CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Eilandseweg 4a - Toelichting

commissie Ruimte en Economie 27 januari 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Eilandseweg 4a te Nederhorst den Berg11.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

Afbeelding 4.1: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 (Bron: PDOK)

Stikstofdepositie op natuurgebieden Ondanks de ruime onderlinge afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dient het effect van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in ogenschouw genomen te worden. Hierbij dient gekeken te worden naar de stikstofdepositie in de aanlegfase (bouwverkeer) en in de gebruiksfase (verkeersgeneratie). In dit geval bestaat de ontwikkeling concreet uit het verwijderen van het bestaande woonschip en het aanmeren van een nieuw woonschip. Het nieuwe woonschip wordt elders op een scheepswerf gefabriceerd, waardoor de inzet van werktuigen ter plaatse beperkt blijft. De stikstofuitstoot als gevolg van de aanlegfase is daarmee dusdanig beperkt dat, mede gelet op de afstand tot Natura 2000-gebieden, geen significant negatieve effecten te verwachten zijn. Daarbij wordt opgemerkt dat verkeersbewegingen in de gebruiksfase niet toenemen, aangezien reeds een woonschip aanwezig is. Een nader onderzoek naar stikstofdepositie op natuurgebieden wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Al met al wordt geconcludeerd dat gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden en de aard en omvang van de ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie, geen sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.

4.6.2.2 Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het Natuur Netwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Afbeelding 4.2 geeft de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van het NNN weer.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

Afbeelding 4.2: Ligging plangebied t.o.v. NNN (Bron: PDOK)

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevindt zich op circa 25 meter afstand van het plangebied. Gezien de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN (er is bijvoorbeeld geen sprake van areaalvermindering en het doorsnijden van structuren).

4.6.3

Soortenbescherming

Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Het plangebied heeft reeds een bestemming voor het aanleggen van een woonschip en is al geruime tijd voor wonen in gebruik. Het vervangen van een woonschip door een nieuw woonschip heeft geen negatieve effecten op mogelijk aanwezige beschermde diersoorten.

4.6.4

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

4.7

Archeologie & cultuurhistorie

4.7.1

Archeologie

4.7.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het projectgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten

4.7.1.2 Situatie plangebied De gemeente Wijdemeren heeft de archeologische verwachtingswaarde van gronden vertaald in de beleidskaart archeologie. Een uitsnede ter plaatse van het projectgebied (rode cirkel) is in afbeelding 4.3 opgenomen.

Afbeelding 4.3: Uitsnede Beleidskaart Archeologie (Bron: Gemeente Wijdemeren)

Op basis van de archeologische beleidskaart geldt ter plaatse van het plangebied dat bij plannen groter dan 2.500 m² en dieper dan 40 cm rekening dient te worden gehouden met archeologische resten. Met voorliggend project geen grondingrepen van betekenis gemoeid. Geconcludeerd kan dan ook worden dat uit archeologisch oogpunt geen bezwaar bestaat tegen het project.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp 4.7.2

Cultuurhistorie

4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan/wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

4.7.2.2 Situatie plangebied Er bevindt zich, op basis van de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland in het projectgebied en haar directe omgeving geen rijksmonument. Er kan dan ook worden gesteld dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor voorliggend plan. Voor het overige wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3 waar in wordt gegaan op de cultuurhistorische waarden op de locatie.

4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

27

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

HOOFDSTUK 5

WATERASPECTEN

5.1

Vigerend beleid

5.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Voornamelijk de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

5.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009).

5.1.3

Provinciaal beleid

De Watervisie 2021 zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Alleen door water goed mee te nemen kunnen duurzame integrale afwegingen gemaakt worden. Zo is er op en aan het water rust, maar ook ruimte voor vertier en activiteiten. Waar water en natuur zijn, ontstaat vaak als vanzelf recreatie. En die combinatie biedt weer kansen voor economische ontwikkeling. Met de Watervisie 2021 als zelfbindend document worden kaders gesteld voor wateropgaven in Noord-Holland. Het lange termijn doel is om heel Noord-Holland in 2050 voor zover redelijkerwijs haalbaar waterrobuust te hebben ingericht. Het gaat hierbij om het zoveel mogelijk: 1. beperken van het slachtofferrisico als gevolg van overstromingen; 2. voorkomen van grote economische schade; 3. voorkomen van maatschappelijke ontwrichting door het uitvallen van vitale functies en/of het vrijkomen van milieugevaarlijke stoffen.

5.1.4

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

Het waterbeheerplan 2016-2021 is op 8 oktober 2015 goedgekeurd door het Algemeen Bestuur van het waterschap en is vanaf 1 januari 2016 van kracht. In het Waterbeheerplan 2016-2021 beschrijft het waterschap wensbeelden per thema voor 2030, en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode 2016-2021 op hoofdlijnen. Hierin staat wat het waterschap doet aan veiligheid, de beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en aan efficiënte zuivering van afvalwater. Ook zet het waterschap zich in voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de natuur.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

28

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en 'robuust' (toekomstbestendig) watersysteem. Het waterschap wil open en toegankelijk zijn, actief naar samenwerking zoeken en de dialoog aangaan. De strategische uitgangspunten voor de langere termijn (2030) zijn: • • • • • • • • • •

Samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit;' Een klimaatbestendig en daarmee waterrobuust gebied; Steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; Een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; Water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; Gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; Gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; Vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit voor burgers en bedrijven; Afstemming over alle watertaken per stroomgebied (i.c. Rijn-West); Behoud van de zelfstandige bevoegdheid

5.2

Waterparagraaf

5.2.1

Watertoets

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

5.2.2

Watertoetsproces

In het kader van de watertoets is contact opgenomen met het Waternet (Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). Deze gaven aan dat het plangebied is gelegen langs een waterkering met vastgestelde zones waarbinnen beperkingen gelden. Ten aanzien van de waterkering is het in ieder geval belangrijk dat werkzaamheden binnen de zonering van de waterkering verbonden zijn aan een watervergunning (vergunning op basis van de Keur AGV 2019). Dit geldt bijvoorbeeld voor graafwerkzaamheden en het aanbrengen van werken zoals damwanden. Voor sommige kleinschalige (bouw)werken geldt geen vergunningsplicht vanuit het Keur, maar gelden algemene regels. Deze staan in het Keurbesluit AGV 2019. Bijvoorbeeld het plaatsen van een afrastering/hekwerk. Ten aanzien van het ontwerp van de woonark is het van belang dat de ark qua diepte past en het niet nodig is de vaste waterbodem af te graven. De waterbodem maakt deel uit van de waterkering en zorgt voor de benodigde stabiliteit van het dijklichaam. Het afgraven van die waterbodem is niet toegestaan. Losliggende bagger mag daarentegen wel verwijderd worden. Verder is het waterschap nautisch beheerder op de Vecht. Er geldt een vrij te houden vaarstrook van 21 meter in de Vecht.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

29

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp 5.2.3

Conclusie

Bij het realiseren van het voornemen dient rekening worden gehouden met het advies van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Op voorhand worden geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse verwacht.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

30

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

HOOFDSTUK 6 6.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

6.2

Opzet van de regels

6.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

6.2.2

Inleidende regels (begrippen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

31

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

6.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • •

•

6.2.4

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte etc.); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: regels omtrent werken of werkzaamheden die niet zonder omgevingsvergunning uitgevoerd mogen worden; Wijzigingsbevoegdheid: voorwaarden waaronder burgemeester en wethouders het bestemmingsplan kunnen wijzigen.

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich voornamelijk voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

•

Algemene bouwregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven. Hierin zijn onder andere regels opgenomen omtrent de gevallen waarbij bouwgrenzen mogen worden overschreden.

•

Algemene afwijkingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

•

Algemene wijzigingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten de regels in het bestemmingsplan te wijzigen.

•

Overige regels (Artikel 10) In dit artikel worden de geldende wettelijke regelingen van toepassing.

6.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

32

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

6.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.

Water - Woonschepenligplaats (Artikel 3) Het plangebied omvat een ligplaats voor een woonschip in de Vecht. De bestaande omvang van het bouwvlak op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Nederhorst den Berg’ is in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Voor wat betreft de regels is de maatvoering van het toegestane woonschip enigszins aangepast. Ook zijn de toegestane maximale maten in het geldende bestemmingsplan ondergebracht bij de gebruiksvoorschriften. In voorliggend bestemmingsplan is dit gecorrigeerd, door de regels op te nemen in de bouwregels.

Waarde – Archeologie 3 en Waarde – Archeologie 4 (Artikel 4 en 5) Gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Op grond van deze dubbelbestemmingen is het voor activiteiten waarbij gegraven wordt, zoals bouwen en een aantal specifiek genoemde werken en werkzaamheden noodzakelijk eerst een archeologisch onderzoek te laten uitvoeren dan wel een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan te vragen. Indien is aangetoond dat de te verrichten activiteiten de archeologische waarden niet zullen schaden kan worden gebouwd, dan wel kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden worden verleend. Het maximale oppervlak en de diepte van een plan waarvoor geen archeologisch onderzoek noodzakelijk betreft respectievelijk 500 m2 en 40 cm voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en 2.500 m² en 40 cm voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

33

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

HOOFDSTUK 7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval worden de gemeentelijke kosten, via een anterieure overeenkomst, verhaald op initiatiefnemer. Met initiatiefnemer wordt tevens een planschadeovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

34

Bestemmingsplan Eilandseweg 4a - woonschip Ontwerp

HOOFDSTUK 8 8.1

Vooroverleg

8.1.1

Rijk

INSPRAAK EN VOOROVERLEG

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

8.1.2

Provincie Noord-Holland

Gelet op de aard en omvang wordt vooroverleg met de provincie niet noodzakelijk geacht.

8.1.3

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

In het kader van de watertoets is er contact geweest met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De uitkomst hiervan is opgenomen in paragraaf 5.2.2.

8.2

Inspraak

Gezien de relatief beperkte planologische betekenis is geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

8.3

Zienswijzen

Deze paragraaf zal worden ingevuld na afloop van de periode van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9571766/2