CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

RV APV en Drank en Horecawet gewijzigd na technische vragen(AANGENOMEN)

gemeenteraad 16 december 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Raadsvoorstel aanpassing APV en Drank en Horecawet18.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSVOORSTEL

Par.afd.hfd

Kenmerk Zaaknummer Raadsvergadering Commissie(s) Gewijzigd voorstel Bijlagen Portefeuillehouder Domein Ambtenaar/telefoonnummer Datum Onderwerp

D.343807 Z.64897 16 december 2021 Bestuur & Middelen Datum: 9 december 2021 Ja (art. 1.2, lid 5 gewijzigde verwijzing) Overzicht wijzigingen APV 2018 Overzicht wijzigingen Drank- en Horecaverordening 2014 burgemeester SDD K.K. Jansen k.jansen@wijdemeren.nl 9 november 2021 Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014

CONCEPT-BESLUIT Voorgesteld wordt: De verordening tot tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Wijdemeren 2018 vast te stellen. De verordening tot eerste wijziging van de Drank- en Horecaverordening 2014 vast te stellen.

1. Inleiding In de Algemene Plaatselijke Verordening 2018 (APV) staan regels om de gemeente veilig, netjes en leefbaar te houden. Er zijn meerdere ontwikkelingen waarvoor het nodig is om de APV te wijzigen. Het gaat vooral om technische wijzigingen. Daarnaast blijft de verbodsbepaling voor het carbidschieten bestaan, maar kan het carbidschieten met een ontheffing worden toegestaan. Ook worden regels gesteld om hinder door het gebruik van of handel in lachgas te voorkomen. Vanwege de inwerkingtreding van de Alcoholwet (vervanger van de Drank- en Horecawet) zijn aanpassingen nodig in de Drank- en Horecaverordening Wijdemeren 2014. Nieuw is dat proeverijen bij slijterijen onder voorwaarden kunnen worden toegestaan.

2. Argumenten 1.1 Het is nodig de huidige APV nog dit jaar op een aantal punten te wijzigen. In de eerste plaats zijn er de afgelopen jaren door de VNG een aantal technische wijzigingen in de Model-APV doorgevoerd. De aanpassingen zijn beleidsneutraal. Het gaat hierbij om tekstuele aanpassingen en begripsbepalingen die worden aangepast vanwege wetswijzigingen. In de tweede plaats moet er een wijziging in de verbodsbepaling voor wat betreft het carbidschieten worden opgenomen. In 2020 is in de APV een algehele verbodsbepaling voor het carbidschieten opgenomen. Dit algehele verbod is ingesteld vanwege de Coronacrisis. Er is besloten om dit algehele verbod ook na 2020 te laten gelden. Om het carbidschieten

.

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

eventueel met een ontheffing dit jaar nog toe te kunnen staan, moet artikel 2:73b van de APV op dit punt te worden aangevuld. In de derde plaats moet de overlast van het gebruik van lachgas worden aangepakt. Omdat er nog geen landelijk verbod is op het oneigenlijk gebruik van lachgas, wordt hiervoor de APV aangevuld (artikel 2:74a). 1.2 Het is nodig de huidige Drank- en Horecaverordening aan te passen aan de Alcoholwet. De Alcoholwet is per 1 juli 2021 in werking getreden en vervangt hiermee de Drank- en Horecawet. Ook de Drank- en Horecaverordening moet door deze wetswijziging worden aangepast. Het gaat hierbij, naast vooral tekstuele aanpassingen, om twee meer inhoudelijke wijzigingen. In eerste plaats komt de mogelijkheid om in de verordening prijsacties te beperken te vervallen vanwege de landelijke regeling daarvoor. Het gaat daarbij om de verkoop van alcohol die niet voor consumptie ter plaatse is bedoeld. Nieuw is dat bij de verordening kan worden geregeld dat proeverijen in slijterijen (onder voorwaarden) zijn toegestaan. Kanttekeningen/Risico’s:

Financiële consequenties:

Aanpak (planning/uitvoering)

De wijzigingen van de APV en de Drank- en Horecaverordening worden op de gebruikelijke wijze gepubliceerd en ter inzage gelegd. Het Openbaar Ministerie, de politie en de Veiligheidsregio worden geïnformeerd. Volgend jaar wordt de APV geëvalueerd en geheel herzien. Voor de evaluatie en algehele herziening van de APV wordt dit jaar een startnotitie opgesteld. Bijlagen: - Concept raadsbesluit - Overzicht wijzigingen APV - Overzicht wijzigingen Drank- en Horecaverordening

7. Standpunt commissies (en derden) De commissie BM van 9 december 2021 adviseert het voorstel te behandelen als hamerstuk in de raadsvergadering d.d. 16 december 2021.

Wijdemeren, 9 november 2021 Burgemeester en wethouders van Wijdemeren,

de secretaris, loco E.A.H. van der Biezen

de burgemeester, drs. C.R. Larson

2

RAADSBESLUIT

De raad der gemeente Wijdemeren; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021 BESLUIT De verordening tot tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Wijdemeren 2018 vast te stellen. Artikel I Aan de Algemene Plaatselijke Verordening Wijdemeren 2018 wordt toegevoegd de hierna volgende onderstreepte tekst in groen. In de Algemene Plaatselijke Verordening Wijdemeren 2018 wordt geschrapt de hierna volgende doorgehaalde tekst in rood. __________________________________________________________________________ Onderstreepte tekst Rode tekst

 

tekst c.q. artikel toegevoegd en/of gewijzigd tekst c.q. artikel verwijderd

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening Wijdemeren; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgmeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Regelement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom,

bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

-

-

voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1:2 Beslissingstermijn 1. Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid. 4. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het tweede lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste twaalf weken. 5. Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid. Artikel 1:3 Indiening aanvraag (vervallen) Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning, of ontheffing op basis van deze verordening kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene, aan wie op basis van deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij dat op basis van deze verordening anders is bepaald. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt. Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

4

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan tevens worden geweigerd als een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, waardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag door het bevoegde gezag niet mogelijk is.

Hoofdstuk 2. Openbare orde Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoelt in de Wet openbare manifestaties.

Afdeling 2. Betoging Artikel 2:2 Optochten (gereserveerd) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f. maatregelen die de degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

5

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. Artikel 2:4 Afwijking termijn (vervallen) Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (vervallen)

Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken Artikel 2:6 Beperking aanbieden en dergelijke van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen (gereserveerd)

Afdeling 4. Vertoningen en dergelijke op de weg Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke (vervallen) Artikel 2:8 Dienstverlening (vervallen) Artikel 2:9 Straatartiest en dergelijke 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 4. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

6

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

7. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of het Provinciaal wegenreglement. Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Keur AGV, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Wijdemeren. 5.

Op aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of veranderingen te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd als: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats, het openbaar groen, het functioneren van de op of aan de weg aanwezige openbare (nuts)voorzieningen of wanneer de bruikbaarheid van de weg wordt aangetast; 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Keur AGV of het Provinciaal wegenreglement. 4.

Afdeling 6. Veiligheid op de weg en ijs Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (vervallen) Artikel 2:14 Winkelwagentjes (vervallen) Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke (vervallen) Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke (vervallen) Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen

7

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

1. Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de periode van 1 maart tot 1 november. 2. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen) Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (vervallen) Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (vervallen) Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn (gereserveerd) Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht en Waterverordening provincie Noord-Holland.

Afdeling 7. Evenementen Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: - bioscoop- en theatervoorstellingen; - markten als bedoeld in artikel 160, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; - kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; - het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; - betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in artikelen 2:9 en Kansspelverordening 2010. - sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. b. Klein evenement: een evenement dat geen noemenswaardige belasting vormt voor of impact heeft op de leefomgeving, de openbare orde en veiligheid. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

8

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveiligheid gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde is geen vergunning vereist voor de door burgemeester aangewezen evenementen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in a) meldings- en vergunningsvrije evenementen; b) meldingsplichtige en vergunningsvrije evenementen. 4. De organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement, onder lid 3, sub b bedoelde, daarvan melding heeft aan de burgemeester. 5. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 6. De burgemeester kan nadere regels vaststellen. 7. Het verbod is niet van toepassing opeen wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 8.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgmeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder: openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat

9

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een.: a.

winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

b.

zorginstelling;

c.

museum; of

d.

bedrijfskantine of -restaurant.

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a.

zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze

bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, of; b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. 7. De burgemeester kan nadere regels stellen terzake de exploitatie van de openbare inrichting en de handhaving hiervan. 8. Op de aanvraag om een vergunning of vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Artikel 2:29 Sluitingstijden 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02:00 en 06:00 uur. Het bij de openbare inrichting behorend terras is gesloten tussen 23:00 en 06:00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5.

Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer en de Winkeltijdenwet is voorzien. 6. Op de aanvraag tot een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden, voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de openbare orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;

10

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 1. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. 2. .

Het verbod geldt niet voor openbare opkopingen en veilingen.

Artikel 2:33 Ordeverstoring (vervallen) Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijhorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30.

Afdeling 8a. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet Zie ‘Drank- en Horecaverordening Wijdemeren 2014’

Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Hij die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 Nachtregister (gereserveerd) Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of kampeerder is, is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden Zie ‘Kansspelverordening’

Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen van wie aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

11

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. .Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. .Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke 1.

Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. 3. Het is verboden op een openbare plaats of op de weg in de nabijheid van winkels een tas of ander hulpmiddel, kennelijk uitgerust om winkeldiefstal mee te plegen, bij zich te hebben of te vervoeren. 4. Het in het derde lid genoemde verbod is niet van toepassing, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die tas of dat ander hulpmiddel niet is bestemd voor het plegen van winkeldiefstal.

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke (gereserveerd) Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke (gereserveerd) Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag en overnachten op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 3. Het is verboden openbare plaatsen als slaapplaats te gebruiken: a. in de openlucht;

12

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

b. met een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen en daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden. 4. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het derde lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden. 5. Het in het derde lid bepaalde geldt niet op de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen. 6. Op de procedure om te komen tot de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; en b. de plaats, niet zijnde een openbare inrichting, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is zonder redelijk doel verboden: a. zich in een portiek of poort op te houden; b.

in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een dergelijk gebouw. Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimte worden in elk geval verstaan portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen en dergelijke. (vervallen) Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke (vervallen) Artikel 2:53 Bespieden van personen (vervallen) Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (vervallen) Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren (vervallen) Artikel 2:56 Alarminstallaties (vervallen) Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; a.

op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, (zwem)strand, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

13

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

c.

buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als die hond niet is aangelijnd; d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Artikel 2:57a Paarden Het is de eigenaar of houder van een paard verboden dat paard te laten lopen op een door burgemeester en wethouders nader aangewezen gedeelte van een openbare plaats binnen de bebouwde kom. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden 1. Degene die zich met een hond of paard op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk of dat paard zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen 24 uur worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat de scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk. 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geld niet als: a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en c. het terrein voorzien is van een zodanige hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen. Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

14

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit g is . 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Artikel 2:61 Wilde dieren (vervallen) Artikel 2:62 Loslopend vee (vervallen) Artikel 2:63 Duiven (vervallen) Artikel 2:64 Bijen (vervallen) Artikel 2:65 Bedelarij (vervallen)

Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a.

de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1° dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2°van een verandering van de onder 1° bedoelde adressen; 3°. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4° dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan; b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie werkdagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is. Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (vervallen)

15

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (vervallen)

Afdeling 13. Consumentenvuurwerk en carbidschieten Paragraaf 2.1 Consumentenvuurwerk Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen (vervallen) Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. 2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Paragraaf 2.2 Carbidschieten Artikel 2:73a Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder: a. bevoegd bestuursorgaan: burgemeester en wethouders of, voor zover het openbare vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet betreft, de burgemeester; b. bus: een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp; c. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen carbid (calciumcetylide) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. Artikel 2:73b Verbod carbidschieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Afdeling 14. Drugsoverlast Artikel 2:74 Drugshandel op straat 1. Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. 2. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikel 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat

16

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben

Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzeggingen Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de volgende artikelen van de thans geldende Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Wijdemeren groepsgewijs niet naleven: - artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden); - artikel 2:47 (hinderlijk gedrag en overnachten op andere plaatsen); - artikel 2:48 (verboden drankgebruik); - artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen); - artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten); - artikel 2:73 (gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling); - artikel 2:73b (verbod carbidschieten) - artikel 2:74 (handel in en gebruik van verdovende middelen) - artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken ).

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

17

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. 2. De burgemeester heeft de bevoegdheid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen. Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten (bijvoorbeeld door zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde gebiedsontzegging) of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3.

Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Afdeling 16. Woonoverlast en sluiting van voor publiek geopende gebouwen Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. b. c. d. e.

geluid- of geurhinder; hinder van één of meerdere dieren; hinder van één of meerdere bezoekers of personen die (tijdelijk) in een woning of op een erf aanwezig zijn; overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een (bijbehorend) erf; intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Artikel 2.80 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in een bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.

18

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. 5. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven. 6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet of de Alcoholverordening Wijdemeren.

Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1. Definities Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2, 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. Artikel 3:2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - advertentie: elke commerciële uiting in de medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; - beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; - bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 Gemeentewet, de burgemeester; - escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; - exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; - klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; - prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; -

prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; - seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; - seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf.

Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Vergunning

19

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. 5. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. 6. De vergunning kan ten hoogste tweemaal worden verlengd. Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen geen vergunning wordt verleend voor het vestigen van een seksinrichting. Artikel 3:5 Beperkt aantal vergunningen voor seksinrichtingen Het bevoegde bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal seksinrichtingen waarvoor vergunning kan worden verleend. Artikel 3:6 Aanvraag 1. Eenaanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt aangevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overlegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; c.

of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; f. het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; g. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant h. voor zover van toepassing, de verblijftitel van de exploitant; i. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst; j. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; k. voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding; l. voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding. 3. Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a, tot en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

20

Raadsvoorstel Onderwerp : Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2018 en de Drank- en Horecaverordening 2014 Datum : 9 november 2021

2.

3. 4. 5.

d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van €500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10928997/5