgelegd gaat worden. Ik hoor eigenlijk een reactie op die motie, of zegt de wethouder dat als het gaat om dat onderzoek rondom dat weidevogelleefgebied dat wordt daar ook in meegenomen? Heb ik dat goed gehoord? Ik hoorde eigenlijk een reactie op de volgende motie. De voorzitter: De wethouder. De heer De Haan: Ik maak inderdaad een bruggetje voorzitter, omdat ik verwacht dat de heer De Kruijff dadelijk nog iets gaat zeggen over de motie die dan voorligt. Maar het lijkt me ook logisch dat we dan toch, en dan ga ik daar wat meer over zeggen, dat we toch proberen dan u beide te bedienen. Dat is niet zo heel ingewikkeld, zodat u toch beide ook misschien rechtstreeks van de provincie een antwoord krijgt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14286436/2