Reglement van Orde Wijdemeren 2025
Tekst van het document
De raad van de gemeente Wijdemeren gelezen het voorstel van het presidium van 29 januari 2025; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Bestuur en Middelen van 4 februari 2025; besluit de volgende verordening vast te stellen: Reglement van Orde van de raad van Wijdemeren houdende bepalingen over de vergaderingen en werkzaamheden van de raad 2025
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een conceptverordening of conceptbesluit; b. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; c. commissielid: commissieleden zijn personen die door de gemeenteraad zijn benoemd om lid te zijn van een raadscommissie (artikel 82 Gemeentewet); d. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; e. (sub)amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; f. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; g. ambtelijke toetsing: inhoudelijke advisering van een behandelend ambtenaar aangaande de haalbaarheid en mogelijke consequenties van een concept-motie of amendement die mogelijk ter vergadering worden ingediend; h. voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; i. wet: Gemeentewet. Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een vervanger aan welke hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4.
Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 5. Het presidium vergadert in beslotenheid. 6. Het presidium bespreekt periodiek het onderwerp integriteit. 7. Het presidium stelt het vergaderschema van de raad vast. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de (plaatsvervangend) voorzitters van de raadscommissies, de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter. 2. De griffier en de gemeentesecretaris zijn bij de agendacommissie aanwezig als adviseur. 3. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar, evenals het verslag. 4. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor beeldvormende bijeenkomsten, raadscommissievergaderingen en daarmee raadsvergaderingen; b. het beoordelen of de agenda van een raadscommissie reden geeft tot het instellen van spreektijd per fractie;
1
c. adviseren over en het doen van voorstellen over de wijze waarop de betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden wordt georganiseerd; d. Beoordelen van behandelverzoeken; e. Het beoordelen van verzoeken voor werkbezoeken of andere uitnodigingen die moeten worden ingepland; 5. Fracties die een agendapunt willen agenderen dienen daarvoor uiterlijk op de dag dat de agendacommissie vergadert om 12.00 uur - via de griffier - een behandelverzoek in, waarin (kort) gemotiveerd is waarom bespreking in een vergadering gewenst is. 6. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder A vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. Artikel 4. De griffier 1. De griffier is in ieder geval aanwezig in raadsvergaderingen, raadscommissievergaderingen en vergaderingen van het presidium. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2.
Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van wethouders stelt de raad, op voordracht van de griffier, een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet, aangevuld met de uitkomsten van het integriteitsonderzoek, zoals bedoeld in artikel 6 lid 4. 3.
De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over de rapportage verslag uit aan de raad. Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.
2
2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
HOOFDSTUK 2 INWONERSBETROKKENHEID Artikel 8. Bijwonen vergaderingen door externen De agendacommissie bepaalt per vergadering wat de rol van externen is en in hoeverre zij kunnen meepraten over een onderwerp. Dit wordt bij de uitnodiging duidelijk gecommuniceerd. Artikel 9. Spreekrecht raadscommissie 1. Belangstellenden kunnen verzoeken het woord te mogen voeren over een onderwerp dat al dan niet op de agenda staat vermeld. 2. De in het eerste lid bedoelde persoon/personen die van het spreekrecht gebruik wil(len) maken melden dit uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering, bij de griffier. 3. De maximale spreektijd is vijf minuten per spreker. Na afloop van de beraadslagingen kunnen sprekers nog maximaal twee minuten het woord voeren. 4. In het geval van veel aanmeldingen is het aan de voorzitter om insprekers binnen het redelijke te begrenzen en te verzoeken eventuele vergelijkbare bijdragen te bundelen. 5. Sprekers mogen gebruik maken van digitale middelen, mits dit past binnen de afgesproken spreektijd en de aanwezige technische mogelijkheden. Artikel 10. Geen spreekrecht over 1. Een spreker van buiten kan het woord niet voeren: a. over een besluit waartegen een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; b.
over zaken waar op dat moment een juridische procedure (civiele, bestuursrechten/of strafprocedure) tegen loopt; c. over zaken waar de gemeente niet over gaat; d. over onderwerpen waar geheimhouding op rust; e. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; f. over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan of kon worden ingediend; g. wanneer een inspreker eerder over hetzelfde onderwerp heeft ingesproken, tenzij het voorstel afwijkt van het eerdere voorstel, of de situatie is gewijzigd. 2. De voorzitter kan gemotiveerd van de lijst van zaken waarover inspraak niet mogelijk is afwijken, als hiermee de rechten of belangen van de inspreker in aanmerkelijke mate zijn gediend. 3. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, maar kan van de volgorde en in redelijkheid van de maximale spreektijd afwijken.
3
Artikel 11. Geen spreekrecht raad 1. Commissieleden en externen hebben geen mogelijkheid in een raadsvergadering te spreken. Artikel 12. In ontvangst nemen van petities 1. De raad kan in een raadsvergadering petities die aan de raad zijn gericht, in ontvangst nemen. Daartoe wordt bij de vaststelling van de agenda een agendapunt aan het begin van de vergadering ingelast. 2. Een petitie wordt in ontvangst genomen door de voorzitter. De voorzitter kan toestaan dat de petitie kort wordt toegelicht.
Hoofdstuk 3 BEELDVORMING Artikel 13. Technische vragen 1. Een technische vraag is een vraag van niet-politieke aard, aangaande een voorliggend raadsvoorstel, met als doel duidelijkheid te verkrijgen over het voorliggend raadsvoorstel. 2. Elk raads- en commissielid heeft te allen tijde de bevoegdheid technische vragen te stellen over voorliggende raadsvoorstellen. 3. Technische vragen worden schriftelijk ingediend uiterlijk dinsdag voor 12.00 uur, in de week voorafgaand aan de raadscommissievergaderingen. Voor vragen die na de deadline binnenkomen geldt dat deze mogelijk niet binnen de genoemde termijn worden beantwoord. 4. De griffier verzamelt de technische vragen en draagt zorg voor de overdracht van de vragen naar de ambtelijke organisatie. 5. De organisatie levert uiterlijk vrijdag om 12.00 uur de antwoorden op de technische vragen aan. Artikel 14. Beeldvormende sessies 1. Een beeldvormende sessie is een informele sessie bijvoorbeeld in de vorm van een technische briefing, een presentatie van een externe of een tafeltjesavond met inwoners en andere belanghebbenden, en kan ook de vorm hebben van een werkbezoek. 2. De agendacommissie stelt in overleg met het college, in de persoon van de gemeentesecretaris, vast voor welke onderwerpen en in welke vorm een beeldvormende sessie plaatsvindt. 3.
Beeldvormende sessies zijn ingepland op het vergaderschema van de raad en vinden in de regel plaats in de week van de agendacommissie. 4. De agendacommissie kan besluiten voorafgaand aan een raadscommissie of binnen de agenda van een raadscommissie, een onderwerp beeldvormend te agenderen. 5. De agendacommissie stelt per beeldvormende sessie de volgende zaken vast: a. tijdstip en locatie; b. de maximale duur van de sessie; c. de vorm van de beeldvormende sessie; d. of de sessie openbaar of besloten is; e. welke externe partijen worden uitgenodigd; f. het voorzitterschap; g. eventuele additionele vergaderregels voor een beeldvormende sessie. 6. Van beeldvormende sessies vindt geen verslaglegging plaats, gegeven presentaties zijn beschikbaar voor de raad. 7. Indien naar het oordeel van de agendacommissie wenselijk en technisch mogelijk, worden beeldvormende sessies live uitgezonden.
4
HOOFDSTUK 4 OORDEELSVORMING Artikel 15. Taken raadscommissie 1. Op grond van artikel 82 Gemeentewet stelt de raad commissies in, die de oordeelsvormende fase faciliteren. 2. In een commissie worden voorlopige politieke standpunten gedeeld en bevragen c.q. overtuigen leden elkaar door het voeren van het debat. 3. Na afloop van de behandeling van een raadsvoorstel in een commissie geven de leden een advies aan de raad: hamerstuk, bespreekstuk, of niet rijp voor behandeling. 4. Wanneer een fractie een motie of amendement aankondigt, houdt dit agendering in de raad in. 5. In geval van onderwerpen van politieke importantie kan de commissie ook voorstellen het onderwerp op de agenda van de raad te plaatsen als bespreekstuk. Artikel 16. Samenstelling raadscommissie 1. Elk raadslid kan deelnemen aan de beraadslagingen in een commissie, behoudens de daarover gemaakte afspraken. 2. De raad kan maximaal vier niet-raadsleden per fractie benoemen tot commissielid voor de raadscommissies. De fractievoorzitter geeft in het geval van mutaties deze per omgaande door aan de griffier. 3. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen commissieleden tijdens een vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de eed of verklaring en belofte af. 4. Per agendapunt in een commissievergadering nemen niet meer dan twee commissieleden per fractie aan tafel plaats. Artikel 17. Voorzitter 1.
De raad benoemt uit zijn midden, voor iedere commissie, op voordracht van de leden van de raad, een voorzitter. 2. De raad benoemt eveneens plaatsvervangend voorzitters. 3. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de commissievergadering; b. het doen naleven van dit Reglement van Orde; c. het bepalen van de beperking van het aantal interrupties; d. Het samenvatten van het advies van de commissie over een raadsvoorstel en eventuele discussiepunten voor bespreking in de raad; e. Het benoemen van toezeggingen van het college aan de raad. Artikel 18. Overeenkomstig van toepassing De artikelen 22, 23, 31, 32, 33, 41, 42, 43, 45, 46 en 53 zijn overeenkomstig van toepassing op commissievergaderingen. Artikel 19. Quorum raadscommissies 1. Een commissievergadering vindt alleen dan plaats wanneer minimaal de helft van de in de raad vertegenwoordigde fracties aanwezig is. 2. Indien het in lid 1 vermelde aantal fracties niet aanwezig is, belegt de voorzitter van de commissie een nieuwe vergadering (minimaal 24 uur later). Deze gaat door ongeacht het aantal aanwezige leden. In deze vergadering worden geen agendapunten behandeld die niet in de oproep voor de eerste vergadering vermeld zijn geweest.
Hoofdstuk 5 BESLUITVORMING 5
Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 20. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste vijf werkdagen voor een vergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 21, derde lid, van toepassing. Artikel 21. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 22. Openbare kennisgeving 1.
De vergadering wordt ter openbare kennisgeving gebracht via de gemeentelijke website. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 23. Presentielijst 1. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. 2. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 3. Een lid dat vóór het sluiten van de vergadering de vergadering verlaat, stelt daarvan de griffier in kennis. Die maakt daarvan melding in de presentielijst. Artikel 24. Tijdsduur van de raadsvergadering 1. Uiterlijk drie en een half uur na de aanvang van de vergadering sluit de voorzitter de vergadering, tenzij de raad besluit langer te vergaderen. De voorzitter kondigt dit minimaal een half uur voor het einde van de vergadering aan. 2. In geval de vergadering op basis van het voorgaande lid wordt gesloten en de onderwerpen waarvoor deze vergadering was belegd nog niet geheel zijn behandeld, wordt de behandeling tijdens de eerstvolgende reguliere raadsvergadering voortgezet, tenzij de raad anders bepaalt. Artikel 25. Vaststellen agenda 1. De raad stelt bij aanvang van de raadsvergadering de agenda vast. 2.
De raad kan besluiten andere dringende onderwerpen aan de agenda toe te voegen. 3. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
6
Artikel 26. Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats. Deze wordt in afstemming met het presidium bepaald. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met de in het eerste lid bedoelde fractievoorzitters. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 27. Spreekplaats 1. De leden van de raad spreken vanaf de tafel. 2. Bij belangrijke onderwerpen spreken de leden vanaf het spreekgestoelte. 3. In geval van spreken vanaf het spreekgestoelte zoals beschreven in lid 1, vinden de interrupties plaats vanaf de interruptiemicrofoon. 4. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 5. Een raadslid voert slechts het woord nadat hij aan de voorzitter het woord gevraagd en heeft verkregen. Artikel 28. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.
Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 29. Spreektijd 1. Voor de bespreekpunten in de raadsvergadering geldt een spreektijd van 20 minuten per fractie en 40 minuten voor het college. 2. Als een fractie de spreektijd in een vergadering heeft gebruikt, behoudt die fractie het recht een korte stemverklaring af te leggen. 3. Beantwoording van interrupties vallen niet onder de spreektijd evenals het afleggen van stemverklaringen. 4. De voorzitter, dan wel een lid van de raad, kan een afwijkend voorstel van orde doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. 5. Een fractie kan voor de behandeling van een motie vreemd aan de agenda 3 minuten en voor een initiatiefvoorstel 5 minuten extra spreektijd ontvangen. Artikel 30. Interrupties 1. Behoudens interrupties mag een spreker niet in zijn rede worden gestoord. 2. De voorzitter kan bepalen dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal afronden. 3.
De voorzitter kan bepalen, bij het vaststellen van de vergaderorde, dat een beperkt aantal interrupties, per fractie, per onderwerp is toegestaan. Artikel 31. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 7
Artikel 32. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel 33. Handhaving orde De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door de voorzitter te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 34. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 35. Besluit 1. De voorzitter sluit de beraadslaging wanneer hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor het te nemen besluit. Artikel 36. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.
Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel 37.
Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 8
4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 38. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stemcommissie. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door de stemcommissie verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de stemcommissie beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de stemcommissie. Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 39. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Van elke raadsvergadering wordt een videoverslag gemaakt. Van een raadsvergadering wordt tevens een transcript gemaakt. Videoverslag en transcript zijn beide het verslag. 3. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a.
de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. een overzicht van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 4. De concept-besluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 5. De leden, de voorzitter, het college en de griffier hebben het recht een voorstel tot wijziging van de besluitenlijst aan de raad te doen wanneer deze onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. 6. De voorzitter en de griffier ondertekenen de vastgestelde besluitenlijsten. 7.
Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daar niet tegen verzet, publiceert de griffier de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering, openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 8. Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden uiterlijk op vrijdagmiddag na de vergadering op de website van de gemeente geplaatst. Artikel 40. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op de gemeentelijke website geplaatst conform het Protocol publiceren persoonsgegevens RIS gemeente Wijdemeren 2019. 2. De raad stelt op voorstel van de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
9
Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 41. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 42. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 43. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 44. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2.
Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 45. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 6. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 46. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De gemeenteraad beraadslaagt alleen over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de raad daarover tot besluitvorming overgaat. Artikel 47. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
10
2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de raad tot besluitvorming daarover overgaat. Artikel 48. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. 2. De griffier plaatst het initiatiefvoorstel als bedoeld in het eerste lid op de lijst van ingekomen stukken en zendt een afschrift aan het college. 3. Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 4. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 49. Raadsvoorstel 1.
Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 50. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. 5. Op een interpellatiedebat is geen spreektijd van toepassing. Artikel 51. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 2.
De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier op de lijst ingekomen stukken geplaatst en aan de raadsleden toegezonden. 5. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
11
Artikel 52. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen tien dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 53. Vragenhalfuur 1. Aan het eind van elke vergadering is er een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. 2. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 3. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en de te stellen vragen uiterlijk op de dag van de vergadering voor 12.00 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter, via de griffier. 4. De voorzitter toetst de vragen aan de criteria politieke relevantie en actualiteit. Tevens controleert de voorzitter of het onderwerp niet reeds recentelijk aan de orde is geweest. De voorzitter kan een andere vorm van afhandeling voorstellen. 5.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 6. De voorzitter kan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten. Wel is de spreektijd van toepassing. .
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 54. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 55. Intrekking oude reglement Het Reglement van Orde gemeenteraad Wijdemeren 2021 wordt ingetrokken. Artikel 56. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt na bekendmaking in werking. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van Orde gemeenteraad Wijdemeren 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 februari 2025. de griffier,
de voorzitter,
drs. E.B. Hörchner
drs. M.L. Verheijen 12
Toelichting In deze toelichting worden de verschillende artikelen van het reglement van orde nader toegelicht. Artikelsgewijs Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Elke fractie kan maximaal vier commissieleden voordragen. De commissieleden hoeven niet op een kieslijst te hebben gestaan.
Commissieleden moeten wel voldoen aan dezelfde eisen als een raadslid: het commissielid moet ingezetene zijn van de gemeente; moet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt; mag niet uitgesloten zijn van het kiesrecht; en een kandidaat die geen onderdaan is van de Europese Unie, moet tenminste 5 jaar legaal in Nederland wonen. (Gemeentewet art. 10.) Commissieleden ontvangen een vergoeding op basis van de rechtspositie commissieleden. In het kader van de vergaderafspraken is een definitie opgenomen van de wijze waarop raadsleden een motie of amendement kunnen laten toetsen. Deze toets vindt plaats in het kader van ambtelijke bijstand. De griffier is de eerste adviseur van de raad, maar op inhoudelijke onderwerpen is een toets vanuit de gemeentelijke organisatie op zijn plaats. in het kader van amendementen en moties richt de advisering zich vooral op de technische haalbaarheid. Het gaat dan bijvoorbeeld over de financiële, technische en/of juridische haalbaarheid van een amendement of motie.
Artikel 2. Het presidium Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het presidium voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Het presidium als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de wet, bestaat immers enkel uit raadsleden (en dus niet, zoals het presidium, ook de voorzitter van de raad). Het presidium heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven. In de VNG handreiking ‘De (rechts)positie van de griffie(r) in het decentrale bestuur’ is een modelbesluit voor het instellen van een werkgeverscommissie opgenomen. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het presidium te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het presidium, zodat er, indien nodig, snel overlegd kan worden.
Men zou er voor kunnen kiezen de regie van enkele interne of organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen. In artikel 2 is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium 13
aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het Reglement van orde, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. Leden van het presidium kunnen een vaste vervanger aanwijzen, in geval zij niet aanwezig kunnen zijn. Is de fractievoorzitter een eenmansfractie, dan kan een door de raad toegelaten commissielid deze fractievoorzitter vervangen. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. Overeenkomstig het derde lid kan de secretaris worden uitgenodigd voor bespreking van een ter zakendoend onderwerp. Het presidium komt bijeen in beslotenheid. Tijdens de vergadering spreken de aanwezigen af welke onderwerpen gedeeld kunnen worden met hun fractiegenoten. Artikel 3.
De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. De gemeente Wijdemeren stelt jaarlijks een vergaderschema vast, waarmee vergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. In het geval de gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling is in deze regeling opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling en hoe verantwoording wordt afgelegd (artikelen 16 t/m 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken.
Hetzelfde geldt met betrekking tot andere organisaties waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd is (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. De commissie stelt de agenda's van de commissies en daarmee de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de commissies en de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het volgens het vergaderschema vastgestelde tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van 14
gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. De regeling in artikel 3 lid6 Is analoog aan de wettelijke regeling voor de raadsvergadering, zoals hierboven beschreven. De in dit artikel genoemde voorzitter betreft de voorzitter van de raad. Vierde lid De agendacommissie bepaalt bij het vaststellen van de voorlopige agenda van een commissie of de agenda vraagt om het instellen van een spreektijdregeling. Wanneer de agendacommissie besluit tot het hanteren van spreektijd in een commissie, dan geldt: Een fractie ontvangt 4 minuten voor de eerste termijn en twee minuten voor de tweede termijn. Interrupties worden niet meegeteld in de spreektijd. Dat vraagt wel om discipline van voorzitter en aanwezigen om interrupties en de beantwoording daarvan kort te houden. Het college heeft 8 minuten per agendapunt voor reactie op de vragen en opmerkingen. In de tweede termijn heeft het college 4 minuten. Artikel 4. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig (eerste lid). De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet).
In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de wet) betrokken worden.
In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Derde lid 15
Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren.
Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertelling-gemraadsverk-bzk20140000116196.pdf). Deze circulaire was ook bij de raadsverkiezingen in 2018 en 2022 van toepassing. In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling. Vierde en vijfde lid Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid). Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid).
De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. Artikel 6. Benoeming wethouders Artikel 6 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). ambtsdragers. Voor de benoeming tot wethouder vindt in opdracht van de burgemeester, voor aanvang van iedere ambtstermijn, een integriteitstoets plaats. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.
Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) heeft de burgemeester expliciet de bevoegdheid dit te bepalen (vierde lid).
16
Bij het integriteitsonderzoek speelt de gedragscode integriteit volksvertegenwoordigers Wijdemeren (2017) een rol. Ook verzorgt het bureau de aanvraag van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Het aanvragen van een VOG is verplicht voor wethouders op basis van artikel 36a, tweede lid, van de wet. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. De commissie voor de geloofsbrieven neemt de conclusies uit de openbare brief van de burgemeester mee. Na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder (derde lid). Artikel 6 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet). Artikel 7. Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning).
Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid.
Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds 17
van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat: - kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; - personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; - als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben.
Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde: deze toetsing vindt immers ook plaats wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. Artikel 8. Bijwonen vergaderingen door externen Dit artikel betreft vooral de wijze waarop externen kunnen participeren in beeldvormende sessies, maar kan zo nodig onderlegger zijn voor afspraken betreffende een commissievergadering.
Bijvoorbeeld wanneer het gaat om het uitnodigen aan de tafel voor een toelichting. In artikel 9 is vastgelegd hoe externen gebruik kunnen maken van hun spreekrecht in de commissie, hetzij bij een agendapunt op de agenda, hetzij bij een agendapunt vreemd aan de orde. Artikelen 9, 10 en 11. Spreekrecht raadscommissie De artikelen 9, 10 en 11 regelen de wijze waarop externen (inwoners en bedrijven en andere belanghebbenden, geen uitputtende opsomming) kunnen spreken in de commissie. Met het aangeven van de diverse beperkingen weten inwoners en andere belanghebbenden waar zij aan toe zijn. De griffier stelt aanvragers van spreekrecht zo snel mogelijk op de hoogte van de beperkingen en de andere spelregels omtrent het spreken in de commissie.
18
Artikel 13. Technische vragen Raadsleden kunnen technische vragen stellen over voorliggende raadsvoorstellen, in het kader van ambtelijke bijstand. Raads- en commissieleden kunnen vragen stellen over een raadsvoorstel en de bijlagen. Doel van het stellen van technische vragen is beter begrip van het voorliggende onderwerp, zodat de raad een goed gefundeerd besluit kan nemen. Het is verleidelijk ook vragen te stellen naar aanleiding van een raadsvoorstel. Gezien de hoeveelheid vragen die de raad kan stellen en de tijd van de ambtelijke organisatie, is het verstandig de technische vragen te beperken tot dat wat daadwerkelijk nodig is voor een goede besluitvorming. Wanneer een raads- of commissielid zich verder wil verdiepen in een onderwerp, dan kan deze een beroep doen op de griffie voor nadere bestudering van het onderwerp. De ambtelijke organisatie beantwoordt geen vragen van niet-technische, politieke aard. Deze vragen kunnen tijdens de commissiebehandeling aan de orde komen evenals verduidelijkingsvragen op de schriftelijke beantwoording. Artikel 14. Beeldvormende sessies Beeldvorming kan op veel verschillende manieren plaats vinden. Een veel voorkomende vorm is de beeldvormende sessie. Daarnaast kan de raad expert meetings organiseren, of ronde tafelgesprekken met inwoners en andere belanghebbende. Ook het afleggen van werkbezoeken is onderdeel van de beeldvorming.
Derde lid Beeldvormende sessies vinden plaats op de dinsdag en donderdag in dezelfde week van de agendacommissie. De donderdagen zijn vooral bedoeld voor technische briefings over onderwerpen die in de komende commissies en raad aan de orde komen. De agendacommissie beslist aan de hand van de LTA welke onderwerpen in aanmerking komen voor een technische briefing. De agendacommissie doet dit een maand voordat de betreffende sessie gehouden wordt. Een technische briefing komt niet in de plaats van technische vragen. Het staat commissieleden vrij aanvullende technische vragen te stellen. Mogelijk wordt hiermee wel de hoeveelheid technische vragen ingedamd. Voor de dinsdagen kunnen informatieve sessies worden geagendeerd. Deze kunnen worden aangevraagd vanuit het college of vanuit de raad. De agendacommissie beslist of het inderdaad gewenst is een onderwerp informatief te agenderen. Informatieve sessies kunnen gaan over onderwerpen waarvan de behandeling nog even weg is, maar waarvan het nuttig is dat raadsleden zich alvast oriënteren op onderwerpen die later in de tijd aan de orde komen. Ook geven dergelijke bijeenkomsten het college de gelegenheid de raad mee te nemen in de stand van zaken op bepaalde onderwerpen. Dit kunnen taken zijn die van het college zijn, dan wel zaken met een langere looptijd.
Vierde lid Wanneer een commissie agenda het toelaat, of vanwege agenda technische redenen kan de agendacommissie ook besluiten onderwerpen beeldvormend te agenderen op een commissieavond. Vijfde lid Het kan zijn dat de agendacommissie aanvullende regels stelt over de vergaderorde van een beeldvormende sessie. Bijvoorbeeld over het al dan niet de mogelijkheid bieden aan derden, dus niet zijnde raads- of commissieleden, tot spreken in een beeldvormende sessie. Zevende lid Ook beeldvormende sessie zijn in principe openbaar, tenzij de belangen van de gemeente er om vragen dat de sessie besloten is.
19
Artikel 15. Taken raadscommissie Beeldvorming vindt (zoveel mogelijk) plaats voordat de raadscommissie plaatsvindt. Eventuele vragen in een commissie zijn politiek van aard en gericht op een discussie over standpunten. Bij het geven van een advies, wat feitelijk een advies is aan de gemeenteraad, kan een fractie aangeven dat ze het onderwerp als bespreekstuk willen behandelen in de gemeenteraad. De basisafspraak is dat dit gebeurt wanneer een fractie een amendement of motie wil indienen. Bij grotere onderwerpen, zoals de kadernota, begroting, of onderwerpen waarover iedereen het eens is dat het een onderwerp is dat bespreking in de gemeenteraad verdient, wordt ook overgegaan tot agendering van een debat in de gemeenteraad. De bespreking geeft de raadsleden de mogelijkheid verantwoording af te leggen over hun standpunt over het te nemen besluit. Artikel 16. Samenstelling raadscommissie Een fractie mag als commissielid iemand voordragen die niet op de kieslijst heeft gestaan. De wet geeft hieromtrent geen regels. Artikel 17. Oproep en agenda In artikel 19, eerste lid, van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De gemeenteraad van Wijdemeren heeft gekozen voor vijf werkdagen. Dit houdt in dat de stukken voor een raadsvergadering van donderdag, gepubliceerd worden op de vrijdag voorafgaand.