TOE Bijlage 15 Zienswijzennota
Tekst van het document
Welke typen woningen zijn nodig op dit moment in Wijdemeren om de acute woningnood te verlichten en voldoet dit project wel aan die vraag? Reactie In de gemeente Wijdemeren is behoefte aan verschillende typen woningen, met name aan seniorenwoningen (appartementen) en sociale huurwoningen. Het plan voorziet in een gevarieerd woningbouwprogramma, waarbij de helft van het aantal te realiseren woningen zal bestaan uit seniorenwoningen en sociale huurappartementen. Daarmee komt dit project tegemoet aan de huidige behoefte aan woningen in Wijdemeren. Conclusie Wij stellen voor de zienswijze van reclamant 8 ongegrond te verklaren.
Reclamant 9 a. Reclamant merkt op dat ten onrechte geen aandacht wordt besteed aan het pad aan de achterzijde van het perceel Nieuw-Loosdrechtsedijk 79. Dat pad wordt door reclamant gebruikt om in de achtertuin te komen. Het paadje bestaat al sinds 1960, de projectontwikkelaar is hiervan op de hoogte. Reclamant vindt het teleurstellend dat de ontwikkelaar geen reactie geeft op het verzoek om het pad te behouden. Reactie Zoals reclamant aangeeft is er aan de achterzijde van het perceel Nieuw-Loosdrechtsedijk 79 een pad aanwezig. Dit pad begint bij de garages achter Nieuw-Loosdrechtsedijk 85 en loopt door tot het perceel van reclamant. Onderstaande luchtfoto geeft een helder beeld van de feitelijke situatie.
19
Afbeelding 1: luchtfoto bestaande situatie (bron: Geografisch Informatie Systeem gemeente Wijdemeren)
Wij stellen echter ook vast dat het pad ligt op de te ontwikkelen gronden die in eigendom zijn van de ontwikkelaar, de rode lijn in de afbeelding vormt de kadastrale grens. Ondanks dat er al lange tijd sprake is van het pad en hiervan gebruik wordt gemaakt, is hiervoor geen recht van overpad of erfdienstbaarheid gevestigd. Voorts is de achtertuin van het perceel van reclamant bereikbaar via de zijkant, zodat er voor reclamant ook een alternatief is om in de achtertuin te komen. Tot slot merken wij op dat behoud van het pad tot gevolg zou hebben dat het stedenbouwkundig plan niet kan worden gerealiseerd. Ter plaatse van het pad zijn namelijk de bergingen van twee van de te realiseren rijwoningen gepland. Al met al snappen wij dat reclamant het teleurstellend vindt dat het pad niet wordt behouden. Gelet op het vorenstaande vinden wij dat echter aanvaardbaar. b. Verder geeft reclamant aan dat voor het pad tussen Nieuw-Loosdrechtsedijk 85 en 87, dat gebruikt wordt voor het parkeren van auto’s, een recht van overpad geldt. Dat is bij de notaris vastgelegd. Reclamant wil het gebruik van dit pad ongewijzigd laten, maar het wordt een voet- en fietspad. Dat levert gevaarlijke situaties op, zowel voor wandelaars en fietsers als voor de bewoners. Mogelijk dient reclamant een andere plaats om te parkeren te zoeken, wat dan langs de Nieuw-Loosdrechtsedijk zal zijn.
Verwacht wordt dat de auto’s beschadigd raken. Reactie Het pad tussen de percelen Nieuw-Loosdrechtsedijk 85 en 87 leidt thans naar de achterliggende garages en achtertuinen. De planontwikkeling doet hieraan geen afbreuk, het pad blijft toegankelijk voor de auto’s (onder andere van reclamant) die daar moeten zijn. Terecht merkt reclamant op dat er een recht van overpad geldt dat is vastgelegd bij de notaris. Het pad blijft voor gemotoriseerd verkeer doodlopend, zoals dat nu ook het geval is. Het enige verschil ten opzichte van de huidige situatie is dat voetgangers en fietsers dit pad mede kunnen gebruiken als doorsteek van de Nieuw-Loosdrechtsedijk naar Het Achtererf. Hiermee stimuleren wij het langzaam verkeer, te weten fietsers en voetgangers. De doorsteek voor langzaam verkeer hoeft het huidige gebruik van het pad niet te beïnvloeden. Als er thans een auto langs een geparkeerd voertuig kan rijden, kunnen er immers ook fietsers en voetgangers langs. Het pad is voldoende breed daarvoor.
20
De intensiteiten van het autoverkeer en de snelheid op het doodlopende pad zijn dermate gering dat dit nauwelijks tot geen verkeersveiligheidsproblemen met zich meebrengt. Het mogelijke conflict tussen het gemotoriseerd en het langzaam verkeer, waarvan reclamant uitgaat, zal zich naar onze mening niet voordoen. c. Het appartementencomplex komt dicht tegen de bestaande woningen aan de NieuwLoosdrechtsedijk. De nieuwe bewoners zullen uitkijken op zowel de achtertuin van reclamant als in de woonkamer en keuken. Dit gaat ten koste van de privacy. Reactie De afstand van het appartementencomplex tot aan de grens van de achtertuin van reclamant bedraagt zo’n 16 meter, terwijl die achtertuin ook ongeveer 16 meter diep is. Verder is in de huidige situatie sprake van een erfafscheiding, begroeiing en bebouwing in de achtertuin van reclamant. Hoewel niet uitgesloten kan worden dat de nieuwe bewoners van het appartementencomplex zicht zullen hebben op de achtertuin van reclamant, zijn wij op grond van de genoemde afstand en inrichting van mening dat dit beperkt zal zijn en ook aanvaardbaar kan worden geacht in een woongebied. d. Reclamant merkt op dat in het te ontwikkelen gebied regelmatig dassen en andere dieren lopen. Ook vleermuizen en verschillende soorten vogels maken gebruik van het weiland.
Reactie In paragraaf 4.7.3 van de plantoelichting is ingegaan op het aspect soortenbescherming. Algemeen wordt aangegeven dat het plangebied geschikt is als een functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Ten behoeve van de planontwikkeling zijn dan ook onderzoeken uitgevoerd, zowel een quickscan natuurwaarden als een nader onderzoek naar bepaalde soorten. Die onderzoeken zijn als bijlage 10 en 11 bij de plantoelichting opgenomen. In paragraaf 4.7.3 wordt het volgende geconcludeerd: “Er zijn tijdens veldbiologisch onderzoek geen beschermde waarden vastgesteld, anders dan tijdens het verkennend onderzoek van de quickscan. Kerkuilen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied, wezel of hermelijn benutten het niet als (functioneel) leefgebied en vleermuizen bezetten er geen rust- of voortplantingsplaats. Wel benutten vleermuizen het onderzoeksgebied als foerageergebied. De betekenis is echter beperkt. Het vormt geen essentieel foerageergebied. De das was in de zomer afwezig in het onderzoeksgebied, maar sporen tonen aan dat het dier halverwege september het onderzoeksgebied heeft bezocht. De herkomst van deze das is onbekend. Gelet op het ontbreken van waarnemingen, vormt het onderzoeksgebied in 2022 geen onderdeel van een looproute en geen vast foerageergebied.
Mogelijk heeft een zwervende jonge das het plangebied kortstondig bezocht.” De slotsom is dat er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten zijn, ondanks dat er bepaalde soorten kunnen voorkomen. e. Reclamant is van mening dat er erg veel woningen komen in een klein gebied. Is het niet mogelijk om meer afstand aan te houden? Gevraagd wordt om rekening te houden met de bestaande bewoners, hun woongenot en hun faciliteiten. Reactie 21
In het te ontwikkelen gebied komen 36 woningen, waarvan de helft in het centraal gelegen appartementengebouw. De andere 18 woningen zijn grondgebonden en worden zo gelijkmatig mogelijk verdeeld over het plangebied. Door de smalle vorm van het te ontwikkelen gebied komen die woningen meer aan de randen, met dien verstande dat in de nieuwe situatie de achtertuinen aan elkaar zullen grenzen (al dan niet met een pad ertussen). De nieuwe bebouwing komt dus niet direct tegen de achtertuinen te staan. Er is weinig tot geen ruimte beschikbaar om meer afstand aan te houden tot de aangrenzende percelen, mede vanwege de vorm van het gebied en de centraal gelegen ontsluiting. Zoals eerder in deze nota is aangegeven, is de bebouwingsdichtheid in lijn met die van de aangrenzende wijk. In het stedenbouwkundig ontwerp en vervolgens in het bestemmingsplan is vanzelfsprekend rekening gehouden met de inpassing van de ontwikkeling ten opzichte van de huidige bebouwing en het gebruik van de omgeving. Voor de omwonenden zal de situatie zeker veranderen, maar de voorgenomen ontwikkeling van woningen op deze locatie vinden wij ruimtelijk aanvaardbaar en van een groot algemeen belang. Door voldoende openbaar groen in het plangebied te realiseren zal de ontwikkeling ook bijdragen aan het woongenot van de huidige bewoners. Conclusie Wij stellen voor de zienswijze van reclamant 9 ongegrond te verklaren.
Reclamant 10 Reclamant 10 heeft twee zienswijzen ingediend, één op het ontwerpbestemmingsplan en één op de ontwerp omgevingsvergunning. In sub i en j is de zienswijze op de vergunning samengevat en beantwoord. a. Het behoud en de ontwikkeling van groenvoorzieningen en openbare ruimte zijn essentieel voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Verzocht wordt om ervoor te zorgen dat het project voldoende groene ruimte bevat en dat aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en toegankelijkheid. Het te verwijderen groen, de haag tussen de Schakel en de Tjotter, wordt niet vervangen. Reactie De ontwikkeling van 36 woningen in het plangebied heeft tot gevolg dat eerst een groot deel van het bestaande groen zal verdwijnen. Niettemin, in het plangebied komt uiteindelijk meer openbaar groen terug en er worden ook meer nieuwe bomen geplant dan dat er gekapt worden. Het meeste groen wordt gerealiseerd in de hoek ten noordwesten van het woonblok aan de Schakel. Die groene inrichting zal doorlopen tot achter het perceel Schouw 30. b. Het project Het Achtererf dient volgens reclamant te voldoen aan hoge duurzaamheidsnormen, met aandacht voor energie-efficiëntie, groene technologieën en het verminderen van de milieu- impact. De huidige opzet voorziet een traditionele vorm van bouwen en zal zo’n 2.500 ton CO2 produceren, aldus reclamant.
Reactie De ontwikkeling dient te voldoen aan de normen voor duurzaamheid die in de geldende wet- en regelgeving is opgenomen, zoals in het Bouwbesluit. Uit de toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning blijkt dat aan die normen wordt voldaan. 22
c. Reclamant merkt op dat het gebied lager ligt dan de omliggende percelen, tijdens zware regenval kan het regenwater hier nu goed infiltreren. Dat zal verminderen met een functie wonen en de daarbij behorende verhardingen. Over de wateropvang / retentie van de Wadi is weinig te vinden. Er wordt overlast verwacht. Reactie In paragraaf 5.2.2 van de plantoelichting is ingegaan op de toekomstige situatie, onder andere voor hemelwater en verontreiniging. Uit die paragraaf blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een toename van de verharding en dat hiervoor een watercompensatie van 473 m2 nodig is. Die compensatie wordt gerealiseerd door in het plangebied wadi’s aan te leggen en door de kavelsloot in het zuiden van het plangebied te verbreden. Daarmee voldoet het plan aan de Keur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Voorafgaand aan de (bouw)werkzaamheden zal de ontwikkelaar een watervergunning dienen aan te vragen en zal beoordeeld worden of er voldoende wordt gecompenseerd. Wij verwachten dan ook niet dat de ontwikkeling voor reclamant zal leiden tot wateroverlast. d. De ontwikkeling leidt tot een verlies van natuur- en landbouwgrond. Reclamant vindt het opmerkelijk dat het gebied niet binnen zijn eigen bestemming wordt ontwikkeld, bijvoorbeeld een voedselbos of groen park.
Reactie Er is een grote behoefte aan nieuwe woningen in de gemeente Wijdemeren, terwijl het aantal locaties om nieuwbouw te realiseren beperkt is. Voor de gronden van het plangebied is al langer geleden besloten om het als woongebied te ontwikkelen. Wij zijn van mening dat het verlies van een klein stuk natuur- en landbouwgrond niet opweegt tegen het belang van nieuwe woningen en dat met het bestemmingsplan in een goede ruimtelijke ordening wordt voorzien. e. Verzocht wordt om voldoende mogelijkheden voor participatie en communicatie te bieden, zodat de zorgen en ideeën van de inwoners kunnen worden meegenomen. Participatie zoals bedoeld in de wet is uitgebleven, een verslag dat als bijlage bij de aanvraag is gevoegd kan niet serieus worden genomen. Het verslag is veel te laat opgesteld en sluit niet aan op de thans beoogde ontwikkeling. Reactie Voor de ontwikkeling van Het Achtererf heeft de ontwikkelaar in 2017 en in 2019 een aantal inloopavonden georganiseerd. Omwonenden en belangstellenden zijn toen in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen en reacties te geven, met name op schetsontwerpen, waarna ook aanpassingen zijn doorgevoerd. Van die bijeenkomsten heeft de ontwikkelaar een verslag opgesteld dat als bijlage bij de plantoelichting (Bijlage 14 Participatieverslag) is opgenomen.
Daarnaast is er in de zomer van 2020, met name vanwege Covid-19 beperkingen, de mogelijkheid geboden om via een website een reactie te geven. Hoewel wij het betreuren dat reclamant van mening is dat participatie is uitgebleven, kunnen wij op grond van het door de ontwikkelaar ingediende participatieverslag niet concluderen dat de ontwikkelaar onvoldoende heeft geparticipeerd met de omgeving. De ingediende vragen en opmerkingen zijn van een (algemene) reactie voorzien. Uit het participatieverslag valt voor ons genoegzaam af te leiden welke wijzigingen in het ontwerp naar aanleiding van de participatie zijn aangebracht en welke bezwaren er toen waren. Dat met het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan niet aan alle bezwaren tegemoet is gekomen betekent niet dat er onvoldoende zou zijn geparticipeerd. Aanvullend merken wij op dat de huidige wetgeving geen 23
verplichting bevat om te participeren, dat wijzigt per 1 januari 2024 als de Omgevingswet in werking treedt. f. In de gepubliceerde documenten wordt geen rekening gehouden met het parkeren zoals dat reeds meer dan 20 jaar plaatsvindt tussen Nieuw-Loosdrechtsedijk 85 en 87. Ook met de toegang achterom voor de nummers 79 t/m 85 is geen rekening gehouden. Reactie Het pad tussen de percelen Nieuw-Loosdrechtsedijk 85 en 87 leidt thans naar de achterliggende garages en achtertuinen. De planontwikkeling doet hieraan geen afbreuk, het pad blijft toegankelijk voor de auto’s (onder andere van reclamant) die daar moeten zijn. Het pad blijft voor gemotoriseerd verkeer doodlopend, zoals dat nu ook het geval is. Het enige verschil ten opzichte van de huidige situatie is dat voetgangers en fietsers dit pad mede kunnen gebruiken als doorsteek van de Nieuw-Loosdrechtsedijk naar Het Achtererf. Hiermee stimuleren wij het langzaam verkeer, te weten fietsers en voetgangers. De doorsteek voor langzaam verkeer hoeft het huidige gebruik van het pad niet te beïnvloeden. Als er thans een auto langs een geparkeerd voertuig kan rijden, kunnen er immers ook fietsers en voetgangers langs. Het pad is voldoende breed daarvoor. De achtertuinen van de percelen Nieuw-Loosdrechtsedijk 81, 83 en 85 blijven bereikbaar via het pad achter de garages.
Zoals in de reactie onder sub a van reclamant 9 is vermeld, is voor het pad achterom geen sprake van een erfdienstbaarheid of recht van overpad, terwijl de eigenaar van de woning op Nieuw-Loosdrechtsedijk 79 de achtertuin via de zijkant van zijn perceel kan bereiken. Het plan doet geen afbreuk aan bestaande rechten. g. Reclamant geeft aan dat, ondanks het vervolgonderzoek naar beschermde soorten, het erop lijkt dat er nu een (kerk)uil in het gebied leeft en in één van de schuren achter nummer 87 lijken vleermuizen te zitten. Ook heeft het er alle schijn van dat er meer aanwezigheid is van dassen, mogelijk door aantasting van hun leefgebied nabij ’t Laantje? Het is onduidelijk of het advies voor een dassenwissel werkelijk wordt uitgevoerd. Reactie In paragraaf 4.7.3 van de plantoelichting is ingegaan op het aspect soortenbescherming. Algemeen wordt aangegeven dat het plangebied geschikt is als een functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Ten behoeve van de planontwikkeling zijn dan ook onderzoeken uitgevoerd, zowel een quickscan natuurwaarden als een nader onderzoek naar bepaalde soorten. Die onderzoeken zijn als bijlage 10 en 11 bij de plantoelichting opgenomen. In paragraaf 4.7.3 wordt het volgende geconcludeerd: “Er zijn tijdens veldbiologisch onderzoek geen beschermde waarden vastgesteld, anders dan tijdens het verkennend onderzoek van de quickscan.
Kerkuilen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied, wezel of hermelijn benutten het niet als (functioneel) leefgebied en vleermuizen bezetten er geen rust- of voortplantingsplaats. Wel benutten vleermuizen het onderzoeksgebied als foerageergebied. De betekenis is echter beperkt. Het vormt geen essentieel foerageergebied. De das was in de zomer afwezig in het onderzoeksgebied, maar sporen tonen aan dat het dier halverwege september het onderzoeksgebied heeft bezocht. De herkomst van deze das is onbekend. Gelet op het ontbreken van waarnemingen, vormt het onderzoeksgebied in 2022 geen onderdeel van 24
een looproute en geen vast foerageergebied. Mogelijk heeft een zwervende jonge das het plangebied kortstondig bezocht.” De slotsom is dat er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten zijn, ondanks dat er bepaalde soorten kunnen voorkomen. Wat betreft de opmerking van reclamant dat in 2018 een woon- en verblijfplaats voor vleermuizen is verwijderd en dat het niet mogelijk was om hiertegen handhavend op te treden, merken wij op dat die handeling geen invloed heeft op de procedure van onderhavig bestemmingsplan. h. Publicatie van het ontwerpbestemmingsplan vlak voor de zomervakantie draagt niet bij aan het gevoel dat men oprecht wil dat goed inhoudelijk gereageerd wordt, aldus reclamant. Met het oog op de afwezige participatie vraagt reclamant om een verlenging van de beslistermijn, door de terinzagelegging tijdens de zomervakantie zijn mogelijk mensen buitengesloten. Reactie Wij begrijpen dat reclamant de timing van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, vlak voor de zomervakantie, negatief beoordeelt. Het was echter niet mogelijk om het plan eerder ter inzage te leggen. Het ontwerpbestemmingsplan en enkele overeenkomsten met de ontwikkelaar zijn pas in juni 2023 afgerond, terwijl wij het vanwege de voortgang van de ruimtelijke procedure belangrijk vonden dat het plan spoedig ter inzage gelegd zou worden.
Daarbij is overwogen dat er wettelijk gezien geen beperkingen gelden voor perioden waarin besluiten ter inzage worden gelegd, te meer omdat de termijn hiervoor zes weken bedraagt. Dezelfde wetgeving maakt het niet mogelijk om de termijn van terinzagelegging te verlengen. i. Het verwondert reclamant dat het lijkt dat er geen inhoudelijke screening / toetsing is gedaan of de gepubliceerde documenten voldoen aan de gestelde (wettelijke) kaders. De suggestie wordt gewekt dat deze toetsing en screening de verantwoordelijkheid is van de bewoners en belanghebbenden. Reactie Alle voor het bestemmingsplan opgestelde documenten en rapporten zijn door de gemeente of de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek beoordeeld. Dat heeft meermalen tot aanpassingen en verbeteringen van de stukken geleid, voordat het college van burgemeester en wethouders kon instemmen met het ontwerpbestemmingsplan en dat ter inzage werd gelegd. De suggestie van reclamant, dat de toetsing en screening van de documenten een verantwoordelijkheid is van de bewoners en belanghebbenden, volgen wij dan ook niet. Desalniettemin is het altijd mogelijk dat wij bepaalde punten niet hebben opgemerkt en dat hier in de zienswijzen op wordt gewezen. Indien nodig leidt dat tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. j.
De som van de bouw- en projectkosten in de aanvraag omgevingsvergunning wordt geraamd op 12,2 miljoen euro, dat is net geen 340 duizend euro per woning. Dat lijkt zeer weinig, mogelijk worden hierdoor diverse leges en belastingen verkeerd beoordeeld, aldus reclamant. Reactie De door reclamant genoemde bouw- en projectkosten zijn door initiatiefnemer vermeld in de aanvraag omgevingsvergunning. Voor de berekening van de leges hanteren wij echter de nota Bouwkostenbeleid Wijdemeren 2020 – 2025 en de daarin opgenomen kengetallenlijst. Daarmee kunnen wij de bouw- en projectkosten controleren en bepalen. Conclusie 25
Wij stellen voor de zienswijze van reclamant 10 ongegrond te verklaren.
Algehele conclusie Op basis van deze nota stellen wij allereerst voor om de zienswijzen van reclamanten 1, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10 ongegrond te verklaren. Verder stellen wij voor om de zienswijzen van reclamanten 2 en 7 deels gegrond en voor het overige ongegrond te verklaren. De zienswijzen achten wij enkel gegrond ten aanzien van de ontsluiting van het plangebied ter hoogte van de Tjotter. Met een functieaanduiding op de planverbeelding en een planregel, op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan, wordt voorkomen dat hier een doorgang voor het gemotoriseerd verkeer kan worden aangelegd. Tot slot stellen wij voor om op pagina 14 van de plantoelichting ‘de Schakel’ te wijzigen in ‘de Tjotter’.
26