Raadsvoorstel Garantstelling Tomingroep GR aan Tomingroep BV
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Par.afd.hfd.
Zaaknummer Raadsvergadering Commissie(s)
Gewijzigd voorstel Portefeuillehouder Domein Team Bijlagen
Z.91355/D.450137 1 april 2026 Bestuur en Middelen Datum: 26 maart 2026 nee Wethouder R.M. van Rijn Inwoners Sociaal Domein Beleid 1. AB besluit inzake garantstelling Tomingroep GR aan BV 26 januari 2026 2. Zienswijzebrief op Garantstelling Tomingroep GR aan Tomingroep BV 3 maart 2026 Garantstelling Tomingroep GR aan Tomingroep BV
Datum Onderwerp CONCEPT-BESLUIT Voorgesteld wordt: 1. Op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep Artikel 13 lid 9 een positieve zienswijze vast te stellen ten aanzien van: 1.1 het voornemen om het, namens het college van Wijdemeren, deelnemende lid aan het algemeen bestuur (AB) van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep te mandateren om het op 26 januari 2026 genomen voorgenomen besluit in het AB van de GR Tomingroep, om te zetten in een definitief besluit dat voorziet in een garantstelling, zoals in bijlage 1 weergegeven; 1.2 de intentie van het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep zoals weergegeven in bijlage 1.
1. Inleiding De gemeenten Almere en Gooi- en Vechtstreek nemen deel aan de gemeenschappelijke regeling Tomingroep. Tomingroep BV organiseert binnen deze structuur werkplekken voor kwetsbare doelgroepen, waaronder WSW- en Participatiewetdoelgroepen. De financiële positie van Tomingroep BV staat al meerdere jaren onder druk. Tot en met 2023 konden negatieve resultaten worden opgevangen binnen het eigen vermogen van de BV. Sinds 2024 is sprake van structurele exploitatiebijdragen vanuit het werkvoorzieningsschap, omdat het eigen vermogen van de BV ontoereikend is geworden. In aanloop naar het afronden van de jaarrekening 2024, deponeren met een goedkeurende accountantsverklaring, is vastgesteld dat de continuïteitsveronderstelling van Tomingroep BV zonder aanvullende zekerheden onvoldoende kan worden onderbouwd. Het Algemeen Bestuur van de GR Tomingroep heeft daarom op 26 januari 2026 de intentie uitgesproken een garantstelling van € 15,2 miljoen af te geven. Het AB vraagt de colleges van de afzonderlijke gemeenten om mandaat te verlenen aan het betreffende AB-lid voor het nemen van een positief besluit ten aanzien van de garantstelling en het voornemen om dit mandaat af te geven voor te leggen voor zienswijzen aan de raad. Pagina 1 van 6
Dit gaat over het afgeven van garantstellingen aan Tomingroep BV voor de jaren 2026 en 2027, elk ter hoogte van maximaal € 7,6 miljoen. Gezien de mogelijke financiële doorwerking voor gemeenten vraagt het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Tomingroep de colleges van gemeenten om een mandaat voor het afgeven van deze garantstellingen met een zienswijzeprocedure richting de raden conform artikel 13 lid 9 van de GR Tomingroep. Met het afgeven van een positieve zienswijze wordt bijgedragen aan het waarborgen van de continuïteit van Tomingroep BV gedurende de transitieperiode (2026 en 2027) naar twee nieuwe sociale ontwikkelbedrijven in Almere en de Gooi- en Vechtstreek. De garantstelling biedt de noodzakelijke financiële zekerheid om betalingsproblemen te voorkomen, de jaarrekening 2024 met een continuïteitsverklaring vast te kunnen stellen en de dienstverlening aan inwoners voort te zetten. Tevens wordt hiermee bestuurlijke rust en handelingsperspectief gecreëerd voor het lopende transitieen besluitvormingstraject over de toekomstige inrichting van werk en participatie. 2. Argumenten 1.1. Zonder aanvullende zekerheden kan de Tomingroep BV op korte termijn in acute betaalproblemen komen te verkeren en kan de continuïteitsveronderstelling onvoldoende worden onderbouwd. De Tomingroep BV boekt al enige jaren een negatief financieel resultaat.
Tot en met 2023 was de BV in staat om dit negatieve financiële resultaat op te vangen vanuit het eigen vermogen. Om het eigen vermogen in de BV op peil te houden, is met ingang van 2024 besloten tot een exploitatiebijdrage vanuit het werkvoorzieningsschap. Dit was en is nodig om te voorkomen dat de deelneming in de BV vanuit de GR moet worden afgeboekt (eenmalige verliespost). Sindsdien is het eigen vermogen van de BV verder afgenomen, waardoor structurele exploitatiebijdragen noodzakelijk zijn geworden en de financiële ruimte binnen de GR zelf steeds beperkter wordt. In de aanloop naar de vaststelling van de jaarrekening 2024 is geconstateerd dat: • •
de financiële positie van Tomingroep BV kwetsbaar is; zonder aanvullende zekerheden, Tomingroep BV op korte termijn in acute betaalproblemen kan komen te verkeren;
Op basis van deze constateringen is geconcludeerd dat de continuïteitsveronderstelling onvoldoende kan worden onderbouwd. Er zijn aanvullende zekerheden nodig om alsnog tot een onderbouwing te komen die afdoende is. Daarom is besloten om de jaarrekening 2024 van de BV voorlopig te deponeren. Met dit voorstel beoogt het AB middels garantstellingen voor de jaren 2026 (€ 7,6 miljoen) en 2027 (€ 7,6 miljoen) de BV van aanvullende zekerheden te voorzien. Daarnaast is het, als gevolg van tegenvallende resultaten van de BV in 2025 en slechtere verwachte resultaten in 2026, noodzakelijk de exploitatiebijdrage met respectievelijk € 3,5 en € 2,6 miljoen te verhogen middels dit voorstel. Op grond van artikel 13, lid 9, van de gemeenschappelijke regeling stelt het algemeen bestuur tenslotte voor om het voorgenomen besluit ter zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. 1.2. Rust en continuïteit voor organisatie en medewerkers Met de garantstelling wordt de continuïteit van Tomingroep BV geborgd en wordt duidelijkheid geboden aan de mensen die daar dagelijks werken. Het gaat daarbij om alle lagen van de organisatie: van directie en staf tot begeleiding, uitvoerende teams en de doelgroepmedewerkers zelf. In een periode van financiële kwetsbaarheid en organisatorische transitie is het van belang dat medewerkers kunnen rekenen op stabiliteit en perspectief.
Deze zekerheid creëert de rust die nodig is om de dienstverlening zorgvuldig voort te zetten en de organisatie professioneel door de transitiefase te loodsen.
Pagina 2 van 6
1.3. Zekerheid voor opdrachtgevers en samenwerkingspartners De garantstelling draagt bij aan vertrouwen bij opdrachtgevers, samenwerkingspartners en financiers van Tomingroep BV. Door de geboden financiële zekerheid kan de continuïteitsveronderstelling door de accountant worden onderbouwd. Dit biedt rust en duidelijkheid voor partijen die met Tomingroep samenwerken en afhankelijk zijn van een stabiele uitvoeringsorganisatie. Die externe rust werkt door naar de organisatie zelf en ondersteunt een stabiele voortzetting van de uitvoering van de publieke taak. 1.4. Financiële rust creëren om de transitie zorgvuldig vorm te geven De garantstelling fungeert als een tijdelijk en voorwaardelijk instrument om financiële rust te creëren in de transitiefase. Deze rust is noodzakelijk zodat gemeenten binnen het Programma Regie en Transitie (PRT) hun aandacht kunnen richten op de opbouw van nieuwe sociaal ontwikkelbedrijven en de voorbereiding van de overdracht per 1 januari 2028. Door de continuïteit van Tomingroep BV op korte termijn te borgen, wordt voorkomen dat financiële onzekerheid het transitieproces onder druk zet.
3. Kanttekeningen/Risico’s 1.1 Voorwaarden bij verlenen garantie De garantstelling wordt verleend onder expliciete voorwaarden die zijn vastgelegd in het voorgenomen besluit van het Algemeen bestuur en nader worden uitgewerkt in een addendum op de samenwerkingsovereenkomst tussen het werkvoorzieningsschap en Tomingroep BV Deze voorwaarden zijn erop gericht om de continuïteit van de organisatie te borgen én tegelijkertijd aanvullende grip te organiseren op de bedrijfsvoering gedurende de transitiefase richting 1 januari 2028. Concreet betekent dit dat de garantstelling wordt gekoppeld aan een aantal inhoudelijke en tijdgebonden afspraken. Zo leveren de directie en de Raad van Commissarissen binnen twee weken na het besluit een uitgewerkte en onderbouwde begroting voor 2026 aan, zodat het Algemeen bestuur tijdig inzicht heeft in de financiële uitgangspunten voor het lopende jaar. Daarnaast wordt de begroting voor 2027 gelijktijdig met de begroting van het werkvoorzieningsschap aangeboden, zodat samenhangende besluitvorming mogelijk is. Verder wordt binnen zes weken een plan aangeleverd dat is gericht op het optimaliseren van het operationeel resultaat in 2026 en 2027. In dit plan wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze Tomingroep BV doelmatiger gaat functioneren en welke maatregelen worden genomen om de financiële positie te verbeteren.
Bij de totstandkoming van dit plan wordt gebruikgemaakt van beschikbare analyses en onderzoeken, waaronder het greenfield-onderzoek en eerdere externe doorlichtingen. Tot slot wordt de bestaande samenwerkingsovereenkomst tussen het werkvoorzieningsschap en Tomingroep BV herzien en aangevuld voor de duur van de transitie. In het addendum worden afspraken vastgelegd over governance, sturing en informatievoorziening, mede in het licht van de voorbereiding van de overdracht van taken per 1 januari 2028. Door deze voorwaarden expliciet te verbinden aan de garantstelling wordt geborgd dat deze niet losstaat van de bestuurlijke en organisatorische ontwikkeling van Tomingroep BV, maar onderdeel vormt van een samenhangende aanpak in de transitiefase. 4. Financiële consequenties Deze besluitvorming heeft op zichzelf geen directe financiële consequenties voor de gemeentelijke begroting. Het raadsvoorstel ziet enerzijds op het mandateren van het AB-lid namens de gemeente en anderzijds op een garantstelling van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep aan Tomingroep BV. De financiële verplichting ligt bij het werkvoorzieningsschap; de gemeente wordt met dit besluit niet direct aangesproken op het leveren van middelen.
Pagina 3 van 6
Wel geldt dat, bij een ongewijzigde financiële situatie, de verwachting is dat het werkvoorzieningsschap in 2026 en/of 2027 niet over voldoende liquiditeit zal beschikken om de exploitatiebijdrage en andere verplichtingen richting Tomingroep BV volledig na te komen. In dat geval treedt de aanvullingsverplichting voor gemeenten in werking zoals vastgelegd in artikel 23 van de Gemeenschappelijke Regeling. Dit artikel bepaalt dat deelnemende gemeenten ervoor zorgdragen dat de GR te allen tijde over voldoende middelen beschikt en dat het algemeen bestuur, indien subsidies en opbrengsten ontoereikend zijn, een aanvullende gemeentelijke bijdrage kan vaststellen. In de onderstaande meerjarenbegroting, zoals opgenomen in het bijgevoegde screenshot, is het verloop van het eigen vermogen van zowel Tomingroep BV als het werkvoorzieningsschap weergegeven. Hieruit blijkt dat er in principe nog circa 9,9 miljoen euro aan eigen vermogen aanwezig is. Dit vermogen bestaat echter voor het grootste deel uit gebouwen en bedrijfsmiddelen en is daarmee niet of slechts beperkt liquide beschikbaar. Dit betekent dat het eigen vermogen niet zonder meer kan worden ingezet om tekorten op korte termijn op te vangen, zonder gevolgen voor de bedrijfsvoering en de infrastructuur van het sociaal ontwikkelbedrijf.
Tabel 1: Concept meerjarenbegroting Schap (=GR) en BV 14 januari 2025
Het Algemeen bestuur zal in de loop van 2026 onderzoeken op welke wijze Tomingroep BV van voldoende liquiditeit kan worden voorzien. Daarbij worden verschillende opties verkend, waaronder het benutten van mogelijke stille reserves in vastgoed, bijvoorbeeld indien marktwaardes hoger liggen dan boekwaardes, het aantrekken van leningen en het verhogen van bijdragen aan Tomingroep. De exacte omvang en vorm van eventuele aankopen van gebouwen, leningen of aanvullende bijdragen zijn op dit moment nog niet goed in te schatten en zullen, indien aan de orde, via afzonderlijke besluitvormingstrajecten aan colleges en raden worden voorgelegd.
5. Preventief toezicht Wet Arhi
6. Aanpak (planning/uitvoering/communicatie) Na vaststelling van een positieve zienswijze door de gemeenteraad stelt het college het voorgenomen besluit tot mandatering definitief vast. Dit definitieve besluit wordt, net als de besluiten van de andere deelnemende gemeenten, toegezonden aan het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep. Pagina 4 van 6
Het dagelijks bestuur verzamelt de besluiten en zienswijzen van de deelnemende gemeenten en bereidt de verdere besluitvorming voor. Vervolgens wordt het onderwerp door het dagelijks bestuur geagendeerd voor behandeling in het Algemeen bestuur. Het Algemeen bestuur betrekt de ingebrachte zienswijzen bij zijn afweging en neemt een definitief besluit over de garantstelling. Na besluitvorming in het Algemeen bestuur stelt het dagelijks bestuur een bestuurlijke reactie op en informeert de deelnemende gemeenten over de uitkomst. Het Algemeen bestuur blijft daarna via de reguliere governance geïnformeerd over de financiële ontwikkeling van Tomingroep BV en de eventuele benutting van de garantstelling. Eventuele aanvullende besluiten met financiële gevolgen voor gemeenten worden separaat en via een eigen besluitvormingstraject voorgelegd. 7. Duurzaamheidsaspecten
8. Voorgaande besluitvorming
9. Standpunt commissies (en derden) De gecombineerde commissies van 26 maart ’26 adviseert dit voorstel te behandelen als hamerstuk in de raad van 1 april 2026.
Burgemeester en wethouders van Wijdemeren, de secretaris, de burgemeester,
drs. E.L. Ruizeveld de Winter
Pagina 5 van 6
drs. M.L. Verheijen
RAADSBESLUIT
De raad der gemeente Wijdemeren; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 maart 2026 Gelet op de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep Artikel 13 lid 9 BESLUIT 1.
Een positieve zienswijze vast te stellen ten aanzien van:
1.1. het voornemen om het, namens het college van Wijdemeren, deelnemende lid aan het algemeen bestuur (AB) van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep te mandateren om het op 26 januari 2026 genomen voorgenomen besluit in het AB van de GR Tomingroep, om te zetten in een definitief besluit dat voorziet in een garantstelling, zoals in bijlage 1 weergegeven; 1.2. de intentie van het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep zoals weergegeven in bijlage 1.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 1 april 2026 De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
drs. E.B. Hörchner
drs. M.L. Verheijen
Afschriften van dit besluit naar:
Pagina 6 van 6