CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie verslag

gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening29.718 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8 alinea's met “vreemd”: 8 13 18 19 20 22 81 112

En ik vind gewoon dat er duidelijk moet zijn. En met u ben ik van mening, en dat is ook één van de vragen die ik gelezen heb. Wij moeten als raad dit beleid vaststellen, want de hele raad schreeuwt al jaren om beleid, en laten we dat dan ook goed doen. Het initiatief vorig jaar vond ik heel goed dat raadsleden om input is gevraagd, maar laten we dat mooie traject dat we toen gestart zijn voortzetten… De voorzitter: Maar mevrouw Vermeulen, had u een vraag aan mevrouw Zandbergen? Want dat is eigenlijk de bedoeling van de interruptie. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Nou, ik vind dat… Kijk, de vragen zijn gesteld. De wethouder die is daarop ingegaan. Ik vind dat hij er op een hele positieve manier op ingegaan is. Ik zie u lachen, maar ik wil toch ook even het goede van de zaak geven. Ik ben het er niet mee eens, maar we hebben wel de toezegging dat het 31 maart in de commissie behandeld wordt, en laten we dan hopen dat we heel snel het beleid vast kunnen stellen, de inwoners informeren, maar wat ik in de tussentijd wil? Dat mijnheer De Kloet, en dat heeft hij toegezegd, toch ook de inwoners op de hoogte gaat stellen, en daar ben ik blij mee. Dat wilde ik mevrouw Zandbergen nog even meegeven. De voorzitter: Nou, ik denk dat u daarmee uw inbreng voor de tweede termijn ook daarmee… Mevrouw Vermeulen-Franssen: Volgens mij de derde al. Bedankt voor uw geduld. De voorzitter: Ja.

Goed, mevrouw Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ja, dank u wel. Fijn dat u probeerde de vraag te achterhalen. Was mij ook niet helemaal duidelijk daarin. Maar wat mevrouw Vermeulen ook al aangeeft is, dat waar de lelijkheid voor haar inzit. Nou, die lelijkheid die veroorzaken wij hier dus zelf, hé, dus steek alsjeblieft hand in eigen boezem. En ik wil ook nog wel iets toezeggen, melden, over wat u aangeeft dat het zo fijn is dat de raad allemaal input kon geven. Laten we wel zijn, die evaluatie die gehouden is over de participatie. Ik heb opgevraagd hoeveel en wie er gevraagd zijn. Dat zijn twee inwoners heeft onze wethouder gevraagd over de participatie, twee. Waarvan één inmiddels zo zat is van de gemeente Wijdemeren, die heeft zijn huis verkocht, dus er woont er nog één inwoner in gemeente Wijdemeren die invloed heeft gehad over de evaluatie, dus ik zou die vervelende brieven allemaal maar eens verzamelen en daar eens even de goede input uithalen of de mensen bellen hoe het beter kan. En nogmaals, mijnheer De Kloet, het klinkt allemaal heel charmant dat u mevrouw

Vermeulen tegemoetkomt, maar nogmaals: eerst beleid vaststellen door de raad en dan pas naar … Want u creëert een ongelijk speelveld, en daar is niet de projectontwikkelaar bij geholpen, wij niet en de inwoners niet. Daar wou ik het graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zandbergen. Laten we ook proberen om via de voorzitter te spreken dan wordt het wat minder persoonlijk. Goed. Is er verder nog inbreng voor een tweede termijn? Nee. Ik constateer van niet, dus dan… Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Voorzitter? De voorzitter: Ja? Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ja sorry, ik stak mijn vinger op, maar ik heb mijn handje op moeten steken. Dat kan ook. Als we het er dan toch over hebben. Ik heb inderdaad ook gelezen wat er in Nederhorst Noord verspreid wordt en ik zet daar ook een filter op dat de gemeente controleert of de waarheid verteld wordt, want er wordt daar iets verteld over de raad wat we besloten hebben in de folder wat niet waar is. En daar heb ik heel erg moeite mee dat een projectontwikkelaar dus een prachtige glossyfolder kan verspreiden over dingen die niet waar zijn die wij als raad nog niet besloten hebben. Dat wilde ik alleen even meegeven. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan kunnen we dit agendapunt, denk ik, wel afsluiten. 25.

M-V-1 Motie PvdA-GroenLinks en D66 over Giftenbeleid Wijdemeren De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 25, motie vreemd aan de agenda motie V-1 van PvdA-GroenLinks en D66, met als onderwerp: een vrijgelaten gift voor uitkeringsgerechtigde tot in elk geval maximaal € 1200 per jaar. Ik zal de indieners hiervan vragen een toelichting op te geven, en wellicht kunt u ook het dictum in ieder geval het verzoek dat u neerlegt aan het college voorlezen. Wie wil graag eerst het woord, de heer Poels of de heer Roosenboom? O, de heer Lachman? De heer Lachman. De heer Lachman: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat ik voldoende tijd krijgen om mijn verhaal te kunnen doen, want dit vind ik een heel belangrijk onderwerp. Beste collega raadsleden. In de afgelopen commissie van maatschappelijk zaken heeft ons commissielid Nelleke Degenhart aangekondigd dat wij fractie Partij van de Arbeid-GroenLinks met een motie zou komen voor een aanpassing van het huidige beleid rondom participatiewet. Wij hebben deze motie gisteren naar u toegestuurd, en u heeft de inhoud dus al kunnen lezen. Deze motie heeft niet als doel om nog eens terug te komen op de boodschappencasus van de gemeente Wijdemeren. Daar hebben we genoeg over gesproken. Die zaak ligt nu bij de rechter. De landelijke discussie die de casus in Wijdemeren heeft opgeleverd heeft ons wel op een idee gebracht om met een giftenbeleid te komen.

Zeker ook omdat daar in Nederland al diverse goede voorbeelden van blijken te zijn. Die mogelijkheid is er dus binnen de landelijke kaders van de participatiewet. Deze motie is een aanvulling op de motie van D66 uit december 2020 die vanavond is met een meerderheid is aangenomen. En D66 is nu mede-indiener ook van deze motie. Voorzitter, nu wil ik jullie even meenemen naar de volgende situatie. Jantje van 10 jaar oud wordt door zijn vriend Pietje uitgenodigd voor zijn verjaardag. Jantje gaat naar de verjaardag van zijn vriend. Daar ziet Jantje dat beetje mooie cadeaus van zijn ouders en van oma en opa krijgt. Pietje is heel erg blij met al die cadeautjes en de aandacht die hij krijgt. Na het feest van Pietje komt Jantje thuis. En de moeder vraagt aan hem: Jantje, hoe was de verjaardag van pietje? Jantje zegt: heel leuk mam, Pietje was heel erg blij om en heeft veel cadeaus gekregen. Vervolgens vraagt Jantje aan zijn moeder: mama, volgende maand ben ik ook jarig. Mag ik Pietje ook uitnodigen, en komen oma en opa ook? De moeder wist niet wat zij haar zoon moest

zeggen, omdat zij dit niet kan betalen, en ook omdat Jantje niet zomaar cadeaus mag aannemen, want zij moet giften melden bij de gemeente in overeenstemming met de participatiewet. Juist hier gaat nu precies om. Namelijk, dat deze motie mensen een klein beetje vrijheid geeft, en dat ze niet altijd alles bij de gemeente moeten melden tot een bedrag van € 1200 per jaar. Een leven in de bijstand is vaak een leven in armoede. In onze gemeente zitten 200 mensen of gezinnen in de bijstand. Ook in onze gemeente groeien kinderen op in armoede. Met deze motie kunnen wij als raadslid een klein verschil maken in deze situatie. In de commissie heeft de wethouder aangegeven dat als mensen een gift ontvangen dat ze deze nu ook gewoon mogen houden, en dat deze motie overbodig is. Wij denken daar anders over. Het klopt wat de wethouders zegt. Wel moeten deze mensen bij de gemeente aangeven dat ze iets hebben ontvangen. Je geeft met deze motie vertrouwen aan de bijstandsgerechtigden. De wethouder heeft ook aangegeven dat met het invoeren van deze motie mogelijk mensen in de bijstand benadeeld zouden worden als ze bijvoorbeeld iets ontvangen met een bedrag van € 1600. Als een bijstandsgerechtigde iets ontvang van € 1600 dan moet hij in overeenstemming met deze motie aangeven bij de gemeente dat hij iets heeft ontvangen van € 400 boven de € 1200.

De wethouder gaf aan dat er verschillen mogelijk zullen ontstaan omdat er ook mensen werken en bijstand ontvangen. In overeenstemming met deze wet mogen zij gewoon 1200 aan giften ontvangen, en hoeven dat pas te melden als ze boven de € 1200 uitkomen. Voorzitter, deze motie geeft vertrouwen aan een bijstandsgerechtigde. Deze motie dupeert de gemeente niet. Deze motie is een kleine aanpassing in ons beleid, en geeft een stukje waardigheid terug aan de mensen. De gemeente Hilversum heeft vorige week unaniem deze motie aangenomen. De gemeente Amsterdam voert dit beleid al vanaf 2018. Wij kunnen als raad het leven van mensen in bijstand in Wijdemeren een stukje verlichten. Wij vragen u dan ook om voor deze motie te stemmen. Laat een gift een gif zijn. Tenslotte, voorzitter, nu de motie. En verzoekt het college zo snel als mogelijk maar zeker voor de behandeling van de kadernota in juni 2021 een giftenbeleid voor de uitkeringsgerechtigden aan de gemeenteraad voor te leggen. Uitkeringsgerechtigden met ruimhartig maatwerk tegemoet te treden en totdat het giftenbeleid is vastgesteld en gift tot maximaal € 1200 per jaar in elk geval vrij te laten, en gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte ook… Ja, mijnheer Roosenschoon. U heeft uw handje opgestoken. Ja. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, als mede-indiener.

Na het betoog van de heer Lachman valt er eigenlijk niet veel meer toe te voegen, moet ik zeggen. Wat van belang is, ook met zijn eerste voorbeeld, is ook het feit dat de mensen weer hun zelfrespect terugverdienen. Dat ze niet als een soort bedelaar moeten rondlopen en alles moeten aangeven wat zij ontvangen. Ik geloof dat dat ook psychologisch een heel belangrijk punt is. En verder, ja, de vorige motie van december is inderdaad aangenomen. Die was dan eigenlijk wat meer toegespitst alleen op de algemene situatie met betrekking tot de COVID-situatie. Deze is ruimer opgesteld, en het grote verschil met de vorige is dat dit inderdaad aandringt op een korte termijn met een duidelijk beleid te komen, zodat we deze net zoals Hilversum, en net als Amsterdam als gemeentelijk sociaal beleid kunnen invoeren. En de andere argumenten van de heer Lachman zijn duidelijk, en ik hoop inderdaad dat wij op een meerderheid in de raad kunnen rekenen om tot dit nieuwe beleid te kunnen komen. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Hennis, hebt u een interruptie? Mevrouw Hennis-Steijn: Nee, ik dacht dat we nog een keer aan de beurt kwamen? De voorzitter: Ja, u komt straks aan de beurt. Ik ga eerst naar wethouder Van Rijn, en dan mag u zelf… Ik begrijp dat u in tweede termijn iets kwijt wilt? Mevrouw Hennis-Steijn: Ja.

De voorzitter: Oké. Is goed. Dan ga ik het woord geven aan wethouder Van Rijn, en ik verzoek u wethouder Van Rijn… Want volgens mij is daar de consternatie ook ontstaan, om wellicht in het dictum van deze motie – als u kijkt naar punt 2 – om die de relatie die het heeft met punt 1 uit de reeds aangenomen motie dat uit te leggen aan de raadsleden. Is dat goed, mevrouw Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat wil ik zeker op inhoudelijk gebied. Ik vind het alleen moeilijk om te zeggen welke motie verstrekkender is of niet. Als je kijkt naar het bedrag in deze motie staat dan namelijk € 1200, dus het bedrag lijkt verstrekkender, maar in de andere motie staat dat het vrij te besteden giften zijn. Dat staat hier niet. Hier staat: € 1200 aan giften. In ons giftenbeleid geldt dat iemand het moet ontvangen, of iemand die het ontvangt, daarvan wordt beoordeeld de hoogte en de bestemming, dus we kijken naar het doel van de gift. In deze motie staat dus dat er € 1200 aan giften ontvangen mag worden. In de vorige motie staat dat er conform de bijstandsnorm ontvangen mag worden, en dat het dan gaat om vrij te besteden giften, dus daar zit een verschil. En dan weet ik niet wat verstrekkender is, het vrij te besteden of het bedrag. Maar goed, dat is, denk ik, niet aan mij om dat te beoordelen, maar dat is inhoudelijk het verschil.

Er zijn nog… De voorzitter: Sorry dat ik u onderbreek, maar die € 1200 is natuurlijk bepalender dan voor de toepasselijke maandnorm voor de bijstandsgerechtigden, denk ik? Mevrouw Van Rijn: Dat denk ik niet, want dat was mijn andere punt. De bijstandsnorm voor een gezin is € 1400. De vorige motie zegt dus: een gezin mag € 1400 ontvangen. En deze motie conform ons beleid… Ons beleid zegt ook… Wij hanteren de jurisprudentie en die zegt: je mag de norm ontvangen die voor jou geldend is. Deze motie zeggen eigenlijk dat gezinnen dus minder mogen ontvangen dan dat zij nu mogen in onze gemeente. Dus het bedrag is ook anders. En ik vraag me af of dat de bedoeling is geweest om deze motie… Want een alleenstaande gaat erop vooruit. Die gaat van € 1021 in deze motie naar € 1200, en een gezin gaat erop achteruit, want die mocht € 1400 ontvangen aan giften en nu nog maar € 1200. Dus ik weet ook niet of dat de bedoeling is, maar misschien kan ik gewoon reageren op die motie, en dan moet u maar oordelen, want ik wil niet als wethouder zeggen: het moeten wel of niet in stemming komen, want dat weet ik niet hoe dat werkt. Daar ben ik volgens mij, in die zin, niet voor, maar ik kan het wel inhoudelijker behandelen als u dat graag wilt. De voorzitter: Ja, dat wil ik graag. Ik zie daar wel dat de heer Lachman een interruptie heeft.

De heer Lachman: Ja, voorzitter, als ik het goed begrepen heb wat de wethouder zegt dat die 1200 laag is voor een gezin. Nou, als dat zo is, wethouder, dan verhogen we dit bedrag gewoon naar 1400, lijkt mij. De voorzitter: Maar wilt u het bedrag verhogen naar 1400 voor iedereen? De heer Lachman: Als ik de wethouder mag… Als ik de wethouder begrijp. En ze zegt ook dat het inderdaad als wij 1200 houden dan gaan gezinnen erop achteruit. Dan kies ik inderdaad… De voorzitter: Ja, mijn vraag aan u is, want het is belangrijk dat de wethouder adequaat kan reageren op de motie die u indient. Dus begrijp ik het nou goed dat u zegt: dan ga ik die motie wijzigen naar € 1400, maar dat is een categoriale aanduiding die het geeft? Dus die geldt voor iedereen? De heer Lachman: Ja, en daarvoor dan straks als de wethouder klaar is, dan wil ik een schorsing. Even, wil ik overleggen. Want dat is inderdaad ook, voorzitter, in Hilversum precies hetzelfde gebeurt met 1200, en wat de

wethouder zegt, daar is precies hetzelfde gebeurt. En toen is in Hilversum ook verhoogd naar 1380. Dus kom ik straks op terug. De voorzitter: ‘…’. Ja, dan geef ik het woord aan de wethouder. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dat is mij inderdaad bekend, maar wij zijn natuurlijk in Hilversum, en iedere gemeenteraad neemt zijn eigen besluit, en ik ken het giftenbeleid van Hilversum ook niet. Het kan best zijn dat Hilversum een giftenbeleid heeft gehad tot € 600, en dat wordt nu verhoogd met de bijstandsnorm, maar wij hebben al de bijstandsnorm, dus vandaar dat ik het aangeef. Maar de verschillen met de vorige keer, daar begin ik even mee. En ik hoop ook dat u mij toestaat. Ik probeer het kort te doen, maar om het goed te duiden zodat het voor iedereen begrijpelijk is vraagt dat wel enige uitleg, dit onderwerp. Vorige keer ging het om vrij te besteden middelen in de motie. Dus de vorige motie die is aangenomen daar mag iemand vrij besteding maken van zijn middelen. Deze motie mag dat niet. Deze motie geeft aan, dat is ook een vraag voor de heer Lachman, want ik begrijp niet wat er staat. Deze motie geeft aan dat het om een gift gaat. De toevoeging vrij te besteden giften is weggehaald, dus ik ga ervanuit dat de heer Lachman bedoelt: giften zoals we ze kennen in de participatiewet, en dat betekent dus dat wij kijken naar de hoogte van de gift en naar de bestemming van de gift.

Zo staat het in deze motie. Dus wij zullen nog steeds, als deze wordt aangenomen, kijken naar de bestemming van de gift, en volgens mij kan dat ook niet anders, want het bijstaan kent geen giften met een vrije bestemming. Het college moet altijd kijken, ook na de uitspraak van de hoge Raad, naar de bestemming van een gift. Als het gewoon geld is wat iemand krijgt dan wordt het gezien als inkomen in de participatiewet, en is het is geen gift meer. De tweede keer in de vorige motie stond dat het college moet opletten op de gevolgen van de toeslagen. Dat staat er nu niet meer bij in, en is ook iets wat ik u wil meegeven. Wij hebben natuurlijk niet inzicht in alles. Volgens mij kunt u niet van ons vragen dat het college oplet bij elke individuele persoon bij ons in de gemeente wat hij krijgt, wat dat voor effect heeft op de toeslagen die hij ontvangt. Volgens mij kunt u dat niet van ons vragen, maar staat het er nu ook niet meer in. Over die bijstandsnorm, heb ik al aangegeven: de bijstandsnorm die wij hanteren in de gemeente is 1021 gewoon een norm voor een alleenstaande en 1400 voor gezinnen. Dus als u deze motie niet aanpast dan betekent dat dus dat gezinnen minder mogen. Dus dat geef ik u aan. De vorige motie richtte zich op de bijzondere tijd, op de coronatijd, en deze motie richt zich, denk ik, op het totaal, want dat lees ik niet meer terug. Dat is op zich prima.

En in uw motie staat iets anders dan in uw verhaal. In uw verhaal zegt u: wij willen dat mensen niet meer hoeven te melden. Dat staat niet in deze motie. In deze motie staat: iemand mag giften ontvangen ter hoogte van € 1200. Nou, laten we daar even vanuit gaan dat u daar de bijstandsnorm van maakt. Dan betekent met het aannemen van deze motie - waar ik overigens voor ben - dat mensen het wel moeten melden, want dan kunnen wij de bestemming bepalen, anders kunnen we het doel niet bepalen. Dus dat staat niet in deze motie, dus als u ervoor pleit dat iemand giften mag ontvangen en het niet hoeft te melden dan staat dat niet in deze motie. Dan even naar wat ik ervan vind namens het college, en dan rond ik af, voorzitter. Het eerste punt heb ik al gezegd. Deze motie zorgt ervoor dat gezinnen erop achteruitgaan, maar als we het hanteren zoals we het nu hanteren. Dan heb ik nog een vraag aan de heer Lachman. U vraagt het college zo snel mogelijk beleid te maken, en dat vind ik een beetje gek eerlijk gezegd. Niet omdat ik het niet wil, nou ja, misschien wel. Kijk, wij hebben als college gezegd, ons laten voeden ook door de ambtelijk de inhoudelijke kennis: wij willen in Wijdemeren dat mensen giften mogen ontvangen ter hoogte van de bijstandsnorm. Dat is de jurisprudentie die zegt: dat is niet onredelijk. Dat hanteren wij ook.

Maar wij willen wel alle vrijheid die er is om te bepalen of die bestemming dan ook goed is of niet. Ik heb heel veel giftenbeleid gelezen in de tussentijd van allerlei gemeenten, en hoe meer wij gaan vastleggen … Ik heb het gezien… Ik ga geen namen van gemeenten noemen, maar die zeggen: het is niet bedoeld waarvoor de bijstand bedoeld is. Dus boodschappen vallen per definitie af. Het is niet bedoeld voor luxegoederen, het is niet bedoeld voor benzine, dus hoe meer wij in beleid gaan

vastleggen, hoe minder er straks kan voor inwoners. Dus als u mij vraagt om beleid te maken dan vind ik eigenlijk dat u constateert dus dat het nu niet goed gaat. U vindt dat maatwerk dat het anders moet. En dan vind ik eigenlijk dat deze motie geen kaders meegeeft. Als u iets wilt veranderen zou u ook de kaders mee moeten geven op basis waarvan het college dan beleid moet maken. Want nu zegt u gewoon: maak beleid. Nou ja, wij kunnen dat opschrijven, wat ik net aangaf, maar ik vind het eigenlijk wel zo dapper van u als u dan zelf aangeeft wat u voor verandering zou willen zien, want er zit geen enkele kaders bij. Nou, het derde punt. Een belangrijk argument in onze bijstandswet is de prikkel om aan het werk te gaan. Iemand die in de bijstand werkt, parttime werkt en inkomen heeft mag zes weken lang 25% houden van zijn inkomen tot een maxima van € 220. Stelt u zich dus voor dat iemand € 500 verdient, dan betekent dat dat deze € 125 mag houden van wat hij verdiend heeft. Dus € 125 boven op de bijstandsnorm. Dat hebben we bewust zo gedaan in de wet omdat wij zeggen: we moeten mensen prikkelen om aan het werk te gaan. Dus als ze aan het werk gaan moet dat ook lonen, en daarom mogen ze een deel houden.

Wat u nu met deze motie doet, en daarom dat ik de vorige keer zei: ik vind het echt… Wacht nu op het beleid van het rijk, want wat u met deze motie doet is één element eruit halen, het giftenbeleid, terwijl wij daarmee die hele wet raken. Want als u gaat zeggen: je mag voor € 125 houden als je werkt, maar je mag ook gewoon € 100 houden, want € 1200 zonder regels, dat is, denk ik, wat u bedoelt - in uw verhaal zegt u dat – betekent dus dat het ook € 100 structureel per maand kan zijn. Dus iemand die werkt mag € 125 houden, en iemand die niet werkt, maar toevallig een wat vermogende familie heeft of goede kennissen, die mag € 100 houden. Het verschil is dan nog maar € 25. Dus de prikkel om aan het werk te gaan is heel klein. Dan zegt u natuurlijk: ja, maar iemand die werkt mag ook die giften ontvangen. Dat is helemaal waar, dat begrijp ik in uw verhaal, maar dan vind ik echt dat er een hele gekke situatie ontstaat. Want moet u zich voorstellen: iemand werkt in de bijstand parttime. Die mag daarbij iets houden, maximaal € 220. Als die dan ook nog structureel, volgens uw motie, € 100 mag houden, dan verdient deze persoon in de bijstand bijna net zoveel of misschien wel meer dan het minimumloon. Dus we gaan echt aan inkomensverandering doen met dit giftenbeleid.

Dan nog een vijfde punt, en dat moeten we dan uitzoeken als u deze motie aanneemt, dat ik niet weet hoe dit zich verhoudt met de schuldhulpverlening. Wij hebben mensen in de bijstand die in de schuldhulpverlening zitten. Die mogen een bepaald budget houden. Wat als die ook giften krijgen? Mogen ze dat houden of niet? Ik weet niet hoe de belastingdienst of andere partijen daar tegenaan kijken. Durf ik oprecht niet te zeggen. En dan als laatste, maar dat had ik volgens mij al gezegd. Dat giften zonder bestemming is eigenlijk gewoon inkomen. En ik vind oprecht, dat lees ik ook terug in uw bullet, dat snap ik ook nog wel, dat u zegt: uit onderzoek is gebleken dat de bijstand onvoldoende is. Maar wat u nu doet met deze motie is het volgens u te lage bijstandsbedrag corrigeren met giften. En volgens mij moeten we de discussie met elkaar landelijk voeren of die bijstandsnorm omhoog moet, en het minimumloon omhoog moet, en daar wil ik met u een heel goed gesprek over voeren, want ik denk dat u daar heel veel verstand van heeft. Maar ik vind het echt niet de manier om het inkomen van mensen in de bijstand te veranderen via giften. Want je krijgt echt hele rare verhoudingen tussen mensen met het minimumloon, mensen die werken in de bijstand, mensen die niet werken, en € 100 structureel erbij per maand.

Ik vraag mij ook af, maar dat durf ik niet met 100% zekerheid te zeggen, dus of dat op deze manier in de wet past. Dat wij het goed vinden dat mensen € 100 structureel krijgen zonder bestemming, want dat is gewoon inkomen. Wat mag dan wel als u niks zou aannemen? Nou, goed, u heeft die andere motie aangenomen, dus dat moeten we ook maar onderzoeken wat mag dan wel. Mensen mogen in Wijdemeren giften ontvangen, moeten dat melden. En nu is dat echt niet zo dat mensen helemaal niks meer mogen melden, en elk ieniemienie verjaardagscadeautje moeten melden. We zijn echt wel schappelijk in Wijdemeren, maar mensen moeten het melden en mogen tot het bijstandsniveau, dus tot € 1000 of tot € 1400 aan giften ontvangen als de bestemming daarvan duidelijk is, en als het college zegt: dat lijkt mij een goede bestemming. En dan kan ik allerlei manieren van… En ik wil juist geen beleid maken omdat ik dat nu juist aan de ambtelijke organisatie wil overlaten met hun inhoudelijke capaciteiten die ze allemaal hebben om juist maatwerk te leveren. Dus ik ben

oprecht eens met de vraag: wat moeten we met dat inkomen doen in die bijstand? Maar ik vind dit echt niet de manier die u zou moeten willen, en ik vind dat… Ja, ik kan me ook niet voorstellen dat u het zo bedoeld heeft. Maar dit is mijn uitgebreide antwoord, mevrouw Larson. En ik krijg, volgens mij, nog een reactie over wat de heer Lachman bedoeld heeft met een aantal punten die gewoon niet duidelijk in staan, want als hij wel dat wil bereiken zou ik dat ook zonde vinden. Dus dat geef ik maar even terug aan de heer Lachman. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Rijn. Mijnheer Lachman, was het duidelijk voor u? De heer Lachman: Het is wel duidelijk, voorzitter. Ik ga zo meteen even in overleg, als het mag. Ik weet niet of andere fractieleden ook nog op willen reageren? En dan wil ik een schorsing. De voorzitter: Nou, goed. De vraag ligt bij u. Wilt u het liefst eerst schorsen, en dan een tweede termijn ingaan of zegt u: ik wil graag eerst de reactie van mijn collega’s uit de raad… De heer Lachman: Van mijn collega’s eerst. De voorzitter: En dan, ja? De heer Lachman: Ja. De voorzitter: Ja, dan doen we dat. De heer Goetheer? De heer Goetheer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal meneer Lachman toch willen voorstellen om eerst te schorsen.

Zeker door het betoog van de wethouder net waar toch wel wat verduidelijking in de motie door is aangebracht, en de eventuele gevolgen, denk ik, dat het mogelijk verstandig is als u door wil gaan met de motie om die iets aan te passen. Want op deze manier voel ik er zelf weinig voor, en dat zou zonde zijn. De voorzitter: Ja. Goed. De heer Lachman heeft aangegeven eerst zijn collega’s te willen horen. Dus ik ga door naar mevrouw Hennis. Mevrouw Hennis-Steijn: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het heel duidelijk is wat de wethouder allemaal heeft verteld, dus er is een bijstandsnorm. De wet is heel streng. Vooral veroorzaakt door de fraudegevallen in het verleden, dat weet iedereen nog wel. Dat pakt soms en ook wel vaak een beetje averechts uit. We hebben zojuist een soepele motie aangenomen, en laten wij het hierbij laten. We verwachten in de nabije toekomst toch een wetswijziging uit Den Haag. En deze motie werpt enorme – hoe noem je dat – discriminatie op tussen onderling bijstandsgerechtigden. Bijstandsgerechtigden die werken, bijstandsgerechtigden die giften krijgen, bijstandsgerechtigden die absoluut nooit kunnen werken en geen rijke familie hebben. Het is niet eerlijk, dus we moeten dit gewoon niet doen. Er is al een giftenbeleid bij ons voor gezinnen, € 1400, en voor alleenstaanden € 1000. Dat is mooi toch? Dat is precies wat in deze motie staat.

Meer hoeven we niet te doen, dus laten we gewoon hier kort in zijn, en het niet doen. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Rooimans. Mevrouw Rooimans: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb de wethouder gehoord. Ik heb begrepen wat ze zei, en de vragen die ik had die zijn daarmee meteen beantwoord. Ja, in deze kwestie is al heel veel gezegd en gesproken. En ja, ik vind echt dat als we het willen dat we inderdaad moeten wachten tot landelijk het beleid wordt aangepast en eventuele wetgeving worden aangepast. Of dat we daar altijd gelukkiger van gaan worden weet ik niet. En ik besef ook heel goed dat die participatiewet dat niet zomaar tot stand is gekomen. Dat is, zeg

maar, toch wel zeer zorgvuldig gewogen en gewikt. En als je als het ware ergens een puzzelstukje uittrekt dan klopt de hele puzzel niet meer. En ik wil graag meegeven dat men met deze motie zich even goed over denkt wat je overhoophaalt of zou kunnen halen als je de gestand doet. Dus wij als fractie zullen in deze motie op deze wijze niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van Balen. De heer Van Balen: Ja, voorzitter. Kijk, het verhaal van de wethouder gehoord hebbende is er eigenlijk geen andere conclusie dat we gewoon landelijk beleid in deze moeten afwachten, want je weet anders niet wat je overhoophaalt, dus dat was ons standpunt al eigenlijk, dus dat betekent ook dat wij een motie van deze strekking niet zullen steunen. Dus tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan is de vraag aan u, de heer Lachman, wilt u nog een schorsing? Heeft u al conclusies voor uzelf getrokken? De heer Lachman: Ik wil een schorsing, voorzitter. De voorzitter: En hoe lang denkt u nodig te hebben? De heer Lachman: 10 minuutjes. De voorzitter: 10 minuten? Heeft u echt 10 minuten nodig, mijnheer Lachman? De heer Lachman: 5 minuten dan. De voorzitter: Nou, vooruit. De heer Lachman: Ja? De voorzitter: Voor 5 minuten. Ik heb toch echt de ambitie om voor half 12 te stoppen. De heer Lachman: Is goed. De voorzitter: Goed? 5 minuten De heer Lachman: Dank u.

De voorzitter: Om 10 over 11 hervatten we de vergadering. De heer Lachman: Ja, dank u. Schorsing De voorzitter: Mijnheer Lachman, u bent er. De heer Lachman: Ja, voorzitter. Dank u wel. Het heeft lang geduurd, maar … De voorzitter: Vertel. ‘…’.

De heer Lachman: Voorzitter, we hebben even overlegd, want de vorige motie is al aangenomen, en deze motie dan, die van ons. Wij komen op een later tijdstip terug. Zoals de wethouder ook zei met die andere motie, de invulling daarvan. En ja, deze motie, die van ons, nemen we terug op dit moment. De voorzitter: Oké. Die trekt u in? De heer Lachman: Ja. De voorzitter: Goed. Dan is motie M-V-1 ingetrokken. 26. M-V-2 Motie DLP, CDA, D66 Hoorcommissie – Horen gaat nog niet verloren De voorzitter: En dan gaan wij door naar agendapunt 26 M-V-2. En dan gaat de vicevoorzitter, de heer Voigt het van mij overnemen weer. De heer Voigt: Ja, dat ga ik doen, voorzitter. Dat ben ik nu zelf. De motie M-V-2 ingediend door De Lokale Partij, CDA en D66. We hebben allemaal kunnen lezen wat er in de motie staat, de constateringen en de overwegingen, en ik zal als eerste het woord willen geven aan de heer Zagt, en hem willen vragen om het dictum in ieder geval voor te willen lezen. En de toelichting eigenlijk wat te beperken gezien het tijdstip, want we hebben allemaal kunnen lezen wat erin staat. Mijnheer Zagt, gaat uw gang. De heer Zagt: Ja, dat begrijp ik, voorzitter, mijnheer Voigt. Dat zal ik ook doen. Kort samengevat komt het… Ik zal eerst het dictum lezen, zoals u vraagt.

Het dictum is dat we de werkwijze en de regels zoals benoemd – ik noem het even voor het gemak: het oude Reglement van Orde – dat we die onverkort handhaven voor alle lopende procedures dat invoering van de Omgevingswet een feit is. En dan handhaven we een onderdeel dat ziet op hoorzittingen waarin mensen een zienswijze die ze tegen ruimtelijke plannen hebben ingebracht kunnen toelichten aan een hoorcommissie. Dat is het eerste deel van het dictum, en het tweede deel is de hoorzittingen zoveel als mogelijk te koppelen aan de reeds ingeplande data voor beeldvormende sessies dan wel commissieavonden. Nou, dat is het dictum, voorzitter. Dat laatste iets toelichten. Nou ja, met het idee van dat dat zijn data die toch al in agenda’s gepland zijn. We hoeven niet allemaal altijd overal op al die avonden te zijn, maar het zou mooi zijn als daar enigszins rekening mee gehouden kan worden met het inplannen van hoorzittingen. En verder, voorzitter, zal ik het heel kort laten, want ik heb deze motie ruim van tevoren gedeeld via de fractievoorzitters. Nou, u kunt zien dat het CDA en D66 mede-indiener zijn. Ik heb voorzitter, de heer Voigt gesproken van Dorpsbelangen, en die zei vanochtend: zoals het er nu bijstaat zullen we deze motie zo goed als zeker steunen. Dus ik hoop dat het er nog zo bijstaat.

En ik heb ook mevrouw Vermeulen gesproken van de VVD die ook zei: Gert, hier kunnen we wel mee leven. Alleen, het moet natuurlijk niet zo zijn dat als mensen hun zienswijze hebben toegelicht op een hoorzitting ze vervolgens dan weer komen in de commissie R&E die daar achteraankomt waarin die nota zienswijze op de agenda staat. Nou, daar zijn we het volkomen over eens, collega’s, want dat was ook de huidige praktijk. Dat we dat niet deden voor de duidelijkheid, en dat wat De Lokale Partij betreft, maar ook ik weet zeker het CDA het CDA en D66 betreft, gaan we dat zo houden. Dus ik heb het zo kort mogelijk gehouden, en als de burgemeester het ook kort houdt zijn we voor half 12 klaar. Dank u wel. De voorzitter: De burgemeester houdt het nu even niet kort. Ik hou het kort, dus, fijn dat u ook van standpunten van fracties heeft vermeld, mijnheer Zagt. Dat scheelt even tijd zo meteen. Ik vraag eerst de mede-indieners, mijnheer Verbruggen en mijnheer Roosenschoon of zij nog iets hebben toe te voegen op dit moment?

De heer Verbruggen: Ja, voorzitter. Jan Verbruggen hier, als ik het woord mag. Weinig aan toe te voegen. De CDA-fractie hecht altijd heel erg aan de hoorzittingscommissie-avonden, laat ik het zo maar zeggen. Goed contact altijd met de inwoners en met de ambtenaren om zo tot een goed oordeel te kunnen komen, en we willen dit heel graag in stand laten tot een nieuwe Omgevingswet er is. Tot zover. De voorzitter: Oké. Dank u, mijnheer Verbruggen. Mijnheer Roosenschoon nog een mededeling? De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, een klein beetje van hetzelfde. We hebben de afgelopen jaren toch gezien wat het nut is van die zienswijzecommissie, hoorzittingscommissie. Het is ook een moment dat je direct dialoog kunt hebben met inwoners voor hun eigen problemen. Of het nu privéproblemen zijn, privézaken zijn of grote projecten, het heeft zijn nut bewezen zolang we dit kunnen voortzetten. En dat was de bedoeling van deze motie. Totdat de Omgevingswet anders zegt. Tot zover. De voorzitter: Dan de portefeuillehouder, mevrouw Larson. Mevrouw Larson: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen het wat korter te houden, en toch wil ik graag twee aspecten hierin benoemen. Het eerste aspect is het bestuurlijke proces rondom ruimtelijke ordeningsvraagstukken. Daar hebben we het vaker over gehad in deze raad, en ook in de commissie.

Het is hoogst ongebruikelijk dat zienswijzen worden toegelicht in zogenaamde hoorzittingsbijeenkomsten. Dat gebeurt eigenlijk niet meer in de hedendaagse bestuurlijke cultuur. En dat is niet zomaar zonder reden, want het is ook geen bevoegdheid van de raad om de zienswijze te beoordelen. De bevoegdheid die zienswijze te beoordelen dat ligt bij het college. En de bevoegdheid van de raad in deze is om het antwoord daarop van het college om die te beoordelen. Daarnaast is het zo natuurlijk dat belanghebbenden meerdere mogelijkheden hebben om hun geluiden kenbaar te maken aan u, en u ook over diverse instrumenten beschikt om op een andere wijze erachter te komen wat belanghebbenden ervan vinden. Mijn punt is eigenlijk rolvastheid van de raad. Dat is mijn zorg in deze. U gaat op de stoel van het college zitten om de hoorzittingen op zodanige wijze te continueren, en daar wijs ik u op. Het tweede waar ik u op wil wijzen, en dan vinden misschien een paar mensen vervelend, maar toch ga ik het doen, is het vraagstuk als het gaat om de ambtelijke capaciteit, maar ook de capaciteit van de griffie om dit te organiseren wat u wilt. Want er lopen nu 75 bestemmingsplannenaanvragen, en uitgebreide omgevingsplannen. En wat ik heb begrepen nu is dat de ervaring leert dat wij ongeveer 85% van zulke aanvragen dat daar zienswijzen en bezwaren op komen.

Dat betekent dat grofweg op 70 ruimtelijke plannen de verwachting is… Nee, 60. Ik zeg het verkeerd. Bij 60 ruimtelijke plannen dat er zienswijzen zullen worden ingebracht. De grootste projecten Nederhorst Noord en Zuidsingel fase 8 daar kan je vanuit gaan dat er in grote getalen ook zienswijzen worden ingediend. Dat betekent dus dat je niet met één avondje klaar bent. Al met al houden wij rekening met het organiseren van 75 hoorzittingen voor u als u elk project waar zienswijzen op binnengekomen daar een hoorzitting voor wil organiseren. Het zijn 75 avonden. Wij hebben niet 75 avonden aan beeldvormende sessies en commissies, dus er zullen heus wel heel veel avonden ernaast komen dan voor u. Dat betekent een extra vraag aan ambtelijke capaciteit. Dat betekent een extra vraag aan de griffie, griffiemedewerker of een griffier is kortweg zo’n 4, 5 uur bezig per hoorzitting, met een voorbereiding en de uitvoering daarvan. Nou, u heeft net iets vastgesteld als het gaat om de formatie van de griffie. Nou, die kunt u dan wel even uitbreiden, denk ik, hiervoor. Dus het is aan u. Maar dat betekent wel - we hebben het al eerder over gehad over dat bordje wat zo vol is - dan gaat er ook iets van het bordje af. Nou, dat geef ik aan u mee. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de fracties die nog niet aan het woord geweest zijn. Ik zal zo maar even de fracties uitnodigen.

Begin ik bij Dorpsbelangen, mevrouw Hennis.

Mevrouw Hennis-Steijn: Dank u wel, voorzitter. Nou, dat is het verhaal van mevrouw Larson. 75 avonden. Ik moet er ook niet aan denken. Maar aan de andere kant, het is een goede gewoonte in onze gemeente, en wij besluiten niet: we gaan niet op de stoel van het college zitten. We adviseren het college. De commissie adviseert het college. Maar tegelijk, de hoorcommissie, ontlast ook de raadscommissies, want de indieners krijgen een aparte avond waar zij in dialoog, net als mijnheer Roosenschoon zei, met de raadsvraag hoe ze hun bezwaar kunnen toelichten. En het is in het verleden niet vaak niet echt heel vaak, maar toch gebeurt, dat door die dialoog het advies aan het college enigszins afwijkt van het advies van de ambtenaren. En dan is het aan het college om een afweging te maken wat het wordt. Ik begrijp er is nu op dit moment 75 plannen. Je moet er niet aan denken dat ze allemaal bezwaar gaan indienen. Dat zal waarschijnlijk ook wel gebeuren, maar dan moeten wij er maar eens even lekker tegenaan. Ik vind het, als we dit nu afschaffen, dat is eigenlijk tot nu toe een soort traditie is geweest en dat weten de mensen. Dat weten ze echt tot de vraag wanneer de hoorzitting is. Dan krijgen we nog meer zoals mevrouw Vermeulen zei onvriendelijke brieven in de bladen: wij worden niet gehoord. En dat willen we niet.

Wij willen dat niet, als Dorpsbelangen, dus wij zullen deze motie dus steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mijnheer Poels, Partij van de Arbeid-GroenLinks. De heer Poels: Dank u, voorzitter. Ja, ik zou bijna zeggen het betoog van mevrouw Larson is het betoog van de Partij van de Arbeid-GroenLinks. Wij geven al geruime tijd aan dat wij de hoorzittingen niet meer passend vinden in het huidige gestel. Je zit als raadslid rechtstreeks aan tafel met belanghebbenden, terwijl het juist een kaderstellende en controlerende rol zouden moeten hebben voor het college, dus wij zijn geen voorstander van het handhaven van de hoorzittingen. Ook al gekeken de ongelofelijke capaciteit… En natuurlijk, het is traditie, mensen. Er is ook niemand die die traditie ontkent, maar die traditie is naar onze mening niet meer van deze tijd. En als ik de portefeuillehouder hoor over het piepen en kraken van de organisatie, dan helpen we dus met elkaar mede door middel van dit soort enorme aantal bijeenkomsten aan die ambtelijke en bestuurlijke druk. En, voorzitter, dit is een rolopvatting, want dat is eigenlijk de kern van de Partij van de Arbeid-GroenLinks die niet meer past bij een raadslid anno 2021. Voorzitter, wij zullen de motie van de heer Zagt niet ondersteunen.

De Omgevingswet komt eraan, en we gaan naar een nieuwe vorm van participatie die recht doet aan een raadslid naar kaderstellende en controlerende rol, en geen rechtstreekse directieve rol aan tafel met belanghebbenden. Dus wij zullen de motie niet ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Poels. Mijnheer Van Balen van de VVD. De heer Van Balen: Ja, voorzitter. Na de woorden van de burgemeester portefeuillehouder en de heer Poels zou ik bijna denken: we moeten het niet doen. Maar ja, aan de andere kant we hebben al zoveel probleempjes uit de weg geholpen in die hoorcommissies, en hoeveel procedures heeft dat wel niet gescheeld, dus wij voelen er erg veel voor om dat nog een aantal jaren voort te zetten. In ieder geval zolang tot die Omgevingswet er komt. Het zal dan niet zo van deze tijd zijn. Het is wel een groot goed. En het hoort er een beetje in de Wijdemeerse cultuur denk ik, dus wij zullen voor deze motie stemmen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog… Ik zie een handje van mijnheer Verbruggen die nog wat naar voren wil brengen. Gaat uw gang. De heer Verbruggen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een traditie is er om in stand gehouden te worden zou je zeggen, maar zo denken wij er niet over. Maar vooral omdat het een hele waardevolle en een hele goede traditie is daarom moeten we het in stand houden.

Er werd net al gezegd: er is een goed contact met onze inwoners. Er komen echt verduidelijkende dingen boven tafel tijdens die avond. En wat denkt u, voorzitter,

wat er gaat gebeuren als we deze hoorzittingsavond niet meer hebben? Dan raakt de ambtelijke capaciteit pas echt overbelast, want daar gaan er zes partijen zes keer bellen met de ambtenaren: hoe zit dit? En als laatste, voorzitter, wil ik zeggen dat ik het heel dapper vind van mevrouw Hennis dat zij ook pleit voor 75 avonden, want zij is elke keer de voorzitter, dus maak je borst maar nat. De voorzitter: Oké. Dank u wel, mijnheer Verbruggen. Nou, iedereen heeft zijn zegje kunnen doen. Het is bijna half 12. Dat is de eindtijd die de voorzitter heeft geroepen begin van de avond. Voorzitter… Of mevrouw Larson, wilt u nog iets naar voren zeggen als reactie op wat er gezegd is? Ik hoor u niet. Mevrouw Larson: Ja, het lijkt me goed dat u het in stemming brengt. En ik wijs de raad hier nogmaals op dat als zij dit heel graag op het bordje willen houden dat zij straks wel geconfronteerd wordt met de vraag wat van dat bordje afgaat. Dat is het enige wat ik dan nog te melden hebt. De voorzitter: Dat had u al naar voren gebracht. Mevrouw Larson: Ja. De voorzitter: Mijnheer Zagt wil nog iets zeggen, en dan stoppen we. Mijnheer Zagt, gaat uw gang. De heer Zagt: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik had nog geen tweede termijn gehad of hoe je die ook noemt, maar die zal ik ook kort houden. Het argument dat er ook wat van het bordje af moet.

Ik moet steeds weer denken aan wat de heer De Kloet zei met al die ruimtelijke plannen: we gaan er allemaal voor inhuren. Waar verhalen de plankosten. Dus het kan toch niet zo zijn dat wij een regime wat we al jaren hanteren, waarvan de raad nooit heeft gezegd: dat doen we niet meer dat adviseren aan het college. Wij hebben ons dat altijd zeer gerealiseerd. Mevrouw Hennis heeft het prachtig verwoord dat het een adviescommissie is, dus er hoeft wat dat betreft niet van het bordje af. Dat zal door de initiatiefnemers ook verdisconteerd moeten zijn in de te verhalen plankosten. En daar wil ik het bij laten vanwege de tijd, voorzitter. Ik ben blij met zo’n brede steun. De voorzitter: Oké. Iedereen aan het woord geweest. Dan gaan wij het in stemming brengen. En ik vraag de griffie om de motie vrij te geven voor stemming. Er moet nog één iemand stemmen zie ik. De reacties zijn allemaal binnen. Mag ik de uitslag, griffie? Commissiegriffier mag dat wel zeggen, dan hoor ik het ook. De heer Steijn: Aangenomen. Mevrouw Larson: 16 voor en 2 tegen. De voorzitter: Oké, dus die is aangenomen. Mijn taak zit erop voor vanavond. Mevrouw Larson: Ja, nou die van mij bijna, want we hebben… Het is nu half 12, maar onze commissiegriffier gaat vertrekken, en ik zou het toch echt vreselijk zonde vinden als wij hem niet op een hele goede manier uitzwaaien vanavond.

Dus u bewaart even uw geduld, alstublieft, want de werkgeverscommissie wil nog wat woordjes zeggen, en ondergetekende. En misschien ook zelf de commissiegriffier, dus wie spreekt namens de werkgeverscommissie? Mijnheer Poels vermoed ik. O, mevrouw Vermeulen. De heer Poels: Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Ja, we verdelen de taken, voorzitter, en ik heb de eer om Harm toe te spreken. Ja, wie had kunnen denken toen we in december afscheid namen van Debby dat we nu in de raad van 4

februari van Harm afscheid gaan nemen. Wij als werkgeverscommissie niet in ieder geval. Natuurlijk is het heel jammer als een zeer gewaardeerde medewerker als Harm je gaat verlaten, maar wat mij betreft is het ook een mooi moment. U heeft dat ook al even aangestipt, eerder deze avond. Toen Harm in dienst trad ruim twee jaar geleden moest hij nog ervaring opdoen op een griffie. Derby heeft hem uitstekend opgeleid en hem de kneepjes van het griffie vak geleerd. Harm pakte alles snel en efficiënt op, en samen wisten ze van de griffie een goed draaiend team te maken. Wat mij betreft waren zij een dreamteam. Hun gezamenlijke doel was de raad zo goed mogelijk te ondersteunen. De commissieweek en de week van de raad zijn altijd stressmomenten, maar door de goede samenwerking verliep alles gladjes, en zelfs moties en amendementen die op het laatste moment werden ingediend konden altijd rekenen op de volle inzet van Harm. Ik zei al dat ik dit ook een mooi moment vind. En waarom ik dit vind is omdat Harm zich in Wijdemeren zodanig heeft kunnen ontwikkelen dat hij nu klaar is voor een volgende stap in zijn carrière, bestuursadviseur bij de gemeente Hilversum. Niet niks.

Hoe zou ik Harm willen beschrijven? Bescheiden, nooit op de voorgrond willen staan, een teamplayer, bijzonder servicegericht, geen moeite te veel, een harde werker, digitaal zeer sterk en dat is heel belangrijk in deze tijden en loyaal naar de raad. Zijn raad, de raad van Wijdemeren. Bescheiden als Harm is wil hij liever geen afscheid, en zeker geen toespraak vanavond, maar wij als werkgeverscommissie willen zijn afscheid niet zomaar voorbij laten gaan, zeker in deze coronatijd waarin we toch al veel meer op afstand van elkaar staan dan we gewend zijn. Harm, de werkgeverscommissie wil je mede namens alle collega’s bedanken voor de fijne samenwerking in de afgelopen jaren. We gaan je missen, dat is zeker. We wensen je veel succes in Hilversum en we zullen elkaar vast nog wel een keer tegenkomen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Mooi gezegd. Misschien is het handig dat Harm… Als jij nu even iets zegt dan kan iedereen jou in beeld krijgen. Dat is wel aardig. De heer Steijn: Dank je wel voor de mooie woorden, Sieta. De voorzitter: Ben je dan nu in beeld? De heer Steijn: Horen jullie mij? Ja, volgens mij, moet ik zo in beeld komen. De voorzitter: Ja. En als je nu uitdoet, het geluid? Ja, super. Goed. Beste Harm, net nadat wij aan het idee gewend waren dat ook Debby ons had verlaten gaf jij door dat je een andere betrekking had gevonden.

Hartstikke leuk voor jou, en een stuk minder leuk voor ons. Je bent op 1 december 2018 bij ons in dienst getreden, en je wilde graag als commissiegriffier belangrijk werk doen ter bevordering van de lokale democratisch proces, althans dat schreef je in je sollicitatiebrief. En dat heb je ook gedaan. Altijd vindingrijk, op zoek naar creatieve oplossingen en gedreven zoals ik weinig mensen meemaak. De laatste tijd werd vaak gezegd: Debby en Harm, nou dat was echt een dreamteam. En dat klopt ook. Al doet de uitspraak jou wel iets tekort. Ook zonder jouw wederhelft ben je een zeer gewaardeerde collega die zich vooral heeft ingezet voor onze lokale democratie. Het is ook jouw inzet geweest die ervoor zorgen dat vergaderingen goed verliepen. Ik denk bijvoorbeeld aan het up and running houden van NotuBiz. Daar zat heel veel werk aan. De invoering van het digitale vergaderen en het gereedmaken van alle stukken. Om ook maar niet te spreken van alle administratieve taken die bij jou lagen. Veel onzichtbaar werk wat heel belangrijk was voor het goed functioneren van deze raad, en hiermee heb je bewezen dat onzichtbaar werk zeker niet onbelangrijk werk is. Jouw inzet is waardevol geweest. Hiernaast heb ik jou leren kennen als een leuke gezellige man en ben je een gewaardeerde collega van mij geworden.

Samen met Debby was je natuurlijk the dreamteam, maar ik vond onze samenwerking als drie eenheid zeker ook noemenswaardig. We hadden de gewoonte om voor de raadsvergaderingen samen te eten, en daarna de vergaderingen voor te bereiden, en die waren ook heel erg

gezellig. Nou, die etentjes zorgden ervoor dat we elkaar nog beter leerden kennen, en zo heb ik met grote verbazing gekeken hoe jij een enorme hoeveelheid eten naar binnen kon werken en toch nog slank wist te blijven. Vanavond heeft hij ook weer eens een heel bak yoghurt zitten eten. O nee, kwark was het zelfs. Maar goed, crossfit bleek het devies te zijn. Iets wat… Nou ja, daar ben jij wel aan verslaafd geraakt, mag ik rustig zeggen. En zeker nu de sportscholen dicht zijn heb je allemaal apparaten gekocht en spullen gekocht om dat te kunnen blijven doen, dus hij is echt verslaafd, dames en heren. Maar goed, ook thema’s als tweelingen werden vaak besproken. Iets wat wij ieder op onze eigen manier deelden, en hebben natuurlijk de nodige gesprekken gevoerd over de politiek, anticiperend op wat ging komen, wie wat ging doen, of het wel of niet goed was, de verkiezingen. Wij waren de echte Wijdemeerse politieke junkies met zijn drieën tijdens die etentjes. Nou goed, en helemaal wonderlijk is jouw vermogen tot transformatie. Ik heb het nog met Debby over gehad. Regulier gekleed in sport, dan wel vrijetijdskleding wist je net altijd voor een commissie of raadsvergadering om te turnen naar een best dressed man. Maar ook in situaties waar het toe doet weet je heel goed te schakelen. En je hebt net als velen meerdere kanten, en je beschikt over verscheidenheid aan talenten.

Je hebt alles in huis om een volgende stap in je carrière succesvol te laten zijn. Daar ben ik van overtuigd. Ik wens jou namens de gemeenteraad, en natuurlijk ook namens B&W ontzettend veel plezier en succes in je volgende functie. Wij hebben de raad… Want dat weet ik ook dat jij van bier houdt. Wij hebben de raadsleden gevraagd om allemaal een flesje bier aan te leveren voor jou, dus je hebt allemaal verschillende soorten bier gekregen. Ik heb niet de hele krat naar boven getild, dames en heren, maar symbolisch geef ik er eentje - die is van Guda – alvast aan je mee, en beneden kan je de rest ophalen. Alsjeblief. Harm, het gaat je goed. De heer Steijn: Dank je wel. Zal even wat woorden zeggen? Ontzettend bedankt voor het cadeau. Ik denk dat dit wel het beste cadeau is wat ik ooit gekregen heb, als bierfan. Ja, als mensen vroegen de afgelopen twee jaar: wat voor werk doe ik? Waar ben ik nu, zeg maar, al die dagen mee bezig? Heb ik altijd gezegd dat ik misschien wel werk voor de leukste raad van Nederland. En zo heeft het ook echt wel gevoeld de afgelopen twee jaar. Ik heb u allemaal leren kennen op een persoonlijke manier, en ik ga echt wel een hele leuke werkplek ook achterlaten. En dat besef ik heel goed.

En ik zal ergens terecht komen waar geen raad meer als werkgever is, en dat zal even wennen zijn, dus ik wil iedereen enorm bedanken voor de afgelopen twee jaar, want het waren echt twee hele leuke jaren ook. Nou, Crys die gaf net al aan: veel onzichtbaar werk. Ook op de achtergrond in de organisatie wordt er enorm hard gewerkt om jullie te ondersteunen. Heel veel ambtenaren die lange uren maken die ook weer om half 12 nog ingelogd zijn ook om dit te volgen, en ook die wil ik gewoon bedanken voor een hele goede samenwerking, want er gebeurt heel veel op de achtergrond ook wat niet zichtbaar is. Maar ook hun bedankt voor twee hele mooie jaren met samenwerking ook, dus bedankt. En ik weet zeker dat als we elkaar nog tegen gaan komen, ik weet niet hoe de toekomst eruit gaat zien van de gemeente Hilversum en de gemeente Wijdemeren, maar wellicht zien we elkaar of misschien ook weer niet, ik weet het niet, maar we gaan het zien. Bedankt in ieder geval. 27. Sluiting De voorzitter: Heel goed, en met deze woorden… Mooie woorden ook van Harm - dank je wel - wil ik de raadsvergadering van vandaag beëindigen. Ik wens u nog een hele fijne avond misschien nog die 20 minuutjes. Blijf gezond met z’n allen en tot gauw. Daag. De heer …: Dag Harm. De heer …: Welterusten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9768655/2