RV toekomst Plassenschap (17v-1t)
Tekst van het document
17v-1t
RAADSVOORSTEL
Par.afd.hfd
Kenmerk Zaaknummer Raadsvergadering Commissie(s) Gewijzigd voorstel Bijlagen
Portefeuillehouder Domein Ambtenaar/telefoonnummer Datum Onderwerp CONCEPT-BESLUIT Voorgesteld wordt: Te besluiten
a.
b.
c. d.
.
RV/1449/201207/LW Z. 61468 / d304975 4 februari 2021 Bestuur en Middelen Datum: 28 januari 2021 Nee Brief voorzitters recreatieschappen aan deelnemers Memo Proces RMN in Transitie Memo toekomstige samenwerking recreatieschappen Memo ontwikkeling Stichtse Groenlanden Memo bouwstenen Plassenschap weth. J.J. de Kloet FD L. Welter, 035-65 59 445, l.welter@wijdemeren.nl 15 december 2020 Toekomstige samenwerking recreatie plassengebied
om in te stemmen met de volgende richtinggevende uitspraken voor de toekomstige organisatie van de recreatie in het plassengebied: Het uitwerken van de samenwerking binnen het huidige schapsgebied op basis van een centrumconstructie, waarbij de gemeente Wijdemeren als opdrachtnemer kan optreden voor beheer en onderhoud en toezicht en handhaving binnen het plassengebied; Het laten vervallen van de verordenende bevoegdheid en de nautische bevoegdheid voor het plassengebied om deze toe te wijzen aan de gemeente Wijdemeren als opdrachtnemer van de samenwerking en hierover advies in te winnen; Een verkenning uit te voeren naar scheiding van de zogenaamde natte en droge taken van het Plassenschap; Nader verkennen of samenwerking met de Vinkeveense plassen mogelijk is en op welke termijn.
waarbij voor de gemeente Wijdemeren de navolgende uitgangspunten gelden: e. De operatie leidt tot een substantiële verlaging van de overheadkosten f. De kosten van ontvlechting van het Plassenschap worden naar rato gezamenlijk gedragen door de huidige deelnemers; g. De kosten van de nieuwe samenwerking, inclusief de kosten van invlechting in de organisatie van Wijdemeren, worden door de nieuwe deelnemers gezamenlijk gedragen.
Raadsvoorstel Onderwerp : Toekomstige samenwerking recreatie plassengebied Datum : 15 december 2020
1. Inleiding
Bij zowel de behandelingen van de begrotingen 2019 als 2020 van het Plassenschap Loosdrecht is in uw raad gesproken over de almaar stijgende overhead als gevolg van de oncontroleerbare situatie bij Recreatie Midden Nederland (RMN). U heeft daarbij aangegeven voor de begroting 2022 niet wederom met dit soort stijgingen geconfronteerd te willen worden. Voor de zomer van 2020 is onder aansturing van de provincie Utrecht een proces in gang gezet om te bezien welke oplossingen er zijn voor de complexe situatie rond RMN. Op 22 september jl . was dit onderwerp van een beeldvormende sessie in uw raad en op 23 september daarop werd vanuit RMN Nederland een informatiebijeenkomst gehouden voor alle betrokken raads- en statenleden. De voorlopige richting die zowel door de voorzitter van RMN als de adviseurs van bureau Berenschot werd aangegeven was om niet verder te gaan met een organisatie als RMN. Op 3 december 2020 hebben de algemene besturen van zowel het Plassenschap Loosdrecht als het Recreatieschap Stichtse Groenlanden richtinggevende uitspraken gedaan genomen: Voor het Plassenschap zou het aanbeveling verdienen een centrumconstructie als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen te onderzoeken, waarbij Wijdemeren opdrachtnemer wordt voor het beheer en onderhoud en de nautische bevoegdheden.
Bij dat onderzoek moet ook gekeken worden naar de zogenaamde droge recreatieterreinen, gelegen in Stichtse Vecht en naar een mogelijke meerwaarde van samenwerking met de Vinkeveense plassen. Op 7 december 2020 vond een gezamenlijke bijeenkomst plaats van de plassenraad en het algemeen bestuur van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden met het bestuur van RMN waarbij de richtinggevende uitspraken van 3 december zijn besproken en het vervolgproces is bepaald. Vervolgens is een persbericht opgesteld over de stand van zaken en wordt een uitnodiging verzonden voor een op 5 en 7 januari 2021 te houden voorlichtingsbijeenkomst voor alle betrokken raads- en statenleden. In een brief van 9 december 2020 van de beide schapsvoorzitters aan alle deelnemers aan de beide recreatieschappen, de betrokken colleges (zowel B en W als GS) de gemeenteraden en provinciale staten van de beide provincies wordt nu gevraagd om te reageren op de richtinggevende besluiten van de beide AB’s. Deze reactie wordt gevraagd vóór 26 februari 2021. Het is immers de bedoeling om in de lijn van onder andere de raad van Wijdemeren, om in 2022 te kunnen starten met een nieuwe organisatie. 2. Argumenten 2.1 Aanpak van de problemen Nadat de problemen bij RMN manifest werden hebben diverse overleggen plaatsgevonden tussen de bestuurders van RMN en de bestuurders van de beide recreatieschappen.
Er werden een bestuurlijke en een ambtelijke begeleidingsgroep ingesteld om het bestuur van RMN te adviseren. Kort voor de zomer van 2020 is bureau Berenschot gevraagd te adviseren over de te nemen stappen. Het advies van bureau Berenschot, genaamd: Organisatie van de recreatietaken in Midden Nederland, is met de raad gedeeld. Berenschot adviseerde in juli 2020 de beide schapsbesturen concreet : erken dat acuut bestuurlijk ingrijpen in de huidige situatie onontkoombaar en noodzakelijk is en dat er sprake is van een
2
Raadsvoorstel Onderwerp : Toekomstige samenwerking recreatie plassengebied Datum : 15 december 2020
kluwen van samenhangende problemen die niet los zijn te adresseren. Dit besluit hebben de beide besturen nog voor de zomer genomen en hiervan heeft plenaire terugkoppeling plaatsgevonden aan alle raadsleden en statenleden van de bij de recreatieschappen betrokken deelnemers. De achtergrond van deze constatering was dat niet alleen de bedrijfsvoering niet op orde was, maar dat het ook schortte aan de governance (opdrachtgever – opdrachtnemer relatie). Daarom werd als vervolgstap geadviseerd : formuleer voor zover mogelijk gezamenlijke uitgangspunten voor de samenwerking.
2.2 Uitgangspunten voor recreatieve samenwerking bepaald Na de zomer is onder leiding van de provincie Utrecht in bestuurlijke dialoogsessies aan de slag gegaan. Namens uw college waren daarbij aanwezig wethouder De Kloet en de burgemeester, als voorzitter van het Plassenschap. Er bleek brede consensus dat er behoefte blijft aan het collectief en in publieke vorm uitvoeren van de basistaken van de huidige recreatieschappen, zijnde: beheer en onderhoud van de voorzieningen. In het Utrechtse bestaat, anders dan in het plassengebied, behoefte aan het verkennen van rendabele exploitaties op de terreinen. Daarnaast moeten oplossingen worden gevonden voor communicatie, routes en paden en VTH (op de Loosdrechtse Plassen met name toezicht op het gebruik van de voorzieningen en de regels t.a.v. het snelvaren). Geen behoefte is aan beleidsontwikkeling ten aanzien van het recreatieve product (zie hierna onder 2.6). De bedrijfsvoering moet zo slank mogelijk zijn (en niet zoals in de huidige situatie ruim de helft van de kosten veroorzaken). 2.3 Taken en organisatievormen besproken Vervolgens is besproken in welke organisatievorm dit het beste kan worden gerealiseerd. Daarbij hebben de adviesbureaus Berenschot en Proof geadviseerd. Momenteel ligt een concrete richting voor die aan de uitgangspunten lijkt te voldoen en nader uitgewerkt moet worden.
2.4 Geen voorkeur voor gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam Gebleken is dat een uitvoeringsorganisatie in de vorm van een gemeenschappelijke regeling van twee gemeenschappelijke regelingen (met de provincie Utrecht) relatief veel overhead veroorzaakt en daarmee weinig efficiënt is. De P en C - cycli van de beide schappen zijn afhankelijk van die van RMN. Gelet op de wettelijke termijnen moeten de begrotingen in een zodanig vroeg stadium worden opgesteld dat met actuele ontwikkelingen onmogelijk rekening kan worden gehouden. In de afgelopen jaren hebben meerdere organisatieonderzoeken tot meerdere, eigenlijk eenduidige, aanbevelingen geleid met als doel om de organisatie effectiever te maken. Om uiteenlopende redenen zijn die niet uitgevoerd. Mogelijk heeft het verschil in opdrachtverstrekking van de beide recreatieschappen daarmee te maken. Het echt op orde brengen van de bedrijfsvoeringsorganisatie RMN zal vele jaren vergen, is daarmee kostbaar en op voorhand is er geen garantie dat dan een organisatie ontstaat die aan de wensen voldoet. In elk geval heeft geen van de huidige participanten nog voorkeur voor het voortzetten van een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie in de vorm van een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam. Eigenlijk geldt hetzelfde voor de beide recreatieschappen zelf.
De besturen zijn meer bezig met de bedrijfsvoering dan met recreatie. 2.5 Welke taken blijven over? In de fase van het formuleren van de uitgangspunten voor de toekomst bleek al overeenstemming te bestaan over de constatering dat ten aanzien van openluchtrecreatie sprake is van een door provincies en gemeenten gezamenlijk te behartigen belang en dat dit
3
Raadsvoorstel Onderwerp : Toekomstige samenwerking recreatie plassengebied Datum : 15 december 2020
een duidelijk (semi-) publiek karakter heeft. Een recreatieschap behoort voorts geen opdracht te hebben om strategische beslissingen op ruimtelijk vlak voor te bereiden. Daartoe is de organisatie niet voldoende ingericht, is de bestuurlijke slagkracht te gering en inmiddels zijn er andere platforms ontstaan waar dat beter geborgd is. In het Utrechtse worden dergelijke beslissingen besproken op U10-niveau (Groen Groeit Mee) en in Gooi en Vechtstreek is er inmiddels een Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Voor communicatie over de recreatieve producten zijn zowel in Utrecht (Visit Utrecht Region) als in onze regio ( Visit Gooi Vecht) andere gremia gevormd. De verordenende taak van het Plassenschap is in de praktijk achterhaald door gedetailleerde bestemmingsplannen en wetgeving op het gebied van Natuur en Milieu. Het toewijzen van het nautisch bevoegd gezag aan het bestuur van het Plassenschap is meer een pragmatisch besluit geweest, gebaseerd op de bestaande situatie dan een op grond van wetgevingssystematiek logische gang van zaken. Als je de resterende taak, primair beheer en onderhoud wilt onderbrengen is het logisch om te kijken naar al bestaande (semi-) publieke organisaties waarmee voorkomen wordt dat opnieuw overhead wordt georganiseerd. 2.6 Centrumconstructie als bedoeld in de Wgr.
De deelnemers in de samenwerking rond de stad Utrecht en die rond de plassen kijken verschillend tegen de dan voor de hand liggende oplossing aan, vooral vanwege de aard van het gebied en dus de daaruit volgende opdracht. Rond de stad Utrecht gaat het om een cluster van middelgrote, op zichzelf staande recreatieterreinen waar voor een deel verdienmodellen op zitten (Maarsseveense Plassen, Down Under) of nog ontwikkeld worden (Strijkviertel, Middelwaard). Denkbaar is dat ook gekeken wordt naar bestaande organisaties als Staatsbosbeheer. Een mogelijkheid is dat de provincie Utrecht door middel van een centrumconstructie de beheertaken overneemt. Ook wordt daarbij gedacht aan een convenant, gelijkend op het U10. Voor het afstemmen van inhoudelijke zaken die de deelnemers is de centrumconstructie gezamenlijk aangaan kan een stuurgroep worden gevormd. De Loosdrechtse Plassen vormen een groot integraal recreatiegebied met daarin enkele recreatieve objecten ( de vijf eilanden en De Strook) veel landschapselementen (de legakers) en diverse vaarwegen en sluizen dat wordt beheerd meerdere partijen, wat leidt tot frictie in de uitvoering. Voor de plassen wordt derhalve gedacht aan een centrumconstructie, waarbij Wijdemeren de opdrachtnemer voor beheer en onderhoud is namens de huidige deelnemers in het Plassenschap.
Een dienstverleningsovereenkomst legt vast wat de centrumconstructie tot taak heeft. Een uit de betrokken colleges in te stellen stuurgroep is opdrachtgever, een klein ambtelijk team voert de bestuurlijke opdrachten uit; de uitvoeringstaken kunnen in de staande organisatie worden ingebracht. Voor het borgen van de bijdragen wordt eveneens gedacht aan een convenant. Wijdemeren kan het bevoegd gezag (provincie Noord-Holland) verzoeken het nautisch beheer voor de plassen toegewezen te krijgen, waarmee de regelgeving (en vergunningverlening) op de belangrijkste wateren weer in één hand is. De handhaving volgt het bevoegd gezag waarmee de keuzes daarin ook weer in één hand zijn. Voor de overige regelgeving waarin de verordening van het Plassenschap voorziet kan – al dan niet na kleine aanpassing – de gemeentelijke APV voorzien. Nu al moet de plassenverordening bepalen dat haar bepalingen die van de APV opzij zetten omdat er vel overlap is. 2.7 Resterende vragen Het Plassenschap beheert vanouds ook enkele landterreinen in de gemeente Stichtse Vecht, overgekomen uit het opgeheven Recreatieschap Noord-West Utrecht. Daarvan moet nog
4
Raadsvoorstel Onderwerp : Toekomstige samenwerking recreatie plassengebied Datum : 15 december 2020
bezien worden of die beter in de opvolger van SGL thuishoren of toch ook door Wijdemeren gaan worden beheerd. Een ander vraagstuk is nog de positie van De Vinkeveense Plassen. Momenteel is het beheer van dit plassengebied ondergebracht bij SGL. Het gebied is qua beheer zeker vergelijkbaar met de Loosdrechtse plassen (voor een deel zijn het bij RMN zelfs dezelfde medewerkers) maar toch moet er goed naar gekeken worden of beheer samen met Loosdrecht voldoende meerwaarde biedt zonder dat dit een organisatievorm vereist die opnieuw tot omvangrijke overlegcircuits aanleiding geeft. Zo niet, dan moet bekeken worden wat wel, want de reorganisatie van de recreatieve samenwerking in Utrecht wordt liefst een totaal besluit. In het overleg de afgelopen maanden kwam nadrukkelijk ook de mogelijkheid aan de orde om de samenwerking te verbreden met nieuwe deelnemers. 3.
Kanttekeningen/Risico’s:
3.1 Beheerkosten beter in beeld, langdurige garanties Het af te sluiten convenant moet op korte en middellange termijn zekerheid bieden dat de kosten die gemaakt moeten worden om het plassengebied op ordentelijke wijze te beheren door de gezamenlijke partners gedekt worden. Dat betekent dat inzichtelijk moet zijn welke kosten dit zijn. Uit de recente begrotingsstukken van het Plassenschap valt af te leiden dat daarover nog niet voldoende inzicht bestaat. Een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) ontbreekt nog. Wijdemeren zal inpassingskosten en structurele kosten in de eigen organisatie hebben die volledig gedekt moeten worden binnen de nieuwe samenwerking. Ook moet geborgd worden dat de partners niet zomaar afscheid van elkaar kunnen nemen, waarmee Wijdemeren met de kosten blijft zitten. Als de terreinen in het weidegebied niet in beheer overkomen naar de centrumconstructie moet bepaald worden met hoeveel dan de bijdrage van Stichtse Vecht wordt verminderd. 3.2 Verdeling eigendommen Plassenschap Nadere keuzes moeten worden gemaakt aangaande de eigendommen van het Plassenschap. Deze kunnen in zijn geheel, inclusief de bezittingen in Stichtse Vecht (legakkers in de Kievitsbuurten en de terreinen in het weidegebied), in eigendom overgaan naar Wijdemeren (één eigenaar).
Als alternatief kan ervoor gekozen worden dat de afzonderlijke gemeenten de bezittingen op zijn grondgebied overnemen (twee eigenaren). Overname van de eigendomen en het materieel geschiedt om niet; de oude en de nieuwe partijen zijn immers dezelfde. 3.4 Desintegratiekosten en invlechtingskosten Het ontmantelen van RMN gaat kosten veroorzaken. Daar het vrijwel uitsluitend personele kosten betreft zullen dat in beginsel eenmalige kosten zijn. Het gaat vooral om de eerder genoemde, buitensporige overhead. Uit de huidige gemeenschappelijke regeling van RMN volgt wel dat de deelnemers, dus de huidige recreatieschappen, de liquidatiekosten moeten dragen. Partijen gaan uit van het beginsel mens volgt functie. De centrumconstructie zal bijvoorbeeld de onderhoudsmensen, de vergunningverlener en BOA’s die louter voor de plassen werken overnemen en inpassen in de eigen organisatie. 3.5 Gezamenlijk besluit vereist van alle huidige deelnemers Uiteraard hangt de besluitvorming voor de Loosdrechtse plassen samen met de besluitvorming in het Utrechtse, al was het maar omdat Stichtse Vecht, Utrecht en de provincie Utrecht in beide schappen deelnemen. Daarnaast kan RMN alleen worden
5
Raadsvoorstel Onderwerp : Toekomstige samenwerking recreatie plassengebied Datum : 15 december 2020
opgeheven nadat voor het Routebureau Utrecht een andere ‘moeder’ gevonden is en de onderhoudsafspraken met het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug ontbonden zijn. 3.6 Huidig personeel RMN RMN heeft momenteel ruim 40 personen in dienst. Wanneer het principe mens volgt functie wordt gehanteerd, is denkbaar dat een deel daarvan in de centrumconstructie werk zal vinden. Een van de doelen is echter om de overhead fors te verlagen, dus dat mensen boventallig zullen raken ligt voor de hand. In overleg met de directie en de ondernemingsraad van RMN zal daarvoor een net plan moeten worden opgesteld. 4.
Financiële consequenties:
4.1 De onbeheersbaar stijgende kosten van RMN zullen tot het verleden gaan behoren, de kosten van de centrumconstructie moeten gedekt worden uit de huidige deelnemersbijdragen aan het Plassenschap. Een onzekerheid daarbij is of alle structurele beheerkosten thans voldoende in de begroting van het Plassenschap zijn geraamd. De nieuwe samenwerking moet dus efficiënter worden (meer budget naar onderhoud en beheer, minder kosten voor overhead), maar is op voorhand niet per se veel goedkoper. Bij een centrumconstructie heeft de raad een veel directere sturing op de begroting als geheel. 4.2 De desintegratiekosten van RMN moeten nog worden becijferd. Uitgangspunt voor de gemeente Wijdemeren is dat iedere deelnemer naar rato zijn deel zal nemen. Meningsverschillen en interpretatiediscussies zijn echter niet uit te sluiten. Onvermijdelijk zal zijn dat de ontmanteling van RMN eenmalige kosten veroorzaakt die voor rekening komen van de huidige deelnemers aan de schappen. Een door de provincie Utrecht aan te stellen projectleider zal dit deel van het proces begeleiden, maar ook zijn kosten komen voor rekening van de deelnemers. 4.3 Daarnaast is een projectmanager benodigd die het tot stand komen van de beide nieuwe organisatievormen begeleidt.
De provincie Utrecht heeft er belang bij dat de recreatie in het Utrechtse goed wordt geregeld en is bereid om de kosten van een projectleider die begeleidt hoe de nieuwe organisaties vorm krijgen voor zijn rekening te nemen opdat deze niet extra voor rekening van de deelnemers komen. Daaronder vallen tevens de externe adviezen die benodigd zijn. 4.4 In de fase waarin de centrumconstructie wordt uitgewerkt zal blijken welke ondersteunende kosten (overhead) bij Wijdemeren benodigd zijn. Dat betreft niet alleen de aansturing van de uitvoerende werkzaamheden, maar ook de ondersteuning van de stuurgroep en de ambtelijke contacten die daarvoor nodig zijn met de deelnemers aan de centrumconstructie. De overhead die voor de aansturing van de nieuwe taken ontstaat moet worden georganiseerd, volledig inzichtelijk worden gemaakt en op basis van het te sluiten convenant volledig worden afgerekend binnen de centrumconstructie. 5. Aanpak (planning/uitvoering/communicatie) Gevraagd wordt of de deelnemers aan de huidige recreatieschappen, zijnde de colleges van B en W, die van GS, de betrokken gemeenteraden en de beide provinciale staten met de richtinggevende uitspraken willen instemmen. Voorgesteld wordt dit te doen en daarbij de voor de hand liggende uitgangspunten I t/m III mee te geven.
Aannemende dat alle deelnemers instemmen zal worden gestart met het aantrekken van de benodigde procesbegeleider en -manager (zie 4.2 en 4.3). Hun opdracht wordt bestuurlijk afgestemd.
6
Raadsvoorstel Onderwerp : Toekomstige samenwerking recreatie plassengebied Datum : 15 december 2020
Als eerste zal de projectleider een planning moeten opstellen met daarin de onderzoeksvragen en de bestuurlijke besluitmomenten. De eerste besluitvorming wordt voor de zomer van 2021 verwacht. Het streven is de nieuwe samenwerking per 1 januari 2022 van start te laten gaan. Dat is ambitieus, maar gezien het breed gedeelde gevoel van urgentie haalbaar. Na ontvangst van de brief van de voorzitters in december is al een raadsinformatiebrief uitgegaan. 6. Duurzaamheidsapecten Niet van toepassing 7. Standpunt commissies (en derden) De commissie Ruimte en Economie – Bestuur en Middelen d.d. 28 januari 2021 adviseert het voorstel te behandelen als hamerstuk in de raad d.d. 04 februari 2021. De fractie PvdAGroenLinks geeft aan tijdens de raad te komen met een stemverklaring. Wijdemeren, 15 december 2020 Burgemeester en wethouders van Wijdemeren, de secretaris, de burgemeester, mevr. mr. W. Heeg mevr. drs. C.R. Larson
7
RAADSBESLUIT
De raad der gemeente Wijdemeren; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 december 2020;
BESLUIT om in te stemmen met de volgende richtinggevende uitspraken voor de toekomstige organisatie van de recreatie in het plassengebied: a. Het uitwerken van de samenwerking binnen het huidige schapsgebied op basis van een centrumconstructie, waarbij de gemeente Wijdemeren als opdrachtnemer kan optreden voor beheer en onderhoud en toezicht en handhaving binnen het plassengebied; b. Het laten vervallen van de verordenende bevoegdheid en de nautische bevoegdheid voor het plassengebied om deze toe te wijzen aan de gemeente Wijdemeren als opdrachtnemer van de samenwerking en hierover advies in te winnen; c. Een verkenning uit te voeren naar scheiding van de zogenaamde natte en droge taken van het Plassenschap; d. Nader verkennen of samenwerking met de Vinkeveense plassen mogelijk is en op welke termijn. waarbij voor de gemeente Wijdemeren de navolgende uitgangspunten gelden: e. De operatie leidt tot een substantiële verlaging van de overheadkosten f. De kosten van ontvlechting van het Plassenschap worden naar rato gezamenlijk gedragen door de huidige deelnemers; g. De kosten van de nieuwe samenwerking, inclusief de kosten van invlechting in de organisatie van Wijdemeren, worden door de nieuwe deelnemers gezamenlijk gedragen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 4 februari 2021 De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
mw. drs. G.C.I. Kager
mw. drs. C.R. Larson
Afschriften van dit besluit naar: dagelijks bestuur Plassenschap Loosdrecht, secretaris bestuurlijke begeleidingsgroep RMN in transitie