Memo Evaluatie Accommodatieregeling 2021
Tekst van het document
Memo Evaluatie Accommodatieregeling Aan Kopie Datum Van Kenmerk
: : : : :
Gemeenteraad Wijdemeren College van B&W, Financiën, Vastgoed en Sociaal Domein 12 november 2020 / geredigeerd 17-februari 2021 Edwin van Miltenburg
Z54543/d301321
1. Inleiding Op 4 juni 2020 heeft de gemeenteraad van Wijdemeren besloten om de geldende accommodatieregeling 2011 (1/3 regeling) -nog- niet in te trekken. Het voorstel om de 1/3e Regeling in te trekken kwam voort uit o.a. de werkwijze van de regeling, de aanslag op de gemeentebegroting, interpretatie van voorwaarden en definities zoals ‘buitenproportioneel’. Het besluit was om: o een bondige evaluatie van de accommodatieregeling door de eigen organisatie uit te laten voeren; o op basis van deze evaluatie een nieuwe regeling voor te leggen; o een subsidieplafond op te nemen in de huidige regeling en te bepalen dat dit subsidieplafond voor de periode heden tot 1 januari 2021 op € 0,0 (nul euro) wordt gezet; o te zijner tijd bij raadsbesluit de accommodatieregeling 2011 in te trekken onder gelijktijdige vaststelling van de nieuwe regeling, in ieder geval vóór januari 2021; o de potentiële gebruikers (de verenigingen) met een deugdelijke argumentatie actief te informeren over de aanstaande beleidswijziging. 2. Analyse bestaande 1/3e regeling 2.1. Werking van de 1/3e Regeling Alle organisaties die gesubsidieerd (gaan) worden door de Gemeente Wijdemeren kunnen sinds 2011 een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor de 1/3 regeling.
De aanvraag voor de regeling betreft bouw, aanpassing, uitbreiding en vervanging van (onderdelen van) accommodaties en voorzieningen die – rechtstreeks of als onderdeel van een gebouw – duurzaam met de grond zijn verenigd. De totale investering wordt voor 1/3e deel gefinancierd door de aanvrager, 1/3e deel door de gemeente als subsidie à fonds perdu en het resterende 1/3e deel door de gemeente wordt verstrekt als renteloze lening. De afgelopen jaren is gebleken dat het voor organisaties relatief makkelijk is om aanspraak te maken op de regeling. Aanvragen bleven vaak onder het maximale bedrag en de financiële positie liet voldoende ruimte om aanvragen te honoreren. Zo was de regeling destijds ook bedoeld, namelijk om organisaties te ondersteunen in het doen van grote investeringen, waardoor onze inwoners gebruik kunnen maken van de activiteiten die deze organisaties aanbieden. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan buitensport, maar ook muziekverenigingen etc. De regeling voorziet in diverse kaders waaraan bij de aanvraag dient te worden voldaan. Daar is al snel sprake van; de kaders zijn ruim gedefinieerd (“een investering door een derde, de investering draagt bij aan de publieke zaak, de uitvoering moet sober maar doelmatig zijn, de investering voorziet in een lokale lange termijn behoefte”).
Een kader is ook dat de organisatie zich aantoonbaar heeft ingespannen om extra inkomsten te genereren teneinde de investering financieel mogelijk te maken. Ook dit is een rekbaar interpretabel begrip. Zoals hiervoor gezegd laat de huidige regeling ruimte voor interpretatie.
1
2.2. Financiën en begroting De plafond bedragen van het met maximaal beschikbare bedrag voor subsidie à fonds perdu bedraagt € 250.000 en renteloze lening ook € 250.000 om te voorkomen dat er een buitenproportionele aanslag op de gemeentelijke begroting wordt gedaan. Wat hier echter niet bij staat is een algeheel plafondbudget van de subsidie en/of de renteloze lening. Daarbij is de subsidie à fonds perdu tot op heden nooit begroot, waardoor het in feite altijd een ‘tegenvaller’ in de jaarrekening is. De huidige (2021) meerjarenbegroting van de Gemeente Wijdemeren toont niet of nauwelijks ruimte voor het begroten van extra subsidiebedragen. Er is sprake van sterke financiële druk, er is een bezuinigingsplan gepresenteerd waarvan de maatregelen nog in de praktijk dienen te worden gebracht. Een belangrijk onderdeel van de herziening van de financiële verhoudingen tussen de rijksoverheid en gemeenten is de herijking van het gemeentefonds. De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via dit fonds bedraagt zo’n € 30 miljard en wordt vanaf 2023 anders verdeeld. Voor Wijdemeren is voorzien dat er dan iets meer financiële ruimte ontstaat, alleen is er tijdelijk sprake van verhoging van de OZB waarvan voorzien is dat die weer verminderd kan worden naar rato van de herijking van het gemeentefonds.
De meerjarenbegroting biedt geen perspectief op het vrijspelen van extra subsidiebudget voor een Accommodatieregeling, zeker niet een soort regeling met een volume zoals geïnventariseerd is in de laatste jaren. 2.3. Kaders en randvoorwaarden In de regeling staat een ruime definitie van de kostensoorten die behoren tot de investeringskosten. De definitie kan verruimd worden in overleg met de gemeente. Exacte kaders zijn niet aangegeven. Daarnaast gelden ook meerdere randvoorwaarden. Die werken als variabelen op de bovenstaande kaders en de toelichting in de rest van de toelichting. 1.
Er wordt geen huurvergoeding berekend aan de vereniging/stichting, die op basis van de accommodatieregeling de accommodatie betrekt.
Dit zou impliceren dat het derhalve eigendom van de aanvrager wordt.
2.
Besparing door zelfwerkzaamheid (werkzaamheden, exclusief inventaris/inrichting, die door eigen leden of door derden gratis worden verricht) komt voor 50% ten goede aan de bijdrage van de vereniging/stichting en voor 50% aan het gedeelte van het renteloze voorschot.
Onduidelijk is in hoeverre dit in de praktijk werkt, wordt gemonitord en geborgd in contractmanagement. Zonder zicht op de werking van zelfwerkzaamheid, is er ook geen garantie op 50% op het voorschot van de renteloze lening.
3.
De huurbedragen voor onderhuur worden bepaald op basis van het gebruikte aantal m2 en de betreffende huurdercategorie (opslag € 17,50 m2; maatschappelijke en subsidieafhankelijke organisaties € 35,- m2; kinderopvanginstellingen € 100,- per m2; commerciële partijen marktconform tarief boven € 100,- m2).
Dit is al vigerend beleid.
De huuropbrengsten van de onderhuur worden 50%50% tussen vereniging/stichting, die op basis van de accommodatieregeling de accommodatie betrekt, en gemeente verdeeld.
Dit is al vigerend beleid.
Het eigendom van de accommodatie blijft bij de gemeente, totdat de renteloze lening is afgelost.
Omvangrijk contractmanagement in de praktijk. Het is de vraag of dit daadwerkelijk gebeurt en wordt opgevolgd.
4.
5.
2
6.
Het eigendom van de accommodatie gaat naar de vereniging/stichting, nadat de renteloze lening is afgelost.
7.
Voor verantwoordelijkheid en rekening van de vereniging/stichting zijn onderhoud pand, verzekeringen en belastingen
8.
Een recht van opstal wordt gevestigd en in een standaard huurovereenkomst vastgelegd.
9.
Verantwoordelijkheid voor onderhoud pand, verzekeringen, belastingen en dergelijke worden in een standaard huurovereenkomst geregeld.
Hoe werkt dit in het geval van “organisaties die met behulp van de accommodatieregeling een voorziening aanbrengen in een particuliere huisvesting”? hier geldt alleen een plicht tot een overeenkomst voor 15 jaar tussen aanvrager en particuliere eigenaar. Dit wordt momenteel nog niet in contractmanagement geborgd Indien de gemeente eigenaar is/blijft, zou zij conform ROZ verhuurvoorwaarden ook verantwoordelijk blijven voor eigenaarsdemarcatie en-lasten. Het is de vraag of dit wel wenselijk is bij door de aanvrager gedane investeringen?
2.4. Ruimte voor interpretatie In de huidige regeling zijn een aantal voorwaarden vervat die ruimte laten voor interpretatie. Deze interpretatieruimte wordt in de praktijk als onduidelijk en daarmee als onwenselijk ervaren. Zo verdient de term buitenproportioneel verduidelijking. Onder de geldende accommodatieregeling is er te veel ruimte voor interpretatie. Daarnaast bestaat er in de praktijk onduidelijkheid over de uitleg van de term voorziening in de zin van de accommodatieregeling. Onder de geldende accommodatieregeling is er te veel ruimte voor interpretatie. Dit heeft in de praktijk ook geleid tot bezwaarschriften en vervolgprocedures. 2.5. Arbeidsintensief proces en contractmanagement De 1/3 regeling is ambtelijk arbeidsintensief. 1. Ook voordat het college een besluit neemt over de aanvraag, zijn met de gemeente duidelijke afspraken vastgelegd over: a. kwaliteits-, milieu- en andere (bouwkundige) eisen ten aanzien van de uitvoering; b. betaalbaarstelling, betalingstermijnen, afrekening, renteloze lening, overbruggingskrediet, looptijd en aflossingsschema; c. bevoorschotting van de subsidie à fonds perdu vindt plaats tot een bedrag van € 10.000, bij een hoger bedrag wordt de subsidie in nader te bepalen termijnen beschikbaar gesteld; d. de termijn waarbinnen het aanbrengen van de voorziening voltooid moet zijn; e. oplevering, schouw, controle; f.
eigendom/huur/erfpacht/recht van opstal e.d. en zo nodig (notarieel) vastleggen daarvan. 2. De aanvullende randvoorwaarden gelden als spelregels die de aanvraag vooraf complexer maken, getoetst dienen te worden en ook na het vrijgeven van het krediet resulteren in verplichte monitoring, controles van financiële verantwoording etc. 3. Er moet getoetst worden of er externe subsidies zijn die eerst van het investeringsbedrag moeten worden afgetrokken, waarna de accommodatieregeling wordt toegepast. 4. Er zijn weinig KPI’s of harde criteria om aan te toetsen. Voor ‘sober & doelmatig’ kan bijvoorbeeld een NEN norm worden toegepast. Op dit moment is dat niet aan de orde. 2.6. Besluitvorming De werkelijke vaststelling vindt plaats nadat in het college van BW op het verzoek tot medewerking positief is beslist. Vervolgens dient de gemeenteraad een krediet beschikbaar te stellen. Nb: in de toelichting is meegegeven dat: 3
a.
b.
c.
“het zinvol is dat organisaties, gelijktijdig met de vierjaarlijkse aanvraag voor budget- of waarderingssubsidie, een indicatie opgeven van de in de komende vier jaar te verwachten investeringen. Het college kan er dan, in het kader van genoemd perspectief, rekening mee houden. Zodra de plannen een enigszins meer definitief karakter krijgen, wordt een officieel verzoek ingediend. o Dit is geen verplichting en kan in de praktijk leiden tot extra werk. Onvoorziene omstandigheden (calamiteiten) kunnen tot gevolg hebben dat de werkelijke kosten hoger uitvallen dan de begroting. Deze situatie zal in principe te allen tijde moeten worden voorkomen. Alleen in zéér bijzondere gevallen kan het college bereid zijn om hogere kosten te accepteren, echter wel onder de strikte voorwaarde dat deze “meerkosten” vroegtijdig worden gesignaleerd en onvermijdelijk waren o Dit leidt tot een hogere, onzekere en niet vooraf definieerbare risicopositie in elke aanvraag van de regeling. Het uitgangspunt is dat aan de hand van een door het college “gecontroleerde en geaccepteerde” begroting de maximale subsidies worden vastgesteld. De uiteindelijke bedragen van het renteloze voorschot en het aandeel van de organisatie zullen aan de hand van de werkelijke cijfers worden vastgesteld (accountantsverklaring).
In ieder geval zal de organisatie nooit meer subsidie ontvangen dan in werkelijkheid aan onkosten is gemaakt. Op deze manier profiteren zowel de organisatie als de gemeente van de lagere werkelijke kosten. o Onbekend is of dit in praktijk leidt tot bijstelling naar beneden en/ of versnelde aflossing. Hoe dan ook betekent controle hierop extra ambtelijke inzet.
Voor het voorgaande onderdeel interpretatieruimte gelden ook de antwoorden op vragen in de – digitale- Commissie MSZ van 26 mei 2020: Vraag: Klopt het dat de enige reden om deze regeling in te trekken de financiële belasting is voor de begroting van de gemeente Wijdemeren? Antwoord: Nee, belangrijk argument om de bestaande regeling in te trekken is dat de regeling ruimte laat voor interpretatie. Daarnaast is in de regeling een van de voorwaarden dat de gevraagde bijdrage geen buitenproportionele aanslag op de gemeentebegroting mag vormen. In de huidige situatie is dat dus een belangrijk argument om te heroverwegen. Vraag: Waar zitten de interpretatieverschillen voornamelijk in? Antwoord: Wat moet worden verstaan onder een voorziening en wat wordt verstaan onder een buitenproportionele aanslag op de gemeentelijke begroting, wat moet worden verstaan onder zelfwerkzaamheid van de vereniging alvorens zij een aanvraag in kunnen dienen. 2.7. Voorwaarden betreffende renteloze lening Voor de renteloze lening geldt: o een aflossingstermijn gedurende maximaal 25 jaar; o de in het algemeen de gebruikelijke afschrijving van de voorziening is bepalend; o in het geval van achterwege blijven van de betalingen, opheffing van de organisatie of liquidatie, is onmiddellijke opeisbaarheid door de gemeente mogelijk.
Zodra sprake is van tijdelijke financiële problemen van de organisatie, moet de organisatie onmiddellijk in overleg treden met de gemeente. Bij niet tijdig betalen wordt de rente in rekening gebracht. Juridisch gezien zijn dit relatief zwakke bepalingen vanuit gemeentelijk perspectief. In het geval dat een aanvrager failliet zou gaan of niet langer aan zijn betalingsverplichting kan voldoen, is de kans op het verhalen van kosten of aflossen van de lening nihil. Immers, in de regel geldt bij faillissement dat de curator op last van de rechter-commissaris allereerst aan financiële instelling en fiscus dient te worden voldaan en mogelijk zijn er andere schuldeisers.
4
2.8.
Overzicht stand van zaken leningen en subsidies 2000 tot en met 2020
Jaar
Overige langlopende leningen u/g
open 1-1-2020
basis / subsidie
jaren
2000
Renteloze lening D.S.O
905,51
18.151,00
20
2011
SV Graveland, renteloze lening kunstgrasveld
31.976,42
56.156,00
12
2011
SV Graveland, renteloze lening kunstgrasveld
44.066,14
56.156,00
24
2014
Renteloze lening Kantine Ankeveense Sportver.
17.640,00
21.000,00
25
2016
Historische Kring Loosdrecht aankoop eigen accomm.
n.v.t.
51.248,00
2018
SV Loosdrecht, renteloze lening kunstgrasveld
134.660,05
136.667,00
2019
Ledverlichting S.V . ’s-Graveland
9.500,00
9.500,00
2020
SV Graveland, renteloze lening kunstgrasveld
-
132.843,00
10 en 24
2020
Ijsclub (nog niet betaald)
-
60.000,00
25
Totaal overige langlopende leningen u/g
238.7486,12
490.473,00
12 en 24
De renteloze leningen worden nog geactualiseerd op basis van de gemeenteraadsbesluiten over de 1/3e regelingen voor SV Graveland (ad € 132.843) en de IJsclub (ad € 60.000). o De subsidie bedroeg derhalve in 2020: € 192.843. o Het totaal aan uitstaande leningen is momenteel € 431.591,12 (stand 11-11-2020). o Nb: dit overzicht bevat niet afgewezen aanvragen of de primair aangevraagde leningen en de desbetreffende hoogte van de subsidie en leningen. Als voorbeeld: in 2020 was dat de aanvraag van HMHC voor een hockey kunstgrasveld met een totaal € 848.779. Hiervan was € 250.000 gemaximaliseerde subsidie en € 250.000 gemaximaliseerde lening. De omvang van de aanvragen voor subsidie de 1/3e Regeling in 2020 was derhalve: € 442.843,-(en een gelijk bedrag aanvraag voor renteloze leningen). Zoals eerder aan de hand van technische vragen in de –digitale- Commissie MSZ van 26 mei 2020 is gevraagd en beantwoord: Vraag: Is het de verwachting dat het aantal aanvragen daalt dan wel stijgt? En waarop baseert u dat? Antwoord: Wij kunnen daar geen prognose van geven. Vraag: Hoeveel aanvragen lopen er op dit moment en voor welke bedragen? En tot wanneer kunnen er aanvragen worden ingediend? Antwoord: In totaal lopen er op dit moment in totaal 3 aanvragen. Het betreft 1 aanvraag van SV ‘s-Graveland voor de aanleg van een extra kunstgrasveld.
Behandeling in de raad staat gepland voor 30 juni. Het betreft een totale investering van circa € 4 ton. Verder heeft de Hilversumsche Mixed Hockey Club 1 aanvraag ingediend voor de vernieuwing van 2 hockeyvelden. Het betreft een totale investering van circa 7 ton. De aanvraag is afgewezen. De HMHC heeft bezwaar ingediend. De hoorzitting staat gepland op 6 juli 2020. De IJsclub Nederhorst den Berg heeft 1 aanvraag ingediend voor de realisatie van een nieuw clubgebouw. Het betreft een investering van circa 4 ton. De aanvraag is afgewezen. De IJsclub heeft bezwaar ingediend. De hoorzitting staat gepland op 29 juni 2020. Aanvragen kunnen worden ingediend tot het moment dat de raad besluit de regeling in te trekken. Vraag: Is er onderzocht of de Covid 19 pandemie effecten heeft op het verenigingsleven en of deze effecten zouden kunnen leiden tot nieuwe c.q. aanvullende aanvragen in het kader van de huidige accommodatie regeling? Antwoord: Zie bijlage ‘Direct aanvragen Noodkrediet i.r.t. Corona’ van voorliggende notitie. Sowieso is het afwachten hoe Rijks compensatie regelingen worden opgemaakt en uitwerken in de praktijk. Dit staat echter los van de evaluatie van de 1/3e Regeling. Wel vormen de financiële consequenties van COVID19momentele of op termijn risico’s voor enerzijds de gemeentelijke financiën en anderzijds die van de verengingen, stichtingen, organisaties e.d. 5
3. Overige informatie 3.1. Onderhouds- en investeringsplannen In de regel geldt: in het geval van gemeentelijk eigendom dient te worden voorzien in een meerjarig onderhouds- en investeringsplan, op basis waarvan gedoteerd kan worden in een voorziening. Zo vormen groot onderhoudsuitgaven en vervangingsinvesteringen geen verrassing in de jaarrekeningen, maar zijn op voorhand begroot en beschikbaar. Het planmatige onderdelen in de MJOP’s / MJIP’s is dat de uitgaven soms in de praktijk kunnen afwijken van de planning. In het geval van eigendom van derden geldt de duidelijke stelregel dat zij zelf verantwoordelijk zijn en blijven voor alle verantwoordelijkheden en verplichtingen die voortvloeien uit dat eigendom. Op basis van de maatschappelijke waarde van de organisatie kan, ook bij niet-gemeentelijk eigendom, dan toch worden voorzien in garantstellingen en/of renteloze leningen voor het behalen van gewenst maatschappelijk rendement. 3.2. Duurzaamheid Team Sportservice (uitvoerende organisatie van de combinatiefuncties sport in Wijdemeren) heeft gesprekken gevoerd met een aantal verenigingen over het verduurzamen van sportaccommodaties. Het Ministerie van VWS stelt budget beschikbaar om sportverenigingen te ondersteunen bij het verduurzamen van hun accommodatie.
Met hulp van een procesbegeleider die gespecialiseerd is in het begeleiden van sportorganisaties op het gebied van duurzaamheid doorloopt een vereniging dan bovenstaand stappenplan. De verenigingen kunnen het budget voor het begeleidingstraject aanvragen via Team Sportservice in de gemeente i.i.g. t/m 31 december 2020. 3.3. Voorbeelden van 1/3e Regelingen elders Er is geen eenduidige lijn in accommodatieregelingen in andere (buur) gemeenten of aan bepaald landelijk beeld. Er bestaan zowel vergelijkbare 1/3e regelingen, werkmethoden aan de hand van BOSA, SWS, reguliere subsidieverordeningen of helemaal geen regeling. De ervaringen zijn divers en in deze evaluatie niet uitputtend onderzocht. De bevindingen over regelingen zijn namelijk van diverse factoren afhankelijk (omvang van de gemeente in bevolking en begroting, financiële mogelijkheden binnen de begroting, proces, consistentie, ambtelijke inzet, externe factoren van organisaties, aantal aanvragen, plafond budgetten etc.). Twee voorbeelden die zijn Rotterdam en Amersfoort. o Rotterdam heeft een 1/3 regeling waarbij de gemeente voor 1/3e deel een subsidie verstrekt, de vereniging zelf 1/3e van het geld opbrengt en dat 1/3e deel van het geld in samenwerking met SWS bij de gemeente geleend kan worden. o Amersfoort kent ook een subsidie sportvoorzieningen (1/3 regeling).
Als voorwaarden gelden hier dat de gemeente subsidieert maximaal 1/3e van de totale investering subsidieert. De vereniging moet dus 2/3e deel van de kosten zelf financieren. En er is een totaal plafond budget van 325.000 euro beschikbaar. De onafhankelijke Adviescommissie Sportvoorzieningen adviseert over alle aanvragen. Uiteindelijk besluit het college van burgemeester en wethouders aan welke sportverenigingen subsidie wordt gegeven. Daarnaast zijn er ook legio voorbeelden waar geen 1/3e Regeling wordt toegepast. 3.4. Garantstellingen en renteloze leningen De gemeente Wijdemeren is bekend met garantstellingen voor bijvoorbeeld starters op de woningmarkt en voor woningcorporaties bij de realisatie van woningen. Dit kunnen zeer omvangrijke garantstellingen zijn, waarvoor een dekking beschikbaar is in de vorm van een fonds. Daarnaast is ook sprake van renteloze leningen. Beide financieringsvormen zijn denkbaar in relatie tot een accommodatieregeling. Een renteloze lening is relatief laagdrempelig, maar betekent voor de gemeente wel een zogenaamde out of the pocket cost. Er dient immers actief een financiering aangegaan te worden en de bedragen worden uitgekeerd. Bij een garantstelling is een derde partij / financiële instelling de verstrekker van de financiële middelen en staat de gemeente alleen garant voor een gedeelte of het geheel van de som.
De risicopositie wordt in beide gevallen jaarlijks 6
verminderd door aflossing door aanvrager. Een ‘out of the pocket’ subsidiebedrag zonder plafond jaarlijks is ongewenst. Gezien de financiële status van de gemeente Wijdemeren is op korte termijn het bijdragen in een subsidiebedrag niet opportuun. 4. Opties voor subsidies, leningen & garantstellingen 4.1. BOSA1 Via de Rijks subsidieregeling ‘Stimulering Bouw en Onderhoud Sport Accommodaties’ (BOSA) kunnen amateursportorganisaties subsidie aanvragen voor de bouw- en onderhoudskosten van sportaccommodaties en voor de aanschaf van sportmaterialen. Een amateursportorganisatie is een privaatrechtelijk rechtspersoon zonder winstoogmerk, die accommodaties ter beschikking stellen aan amateursport voor lokaal gebruik. De organisatie moet beschikken over een SBI-code (registratie bij de KvK) waaruit blijkt dat de activiteiten betrekking hebben op amateursport. Organisaties waarbij de SBI-code begint met de cijfers 93.1 zijn sportorganisaties en komen in aanmerking voor subsidie. Uitzondering daarop zijn organisaties met SBI-codes gerelateerd aan beroepssporten (93.13, 93.14.6, 93.19.1, 93.19.3, 93.19.4 en 93.19.5). Er kan niet worden aangevraagd door organisaties zonder deze SBI codes, met een winstoogmerk, die een publiekrechtelijk rechtspersoon zijn (voor gemeenten geldt de SPUK) of wanneer het subsidiebedrag lager is dan de drempel van € 5.000. Subsidiebudget:
Stand aanvragen (29-10-2020)
In 2020 is voor de BOSA een budget van € 94 miljoen beschikbaar. Dit wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen. Per kalenderjaar geldt een maximum van € 2,5 miljoen subsidie per aanvrager. Er is ongeveer € 40 miljoen van de beschikbare € 94 miljoen aangevraagd.
Hoogte subsidie:
Het subsidiebedrag is 20% van de subsidiabele kosten inclusief btw. Dit zijn kosten die in aanmerking komen voor subsidie.
Subsidiabele kosten:
Kosten voor de bouw en het onderhoud van een sportaccommodatie en voor de aanschaf van sportmaterialen zijn subsidiabel.
Aanvullende subsidie:
Activiteiten gericht op energiebesparing, toegankelijkheid, circulariteit en veiligheidsbeleving komen in aanmerking voor 10% aanvullende subsidie (30% totaal). Het is niet mogelijk om een gecombineerde aanvraag te doen. U kunt wel meerdere subsidieaanvragen per kalenderjaar indienen.
Overzicht artikelen BOSA
Hoogte subsidie Minimale kosten van de activiteiten bij 20% subsidie Minimale kosten van de activiteiten bij 30% subsidie Bewijsstukken meesturen
Projectperiode
1
Activiteiten zijn afgerond en betaald Activiteiten moeten nog worden opgestart Artikel 8 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 € 5.000 – € 25.000 - € 125.000 € 25.000 – Vanaf € 25.000 € 125.000 € 125.000 € 25.000 € 125.000 € 125.000 € 625.000
€ 16.667
€ 83.333
€ 83.333
€ 416.667
Tot € 1.000 Facturen Vanaf € 1.000 Facturen en betaalbewijzen
Tot € 1.000 Facturen Vanaf € 1.000 Facturen en betaalbewijzen U kunt subsidie aanvragen voor
Offertes
Offertes
Maximaal 3 jaar
Maximaal 3 jaar
U kunt subsidie aanvragen voor activiteiten die zijn
Alle in formatie m.b.t. het aanvragen van de subsidie, de benodigde gegevens daarvoor staat online.
7
Wijze van vaststellen
Meldplicht bij wijzigingen in activiteiten
Activiteiten zijn afgerond en betaald Direct, uiterlijk Direct, uiterlijk binnen 22 weken. binnen 22 weken.
n.v.t.
n.v.t.
afgerond in de afgelopen 12 mnd
activiteiten die zijn afgerond in de afgelopen 12 mnd
Activiteiten moeten nog worden opgestart 80% van het 80% van het subsidiebedrag subsidiebedrag wordt als wordt als voorschot verleend. voorschot verleend. Na Na afloop van de projectafloop van de projectperiode wordt uw subsidie periode wordt uw definitief vastgesteld. U subsidie definitief ontvangt dan maximaal de vastgesteld. U ontvangt resterende 20%. dan maximaal de resterende 20%. Bij uitloop van uw project Bij uitloop van uw project of het of het niet doorgaan van niet doorgaan van activiteiten activiteiten bent u bent u verplicht dit te melden verplicht dit te melden via het wijzigingsformulier via het wijzigingsformulier
4.2. SPUK SPUK is de afkorting van Regeling specifieke uitkering stimulering sport. Dit is een regeling om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren. Alleen gemeenten kunnen deze regeling benutten sinds 1 januari 2019 toen gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de btw die hen in rekening wordt gebracht voor investeringen in sport niet meer in aftrek konden brengen. De uitkering is bedoeld voor: o Investeringen in hardware, zoals de bouw en het onderhoud van accommodaties. Dit kan het aanleggen van een kunstgrasveld of de bouw van een sporthal zijn. o Exploitatie van sportaccommodaties, zoals het beheer. Het kan gaan om gebruikskosten (bijvoorbeeld energielasten) en ingehuurde krachten zoals beheerders van accommodaties. 4.3. Stichting Waarborgfonds Sport (SWS Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) is een onafhankelijke stichting die actief is in heel Nederland. SWS is in 1980 opgericht op initiatief van het Ministerie van VWS, NOC*NSF en De Lotto, nadat eind jaren `70 werd geconstateerd dat sportverenigingen steeds meer moeite hadden om voor de aanleg, de bouw, de renovatie of de aankoop van de accommodatie een bancaire lening te krijgen. Het belangrijkste doel van SWS is het stimuleren van bezit van kwalitatief goede accommodaties door sportorganisaties.
SWS doet dit door borgstellingen te verstrekken aan banken. o Leningen tot 75.000 euro kunnen met ingang van 1 januari 2019 volledig door SWS worden geborgd. o Bij grotere leningen doet SWS dit in samenwerking met de gemeente waarin de club of sportorganisatie is gevestigd. Sinds haar oprichting heeft SWS meer dan 2300 sportorganisaties geholpen om investeren in de eigen accommodatie mogelijk te maken. Jaarlijks worden meer dan 75.000 sporters door SWS geholpen met het vernieuwen van de sportaccommodatie. Het investeringsproject bestaat globaal gezien uit 7 stappen. 1. Inventarisatie door bestuur of commissie. In deze fase wordt onderzoek uitgevoerd om antwoord te geven op een aantal belangrijke vragen, zoals het te verwachten ledental, de medewerking van de gemeente en de financieringsmogelijkheden vanuit de vereniging. 2. Besluit van de ledenvergadering In fase 2 presenteert het bestuur de plannen met de sportaccommodatie aan de leden. Er wordt o.a. duidelijk gemaakt hoe hoog de investering is, wat de vereniging en leden zelf zullen bijdragen en hoeveel geld er geleend moet worden. 8
3.
4.
5.
6. 7.
Bouwcommissie en inschakelen SWS Hebben de leden ingestemd met het voorstel? Dan kan een bouwcommissie aan de slag met het opstellen van een programma van eisen. Check in dit stadium ook welke bescheiden nodig zijn om een borgstelling bij SWS aan te kunnen vragen. Ook kunnen nu tekeningen worden gemaakt en offertes worden opgevraagd. Terug naar de ledenvergadering De tekeningen zijn klaar en er is een financieringsplan opgesteld. SWS heeft een verbindende rol in dit traject. Bij het bestuur ligt nu de vraag of zij zelf verantwoordelijk willen blijven voor de accommodatie of dat deze ondergebracht moet worden in een aparte stichting. Het bestuur heeft hierna opnieuw de steun nodig van de algemene ledenvergadering. Borgstelling aanvragen bij SWS Wanneer het voorstel is aangenomen, kan de sportorganisatie formeel een borgstelling aanvragen bij SWS. Gebruik dan 1 van de 2 aanvraagformulieren onder Borgstelling direct aanvragen. Financiering en de keus voor een bank Is de borgstelling toegekend? Dan kan de sportorganisatie de benodigde financiering afsluiten bij een bank naar keuze. Bouwaanleg De bouw kan beginnen! De aannemer gaat aan de slag en de leden dragen mogelijk een steentje bij. Tot slot: de feestelijke opening, gevolgd door langdurig en plezierig gebruik!
Nadat SWS de borgstelling heeft toegekend volgt nog een aantal belangrijke stappen. 8. Voldoen aan opschortende voorwaarden Het toekennen van een borgstelling gebeurt meestal ‘onder opschortende voorwaarden’. In deze fase van het traject zien we vaak dat het gebruik van de grond nog moet worden geregeld, de eventueel benodigde gemeentegarantie nog moet worden aangevraagd en ook zal er bijvoorbeeld nog geen offerte voor een lening zijn uitgebracht door een bank. De borgstelling wordt dan ook pas definitief verstrekt aan de bank op het moment dat aan deze opschortende voorwaarden is voldaan. In deze toelichting wordt nader ingegaan op wat hiermee wordt bedoeld. 9. Tekenen overeenkomst Is aan alle opschortende voorwaarden voldaan? Dan zal SWS een overeenkomst afsluiten met de sportorganisatie. Zijn er meerdere sportorganisaties betrokken bij het project, dan worden zij allen geacht de overeenkomst te ondertekenen. Hierop zijn onze ‘Algemene bepalingen overeenkomst‘ van toepassing. 10. Verstrekken akte van borgtocht aan bank Nadat de sportorganisatie(s) en SWS de overeenkomst hebben ondertekend, stuurt SWS een akte van borgtocht naar de betrokken bank. Op deze akte van borgtocht zijn onze ‘Algemene Bepalingen akte van borgtocht‘ van toepassing. In de akte van borgtocht staat onder andere dat: 10.1.
SWS zich voor maximaal 15 jaar jegens de bank zal verbinden als borg voor de aanvragers; 10.2. de maximale borgstelling die SWS verstrekt 250.000 euro bedraagt. 11. Jaarlijkse toets Heeft de sportorganisatie de borgstelling verkregen, dan verplicht de sportorganisatie zich om SWS jaarlijks te rapporteren over het beheer en de financiële situatie van het project. Deze rapportage omvat: 11.1. Resultatenrekening boekjaar; 11.2. Balans; 11.3. Begroting volgend boekjaar; 11.4. Eventueel verslagcontrole.
9
Binnen 3 maanden na het afsluiten van het boekjaar, dienen deze stukken te worden toegezonden aan SWS. SWS legt de resultaten en bevindingen vast in een Rapport Controle Borgstelling. Zowel de sportorganisatie als de betrokken bank en gemeente ontvangen jaarlijks een afschrift van dit rapport. Leningen tot en met 75.000 euro kunnen volledig door SWS worden geborgd. Bij leningen groter dan 75.000 euro geldt als opschortende voorwaarde voor het verstrekken van een borgstelling door SWS, dat ook de gemeente een passende garantie verstrekt. Het uitstaand obligo van SWS voor 'volledig door SWS geborgde leningen' mag maximaal 75.000 euro bedragen. Dus ook wanneer een nieuwe lening weliswaar kleiner of gelijk is aan 75.000 euro, maar die er wel voor zorgt dat dit grensbedrag wordt overschreden, komt de nieuwe lening slechts in aanmerking voor een 50% borgstelling van SWS. Ook in dat geval zal een aanvullende gemeentegarantie als voorwaarde worden gesteld. Slechts weinig sportorganisaties zijn eigenaar van de volledige ondergrond van het sportpark. Het eigendom van de opstallen kan dan worden gewaarborgd middels het vestigen van een zakelijk recht (vb. opstal / erfpacht). Het is van belang dat de overeenkomst welke hiervoor wordt gesloten met de gemeente een voldoende lange looptijd kent. Als minimum geldt hiervoor de looptijd van de financiering.
De gemeente kan overwegen om in de aanloopkosten van SWS garanties een deel voor haar rekening te nemen. De kosten voor een aanvraagprocedure via SWS zijn afhankelijk van de omvang van de benodigde investeringen maar bedragen ca. € 1.000 per aanvraag. Een bijdrage van € 500 per aanvraag met een maximum van bijvoorbeeld 5 aanvragen per jaar is te overwegen. 5. Conclusies & aanbevelingen m.b.t de huidige 1/3e Regeling De gemeente Wijdemeren draagt de maatschappelijke organisaties, sportverenigingen en stichtingen een warm hart toe. Een merkbaar positief effect van de regeling is dat is dat diverse maatschappelijke organisaties hebben gebruik gemaakt van de 1/3e Regeling in de afgelopen jaren. Dit heeft het voor hen mogelijk gemaakt te investeren in accommodaties. Het merendeel betreft sportorganisaties. Kritische conclusies m.b.t. de huidige 1/3e Regeling zijn: 5.1. Conclusies: 1) De huidige 1/3e regeling is financieel onvoorspelbaar en momenteel niet opportuun: a) één aanvraag kan theoretisch leiden tot maximaal € 250.000 ten laste van de Algemene Reserve in een kalenderjaar; b) in de huidige regeling is niet opgenomen hoeveel aanvragen er jaarlijks maximaal ingediend mogen worden en welk bedrag de gemeente jaarlijks maximaal uitkeert (een algeheel plafond).
Meerdere aanvragen in één jaar kunnen leiden tot een veel groter financiële risico in de gemeentelijke jaarrekening dan het plafondbudget per aanvraag van € 250.000 voor de subsidie resp. de renteloze lening. Dit maakt dat er sprake kan zijn van een bodemloze put; c) in de huidige regeling is niet geregeld in welke volgorde organisaties aanspraak kunnen maken op de regeling in het geval meerdere organisaties in hetzelfde jaar een aanvraag indienen; d) er wordt in de gemeentebegroting niet voorzien m.b.t. de 1/3e de regeling omdat vooraf onbekend is of van de regeling gebruik gemaakt wordt. Zo kan in enig jaar niets worden gesubsidieerd en/of in een renteloze lening worden uitgekeerd, maar het kan ook om meerdere aanvragen gaan; e) elke aanvraag die wordt gehonoreerd is per definitie een ‘verrassing’ in de jaarrekening t.o.v. de begroting of moet jaarlijks worden begroot in de Kadernota voor het opvolgende jaar; f) de meerjarenbegroting vertoont geen ruimte voor subsidies a fonds perdu.
10
2) De 1/3 regeling is ambtelijk arbeidsintensief: a) de gestelde kaders, controle van aanvragen, toetsing bij financiële instelling en de procesgang na kredietverstrekking vereisen monitoring, controles van financiële verantwoording etc.; b) in het geval van bezwaren wordt dit proces uitgebreid met verweer, zitting, interne afstemming en opvolging richting college van B&W, gemeenteraad en externe aanvrager; c) de aanvrager wordt verzocht gelijktijdig bij de aanvraag een indicatie op te geven van de in de komende vier jaar te verwachten investeringen. Dit is echter geen verplichting en kan in de praktijk leiden tot herhaling van zetten en extra werk. 3) De 1/3 regeling is ambtelijk kwetsbaar: a) in de praktijk is 1 ambtenaar belast met het gehele proces van de 1/3e regeling, de vraag rijst of één persoon alle inhoudelijke, organisatorische, juridische en financiële kennis bezit voor toetsing van de aanvraag en het gehele vervolgproces; b) vertrek van ambtenaren heeft geleid tot het verlies aan kennis van de regeling en historisch perspectief; 4) De 1/3e Regeling is risicovol: a) de uiteindelijke bedragen van het renteloze voorschot en het aandeel van de organisatie zullen aan de hand van de werkelijke cijfers worden vastgesteld (accountantsverklaring).
Onbekend is of dit praktisch heeft geleid tot aanpassing van het subsidiebedrag en lening; b) onvoorziene omstandigheden (calamiteiten) kunnen leiden tot een hogere, onzekere en niet vooraf definieerbare risicopositie in elke aanvraag van de regeling; c) de bepalingen behorend bij de renteloze lening zijn juridisch gezien relatief zwak vanuit gemeentelijk perspectief. De kans op het verhalen van de lening is praktisch nihil; d) de in de huidige regeling vervatte voorwaarden laten ruimte voor interpretatie en enkele kaders leiden tot definitie discussies en/of onduidelijkheid. 5.2. Aanbeveling garantiestellingen en renteloze leningen in Wijdemeren Op basis van de constateringen luidt de aanbeveling om een accommodatieregeling te ontwerpen: A. die recht doet aan het maatschappelijk belang, de wens om te streven naar goede, veilige en schone accommodaties te bekrachtigen op een wijze die past bij de gemeente Wijdemeren; B. dit echter zonder verrassingseffect voor de algemene reserve van de gemeente; C. passend is bij de financiële situatie van de gemeente Wijdemeren zoals voorzienig in de circa komende 5 jaar (2021-2025 en daarna te herijken; D. die minder ambtelijk kwetsbaar, minder arbeidsintensief en niet risicovol is.
Geadviseerd wordt om in de nieuwe regeling de 1/3 deel verdeling te wijzigen tot 1/3 eigen investering van de aanvrager en 2/3e deel renteloze lenig en de subsidie a fonds perdu te schrappen. Ook wordt aanbevolen om bestaande vormen van garantstelingen renteloze leningen en toetsing door bestaande externe partijen te benutten. Dat geldt ook voor de procesbegeleiding, beoordeling en opvolging. Voor renteloze leningen en garantstellingen wordt geadviseerd om een budgetplafond per kalenderjaar en per voorziene periode van 2021-2025 op te nemen. Indien in de regeling alsnog (in een aansluitende termijn) voorzien wordt in een subsidie, wordt geadviseerd ook hiervoor per aanvraag én per kalenderjaar een plafondbudget in te stellen. In de toelichting wordt de volgordelijkheid van de behandeling van de aanvragen te regelen en de tekst te redigeren voor het voorkomen van interpretatieverschillen en onduidelijkheid.
11
6. Voorstel nieuwe accommodatie regeling De nieuwe accommodatieregeling luidt: 1) De huidige 1/3e Regeling wordt aangepast a) De Accommodatieregeling is gebaseerd op een eigen investering voor 1/3 deel door de aanvrager en 2/3 deel door de gemeente wordt verstrekt als renteloze lening. 2) Organisaties en verenigingen wordt gewezen op andere vormen van garantstellingen, renteloze leningen en mogelijk subsidies van derden: a) Het advies luidt voor sportorganisaties dat zij (ook) het pad bewandelen langs BOSA en/of SWS. BOSA is in feite een compenserende subsidiemogelijkheid voor 20-=30% van de investering tegen het wegvallen van de gemeentelijke subsidie a fonds perdu in de oude regeling. b) Het advies luidt voor overige sociaal-maatschappelijke en culturele instellingen dat zij de mogelijkheden verkennen bij rijksoverheidssubsidies en (particuliere) fondsen. Zie voor de nieuwe Accommodatieregeling de bijlage: “Voorwaarden Accommodatieregeling Wijdemeren 2021-2025” Aanvullend wordt de positie van eigendom, beheer, exploitatie en onderhoud van maatschappelijke & sportaccommodaties en -voorzieningen, velden etc. helder in kaart gebracht aan de hand van MJOP’s en MJIP’s waarvan de financiële consequenties op een nader te bepalen methode worden verwerkt in de meerjarenbegroting. Dit maakt onderdeel uit van de later vast te stellen nota Maatschappelijk Vastgoed.
Met vriendelijke groet, Edwin van Miltenburg
12
BIJLAGE. Direct aanvragen Noodkrediet i.r.t. Corona Als sportorganisatie heeft u financiële schade ondervonden die het directe gevolg is van de aankondiging van het kabinet op 15 maart 2020 om de sportclubs voorlopig te sluiten. Dit als maatregel tegen de verdere verspreiding van het Coronavirus COVID-19. Hierdoor bent u inkomsten misgelopen uit bijvoorbeeld de kantine, contributie, toernooien, sponsoring en/of verhuur. Om dit liquiditeitsprobleem te kunnen opvangen kunt u bij uw bank een aanvraag indienen voor een tijdelijke lening, een zogenaamd Noodkrediet. De bank zal een borgstelling van u vragen, omdat zij de zekerheid wil dat de lening wordt terugbetaald. Voor die borgstelling kunt u bij ons terecht. Wilt u de borgstelling direct aanvragen? Gebruik dan één van de onderstaande formulieren: Borgstelling Noodkrediet aanvragen voor vereniging als uw sportorganisatie een vereniging is Borgstelling Noodkrediet aanvragen voor een vereniging en stichting als uw vereniging het Noodkrediet aanvraagt, maar er daarnaast entiteiten actief zijn zoals bijvoorbeeld een Stichting Topsport of Stichting Kantine Borgstelling Noodkrediet aanvragen voor stichting en vereniging als het de stichting is die het Noodkrediet aanvraagt en de vereniging als hoofdgebruiker van de accommodatie is aan te merken.
13