Technische vragen BMMSZ 11 april Totaal
Tekst van het document
Technische vragen Commissie BMMSZ 11 april NR Commissie Onderwerp 1 BM 10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Vraag Antwoord Fractie Naar aanleiding van het rapport van bureau KplusV heeft Er is deze ronde geen second opinion uitgevoerd. Gooise Meren VVD de gemeenteraad Gooise Meren om een 'second heeft bij de vorige afweging PMD in 2021 (uitgevoerd door KplusV) opinion' gevraagd bij een ander bureau. Dit bureau een second opinion uit laten voeren door RHDHV. Dat leidde toen kwam tot andere observaties, conclusies en financiële niet tot andere conclusies, wel tot aanbevelingen. Bij deze nieuwe verschillen. Heeft ons college een 'second opinion' afweging PMD zijn de aanbevelingen van RHDHV uit 2021 gevraagd? Zo ja, wat waren daar de uitkomsten van en betrokken door KplusV bij hun doorrekeningen. kunnen deze voorafgaand aan de commissievergadering met ons gedeeld worden? Zo nee, waarom is de raad niet gevraagd of zij behoeften heeft aan een 'second opinion'? Waarom gaat het college in dat geval uitsluitend uit van de uitkomsten van het rapport van KplusV?
2
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Heeft het college de uitkomsten van de gevraagde De second opinion van RHDHV is in 2021 met alle regiogemeenten VVD 'second opinion' door de gemeente Gooise Meren tot gedeeld. De aanbevelingen zijn betrokken in de nieuwe zich genomen? Zou zij op basis daarvan nu tot een doorrekening die dit jaar is gemaakt. Er is dit jaar geen second andere onderbouwing zijn gekomen van het voorstel om opinion gemaakt bronscheiding te continueren?
3
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Het rapport van KplusV 'actualisatie rekenmodel KplusV heeft een financiele analyse gedaan in opdracht van het nascheiding GAD' is naar mening van de VVD vooral GAD. In het "voorstel afweging PMD 2024" is een kwalitatieve gericht op het aspect 'kosten', terwijl andere aspecten analyse toegevoegd door het GAD op de onderdelen van de afvaldriehoek 'dienstverlening' en 'duurzaamheid' dienstverlening en duurzaamheid. In het voorstel is de afweging evenzeer zouden moeten meewegen. Heeft het college dan ook op alledrie de aspecten gemaakt. Daarnaast is ingegaan alle aspecten uit de afvaldriehoek meegewogen voor op de beleidsontwikkelingen op landelijk en Europees niveau. een zorgvuldige, integrale afweging?
VVD
4
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Onder andere de gemeente Gooise Meren komt tot een Het college gaat uit van de berekeningen en sensitiviteitsanalyse andere beoordeling van bepaalde kostenaspecten en zoals die nu aan de regiogemeenten voorliggen. gaat uit van een verschil van 240.000 euro (en niet 798.000 euro) en sluit ook een positief financieel effect van een overstap niet uit. Ook komt zij tot een andere beoordeling van andere aspecten dat meetelt voor het totale kostenplaatje. Is het college bekend met andere beoordelingen van kostenaspecten? En zo ja, wat vindt zij daar van en waarom gaat zij dan alsnog uit van de beoordeling van bureau KplusV?
VVD
5
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Alle gemeenten in de regio zijn gevraagd om een zienswijze te geven op de te maken afweging. Het blijkt dat meerdere gemeenten voornemens zijn de voorkeur uit te spreken richting het bestuur van de regio om over te stappen op nascheiding. Als dat klopt, waren deze standpunten dan bekend bij het college toen zij het besluit nam om de raad voor te stellen het systeem van bronscheiding te continueren?
Het is het college bekend dat in het PHFO Milieu en Duurzaamheid VVD van 9 februari jl. door een meerderheid van de regiogemeenten (Blaricum, Laren, Huizen en Wijdemeren)is besloten het algemeen bestuur te adviseren het huidige systeem van bronscheiding als voorkeurs- richting te continueren. De gemeente Hilversum heeft aangeven een later moment zijn voorkeur uit te spreken. Advies van de gemeente Gooise Meren aan het AB is vooralsnog om op het systeem van nascheiding over te gaan.
6
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Het college wijst op het argument 'bewustwording' om Het college ziet dat het merendeel van de regionale huishoudens VVD bronscheiding te continueren. Ziet het college gewend en bereid is om PMD te scheiden. Het aanbiedgedrag daarentegen niet een afnemende scheidingsbereidheid? resulteert in het verkijgen van een betere kwaliteit herbruikbaar PMD stromen. Bij nascheiden ontstaat "kruisbesmetting" wat resulteert in een lagere kwaliteit en opbrengst van herbuikbaarheid van de PMD stromen.
7
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Bronscheiding heeft sinds de invoer een positief effect Zowel PMD bron- als nascheiden zit qua potentieel/ hoeveelheid VVD gehad op de bewustwording van het aandeel nog in de lift. Beide systemen lopen tegen feit aan dat de verpakkingen in huishoudelijk afval, maar nascheiding zal ingezamelde PMD (zowel verkregen uit bron- als nascheiden) naar verwachting (meerdere onderzoeken tonen dat laagwaardig is en/of moeilijk recylebaar. Hierdoor is de PMD aan) in de toekomst tot een hogere PMD-opbrengst moeilijk afzetbaar als secundaire grondstof. De milieuprestaties leiden. Daarnaast leidt nascheiding tot minder hangen voor belangrijk deel samen met het ontwerp (aan de verkeersbewegingen van inzamel- en voorkant, door de producent) van de ingezamelde PMD zelf. transportvoertuigen. De GAD verwacht in ieder geval Daarnaast speelt vervuiling van PMD door vermenging met met drie vrachtauto's minder uit te kunnen. Hoe restromen (dit speelt zowel bij gescheiden ingezamelde PMD als beoordeelt het college deze bevindingen in het kader bij PMD die gelijktijdig met het restafval wordt ingezameld). Er is van duurzaamheid? een verschuiving in het kijken naar de PMD-keten gaande als het gaat om het beoordelen van de milieuprestaties van PMD.
Minder kijken naar het gewicht van de ingezamelde hoeveelheid PMD en meer kijken naar (het percentage) PMD dat daadwerkelijk wordt gerecycled (in nieuwe producten). Het Rijk gaat dit jaar de milieuprestaties bron- en nascheiden nader onderzoeken vanuit deze nieuwe kijk. De impact op duurzaamheid van 3 vuilniswagens is niet significant tov de totale uitstoot door verbranding van restafval. Daarnaast vraagt een nascheidingsinstallatie ook energie. Deze stap is niet nodig bij bronscheiding.
8
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Wat houden de operationele uitdagingen in de aanpassingen in het containerpark in?
Aanpassingen aan de ondergrondse en bovengrondse ChristenUnie verzamelcontainers door alle PMD containers om te bouwen naar restafval containers. Daarnaast moeten bij alle huishoudens de PMD minicontainers worden ingenomen.
9
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Hoe robuust is het geactualiseerde rekenmodel tegenover onverwachte veranderingen in afvalvolumes en samenstelling van PMD-afval?
Aan het rekenmodel is een sensitiviteits analyse toegevoegd waarin dit soort effecten zijn doorberekend.
CDA
10
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Welke specifieke technologische verbeteringen in nascheidingsinstallaties zouden de keuze voor nascheiding boven bronscheiding kunnen versterken, en zijn er plannen om in dergelijke technologieën te investeren?
In het "voorstel afweging PMD 2024" is aangeven dat er nog geen CDA zicht is op beleidsontwikkelingen tav standaardisering in de richting van bron- of nascheiding. Investeringen door de commerciele partijen op markt zullen hiervan afhankelijk zijn. Op dit moment zijn landelijk de scheidingsresultaten bij nascheiding vergelijkbaar met de resultaten bij bronscheiding. Belangrijk in de toekomst zal ook zijn het percentage van de PMD dat gerecycled kan worden (zowel uit bron als nascheiding.)
11
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Hoe wordt de inwonerbetrokkenheid en -educatie In geval van nascheiding PMD zal de inzet zich gaan richten op de CDA aangepakt in de overgang naar nascheiding, en welke overige bron te scheiden afvalstromen. Voor goede strategieën worden overwogen om duurzaam nascheidingsresultaten is het bijvoorbeeld heel belangrijk dat GFT afvalbeheer en recycling onder de aandacht te brengen? goed (beter) gescheiden wordt.
12
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Welke impact heeft de overstap naar nascheiding op de lange termijn op de lokale circulaire economie, en hoe worden materialen die via nascheiding zijn teruggewonnen, lokaal opnieuw gebruikt of verwerkt?
De keuze bron of nascheiding heeft geen impact op de lokale circulaire economie. De afvalstromen rest en PMD worden (nu) naar eindverwerkers buiten de regio getransporteerd. Via hen vinden de her te gebruiken stromen hun weg in nieuwe productieprocessen en uiteindelijk weer naar de consument.
CDA
13
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Hoe worden de risico's en onzekerheden gerelateerd aan In het "voorstel afweging PMD 2024" is aangeven dat een keuze toekomstige wet- en regelgeving, zoals genoemd in het voor na scheiding het risco inhoudt dat er in de toekomst rapport, beheerd of geminimaliseerd door de GAD? (gedeeltelijk) overgestapt moet worden op bronscheiding. Dit risico is moeilijk in te schatten en niet beinvloedbaar.
CDA
14
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Zijn er plannen voor samenwerking met andere regionale entiteiten om schaalvoordelen te behalen in nascheiding en verwerking van PMD-afval?
Nee.
CDA
15
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Wat zijn de verwachte langetermijneffecten van de invoering van het ETS op afvalverbranding voor de kostenstructuur en besluitvorming rond afvalbeheer in de GAD Gooi en Vechtstreek?
De ontwikkelingen met betrekking tot CO2 uitstoot en heffingen is CDA op lange termijn nog niet bekend. Het aspect is wel meegenomen in de sensitiviteitsanalyse. In het algemeen is het belangrijk in te zetten op het voorkomen van restafval en zo weinig mogelijk afvalverbranding. De scheidingsresultaten bij bronscheiding en nascheiding PMD zijn vergelijkbaar.
16
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Hoe verhouden de financiële resultaten en aanbevelingen van het KplusV-rapport zich tot de uiteindelijke beslissing van het raadsvoorstel om bij bronscheiding te blijven?
Ten aanzien van de dienstverlening en duurzaamheid zijn de voor- CDA en nadelen van beide opties (kwalitatief) in kaart gebracht. Daaruit volgt een beeld waarbij voor- en nadelen zich in evenwicht tot elkaar verhouden. Uit de rapportage van KplusV blijkt tevens dat de overstap naar nascheiding leidt tot een incidentele en structurele kostenverhoging.
17
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
In welke mate hebben de scenario’s uit de sensitiviteitsanalyse, zoals besproken in het KplusVrapport, invloed gehad op de risicoafweging binnen het raadsvoorstel?
In beperkte mate. In welke mate deze scenario’s zich daadwerkelijk gaan voordoen, is onzeker. Daarnaast kunnen kostenverhogende en kostenverlagende effecten elkaar opheffen.
18
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Wat was de doorslaggevende factor voor het college om Ten aanzien van de dienstverlening en duurzaamheid zijn de voor- CDA de voorkeur te geven aan bronscheiding ondanks de en nadelen van beide opties (kwalitatief) in kaart gebracht. potentiële voordelen van nascheiding die in het rapport Daaruit volgt een beeld waarbij voor- en nadelen zich in evenwicht worden genoemd? tot elkaar verhouden. Uit de rapportage van KplusV blijkt ook dat de overstap naar nascheiding leidt tot een incidentele en structurele kostenverhoging. Tevens wordt geconcludeerd dat stoppen met bronscheiding resulteert in een onomkeerbare koerswijziging. Op een later moment weer teruggaan naar PMD-bronscheiding is praktisch onmogelijk. Op grond van de huidige situatie, het KplusVrapport en het onzekere Rijksbeleid is er geen aanleiding om nu de overstap naar PMD-nascheiding te maken.
19
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Hoe beoordeelt het college het risico dat door beleidsontwikkelingen van het Rijk of de EU in de toekomst aanpassingen in de inzamelmethode vereist kunnen zijn, zoals genoemd in het raadsvoorstel?
CDA
Verwacht wordt dat het Rijk in de komende jaren meer zal CDA inzetten op standaardisering van de inzameling en verwerking van de PMD-stroom. Op dit moment is niet bekend in welke richting dit Rijksbeleid zich zal ontwikkelen. Nu overstappen op nascheiding is dan ook risicovol en prematuur. De overstap naar nascheiding is zo goed als onomkeerbaar, omdat het later herzien van de keuze (dus weer teruggaan naar bronscheiding) niet kansrijk zal zijn.
20
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Op welke manier is de feedback van inwoners of belanghebbenden meegenomen in de besluitvorming, en hoe is dit proces vergelijkbaar of verschillend van de aanpak die in het rapport wordt gesuggereerd?
Het algemeen bestuur (AB) van de Regio Gooi en Vechtstreek CDA heeft in de vergadering van 15 februari bewust gekozen om de keuze van voor- of nascheiding van PMD neutraal neer te leggen bij de gemeenten. Het AB weet van de verschillende opvattingen die er zijn over voor- nascheiding PMD en de sentimenten/gevoelens die er leven in de samenleving. De interpretatie (en de keuze die daarmee wordt gemaakt) van het onderzoeksrapport van bureau KplusV is aan de raden. Het Regiobestuur heeft geen voorkeursrichting meegegeven om raden de ruimte te geven de zienswijzen zo authentiek mogelijk te verwoorden. Met de uitkomst(en) van een eventueel regionaal participatietraject zou die richting juist wel worden meegeven.
21
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Hoe weegt het college de financiële implicaties voor inwoners, zoals weerspiegeld in de extra kosten van nascheiding, tegenover de milieuvoordelen en dienstverlening?
Naar gelang besluitvorming zal de afvalstoffenheffing berekend CDA worden. Bij het bepalen van de hoogte van de afvalstoffenheffing worden voor - en nadelen die hierop van invloed zijn meegenomen in de berekening.
22
BM
10. Zienswijze bronscheiding, nascheiding PMD
Hoe worden de mogelijke negatieve effecten van nascheiding op het scheidingsgedrag van inwoners voor andere afvalstromen, zoals gft of papier, gemonitord en aangepakt?
De GAD monitort alle huishoudelijke afvalstromen afzonderlijk CDA nauwkeurig, en onderzoekt o.a. sorteeranalyses de aanwezigheid van andere grondstofstromen in het restafval. Eventuele effecten worden jaarlijks gerapporteerd via de GAD-meter.
23
BM
11.IHP
In het raadsvoorstel staat bij 3.1.1 dat het plan qua begroting elk jaar geactualiseerd zal worden. Krijgt de raad deze actualisatie ook? Niet alleen op de begroting als 1 getal maar de hele begroting voor het IHP?
Deze jaarlijkse actualisatie, doelt op het gesprek dat elk jaar CDA gehouden wordt tussen gemeente en schoolbesturen op het OOGO, om inzichtelijk te maken of het Integraal Huisvestings Plan nog voldoende de uitdagingen in de onderwijshuisvesting dekt. Mocht blijken dat gedurende de looptijd van het IHP significante maatschappelijke veranderingen zijn, waardoor het IHP niet meer een financieel realistisch beeld geeft, dan zal hiervoor een financiele doorrekening worden gemaakt en worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Een voorbeeld van deze maatschappelijke veranderingen is onverwachte groei en krimp van scholen door veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Waardoor geraamde bedragen omhoog of omlaag moeten worden bijgesteld. Wanneer dit het geval is dan zal dit in zijn volledigheid worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
24
BM
11.IHP
3.1.2 Op welke manier denkt de gemeente invloed te kunnen uitoefenen op het aannamebeleid van de scholen?
De gemeente kan in gesprek gaan met schoolbesturen en gezamenlijk met de schoolbesturen afspraken maken over het aannamebeleid in de gehele gemeente.
CDA
25
BM
11.IHP
3.1.2 Op welke manier denkt de gemeente invloed te kunnen uitoefenen op het aannamebeleid van de scholen?
26
BM
11.IHP
3.1.4 Is het mogelijk dat de gemeente nu al pro actief op We hebben regelmatig contact met de netwerkbeheerders over CDA zoek gaat naar oplossingen die er nodig zijn bij de netcongestie. In het ontwerpproces zullen we rekening houden nieuwbouw als het gaat om aansluiting op het net? Een met de lokale beperkingen en waar nodig nemen we maatregelen. aggregaat lijkt me niet erg duurzaam en milieu bewust. Het kan noodzakelijk zijn om een tijdelijke oplossing te voorzien Ook zal dit kosten met zich mee brengen. om een gebouw operationeel te krijgen.
27
BM
11.IHP
Heeft de gemeente gedacht over kostenneutraal
28
MSZ
11.IHP
Het geld dat beschikbaar wordt gesteld via het Gemeentefonds voor onderwijshuisvesting wordt niet gelabeld. Wat is de reden daarvan?
29
MSZ
11.IHP
In het IHP wordt rekening gehouden met samenwerking Vraag 1: Per locatie wordt gekeken welke maatschappelijke ChristenUnie tussen onderwijs, kinderopvang en andere functies gekoppeld kunnen worden en hoe de samenwerking vorm maatschappelijke functies. Gaat dit alleen om de kan worden gegeven. Dit wordt verder uitgewerkt gedurende de huisvesting of zijn er meer vormen van samenwerking te voorbereidende fase. Voorbeelden hiervan zijn warme overdracht realiseren? Wat zijn hiervan voorbeelden en zijn deze van kinderopvang naar Primair onderijs, doorgaande lijn op extra toegepast in het IKC Loosdrecht? inzet taalachterstanden, na schoolse kinder/jeugdactivitieten samenwerking met jeugdhulp en primair onderwijs, ontmoetingsen beweegactiviteiten voor ouderen of inwoners, cultuur, repetities en andere dorps/buurtactiviteiten. Vraag 2: Bij het nieuw te bouwen IKC-Talent Primair in Loosdrecht zal het gebouw multifunctioneel gebruikt worden door KDO, BSO, consultatiebureau en school. Bij de projecten die volgen uit het IHP, wil de gemeente bovenop deze samenwerkingspartners ook kijken naar andere samenwerkingen en zodoende een multifunctionele accomodatie realiseren. Gemeente en schoolbestuur willen dit in gezamenlijk overleg verder vormgeven.
e
e
bouwen? Door een school op de 1 /2 verdieping te huisvesten en erboven appartementen te bouwen?
De gemeente kan in gesprek gaan met schoolbesturen en gezamenlijk met de schoolbesturen afspraken maken over het aannamebeleid in de gehele gemeente.
CDA
Hier is over nagedacht. Per project wordt naar de mogelijkheden voor combinatie met wonigbouw gekeken. De financiele consequenties daarvan zijn op dit moment nog niet te ramen.
CDA
De rijksoverheid heeft in het verleden veel specifieke uitkeringen in de algemene gemeentefonds gestopt. Er zijn gemeenten die geprobeerd hebben deze algemene uitkering in beeld te brengen en te oormerken. Dit is tot op heden niet succesvol geweest. De reden waarom dit geld niet gelabeld is, is onbekend.
ChristenUnie
30
MSZ
11.IHP
Op pagina 7 ontbreekt de laatste zin in het blauwe kader. Wat hoort daar te staan?
Het volledige blauwe kader dient te zijn: De gemeente ChristenUnie Wijdemeren is in 2023 gestart met het opstellen van een Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Na vaststelling wordt in 2024, door middel van een uitvoeringsagenda, hieraan verder invulling gegeven. Het beleidskader gaat in op de ambities voor het sociaal domein vanuit de kernen vormgegeven. Uitgangspunt van dit beleidskader is multifunctionaliteit van voorzieningen en het openstellen van gebouwen voor de buurt en de kern. De schoolgebouwen/kindcentra spelen hierin een belangrijke rol.
31
MSZ
11.IHP
Pag 11: “Op veel plekken in Nederland is het Voor de verduurzaming kan een verzwaring van de aansluiting op ChristenUnie elektriciteitsnet overbelast, dit heet netcongestie. Op het elektriciteitsnet nodig zijn. In het ontwerpproces per locatie verschillende plekken in Nederland is er daardoor moet blijken of een kleinverbruik aansluiting (tot 3x80 ampère) onvoldoende netcapaciteit beschikbaar*. Dit is ook het voldoende is. Er zijn dan vooralsnog geen belemmeringen. geval in gedeelten van de gemeente Wijdemeren. Wanneer een grootverbruik aansluiting (>3x80 ampère) nodig is, Daardoor kunnen nieuwe projecten niet altijd direct hebben we te maken met netcongestie. Het kan in dat geval worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit geldt noodzakelijk zijn om een tijdelijke oplossing te voorzien om een ook voor onderwijsprojecten. Het is daarom van belang gebouw operationeel te krijgen. Een voorbeeld van een gebouw hier in het ontwerpproces rekening mee te houden en met een kleinverbruik aansluiting is het gemeentehuis. waar nodig voorzorgmaatregelen te nemen. Het kan noodzakelijk zijn om een tijdelijke oplossing te voorzien om een gebouw operationeel te krijgen.” Vraag: De huidige schoolgebouwen zijn al aangesloten op het elektriciteitsnet. Kunnen we aannemen dat dit voor deze (nieuwe) gebouwen op dezelfde locatie geen belemmering zal zijn?
32
MSZ
11.IHP
Waar is de 12% groei van leerlingen op gebaseerd? Alleen op woningbouw zoals nu vermeld staat?
De 12% groei van leerlingen is gebaseerd op leerlingprognoses. ChristenUnie Deze leerlingprognose worden tweejaarlijks in opdracht van de gemeente Wijdemeren opgesteld. Hiervoor is in het verleden een specialistisch bureau ingehuurd die deze prognoses ook maakt voor andere gemeenten in Nederland. De leerlingprognoses omvatten naast woningbouw nog vele andere cijfers. Een kleine selectie hiervan is: Geboortecijfers, Woningvoorraadgegevens, Woningbouwplannen en populatieverdeling op buurtniveau.
33
MSZ
11.IHP
Wat waren de overwegingen van het college om, de 0meting van de onderwijsgebouwen (technisch, functioneel, binnenklimaat en veiligheid) niet zelf te doen, maar aan de scholen overgelaten?
De 0-meting van de onderwijsgebouwen heeft niet plaats gevonden door de scholen, maar door het onafhankelijk bureau ICS.
PvdA-GroenLinks
34
MSZ
11.IHP
Wanneer wordt de normvergoeding van de VNG bijgewerkt en verwacht?
Dat is momenteel nog niet bekend.
PvdA-GroenLinks
35
MSZ
11.IHP
Kunnen we de feedback ontvangen die de schoolbesturen hebben gegeven op dit plan?
Dit plan is samen met de schoolbesturen gemaakt. Het plan is in het OOGO vastgesteld zonder verdere inhoudelijke feedback.
PvdA-GroenLinks
36
MSZ
11.IHP
Er zijn nu 5 scholen met openbare schoolpleinen, Dit IHP bevat geen planning voor de transformatie van schoolplein PvdA-GroenLinks wanneer worden de andere schoolpleinen ook openbaar naar openbaar speelterrein. Hoewel dit wel een gezamenlijke speelterrein? ambitie is. De praktische, juridische, financiele en planmatige uitwerking heeft in dit IHP nog geen gestalte gekregen. Wanneer hiervoor een plan is opgesteld, zal deze voor politieke besluitvorming worden voorgelegd.
37
MSZ
11.IHP
In hoeverre is, voor de concrete plannen voor de komende 4 jaar, nu al geanticipeerd op de bestaande netcongestie?
38
MSZ
11.IHP
Aan welke thema’s wordt gedacht bij de genoemde businesscases, waaraan scholen financieel bijdragen? Hebben zij hun wensen daarvoor al niet kenbaar gemaakt tijdens de overleggen?
PvdA-GroenLinks We hebben regelmatig contact met de netwerkbeheerders over netcongestie. In het ontwerpproces zullen we rekening houden met de lokale beperkingen en waar nodig nemen we maatregelen. Het kan noodzakelijk zijn om een tijdelijke oplossing te voorzien om een gebouw operationeel te krijgen. De thema's waaraan gedacht wordt zijn BENG/ENG bouwen, PvdA-GroenLinks duurzame installaties, ventilatie, gasloos bouwen, circulair bouwen en/of installatiearm bouwen. Schoolbesturen hebben aangegeven dat zij enkel financieel mogen bijdragen aan duurzaamheidsaspecten, als deze investering zich in de exploitatie terugverdient. In de overleggen is aangegeven dat niet overal in Nederland de investering van een schoolbestuur in duurzaamheidsambities bij de bouw van een schoolgebouw een positief exploitatievoordeel in de praktijk oplevert. Dit kan problemen opleveren in de financiele verantwoording die een schoolbestuur doet aan de rijksoverheid. De businesscase is om gelijktijdig inzichtelijk te maken op welke manier de duurzaamheidsambities kunnen worden bereikt en in hoeverre en in welke mate schoolbesturen hier realistisch en binnen de wettelijke kaders aan kunnen en of willen bijdragen.