Onderzoeksopzet Porseleinhaven
Tekst van het document
Onderzoeksopzet Porseleinhaven Inleiding: De raad heeft n.a.v. het dossier Porseleinhaven verzocht om onderzoek te doen naar de organisatie van deze ruimtelijke ontwikkeling. Een onafhankelijk extern bureau gaat het onderzoek uitvoeren. Doel: Het doel van het onderzoek is tweeledig: waarheidsvinding en het bepalen van verbeterpunten voor het managen van toekomstige complexe ruimtelijke ontwikkelingen met als onderdelen, de kwaliteit van de ambtelijke advisering, duidelijkheid over rolverdeling in bevoegdheden en mandaat en welke sturingsprincipes zowel ambtelijk als bestuurlijk beter kunnen worden geborgd. Gericht onderzoek: Gezien de langlopende ontwikkeling van meer dan 20 jaar met de daarbij horende uitgebreide dossiervorming en documentatie is het wenselijk focus aan te brengen in het onderzoek. Dit beperkt de bandbreedte en creëert de mogelijkheid diep op een aantal aspecten in te kunnen gaan. Hiermee wordt zoveel als mogelijk geborgd dat het onderzoek concrete bevindingen oplevert die recht doen aan de waarheidsvinding en het verbeteren van het management van toekomstige complexe ruimtelijke ontwikkelingen. Ook voorkomt deze focus dat het een zeer langlopend en kostbaar onderzoek wordt. Zes thema’s Het dossier overziende zijn een viertal inhoudelijke thema’s en een tweetal organisatorischebestuurlijke thema’s benoemd.
De vier inhoudelijke thema’s zijn de stakeholdersmethode, het tot stand komen van de ruilovereenkomsten, de advisering en besluitvorming rondom het bestemmingsplan en de uitvoering van de rechtelijke uitspraak om een woning te realiseren. De organisatorisch-bestuurlijke thema’s betreffen de organisatorische structuur/cultuur en de ambtelijkbestuurlijk samenwerking. 1. Stakeholdersmethode: De onderzoeksvragen richten zich hier op de wijze waarop deze methode is toegepast. Ondermeer moet duidelijk worden of: - het de deelnemers duidelijk genoeg was binnen welke kaders zij hun ideeën konden inbrengen en wat de reikwijdte van hun invloed was. - het duidelijk was welke ideeën het college en/of raad kon honoreren en welke niet in relatie tot de bestuurlijke verantwoordelijkheden. 2. Ruilovereenkomsten: De onderzoeksvragen richten zich hier op de objectiviteit van de waardevaststelling van de ‘geleverde’ en de ‘verkregen’ objecten die deel uitmaakten van de diverse ruilovereenkomsten. Duidelijk moet worden: - of deze waardevaststellingen destijds geverifieerd zijn met de deelnemers. - of er over dit onderwerp binnen het college en met de raad voldoende is gecommuniceerd. - op welke wijze de diverse allonges tot stand zijn gekomen. Wie hebben beslist over hetgeen in die allonges is overeengekomen? Is vast te stellen of er inhoudelijk goede redenen ten grondslag lagen aan de allonges?
-
wat het doel was van de diverse taxaties. Er zijn verschillende taxaties van woningen en percelen gemaakt, op verschillende momenten en met verschillende uitkomsten. Is vast te stellen wat het doel van die taxaties was? 3. Bestemmingsplan: De onderzoeksvraag hierbij is niet het wettelijk doorlopen proces, maar de interne ambtelijke advisering. Duidelijk moet worden: - tot welk bestuurlijk niveau en op welke wijze dit heeft plaats gevonden. - heeft het ambtelijk handelen binnen het daartoe gegeven mandaat plaats gevonden? - op welke manier en in welke mate is rekening gehouden met de privaatrechtelijke afspraken zoals die in de toenmalige ruilovereenkomsten zijn vastgelegd. 4. Woning : De onderzoeksvragen richten zich hier op de organisatie van het proces van aanbesteding en bouwdirectie. Duidelijk moet worden: - of er (voldoende) rekening is gehouden met de rechten en wensen van degene voor wie de woning was bedoeld. - in welke mate aan de gerechtelijke uitspraken gevolg is gegeven. - of de besluitvorming tijdens het bouwproces past binnen het ambtelijk en bestuurlijk mandaat. - of het college voldoende is ingelicht over de voortgang en de kwaliteit van de bouw - of er gegronde redenen waren om de oplevering (op een paar punten na) te accepteren, dit mede in het licht van het latere onderzoek.
- of het college voldoende en juist geïnformeerd is over de situatie toen het gevraagd werd de brief van 3 juni 2019 aan de bewoner te sturen. 5. Ambtelijke-bestuurlijke samenwerking: De onderzoeksvraag richt zich op de wijze waarop het project intern is georganiseerd. Duidelijk moet worden - of de bestuurlijke aansturing van ambtenaren en de ambtelijke advisering aan bestuurders is verlopen volgens de algemeen geldende maatstaven? - hoe de organisatiestructuur (en cultuur) in de praktijk tot uitvoering is gebracht met inachtname van de verantwoordelijkheids(ver)deling ambtelijk-bestuurlijk, handelingsbevoegheid, informatieverstrekking, besluitvormingsbevoegdheid en mandaat (organisatie, college en raad). 6. De organisatorische structuur/cultuur De onderzoeksvraag richt zich op de organisatietructuur en de cultuur. Hoe is het project georganiseerd geweest en zijn de processen op een correcte wijze toegepast en doorlopen? Vanuit het beeld van de ontstane tunnelvisie of deze cultuur heeft bijgedragen aan de juridisering die dit dossier lange tijd gekenmerkt heeft?