CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie Transcript

gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening24.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4 alinea's met “vreemd”: 8 116 123 127

Voorgesteld wordt: punt 1, kennis te nemen van het aanvullend advies van VVN, 2, een krediet beschikbaar te stellen van 100.000 euro voor kortetermijnmaatregelen voor verbetering van de verkeersveiligheid rondom de Smidsbrug, 3, de kapitaalslasten van gemiddeld 5.500 euro te dekken uit de reserve rationaal wegbeheer. Er zijn amendementen aangekondigd, het CDA en De Lokale Partij hebben een amendement en een motie aangekondigd. Goed. Wie zal ik eerst het woord geven aangaande het amendement? Ja, de heer Torsing. De heer Torsing: Ja, dank u wel voorzitter. Ten eerste wil ik even een opmerking maken dat uit het raadsvoorstel staat nog steeds 18 november 2021, had in de commissie ook gezegd dat dat … Maar ik neem aan dat dat nog wel aange… Ja, het staat er nog, maar goed. Maakt niet uit, we gaan verder. Oké. De CDAfractie is niet tegen participatie over veiligheid op de Smidsbrug. We zijn wel tegen het vrijgeven van een bedrag met een limiet van 75.000 euro. Het raadsvoorstel, wat is het probleem? Als ik het een beetje met mijn eigen woorden vertel is het negeren van het rode stoplicht, en dat is ook door ons als fractie geconstateerd, en dan met grote vaart de Kerklaan op waar de auto’s richting de Smidsbrug in de file staan en links worden gepasseerd om de Emmaweg rechtsaf of Koninginneweg linksaf op te gaan. Gevolg: fietsers klem, auto’s neus aan neus.

Ik kom er bij de motie nog eventjes op terug, moet ik de motie eigenlijk ook daarna gelijk behandelen of komt dat later, voorzitter? De voorzitter: Van mij mag dat. Ja, pak ze allebei tegelijk. De heer Torsing: O, oké. Ik weet niet of dat heel handig is, maar … De voorzitter: Nou ja.

De heer Torsing: Oké, oké. Prima. De voorzitter: Wat u wilt, als u zegt: ik wil eerst het amendement doen, dan ga ik weer naar Lokaal … De heer Torsing: Nee, nee, nee, nee hoor, ik ga verder met mijn verhaal. De voorzitter: Oké. De heer Torsing: Nou, de oorzaak, het rood licht negeren, en er staat nog in het raadsvoorstel geen goede doorstroming. Het raadsvoorstel is ook een beetje doorspekt met het woord Zuidsingel fase 8, en dat is niet goed. Je vraagt om verkeersveiligheid, als ik de kop en het voorstel zie met het conceptbesluit wat er is. Of is het wel de vraag of er meer verkeer overheen kan, want dan krijgen we een ander voorstel, dat is mijn vraag voor de wethouder, is ook de enige vraag die ik heb, van vraagt u nu om doorstroming of vraagt u om verkeersveiligheid? Doorstroom, ook wat de inspreker op de commissie heeft gezegd, dat geeft, is de CDAfractie ook helemaal mee eens, geeft een aanzuigende werking en dit is volgens ons ook echt ongewenst. Je kan voorstellen als je daar een makkelijke doorstroming hebt dat er meer verkeer komt richting Hilversum, dus meer drukte op de Noordereind, Zuidereind, dus dat vinden wij ongewenst. Een file op zich, staat ook in het raadsvoorstel, kan eigenlijk nooit een gevaarlijke situatie opleveren.

File is dat de autootjes aan elkaar aansluiten of opvolgen, weet je dat is een file, André van Duin heeft er ooit nog eens een liedje over gemaakt. Wat wel gevaarlijk is natuurlijk het gedrag in de file, dat er omheen rijden. Daar zou op gecontroleerd moeten worden. Wijzelf als fractie vinden de Smidsbrug een overzichtelijk kruispunt, en een van de weinigen, volgens mij is het het enige kruispunt met stoplichten in Wijdemeren, als je niet nagaat dat er ook op de Loodijk en op de Vreelandseweg met provinciale wegen meetelt, want dat is volgens ons, maar als het anders is hoor ik het graag want ik kom niet zo vaak in Loosdrecht, of ‘…’ is. Dan zeg ik het … Nee, waar was ik ook alweer gebleven, ik was bij de stoplichten hè, wij vinden ‘…’ hè, ja. Het prioriteren van de Smidsbrug geeft aan dat dit het gevaarlijkste punt is, en dat lijkt ons, en dat is ook de inspreker, tekort doen aan alle andere punten aangegeven rondom de vaartwegen als voorbeeld. Ga verder, met spoed zou ik zeggen, met een mobiliteitsplan 2045, deel B en C moeten nog gemaakt worden. Geen hapsnapwerk. Participeren over de situatie rondom de Smidsbrug juichen wij toe. Deze participatie echter beperken met een bedrag van 75K, 75.000 euro, is jammer.

Je zag het met het vorige voorstel ook waar we net over gesproken hebben, op het moment dat het over geld gaat is elke discussie en elke creativiteit is dood, want dan gaat het alleen … Er zitten hier ook een paar boekhouders in de zaal en dan weet je wel, als je lekker bezig bent met nadenken, benen op tafel en hoe zou het kunnen komen, zo gauw het over geld gaat … En het is belangrijk, maar het is jammer dat het vaak een hoofddoel is. Dat is hier ook. Stel, er komt een briljant voorstel uit de participatie en die kost ons 200K, 200.000 euro, sorry, dan moeten we daar serieus naar kijken. Je beperken met een geldbedrag staat ter discussie, dat zeg ik net al, en doordat er 75K leidraad is, is dat zonde. Vandaar dat we dit amendement ook gemaakt hebben, dus jullie kunnen het zelf lezen om die participatie wel door te laten gaan maar niet het geld te koppelen aan een plan. Misschien wil mijnheer Zagt over dit punt even aanvullen of heb ik wat gemist, of moet ik eerst de motie maar doen? De voorzitter: Maar wellicht wilt u wel, wilt u de twee punten even voorlezen die u wilt wijzigen, te wijzigen in. De heer Torsing: Te wijzigen in: een krediet beschikbaar te stellen van 25.000 euro voor participatieproject verbetering van de verkeersveiligheid rondom de Smidsbrug, en de kosten te dekken uit de reserve rationaal wegbeheer. De voorzitter: Ja.

De heer Torsing: Ja? De voorzitter: En dan uw motie. De heer Torsing: De motie. Ja, de motie, is ook wel weer … Ja, ik zat eventjes op Facebook te kijken en daar was er een boertje bij ons uit het dorp, ik mag geen namen noemen, die heeft wat schaapjes en wat koetjes, en die zegt: Eric, als je niet wil dat ze door het rode stoplicht heen rijden moet je ze weghalen. Maar dat is niet de bedoeling. Als dat het probleem is … Uit het onderzoek blijkt dat het negeren van het rode stoplicht gevaarlijkere situaties oplevert. Iedereen hier beaamt en begrijpt dit. Het is actueel op dit moment omdat de G4, waar wij niet bij horen ondanks dat je … Bijna hè, je zou, we hebben wel heel groot oppervlakte maar ja, ze hebben ons niet uitgenodigd. De verkeersveiligheid te stellen boven het aantal ongevallen. En dat lijkt me logisch, als je dat hoort dan denk je ja, dat is logica. Logica, zie de memo ook die we hebben gehad over van de organisatie. En ook wat ik hoor soms van lang zittende raadsleden hoor, dat het allemaal niet kan, en dan denk ik: wij zijn toch hier met zijn allen de gemeente? Wij zijn hier toch met zijn allen Nederland? Een flitspaal kost 43K. Hoe kan dit, dat we die paal niet krijgen? En daar heb ik een motie over gemaakt, dat er flitspalen moeten komen. Moet ik hem voorlezen, voorzitter? Nee hè. De voorzitter: Eigenlijk hoort het wel maar het is wel duidelijk.

Misschien wil mijnheer Zagt u tegemoet komen en daar het dictum van voorlezen. Ja, precies, dan deelt u het leed van het voorlezen. Mijnheer Zagt, als u de motie even het dictum daarvan voorleest. Goed. De heer Zagt: Nou, ik wil hem wel voorlezen als het van de tijd van het CDA af gaat. Kijk, zo kunnen we zaken doen, voorzitter. Even kort nog over het amendement, de heer Torsing heeft het uitstekend verwoord, ik vond het ook in de commissie prachtig dat de heer Torsing en onze fractiemedewerker, moet altijd nadenken over de achternaam, mijnheer Den Hartog. Mijnheer Den Hartog. De voorzitter: Mijnheer Zagt, heel even, heel even … Ik geloof dat er iets niet helemaal goed gaat met de tijd. Ja, gaat nu goed? Hij gaat nu goed? Oké. Mijnheer Zagt, gaat u verder. De heer Zagt: Ja, die vonden elkaar behoorlijk qua betogen en wat daaruit gekomen is met qua amendement en motie … De heer Voigt: Voorzitter, u moet even het … Er is afgesproken dat het voorlezen van de motie van de tijd van het CDA af ging. En de heer Zagt is nu bezig met het amendement, dus … Tijd bij CDA stopzetten en bij De Lokale Partij aan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voigt. Ik kan het niet zien, voor de luisteraars thuis, want het staat achter mij, dus goed. De griffie, ja? Oké. Gaat u verder, mijnheer Zagt. De heer Zagt: Ik zal verdergaan en als ik de motie voor ga lezen zal ik dat duidelijk bekendmaken.

Ja, de partijen vonden elkaar dus tijdens commissiebehandeling. Nou, daar is dit amendement uitgekomen. De heer Torsing heeft uitstekend de argumentatie verwoord. Wij zien ook de strijd zeg maar in het raadsvoorstel tussen verkeersveiligheid en doorstroming. Nou, je zou bijna zeggen: dat lijken twee grootheden die elkaar nogal eens bijten, en ook indachtig de inspreker en de andere geluiden die we natuurlijk al, nou, jaren maar in ieder geval de laatste twee jaar ook weer horen, gelet op alle voorstellen, is van kijk er nou vooral eens integraal naar. En dat hoor ik ook een beetje in het betoog van de heer Torsing, van ja, en wat daar dan uitkomt dat weet je helemaal niet wat dat gaat kosten, dus wacht dat af. Dus alleen participeren. Nou, dat het

college best goed mee mag geven binnen welke kaders dat moet plaats gaan vinden dat staat met zoveel woorden in het raadsvoorstel. Ik denk dat het wel wenselijk is inderdaad dat die werkgroep die dan aan de slag moet gaan wat richtlijnen meekrijgt. Dan ga ik nu de motie voorlezen, voorzitter. Moet ik hem even opzoeken. De voorzitter: Heel goed. De heer Zagt: Dat gaat van de tijd van het CDA af. De con… Sorry. De constateringen en de overwegingen laat ik dan over om het CDA, sla ik over om het CDA te wille te zijn, maar wij verzoeken het college in samenwerking met de politie een goed onderbouwde aanvraag bij de CVOM, de centrale verwerkingseenheid van het Openbaar Ministerie, te doen voor snelheid- en rood licht-flitspaal op de Smidsbrug in ’s-Graveland. En ten tweede aansluiting te zoeken bij de G4, tussen haakjes de vier grote gemeenten, die een brief hebben geschreven, die brief is al geschreven, aan het ministerie om de traditionele toetsingswijze los te laten. En dat de traditionele toetsingswijze dat was het uitgangspunt verkeersveiligheid boven aantal ongevallen. Dat is eigenlijk wat wij nu willen, het aantal ongevallen was eerder maatgevend maar verkeersveiligheid zouden wij het grootste belang vinden. En we staan er lang niet alleen in, er zijn veel meer gemeenten die graag flitspalen willen, zij het niet voor snelheid dan wel voor rood licht.

Tot zover, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, zijn er nog verhelderende vragen aan de indieners? De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter. Een vraag over deze flitspaal. Lees ik goed dat u de flitspaal wilt op de Smidsbrug, of bij de Smidsbrug? Want we kunnen ook nog voorstellen om de Smidsbrug gewoon te vervangen door een gele ophaalbrug. De voorzitter: Nou, mijnheer Roosenschoon. De heer Zagt. De heer Zagt: Dat is een retorische vraag. Ik zou zeggen: als u achter op de fiets gaat zitten bij de heer Torsing dan wijst die de plek even aan. De heer Roosenschoon: Ja, ik denk dat het ook leuk is dat je niet echt zegt waar die staat. Dat is nog, weet je, dan heb je in ieder geval meer kans. De voorzitter: Goed. Wethouder Boermans, kunt u hier chocola van maken? De heer Boermans: Nou, ik denk, mijnheer Torsing, dat zodra die er eenmaal staat dat niet alleen heel Kortenhoef maar iedereen heel snel weet waar die dan staat, maar dat geheel terzijde. Ja, laat ik beginnen met de motie, die snap ik heel goed. Ik denk dat ik in de regio onder andere bekend sta als degene, groot voorvechter van flitspalen, ik ben daar bij de provincie heb ik ook in de commissie al aangegeven en op andere tafels veelvuldig dat ik daar me voor inzet.

Gelijkertijd is er ook een nieuw beleidskader vastgesteld, volgens mij in februari dit jaar nog, dat dat is gepubliceerd, en als je daarnaar kijkt dan is een van de dingen gaat over de inrichting van de weg. En de inrichting van de weg die moet aan de eisen voldoen, en dat doet hij daar nu nog niet. Dat is ook een van de redenen dat we zeggen, onder andere ook naar aanleiding van het onderzoek van Veilig Verkeer Nederland, van doe iets aan die inrichting. Want dan heb je een hoger argument om die flitspaal uiteindelijk te gaan krijgen. Want dat we het daarover eens zijn, absoluut, en wat mij betreft ook zo snel mogelijk. En misschien heb je er wel meer dan één nodig, eerlijk gezegd, op de Smidsbrug, want dan pak je ook nog twee andere plekken mee. Maar dat is een hele andere discussie. U vraagt om één flitspaal en u vraagt daarbij om een gedegen onderzoek, en het is voor mij heel makkelijk om te zeggen: daar ben ik voor en

stemt u allemaal maar mee, maar u krijgt van mij hetzelfde antwoord wat ik ook in de commissie heb gezegd van het is een beetje hetzelfde als de tweede bullet naar de G4. Natuurlijk wil ik de aansluiting bij de G4 gaan zoeken, geen enkel probleem, maar laten we onszelf niet groter maken dan we zijn. Ik acht de kans niet zo groot dat de G4 opeens gaat zeggen omdat de heer Boermans belt van o, nu is Den Haag wakker geworden en in Wijdemeren komt er versneld een flitspaal om die reden. Maar ik wil me daar los van een aangenomen motie sowieso wel voor inzetten, laat dat duidelijk zijn. Ik zie een interruptie, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mijnheer Torsing. De heer Torsing: Ja, ik proef in het verhaal een bepaalde nederigheid, weet je wel, van mijnheer Boermans, maar ik denk dat mijnheer Boermans ons heel goed kan vertegenwoordigen. Dus als hij zegt van ja, die zitten niet op mijnheer Boermans te wachten, nee, we zitten wel op mijnheer Boermans te wachten. De voorzitter: Nou, mijnheer Boermans, kijk eens aan. De heer Boermans: Nou, dat … Dank, laat ik zo zeggen, de nederheid is meer naar uw raad dan naar mijn partners in de regio in die zin. Dus nogmaals, ik … Nou ja, dat heb ik volgens mij net afdoende herhaald.

Belangrijker vind ik om u wel aan te geven van op het moment dat u die motie aanneemt, dat u wel daarbij ook bepaalde verplichtingen aangaat, want u vraagt om een gedegen onderzoek. Dat vraagt tijd en energie en dergelijke, en ik vraag me af of dat allemaal op zeer korte termijn realistisch is. En dat betekent dat er ook andere … De heer Zagt: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Zagt, hebt u een vraag aan de wethouder ter interruptie? De heer Zagt: Ja. De voorzitter: Ja, oké. De heer Zagt: Ik heb een vraag. Wij vragen helemaal niet om een gedegen onderzoek. Er liggen tal van rapporten en wij vragen alleen maar om een goed onderbouwde aanvraag en de onderzoeken die liggen, de feiten liggen voor het opscheppen. Dus waarom zou u niet, dat is een vraag, voorzitter, waarom zou u niet gebruik maken van wat er al bestaat? De heer Boermans: Nee, dan heb ik me verkeerd uitgedrukt. U heeft gelijk, het gaat niet om nog nieuw onderzoek te doen maar wel om een gedegen aanvraag, en die gedegen aanvraag die moet stevig onderbouwd worden en naar de informatie die ik nu heb acht ik de kans op het slagingseffect daarvan, dat geef ik u dan maar mee, niet zeer kansrijk. Wat niet wegneemt dat ik me uiteraard nog steeds meer dan hard blijf inzetten hiervoor, dus dat heb ik volgens mij nu afdoende gehad. Dan naar uw voorstel om het raadsvoorstel aan te passen.

Ja, uiteraard, dat is uw volledige vrijheid om dat te doen alleen ik vind het wel bijzonder dat dat … De heer Wouters: Voorzitter. De voorzitter: De heer Wouters.

De heer Wouters: Ik wil even de raad er aan herinneren dat er in eerdere raadsperioden al een flitspaal heeft gestaan, waar die ook uiteindelijk is gesneuveld door vandalisme. De voorzitter: Maar mijnheer Wouters, dit is misschien iets wat in een tweede termijn meegenomen kan worden, maar ter interruptie, hebt u een vraag aan de wethouder? De heer Wouters: Nee, dat was de vraag eigenlijk, of hij dat wist. De voorzitter: Nou. De heer Boermans: Ja. Dan ben ik alleen mijn punt kwijt. Ja, ik had het over het raadsvoorstel. En in het raadsvoorstel verzoekt u om het krediet nog niet vrij te geven, alleen het krediet voor het onderzoek, en dan geeft u meteen het maximale vrij voor de ondersteuning van de werkgroep. Nou, daar ben ik sowieso blij mee, want dat betekent dat we die participatie kunnen opstarten indien het amendement de meerderheid haalt. Wat mij alleen wat verbaast is dat u aangeeft dat u het krediet verder voor de uitvoering nog niet wilt vrijgeven, terwijl u in eerdere voorstellen juist heeft aangegeven: wethouder, dat ging niet specifiek over mij overigens, maar u heeft dat in de algemeenheid gezegd, geef nou niet aan de voorkant iemand carte blanche in de opdracht of wat dan ook, geef wel een kader mee.

Dus we hebben met dit raadsvoorstel dat kader juist willen aangeven, van het gaat om een ton, 75 procent daarvan of meer voor de uitvoering, maximaal 25 voor ondersteuning van de werkgroep. En toen heeft de heer Voigt in de commissie nog aangegeven: als we nou met 10 procent meer komen, ik geloof dat u dat bedrag noemde, dan heeft de wethouder in ieder geval de vrijheid vanuit DorpsBelangen om met een aanvullende aanvraag te doen. Dus zo heb ik ook dat voorstel bij u willen neerleggen omdat wij absoluut van mening zijn dat er rondom de Smidsbrug in Kortenhoef en ’sGraveland, zeg ik naar de heer Torsing nadrukkelijk bij, dat daar iets moet gaan gebeuren. En ik hoop alleen maar … De heer Torsing: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Torsing, hebt u een vraag? De heer Torsing: Ja, ik heb … Wat u zegt hè, dan denk ik, u zegt: er moet eigenlijk moet er wel een budget komen, maar we hebben een heel mobiliteitsplan, daar hoort dit toch ook bij? Ik bedoel, daar zit toch al die dingen, dit is toch meer, ik zie het meer als een participatie over specifiek de Smidsbrug. En als er dan een paar lijntjes neergezet worden, rode vlakken en een wit vlak en er moet 75.000, dat is het voorbeeld dan wel, nou, dat vind ik dan, ja, jammer. De voorzitter: Uw vraag is of er mob… ‘…’, ja.

De heer Boermans: Ja, dat dat was mijn andere punt op de vragen die u had gesteld hè, dat ging over het mobiliteitsplan, deel A is vastgesteld, overigens deel B voor 80 procent. En u heeft toen zelf aangegeven van we willen daar meer participatie bij, ik heb het in de commissie ook aangegeven dat we daarmee binnenkort mee verder gaan starten. Maar dat mobiliteitsplan gaat natuurlijk niet alleen over dit knooppunt, dat gaat over de hele gemeente. En op dit specifieke knooppunt in de gemeente, of kruispunt moet ik eigenlijk zeggen, hebben we natuurlijk nu ook weer naar aanleiding van de participatie op het mobiliteitsplan heel veel insprekers gehad die zeiden van: gemeente, we willen hier wel dat hier maatregelen gaan plaatsvinden. Maar gelijkertijd hebben ze ook gezegd: we willen die maatregelen niet opgelegd krijgen eenzijdig, we willen daar

graag in meedenken, want wij zien ook nog andere oplossingen. En dat is precies de reden waarom het voorstel er ligt. Nou, dat heb ik nu volgens mij afdoende beantwoord. De voorzitter: Mijnheer, mijnheer Torsing. De heer Torsing: Ja, maar dat is … U moet het even duidelijker maken, kijk, als je alle rapporten leest is er maar één onveiligheid. Dat hebben we in al die rapporten kunnen lezen, dat is doorrijden door rode stoplichten, en daar hoeven we niet lang over te participeren, denk ik. Ik heb een andere vraag gesteld hè, dat weet u ook nog, daar krijg ik nog een antwoord op hè. De voorzitter: Maar we gaan niet de com… Het gaat hier echt om het amen… Ja, oké. De heer Boermans: Ja, u vroeg van, de vraag was: doorstroming of veiligheid, verkeersveiligheid. Dat heeft u letterlijk gevraagd. De heer Torsing: Voorzitter, mijn vraag, mag ik één keer herhalen? De voorzitter: Ja, nog één keer. De heer Torsing: Want ik zeg, mijnheer Boermans zegt: u had één vraag. Mijn vraag was specifiek voor dit onderwerp omdat het een beetje het raadsvoorstel haalt een beetje tussen willen we meer verkeer over de Smidsbrug of gaat u voor veiligheid. In het raadsvoorstel staat veiligheid, daar acteren we nu op, maar ik heb het gevoel dat er heel veel dingen in staan waardoor er meer verkeer is waardoor we kunnen wonen, maar dan krijg je een hele andere discussie.

Dus ik vraag: is het raadsvoorstel voor veiligheid of is het voor meer verkeerdoorstroming? De voorzitter: Oké. De heer Boermans: Op basis van de titel kunt u al zien dat het over verkeersveiligheid gaat. Dan nog tenslotte ook nog heel even over die datum, ik heb u dat zelf in de commissie aangegeven dat die datum van het raadsvoorstel niet klopte, die was niet in november, niet volgende maand, maar met dank aan de organisatie hebben we het vervroegd in de commissie en nu ook in de raad kunnen krijgen en dat zou aangepast worden via de griffie, dat wordt volgens mij nog wel hersteld. Maar volgens mij is dat een detail. De voorzitter: Dat is al inmiddels digitaal gedaan. De heer Boermans: Nou, kan je nagaan hoe snel dat werkt, met dank aan de griffie. Volgens mij, voorzitter, waren dat de vragen van de heer Torsing en de heer Zagt. De voorzitter: Zijn er nog verder verduidelijkende vragen aan de portefeuillehouder? Nee, dank u wel, wethouder Boermans. Goed, de tweede termijn. Wie voor tweede termijn? Mijnheer Poels zie ik, mijnheer Voigt. Mevrouw Hidding. De heer Roosenschoon. En dan gaan we daarna naar de indieners. De heer Poels, aan u. De heer Poels: Voorzitter, dank u wel.

In de commissie heeft de fractie PvdA/GroenLinks reeds aangegeven dat ze het een warrig voorstel vonden en dat weet de wethouder ook, dus we proberen een beetje te kijken of we richting CDA kunnen schurken. Waar de warrigheid volgens onze fractie zit, voorzitter, is in het feit dat er geen opdracht is aan de werkgroep en dat er geen samenstelling is van de werkgroep. En kijk, dit is de Smidsbrug, je

kunt ervan vinden wat je wil maar het is wel een beruchte brug ondertussen, en ik ben het helemaal met de heer Torsing eens, je kunt je afvragen hoe gevaarlijk die brug nou daadwerkelijk is. Ik kom daar elke dag wel overheen dus ik ben ook nog ervaringsdeskundige, dan kun je het er ook over hebben. Maar als die brug waar al zeventien rapporten over zijn verschenen, als we tegen een werkgroep zeggen: nou, beste werkgroep, maak er maar chocola van, ik zeg het even in mijn woorden, voorzitter, dan vraag je nogal wat van die werkgroep. Vervolgens zegt die werkgroep: nou, weg gaan de Emmaweg eenrichtingsverkeer gaan we doen, dat is het voorstel van de werkgroep. Aan wie rapporteert die werkgroep, voorzitter? Rapporteert die aan de wethouder of rapporteert die aan de raad? Er komt een kredietvoorstel uit van 7 ton, dat wil die werkgroep. Kortom, ik kan nog heel lang doorgaan maar wat ik probeer aan te geven, als je geen kader stelt aan de werkgroep, veiligheid of doorstroom, de heer Torsing zei het al, wel of geen rode strepen, we bakken de onduidelijkheid in als we geen opdracht geven aan die werkgroep.

Dus daar zit onze twijfel, dat hebben we ook vorige keer in de commissie aangegeven, dus zolang je die opdracht niet scherp kunt maken en zolang je de samenstelling van die werkgroep, want die hangt daarmee samen, je moet wel bepaalde deskundigheid hebben aan de ene kant en je moet mensen hebben, we hebben genoemd jongeren, we hebben genoemd allerlei andere mensen die van dat punt gebruik maken. Dus die samenstelling. Maar als u ons niet kunt overtuigen en geen indicatie kunt geven wat de opdracht is van die werkgroep dan kunnen wij nooit akkoord gaan en dan schurk ik even tegen het CDA aan, wat zouden we dan wel eventueel kunnen doen? Nou, dan blijft het verhaal: wat wordt dan de opdracht van de werkgroep van de heer Torsing, laat ik het zo maar zeggen. Is dat de opdracht: verzin maar eens wat, maak er maar chocola van, mijnheer Torsing, of geven we iets meer richting aan, namelijk: zorg dat het aantal mensen wat door rode lichten heen rijdt minder wordt. Ik mis kaderstelling, voorzitter, en ik weet dat het heel formeel de verantwoordelijkheid van het college, maar in dit specifieke geval, die specifieke Smidsbrug met zo veel historie zou die hier aan deze tafel moeten liggen. Voorzitter, de motie daar zullen wij mee instemmen en de Smidspaal is natuurlijk een hele flauwe woordspeling voor de flitspaal die daar gaat komen.

Wij twijfelen dus nog over het amendement, misschien dat de heer Torsing, maar ik vrees dat we zowel tegen het amendement zullen stemmen als tegen het raadsvoorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan ga ik naar de heer Voigt. De heer Voigt: Ja, even voor de mensen die die situatie niet goed kennen, de Smidsbrug ligt tussen het Noordereinde en Zuidereinde en Koninginneweg-Emmaweg. Met name die laatste twee wegen die spelen hier ook een hele belangrijke rol in het kader van de verkeersveiligheid. Wij hebben kennisgenomen van het aanvullende advies van Veilig Verkeer Nederland en we vinden dat een goed advies, en wat ons betreft zou dit advies ook de basis kunnen zijn voor de participatie die met inwoners gaat plaatsvinden. En dan zal blijken of de inwoners dat een goed advies vinden of niet, dat ze nog andere voorstellen hebben, maar goed, laat dat maar gebeuren. Ik ben het wel eens met de heer Poels dat het een hele toer zal zijn om een goede samenstelling van een participatiegroep te krijgen, en misschien moet je wel met verschillende groepen werken, ik weet het niet, maar dat laat ik graag aan de deskundigen over.

Wat ons betreft, ja, het heeft wel uit mijn woorden kunnen begrijpen … O, nog even over die 100.000 euro, wat ons betreft is dat een richtbedrag, maar als er uit de participatie goede voorstellen komen en het wordt een ander bedrag, een waarschijnlijk hoger bedrag, nou, dan … Kijk, als het 10 procent is dan moet u dat gewoon doen, maar wordt het meer dan neem ik aan dat wethouder weer terugkomt richting gemeenteraad. Nou, uit mijn woorden zult u begrijpen dat wij tegen het amendement zullen stemmen, voor het collegevoorstel. Wat betreft de motie over de flitspalen, ja, het is bekend, we hebben al heel vaak aanvragen gedaan, die zijn steeds afgewezen. Maar wij zijn ervoor om te blijven kloppen op die deur van de flitspalen. De aanhouder wint, denken we dan altijd maar. Maar onderbouw het wel goed, niet een briefje van mogen we een flitspaal, maar probeer het zo goed

mogelijk te onderbouwen. En zoek dan qua onderbouwing aansluiting bij wat die grote gemeenten naar voren hebben gebracht. Dus motie over de flitspalen gaan wij steunen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, en dan ga ik naar mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Dank u wel, voorzitter. Zoals in de commissie aangegeven is de VVD voor het raadsvoorstel. Het is een pragmatische aanpak, rekening houden met de financiën en ook met duidelijke kaders, en dat zint ons wel. Er zijn een aantal voorstellen en rapporten gemaakt door de partijen zoals VVN landelijk en lokaal en ook Goudappel en Coffeng. De werkgroep krijgt de vrijheid hier gebruik van te maken maar ook mag zelf met oplossingen komen. Pragmatisch en prima. Dat het budget vaststaat, ook prima. En zoals de heer Voigt zegt, mocht er echt iets uitkomen die minimaal duurder is dan nemen we aan dat de raad hier verder over wordt geïnformeerd. Wat betreft amendement kunnen we ook kort over zijn, daar zijn we op tegen, en datzelfde geldt voor de motie. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roosenschoon.

De heer Roosenschoon: Voorzitter, we hebben dat ook al in de commissie gezegd en het is ook nu vanavond een paar keer naar voren gebracht dat het probleem met de Smidsbrug is niet van gisteren, het is een probleem wat al jarenlang bestaat, en dat is eigenlijk ook de reden waarom we nu moeten zeggen: ja, laten we dit gewoon doen, laten we die werkgroep instellen. Er werd ook gezegd: ze kunnen inderdaad met andere oplossingen komen dan waar tot nu toe aan gedacht is, dus het is een mogelijkheid voor creatieve oplossingen en ook oplossingen, beetje out of the box denken, wat alleen maar goed kan zijn. Niet zeker dat er iets uit komt maar je weet het nooit van tevoren, dus laten we in ieder geval dat traject zo snel mogelijk instellen. Doelstelling is verbeteren van veiligheid, dat is de basis en dat is het hoofdkader van het hele onderzoek. Dus wij kunnen volledig instemmen met het raadsvoorstel. Wel één vraag, er wordt dus uitdrukkelijk gezegd dat participatietraject, de werkgroep beperkt is tot een eindbedrag van maximaal 25.000 euro. We hebben gezegd ook 100.000, 75 procent eraf is 25.000. Dus mijn vraag, DorpsBelangen heeft al gezegd: als er een overschrijding is van werkzaamheden of uitvoering van werkzaamheden met een 10 procent dan moet dat gewoon kunnen en daarboven moet het terug naar de raad.

Geldt dat ook dan voor de kosten die zoals die op dit ogenblik voorzien zijn voor het participatietraject en voor de werkgroep? Dus is dat een absoluut bedrag of kan dat ook nog variëren wat dat betreft, kan het ook misschien wat meer of wat minder zijn? De voorzitter: Is dat een vraag aan de heer Voigt? De heer Roosenschoon: Dat was een vraag aan de wethouder. Ja? De voorzitter: Ja, oké. Gaat u verder. De heer Roosenschoon: Dan de … Het amendement zullen wij dus niet steunen want we gaan ervan uit dat dit een start is en daar moet uitvoering aan worden gegeven. We aarzelen nog over de motie, voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Goed. Wat wilt u vragen? Ja, u mag ook, u mag ook. Ja zeker, u mag ook, ja. Ik wilde even de wethouder de vraag van de heer Roosenschoon laten beantwoorden en dan kom ik bij u, mijnheer Torsing, als u dat goedvindt. Ja, oké. Wethouder Boermans.

De heer Boermans: O. Ja, kan wel even zo. Ja, mijnheer Roosenschoon, ik heb in de commissie al aangegeven dat wat het college betreft is er een totaal budget van een ton beschikbaar, waarvan minimaal 75 procent voor de uitvoering is en maximaal 25 procent voor de werkgroep ter ondersteuning. Datzelfde geldt aan de opdrachten aan de werkgroep, u heeft hem net al ongeveer geformuleerd en als de heer Poels nog meer van mij wil horen over de opdracht naar de werkgroep dan wel over de samenstelling van de werkgroep dan hoor ik dat graag, maar dat is in ieder geval het antwoord op de opmerking van de heer Roosenschoon. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Torsing. De heer Torsing: Ja, dank u wel. Ja, ik ga toch mijn best doen want het hangt er tegenaan hè, het hangt er tegenaan. Want er zitten wat twijfelaars. Wat ik zo jammer van deze discussie vind, en dat ga je precies weer zien hè, we gaan weer over een budget praten en over het bedrag. En ik denk als we gewoon laten participeren, laat die mensen nou eens over de Smidsbrug nadenken. Ik zeg niet: geef ze carte blanche, maar laat ze eens komen. Nu gaan we een discussie krijgen met elkaar, ik zie ze allemaal zitten, ja, maar dat kost meer dan 75K, of dat kost wel 3 ton, weet je wel. Maar het kan een briljant idee zijn.

Ik vind het zo jammer dat je nu gewoon zegt: we laten ze participeren, daar geven ze geld voor vrij, situatie van de Smidsbrug, en die 75.000 euro zetten we even aan de kant, we houden het wel in ons hoofd en we komen met allemaal volwassen mensen en we komen straks terug als de participatie, nou, zo’n briljant idee is en het kost 250.000 euro, dan zijn we allemaal voor. De voorzitter: Mijnheer Torsing, is een interruptie van de heer Poels. De heer Torsing: Ik heb niet geïnterrumpeerd, hoor. De voorzitter: Nee, er is een interruptie van de heer Poels. De heer Torsing: O. De heer Poels: Ja, ja, ja. Ja. De heer Torsing, kunt u in uw woorden aangeven wat naar uw mening de opdracht is van de werkgroep en kunt u ook aangeven aan wie die rapporteert? Rapporteert die aan het college of rapporteert die aan de raad? Het is gewoon een vraag want ik zoek naar duidelijkheid. De heer Torsing: Ja, ik ben nooit zo’n man … Ik snap het hè, want u houdt van duidelijkheid hè. Ik zie gewoon meer een oplossing en waar die terechtkomt maakt me niet uit, uiteindelijk komt die hier terecht, moeten we beslissen. Dus ik begrijp wel dat u graag, want daar houdt u van hè, duidelijkheid. Dus de opdracht is te kijken wat is, hoe kunnen we de verkeersveiligheid van de Smidsbrug, of de ‘…’ dat ze door het rode stoplicht heen rijden, verbeteren. Dat zou de opdracht moeten zijn.

Het is niet de opdracht, dat heb ik aan de wethouder gevraagd, hoe krijgen we meer verkeer er overheen om er meer woningen te kunnen bouwen. Had ik ook fijn gevonden maar dat is niet de opdracht. De heer Poels: Stel ik de vraag nog een keer aan de wethouder. Wethouder, wat is de opdracht van de werkgroep? Kunt u dat … Want u nodigde mij uit om daar vragen over te stellen, wat is naar uw ‘…’ de opdracht van de werk… De heer Boermans: Ja, de … Nou, ik kan hem ook wel dicht houden. De voorzitter: Ja. Ja, via de voorzitter. Maar goed, ja.

De heer Boermans: Excuus, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Wethouder Boermans. De heer Boermans: Excuus, u heeft helemaal gelijk. Via de voorzitter zeg ik tegen de heer Poels: de opdracht aan de werkgroep is om kleinschalig op korte termijn, kleinschalige kortetermijnmaatregelen, om daarmee mee te komen, en de samenstelling van de werkgroep, kan het lijstje aan u geven als u wilt maar ik denk dat het voor hier te ver gaat, maar is een divers gezelschap bestaande uit mensen, aanwonenden uit het gebied, en ondernemers uit het gebied en nog een aantal andere factoren, en de rapportage is aan het college. Dat waren uw vragen, toch? De heer Poels: Kleine aanpassingen, voorzitter. De heer Boermans: Nou ja, op korte termijn uitvoerbaar, dus zo moet u het zien, en voor een ton heb ik het niet over hele grote aanpassingen. De voorzitter: Oké, dat is denk ik duidelijk. Mijnheer Torsing. De heer Torsing: Ja, ik ben helemaal van mijn à propos want ik heb een interruptie. Ja, als dat de opdracht is dan ben ik helemaal blij dat ik dat … Dan denk ik bij mijn eigen van ja, waarom moet het klein zijn, waarom een kleine aanpassing en nu, terwijl … Ja, ik zie u zuchten, maar … Laat die mensen nou gewoon participeren, laat ze nu gewoon aan de gang gaan, laat ze kijken naar de veiligheid, of dat klein of groot is, dan denk ik mijn eigen, dat zou ik niet als boodschap mee willen geven.

Maar goed, dat is, dan kom ik in herhaling en ik moet naar mijn tijd kijken. De voorzitter: Ja. Goed. Mijnheer Zagt, wilt u nog gebruik maken van de tweede termijn? De heer Zagt: Ja, in die zin dat ik vond, gelet op de vraag die de heer Poels aan de heer Torsing stelde, wat is de opdracht, vond ik dat de heer Torsing een mooi compact antwoord gaf. De wethouder die gaf toen ook antwoord maar die trok het alweer veel breder, alleen kwam dan weer uit: ja, het gaat om kleine aanpassingen. Ja, daar zie ik zo veel verschil tussen dat het absoluut niet rechtvaardigt om daar dat tweede bedrag aan te hangen want dat is gewoon puur ongewis waar het over gaat. En ja, om dan over 10 procent meer of minder, of meer alleen te praten, ja, ik denk ja, waar hebben we het over, we weten nog geeneens waar het over gaat. Dus dat is tien stappen te ver. De voorzitter: Goed, als er verder geen behoefte meer is aan beraadslaging dan stel ik voor dat we overgaan tot stemming. Wij zullen eerst stemmen over het amendement. Is er behoefte aan, amendement A-12-1 voor de volledigheid, is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het amendement? Dat zijn de fracties van het CDA en De Lokale Partij en daarmee is het amendement verworpen. Dan zullen we stemmen over het ongewijzigde raadsvoorstel, vervolg haalbaarheidsonderzoek verkeersoplossing Kortenhoef.

Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Poels. De heer Poels: Voorzitter, wij zullen tegen dat voorstel stemmen, dat moge duidelijk zijn, omdat de opdracht en de werkgroep, en dat is ook in deze discussie weer gebleken, onduidelijk is. We zijn voor participatie maar wel met duidelijke kaders. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Verder behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan brengen we het ongewijzigde raadsvoorstel in stemming, wie is voor? Dat zijn de fracties van DorpsBelangen, D66 en de VVD. En nu staken de stemmen en dat betekent dat het raadsvoorstel wordt aangehouden. Nee, het is a… Het is … 8, 18, u hebt gelijk, ik heb me verteld. De heer Nienhuis: Misschien een cursusje, burgemeester. De voorzitter: Ik doe als u een cursusje bestuurskunde doet, doe ik een cursusje rekenen, goed? Gaan we samen op stap. En hiermee is het raadsvoorstel … Ja, zijn we er weer? Verworpen. Hiermee is het raadsvoorstel verworpen. En dan zullen we nu stemmen over de motie. Wie … Heeft iemand een stemverklaring ten aanzien van de motie? Nee. Wie is voor de motie? Dat zijn de fracties van D66, DorpsBelangen, CDA, GroenLinks/Partij van de Arbeid en De Lokale Partij en hiermee is de motie aangenomen. 13. Advies tot intrekking Verordening gemeentelijke ombudscommissie Wijdemeren 2006 De voorzitter: Goed, dan zijn we nu echt aanbeland bij agendapunt 13, ik ben portefeuillehouder en hetgene inhoudt dus dat de vicevoorzitter mij zal vervangen als voorzitter. En ik nodig de heer Voigt uit om hier zitting te nemen. De plaatsvervangend voorzitter: Goed, dames en heren. Dan stel ik aan de orde agendapunt 13, advies tot intrekking van de verordening gemeentelijke ombudscommissie.

Wat er wordt voorgesteld kunt u allemaal lezen in de stukken, ga ik niet voorlezen. Portefeuillehouder zit op haar plek en er is een amendement ingediend door CDA, Partij van de Arbeid/GroenLinks en De Lokale Partij. Hebben de drie indieners een voorkeur wie er als eerste het woord voert? Denk het CDA hè? Goed, mijnheer Verbruggen van het CDA, gaat uw gang. De heer Verbruggen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik kan daar denk ik kort over zijn, we hebben de uitgebreide discussie gevoerd in de commissie. Wij hebben daarbij aangegeven dat wij graag willen dat onze eigen ombudscommissie in stand blijft. Dat betekent dat er gewoon een vacature voor de ombudscommissie moet gaan plaatsvinden, wij hebben geconstateerd dat er personele problemen ook zijn bij de bezwaarschriftencommissie dus dat dat misschien nog wel wat complex zal zijn. Desondanks hebben wij een amendement gemaakt waarin wij alleen bullet 1 van het raadsvoorstel mee in zullen stemmen, dat is eervol ontslag verlenen aan de leden van de ombudscommissie, en wat wij schrappen is de verordening gemeentelijke ombudscommissie Wijdemeren 2006 met terugwerkende kracht per 10 juni 2021 in te trekken, dat wordt geschrapt en de derde bullet wordt geschrapt, het college te verzoeken om na de gemeenteraadsverkiezingen in het derde kwartaal van 2022 de raad mee te nemen in het proces van de externe klachtenvoorziening.

Tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u, mijnheer Verbruggen. Mijnheer Poels. Mijnheer Lachman. De heer Lachman: Dank u wel, voorzitter. Collega Verbruggen van CDA heeft voortreffelijk toegelicht, voorzitter. In de raad, dat klopt ook, in de commissie hebben we al over gesproken en wij zijn ook tegen intrekking van deze verordening. Wat ik wil hieraan toevoegen, waarom willen wij niet intrekken van deze verordening, we willen dat de ombudscommissie ook blijft. Omdat het is voor, juist voor de burgers die zeg maar laagdrempelig is en spreekbaar is zo’n commissie eigenlijk, dan de burgers zullen eerder naar zo’n ombudscommissie stappen om probleem kenbaar te maken en zullen ze ook gehoord worden. En andere kant is het ook zo, voorzitter, begrijp ik dat de ombudscommissie adviseert twee kanten, de burgers en ook kan

leiden tot verbetering van de dienstverlening van de gemeente. Dus dat is ook een belangrijk punt en daarom vinden wij dat deze verordening blijft, en inderdaad dat tot volgende raadsperiode dan zullen ze bepalen van hoe het wordt ingevuld. Maar voor ons is duidelijk en dat deze verordening blijft bestaan. Dank u wel, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: En dan hebben we nog … Dank u wel, mijnheer Lachman. Mijnheer Zagt, De Lokale Partij. De heer Zagt: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, nog aanvullend. Ja, wij hechten belang aan een externe commissie, laat dat wel duidelijk zijn, maar ja, toch in zekere mate lokaal. Ja, dat heeft jarenlang heel erg lang uitstekend gefunctioneerd, en als laatste, het financiële aspect daarin, dat is geen boekhouderstaal, mijnheer Torsing, maar het was voor het CDA ook een afweging en dat is voor De Lokale Partij absoluut ook. Tot zover, dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Oké, dank u, mijnheer Zagt. Zijn er van de andere fracties raadsleden die behoefte hebben aan een nadere verduidelijking? U wil iets weten van de vorige sprekers. Oké. Nou, dan slaan we dat even over. Reactie van de portefeuillehouder, mevrouw Larson. Mevrouw Larson: Ja, dank u wel voorzitter.

We zullen de commissie niet opnieuw doen dus ik zal u niet weer uitvoerig uitleggen wat voor een kwaliteitsverbetering het met zich mee zou brengen als we zouden kiezen voor een Nationale ombudsman, dat heb ik volgens mij in de commissie aangegeven en daar hebt u allemaal kennis van kunnen nemen en daar blijf ik ook bij, want de voordelen van de Nationale ombudsman, zeker in de zin als het gaat om verbeteringen waar het gaat om scholing, opleiding, training van medewerkers hier in de interne organisatie is goed, en meer dan wat je kan bewerkstelligen bij een gemeentelijke ombudscommissie. Wat ik wel heel grappig vind aan de toelichting, met name van het CDA, is bij het vorige agendapunt heeft het CDA pleidooi gehouden juist ervoor om niet te kijken naar de centjes, maar om te kijken naar wat voor kwaliteit brengt het voorstel met zich mee. En het enige argument wat ik nu hoor van het CDA is dat zij het te duur vinden. Zo is politiek, dus dat blijft altijd wonderlijk, maar ik dacht: het is toch wel aardig om op te merken. Ingaande op de vraagstukken van het geld kan ik u ook wel vertellen dat hoewel het voorstel duurder lijkt met die 5.000 euro ten opzichte van de dagvergoeding van leden van de gemeentelijke ombudscommissie, zijn de werkelijke kosten vele malen hoger omdat de ondersteuning plaats moet vinden vanuit de ambtelijke organisatie aan de gemeentelijke ombudscommissie.

Dat zijn geen structurele uren die opgenomen zijn als begroten, dat zijn incidentele overige uren die vorige keer tot 80 extra ambtelijke uren hebben geleid en dat overschrijdt die 5.000 euro ruimschoots, kan ik u vertellen. Ten aanzien van de laagdrempeligheid … De plaatsvervangend voorzitter: Interruptie van de heer Verbruggen. De heer Verbruggen: Voor alle duidelijkheid, ik heb nu het niet over de financiën gehad, ik ben het er wel mee eens maar dat komt niet uit mijn mond. En ten tweede, 80 uur ambtelijke ondersteuning zou kunnen, dat kan ik niet verifiëren, maar als je één of geen geval per jaar hebt dan lijkt me dat ruim aan de ruime kant, als je daar twee weken over na moet denken. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is geen vraag, dus gaat u verder. Mevrouw Larson: Dank u wel, voorzitter. Ten aanzien van de opmerking van GroenLinks/PvdA, nou goed, ik ben al ingegaan op de verbetering in de ambtelijke organisatie hetgene een gemeentelijke ombudscommissie

niet biedt maar wel een Nationale ombudsman. Die laagdrempeligheid, ja, daar kan je over twisten hè. Misschien dat de ene zegt van ik vind dat toegankelijker, er zijn ook mensen die zeggen: ik vind het te dicht bij de gemeente, gemeentelijke ombudscommissie, en die vinden dus juist de onafhankelijkheid van de afstand van een erkend instituut, van een Nationale ombudsman moet ik zeggen, vinden ze juist wel prettig. Dus nou goed, daar valt over te twisten. Verder wil ik aangeven, en dat is een stukje techniek, voorzitter, is wel een beetje aan gerefereerd aan de bezwaarcommissie. Kijk, volgens de verordening die door deze raad is vastgesteld komen de leden van de gemeentelijke ombudscommissie voort uit de leden van de bezwaarcommissie. Nou, het zit ook in het raadsvoorstel toegelicht, er vindt echt een grote wisseling van de wacht plaats bij de bezwaarschriftencommissie en de vraag of wij überhaupt op korte termijn een ombudscommissie tot stand kunnen brengen is zeer groot te noemen.

Daarnaast is het zo dat leden voor zes jaar worden benoemd en dat vind ik zonde, als ik heel eerlijk ben, want ik denk: als je juist nu ervaring opdoet een jaar lang met de Nationale ombudsman, dan kan je volgend jaar, eind volgend jaar kan je de twee naast elkaar leggen en dan kan je nog een kwalitatieve afweging maken gebaseerd op de ervaringen van de gemeentelijke ombudscommissie en een jaar lang ervaring of anderhalf jaar lang ervaring met een Nationale ombudsman. Dat ontneemt u de volgende raad, en zelfs een deel van de raadsperiode daarna. En nogmaals, voorzitter, dat zou ik erg zonde vinden als men streeft naar een goede kwalitatieve afweging hier. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Larson. Dan gaan wij naar de tweede … Mevrouw Larson: Ik ben mevrouw Larson. De plaatsvervangend voorzitter: Larson zei ik volgens mij, hoor. Mevrouw Larson: Hoewel ik de heer Lachman wel erg lief vind. Ja. De plaatsvervangend voorzitter: Maar ik zei Larson hoor, maar ja. Dan gaan we het morgen allemaal terugluisteren en als ik gelijk heb wil ik graag van iedereen een bos bloemen ontvangen. Ja. Ja hè? Nee hoor, geen bos bloemen. Doe maar één bloem van allemaal, anders wordt het te vol in huis. Wij gaan naar de tweede termijn.

Zijn er fracties die willen reageren op wat er naar voren is gebracht? Ik zag mevrouw IJsbrandij al, ik denk ook de heer Roosenschoon en mijnheer Van Balen. Mevrouw IJsbrandij, gaat uw gang. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel, voorzitter. Nou, in tegenstelling tot de indieners van het amendement kunnen wij ons heel goed vinden in wat de burgemeester hier aan ons verduidelijkte over wel of niet. Ons standpunt is dat we het collegevoorstel dus zullen steunen. Interne klachtenafhandeling gaat naar ons weten goed, volgens mij is dat ook in de commissie gezegd. Daardoor komt er maar één of nul per jaar die doorgestuurd wordt naar de ombudscommissie, dus wij weten niet beter dan dat het heel goed gaat. Het gewicht van een Nationale ombudsman is inderdaad toch steviger dan dat je het zo dichtbij zoekt. De kosten lijken dus, zijn dus hoger dan dat ze hier lijken op papier, van een externe ombudscommissie. Dus daarvoor hoeft de gemeente geen eigen ombudscommissie te hebben met externe leden die nauwelijks bij elkaar komen, aansluiting bij de Nationale ombudsman vindt DorpsBelangen echt veel beter. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank, mevrouw IJsbrandij. Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, de argumenten van mevrouw IJsbrandij die zijn bekend en zijn doorslaggevend.

D66 was trouwens ook oorspronkelijk al voorstander van aansluiten bij de Nationale ombudsman, dus wat dat betreft is ons standpunt ook niet veranderd. Dus wij steunen het raadsvoorstel.

De plaatsvervangend voorzitter: Dank u, mijnheer Roosenschoon, en dan gaan we naar mijnheer Van Balen. De heer Van Balen: Ja voorzitter, zoals in de commissie besproken waren wij voorstander van om dit voorstel op de hamerstukkenlijst te zetten. Dat impliceert dat wij voorstander van zijn van de Nationale ombudsman. Bovendien was allang duidelijk dat zeg maar de kosten elkaar niet veel zullen ontlopen en ja, weet u, als nu geamendeerd wordt, we zullen tegen het amendement stemmen, maar dan zullen wij ook tegen het geamendeerde raadsvoorstel stemmen, dat wil ik wel even duidelijk maken want dat ging toestraks even mis. Ja? Tot zover. De plaatsvervangend voorzitter: Oké. Dank u, mijnheer Van Balen. Willen de indieners van het amendement nog reageren op wat er gezegd is? Mijnheer Torsing, u niet, maar oké. Mijnheer Verbruggen, gaat uw gang. De heer Verbruggen: Ik wil nog een korte toevoeging geven en dat is ik de burgemeester veel wijsheid toewens bij de vacature die openstaat, en ik wens nadrukkelijk dat de nieuwe leden van de ombudscommissie beter behandeld worden dan degenen die nu ontslag genomen hebben. Tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Zagt ook nog, gaat uw gang. De heer Zagt: Ja. Kijk, voor heel veel argumenten is wat te zeggen, maar ik vond het mooiste argument wel van mevrouw IJsbrandij: we weten niet beter dan dat het heel goed gaat.

Ja, maar dat zegt u ook, we weten niet beter dan dat het heel goed gaat nu. Dus waarom zouden we dan veranderen? De plaatsvervangend voorzitter: Dank, mijnheer Zagt. Mijnheer Lachman nog, gaat uw gang. De heer Lachman: Dank u wel, voorzitter. Huidige ombudscommissie heeft vijftien jaar gefunctioneerd en nu ineens te zeggen van we gaan ermee stoppen, dan hadden wij ook verwacht een goede evaluatie ook. Waarom gaat het niet goed? En ik hoor wel dat het aansluiten bij Nationale ombudsman beter, kwalitatief beter zal gaan, en vijftien jaar lang hebben we dat gehad en te zeggen van ja, dat … Ja, ik weet niet of dat goed is, om te zeggen functioneert niet. Dat weten we niet, hadden we wel een evaluatie van verwacht. Voorzitter, ik heb ook geen evaluatie kunnen vinden, dus dat is er niet. En dan heb ik even in het jaarverslag klachten 2019 even gekeken en volgens mij in de commissie had het CDA ook iets over gerefereerd, dat afgelopen jaar slechts één klacht was, dat klopt ook, hebben we ook kunnen lezen. Maar dan staat het ook onder conclusie: dit doet echter zeker niet af aan het bestaansrecht van de commissie. Dat staat in het verslag, lezen we. En dan als laatste staat het onafhankelijk ombudscommissie kan dan het laatste redmiddel voor beide partijen zijn en wordt bedoeld bij de partijen, zowel voor de burger als voor de gemeente.

En in dat voorstel staat inderdaad ook één nadeel, als we naar Nationale ombudsman gaan, de afstand. En dat heb ik ook genoemd, laagdrempelig. Misschien voor de burgers is dat toch een afstand met de Nationale ombudsman, dan eigen ombudscommissie. Mensen eerder naar eigen ombudscommissie gaan dan naar Nationale ombudsman. Tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Balen, wat ‘…’. De heer Van Balen: Ik wil nog één ding toevoegen. De plaatsvervangend voorzitter: Nou, gaat uw gang.

De heer Van Balen: Ik vind dat het college hier ook wat anders te doen heeft, en wij ook, dan weer een nieuwe ombudscommissie samen te stellen. Tot zover. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u, mijnheer Van Balen. Dames en heren, de beraadslaging is hiermee beëindigd, met deze opmerking van de heer Van Balen, en we gaan over tot stemmen. Een nabrander? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Nou ja, mag dat nog even, voorzitter? De plaatsvervangend voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Omdat de heer Zagt die begreep dan waarschijnlijk niet goed wat ik bedoelde, omdat ik zei dat de klachtencommissie goed ging, omdat de heer Verbruggen het zei dat hij had vernomen dat er problemen zouden zijn intern, of zich opdoemen of dat het minder lekker gaat. Hij noemde de klachtencommissie. En ik zeg dat die juist heel goed gaan, waardoor die niet hoeven, de klachten amper nog bij het volgende loketje komen, daar gaat het me eigenlijk om. En nou ben ik kwijt wat de heer Lachman zei dus ik laat het hierbij. De plaatsvervangend voorzitter: Oké. Nu sluit ik echt de beraadslaging en we gaan over tot stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring bij een van de raadsleden? Zo niet, dan gaan we eerst over het amendement stemmen. En als u voor het amendement bent mag u uw hand opsteken.

En ik zie dat vier leden van De Lokale Partij, twee leden van de Partij van de Arbeid/GroenLinks en vier leden van het CDA. Dat zijn er tien, dat betekent dat het amendement is aangenomen. En nu zit ik even te dubben van moeten we nu nog over het raadsvoorstel stemmen, want dat gaat nog maar over één punt hè, dat is eervol ontslag verlenen. Dus ik neem aan dat u daar, ik neem aan dat u daar allemaal mee instemt. Ik zie iedereen knikken. Dan is dat besloten. Ging toch wel goed? Mevrouw Larson: Ja, ik weet het niet helemaal zeker. Maar goed. Mijn microfoon staat nog aan. OVERIG 14. Vragenhalfuur De voorzitter: Wij gaan over naar de overige agendapunten. Er zijn geen vragen ingediend voor het vragenhalfuur, dat hadden we al aan het begin van de avond geconstateerd, dus dit agendapunt komt te vervallen. 15. Moties vreemd aan de agenda De voorzitter: Er zijn twee moties vreemd aan de agenda ingediend. Wij behandelen eerst motie vreemd 1 van de VVD, recreatie. Wie wil hierover het woord voeren van de VVD? De heer Van Balen, gaat uw gang. De heer Van Balen: Ja, voorzitter. Kijk, recent zijn er, hebben er een aantal acquisities plaatsgevonden zoals De Otter en een recreatiepark aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk en dat heeft tot veel commotie geleid.

En wij zijn toen te raad gegaan eigenlijk bij hier intern van god, wat kun je daar eigenlijk mee? En dan blijkt dat er niet zo heel veel middelen zijn behalve dat er nog wel een, laten we zeggen, een goede beleidsnotitie kan worden geschreven om hier afwegingen te maken. En deze motie strekt ertoe om het college te bewegen die beleidsnotitie te maken. Dus we willen u eigenlijk een beetje helpen om handvaten te geven van god, we gaan niet alleen maar toestaan dat er recreatiewoningen van 500.000 euro plus in de gemeente Wijdemeren

worden gebouwd, want er moet wel wat te kiezen blijven. En daar strekt eigenlijk deze motie toe, en die zou ik u allemaal van harte willen aanbevelen. Dat betekent natuurlijk wat extra werk en ik heb net nog gezegd: daar zitten we misschien allemaal niet op te wachten, maar ik vind dit toch wel zo belangrijk, wij vinden dit zo belangrijk dat wij u toch graag willen uitnodigen om voor deze motie te stemmen. Tot zover. De voorzitter: En misschien kunt u even voorlezen, verzoekt het college om? De heer Van Balen: Verzoekt het college om een visie te ontwikkelen waarin uitgangspunten worden opgenomen die een concrete uitwerking krijgen in een programma voor het hele grondgebied van de gemeente, in deze visie kaders op te nemen die het mogelijk maken om beleidsafwegingen vorm te geven, in deze visie rekening te houden met bestaand en toekomstig beleid zoals omgevingsvisie, economische agenda en gebiedsakkoord, bij het ontwikkelen van de visie de verschillende partners, belanghebbenden, te betrekken bij de ontwikkeling en de uitvoering van de visie, deze visie vast te leggen in het te ontwikkelen omgevingsplan waarin afspraken, maatregelen en uitvoering worden opgenomen. En voor de financiering te onderzoeken of er subsidies verkrijgbaar zijn. En ik wil nog benadrukken, dit gaat eigenlijk alleen over de recreatieve voorzieningen. Dat wil ik nog even benadrukken.

Dus het is … Maar wel voor het hele grondgebied van Wijdemeren, dus niet alleen maar Loosdrecht, want wat er nu in Loosdrecht gebeurt kan natuurlijk ook in Nederhorst den Berg of in Kortenhoef gebeuren. Tot zover, voorzitter. De heer Voigt: Voorzitter. De voorzitter: Ik kijk rond of er verduidelijkende vragen zijn aan de indiener, dat is bij mijnheer Voigt het geval? De heer Voigt: Ja, een verduidelijkende vraag, want mijn vraag zou zijn van uw college wordt verzocht een visie te ontwikkelen, en ik vraag me dan af: een visie met betrekking tot? U heeft daar net wel iets over gezegd maar dat moet wel in uw motie staan anders kunnen we daar niet voor stemmen. De voorzitter: Mijnheer Van Balen. De heer Van Balen: Kijk voorzitter, kijk, ik heb net nog verteld … Ja, het staat wel in de motie, hoor. Kijk, wij willen graag dat er wat voor elk wat wils te recreëren valt in Wijdemeren, als het gaat om recreatieparken, jachthavens en dergelijke. En het te ontwikkelen beleid zou zich daarop moeten richten, ja? Dus niet alleen maar op van god, we bouwen alleen maar bungalows van boven de 500.000 euro. Sociale recreatie, ook voor het CDA, ja. Dat klopt. De voorzitter: De heer Voigt, volgens mij had u een andere bedoeling met uw vraag. De heer Voigt: Nou, u moet aangeven in uw motie … Kijk, u vraagt aan het college een visie te ontwikkelen.

Maar waar moet het college een visie over ontwikkelen? Dat moet u … De voorzitter: Mijnheer Van Balen, volgens mij bedoelt mijnheer Voigt dat hij aangevuld moet worden in de motie. Wat hem betreft. Maar misschien wilt u zelf daarop reageren. De heer Van Balen: Ja. Kunnen we even schorsen, voorzitter, want ik … De voorzitter: Zullen we eerst even de vraag van de heer Roosenschoon aan u toestaan en dan schorsen? Met uw goedvinden. Ja. De heer Roosenschoon.

De heer Roosenschoon: Maar voorzitter, het was ook geen vraag, want ik ben het helemaal eens met de heer Voigt. Er wordt hier gevraagd een visie, maar niemand weet waarop. Het woord recreatie komt in het verzoekt het college niet eens voor. Dus visie voor recreatieve voorzieningen is wel het minimum wat zou moeten zijn. Het is een aanvulling op uw tekst. De voorzitter: Oké. En mevrouw Rooimans, hebt u een vraag of … Ja. Mevrouw Rooimans: Ja, ik heb ook een vraag, want zeg maar, er wordt gesproken over recreatie. En mijn vraag is: wat wordt er precies onder verstaan? Want recreatie is natuurlijk een term die we als we die breed Nederlands definiëren, dat daar veel meer onder valt. En dus zeg maar de motie is daarin niet duidelijk. De heer Van Balen: Wij hadden gedacht jachthavens … De voorzitter: Mijnheer Van Balen. De heer Van Balen: Ja, dank u voorzitter. Wij hadden gedacht jachthavens, recreatieparken en ja, overige recreatie. Mevrouw Rooimans: Ja, dan moet u dat duidelijk definiëren in de motie. De heer Van Balen: Ja, maar ik weet niet precies wat er hier allemaal nog meer is, maar ik weet wel dat er heel veel jachthavens en recreatieparken zijn en dat de commotie natuurlijk vooral over de combinatie van beide parken is ontstaan. Mevrouw Rooimans: Ja, maar u probeert dan een specifiek … De voorzitter: Mevrouw Rooimans. Mevrouw Rooimans: Sorry, voorzitter.

U probeert dan een specifiek probleem in deze motie heel algemeen op te lossen, en dat lijkt me niet zo handig. De voorzitter: Maar dit gaat om verduidelijkende vraag en nog niet de meningen. Is er een verduidelijkende vraag, want ik zie u knikken, mijnheer Zagt? Ja, gaat uw gang. De heer Zagt: Ja, is inderdaad een verduidelijkende vraag. Wat is er gedaan de afgelopen week met de reacties van andere fracties, is de vraag aan mijnheer Van Balen. Ik heb namelijk hier de versie van de fractievoorzitter van de VVD van vorige week donderdag 7 oktober van 12 uur 24, en vandaag om 17 uur 22 ontvang ik van de heer Van Balen: Gert, dit is de laatste versie. Maar dat is precies dezelfde versie als die van vorige week donderdag, terwijl er wel argumenten zijn gewisseld. Dus het lijkt mij eerlijk gezegd verstandig, voorzitter, we kunnen gaan schorsen maar ik vind, ik adviseer de heer Van Balen om het wat beter voor te bereiden voor de volgende ronde. De voorzitter: Maar wat is uw vraag aan de heer Van Balen? De heer Zagt: Wat er gedaan is met de reacties van andere fracties. De voorzitter: Oké. De heer Van Balen.

De heer Van Balen: Nou, kennelijk niks. Nou ja, ik heb wel wat … Voorzitter, ik heb kennelijk wel, er zijn wel wat antwoorden gekomen maar kijk, de enige die wat vragen heeft gesteld is volgens mij de heer Zagt zelf geweest. Voor de rest heb ik niks gezien. Maar ik doe even een praktisch voorstel want dit gaan we nu niet oplossen. We houden hem aan en volgende keer komen we erop terug, ja? De voorzitter: Akkoord. De heer Van Balen: Tot zover. De voorzitter: Dan wordt hij aangehouden. Goed, dan mag de vicevoorzitter de heer Voigt mij opnieuw vervangen. Mijnheer Voigt. De plaatsvervangend voorzitter: Nou, we hebben het vuurwerk tot het laatst bewaard. Zoals het hoort, zoals het hoort. Dat is de motie vreemd aan de agenda met de titel wachten kan niet meer. Vluchten kan niet meer, wachten kan niet meer. Hij is ingediend door PvdA/GroenLinks, D66, Lokale Partij, en het gaat over vuurwerk. Ik geef de heer Poels als eerste het woord. De heer Poels: Voorzitter, dank u wel, u zat er natuurlijk allemaal op te wachten. Oktober, dan komt de PvdA en GroenLinks met zijn vuurwerk, dus nou, ik wilde u daar ook niet in teleurstellen natuurlijk, dus daar zijn we weer.

Maar ik doe het toch met een wat droevige ondertoon, het heeft te maken met het feit dat we in 2020 volgens mij eindelijk een kleine meerderheid hadden in deze raad om te gaan experimenteren met een klein stukje nieuw vuurwerkbeleid dat bestond uit 1, het aanwijzen van een vuurwerkvrije zone ergens hier in Wijdemeren, en 2, kijken of we partijen kunnen motiveren om daar een vuurwerk, wat ons betreft meer een lasershow te houden als een eerste begin naar een vuurwerkvrije gemeente. Toen brak corona uit, voorzitter, u weet het nog, en het afgelopen jaar werd mijn motie op de wenken bediend maar dat was het rijksbeleid en ondertussen zijn we weer terug bij het oude. Dus ik heb in eerste instantie geïnformeerd: wat gebeurt er met die oude motie, en daar is deze motie op gebaseerd. Dat weet de voorzitter ook want we hebben daar contact over dit verhaal gehad. Dat is dat ik vrees, maar dat kan de voorzitter wellicht zelf ook uitleggen, sorry, de portefeuillehouder wellicht ook uitleggen dat die motie die we hier met tien geloof ik hebben aangenomen, dat die niet tot uitwerking gaat komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10718265/2