CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bijlage 11 Nader ecologisch onderzoek

gemeenteraad 15 februari 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Het Achtererf (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)2.948 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek Nieuw-Loosdrechtsedijk (ongenummerd) te Loosdrecht Plangebied Het Achtererf

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Concept t.b.v. bespreking met ONHN

Colofon Nader onderzoek Nieuw-Loosdrechtsedijk (ongenummerd) te Loosdrecht Plangebied Het Achtererf

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

BJZ

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 4670 versie 1.0 Ligging plangebied: Nieuw-Loosdrechtsedijk ongenummerd te NieuwLoosdrecht Auteur: Ing. P. Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 3-10-2022 Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P. Leemreise

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 3

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plangebied ............................................................................................... 3

2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 3 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 3 Hoofdstuk 3

Methode .................................................................................................................................... 5

3.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 5 3.1 Onderzoek kerkuil .................................................................................................................................... 5 3.2 Onderzoek wezel en hermelijn................................................................................................................. 5 3.3 Onderzoek Das ......................................................................................................................................... 7 3.4 Onderzoek vleermuizen ........................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4

Resultaten ................................................................................................................................. 9

4.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 9 4.2 Resultaten onderzoek naar kerkuil .......................................................................................................... 9 4.3 Resultaten onderzoek naar wezel en hermelijn....................................................................................... 9 4.4 Resultaten onderzoek naar das ................................................................................................................ 9 4.5 Resultaten onderzoek naar vleermuizen ............................................................................................... 10 4.6 Beschouwing .......................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 5

Conclusie ................................................................................................................................ 13

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Er zijn concrete plannen voor woningbouw op een perceel ten oosten van woningen op het adres NieuwLoosdrechtsedijk 75-87 te Nieuw-Loosdrecht. Om de wettelijke consequenties in het kader van soort- en gebiedsbescherming vast te kunnen stellen, heeft Natuurbank Overijssel een verkennend natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. De bevindingen van dat onderzoek zijn gepubliceerd in rapport 2666 van Natuurbank Overijssel. Naar aanleiding van het verkennend onderzoek, heeft de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord een op 4 februari 2022 een veldbezoek uitgevoerd. Tijdens dat bezoek zijn sporen gevonden van kerkuilen (braakballen) en dassen (mestputjes en wissel). Naar aanleiding van dit bezoek en de beoordeling van het verkennend natuurwaardenonderzoek, heeft de Omgevingsdienst nader onderzoek gevraagd naar de functie van het plangebied voor kerkuilen, kleine marterachtigen (wezel en hermelijn), vleermuizen (foerageergebied en vliegroute) en dassen. Voorliggend rapport beschrijft de bevindingen van het nader onderzoek dat in 2022 is uitgevoerd.

HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt ten oosten van de Nieuw-Loosdrechtsedijk te Loosdrecht, ter hoogte van NieuwLoosdrechtsedijk 75 t/m 87. Het ligt aan de westrand van de woonkern Loosdrecht en wordt omgeven door stedelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op de topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De globale ligging van het plangebied wordt met de rode ovaal aangeduid (bron: pdok.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat grotendeels uit grasland en gedeeltelijk uit bebouwing. In het plangebied staan een aantal agrarische opstallen waaronder oude (varkens)stallen, een hooiberg en een schuur. Op drie schuren na, zijn alle gebouwen gedekt met golfplaten. Geen van de gebouwen beschikt over gemetselde buitengevels van bakstenen met luchtspouw of dakisolatie. De meest zuidelijke schuren beschikken wel over dakbeschot. De staat van onderhoud van de gebouwen is goed; de gebouwen zijn wind- en waterdicht. De gebouwen zijn niet in gebruik t.b.v. agarische activiteiten, maar staan leeg of worden benut als opslagplaats. Het grasland bestaat uit een soorotenarme vegetatie die jaarlijks meermaals gemaaid wordt. Op onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van het plangebied weergegeven, evenals de begrenzing van het onderzoeksgebied.

3

Detailopnames van het plangebied. De begrenzing van het plangebied wordt met de rode lijn aangeduid. (bron luchtfoto: PDOK.nl).

Impressie van het plangebied en een deel van de aanwezige bebouwing.

4

HOOFDSTUK 3 METHODE 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de toegepaste onderzoeksmethode weergegeven voor nadere onderzoek naar kerkuilen, vleermuizen, das en kleine marterachtigen.

3.1 Onderzoek kerkuil Tijdens het veldbezoek van 4 februari 2022 zijn enkele verse braakballen gevonden in een kapschuur en zijn oude braakballen gevonden in een oude stal. Deze braakballen lagen op de grond van de schuur, als gevolg van het naar beneden vallen van plafondplaten. Door het naar beneden vallen van deze platen, is de verblijfplaats verloren gegaan. Onderzoeksmethode Om de functie van de gebouwen voor kerkuilen vast te kunnen stellen is gekeken en geluisterd naar kerkuilen, zowel adulte vogels als bedelende jonge vogels. Daarnaast is tijdens alle veldbezoeken, zowel overdag als in de avond-nacht-ochtend, gekeken naar sporen van kerkuilen in alle gebouwen. Er is gekeken naar braakballen en ruiveren. De gebouwen zijn onderzocht in de periode mei-september 2022. Kerkuilen verlaten de rustplaats in de avondschemer, en keren terug naar de rustplaats in de ochtendschemer. Een uit- en invliegende kerkuil, wordt niet zelden opgemerkt door vogels, die daarop reageren met alarmroep. De onderzoeker is daarom ook altijd scherp op dergelijke signalen.

3.2 Onderzoek wezel en hermelijn Om de functie van het plangebied voor wezel en hermelijn vast te stellen zijn 4 wildcamera’s gebruikt. Het onderzoek naar marterachtigen is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals die zijn opgenomen in de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens, S., versie 11 oktober 2017). Er zijn twee wildcamera’s1 met bewegingssensor en infrarood-optie en twee struikrovers (met camera) geplaatst. Voor de struikrover is gebruik gemaakt van bijgeleverde camera met bewegingssensor en IR-optie. De wildcamera’s zijn in wat opener terrein geplaatst, de struikrovers in de houtstapel en in dichte bosschage. De camera’s zijn geplaatst op ‘strategische’ plekken, zoals open plekken en ‘wissels’ of langs een schutting. De beide struikrovers zijn voorzien van lokstof in lokdoosje met visolie. Op onderstaande luchtfoto wordt de positie van de camera’s weergegeven. De camera’s waren ingesteld op fotofunctie in verband met de snellere triggertime t.o.v. videobeelden.

De oostgrens van het onderzoeksgebied is bijna volledig afgezet met gaas. Dit houdt grote grondgebonden zoogdieren buiten, maar zorgt voor ‘stuwing’ van dieren in het onderzoeksgebied langs dergelijke rasters. Er waren geen looppaden zichtbaar langs de rasters. 1

Maginon 5.0 Megapixel 5

Liggend dood hout; hier is een struikrover geplaatst.

Locaties van de geplaatste wildcamera’s.

De twee losse camera’s en de struikrovers hebben acht weken in het onderzoeksgebied gestaan. Ze zijn geplaatst tijdens het eerste veldbezoek voor vleermuizen (18 mei 2022) en verwijderd op 15 juli 2022. Ze zijn 2x gecontroleerd waarbij SD-kaarten zijn verwisseld en de batterijen zijn vervangen. De totale onderzoeksperiode bedraagt 8 weken. Er is geen gebruik gemaakt van een sporenbuis. Er kan niet met zekerheid onderscheid gemaakt worden tussen wezel en hermelijn op basis van pootafdrukken.

6

3.3 Onderzoek Das Het onderzoek naar het terreingebruik door de das heeft gedeeltelijk ‘meegelift’ op de andere onderzoeken. Er is gebruik gemaakt van twee wildcamera’s in de periode mei-juli en er is specifiek een wildcamera geplaatst in september 2022 bij de dassenwissel welke op 4 februari 2022 werd vastgesteld in de zuidoosthoek van het onderzoeksgebied. Tijdens alle bezoeken aan het plangebied is gekeken naar dassen en sporen van dassen, zoals loopsporen, graafsporen, mestputjes en haren aan puntdraad bij wissel. Er is tijdens de bezoeken buiten de daglichtperiode, zoals tijdens vleermuisonderzoek, tevens gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera.

Gebruikte camera’s t.b.v. onderzoek naar de das.

Cameraplaats nabij de vastgestelde wissel in februari 2022. De camera was gericht op wissel; in dit geval de bovenzijde van een beschoeiing.

7

3.4 Onderzoek vleermuizen Voor het in kaart brengen van de functie van het onderzoeksgebied voor vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type:Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van de functie van het plangebied als vliegroute en foerageergebied. Ondanks het feit dat de gebouwen niet als potentiële verblijhfplaats voor vleermuizen worden beschouwd2, is er gekeken naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen door één onderzoeker, net als het onderzoek naar foeragerende vleermuizen en vliegroutes. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen met zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis.

Eén onderzoeker hield zich op rond de gebouwen, terwijl de andere onderzoeker de randen en de open ruimte onderzocht. bezoekdatum

tijdstip

18-5-2022

22:00-0:00

n-onderzoekers 2

21-6-2022

22:00-0:10

2

15-7-2022

3:00-5:00

2

2-9-2022

21:30-23:35

1

25-9-2022

21:00-23:30

1

Doel

Weersomstandigheden

Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies, foerageergedrag e vliegroute Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies Zomer-, en paarverblijfplaaten Zomeren paarverblijfplaaten

Bewolkt, 21⁰C, droog, wind 1-2 Bft

Bewolkt, 20⁰C, droog, windstil Half bewolkt, 10⁰C, droog, windstil Half bewolkt, 20⁰C, droog, windstil Bewolkt, 15⁰C, droog, zwakke wind

Bezoekschema vleermuisonderzoek 2022.

3.5 Onderzoekers Alle onderzoeken zijn uitgevoerd door ervaren en gekwalificeerde onderzoekers. Het onderzoek is in hoofdzaak uitgevoerd door Ing. P.Leemreise. Tijdens het vleermuisonderzoek is hij geassisteerd door 2 verschillende collega’s.

2

Bevestigd door de ecoloog van de ONHN op basis van visuele inspectie van de gebouwen. 8

HOOFDSTUK 4 RESULTATEN 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschouwende alinea over de resultaten en de duiding ervan. 4.2 Resultaten onderzoek naar kerkuil Er zijn tijdens het onderzoek, geen kerkuilen waargenomen in het onderzoeksgebied. Ook zijn geen (verse) braakballen gevonden in de gebouwen tijdens het onderzoek.

In de schuur zijn geen verse sporen van kerkuilen meer aangetroffen.

4.3 Resultaten onderzoek naar wezel en hermelijn Er zijn geen waarnemingen verricht van wezel of hermelijn tijdens het onderzoek. 4.4 Resultaten onderzoek naar das Er zijn tijdens het onderzoek geen dassen waargenomen en er zijn tot 20 september geen sporen gevonden die op de aanwezigheid van een das in het plangebied duiden. Op 20 september zijn tijdens een dagbezoek (middag 13:10 – 14:00 uur) drie verse mestputjes en enkele graafsporen gevonden in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied. Op die dag leek de wissen, welke in februari 2022 was waargenomen, niet in gebruik. De mestputjes lagen in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied. Dit deel bestond uit hooi gras. In het grasland waren geen loopsporen zichtbaar. Gelet op de hoogte van het gras, zouden wissels duidelijk zichtbaar geweest moeten zijn. Tijdens het bezoek werden geen dassenharen aan puntdraad bij de wissel in de zuidoosthoek aangetroffen. Ook ontbreken pootafdrukken in het losse zand erachter.

Aangetroffen mestputje van een das (22-9-2022).

9

Foto links: detail van de wissel, welke in februari 2022 werd vastgesteld. Foto rechts; detailfoto van open zand in de tuin, direct naast de wissel. Geen dassensporen.

Op onderstaande luchtfoto wordt de vindplaats van de 3 mestputjes weergegeven.

Vindplaats van de mestputjes in september 2022.

4.5 Resultaten onderzoek naar vleermuizen Tijdens alle vleermuisbezoeken zijn vleermuizen waargenomen. Vleermuizen benutten de opgaande beplanting langs de oostrand van het onderzoeksgebied als foerageergebied en een enkele laatvlieger is foeragerend waargenomen boven het grasland. Vleermuizen foerageerden doorgaans 5 -50 minuten (voor zover individuen herkenbaar zijn), alvorens het plangebied te verlaten. Vleermuizen verlieten het onderzoeksgebied in de avond in zuidelijke, zuidwestelijke, noordelijke en westelijke richting. Er werden hoofdzakelijk gewone dwergvleermuizen waargenomen, tot maximaal 5 foeragerende dieren tegelijkertijd (21-6-2022), er zijn drie maal laatvliegers waargenomen (tot maximaal 3 langsvliegende dieren) en tijdens de najaarsbezoeken werd telkens twee maal een ruige dwergvleermuis waargenomen. Er is geen vangbuzz waargenomen van ruige dwergvleermuizen, dus vermoedelijk betrof het overvliegende dieren. De rosse vleermuis bezet in de omgeving een vrij grote kraamkolonie (NDFF + eigen bevindingen). Deze soort, met z’n luide sonar, is tijdens alle drie zomerbezoeken waargenomen. Doorgaans betrof het hoog overvliegende dieren, zonder binding aan het onderzoeksgebied. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats in het plangebied bezetten. 10

Gelet op de waarnemingen, kan gesteld worden dat vleermuizen de opgaande beplanting, ruigte en hooiland (laatvlieger) benutten als foerageergebied. Gelet op de oppervlakte van het onderzoeksgebied, wordt dit niet als essentieel foerageergebied beschouwd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, dat de randbeplanting fungeert als vliegroute. Vleermuizen arriveerde diffuus en vertrokken in richtingen, variërend van zuid, west en noordwest. In de ochtend arriveerden vleermuizen nog diffuser, zonder duidelijke richting. Vermoedelijk benutten vleermuizen, welke een verblijfplaats bezetten in woningen net naast het onderzoeksgebied, het plangebied kortstondig als foerageergebied, net na het uitvliegen en na voor het binnenvliegen van de verblijfplaats.

Foerageergebied en wegvliegrichting van vleermuizen in de avond.

4.6 Beschouwing Gelet op de verspreiding van de wezel en de habitateisen, wordt het plangebied niet direct als potentieel zeer geschikt leefgebied beschouwd. Waarnemingen van wezels in en rond het plangebied ontbreken dan ook in de NDFF (NDFF, 2022). Gelet op de ligging, aan de rand van een woonkern, wordt het onderzoeksgebied niet als bijzonder geschikt leefgebied voor hermelijnen beschouwd. De extensieve graslanden in de omgeving van het plangebied lijken daarentegen wel geschikt als leefgebied voor hermelijnen. In de NDFF ontbreken ook waarnemingen uit het plangebied of de directe omgeving (NDFF, 2022). De uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek bevestigen het vermoeden dat het onderzoeksgebied geen functioneel leefgebied voor deze soorten is. Kerkuilen kunnen heimelijk zijn, maar bezoeken in de avond- en ochtendschemering, vormen een betrouwbare onderzoeksmethode om kerkuilen in gebouwen vast te stellen. Het ontbreken van (verse) braakballen in de zomer en nazomer, bevestigen het onderzoeksresultaat. De gebouwen in het onderzoeksgebied vormen geen rust- of voortplantingsplaats van kerkuilen. Vermoedelijk is door het instorten van een deel van de schuur, de verblijfplaats verloren gegaan. Dat vleermuizen het onderzoeksgebied gebruiken als foerageergebied, is op basis van een visuele beoordeling van het onderzoeksgebied in te schatten.

De onderzoeksresultaten bevestigen de verwachting. 11

Vleermuizen, die een verblijfplaats bezetten in de wijken naast het onderzoeksgebied, benutten het onderzoeksgebied kortstondig om te foerageren, alvorens ze doorvliegen naar foerageergebieden buiten het dorp. Het onderzoeksgebied vormt geen essentieel foerageergebied en geen verbindende schakel in een vliegroute. De das is niet vastgesteld op de opgestelde camera’s en niet tijdens veldwerk in de avond, nacht of ochtend. Tijdens het veldwerk in de zomer 2022 zijn geen sporen gevonden van de das en het leek er lange tijd op, dat dassen het onderzoeksgebied niet meer gebruiken als foerageergebied of verbindingszone. De waarnemingen van enkele mestputjes op 20 september 2022 kwamen daarom als een verrassing. Op de wildcamera, geplaatst nabij de wissel, welke in februari 2022 is vastgesteld, zijn geen dassen waargenomen en er zijn geen sporen aangetroffen die op het gebruik van de wissel duiden. Het is onbekend waar de dassen, welke incidenteel het plangebied benutten als foerageergebied, een verblijfplaats bezetten. Op 230 meter ten noordoosten van het onderzoeksgebied (Het Laantje), was in het voorjaar 2022 een burcht bezet in een particuliere tuin. Het is onbekend of het een solitair dier betreft of een familieburcht. Deze verblijfplaats wordt afgeschermd in verband met bezwaren tegen een ruimtelijke ontwikkeling nabij.

Los van de bekende wissel, is in het hoge gras van het plangebied in het geheel geen loopspoor aangetroffen. Iets, wat absoluut zichtbaar zou zijn, als dassen meermaals hetzelfde pad zouden volgen. Gelet op de afwezigheid van dassen in het plangebied, in de periode mei-augustus, wordt het plangebied niet beschouwd als verbindende schakel in een looproute van dassen. Mogelijk behoorde het onderzoeksgebied in het recente verleden wel tot een looproute (de das van het Laantje?), maar deze functie heeft het nu niet meer. Mogelijk is de burcht nabij Het Laantje niet meer bezet en vormt het onderzoeksgebied geen onderdeel meer van het functionele leefgebied van deze burcht en zijn de dassensporen, waargenomen in september, van een zwervend dier. Gezien het voorkomen van de das in de omgeving van het plangebied (NDFF 2022), is het zeer goed mogelijk dat er een zwervend dier in het plangebied is opgedoken. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek, wordt het onderzoeksgebied niet als een functionele verbindende schakel in een looproute van de das beschouwd en vormt het geen essentieel onderdeel van het functionele leefgebied van een bezette burcht. Mogelijk is deze functie verloren gegaan als gevolg van het verlaten van een nabij gelegen burcht. Of de burcht echt als ‘verlaten’ beschouwd kan worden, zal in de komende jaren onderzocht moeten worden.

Geadviseerd wordt de in februari 2022 vastgestelde wissel in de zuidoosthoek van het plangebied te behouden. Indien een uitrit aangelegd wordt vanuit het plangebied naar Tjalk, kan deze functie versterkt worden. De huidige wissel is kwetsbaar vanwege hekken en open water.

12

HOOFDSTUK 5

CONCLUSIE Er zijn tijdens veldbiologisch onderzoek geen beschermde waarden vastgesteld, anders dan tijdens het verkennend onderzoek van de quickscan. Kerkuilen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied, wezel of hermelijn benutten het niet als (functioneel) leefgebied en vleermuizen bezetten er geen rust- of voortplantingsplaats. Wel benutten vleermuizen het onderzoeksgebied als foerageergebied. De betekenis is echter beperkt. Het vormt geen essentieel foerageergebied. De das was in de zomer afwezig in het onderzoeksgebied, maar sporen tonen aan dat het dier halverwege september het onderzoeksgebied heeft bezocht. De herkomst van deze das is onbekend. Gelet op het ontbreken van waarnemingen, vormt het onderzoeksgebied in 2022 geen onderdeel van een looproute en geen vast foerageergebied. Mogelijk heeft een zwervende jonge das het plangebied kortstondig bezocht. D Op basis van de uitkomsten van het uitgevoerde veldbiologisch onderzoek, hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Geadviseerd wordt de functie van de zuidoosthoek als ‘dassenwissel’ te behouden in de ontwikkelplannen.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13698603/1