CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

gemeenteraad 21 april 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening12.379 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE WIJDEMEREN d.d. 21 april 2022

1. Opening De voorzitter: Goedenavond allemaal en welkom bij deze raadsvergadering van 21 april 2022. In het bijzonder heet ik ook de luisteraars welkom - de luisteraars thuis - en natuurlijk de mensen bij ons op de publieke tribune. Wij werken vanavond wel met spreektijd, maar er is wel een onderdeel op de agenda waar we niet met spreektijd werken en dat zal ik straks toelichten. De griffie houdt de spreektijd bij met de raadsklok en deze is zichtbaar op het grote scherm, jawel. Bepalen volgorde stemming De voorzitter: Ik ga nu over tot het bepalen van de hoofdelijke stemming, dat is nummer twee. De heer Goossen, aan u de eer, mochten we hoofdelijk gaan stemmen. Dan gaan we over … Maakt u zich niet ongerust. 2. Vaststelling agenda De voorzitter: Dan gaan we over tot agendapunt 2, vaststelling van de agenda. De agenda voor vanavond bevat, naast de vaste agendapunten een drietal hamerstukken. De fracties van de Lokale Partij, PvdA-GroenLinks en ChristenUnie hebben en interpellatiedebat aangevraagd. Hebben de indieners behoefte om hun aanvraag nog nader toe te lichten? Zo niet, dan ga ik gewoon door. Volgens het reglement van orde beslist de Raad bij vaststelling van de agenda over het toestaan van dit interpellatiedebat.

Aangezien de ingediende fracties een meerderheid hebben in deze raad, dan is het de facto wel een formaliteit en daarmee stel ik voor dat wij niet hoeven te stemmen, hierover, tenzij iemand dat per se wil. Ik kijk even rond, nee. Oké. Ik stel voor dit interpellatiedebat als eerste bespreekpunt te behandelen, dat is agendapunt 9, en als zodanig op de agenda neer te zetten. Gisteren is ook aan de agenda toegevoegd de benoeming van de leden van de auditcommissie, dat is dan agendapunt 10. Geen van de fracties heeft een motie vreemd aan de orde van de dag ingediend en daarom vervalt agendapunt 12. Wij hebben natuurlijk ook als het een na laatste agendapunt de benoeming van de commissieleden en ik zou u willen voorstellen dan om agendapunt 12, het vragenhalfuurtje, naar voren te halen, zodat we leuk kunnen eindigen voor mensen die als commissielid worden benoemd. Dus met uw goedvinden dan gaan we die als agendapunt 12 behandelen. Ja, ik kijk rond, ik zie knikkende gezichten, heel mooi. Dan gaan we het zo doen. Verder nog vragen en opmerkingen over de agenda? Zo niet, dan gaan we hem vaststellen, goed. 3. Vaststellen besluitenlijsten De voorzitter: Agendapunt 3, vaststelling besluitenlijst van de vergadering van de gemeenteraad van 9 en 10 februari en 29 en 30 maart. Wethouder Boermans heeft gevraagd de tekst van de

mededelingen over aanleg van glasvezel besluitenlijst 9 februari aan te passen. De griffie heeft daarop de tekst staat aangepast. Verder zijn geen wijzigingsvoorstellen ingebracht en dan zijn de besluitenlijsten van 9 en 10 februari, van 29 maart en 30 maart bij dezen vastgesteld. 4. Mededelingen De voorzitter: Dan zijn we aanbeland bij agendapunt 4. Ik kijk rond of er mededelingen zijn vanuit de raad. Nee, niemand heeft ook iets aangekondigd. Vanuit het college hebben twee wethouders aangegeven mededelingen te hebben, ieder twee. Wethouder Kea en wethouder Boermans. Dan geef ik eerst het woord aan wethouder Kea. De heer Kea: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb inderdaad twee mededelingen. Een gaat over de WOZ en de heffing van de OZB. Ik heb u eerder geïnformeerd dat door het omzetten van de kubieke meters naar de vierkante meters in het systeem we dit jaar wat verlaat zijn en dat we dat eind april uiteindelijk zouden doen. Dat gaan we ook halen, dat is het goede nieuws. We hebben inmiddels toestemming van de waarderingskamer om de aanslagen op te leggen. Wel is het zo dat door die omzetting er best wel grote verschillen ontstaan. Het betekent dat we de eigenaren van wie de WOZ waarde met meer dan dertig procent stijgt een brief sturen met een uitnodiging om contact op te nemen om te kijken of het allemaal klopt en of we er uit kunnen komen.

We gaan ook in de pers toch even melden, opnieuw, dat we de mensen uitnodigen om toch vooral, als ze problemen hebben met de aanslag, om eerst contact op te nemen met de belastingdienst, met onze belastingdienst, en niet onmiddellijk naar een no cure no pay bureau te hollen want dat kost ons gewoon heel erg veel geld. De praktijk wijst ook uit dat als we het gewoon direct onder elkaar regelen, dat het dan beter loopt en voor beide partijen gunstiger is dan naar zo’n bureau te gaan. Dus dat gaan we ook in de pers mededelen. Een tweede is toch een wat, echt een probleem waar we mee zitten. De LTA geeft aan dat we de jaarrekening in juni en de voorjaarsnota 1 juli zullen publiceren. Daar zetten we ook alles op alles op, maar ik moet u ook mededelen dat, afgezien van de twee vacatures die we hebben in de afdeling financiën, we nu ook twee langdurig zieken hebben. Dat betekent dat de capaciteit met name in de hoek die we nodig hebben voor advies en analyse en voor de voorbereiding van zowel jaarrekening als voorjaarsnota, heel erg beperkt is.

Dat betekent dat, voor die club is het echt alle hens aan dek om dit te gaan halen, maar dat betekent dus ook dat de ondersteuning naar de rest van de organisatie, ook wel omdat de accountant ook al binnen is voor de controle op de jaarrekening die ook heel veel capaciteit vraagt, dat we echt voor de rest van de organisatie, dat het echt af en toe een belemmering zal zijn om voortgang te kunnen maken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan wethouder Boermans. De heer Boermans: Ja, voorzitter, dank u wel, en geachte leden van de nieuwe raad, leuk om u zo te zien. Zoals u weet, ik heb overigens twee mededelingen, zoals u weet hebben in februari de stormen Dudley, Eunice en Franklin ons land behoorlijk in de vernieling achtergelaten. Als je nu naar buiten kijkt, zal je het haast niet kunnen voorstellen, maar dat heeft de nodige schade veroorzaakt, met name aan onze bomen. Ik heb u aangegeven eerder dat we daarover zouden rapporteren als we

daar meer inzicht over hebben, dat is inmiddels duidelijk. Het gaat in Wijdemeren over ongeveer 75 bomen waarvan er 62 inmiddels zijn gekapt. Met name op de Nieuw Loosdrechtsedijk is grote schade ontstaan bij enkele particulieren waarbij er twee bomen op een huis zijn gevallen. Deze afhandeling is nu in handen van de verzekering en ik verwacht dat daar ook verder, dat zij daar wel uit gaan komen. Maar ik ben vanochtend geïnformeerd, in het kader van de financiële verordening moet ik u dat dan ook vandaag melden, ik ben vanochtend geïnformeerd over de verdere financiële effecten van deze storm voor de gemeente Wijdemeren. De totale kosten, u heeft zojuist ook de mededeling van wethouder Kea gehoord, de totale kosten zijn nog niet exact in beeld, maar als we ook de investering voor de herplant meenemen, conform uw raad moet dat op 75 procent staan, dan komen we uit op een bedrag van de storm op meer dan 75.000 euro. Dat is de reden dat ik u dit nu informeer. Het college zal hier nog een voorstel voor gaan krijgen, collegevoorstel, en daarna zult u via een RIB daar nader over geïnformeerd worden, over hoe dat exact wordt afgehandeld. Dat is de eerste mededeling. Dan de tweede mededeling in deze voor mij wellicht laatste raadsvergadering Wijdemeren, toch ook positief nieuws.

Want voor de uitvoering van het klimaatakkoord ontvangt de gemeente Wijdemeren bijna 100.000 euro extra van het Rijk. Deze middelen zijn bedoeld als overbruggingsbudget voor de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten. Het budget kan onder meer worden gebruikt voor de uitvoering transitievisie warmte, die heeft uw raad al vastgesteld, namelijk op weg naar aardgasvrij. De uitrol van het laadpalenbeleid, wat we ook al hebben vastgesteld, en voor ruimtelijke processen ten behoeve van duurzame energie. Ik wens u raad en mijn opvolgers dan ook veel succes met de uitvoering van deze extra middelen die zeer welkom zijn. Ik dank u en wens u alvast een mooie raadsperiode. De heer Poels: Voorzitter, mogen we een vraag stellen? De voorzitter: Nou, eigenlijk niet, maar vooruit. Het is de heer Boermans laatste raadsvergadering. De heer Poels: We mogen toch een vraag naar aanleiding van de mededelingen? Dat gaat over de eerste mededeling overigens, want u gaf aan, de schade van de storm, begrijpen wij. Toen gaf u aan, de herplanting is 75 procent. Dat lijkt me niet zo. De herplanting heeft te maken met het kappen. De heer Boermans: Ja, we hebben 62 bomen gekapt zijn als je daarvan de herplant meerekent, dan kom je ongeveer op een totaalbedrag van ruim 75.000 euro.

Dat is de informatie die ik nu heb, want we hebben natuurlijk ook schade gehad gewoon voor het herstel van bomen, soms moesten takken gekapt en dergelijke. Dat soort schade is er, en daarnaast heb je ook schade omdat je dus moet gaan herplanten. Volgt u mij? De heer Poels: Nee. De heer Boermans: Je hebt dubbele schade. Je hebt gewoon schade aan de bomen die nog overeind staan, maar waar wel kosten voor zijn gemaakt. De heer Poels: Maar daar is nooit de herplantingsplicht toch van toepassing geweest? Dat is gewoon 100 procent dus, stel ik dan vast.

De heer Boermans: Nee, die bomen die niet gekapt zijn, daar is wel schade aan ontstaan, dus die schade heeft kosten veroorzaakt, die is in beeld gebracht. Daarnaast zijn er 62 bomen gekapt en van die 62 bomen moet minimaal 75 procent hergeplant worden en als je dat ook gaat kapitaliseren, dat moeten we natuurlijk kapitaliseren voor u, dan kom je in het totaal van een bedrag uit boven de 75.000 euro. Dat is de reden waarom ik u nu informeer. Duidelijk? De voorzitter: Wellicht kan er nog een uiteenzetting op schrift volgen. De heer Boermans: Ja, die volgt ook nog wel, maar ik zal dan willen weten waar de onduidelijkheid in zit, want volgens mij kan ik het niet duidelijker zeggen. De heer Poels: Is goed. De voorzitter: Dank u wel. Toch wel weer een bijzonder optreden, wethouder Boermans. Daar zat u toch wel weer een beetje op te hopen. 5. Lijst ingekomen stukken De voorzitter: Goed, dames en heren, we gaan naar de lijst ingekomen stukken. Ik loop, zoals gebruikelijk, maar voor de nieuwkomers dan, per pagina de lijst ingekomen stukken door, voor opmerkingen bij de lijst ingekomen stukken. Behandelverzoeken dient u alsnog in te dienen bij de griffie, in dit geval voor maandag 25 april.? Dan starten we bij pagina 1, dan kijk ik rond. Nee. Pagina 2. Nee. Pagina 3. 4, ja, mevrouw IJsbrandy. Mevrouw IJsbrandy: Dank u wel, brief nummer 41 alstublieft. De voorzitter: Ja, dank u wel.

Verder nog 4, 5, 6. Ja, mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ja, brief nummer 60. De voorzitter: Juist. Verder nog bladzijde 6? Nee. 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13. Ja, ah, mevrouw IJsbrandy. Mevrouw IJsbrandy: Bladzijde 13, brief 13 alstublieft. De voorzitter: Ja. 14 en 15. Nou, dank u wel. Hamerstukken De voorzitter: Dan ga ik door naar de hamerstukken.

6. Raadsvoorstel Beëindiging Onderzoek Vaarverbinding Loosdrechtse Plassen (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: Dan begin ik bij agendapunt 6, het raadsvoorstel beëindiging onderzoek vaarverbinding Loosdrechtse Plassen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten. 7. Raadsvoorstel Vaststellen Subsidieverordening Groene Daken 2022-2023 (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 7, raadsvoorstel vaststellen subsidieverordening groene daken 20222023. Is er behoefte aan een stemverklaring? Is er behoefte aan stemming? Nee. Bij dezen besloten. 8. Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Dammerweg 61 (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 8, raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Dammerweg 61. Is er behoefte aan een stemverklaring? Is er behoefte aan stemming? Nee. Besloten. Bespreekpunten 9. Interpellatiedebat aangevraagd door De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks en ChristenUnie De voorzitter: Goed, dames en heren, dan beginnen we met agendapunt 9, de interpellatie van De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks en ChristenUnie. We houden het debat in twee termijnen. Dit doen wij conform artikel 49 van het reglement van orde.

Eerst geef ik zo dadelijk de aanvragers van het interpellatiedebat het woord, dat zijn de heer Zagt van De Lokale Partij, de heer Poels van PvdAGroenLinks en mevrouw Kaper van de ChristenUnie. Daarna krijgt het college de gelegenheid te antwoorden. Ik sta in de eerste termijn, conform het reglement van orde, geen interrupties toe anders dan vragen voor verheldering. In de tweede termijn kunnen alle fracties het woord voeren en in de tweede termijn spreekt het college alleen wanneer er vragen aan het college zijn gesteld. Er is nu nog geen motie ingediend dus dan beginnen we met het indienen van de interpellatie. Ik begin met de heer Zagt. De heer Zagt: Ja, dank u wel, voorzitter. Best wel bijzonder, een interpellatie op dit moment. Het voornemen is dan ook om er voorzichtig en constructief mee om te gaan. Vooraf kan ik u zeggen, voorzitter, dat het er niet op gericht is de feestvreugde voor de installatie van de commissieleden geweld aan te doen, er zijn ook familie en bekenden aanwezig, dat is een groot goed. Maar ja, soms zijn er argumenten, en die zal ik u zo dadelijk geven, waarom indieners en wellicht dat collega Esther Kaper en Stan Poels straks ook nog argumenten toe zullen voegen. Ik zie in ieder geval een viertal argumenten. Het college heeft een actieve informatieplicht, we hebben daar net een mooi voorbeeld van gezien van wethouder Boermans.

Als je dan kijkt, het onderwerp waar wij de interpellatie over aangevraagd hebben, dan heb je het in dit geval zeker ook over het momentum van informeren, namelijk 17 maart, een dag na de verkiezingen. Daarnaast kennen we, dat hoort bij

het eerste argument, een verordening begroting en verantwoording en die schrijft ook voor in artikel 7 lid 5, het is een formaliteit, maar het is wel een verordening die de raad heeft vastgesteld. In ieder geval dat als er uitgaven dreigen of aan de orde zijn, dat het college, ik zal hem letterlijk voorlezen: het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde verplichtingen, niet bij begroting vastgestelde verplichtingen. We hebben twee brieven ontvangen op 5 april. De ene heette de analyse van de rekening 2021 en de tweede heette de doorkijk ‘22. Die brieven die zijn hier en daar nogal cryptisch, we willen daar graag duidelijkheid over. Het derde argument is, bij de vaststelling van de najaarsnota in november is ons gewezen op een aantal kanttekeningen en risico’s. Die staan keurig opgesomd in het raadsvoorstel van de najaarsnota. Het lijkt erop, zeg ik voorzichtig, het lijkt erop want het is onduidelijk, dat juist de risico’s die toen genoemd werden, niet of minder aan de orde gekomen zijn. Ook dat roept dus vragen op ter verduidelijking. Als vierde, ik weet niet of dat een belangrijk argument is, maar ik vind het wel, als je kijkt naar de raad an sich in de volle breedte.

De raad kent op dit moment natuurlijk een bijzondere samenstelling, ook twee wethouders die nu ook onderdeel van de raad uitmaken, maar ook nog van het college. Allemaal prima, want zo werkt het democratisch, maar de gemeenteraad mag je denk ik vanuit gaan we hetzelfde informatieniveau kennen, met ze allen. Voorzitter, misschien verlicht het de gevoelens wat als ik zeg dat de indieners niet iets van zin zijn, voor zover mij bekend, met een motie of wat dan ook. Het gaat ons om feitelijke en verdiepende informatie en ook, en vooral, daar komen ze wel, mijnheer Nienhuis, naar de inwoners, de ondernemers en de verenigingen toe voelen wij dat wij deze brieven als raad, ik weet niet of ik dat mag zeggen als vertegenwoordiger van één fractie, maar wij voelen dat wij deze brieven niet zomaar stilzwijgend voor kennisgeving aan kunnen nemen. Het verzoek tot interpellatie is breed en tijdig gedeeld, voorzitter. Ik kijk even wat er in de inleiding staat, daar heb ik het meeste van gezegd. De inleiding heb ik eigenlijk wel samengevat. Er zijn in totaal een zeventiental vragen aan u doorgegeven. Wellicht dat de mededeling van wethouder Kea een enkele vraag nog iets nuanceert, maar het idee is dat ik vraag een tot drie in zal brengen, collega Poels de nummers vier tot en met negen en mevrouw Kaper de nummers tien tot en met zeventien.

Ik zal de vragen voorlezen, voorzitter, want dat is denk ik wel voor de duidelijkheid voor degene die het stuk niet kennen, wenselijk. De eerste vraag is: de najaarsnota 2021 is besproken in de commissie en de raad van november ’21. Hoe kan in een periode van vier maanden, want de najaarsnota loopt normaal, die houdt rekening met de mutaties van het lopende jaar tot en met augustus. Hoe kan het dat in vier maanden tijd het tekort zo oploopt van tweeënhalve ton naar 1,1 miljoen terwijl bij de kanttekeningen risico’s, ik zei er wat over bij mijn inleiding, in het raadsvoorstel slechts sprake is van drie onzekerheden die blijkbaar nauwelijks manifest geworden zijn. De tweede vraag is: was niet eerder bekend c.q. waren er ook geen eerdere signalen die hierop hebben geduid? Vindt er een regelmatige ambtelijke rapportage hierover aan het college plaats? We hebben het over ontwikkelingen in 2021 en de informatie kwam tot ons op 17 maart dit jaar, ’22, in ruwe vorm en werd 5 april wat gespecificeerd. De derde en laatste vraag van mijn kant, voorzitter, is: we lezen dat na verwerking van het rekeningenresultaat, de weerstandsratio op 0,42 uitkomt. Volgens de norm heeft dat de status van ruim onvoldoende. De vraag is dan ook, heeft u hierover al contact gehad

met de provincie, op welk moment is het aan de provincie om eventueel in te grijpen en wat zijn dan de eventuele gevolgen voor de gemeente c.q. de inwoners. Tot zover, voorzitter, mijn inbreng. De heer Nienhuis: Voorzitter? Als het mag. De voorzitter: In principe tijdens … De heer Nienhuis: Ik heb een verhelderende vraag, dat mag toch? De voorzitter: Ja. De heer Nienhuis: Ik heb een vraag, voorzitter, ik wil graag van mijnheer Zagt weten waarom mijnheer Zagt exact vraagt om een interpellatiedebat, waarom niet gewoon een vraag? Vragenhalfuur, dat hebben we ook, dat is ook een instrument van de raad. Ik ben benieuwd waarom die juist hiervoor kiest, voor een interpellatie. Dat is de vraag die ik heb, dat is een verduidelijkende vraag. De voorzitter: Mijnheer Zagt. De heer Zagt: Die zal ik beantwoorden, voorzitter, aan mijnheer Nienhuis. Wij hebben dat afgewogen, mijnheer Nienhuis, en interpellatie biedt gelegenheid voor alle partijen om daarover het woord te voeren, in tweede termijn alle fracties. In een interpellatiedebat is geen spreektijd aan de orde, nou, u kent mijn handicap. Voor het vragenhalfuur is wel spreektijd aan de orde. We zijn helemaal niet van zins om het zo lang te maken, dat heb ik al bij mijn introductie gezegd, maar we denken wel dat een vragenhalfuur wat te beperkt is en dat is in principe de vragensteller en dan de reactie van het college.

Nou, een interpellatie vinden wij, gelet op de enorme impact voor de gemeente van deze ontwikkeling, op dit moment het meest passend. De voorzitter: Goed. Voordat ik het woord geven aan de heer Poels, u zei het al, ik had verzuimd het te vermelden, tijdens het interpellatiedebat is inderdaad geen spreektijd van toepassing. Dat had ik u nog willen meegeven. Goed, het woord is aan u, mijnheer Poels van de PvdA-GroenLinks. De heer Poels: Dank u wel, voorzitter. Ik ga het hele verhaal van de heer Zagt uiteraard niet herhalen, ondanks dat het mijn spreektijd niet kost, maar het is natuurlijk wel zonde van deze gelegenheid. Voorzitter, ik wil heel even terug naar de algemene beschouwingen op de begroting 2022, die hebben we in 2015, in november 2021 hebben we die gehouden, dat is een kleine vijf maanden geleden en bij die aanbieding van die begroting zat een bericht, een soort persbericht van het college waarbij het college de begroting 2022 presenteerde als een stabiele begroting met een meerjarig positief resultaat. Wij hebben toen als fractie PvdA-GroenLinks gezegd, je moet maar durven. De financiële positie van Wijdemeren blijft onverkort kwetsbaar, daar verandert deze begroting niets aan. Dat was destijds bij de algemene beschouwingen. Maar goed, het college was optimistisch, stabiele begroting, meerjarig positief resultaat, dat was in november.

Voorzitter, dan krijgen we in maart en in april als raadsleden allerlei onheilsboodschappen over de financiële positie van de gemeente Wijdemeren. Wij vonden dat ernstige berichten. Dan verwachten we eigenlijk dat

het college snel een bijeenkomst plant om ons te informeren over de achtergronden en de analyses van die tekorten die gepresenteerd zijn. Maar nee, er verschijnen enige raadinformatiebrieven met weinig achtergrond. Dan kom ik even op het verhaal van de heer Nienhuis, dan rest ons niet zo heel veel om zelf op zoek te gaan naar achtergrond en analyse, maar vanwege het spoedeisende karakter is een interpellatiedebat dan, naar onze mening, een goed instrument. Het geeft de raad kans relevante vragen te stellen en het college de gelegenheid om uitgebreid antwoord te geven, in het openbaar, zodat ook onze inwoners weten hoe de vork in de steel zit. Daar is het onderwerp belangrijk genoeg voor. Voorzitter, dat even aanvullend aan het verhaal van de heer Zagt over de noodzaak en de keuze voor een interpellatiedebat, met de randvoorwaarden die de heer Zagt ook al heeft geformuleerd. Voorzitter, de vragen vier tot en met negen, zal ik eventjes voorlezen, hebben vooral betrekking op een nadere analyse van dat rekening resultaat 2021. Ik lees ze snel even met u door. Vraag vier, woensdag 16 maart ‘22 waren de verkiezingen. De wethouder informeerde de lijsttrekkers de dag erna, op donderdag 17 maart.

Vraag, klopt het dat tijdens de collegevergadering van dinsdag 15 maart dit ook al bekend was en waarom is ervoor gekozen om dit niet direct dinsdag naar buiten te brengen? Vraag vijf, uit de analyse van het tekort over 2021 blijkt dat het overgrote deel om incidentele tegenvallers gaat. Welk deel en hoe groot is het structurele deel? Vraag zes, waaruit bestaat het tekort van 250.000 euro veroorzaakt door het vastgoed binnen het sociaal domein? Vraag zeven, voor uitvoering van het beleid in het sociaal domein is in vier maanden tijd, sterker nog, in krap twee maanden na de bespreking in november een nadeel van 150 k ontstaan. Wat is hiervan de oorzaak? Acht, was het onderhoudswerk voor 200 k in de openbare ruimte niet noodzakelijk? Op grond van welke argumentatie is een streep door het budget gegaan? Dat was vraag acht. En negen, wat betekent, ik quote, een tekort op de overheadkosten van 250.000 euro die bestaat uit hogere kosten vanwege personeelszaken en ICT? Dat waren de vragen vier tot en met negen vanuit de fractie PvdA-GroenLinks. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kaper van de ChristenUnie. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter.

Ja, de zorgen over de financiële situatie van de gemeente worden denk ik niet alleen door ons hier gedeeld, maar ook de inwoners die dat in de krant lezen en ook door de gemeente daarvan op de hoogte worden gesteld. De ChristenUnie vindt het gepast om aan het college om duiding te vragen om wat meer uitleg te geven. Onze vragen zullen met name gaan over een doorkijk naar het lopende jaar. Ik denk dat wij als raad en ook straks met het nieuwe college heel graag verder willen bouwen aan de stabiliteit van de gemeente. Dat doen we voor onze inwoners. We willen vooruit. Maar daarom hebben wij nog wel een aantal vragen zodat we ook met die kennis vooruit kunnen met elkaar. Vraag tien tot en met zeventien zal ik nu voorlezen. Vraag tien, welke maatregelen heeft u ondertussen afgekondigd binnen de gemeentelijke organisatie vanwege de huidige en de te verwachten financiële problemen? Vraag elf, u verwacht een tekort van 500 k op personeel vanwege hoge inhuurkosten door krapte op de arbeidsmarkt en ziekte. Maar u meldt ook al voortgang te hebben geboekt van achttien naar tien vacatures. Valt het tekort daarom lager uit en hoeveel? Waarom is er geen voorziening opgenomen voor de wettelijke verplichtingen met betrekking tot wethouders, terwijl algemeen bekend was dat de verkiezingen van 16 maart 2022 er aankwamen? Vraag dertien, u stelt dat bij de vaststelling van de begroting

2022 enkele posten genoemd zijn die ingebracht moeten worden bij de voorjaarsnota van 2022. Welke posten zijn dit en welke bedragen zijn daarbij aan de orde? Vraag veertien, het valt ons op dat kosten verschillende keren niet begroot of verkeerd verwerkt zijn. Houdt u zich niet aan het voorzichtigheidsbeginsel en dat wil zeggen dat je opbrengsten pas meerekent als ze zeker zijn en kosten opneemt als er een vermoeden is dat je ze moet maken? Vraag vijftien sla ik even over, want die is zojuist de wethouder al beantwoord. Vraag zestien, hoeveel kosten zijn er tot aan vandaag gemaakt voor de opvang van de Oekraïense vluchtelingen en welk bedrag verwacht u nog dit jaar? Hoeveel fte van het vaste personeel is op dit moment ingezet voor de Oekraïense opvang? Vraag zeventien, wanneer kan duidelijkheid worden verschaft over de hoogte van de dekking door het Rijk voor de kosten die gemaakt worden voor de opvang van vluchtelingen? Tot zover, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef wethouder Kea het woord voor de beantwoording vanuit het college. Wethouder Kea zal de beantwoording verzorgen van alle vragen met uitzondering van de vragen die betrekking hebben op de kosten in relatie tot de Oekraïne. Daar zal ik zelf antwoord op geven. Er is op het moment geen vicevoorzitter, maar ik neem aan dat u mij als raad toestaat om dat vanuit deze positie gewoon te beantwoorden.

Dank u wel, ik zie knikkende gezichten. Goed, wethouder Kea, aan u het woord. De heer Kea: Ja, voorzitter, dank u wel. Dank ook voor de vragen. U staat me toe dat ik de antwoorden voorlees, want het gaat nu even om de punten en de komma’s. Vraag een. Uw vraag over het grote verschil dat opgetreden is na de najaarsrapportage 2021 en het feit dat de risico’s toen benoemd niet te voorschijn zijn gekomen, om het zo maar te zeggen. Het gaat, als je kijkt naar de verschillen, het gaat echt om enkele grotere onvoorziene tegenvallers die het verschil gemaakt hebben. De jaarlijkse verplichte bijstelling van de opbrengsten vanwege grondexploitatie wordt als onderdeel van de voorbereiding van de jaarrekening na afronding van het jaar opgesteld. De tegenvaller daarin, in de grondexploitatie is meer dan de helft van het opgetreden verschil. Dat zijn nog niet kosten die we al gemaakt hebben, maar het is een inschatting over de kosten die we nog moeten maken en waarvoor we ... Die we dus vorig jaar als resultaat al moeten nemen. Het is niet dat dat geld al weg is, maar het is gewoon een voorziening die we moeten treffen. Het risico van hogere kosten jeugdwet en Wmo is wel degelijk in de najaarsrapportage benoemd en die heeft inderdaad een verdere stijging laten zien van 170.000 euro sinds de najaarsrapportage. Ik kom daar onder vraag zeven nog heel even op terug.

Vraag twee, was dat niet eerder bekend en vind er geen regelmatige rapportage plaats? Nee, dit was inderdaad niet eerder bekend. Ik schetste u net even het beeld over hoe die grex tot stand komt en u weet ook dat tussen de najaarsrapportage en de jaarrekening er geen formele integrale rapportage is. Er zijn wel uiteraard de reguliere budgetgesprekken tussen de teammanagers en de financiële afdeling. Daar zijn geen grote verschillen, althans, dat heeft niet tot ernstige signalen geleid naar het college. Uw vraag over de weerstandratio van 0,42 en de effecten daarvan. Nee, we hebben hierover geen contact gehad met de provincie. Dat hoeft ook niet omdat de meerjarenbegroting daar op dit moment geen aanleiding toe geeft. Gemeenten moeten eerst zelf hun financiële problemen zien op te lossen en waaronder het maximaal benutten van de belastingcapaciteit, bijvoorbeeld. Alleen als een gemeente over een

langere periode geen sluitende begroting kan laten zien, dan kan de gemeente onder preventief toezicht worden gesteld door de provincie. Wanneer een gemeente over een langere tijd grote financiële tekorten op de begroting heeft en dus de meerjarige begroting niet sluitend kan krijgen, dan kan een gemeente extra middelen vragen uit het gemeentefonds en dan levert inderdaad de gemeente haar financiële zelfstandigheid voor een gedeelte in. Maar daar zijn we dus nog niet. Dan ga ik naar de vragen van mijnheer Poels, de vraag over wist u niet … U wist op dinsdag, de timing van de mededeling over … De eerste mededeling over de jaarrekening. Op dinsdag 15 maart, in de collegevergadering van dinsdag 15 maart, was er een indicatief voorlopig resultaat. U kunt zich voorstellen dat het college een zelfde schok kreeg als u en dat op dat moment gewoon er onvoldoende duidelijkheid was naar de leden van het college om dat resultaat, ik kan bijna zeggen, te accepteren. We hebben toen een aantal vragen teruggelegd aan de financiële afdeling en we hebben op dat moment ook een extra collegevergadering op de zeventiende ingepland, op de donderdag, om hier duiding over te geven, want het was juist onze bedoeling om zo snel mogelijk de nieuwe raad via de lijsttrekkers op dat moment, te informeren want het is natuurlijk essentiële cruciale informatie voor de coalitievorming.

Daarom is die op dat moment op 17 maart geweest. Daar hebben we moeten constateren dat het inderdaad rond die 1,1 miljoen lag en heb ik u ook al telefonisch geïnformeerd en hebben we die RIB uitgestuurd. Vraag vijf, in hoeverre zijn de verschillen inderdaad structureel of incidenteel. Ja, op dit moment is nog niet goed te bepalen welke structurele effecten er voortvloeien uit de uitvoering van de Wmo en de jeugdwet. U kent het probleem dat we daar eigenlijk altijd hebben. We hebben een actie lopen, dat weet u ook, samen onder leiding van Rosalie, van de wethouder, moet ik zeggen, om in het sociaal domein kosten te besparen. Dat loopt ook volop, dus dat gaat gewoon door. Wat we ook zien is dat de cao voor gemeentes vrij fors verhoogd is en die doorrekening moeten we nog maken, maar die komt dan in de voorjaarsnota. Dan vraag zes, de 250.000 euro veroorzaakt door het vastgoed in het sociaal domein. Dat is, dan krijgt u een heel technisch verhaal, het betreft hier geplande en uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden aan maatschappelijk vastgoed waarbij het opmaken van de jaarcijfers bleek dat die niet goed waren verwerkt. Bij het opstellen van de begroting 2021 is bij de doorbelasting van de kosten van de sporthallen abusievelijk de reserve mutatie groot onderhoud in minderheid gebracht op de kosten en dan praten we over een dikke 110.000 euro.

Dat is gewoon een technische fout in de opstelling van de begroting. Vervolgens zijn in de najaarsnota de kapitaallasten huisvesting onderwijs verlaagd, maar er is verzuimd op dat moment ook de bijbehorende reserve af te ramen en dat betreft een bedrag van een dikke 75.000 euro. Dus we hebben het echt over gewoon technische fouten gemaakt in de begroting en in de najaarsnota. Ja, dan hebben we het over die 150 k, dat is vraag zeven, die is ontstaan in het sociaal domein. Dat betreft echt een overschrijding vanwege de uitvoering van de jeugdwet. U weet dat die kosten vaak na-ijlen en dat je daar vrij laat achter komt. Vraag acht was het onderhoudswerk voor die 200.000 euro in de openbare ruimte niet noodzakelijk? Ja, het geplande werk is niet uitgevoerd vanwege vertraging in de voorbereidingen met name ook weer door de krapte in het ambtelijk apparaat. Dit werk wordt doorgeschoven en blijft uiteraard noodzakelijk om uit te voeren. Dus dat werk moet wel degelijk uitgevoerd, het is alleen vertraagd en daardoor niet uitgevoerd. Vraag negen, een tekort op overhead en ICT. Hier betreft het aangegane personele verplichtingen en de noodzakelijke uitvoer van een aantal contracten, waaronder gestegen licentiekosten. Dan krijgen we vraag tien, welke

maatregelen heeft het college inmiddels afgekondigd? Zoals gezegd, uit de analyse blijkt dat we het nu hebben over incidentele tegenvallers, voornamelijk en die niet doorwerken op de lopende begroting 2022. Dat betekent dat we de geldende en de gewone normale budgetdiscipline op dit moment aanhouden en dat er geen extra maatregelen zijn afgekondigd. Wat we wel gedaan hebben is de beheersing van de inhuur behoorlijk aangescherpt met een veel centralere aansturing en ook een inhuurmonitor waarop we heel strak bijhouden waar en ook proberen vooruit te kijken wat we met de inhuur doen. De kosten weerzien sociaal domein hebben we het al over gehad. We hebben RIB-’s verzonden om op zo’n vroeg mogelijk moment de coalitievormende partijen te informeren zodat bij het opstellen van het programma rekening gehouden kan worden met de situatie en met de signalen. In de reguliere planning en controlcyclus vormen de jaarrekening en de voorjaarsnota de basis voor de begroting voor het volgend jaar. In die begroting worden dan de maatregelen opgenomen om financieel bij te sturen. Juist vanwege de verkiezingen zijn we er eigenlijk op aan het vooruitlopen om een aantal signalen vast richting die voorjaarsnota af te geven, maar we hebben natuurlijk nog niet het totale plaatje.

Dan vraag elf, het tekort van 500.000 euro op inhuur en waarom, als u al tien van de achttien vacatures heeft ingevuld, zien we daar iets van terug. Bij de voorjaarsnota weten we echt, ik zei net al, we lopen er nu op vooruit dus we hebben nog niet alles beet. De maatregelen die worden genomen om inhuur verder terug te brengen door het invullen van vacatures en het beter sturen, is dan beter door te rekenen voor de rest van het jaar. Het huidige beeld laat nog steeds zien dat we er heel moeilijk in slagen om cruciale vacatures in te vullen. In de opening schetste ik al het probleem waar we toch echt mee zitten en als je kijkt in de markt van inhuur zie je twee dingen, er is heel beperkt aanbod en de tarieven stijgen, en niet zo’n beetje. Daarmee hebben we gewoon op dit moment is dit de huidige prognose en zullen we in de voorjaarsnota terugkomen met een actuele status. Dan vraag twaalf, waarom is er geen voorziening opgenomen voor de wettelijke verplichting in verband met vertrekkende wethouders? Dat zijn kosten die we, anders dan bijvoorbeeld pensioenen, niet als een voorziening opnemen vanwege de grote onzekerheden die eraan kleven. A, je weet niet hoeveel wethouders wel of niet terug komen en je weet ook niet hoe lang wethouders een eventuele overbrugging nodig zullen gaan hebben. Daarmee wordt die niet meegenomen in een voorziening.

Vraag dertien over de begroting 2022 en posten die meegenomen zouden gaan worden in de voorjaarsnota 2022. Ja, het betreft hier een aantal posten binnen bestuur en burger die verbonden zijn aan het uitvoeren van een paar wettelijke verplichtingen en dan hebben we de wet open overheid, de wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer en we hebben het over de tweede fase implementatie elektronische publicaties, totaal een bijna 60.000 euro. Daarnaast, en dat stond ook al in de begroting 2022, zijn er een aantal activiteiten op het gebied van veiligheid, toezicht en handhaving die in de voorjaarsnota ingebracht zouden worden, dat stond dan in de begroting. Daar zijn we op dit moment, de hoogte is op dit moment nog niet vastgesteld. Dat komt ook bij de voorjaarsnota. Dan vraag veertien, dat we zien dat soms kosten niet begroot of verkeerd verwerkt zijn, ik heb u net twee voorbeelden gegeven. Ja, we proberen natuurlijk zo realistisch mogelijk te begroten en als je ook kijkt, dan probeer ik niet, ik probeer niets te vergoelijken, maar als je kijkt naar de totale afwijking, wijken we twee procent af op het totale budgetbedrag. Dat is op zich, en dan kan je je voorstellen, als je een paar grote plukken hebt, dan is de rest relatief klein, dus dan zie je die toch niet zo heel snel. Weer, ik probeer niet te bagatelliseren waar we voor staan. We zien dus echt dat de geconstateerde

tegenvallers echt onvoorzien, incidenteel en eigenlijk beperkt zijn in aantal. De voorjaarsnota, zoals gezegd, met alle hens aan dek gaan we die proberen medio juli aan u voor te leggen. Dan hebben de vraag over de Oekraïne. De voorzitter: Ik kijk nog even rond of er verhelderende vragen zijn aan wethouder Kea, voor we … Ja? Mijnheer Zagt. De heer Zagt: Ja, ik wist niet precies hoe u het wilde, voorzitter, maar het leek me handig voor de heer Kea om eerst zijn antwoorden te laten horen. Bij vraag een, die 500.000 euro van de grondexploitatie, mijnheer Kea, voorzitter, sorry. Daar zei de wethouder, dat is een inschatting van de kosten die nog gemaakt moeten worden. Dus even voor de duidelijkheid, het betreft geen gemaakte kosten in 2021? Dat is de verhelderende vraag. De voorzitter: Wethouder Kea. De heer Kea: Volgens mij is dat een combinatie van de beide. Zowel een stuk wat dit jaar, wat in ‘21 uitgegeven is. Ik krijg een signaal van niet, nee, het is volledige voorziening voor nog te maken kosten. De heer Zagt: Oké. Dus de gemaakte kosten, voorzitter … De heer Kea: Zitten erin. De heer Zagt: Die zitten op een andere manier in de jaarrekening, in het voorlopige resultaat versleuteld. Ja, dan bij vraag twee daar ging het over signalen en rapportage. Voorzitter, dan noemt de wethouder de formele rapportages, de najaarsnota en de jaarrekening.

Nou, dat zijn natuurlijk inderdaad de formele rapportages ook richting de gemeenteraad, maar de wethouder zegt ook, er zijn geen ernstige signalen naar het college gekomen, terwijl er toch een paar flinke incidentele dingen zijn opgetreden. Heeft dat ook te maken met de bemensing, de capaciteit van de organisatie? De voorzitter: Wethouder Kea. De heer Kea: Ja, voorzitter, dat heeft zeer zeker ook met de krapte in de afdeling financiën te maken, maar het is niet zo dat, wat ik al eerder zei, we praten echt over een aantal grote plukken, dat die in de reguliere ongoing business, om het zo maar te zeggen, zitten niet heel veel heel grote afwijkingen. Daarmee is in die gesprekken tussen de teamleiders en de afdeling financiën, zijn daar niet opeens heel grote dingen uit gekomen. Dat kan pas met de grex die, zoals u weet, begin dit jaar en dat zie je pas als je gaat boeken dat je op een gegeven moment ziet, he, er zit een fout in de begroting of wat dan ook. Dus dat valt op dat moment niet op. De heer Zagt: Dan zou ik eventueel nog twee vragen hebben over de antwoorden op vraag zes en acht, maar dat zijn vragen van de heer Poels en ik wil niet het gras voor zijn voeten wegmaaien.

De heer Poels: Geheel terecht, de heer Zagt, ja. De voorzitter: Nou, geef ik nu het woord aan de heer Poels dan? De heer Poels: Ik heb alleen maar een vraag over vraag acht, voorzitter. Want de crux van deze vraag had natuurlijk te maken met het feit dat die twee ton als een voordeel werd gepresenteerd in uw RIB. Het is een voordeel dat er 200.000 euro niet wordt uitgegeven, maar u geeft zelf aan volgend jaar of wanneer dan ook, want ik kan niet zien op welk onderhoudsprogramma dat betrekking heeft, maar wat is dan de term voordeel in de brief? Hij wordt onder de voordelen geschaard, maar het is in feite gewoon onderhoudswerk wat nog niet uitgevoerd is en wat volgend jaar zal worden. Wat is dan het voordeel in financiële termen? De heer Kea: Nou ja, dat je in de jaarrekening van ’21 die kosten niet gemaakt hebt en dat je in de normale onderhoudsvoorzieningen, ik kijk even naar achteren, die ook doorlopend in de komende jaren meegenomen zijn. Dus op dat moment heb je dat voordeel in dat jaar. De voorzitter: Nou, voldoende, mijnheer Poels. De heer Poels: Over vraag zes had ik geen opmerking, maar als de heer Zagt dat wil, is hij natuurlijk van harte welkom. De voorzitter: Ja, mijnheer Zagt. De heer Zagt: Nou, eerst nog even over acht, mijnheer Poels.

Wij zijn volgens mij gewend, als we iets niet realiseren terwijl het toch het volgende jaar mee gedaan moet worden, om dan bij de resultaatbestemming dat budget over te hevelen. De heer Kea: We hebben nog geen resultaatbestemming gedaan. De heer Zagt: Nee, maar als we dat zouden doen, dan wordt het rekeningresultaat van 2021, zoals nu voorlopig gepresenteerd is, nog een keer dat bedrag lager. Dus dat is denk ik wat mijnheer Poels bedoelt. Als het werk wel uitgevoerd moet worden, ja, dan kan je nu een streep door het budget halen maar dan het volgend jaar moet het weer op tafel komen. Waar komt het dan vandaan? De voorzitter: Wethouder Kea? De heer Kea: Sorry, ik was even … De voorzitter: Ja, nee, ik begrijp het. De heer Kea: Inderdaad, als je het in de resultaatbestemming zo mee neemt, dan wordt het tekort twee ton hoger. Dat klopt. De voorzitter: Mijnheer Zagt, u had nog twee vragen, dacht ik.

De heer Zagt: Nou, nog een nu. De laatste vraag gaat over nummer zes. Nou, ik ben blij, het is een duidelijk antwoord dat het een technische fout is, mijnheer Kea. Sorry, voorzitter, ik moet u aanspreken. Een technische fout. Kijk, dit was zo’n een beetje een cryptisch omschrijving dat je denkt, 250.000 euro tekort veroorzaakt door het vastgoed binnen het sociaal domein. Ja, dat roept allerlei gedachten op en eigenlijk is het antwoord heel simpel, maar dat is ook weer niet goed gezegd. Maar het is duidelijk een technische fout, ja, dat kan gebeuren. Als er gewerkt wordt, maak je fouten. Dus dan voor de uitleg. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog verhelderende vragen aan wethouder Kea? Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank voor de antwoorden. Ik had nog een aanvullende vraag over vraag twaalf, de voorziening voor wethouders die niet is opgenomen. Ik vroeg me even af, is dat gebruikelijk ook bij andere gemeenten, dat er dan geen voorziening wordt opgenomen, of kun je ook kijken naar een gemiddelde, dat je toch iets meeneemt? De heer Kea: Mijn informatie is dat het binnen gemeentes op verschillende manieren wordt opgelost. Er zijn inderdaad gemeentes die dat doen en er zijn gemeentes die dat niet doen en daar zijn wij er een van. Ja, zo simpel is het. Ik vroeg dat ook, namelijk. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording, wethouder Kea.

Goed, dan gaan we naar de vragen met betrekking tot de Oekraïne. Ja, een korte schets. Voorafgaande aan de beantwoording van een drietal vragen. Nou, zoals u weet, op 24 februari werden we allemaal opgeschrikt door de Russische invasie in de Oekraïne en de oorlog die daarna is ontstaan. Vervolgens is een grote vluchtelingenstroom op gang gekomen in Europa. Ik hoef u dat allemaal niet te vertellen. De verwachting was dat er een groot aantal vluchtelingen ook naar Nederland zouden komen. In navolging op die verwachting heeft staatssecretaris Van den Burg samen met het kabinet besloten dat de veiligheidsregio’s ieder 2000 opvangplekken moesten realiseren voor de opvang van de Oekraïense vluchtelingen en enige tijd daarna hebben burgemeesters via de noodwet, gebruik maken van de noodwet, de wettelijke plicht gekregen ook om die huisvesting te realiseren. De huisvesting en de voorzieningen. Nou, zoals gezegd, onverwachts is er een oorlog ontstaan in Europa. Wij zijn geconfronteerd met een grote humanitaire crisis en een grote vluchtelingenstroom en het is, denk ik, belangrijk ook in de beantwoording dat u rekening houdt in dat kader dat we eigenlijk het huis aan het repareren zijn terwijl het regent en het stormt en we weten eigenlijk niet hoe lang het gaat duren. Dus voor gemeentes is het een lastige situatie, maar ook voor het rijk en ook voor de veiligheidsregio’s.

Dus ik ga u vertellen wat ik u ga vertellen, maar er zitten ook wel wat onzekerheden in. Ik hoor iemand iets zeggen, maar … Oh. Goed, u vraagt, uw eerste vraag is hoeveel fte van het vaste personeel is op dit moment ingezet voor de Oekraïne opvang. Op dit moment worden ongeveer vijftien medewerkers, dat is ongeveer acht fte, wordt ingezet voor de Oekraïneopvang. Als u het wil weten in uren, we gaan richting de 1000 uur per maand en wij verwachten nog een oploop naar 1250 uur per maand. In ieder geval in de periode tot en met juni. Dus wat ik u ga vertellen is een periode vanaf het begin tot en met juni, want dat is de scope waarover ik kan informeren op dit moment. Er wordt nu vanuit de crisisorganisatie gewerkt met vast personeel. Dat

gaat wel wijzigen. Wij gaan nu vast personeel verruilen voor inhuur, voor zover mogelijk, omdat de organisatie nu ook vastloopt op allerlei terreinen en zij moeten gewoon ontzorgd en verlicht worden. Dus dat gaat nu de komende weken plaatsvinden. Tot en met 15 april bedroegen de kosten ongeveer 54.000 euro, dat is exclusief de kosten voor de inzet van de gemeente, dus de personele uren die we overigens wel bijhouden en meerekenen in de totale kosten. Het is wel belangrijk dat u dat weet. 10.000 euro daarvan is daadwerkelijk betaald en de kosten voor de inzet van medewerkers uit de gemeente bedraagt tot nu toe ongeveer 105.000 euro. Dus ik gaf aan, we hebben een bepaalde scope, daar rekenen we mee tot en met juni. Dat heeft te maken met het feit dat de rijksoverheid heeft aangegeven dat alle kosten vergoed zullen worden door gemeenten, dat de gemeenten daar geen nadeel van mogen ondervinden en zij zijn bezig om steeds die regelingen tot stand te brengen, dus het duurt enige tijd. Zoals nu in de verzamelcirculaire en in overige brieven is gecommuniceerd en ook via het veiligheidsberaad, nu is er een compensatie mogelijk voor de duur van drie maanden, dat is tot en met juni. Daar is een compensatie van 700 euro per opvangplek per week. Dus kort gezegd, het is 100 euro per persoon per bed en dat is een gerealiseerde plek, ongeacht of die bezet is of niet.

Voorts is het ook zo dat wij de kosten van een realisatie van huisvesting of opvanglocaties, die worden via een andere declaratie dan verhaald op het Rijk. Dus het zit niet in het totaal van die 100 euro. Wij verwachten nog zo’n 74.000 euro aan kosten en dat zijn kosten … Dat is exclusief personeel en wij verwachten eigenlijk nog zo’n 235.000 euro extra aan kosten voor inhuur personeel. Als ik het eigenlijk uit elkaar zet voor u, dan lijkt het heel veel, maar het gaat om personele kosten, het gaat ook om de lasten van de leefgelduitkering, die zitten ook in dat bedrag, en de overige lasten. Dat is huur voor de locatie, gas, water, licht en dat soort overige kosten, daar moet u aan denken. Nou, als wij de totalen naast elkaar neerzetten, dan gaan we ervan uit dat met de vergoeding die we zullen krijgen vanuit het Rijk, op basis van de declaratie, dat wij dat kunnen bekostigen. Dat is een toezegging die is gedaan door het Rijk, het is ook gepubliceerd, die 100 euro per persoon per nacht en er is ook toegezegd, op verschillende wijzen, dat gemeenten geen nadeel zullen ondervinden van de opvang van de Oekraïners. Wat op het moment gaande is, is dat het Rijk nu aan het kijken is naar de werkelijke kosten, want die 100 euro is een inschatting geweest. Er is nu een onderzoek gaande naar de werkelijke kosten en dat zou kunnen leiden tot een aanpassing van het bedrag.

Dat kan hoger worden, dat kan lager worden, dat zullen we merken en het is ook onduidelijk of dat betekent dat er per 1 juli dan een ander bedrag zou komen, of dat het met terugwerkende kracht zal gebeuren. Dat is op dit moment niet duidelijk. Zoals wij nu omgaan met de bestede middelen hebben wij nog een marge, hebben wij nog ruimte, zeg maar, en de verwachte vergoeding en dat maakt dus dat ik optimistisch ben over wellicht het feit, over het scenario dat wij geen nadeel zullen ondervinden, financieel nadeel zullen ondervinden, tot nu toe, van onze inzet. Maar goed. U weet het, ik ben ook afhankelijk van de mate waarin het Rijk dan komt met die regelingen. Medio mei, is het de verwachting dat zij zullen komen met een nadere uitwerking van de overige regelingen en dan zal er ook meer helderheid komen over bijvoorbeeld de kosten die we maken in het kader van onderwijs, andere delen van het sociale domein, leerlingenvervoer, dat soort zaken. Dus dat wordt nog allemaal ontwikkeld door het Rijk, dat is nog niet klaar. Ik wil even kijken of ik alles wel heb verteld. Dus ik kan u niet vertellen over wat wij gaan doen over het hele jaar, dat heb ik aan u uitgelegd hoe dat komt. Verder is het zo dat wij krijgen de kosten vergoed voor leefgeld. We hebben twee verschillende soorten opvang, dat is de

gemeentelijke opvang en dat is de particuliere opvang. De kosten voor huisvesting bijvoorbeeld of het opknappen van ruimtes of dat soort zaken, dat wordt vergoed als er een kader is van de gemeentelijke opvang. Dat wordt niet vergoed in het kader van de particuliere opvang, dus dan geldt ook die norm van die 100 euro per persoon per nacht niet, voor de particuliere opvang. Wij ontvangen wel leefgeld, dus dat wordt wel vergoed voor de mensen in de particuliere opvang, dat vindt weer plaats via een andere declaratie. Het is nu nog niet helder in hoeverre er tegemoetkoming is in de kosten voor overige voorzieningen voor die doelgroep. Dat wordt naar verwachting ook half mei, voordat we meer inzage krijgen in de wijze waarop het Rijk ons tegemoet gaat komen. Dat gezegd hebbende, ook voor deze groep en de voorzieningen die wij al hebben gearrangeerd voor hen, blijven wij wel binnen de beschikbare budgetten zoals ze nu bekend zijn. Ja? Ben ik volledig geweest in mijn beantwoording, mevrouw Kaper? Zijn er nog verhelderende vragen? Mijnheer Poels. De heer Poels: Prima antwoord, voorzitter.

Er was nog een kleine detailvraag, de particuliere opvang, krijgen die op de een of andere manier een vergoeding? Want u begrijpt, de personen die het betreft, die krijgen leefgeld, dat begrijp ik, maar degene die de mensen opvangen, staat er nog een vorm van vergoeding, die privépersonen, staat daar nog een of andere vergoeding tegenover? De voorzitter: De leefgeldvergoeding voor hen kan uitgebreid worden met een soort toeslag voor huur als er sprake van is, maar die is niet gelijk aan een gewone huur van een huurwoning. Dus het is een kleine toeslag die ze daar voor kunnen ontvangen, voor het betalen van huur aan degene die dat verhuurt. Veelal zien we wel dat het gewoon om niet is. Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, ik had een vraag over een onderwerp wat u niet benoemd hebt. Deze kosten, houdt dat ook rekening met onderwijsvoorziening voor kinderen en taalonderwijs? De voorzitter: Ja, de kosten voor leerlingenvervoer, daar moet nog een verstrekking voor komen vanuit het Rijk. Ik kijk even naar de wethouder onderwijs of hij weet hoe het zit met de kosten van het taalonderwijs, dat loopt via de regio, namelijk. Voor de overige luisteraars, dat loopt via de regio, zoals dat heet, die organisatie en zij stellen een declaratie op voor die kosten en dat gaat richting Rijk.

De heer Roosenschoon: Toch nog een puntje extra, als het gaat om opvang juist van kinderen in onze eigen schoolgemeenschap, is daar iets voor voorzien? De voorzitter: Ja, zoals het nu geregeld is, die kinderen worden ingeschreven op onze scholen. Voorts worden ze dan weer doorgeleid naar de taalscholen bij ons in de regio en via de sociale wijkteams, want elk gezin of elk gezin, die krijgt ook een bezoek van een sociaal wijkteam van onze gemeente om te kijken, is er sprake van problematiek, hebben ze extra ondersteuning nodig? Dat soort gesprekken. Er wordt ook aangekaart of die kinderen nog op sport willen of een andere hobby. Wij proberen een zo regulier mogelijk leven, zeker voor de kinderen, te regelen. Er zijn ook gesprekken geweest met de sportvereniging, daar heeft wethouder Van Rijn ook ontzettend goed werking in verricht, om ervoor te zorgen dus dat kinderen overal welkom zijn en dat de kosten

daarvoor ook anders gedeclareerd worden. Niet zozeer bij de gemeente maar via andere wegen. Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, dank u wel voor de uiteenzetting. Kunt u ook aangeven hoeveel vluchtelingen er op dit moment in Wijdemeren worden opgenomen, of opgevangen, pardon? De voorzitter: Ja, we hebben op dit moment ongeveer 60 in de gemeentelijke opvangplekken en ongeveer een evenredig aantal en ongeveer een evenredig aantal in de particuliere opvangplaatsen. Niet alle … Het is niet ... Dus dat. Ja. Het kan zijn dat het aantal iets hoger is, omdat de inschrijving van de kinderen iets langer duurt. Goed, verder nog? Nee? En waar ik mee wil … Het is niet echt onderdeel van het interpellatiedebat maar ik heb al intern besproken, wij zijn bezig juist om een informatieavond inzake dit onderwerp op te stellen voor u als gemeenteraad. Dus over enige tijd, enkele weken, gaan we u nader informeren over dit onderwerp. Ja? Oké. Goed, dan gaan we naar onze tweede termijn. Wie wil het woord in tweede termijn? Ik schrijf het even op. Als ik handjes mag zien, dan ga ik het opschrijven. Klopt het dat ik hier de heer Nienhuis, de heer De Kruijff, mijnheer Poels en de heer Zagt zie? Ja, verder niemand? Oké. Dan begin ik met de heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Dank u wel, voorzitter. Het is een bijzondere dag, collega’s, voorzitter. Een bijzondere dag.

We hebben vandaag gaan wij een aantal mensen beledigen, commissieleden, heel belangrijk, voor ons allemaal. Maar het is ook een bijzondere dag, want wij hebben vandaag een interpellatiedebat. Dat is heel bijzonder, want de afgelopen periode hebben we dat niet gehad. Een jaar of zes geleden hebben we dat een keer gehad over wc’s, kan ik me herinneren. Dit is een heel zwaar middel en dit is ook heel bijzonder dat dat juist vandaag gedaan wordt op een tijdstip dat een college demissionair is. Dat is nog nooit in Nederland, ik heb het nagezocht, ik heb er ook even de archieven op nageslagen, nog nooit voorgekomen dat er een interpellatiedebat is geweest in een demissionair stadium van een college of van een … Ik heb het niet bij de Tweede Kamer gekeken, ik heb alleen maar op gemeenteland gekeken. Dus heel bijzonder. Dus daarom was mijn vraag ook direct van, waarom doet u dit? Want u zegt al van tevoren, ik wil de mensen op de publieke tribune niet teleurstellen, we gaan er geen halszaak van maken, want een interpellatiedebat eindigt vaak met een uitspraak van de raad. Maar die uitspraak, heeft mijnheer Zagt al gezegd, dat er geen uitspraak gevraagd gaat worden aan de raad, dat heeft hij in ieder geval ons aangekondigd. Dus het is heel bijzonder, dat het met spreektijd te maken heeft, het was een van de antwoorden die mijnheer Zagt gaf.

Mijnheer Poels die heeft er ook een eigen invulling aan gegeven, maar dit had gewoon op een heel keurige manier op het vragenhalfuur kunnen gebeuren. Dus de CDA-fractie is het eens met alle vragen, die vragen vonden we prima gesteld, niks aan de hand, alleen het middel interpellatiedebat vinden wij veel te zwaar, op dit moment. We hebben ook overwogen om mee te doen, eventueel, maar het slaat nergens op, want waarom, wat gaan we hiermee doen? Het is gewoon een vragenhalfuur, was het voor ons meer dan genoeg geweest. Ook hebben we met zijn alles gezien dat het van de week werd aangekondigd. Door de griffier kregen we keurig een mailtje dat het werd aangekondigd en ineens krijgen we een mailtje erbij, ja, oh, de ChristenUnie doet ook mee. Ik denk, oh, wat grappig dat ze ook ineens meedoen. Zijn ze wakker geworden, ik weet niet hoe dat gaat, maar ik ben benieuwd of u op een andere manier politiek gaat bedrijven, maar dat

verbaasde me ook, als ik eerlijk ben. Dus, nogmaals, de vragen zijn goed, alleen het zware middel, interpellatie, vinden wij gewoon veel te zwaar en op dit moment echt niet nodig. Dan, als ik dan terugga naar de beantwoording van de wethouder, hij heeft het over technische fouten. Mijnheer Zagt die zegt nou, dat vind ik een goed antwoord en ik ken mijnheer Zagt goed genoeg dat hij dat misschien wel zegt, maar aan de andere kant bedoelt hij eigenlijk van, kunnen we dat in de toekomst niet gaan voorkomen. Want technische fouten op deze manier, 250.000 euro, is op een begroting van de gemeente Wijdemeren gewoon ontzettend veel geld. Dus ik ben eigenlijk benieuwd of er al gewerkt wordt aan een beheersplan om dit soort dingen te voorkomen, want technische fouten kunnen wij gewoon ons niet meer permitteren. Dus ik zou zeggen, dames en heren, ga snel aan het werk voor een nieuwe coalitie, zorg dat de boel op orde komt en ik denk dat de vragen goed beantwoord worden. Dat is het voor ons in deze termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké, dan ga ik naar de heer Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, dank u wel. Dank aan de indieners voor de toelichting op de vragen. Dank aan de wethouder voor de beantwoording daarvan. Voor wat de VVD betreft zijn de antwoorden van de wethouder heel logisch.

Ik zou even willen inzoomen op … De indieners noemen actieve informatieplicht het momentum, het moment waarop het werd geïnformeerd aan de raad. Dan hoor ik de wethouder die zegt, 15 maart was er een indicatief voorlopig resultaat en er is zelfs een extra collegevergadering ingepland op 17 maart, 48 uur. Dan denk ik, mevrouw Kaper noemt het voorzichtigheidsbeginsel. Dank denk ik, daar wordt dan wel op die manier toch wel aan voldaan. Dat het college een extra collegevergadering inplant binnen 48 uur om toch zoveel mogelijk informatie op tafel te geven en dan vervolgens de lijsttrekkers informeert. Dus ik denk dat daar in ieder geval wel aan voldaan is. Wat mij alleen nog rest te zeggen is dat de financiële positie van gemeente Wijdemeren vinden wij natuurlijk absoluut ook niet leuk en daar moet de raad en het huidige college, maar ook het nieuwe college toch echt wel mee aan de slag en ik denk dat de duiding en uitleg van vanavond daar toch een bijdrage aan heeft geleverd. Tot zover, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Poels. De heer Poels: Voorzitter, dank u wel. Even natuurlijk reagerend op de heer Nienhuis, mooi dat wij staatsrechtelijk hier een unicum met elkaar presenteren, dat is mooi. Dus als u over een jaar googelt, dan staat daar de gemeente Wijdemeren die het gedurfd heeft om in deze periode een interpellatiedebat ...

Ja, het moge duidelijk zijn, voorzitter, ik verschil van mening a over de zwaarte van het interpellatiedebat. Daar kunnen we het wel eens over hebben, het interpellatiedebat is niet zo zwaar als dat we altijd vinden dat het gedaan moet worden. Dat wil ik wel eens een keer met u een borrel over drinken. Maar zelfs al zou het waar zijn, voorzitter, en dat is niet zo, dan vind ik het onderwerp en het tempo waarin de … De heer Nienhuis: Voorzitter?

De heer Poels: Ik maak even mijn zin af. Het tempo waarin de financiële positie van deze gemeente in een periode van vijf maanden en de manier waarop die verslechterd is, vind ik een urgent probleem. Nou, als iets van toepassing is op het interpellatiedebat, dan is het spoed, dan is het urgentie. Ik weet dat in een aantal gemeenten een interpellatiedebat, ik wil niet zeggen een normale vorm van debatteren is met elkaar, maar niet zo, ik zou bijna zeggen, besmet is, tussen aanhalingstekens, met het woord dat het een heel zwaarwegend argument is. Dus ik deel niet uw mening, ik vind het onderwerp zwaar genoeg voor een interpellatiedebat. Wat mij betreft kan dat zonder motie of wat dan ook, want ik ken uw verhaal, vaak komt er na afloop een motie van puntje, puntje, puntje. Zijn we op geen enkel moment van zins geweest. Het was wel een momentum duiden van een tempo waarin en het moment waarop die financiële positie op tafel kwam. Dat wou ik eventjes duiden en daar zullen we het niet met elkaar over eens worden, denk ik. De voorzitter: Er is nog wel een interruptie van de heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Natuurlijk verschil ik van mening, het is het zwaarste instrument dat we bijna hebben, als gemeenteraad, voorzitter. Dat wil ik mijnheer Poels even meegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11458379/1