CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing versie 23 februari 2021

gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Weigering verklaring van geen bedenkingen bouwplan Middenweg 100 te Nederhorst den Berg8.521 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Wijdemeren

Middenweg 100

Ruimtelijke onderbouwing

Februari 2021 Kenmerk 1696-91-T01 Projectnummer 1696-91

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Algemeen 1.2. Vigerende planologische regeling 1.3. Leeswijzer

1 1 1 2

2.

Planbeschrijving 2.1. Bestaande situatie 2.2. Toekomstige situatie

3 3 5

3.

Beleidskaders 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1.4. Visie erfgoed en ruimte 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie NH2050 3.2.2. Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Structuurvisie Wijdemeren

6 6 6 6 7 7 8 8 9 14 14

4.

Nader onderzoek 4.1. Bodem 4.1.1. Verkennend bodemonderzoek 4.2. Geluid 4.3. Flora- en fauna 4.3.1. Gebiedsbescherming 4.3.2. Soortenbescherming 4.4. Luchtkwaliteit 4.5. Archeologie 4.6. Milieuhinder bedrijvigheid 4.7. Externe veiligheid 4.8. Water 4.9. Duurzaamheid

16 16 16 17 18 18 19 20 21 21 23 24 25

5.

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1. Economische uitvoerbaarheid 5.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

26 26 26

1

1.

Inleiding

1.1.

Algemeen De eigenaar van het perceel Middenweg 100 in Nederhorst den Berg heeft op 3 oktober 2020 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de bouw van een tweede woning op dit perceel en de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning om te zetten in een 'burger'woning. In een brief van 22 oktober 2020 hebben Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijdemeren verzocht de gegevens onder meer aan te vullen met een ruimtelijke onderbouwing met alle noodzakelijke rapportages. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

Omdat de onderhavige ontwikkeling niet past in het bestemmingsplan Horstermeer wordt aan Burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren verzocht om op grond van het eerste lid, onder a, sub 3 van artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. Deze rapportage omvat de benodigde ruimtelijke onderbouwing voor die procedure.

1.2.

Vigerende planologische regeling Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan Horstermeer. Dit plan is op 6 juli 2017 door de gemeenteraad van de gemeente Wijdemeren vastgesteld.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

2

Afbeelding 2: Fragment verbeelding bestemmingsplan Horstermeer (2017).

Het perceel Middenweg 100 heeft de bestemming "Agrarisch". De bouw van een extra woning en het gebruik van de agrarische bedrijfswoning als 'burger'woning is binnen deze bestemming niet toegestaan.

1.3.

Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing bevat de planbeschrijving waarbij zowel de bestaande als de toekomstige situatie wordt omschreven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleid van het Rijk, de Provincie Noord-Holland en van de Gemeente Wijdemeren samengevat. Hoofdstuk 4 bevat een resumé van al dan niet noodzakelijke (milieu)onderzoeken. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid komt ten slotte aan de orde in hoofdstuk 5.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

3

2.

Planbeschrijving

2.1.

Bestaande situatie Op het perceel Middenweg 100 was een gemengd agrarisch bedrijf aanwezig, dat bestond uit een varkenshouderij en een rundveebedrijf. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd. Het (bouw)perceel heeft een oppervlakte van circa 2.600 m². De aangrenzende weidegronden zijn verkocht, waardoor geen herstart meer mogelijk is. Afbeelding 3: Luchtfoto bestaande situatie.

Langs de oprit van het perceel staat aan een zijde een haag en aan de andere zijde enkele bomen. Op het perceel zijn behalve de agrarische bedrijfswoning, verschillende schuren en een hooiberg aanwezig. Rondom de woning is veel verharding aanwezig. De bebouwing op het perceel staat evenwijdig aan de verkavelingsrichting. Hierdoor is er sprake van doorzicht naar het achterliggende poldergebied. De bestaande agrarische bedrijfswoning dateert uit 1920 (bron: BAG-viewer) en is zowel in bouw- als in woontechnisch opzicht ernstig verouderd. De woning staat halverwege het perceel. De woning bestaat uit één bouwlaag met een mansarde dwarskap. Achter de woning staat een stal. Een ander bijgebouw met aan weerszijden aanbouwen, waaronder de hooiberg staan (gedeeltelijk) dichterbij de Middenweg dan de woning. Door die positionering is dat bijgebouw vrij dominant aanwezig. Door het diverse materiaalgebruik van de bebouwing en de bouwkundige staat, maakt het perceel een enigszins verwaarloosde indruk en doet dit afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit. Beide bijgebouwen hebben een asbest dakbedekking.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

4

Afbeelding 4: Bestaande situatie.

Afbeelding 5: Toekomstige situatie.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

5

2.2.

Toekomstige situatie Alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel zal worden gesloopt (520 m²) en het perceel zal worden gesplitst. Ter plaatse van het bijgebouw dat het dichtst bij de Middenweg staat zal in plaats daarvan een nieuwe vrijstaande woning met bijgebouwen worden gebouwd. Voor de nieuwe woning zal een zelfstandige in- en uitrit naar de Middenweg worden aangelegd. De bestaande agrarische bedrijfswoning is relatief klein en zowel in bouw- als in woontechnisch opzicht verouderd. Deze zal worden omgezet in een 'burger'woning. Naar verwachting zal deze woning op termijn worden vervangen door een eigentijdse woning. Door deze ingrepen zal de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse aanzienlijk verbeteren. Doordat de hoeveelheid bebouwing afneemt en de erfverharding grotendeels wordt verwijderd, vindt er een ontstening plaats en wordt het doorzicht naar de achterliggende polder vergroot.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

6

3.

Beleidskaders

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu het vaststellingsbesluit van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland door een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit te bereiken, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…') en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Het Rijk richt zich daarbij op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer (waaronder buisleidingen), energie en natuur, alsook ondergrond en ruimte voor militaire activiteiten.

Ook waterveiligheid en milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water en externe veiligheid) horen daarbij, evenals de bescherming van ons werelderfgoed (zoals de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Buiten de nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en laat verstedelijkings- en landschapsbeleid over aan de provincies en gemeenten. De gemeente is in dat opzicht de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving. In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen. 3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden; de 1e aanvulling is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Het Barro omvat regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen voor alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen.

Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Het perceel is aangewezen als bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie wordt als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde aangemerkt. Het rijk heeft de verantwoordelijkheid om voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie de begrenzing nader te bepalen en voor de gebieden de kernkwaliteiten verder uit te werken bij de provincie Noord-

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

7

Holland gelegd. In de provinciale verordening zijn regels gesteld aan de inhoud van ruimtelijke plannen zodat de kernkwaliteiten worden behouden of versterkt. Een beschrijving van deze regels staat in paragraaf 3.2.2. In het Barro zijn voor het overige geen rijksbelangen genoemd die betrekking hebben op het onderhavige plangebied. 3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking Voor de ruimtelijke ontwikkeling van stedelijke functies is in het Besluit ruimtelijke ordening in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Met ingang van 1 juli 2017 is een wijziging in werking getreden. Deze wijziging betekent dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Belangrijk uitgangspunt is de Ladder voor duurzame verstedelijking. Op grond van artikel 2.1.1, lid 1 van de verordening voorziet een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt aan in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd. De behoefte aan agrarische bedrijfsopstallen neemt steeds verder af, terwijl de behoefte aan landelijke woonlocaties nog steeds aanwezig is.

Op grond van de jurisprudentie (AbRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4) wordt de bouw van drie woningen niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. In dit geval neemt het woningaantal met één toe in het kader van de ruimte-voorruimte regeling. De ladder is in dit geval derhalve niet van toepassing. Het project past daarom binnen de beleidsdoelstellingen van de SVIR. 3.1.4. Visie erfgoed en ruimte In de Nota 'Kiezen voor karakter, Visie erfgoed en ruimte' schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Om dit te bewerkstelligen is op 1 januari 2012 artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Deze wijziging verplicht gemeenten nu om het aspect cultureel erfgoed expliciet mee te wegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. In de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek wordt een onderscheid in de fysieke omgeving gemaakt tussen de cultuurhistorie in de ondergrond en de bovengrond:  het bodemarchief;  het bouwkundig erfgoed (gebouwen en structuren);  het cultuurlandschap. Uit het bestemmingsplan Horstermeer blijkt dat voor het plangebied geen archeologische dubbelbestemming wordt voorzien. Archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. In het plangebied zelf is geen waardevol bouwkundig erfgoed aanwezig.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

8

De huidige ruimtelijke structuur van de Horstermeerpolder bestaat uit de ringdijk, de open groene ruimte van de polder, het watersysteem en de ontginningsassen. De Middenweg is één van de hoofdontginningsassen in de open ruimte en vormen een lintdorp. Karakteristiek daarbij is de afwisseling tussen bebouwde kavels en onbebouwde kavels. Hierdoor heeft het lint van de Middenweg een zekere mate van transparantie en is de omliggende open polder vanaf de Middenweg beleefbaar. Het polderlandschap is in de loop der tijd weinig veranderd: de ontgonnen kavelstructuur is behouden gebleven. De toevoegingen betreffen met name bebouwing langs de hoofdwegen. Dit geldt ook voor de onderhavige locatie. Op de schaal van de Middenweg zijn meerdere bebouwingstypologieën aanwezig; woonhuis, boerderij met opstallen, bedrijfsgebouwen. De afwisseling van de bebouwingstypologieën en de bebouwing binnen de typologie is kenmerkend voor de structuur van de Middenweg. In het ritme van de parcellering van de Horstermeerpolder liggen de verschillende bebouwingstypologieën naast elkaar. De onderhavige ontwikkeling heeft geen invloed op die structuur. Bij de situering van de nieuwe bebouwing is de verkavelingsrichting als uitgangspunt gehanteerd. De woning zal evenwijdig aan de verkavelingsrichting worden gebouwd en door middel van kavelgrensbeplanting worden ingepast in het landschap.

3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben provinciale staten de "Omgevingsvisie NH2050" vastgesteld. Hierdoor is onder meer de Structuurvisie Noord-Holland 2040 ingetrokken. De omgevingsvisie bevat een langetermijnvisie op alle aspecten die verband houden met de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie NH2050 is een aantal langetermijnambities vertaald naar een aantal generieke randvoorwaarden en principes over de leefomgevingskwaliteit in Noord-Holland en een vijftal bewegingen naar de toekomst toe. De hoofdambitie is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit komt tot uiting in een prettige en gezonde leefomgeving en is een omgeving waar het goed wonen en werken is. Waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde en onveilige stoffen. Waar voldoende scholen, ziekenhuizen, sportcomplexen en andere voorzieningen zijn en waar voldoende lucht, licht en groen is. De provincie draagt bij aan de klimaatdoelstellingen van Nederland. Om dit te bereiken, moet in 2050 de Noord-Hollandse samenleving volledig klimaatneutraal zijn en de economie duurzaam ingericht. Innovatie is daarvoor een belangrijke motor en de provincie biedt ruimte aan de ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten.

De grote woningbehoefte wordt voornamelijk binnenstedelijk opgelost en duurzaamheid van de totale woningvoorraad is daarbij uitgangspunt. Zeker in Noord-Holland, dat bijna aan alle kanten omgeven is door water, is het belangrijk beschermd te zijn tegen dat water. Daarnaast is bereikbaarheid een belangrijk thema. Noord-Hollanders moeten zoveel mogelijk de vrijheid hebben om hun eigen vervoerswijzen te kiezen. Of dit nu de auto, fiets of

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

9

openbaar vervoer is. Ook hier is ruimte voor experiment en innovatie. Tegelijkertijd worden de unieke kwaliteiten van het landschap behouden of zelfs versterkt. Waar mogelijk wordt de bodem-, water-, en luchtkwaliteit verbeterd en de biodiversiteit vergroot. De aan de visie gekoppelde sturingsfilosofie is 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geven deze bewegingen en ontwikkelprincipes enerzijds richting – en daarmee houvast naar een onbekende toekomst –, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. De Omgevingsvisie is dus geen eindbeeld voor 2050. De visie laat in algemene zin wel zien wat de ontwikkelprincipes en randvoorwaarden zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes en randvoorwaarden zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schetst de provincie in de vijf samenhangende bewegingen naar de toekomst toe hoe zij omgaat met opgaven die op de samenleving afkomen en die zij willen faciliteren.

Het gaat om de volgende vijf bewegingen:  Dynamisch Schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd.  Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht.  Sterke kernen, sterke regio's – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden.  Nieuwe energie – deze beweging gaat over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie.  Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving - deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agri-foodsector. Het bouwen van een woning in het kader van de ruimte-voor-ruimte regeling is voor geen van deze bewegingen relevant. 3.2.2.

Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020, die op 16 november 2020 door Provinciale Staten van Noord-Holland is vastgesteld. De Omgevingsverordening vervangt alle verordeningen die betrekking hadden op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Door deze integratie loopt de provincie Noord-Holland vooruit op de invoering van de omgevingsverordening als een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, voor zover dat al mogelijk is op basis van de bestaande wetgeving.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

10

Eén van de ontwikkelprincipes uit de Omgevingsvisie NH2050 is dat wonen en werken zoveel mogelijk binnenstedelijk worden gerealiseerd en geconcentreerd. Veel van de instructieregels aan gemeenten hebben betrekking op het landelijk gebied. Daarom is in het werkingsgebied landelijk gebied duidelijk gemaakt waar volgens de provincie de grens ligt tussen stedelijk en landelijk gebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van het landelijk gebied. Op grond van artikel 6.3 van de verordening kan een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening. De bouw van één woning in het kader van de ruimte-voor-ruimte regeling wordt echter niet als en stedelijke ontwikkeling gezien. De gronden zijn aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap Vechtstreek-Zuid. Op grond van artikel 6.46 bevat een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied 'Bijzonder provinciaal landschap' regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. Lid 3 bepaalt dat in afwijking van artikel 6.3 geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. Zoals hierboven opgemerkt, is daarvan in het onderhavige geval geen sprake.

Op grond van lid 4 kan het ruimtelijk plan regels bevatten die een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, mits deze ontwikkeling de voorkomende kernkwaliteiten niet aantast. De Horstermeerpolder is een drooggemaakt natuurlijk meer. De naamgeving verwijst naar 'horsten': enkele hoogtes waarop boerderijen werden gevestigd. De droogmakerij heeft een symmetrische opbouw met een middenas in de lengterichting van de polder. Vanaf deze as zijn de ontginningsblokken zo regelmatig mogelijk uitgezet. De polder heeft vanwege de specifieke waterhuishouding smalle kavels, een vierkante ringsloot om de grootste kwellocatie en een brede hoofdtocht naar het gemaal. In de polder worden al langere tijd initiatieven ontplooid om wateronttrekking uit de omliggende natuurgebieden tegen te gaan. De verkaveling en de waterhuishouding die hieraan ten grondslag ligt zijn karakteristiek voor de Horstermeerpolder. Ruimtelijke ontwikkelingen die de genoemde kenmerken van de polder respecteren worden niet beschouwd als een aantasting van de kernkwaliteit. Door bij de situering van de woning en de kaprichting (evenwijdig aan de ontginningsrichting, wordt de woning op een natuurlijke wijze ingepast in de polder en vindt er geen aantasting van de kernkwaliteiten plaats. Het plangebied is aangeduid als werkingsgebied 'MRA landelijk gebied'.

Op grond van artikel 6.9, lid 1 is binnen die aanduiding geen kleinschalige woningbouwontwikkeling mogelijk. Lid 2 bepaalt dat hiervan kan worden afgeweken en er op een agrarisch bouwperceel maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:  ter plaatse van de bestaande stedelijke functie of het agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan;

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

11

 de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet;  de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en  een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. Aan de eerste drie voorwaarden wordt voldaan, aan de laatste voorwaarde niet. Daarom wordt gebruik gemaakt van de overgangsbepaling uit artikel 12.8 van de Omgevingsverordening, die specifiek betrekking heeft op ruimte voor ruimte. Op grond daarvan blijven artikel 16 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) en de op grond van dit artikel vastgestelde nadere regels van toepassing op een ruimtelijk plan waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2021 ter inzage wordt gelegd met dien verstande dat het ruimtelijk plan vóór 1 januari 2022 wordt vastgesteld. In artikel 16 van de PRV is bepaald dat een bestemmingsplan kan voorzien in de mogelijkheid van nieuwe woningen ter compensatie van de sloop van storende agrarische bebouwing in het landelijk gebied –zonder dat daarbij een oppervlaktecriterium voor de te slopen bebouwing wordt genoemd- als door deze ontwikkeling een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd.

In de Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015 zijn hiervoor nadere regels opgenomen. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder storende bebouwing verstaan, door bedrijfsbeëindiging of verplaatsing leegstaande of leegkomende agrarische bebouwing:  die niet passend is in het landschap, of;  die in verval is geraakt. Daarbij zijn onder meer de volgende voorwaarden gesteld:  een bestemmingsplan kan voorzien in compensatiewoningen, mits niet meer woningen mogelijk worden gemaakt dan dat noodzakelijk is om de kosten voor het verwijderen van de storende bebouwing te compenseren;  een bestemmingsplan niet meer compensatiewoningen mogelijk maken dan dat passend is binnen de ruimtelijke kwaliteitseisen bedoeld in artikel 15 van de PRV;  de opbrengsten uit de compensatiewoningen, grondverkoop en de waardestijging van de bestaande opstallen leveren niet meer dan 5% winst op ten opzichte van de totale investeringen. Het bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in compensatiewoningen indien een verbetering in ruimtelijke kwaliteit bereikt wordt door de verwijdering van de bebouwing in samenhang met de bouw van de compensatiewoningen. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt een beeldkwaliteitsplan opgenomen om de kwaliteitsverbetering te onderbouwen.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

12

In de toelichting op de Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015 wordt verwezen naar de Handreiking Ruimte voor Ruimte, waarin is aangegeven hoe toepassing aan de Uitvoeringsregeling kan worden gegeven. Om te kunnen bepalen of bebouwing storend is in het landschap, wordt op vier verschillende niveaus naar de locatie worden gekeken: de cultuurhistorie, het beeld van de locatie, beleid en planvorming en de functie van de locatie. Bebouwing hoeft niet vanuit al deze perspectieven storend te zijn. In principe kan ruimte-voor-ruimte van toepassing zijn als bebouwing slechts vanuit één van deze invalshoeken storend is. Het is aan de gemeente om te beoordelen hoe zwaar dat aspect weegt en of men de locatie daarmee in de regeling vindt passen. Langs de Middenweg staan diverse agrarische bedrijven. Vanuit cultuurhistorisch perspectief is de aanwezigheid van de bebouwing daarom niet storend. Ook vanuit beleid en planvorming is er, gelet op het vigerende bestemmingsplan, geen belemmering om ter plaatse agrarische bedrijfsactiviteiten uit te oefenen. Hervestiging van een agrarisch bedrijf ligt echter niet voor de hand omdat de bebouwing is verouderd en de bedrijfsgronden zijn verkocht. Het beeld van de locatie is wel storend. Omdat de bijgebouwen dichterbij de weg staan dan de boerderij, zijn deze dominant aanwezig op het perceel.

Door de diverse materialisering van de aanbouwen heeft die bebouwing een rommelig en storend beeld. Hierdoor den door en het ontbreken van afschermende beplanting is deze bebouwing zeer dominant in het open landschap aanwezig. Ook vanuit het landelijk gebied gezien is de bebouwing nadrukkelijk aanwezig. Ook aan deze zijde van het perceel ontbreekt de landschappelijke geleding door middel van beplanting. Een deel van de bebouwing is in bouwtechnisch opzicht van een matig kwaliteit. Die matige kwaliteit doet ook afbreuk aan de belevingswaarde en daarmee aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat op grond van het niveau 'het beeld van de locatie' er sprake is van een storende situatie en de locatie in aanmerking komt voor de ruimte-voor-ruimte regeling. Ook vanuit de functie is er sprake van storende bebouwing. De opstallen kunnen niet meer doelmatig ten behoeve van de huidige bestemming worden gebruikt, omdat ter plaatse geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd. Om de opstallen enigszins doelmatig te gebruiken, worden deze momenteel voor opslag en stalling gebruikt. Door de leegstand ontstaat het risico dat de opstallen een broedplaatsfunctie krijgen voor niet aan het landelijk gebied gebonden bedrijvigheid. In het beste geval vestigt zichter plaatse een aan het buitengebied gebonden nietagrarisch bedrijf zoals een loonbedrijf.

Veelal brengt dit ook buitenopslag een -stalling met zich mee, waardoor het perceel een rommelige indruk krijgt. Ook op grond van het niveau 'de functie van de locatie' er sprake is van een storende situatie en komt de locatie in aanmerking komt voor toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

13

Conclusie Zowel vanuit het beeld als vanuit de functie van de locatie is er sprake van storende bebouwing. Met de sanering van de locatie wordt een belangrijke milieu- en kwaliteitswinst beoogd. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit aan de rand van de bebouwde kom van Kortenhoef wordt verbeterd door de sloop van ruim 520 m² storende bebouwing en functies. Door bedrijfsbebouwing te verwijderen, verdwijnt storende bebouwing en wordt het zicht vanaf de weg naar het agrarisch gebied en de droogmakerij daarachter hersteld. Bovendien leidt het vervangen van de bedrijfsbebouwing door een woning tot een afname van het bebouwd grondoppervlak. Het plan geeft uitvoering aan het provinciaal beleid om de sanering van agrarische bedrijfsopstallen in landschappelijk waardevol gebied te bevorderen. Hierdoor neemt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse aanzienlijk toe. Het plangebied is verder aangeduid als 'Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde' vanwege de ligging in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op grond van artikel 6.49 dient een ruimtelijk plan gericht te zijn op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

De kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn:  het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit:  inundatiegebieden;  zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving;  voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten;  waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers, en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden;  overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten;  de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten;  de historische vestingstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem;  grote openheid;  groen en overwegend rustig karakter. Omdat de nieuwe woning ter plaatse van de huidige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd, worden de kernkwaliteiten niet aangetast.

Op grond van artikel 6.59 kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie:  rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren;  bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

14

 bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. De algemene ambitie voor de Vechtstreek is om ruimtelijke ontwikkelingen:  bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek;  bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en  helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. De Horstermeerpolder is een droogmakerij met een dicht stelsel van sloten. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen binnen het verkavelingspatroon. De richting en breedte van de kavels zijn leidend. Hoge erfafscheidingen en verbreding van bebouwing dient te worden voorkomen, zodat zichtlijnen vanaf de weg/dijk op het achterliggend gebied open blijven. De genoemde ontwikkelprincipes in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie hebben geen betrekking op de vervanging van agrarische bedrijfsbebouwing door een woning.

3.3.

Gemeentelijk beleid

3.3.1. Structuurvisie Wijdemeren Op de kaart 'Gewenste toekomstige ruimtelijke structuur' van de Structuurvisie Wijdemeren, met als ondertitel Beheerste ontwikkeling met behoud van het goede, die op 6 februari 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld, is de Middenweg ter plaatse van het plangebied aangegeven als bestaand lint. Hiervoor is geen specifiek beleid opgenomen. Afbeelding 6: Fragment kaart 'Gewenste toekomstige ruimtelijke structuur'.

In de structuurvisie van de gemeente Wijdemeren is de locatie aangewezen als onderdeel van de 'Lintbebouwing' in de Horstermeerpolder, maar niet als onderdeel van een bedrijventerrein.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

15

De Horstermeer neemt een bijzondere landschappelijke positie in binnen Wijdemeren. Het is een recent ontginningslandschap uit het einde van de 19e eeuw. Met een afwijkende, sterk rationele opzet van de verkaveling en een afgeronde vorm, vormt het een eigen eenheid binnen de gemeente Wijdemeren. Deze landschappelijke eenheid moet behouden blijven door de polder als geheel open te houden. Door middel van beplanting wordt gestreefd het contrast tussen de openheid en de bebouwde gebieden versterkt. Om dit te bewerkstelligen zal het perceel Middenweg 100 op een zorgvuldige gebiedseigen wijze worden ingeplant.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

16

4.

Nader onderzoek

4.1.

Bodem

4.1.1. Verkennend bodemonderzoek Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van het bestemmingsplan aandacht besteed te worden aan de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Derhalve is een verkennend bodem- en asbestonderzoek 1 uitgevoerd. Op van het onderzoek wordt geconcludeerd dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in de zin van de Wet Bodembescherming. De aangetroffen licht tot sterke verontreiniging in de grond is (mogelijk) te relateren aan het waargenomen bodemvreemd materiaal in de geroerde (boven)laag (max. 0,70 m -mv). De mengmonsters dienen vanwege een gelijke bodemopbouw (geroerd) niet te worden uitgesplitst. Het aangetroffen gehalte aan arseen en barium in het grondwater overschrijdt de interventiewaarde. Waarschijnlijk komt het verhoogde gehalte arseen en barium ook van nature voor in de bodem. Gezien het gebruik van de locatie zijn er geen directe risico's voor de omgeving. Het is echter wel aan te raden geen grondwater op te pompen. Tevens dienen (toekomstige) eigenaren en gebruikers geïnformeerd te worden over de onderhavige situatie. Er is voor zover bekend geen sprake van een (menselijke) bron voor een verontreiniging met arseen. Regionaal komen verhoogde concentraties van arseen in zowel de grond als in het grondwater voor.

Voor arseen in de bovengrond geldt dat deze is aangetroffen in een concentratie minder dan 576 mg/kg d.s., derhalve is er geen sprake van humane risico's. De tevoren gestelde hypothese 'De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd' dient te worden verworpen. Met dit verkennend bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit naar voldoende mate vastgelegd. Bij het asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. In één mengmonster van de fijne fractie is een gehalte van 16 mg/kg d.s. aangetoond. Het mengmonster bevindt zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. De hypothese voor het asbestonderzoek 'De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd' wordt grotendeels verworpen. Bij werkzaamheden in de bodem dient rekening te worden gehouden met de veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400 'werken in of met verontreinigde grond'. De veiligheidsklasse voor de graafwerkzaamheden wordt vastgelegd in een veiligheid en gezondheidsplan (V&G-plan).

1

Montferland Milieu B.V., Verkennend bodem- en asbestonderzoek Middenweg 100 te Nederhorst den Berg, MM20204, Stokkum, 10 december 2020

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

17

Conclusie Geadviseerd wordt om geen grondwerkzaamheden op de locatie uit te voeren. Indien er werkzaamheden plaats moeten vinden in de bodem binnen de aangegeven contouren, dient hiervoor een saneringsplan of BUS-melding te worden ingediend bij de gemeente Wijdemeren. Zodra de gemeente heeft ingestemd met het plan, kunnen de werkzaamheden worden opgestart. Zonder goedkeuring van de gemeente is het verboden grondwerkzaamheden uit te voeren.

4.2.

Geluid Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar (nieuwe) woningen die in een geluidszone vallen. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van:  woonerven;  30 km/uur-gebieden. Het plan ligt binnen de 200 meter brede geluidszone van de Middenweg, Nieuw Walden en de Radioweg. Voor de bouw van de nieuwe woning is derhalve akoestisch onderzoek2 uitgevoerd. De verkeersgegevens zijn verkregen van de gemeente Wijdemeren. Als maatgevende intensiteit (weekdag) is voor 2030 uitgegaan van 3.907 en 1.116 motorvoertuigen per etmaal, voor respectievelijk de Middenweg en Nieuw Walden. De Radioweg heeft alleen bestemmingsverkeer en is verder buiten beschouwing gelaten. De berekende geluidbelasting vanwege de Middenweg bedraagt Lden=52 dB op de noordgevel. Dit voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB (inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh). De bijdrage van Nieuw Walden voldoet wel aan de voorkeursgrenswaarde. Op de oost-, west- en zuidgevels wordt vanwege beide wegen voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en zijn daarmee geluidluw. Maatregelen aan het verkeer of wegdek zijn voor dit project niet reëel. Ook algehele afscherming is niet mogelijk en ook niet wenselijk vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt.

Derhalve wordt aan de gemeente verzocht een hogere grenswaarde vast te stellen van 52 dB op de noordgevel. De benodigde karakteristieke geluidwering voor een binnenniveau van 33 dB en conform het Bouwbesluit varieert van de minimum eis van GA;k= 20 tot 23 dB. Dit is in de nieuwbouw eenvoudig te realiseren.

2

Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, Akoestisch onderzoek wegverkeer nieuwbouw Middenweg 100 Nederhorst den Berg, 2020-087, Versie Dec.20-v1, Ermelo, 9 december 2020

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

18

De huidige woning aan de Middenweg 100 ligt ook in de zone van bestaande wegen, maar hoeft op basis van artikel 76, lid 3 Wgh niet getoetst te worden. De bestaande woonfunctie wordt (op dezelfde plaats) voortgezet ook al is dat niet meer in het kader van de agrarische bedrijfsvoering maar in het kader van burgerbewoning. Derhalve hoeft voor de bestaande woning in het kader van de Wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd omdat er geen nieuwe woonfunctie wordt toegekend. Daarmee wordt voldaan aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect wegverkeersgeluid. Wegverkeerslawaai vormt hiermee geen belemmering voor de bouw van een nieuwe woning op het perceel.

4.3.

Flora- en fauna Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Om te bepalen of de planontwikkeling negatieve effecten op beschermde soorten en/of op beschermde gebieden kan veroorzaken, is een ecologische quickscan3 uitgevoerd.

4.3.1. Gebiedsbescherming Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van de NatuurNetwerk Nederland (NNN) opgenomen. Het Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en aangemeld onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. De overkoepelende naam voor deze gebieden is "Natura 2000gebied". Het plangebied ligt op circa 430 meter afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de Oostelijke Vechtplassen. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring en-

3

Blom ecologie, Quickscan Wet natuurbescherming Middenweg 100 te Nederhorst den Berg, BE/2020/808/r, Waardenburg 20 november 2020

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

19

zovoort) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden te groot is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Ten aanzien van het Bijzonder Provinciale Landschap geldt dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, specifiek woningbouw tot maximaal 11 woningen. Aangezien de beoogde ontwikkeling de realisatie van enkel 1 nieuwbouwwoning betreft worden er geen negatieve effecten verwacht op Bijzonder Provinciaal Landschap. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Derhalve is ten behoeve van de aanlegfase4 en de gebruiksfase5 een stikstofberekening uitgevoerd. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de aanlegfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en transportbewegingen (het 'projecteffect'). In de handreiking 'woningbouw en AERIUS' (Rijksoverheid januari 2020) wordt uitgegaan van de volgende kengetallen:  emissie woning tijdens gebruiksfase: geen;  emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning (voor de berekening is uitgegaan van de maximale verkeersaantrekkende werking van een vrijstaande woning in het buitengebied.

Op grond van de ASVV2012 is deze 8,6 motorvoertuigbewegingen per woning per etmaal;  emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transport): 3 kg NO x per woning. Uit de berekeningen blijkt dat de depositie in zowel de aanlegfase als ook in de gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. 4.3.2. Soortenbescherming De te saneren bebouwing op de planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De woning op de planlocatie biedt potentie voor nesten en verblijfplaatsen van vleermuizen en huismussen, aangezien deze behouden blijft zijn negatieve effecten uit te sluiten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli.

4

5

buRO - bureau voor ruimtelijke ordening B.V., Berekening Aeriuscalculator Middenweg 100 Nederhorst den Berg (aanlegfase), Aeriuskenmerk RrVvXEnbtwf8, Amersfoort, 15 december 2020 buRO - bureau voor ruimtelijke ordening B.V., Berekening Aeriuscalculator Middenweg 100 Nederhorst den Berg (gebruiksfase), Aeriuskenmerk Rgho1EedYDqh, Amersfoort, 15 december 2020

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

20

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht):  wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige;  er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden;  de planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel);  voor de rugstreeppad dient het terrein gedurende de ontwikkeling ongeschikt gehouden te worden (bijv. aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein e.d.) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond.

De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie te allen tijde kunnen vervullen;  de werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart tot en met medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

4.4.

Luchtkwaliteit In 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Met deze wet zijn luchtkwaliteitseisen verankerd in de Wet milieubeheer. Er is een andere wijze van toetsing van bouw- en bestemmingsplannen opgenomen. Zo dient te worden onderzocht of een project 'in betekenende' mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Als een bouwproject voldoet aan de gestelde criteria voor de 2 schaalgrootte van het plan (minder dan 1.500 woningen of 100.000 m kantooroppervlakte) dan hoeft er niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Omdat er in het plangebied het aantal woningen met één toeneemt, kan worden geconcludeerd dat uit het oogpunt van het 'Wet luchtkwaliteit' er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2018, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (14,4 microgram per m³) en fijn stof (18,3 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (11,2 microgram per m³) bevindt zich beneden de

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

21

wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen knelpunt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen.

4.5.

Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: "de veroorzaker betaalt". Om dit te kunnen onderbouwen dient de gemeente er voor te zorgen dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied bekend zijn. Uit het bestemmingsplan Horstermeer blijkt dat voor het plangebied geen archeologische dubbelbestemming wordt voorzien. Archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

4.6.

Milieuhinder bedrijvigheid In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygienische aspecten van die bedrijven. In de Wet ruimtelijke ordening staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen:  het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: "zware" bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan "lichte" bedrijven. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd.

In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrij-

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

22

ven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit wijzigingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering:  richtafstandenlijst In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.

 omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Afbeelding 7: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

23

Situatie in en om het plangebied Ten behoeve van de planontwikkeling is een memo6 opgesteld met betrekking tot de milieuzonering. Op pagina 30 van de VNG-brochure wordt aangegeven dat er sprake is van het omgevingstype gemengd gebied indien gebieden direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. De Middenweg is te kenmerken als een doorgaande weg/hoofdinfrastructuur. De nieuwe woning wordt op ruim 35 meter van de as van de Middenweg gebouwd en circa 45 meter van de grens met het transportbedrijf op Middenweg 106. De bedrijvigheid ten noorden van het plangebied wordt afgeschermd door de woningen langs de weg. De bestaande woning Middenweg 100 ligt tussen het transportbedrijf en de geplande nieuwe woning en schermt deze af. Rondom het transportbedrijf staan andere woningen gelegen die meer beperkend zijn dan de nieuwe te bouwen woning. Daarmee is voldoende aangetoond dat ter plaatse van de nieuwe woning ten westen van de Middenweg 100 sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ook is aangetoond dat de omliggende bedrijven niet onevenredig in de bedrijfsvoering worden belemmerd door realisatie van het plan.

4.7.

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico.  Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven,

6

Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, Memo richtafstanden Bedrijven en Milieuzonering functiewijziging Middenweg 100 Nederhorst den Berg, 2020-087, Versie Aug.20-v1, Ermelo, 19 augustus 2020

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

24

overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.  Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afbeelding 8: Fragment risicokaart.

Op basis van www.risicokaart.nl blijkt dat er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Evenmin is er sprake van infrastructuur of buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.8.

Water Sinds 1 november 2003 is de watertoets verplicht bij ruimtelijke plannen. De locatie ligt binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. Dit waterschap is in dit gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteits- en -kwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

25

In het kader van de totstandkoming van het bestemmingsplan Horstermeer is een uitgebreide waterparagraaf opgesteld, waarin is aangegeven op welke wijze wordt omgegaan met water binnen de Horstermeerpolder. In gevallen waarin een ontwikkeling leidt tot 250 m² of meer verharding, dienen (extra) compenserende maatregelen te worden getroffen voor waterberging. De nieuwe woning wordt gebouwd op de locatie op het perceel, waar nu een bedrijfsbebouwing aanwezig is. Deze wordt gesloopt. Door de planontwikkeling neemt het verhard oppervlak af. Derhalve zijn geen compenserende maatregelen noodzakelijk.

4.9.

Duurzaamheid De initiatiefnemer onderzoekt in het planontwikkeling in hoeverre het mogelijk is om de woning energieneutraal te ontwikkelen. Hij heeft onder meer het voornemen om zonnepanelen aan te brengen op de nieuwbouw en gebruik te maken van LED-verlichting. Er zal worden gebouwd met duurzame materialen, waarbij bij de materiaalkeus ook de onderhoud- en beheerfase zal worden betrokken. Met deze aspecten wordt ingespeeld op zaken als klimaatadaptie en energietransitie.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

26

5.

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1.

Economische uitvoerbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld van een particulier. Voor de gemeente Wijdemeren zijn er geen kosten verbonden aan de ontwikkeling. De gemeente Wijdemeren heeft met initiatiefnemer een planschade-overeenkomst gesloten. Het plan is daarmee dan ook economisch uitvoerbaar.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van het eerste lid, onder a, sub 3 van artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Op basis van de realisatieparagraaf nationaal ruimtelijk beleid dient alleen vooroverleg met diensten van de rijksoverheid indien nationale belangen in geding zijn. Daarvan is in dit geval geen sprake. Het bouwplan zal in het kader van het vooroverleg worden voorgelegd aan de Provincie NoordHolland en het Waterschap Amstel Gooi en Vecht. Eventuele reacties worden te zijner tijd in deze paragraaf samengevat en beantwoord. Ten behoeve van de omgevingsvergunning zal de uitgebreide procedure uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden doorlopen. De initiatiefnemer heeft omwonenden en andere belanghebbenden naast en tegenover zijn perceel geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Van deze communicatie is een verslag gemaakt dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Betrokkenen hebben aangegeven dat zij geen problemen hebben met de voorgenomen ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Wijdemeren – Middenweg 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10090936/1