Kadernota 2027
Tekst van het document
Gezamenlijke kadernota
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................................ 2 1 Beschouwingen ............................................................................................................................................. 3 1.1 Startnotitie: eigen voorjaarsnota gezamenlijke Kadernota ......................................................................... 3 1.2 Eerder vastgestelde uitgangspunten ............................................................................................................ 3 1.3 Inhoud van de Kadernota ............................................................................................................................. 4 2 Financiële positie .......................................................................................................................................... 6 2.1 Het totaalbeeld ............................................................................................................................................ 6 2.2 Consolidatie effecten ...................................................................................................................................
7 2.3 Overige effecten zonder politieke keuze...................................................................................................... 9 2.4 Effecten met politieke keuze (Belastingharmonisatie) .............................................................................. 11 2.5 Effecten financieel beleid ........................................................................................................................... 20 3 Uitgangspunten begroting .......................................................................................................................... 23 4 Voorstel indeling programmabegroting ...................................................................................................... 28 4.1 Programma 1: Wonen en leven.................................................................................................................. 28 4.2 Programma 2: Zorg ..................................................................................................................................... 28 4.3 Programma 3: Werken ............................................................................................................................... 29 4.4 Programma 4: Bestuur ...............................................................................................................................
29 4.5 Programma 5: Financiën en grondexploitaties ......................................................................................... 30
2
1 Beschouwingen 1.1 Startnotitie: eigen voorjaarsnota gezamenlijke Kadernota In de “Startnotitie harmoniseren financiën” van 28 oktober 2025 is aangegeven dat de colleges, raden en ambtelijke organisaties van Wijdemeren en Hilversum samen werken aan de herindeling, maar hebben ieder bevoegdheden en verantwoordelijkheden die in de loop van de tijd veranderen. Voor 2026 betekent dit dat: • de P en C producten voor 2026 voor beide gemeenten worden voorbereid door de samengevoegde ambtelijke organisatie. Het financieel toezicht van de provincie op Wijdemeren is vanwege de aanstaande herindeling ook in 2026 van kracht; • Vanwege de herindeling stellen beide gemeenteraden in november 2026 géén programmabegroting 2027 vast, maar dat vindt plaats op 4 januari 2027 door de nieuw gekozen gemeenteraad van Hilversum; • In de loop van 2027 stelt de nieuwe gemeenteraad de jaarrekeningen van Wijdemeren en Hilversum vast over 2026. Het toezicht op Wijdemeren vervalt en wordt op Hilversum ingesteld, tot goedkeuring van de begroting door Gedeputeerde Staten. • In 2026 stellen Wijdemeren en Hilversum elk een ‘eigen’ voorjaarsnota vast over 2026 en een meerjarenraming 2027-2031 die (alleen) gaat over het eigen grondgebied en middelen: een beleidsarm doorkijk-document ‘alsof er niets wijzigt’. Uitzondering zijn de lasten/baten voor medewerkers van Wijdemeren die in 2026 in Hilversum werken.
• Wijdemeren en Hilversum stellen gezamenlijk een gelijkluidende kadernota (of consolidatienota, of uitgangspuntennota 2027-2031) voor de te consolideren begroting 2027 op en stellen deze vast. • Daarnaast stellen beide raden de belastingverordeningen voor 2027 vast, met uitzondering van de OZB. In artikel 216 en 217 van de Gemeentewet is geregeld dat de raad via belastingverordeningen vaststellen welke belastingen gelden en welke onderdelen daarin moeten worden opgenomen.
1.2 Eerder vastgestelde uitgangspunten De gemeenteraden van Wijdemeren en Hilversum hebben in maart 2025 in het herindelingsadvies als uitgangspunten vastgesteld: 1. Beide gemeenten bevorderen dat de heringedeelde gemeente Hilversum per 1 januari 2027 start met een meerjarig positief begrotingssaldo en Wijdemeren de openstaande taakstellingen heeft ingevuld. 2. Harmonisatie van gemeentelijke belastingen gebeurt zorgvuldig, met aandacht voor de effecten op inwoners, ondernemers en begroting. Vertrekpunt is variant 2b uit de herindelingsscan en de verdere uitwerking daarvan n.a.v. motie M25/18. 3. Administratieve lasten en doublures worden zoveel mogelijk beperkt. 4. De technische basis van Hilversum is (passend bij het idee van de ‘lichte samenvoeging’ en de beperking van administratieve lasten) het vertrekpunt. Tegelijk is er bestuurlijke ruimte om in voorkomende gevallen anders te beslissen. 5. Het politieke gesprek over dit onderwerp wordt zoveel mogelijk gevoerd binnen de bestaande PenC kalenders en producten. 6. Verder wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de programmabegroting 2027 beleidsarm is. Dit is gebruikelijk vanwege de herindelingsverkiezingen medio november 2026. Naar verwachting zijn bij het vaststellen van de begroting de coalitieonderhandelingen na de verkiezingen nog in volle gang.
Het ligt in de rede om de nieuwe raad en de nieuwe coalitie financiële ruimte te laten voor nieuw/aangepast beleid.
3
1.3 Inhoud van de Kadernota Het saldo van de gezamenlijke voorjaarsnota's is vertrekpunt
De huidige begrotingen van beide gemeenten vormen het uitgangspunt voor de technische harmonisatie in deze gezamenlijke kadernota. In beide gemeenten wordt in de voorjaarsnota (die in dezelfde raadsvergadering wordt behandeld) de bijstelling van de begroting als gevolg van autonome ontwikkelingen en nieuwe beleidsontwikkelingen geregeld. Het saldo van de begroting na wijzingen in de voorjaarsnota’s vormt het vertrekpunt van de kadernota. De belangrijkste onderwerpen van deze Kadernota
Naast de technische uitgangspunten voor de nieuw op te stellen begroting voor 2027 zijn de belangrijkste onderwerpen in deze gezamenlijke kadernota: • Ontwikkelingen Algemene uitkering (Voordeel: 5,7 miljoen) • Effecten belastingharmonisatie bij ongewijzigd beleid (Nadeel: 6,6 miljoen) • Consolidatie-effecten huisvesting en personeel (Nadeel: 0,2 miljoen) • Effecten harmonisatie financieel beleid (Oplopend voordeel: 0,8 miljoen) • Overige effecten (Nadeel: 0,2 miljoen) • De mutaties in deze kadernota sec vertonen daarmee een tekort van € 0,5 miljoen in 2030. In de jaren 2028 en 2029 leiden de mutaties in deze kadernota tot een wat hoger tekort. • Rekeninghoudend met het vertrekpunt vanuit de gezamenlijke voorjaarsnota’s is er in alle jaren, met uitzondering van 2028, sprake van een positief saldo. Veranderend beeld ten opzichte van de BVS van 11 maart 2026
Op 11 maart 2026 heeft een beeldvormende sessie met beide gemeenteraden plaatsgevonden over de belastingharmonisatie. De belastingharmonisatie kent twee tegenvallers ten opzichte van 11 maart. De indexatie van de woonlasten moet op basis van de huidige (Hilversumse) systematiek (indexatie volgt CPI van maart van het huidige jaar) naar beneden worden bijgesteld van 2,6% naar 2,1%. De tweede tegenvaller is de stijging van de kosten voor riool en afval, door de Hilversumse systematiek heeft dit effect op de OZB aangezien de totale lasten mogen stijgen met de CPI-index. Immers, in de startnotitie is als uitgangspunt opgenomen dat de Hilversumse woonlasten met niet meer dan de inflatie mogen stijgen. In deze Kadernota is deze beleidslijn als uitgangspunt gehanteerd. Uitgangspunten voor de huisvesting
Bij de huisvesting is voor de harmonisatie de aanname gedaan dat het gemeentehuis van Wijdemeren per 1 januari 2027 (tenminste) kostendekkend wordt verhuurd, dit betekent huurinkomsten van circa € 900.000. De huisvestingsbudgetten kunnen dan ten gunste komen aan de huisvesting van de nieuwe gemeente. In de begroting Hilversum was uitgegaan van € 1,35 miljoen aan huisvestingsbudgetten Wijdemeren. Het verschil (nadeel van € 0,45 miljoen) is meegenomen in de kadernota. Personele budgetten
De personele budgetten die nog beschikbaar zijn in Wijdemeren betreffen onder andere vergoedingen voor de raad en het college. Het totaal aantal raads- en collegeleden is per 1 januari 2027 lager waardoor er financiële middelen vrijvallen. Ook dit effect is verwerkt in deze Kadernota. Nog geen definitief eindbeeld
De ervaring van andere herindelingen leert dat het enige jaren in beslag neemt voordat de financiële effecten van het samenvoegen van twee of meer gemeenten definitief zijn ingedaald in de gezamenlijke begroting. Dat zal met deze gemeentelijke herindeling niet anders zijn. Het hiermee gepaard gaande tijdsbeslag is mede afhankelijk van de complexiteit van de herindeling. Pas als we enkele begrotingen verder zijn, zal er sprake zijn 4
van een meer stabiel eindbeeld. Het saldo dat in deze kadernota wordt gepresenteerd is daarmee hooguit een voorlopig beeld. Zo moeten de effecten van de beleidsharmonisaties zich de komende periode nog verder uitkristalleren.
5
2 Financiële positie 2.1 Het totaalbeeld Tabel 1: Totaal overzicht financiële uitwerking Kadernota (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
2027
2028
2029
2030
Begrotingssaldo Hilversum
-4.570
-1.104
-4.623
-7.548
Voorjaarsnota Hilversum
5.587
2.303
2.881
1.594
Vertrekpunt Hilversum
1.017
1.199
-1.742
-5.954
Begrotingssaldo Wijdemeren (na 1e wijziging)
-1.624
-626
-533
-533
Voorjaarnota Wijdemeren
1.157
1.314
1.380
440
Vertrekpunt Wijdemeren
-467
688
847
-93
Gezamenlijk vertrekpunt
550
1.887
-895
-6.047
Consolidatie effecten:
380
380
180
180
Personeelskosten Wijdemeren
-70
-70
-270
-270
Huisvesting
450
450
450
450
Overige effecten zonder politieke keuze:
-5.473
-5.473
-5.473
-5.473
Algemene uitkering
-5.700
-5.700
-5.700
-5.700
Bijdrage aan het GNR
227
227
227
227
Effecten met politieke keuze:
4.414
6.632
6.595
6.595
OZB Woningen
3.608
4.370
4.779
4.779
OZB niet woningen
-265
-156
-140
-140
Forensenbelasting
-200
530
560
560
RZB / havengelden
25
25
25
25
Toeristenbelasting
-90
-90
-90
-90
Hondenbelasting
135
135
135
135
Saldo Rioolheffing (overhead en onderdekking)
533
1.148
533
533
Afvalstoffenheffing (overhead)
727
727
727
727
Afvalstoffenheffing (overig)
-29
-27
96
96
Precariobelasting (overig)
-30
-30
-30
-30
0
0
0
0
-231
-72
-460
-832
0
0
0
0
-231
-72
--460
-832
0
0
0
0
Leges
Effecten financieel beleid: Afschrijvingsbeleid Autonome/nominale ontw Investeringsbeleid
6
2027
2028
2029
2030
Kwijtscheldingsbeleid
0
0
0
0
Mutaties Kadernota
-910
1.467
842
470
Eindtotaal Saldo
-360
3.354
-53
-5.577
Overige beleid met fin effect:
2.2 Consolidatie effecten 2.2.1 Samenvattend overzicht Bij de consolidatie-effecten zijn twee aspecten meegenomen: de personele kosten van beide gemeenten en de huisvestingskosten. In de onderstaande tabel worden de financiële effecten hiervan weergegeven. Tabel 2: Overzicht Consolidatie-effecten (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Consolidatie effecten:
2027
2028
2029
2030
a. Personeelskosten Wijdemeren
-70
-70
-270
-270
b. Huisvesting
450
450
450
450
2.2.2 Personeelskosten Wijdemeren Situatie Hilversum
De gemeente Hilversum heeft in de begroting rekening gehouden met de ambtelijke fusie en de budgetten die daarvoor zijn overgekomen vanuit Wijdemeren. Daarnaast heeft Hilversum in de begroting rekening gehouden met de huidige omvang de gemeenteraad en het college. Situatie Wijdemeren
Wijdemeren heeft in de begroting rekening gehouden met de ambtelijke fusie en de personele lasten die daarmee samenhangen worden in de begroting doorberekend naar Hilversum. De personele kosten die na de ambtelijke fusie in Wijdemeren zijn overgebleven zijn apart begroot. Dit betreft kosten voor de gemeentesecretaris, griffie, raad en college. Deze zijn structureel in de begroting opgenomen. Salaris gerelateerde lasten in begroting Wijdemeren: € 1.971.000 1 - Directie : € 342.000 - College: € 643.000 - Voormalige collegeleden: € 311.000 - Griffie: € 258.000 - Raad (incl. rekenkamer): € 417.000
1
De kosten bestaan uit de salarisbudgetten van gemeentesecretaris en directieondersteuning en een niet nader ingevuld budget van € 82.000.
7
Harmonisatie:
Vanaf 1 januari is de gemeente ook bestuurlijk gefuseerd. In deze berekening gaan we uit van een uitbreiding van het college met twee wethouders. Dat is uiteindelijk een bestuurlijke afweging. De gemeenteraad zal worden uitgebreid met twee raadsleden. De gevolgen van de hogere bestuurskosten bedragen ongeveer € 690.000. Hilversum passeert na de herindeling de grens van 100.000 inwoners en verschuift daarmee van inwonersklasse 6 naar inwonersklasse 7. Dat heeft dus ook een kostenverhogend effect voor de zittende raadsleden en collegeleden. Bij de raadsleden is sprak van een uitbreiding van twee raadsleden. De Hilversumse wethouders vallen eveneens in een hogere klasse. Dus ook de zittende wethouders krijgen een hogere bezoldiging. Dat is een effect van ongeveer € 80.000. Hierbij is gerekend met 8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering en een aanname van 30% werkgeverslasten. Voor de Hilversums burgemeester geldt hetzelfde.
Tabel 3: Overzicht bestuurskosten
Effect huidige raadsleden
60.000 tot
100.000 tot
100.000
150.000
1.987,30
2.256,23
268,93
37
10%
2.256,23
2.256,23
2
10%
Uitbreiding met 2
Verschil
Aantal
Werkgevers
Onkosten
Budgettair
lasten
vergoeding
effect 131.345
223,50
Totaal effect
Effect huidige wethouders
60.000 tot
100.000 tot
100.000
150.000
9.841,08
10.735,89
894,81
5
30%
10.735,89
10.735,89
2
30%
Uitbreiding met 2
Verschil
Aantal
Werkgevers
Onkosten
Budgettair
lasten
vergoeding
effect 81.172
467,35
Totaal effect
Effect Hilversumse Burgemeester
64.928 196.274
399.770 480.942
60.000 tot
100.000 tot
100.000
150.000
12.152,10
12.875,98
Verschil
723,88
Totaal generaal
Aantal
1
Werkgevers
Onkosten
Budgettair
lasten
vergoeding
effect
30%
13.133
690.349
In de onderstaande berekening wordt er vanuit gegaan dat het salarisbudget van de griffie Wijdemeren wordt toegevoegd aan het budget van de griffie Hilversum en het salarisbudget van de directie Wijdemeren wordt toegevoegd aan de personeelskosten Hilversum.
8
Financieel effect:
Hogere bestuurskosten Ondersteuning collegeleden (indicatief) Voormalige collegeleden Wijdemeren Extra budget griffie Directiebudget naar organisatie*
€ 690.000 € 300.000 € 311.000 € 258.000 € 342.000
Totaal benodigd Beschikbaar Vrijval vanaf 2027 Vrijval vanaf 2029
€ 1.901.000 € 1.971.000 € 70.000 € 270.000
*) Vanwege afnemende frictiekosten wordt er vanuit gegaan dat vanaf 2029 een bedrag van € 142.000 benodigd is, een verlaging derhalve van € 200.000.
2.2.3 Huisvestingskosten Situatie Hilversum
De gemeente Hilversum heeft door de ambtelijke fusie per 1 januari 2026 de huisvesting aan de Wilhelminastraat uitgebreid en de werkplekverdeling in het raadhuis en stadskantoor aangepast. Voor 2026 is een bijdrage vanuit Wijdemeren overeengekomen van € 1,35 miljoen, door de ambtelijke fusie is immers meer huisvesting benodigd. Dit budget is in Hilversum structureel ingeboekt aangezien de ambtelijke fusie ook structureel is. Voor de raming van de jaarlijkse opbrengst is de afspraak over 2026 als leidend aangehouden, de huisvestingsbudgetten van Wijdemeren waren op dat moment nog niet bekend in Hilversum. Situatie Wijdemeren
De gemeente Wijdemeren heeft een huisvestingsbudget van € 900.000 in de begroting opgenomen. Daarnaast heeft Wijdemeren de bijdrage voor de huisvesting van 2026 aan Hilversum eenmalig opgenomen en gedekt uit de algemene reserve. Harmonisatie:
Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de bijdrage vanuit de begroting van Wijdemeren € 900.000 zal bedragen. De bijdrage die Hilversum meerjarig in de begroting heeft opgenomen van €1,35 miljoen euro komt te vervallen. Bij de begroting is naar verwachting hier meer duidelijkheid over. Bij het opstellen van de begroting zal deze inschatting worden bijgesteld op basis van de dan beschikbare informatie. Financieel effect:
Negatief effect van € 450.000 in alle jaarschijven.
2.3 Overige effecten zonder politieke keuze 2.3.1 Algemene uitkering Huidige situatie:
Zowel in Hilversum als in Wijdemeren wordt de omvang van de algemene uitkering berekend met behulp van Pauw. Op basis van de parameters en de aangeleverde informatie wordt de omvang de algemene uitkering berekend.
9
Harmonisatie:
Doordat de gemeenten samengaan ontstaat een nieuwe set aan parameters die ten grondslag liggen aan de algemene uitkering. In het geval van Hilversum en Wijdemeren betekent dit dat de gefuseerde gemeente per 1 januari circa € 5,7 miljoen extra algemene uitkering ontvangt. Deze verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de nieuwe gemeente veel hoger scoort op de centrummaatstaven dan de twee gemeenten afzonderlijk. Financieel effect:
Voordelig effect van € 5,7 miljoen in alle jaarschijven.
2.3.2 Gooisch Natuurreservaat (GNR) Huidige situatie
Hilversum heeft de ontwerpbegroting 2027 van het Goois Natuurreservaat (GNR) ontvangen. De participantenbijdrage wordt naar rato van de inwoners vastgesteld voor de verschillende participanten. Doordat de inwoners van Wijdemeren ook mee gaan tellen in 2027, wordt het aandeel voor Hilversum groter. Bij Wijdemeren is hiervoor geen dekking omdat die op dit moment geen participant is van GNR. Financieel effect:
Een nadelig financieel effect van € 227.000 in alle jaarschijven.
10
2.4 Effecten met politieke keuze (Belastingharmonisatie) 2.4.1 Inzicht in de effecten van de belastingharmonisatie Op 27 maart 2025 hebben de gemeenteraden van Wijdemeren en Hilversum ieder een motie aangenomen, waarin de colleges werden opgedragen om inzicht te bieden in de gevolgen van de harmonisatie op het niveau van Hilversum voor de onroerendezaakbelasting, de precariobelasting en de hondenbelasting. Harmonisatie forensenbelastingen is gevraagd uit te werken op het niveau Wijdemeren. Daarnaast moest inzicht geboden worden in de gevolgen in het ingroeipad tot 100% kostendekking voor rioolheffing, afvalstoffenheffing en de daarmee gepaard gaande compenserende maatregelen. In een tweetal beeldvormende sessies, te weten in september en recent nog op 11 maart 2026 hebben wij de uitkomsten gepresenteerd op basis van de toen bekende gegevens. De toen gepresenteerde lijn is als basis gehanteerd voor deze kadernota. Tabel 4: Overzicht budgettaire effecten belastingharmonisatie stand BVS 11 maart 2026 (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
OZB-woningen (niveau Hilversum)
3.689
3.403
3.159
3.159
OZB-niet woningen Eigendom (niveau Hilversum)
-212
-191
-234
-234
OZB-niet woningen Gebruik (niveau Hilversum)
-127
-116
-139
-139
Overhead afval en riool (niveau Hilversum)
1.260
1.260
1.260
1.260
Forensenbelasting (tarief Wijdemeren met maximum)
-199
530
560
560
Toeristenbelasting (tarief Hilversum / Camping € 1)
-90
-81
-72
-72
Afschaffen hondenbelasting
135
135
135
135
Afvalstoffenheffing (raming op 99% kostendekking)
-29
-27
96
96
Precariobelasting
-30
-30
-30
-30
1
-1
-1
4.884
4.734
4.734
Afronding Budgettair effect tov begroting 2026
4.397
2.4.2 Toelichting op de verschillende onderdelen OZB-woningen
De onroerendezaakbelasting voor woningen wordt met ingang van 2027 geharmoniseerd op het niveau Hilversum. Het vertrekpunt voor Hilversum wordt bepaald door het uitgangspunt dat de woonlasten maximaal met 2,6 % mogen stijgen. Omdat de afvalstoffenheffing en de rioolheffing met een hoger percentage zullen stijgen, vanwege de gestegen kosten, wordt dit gecompenseerd door een lagere stijging van de OZB. De gevolgen van de lagere overheadtoerekening aan de afvalstoffenheffing en de rioolheffing werkt in omgekeerde richting en leidt tot een hogere opbrengst. OZB-niet woningen
Ook het OZB-tarief voor niet-woningen wordt geharmoniseerd op het niveau van Hilversum. In Hilversum wordt het OZB tarief met 10,25% verhoogd. Die opbrengst wordt gestort in het stadsfonds. In deze cijfers is rekening 11
gehouden dat ook de ondernemers vanuit Wijdemeren bijdragen aan het Stadsfonds. Daarnaast leiden de hogere kosten voor afvalstoffenheffing en rioolheffing tot een lagere OZB-opbrengst. Overhead afvalstoffenheffing en rioolheffing
Hilversum en Wijdemeren hanteren verschillende grondslagen voor de toerekening van de overhead van de lokale heffingen. Wijdemeren rekent de overhead toe naar rato van de totale kosten die gemaakt worden, terwijl Hilversum de overhead toerekent naar rato van de personele inzet op het betreffende beleidsterrein. De nieuwe gemeente is straks verplicht om een uniforme systematiek te hanteren, die niet mag afwijken van de toerekening aan andere onderdelen van de begroting. Omdat de Hilversumse methode niet alleen vertrekpunt is, maar ook het meest gangbaar bij grondexploitaties en projecten, wordt deze als uitgangspunt gehanteerd. De harmonisatie van de toerekening van de overhead leidt ertoe dat er voor € 1,3 minder aan overhead kan worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Dit is als volgt berekend:
Tabel 5: Overzicht effecten gewijzigde overheadgrondslag (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Hilversum
Wijdemeren
Totaal
42.626
14.881
57.507
977
873
2.29%
5,87%
115
767
Percentage
0,27%
5,15%
Totaal afval en riool
1.092
1.640
Overhead Toegerekend aan rioolheffing Percentage Toegerekend aan afval
Nieuw
Verschil
1.850
1.317
533
882
155
727
2.732
1.472
1.260
Rioolheffing volgens de Hilversumse verdeelsleutel (2,29%)
1.317
Afvalstoffenheffing volgens de Hilversumse verdeelsleutel (0,27%)
155
Nieuwe overheadtoerekening
1.472
Budgettair effect
1.260
NB: Deze cijfers zijn nog gebaseerd op de begroting 2026. Bij de begroting 2027 worden de overhead en de daaruit voortvloeiende toerekening opnieuw bezien.
Forensenbelasting
Wijdemeren heeft al een forensenbelasting. Het tarief is 0,29% van de WOZ-waarde zonder maximum. Voorgesteld wordt om met ingang van de fusie per 2027 ook voor Hilversum de forensenbelasting in te voeren, zoals ook reeds in de begroting vanaf 2028 is ingeboekt. Voorgesteld wordt om het huidige tarief van Wijdemeren van 0,29% aan te houden maar om wel een maximum tarief aan te houden en dit maximum op € 1.500 te stellen. Dit maximum sluit aan bij het gemiddelde maximum tarief wat wordt gehanteerd. Ook wordt hiermee voorkomen dat met invoeren van deze belasting, belastingplichtige in Hilversum ineens geconfronteerd worden met een aanzienlijke verhoging van de belastingdruk.
12
Tabel 6: Overzicht Forensenbelasting (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Omschrijving
2027
2028
2029
2030
Forensenbelasting
-200
530
560
560
Begrotingswijziging
-200
530
560
560
Precariobelasting
Precario is een belasting voor het plaatsen van voorwerpen op of boven gemeentegrond. In de verordening zijn tarieven opgenomen voor: bouwmaterialen, terrassen, containers en standplaatsen. Per datum van fusie is deze belasting ook voor Wijdemeren van toepassing. Terrassen in Wijdemeren zijn vrijwel allemaal gelegen op eigen grond. Precario is binnen het gebied van Wijdemeren dus met name van toepassing op de overige categorieën tarieven. Naar verwachting levert dit 30.000 aan opbrengsten op. Tabel 7: Overzicht Precariobelasting (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Omschrijving
2027
2028
2029
2030
Precariobelasting
-30
-30
-30
-30
Begrotingswijziging
-30
-30
-30
-30
Een exacte raming van de opbrengsten in de nieuwe gemeente is niet te geven omdat de opbrengsten jaarlijks fluctueren afhankelijk van het gebruik van gemeentegrond.
Hondenbelasting
In 2023 is in Hilversum de hondenbelasting afgeschaft. Wijdemeren heeft nog een hondenbelasting. Voorgesteld wordt om met ingang van de fusie per 2027 de hondenbelasting in Wijdemeren af te schaffen. Dit heeft een nadelig effect van 135.000. Tabel 9: Overzicht hondenbelasting (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Omschrijving
2027
2028
2029
2030
Hondenbelasting (Wijdemeren)
135
135
135
135
Begrotingswijziging
135
135
135
135
2.4.3 Nieuwe ontwikkelingen en uitgangspunten voor de berekeningen van het basisscenario De tijd staat evenwel niet stil. Inmiddels is er sprake van een aantal ontwikkelingen die op 11 maart 2026 nog niet bekend waren. Voor deze gezamenlijke Kadernota is daarom het basisscenario bij ongewijzigd beleid in beeld gebracht. Hier vloeien een aantal bestuurlijke keuzes uit voort die van invloed zijn op het begrotingsbeeld en daarmee op het kader waarbinnen de begroting 2027 en meerjarenraming 2028 – 2030 wordt opgesteld. Voor de berekeningen van het basisscenario zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Harmonisatie van de OZB per 2027 (wettelijke verplichting); • Harmonisatie van de afvalstoffenheffing per 2027; • Harmonisatie van de rioolheffing per 2029; • Woonlasten in Hilversum mogen stijgen met maximaal het meest recente inflatiepercentage. De harmonisatie van de rioolheffing maakt hier geen onderdeel van uit. 13
2.4.4 Gevolgen vanuit de overheadtoerekening Overhead riool leidt tot lagere tarieven in Wijdemeren
Omdat de afvalstoffenheffing onmiddellijk wordt geharmoniseerd, heeft de lagere overhead voor afval gevolgen voor de tarieven van Hilversum en Wijdemeren. De lagere tarieven die hieruit voortvloeien voor Hilversum worden in het basisscenario weer gecompenseerd door een hogere OZB. De rioolheffing wordt pas in 2029 geharmoniseerd. Toch moet wel uitgegaan worden van de lagere overhead. Dat wordt doorberekend in de tarieven Wijdemeren, omdat Wijdemeren een verhoudingsgewijs hoge overhead toerekent. De lagere overhead in de rioolheffing leidt daarmee (tot 2029) niet tot een hogere OZB in Hilversum. Hogere OZB-effect als gevolg van de lagere overhead
Om de woonlasten op het huidige niveau te houden, kan de OZB als gevolg van de lagere tarieven voor de afvalstoffenheffing stijgen. Tabel 10: OZB-effect als gevolg van de lagere overhead (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
Effect hogere OZB agv lagere overhead afval
-357
-345
-445
-445
2.4.5 Overige nieuwe ontwikkelingen Toeristenbelasting
Beide gemeenten hebben een toeristenbelasting. Bij amendement is het tarief voor campings in Hilversum vastgesteld op € 1,00 (tarief campings Wijdemeren is € 1,84) en het tarief voor overige verblijfsvormen op € 3,68 gelijk aan het tarief in Wijdemeren. Voorgesteld wordt om de huidige tarieven van Hilversum voor 2027 toe te passen in de nieuwe gemeente en deze te verhogen met de inflatie. Naar verwachting vallen de opbrengsten per 2027 in de nieuwe gemeente met circa 90.000 hoger uit. Dit heeft te maken met het feit dat de baten binnen het gebied van Wijdemeren na uitgevoerde controle binnen de toeristenbelasting hoger uitvallen dan begroot. Dat leidt meerjarig tot een iets hogere meeropbrengst dan tijdens de BVS van 11 maart 2026 werd voorzien. Daarnaast is het effect van de verhoging van de tarieven met inflatie verwerkt. Tabel 11: Overzicht Toeristenbelasting (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Omschrijving
2027
2028
2029
2030
Toeristenbelasting
-90
-90
-90
-90
Begrotingswijziging
-90
-90
-90
-90
-9
-18
-18
Mutatie ten opzichte van BVS 11 mrt
Roerendezaakbelasting – Havengelden
Hilversum heeft een verordening havengelden. De opbrengsten hieruit zijn zeer beperkt en bestaan voornamelijk uit liggelden voor woonboten. In de begroting 2026 is al voorgesteld om de verordening havengelden met ingang van 2027 in te trekken en de tarieven voor woonboten onder de roerendezaakbelasting 14
te laten vallen. De compensatie via de roerende zaakbelasting is maar zeer beperkt en vooralsnog op p.m. ingeschat. Wijdemeren heeft al een roerendezaakbelasting voor woonboten. Dit effect was nog niet meegenomen tijdens de BVS van 11 maart 2026. Tabel 8: Overzicht Havengelden (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Omschrijving
2027
2028
2029
2030
Havengelden
25
25
25
25
Begrotingswijziging
25
25
25
25
2.4.6 Een nieuw vertrekpunt Daarmee ontstaat een nieuw vertrekpunt ten opzichte van de stand in de BVS 11 maart 2026. Dat hebben we weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 12: Herzien vertrekpunt ten opzichte van BVS 11 maart (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
Budgettair effect stand BVS 11 maart
4.397
4.884
4.734
4.734
Effect lagere overheadtoerekening
-357
-345
-445
-445
-9
-18
-18
25
25
25
25
4.065
4.555
4.296
4.296
Mutatie toeristenbelasting Havengelden Nieuw vertrekpunt tov begroting 2026
2.4.6 Verhoging van de kostenbasis voor afval en riool Verhoging van de kostenbasis
De kosten die gemaakt worden voor het instandhouden van het riool en het ophalen en verwerken van het huishoudelijk afval worden doorberekend in de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor de komende jaren worden onder meer als gevolg van de inflatie en andere autonome ontwikkelingen hogere kosten voorzien. De verhoging van deze kosten (de kostenbasis) voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing heeft gevolgen voor de totale woonlasten. Immers, de tarieven voor afvalstoffenheffing en de rioolheffing stijgen mee met de stijging van de kosten. Redenerend vanuit het (Hilversumse) uitgangspunt dat de stijging van de totale woonlasten in Hilversum gemaximeerd blijven tot de inflatie, betekent dit dat de kostenstijging leidt tot een lagere OZBopbrengst.2 Afval: rechtstreekse doorvertaling naar de OZB
De hogere kosten voor afval leiden tot een hoger tarief voor de afvalstoffenheffing en worden gecompenseerd voor de OZB. Het omgekeerde effect geldt voor de inzet van de tariefsegalisatiereserve. De inzet van de reserve leidt tot een lagere afvalstoffenheffing. En dat wordt gecompenseerd via de OZB. 2Omdat de gemiddelde woonlastenstijging als uitgangspunt wordt genomen, zal het zo zijn dat de hogere kosten bij bijvoorbeeld afval of
riool tot een net iets andere verlaging leidt bij de OZB.
15
Tabel 13: Ontwikkeling kostenbasis afval (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
Kostenbasis afval Hilversum
361
304
298
348
Kostenbasis afval Wijdemeren
59
67
70
70
Inzet tariefsegalisatiereserve
-1.004
Tarieven afvalstoffenheffing
584
-371
-368
-418
Doorvertaling naar de OZB
-483
307
313
313
Budgettair effect
-483
307
313
263
In de bovenstaande tabel is dat effect cijfermatig weergegeven. De hogere kosten voor afval leiden tot een hogere opbrengst. De inzet van de tariefsegalisatiereserve leidt tot een lagere opbrengst. Om de gemiddelde woonlasten op het zelfde niveau te houden wordt een hogere opbrengst bij de afvalstoffenheffing gecompenseerd door een lagere OZB-opbrengst (en omgekeerd uiteraard wordt een lagere opbrengst afvalstoffenheffing gecompenseerd door een hogere OZB-opbrengst).
Rioolheffing: nog niet harmoniseren
Omdat de harmonisatie van de rioolheffing een groot effect heeft op de tarieven, is ervoor gekozen om pas in 2029 tot harmonisatie over te gaan. Dat betekent dat er een tarief voor twee jaar moet worden vastgesteld. Als er sprake is van een aanvullende kostenstijging in 2028 kan dat niet in het tarief worden verdisconteerd. In Hilversum is hier sprake van. De kosten stijgen in 2028 met € 0,3 miljoen ten opzichte van 2027. Deze stijging komt rechtstreeks ten laste van het begrotingssaldo. In deze cijfers zijn we ervan uitgegaan dat de gevolgen van de harmonisatie van de rioolheffing in 2029 niet hoeven te worden opgevangen binnen het kader van de totale woonlasten. Tabel 14: Ontwikkeling kostenbasis riool (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
Ontwikkeling kostenbasis Riool Hilversum
548
817
1.082
1.126
Ontwikkeling kostenbasis Riool Wijdemeren
105
105
105
105
p.m.
p.m.
-1.187
-1.231
Wegvallen gebruikersheffing Wijdemeren3 Mutatie tariefsopbrengst Hilversum
-548
-548
Mutatie tariefsopbrengst Wijdemeren
-105
-105
Later ingaan geraamde tariefsopbrengst Wijdemeren
346
Mutatie tariefsopbrengst Hilversum / Wijdemeren
3
De gebruikersheffing in Wijdemeren valt weg. Dat is nu nog niet meegenomen in de tariefsberekening. Het heeft overigens een zeer beperkt effect (minder dan 1 euro per huishouden). Bij de begroting zal dat worden meegenomen.
16
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
Doorvertaling naar de OZB
527
537
1.023
1.023
Budgettair effect
527
1.152
1.023
1.023
Voor afval en riool gezamenlijk leidt dit tot de volgende effecten. Dat is weergegeven in de onderstaande tabel: Tabel 15: Recapitulatie afval en riool (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekort verhogend)
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
Budgettair effect afval en riool
44
1.459
1.436
1.436
Waarvan: doorvertaling OZB
44
844
1.336
1.336
Waarvan: overige effecten
0
615
0
0
In de bovenstaande tabel zien we duidelijk het effect van het feit dat de stijging van de kosten in Hilversum in 2028 ten opzichte van 2027 (€ 817.000 -/- € 548.000 = € 269.000) en de reeds ingeboekte tariefsverhoging in Wijdmeren (€ 346.000) niet via de rioolheffing in rekening kan worden gebracht. Dit gezamenlijke effect van € 615.000 komt ten laste van het begrotingssaldo. Als de harmonisatie in 2027 zou plaatsvinden, dan was dit wel mogelijk geweest. Overigens zou in dat geval, bij toepassing van de Hilversumse systematiek, sprake zijn van een lagere OZB-opbrengst, die vervolgens weer ten laste van het begrotingssaldo zou worden gebracht.
2.4.7 Inflatie Uitgangspunt in de begroting van de gemeente Hilversum is dat de woonlasten met maximaal het inflatiepercentage mogen stijgen. Op 13 maart 2026 heeft het Centraal Planbureau de nieuwste prognoses gepubliceerd. Het inflatiepercentage waar de gemeente Hilversum van uitgaat voor de woonlasten, te weten het consumentenprijsindexcijfer (CPI) is gedaald van 2,6% naar 2,1%. Strikt genomen zou dit betekenen dat de woonlastenontwikkeling ook met dat percentage zou dalen. De prognose van het Centraal Planbureau kwam tot stand toen de oorlog in Iran nog moest beginnen. Inmiddels is als gevolg van die oorlog de verwachting dat inflatie de komende tijd zal stijgen. Hoe hoog die stijging zal gaan uitvallen is met veel onzekerheden omgeven. In de onderstaande tabel is het effect weergegeven van een woonlastenstijging op basis van 2,1%. Tabel 16: Effect van een lagere inflatie (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekortverhogend)
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
Inflatiepercentage woningen naar 2,1%
232
468
729
729
Inflatiepercentage niet-woningen naar 2,1%
74
151
233
233
Budgettair effect
306
619
962
962
17
Recapitulatie Eén en ander leidt tot het volgende beeld. Uitgaande van het basisscenario betekent dit dat het budgettaire effect van de totale harmonisatie uitkomt op € 6,6 miljoen. Dit is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 17: Budgettair effect (Bedragen x € 1.000) (Positieve bedragen zijn tekortverhogend)
Belastingsoort
2027
2028
2029
2030
Vertrekpunt Belastingharmonisatie
4.065
4.555
4.296
4.296
Koppeling kostenbasis afval en riool aan OZB
44
844
1.336
1.336
Overige budgettaire effecten afval en riool
0
615
0
0
306
619
962
962
4.415
6.633
6.594
6.594
Inflatie van 2,6% naar 2,1% Budgettair effect belastingharmonisatie
2.4.9 Leges Situatie Hilversum en Wijdemeren
Hilversum en Wijdemeren kennen beiden hun eigen legesverordening. De belangrijkste verschillen zijn ongelijke tarifering, gestaffelde bouwleges Wijdemeren, diverse vrijstellingen in de legesverordening Wijdemeren (evenementen, deelvoertuigen, marktstandplaats etc.). Algemene uitgangspunten
1. 2. 3.
4. 5. 6.
De geraamde legesopbrengsten van beide gemeenten zijn bepalend voor de harmonisatie van de legesverordeningen van Hilversum en Wijdemeren. De heffingsgrondslagen en heffingsmaatstaven blijven gelijk met uitzondering van de artikelen 2.5 en 2.6 (activiteit bouwen). De harmonisatie van de legesverordeningen vindt budgettair neutraal plaats en zoveel mogelijk op basis van de Hilversumse technische basis: a. Inhoudelijk gelijke artikelen worden opgenomen in de nieuwe tarieventabel 2027 en voorzien van het Hilversumse tarief; b. Artikelen die Hilversum wel heeft en Wijdemeren niet worden wel opgenomen in nieuwe tarieventabel 2027 en voorzien van het Hilversumse tarief; c. Artikelen die Wijdemeren wel heeft en Hilversum niet worden uitsluitend wel opgenomen in de nieuwe tarieventabel als de prestatie in 2027 nog geleverd wordt. Deze artikelen worden voorzien van het Wijdemeerse tarief; d. Artikelen die nu in geen van beide gemeenten voorkomen worden niet toegevoegd; Tarieven met een wettelijk maximum tarief worden gesteld op het wettelijk maximumtarief; De huidige vrijstellingen worden overgenomen of er wordt hiervoor een alternatief voorstel gedaan, bijvoorbeeld subsidie; De trouwlocaties in beide gemeenten wijzigen niet, in Wijdemeren vervalt in ieder geval de trouwlocatie Rading 1 in Loosdrecht;
Voor de activiteit Bouwen gelden specifieke uitgangspunten
7.
Voor de artikelen 2.5 en 2.6 (activiteit bouwen) wordt een nieuwe gestaffelde heffingsmaatstaf voorgesteld, met als uitgangspunt dat de geraamde opbrengsten gelijk blijven;
18
8.
De percentages van de staffels van artikel 2.5 en 2.6 (en daarmee de tarieven per staffel) worden zodanig vastgesteld dat er sprake is van een degressief tarief waarbij naarmate de omvang van een bouwwerk toeneemt, het percentage over het meerdere van de bouwsom ten opzichte van de voorgaande staffels afneemt. We gaan daarbij uit van de Wijdemeerse staffels.
Financieel effect
Uitgangspunt is een budgettair neutrale harmonisatie van de leges.
2.4.10 Samenvattende effecten In de onderstaande tabel zijn per belastingsoort de mutaties ten opzichte van de begroting 2026 -2029 opgenomen, uitgaande van het basisscenario.
Tabel 18: Samenvattend overzicht (Bedragen x € 1.000 ) (Positieve bedragen zijn tekortverhogend)
Effecten met politieke keuze:
2027
2028
2029
2030
OZB Woningen
3.608
4.370
4.779
4.779
OZB niet woningen
-265
-156
-140
-140
Forensenbelasting
-200
530
560
560
RZB / havengelden
25
25
25
25
Toeristenbelasting
-90
-90
-90
-90
Hondenbelasting
135
135
135
135
Saldo Rioolheffing (overhead en onderdekking)
533
1.148
533
533
Afvalstoffenheffing (overhead)
727
727
727
727
Afvalstoffenheffing (overig)
-29
-27
96
96
Precariobelasting (overig)
-30
-30
-30
-30
Leges
0
0
0
0
Afronding
1
0
0
0
4.414
6.632
6.595
6.595
Totaal
19
2.5 Effecten financieel beleid 2.5.1 Samenvattend overzicht Bij de effecten financieel beleid brengen we de effecten in beeld van het samengevoegde afschrijvingsbeleid, het investeringsbeleid en de raming van de autonome en nominale ontwikkelingen. Tabel 19: Samenvattend overzicht effecten financieel beleid (Bedragen x € 1.000 ) (Positieve bedragen zijn tekortverhogend)
Effecten financieel beleid:
2027
2028
2029
2030
a. Afschrijvingsbeleid
0
0
0
0
b. Investeringsbeleid
0
0
0
0
c. Autonomie/nominale ontwikkelingen
-231
-72
-460
-832
Totaal
-231
-72
-460
-832
2.5.2 Afschrijvingsbeleid Situatie Hilversum
De gemeente Hilversum hanteert een relatief beperkte aantal categorieën met een bijbehorende afschrijvingstermijn. Investeringen worden ingedeeld in een categorie en conform de bijbehorende afschrijvingstermijn afgeschreven. Voor gebouwen hanteert de gemeente Hilversum een afschrijving tot restwaarde van 15%. Situatie Wijdemeren
De gemeente Wijdemeren kent een relatief uitgebreid aantal categorieën met bijbehorende afschrijvingstermijnen. Hierbij maakt Wijdemeren meer onderscheid tussen initiële investeringen en vervangingsinvesteringen. Daarnaast kent Wijdemeren en uitgebreidere categorisering op het gebied van waterhuishouding (kades, gemalen etc.). Wijdemeren schrijft gebouwen volledig af. Harmonisatie:
Voor de harmonisatie van de afschrijvingstermijnen maken we onderscheid tussen bestaande activa en nieuwe investeringen vanaf 1 januari 2027. Voor bestaande activa zijn de verschillen tussen Wijdemeren en Hilversum relatief beperkt. Voor alle bestaande activa geldt dat initiële activering heeft plaatsgevonden op basis van de verwachte levensduur. Voor alle bestaande activa is het wenselijk de bestaande afschrijvingstermijnen te handhaven. Voor alle nieuwe investeringen vanaf 1 januari 2027 dient een geharmoniseerd afschrijvingsbeleid vastgesteld te zijn. In principe zijn de huidige afschrijvingstermijnen van Hilversum daarbij leidend. Uit een analyse blijkt dat op onderdelen de afschrijvingstermijnen van Wijdemeren beter aansluiten bij de werkelijkheid. Hier betreft het onder andere een uitgebreidere categorisering van afschrijvingstermijnen voor waterwerken (gemalen etc.) waardoor de afschrijvingstermijn beter aansluit bij de verwachte levensduur. Omdat het BBV voorschrijft dat de afschrijvingstermijn moeten zijn gebaseerd op de verwachte gebruiksduur, zal in die gevallen de afschrijvingstermijn worden gehanteerd die de werkelijkheid het meest benaderd. Voor nieuwe investeringen in gebouwen zal de restwaarde methodiek worden toegepast, zoals die nu al in Hilversum wordt toegepast. Het BBV schrijft voor dat gelijksoortige activa op een gelijke wijze moeten worden behandeld.
Daarnaast schrijft het BBV voor dat de afschrijvingstermijnen moeten zijn gebaseerd op de toekomstige levensduur. Rioleringsinvesteringen op zandgrond gaan doorgaans langer mee, dan rioleringswerken op veengrond. In 20
voorkomende gevallen zal daar een onderscheid in worden gemaakt om op deze wijze te voldoen aan het principe dat de afschrijvingstermijn moet zijn afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Financieel effect:
Het handhaven van de afschrijvingstermijnen van bestaande activa leidt niet tot een financieel effect. Het harmoniseren van het afschrijvingsbeleid voor nieuwe investeringen vanaf 2027 heeft op basis van de Hilversumse begrotingsmethodiek van investeringen geen financiële impact.
2.5.3 Investeringsbeleid Situatie Hilversum
De gemeente Hilversum heeft jaarlijks een relatief constant niveau van investeringen. In de begroting wordt bij de berekening van de toekomstige kapitaallasten rekening gehouden met een jaarlijkse investering van circa €30 miljoen. Bijstellingen aan de hand van de werkelijke omvang van de investeringen vindt in het lopende jaar plaats via de P&C cyclus. Situatie Wijdemeren
Wijdemeren raamt de kapitaallasten van toekomstige investeringen op basis van de investeringsbegroting. Harmonisatie:
De gemeente Hilversum is in principe de technische basis. In het geval van het investeringsbeleid geldt echter dat de investeringen van Wijdemeren niet van een constante omvang zijn. Dit wordt veroorzaakt door relatief lage investeringen in de afgelopen jaren als gevolg van het financieel herstelplan en enkele grote projecten in de komende jaren. Voor de consolidatie verhogen we de jaarlijkse investering van €30 miljoen van Hilversum met de verwachte investeringen van Wijdemeren. Hierdoor zijn de begrote bedragen van beide gemeenten leidend bij de harmonisatie en leidt dit niet tot een budgettair effect. Financieel effect:
Geen.
2.5.4 Stelpost nominale en autonome ontwikkelingen Situatie Hilversum
De gemeente Hilversum werkt met een begroting in lopende prijzen. Dit betekent dat effecten van verwachte kosten- en opbrengstenstijgingen worden verwerkt in alle jaarschijven. In deze methodiek wordt rekening gehouden met een jaarlijkse stijging van de algemene uitkering. Voor de kostenstijging hanteert Hilversum een stelpost voor nominale en autonome ontwikkelingen. De stelpost kan worden ingezet ter compensatie van nominale en autonome ontwikkelingen. De hoogte van de stelpost is jaarlijks € 5.000.000 (hoogte is historisch bepaald). Situatie Wijdemeren
Wijdemeren werkt met een begroting in constante prijzen. Dit betekent dat in alle jaarschijven van de meerjarenraming het prijspeil van het begrotingsjaar gehanteerd wordt. Hierdoor wordt er geen rekening gehouden met een inflatoire stijging van de algemene uitkering, de belastingopbrengsten en de kosten.
21
Harmonisatie:
Gemeenten mogen kiezen tussen lopende prijzen of constante prijzen. Voor het harmoniseren is het uitgangspunt gehanteerd dat Hilversum fungeert als technische basis. Het omzetten van de methodiek van Wijdemeren naar die van Hilversum heeft de volgende gevolgen: a)
De algemene uitkering gaat van constante prijzen naar lopende prijzen. Dit voordelige effect is circa € 0,2 miljoen in 2027, in 2027, € 1,1 miljoen in 2028, €2,5 miljoen in 2029 en € 3,8 miljoen in 2030. b) De stelpost nominale en autonome ontwikkelingen van 5 miljoen euro moet worden uitgebreid. De omvang van de begroting Wijdemeren bedraagt circa 20% van Hilversum. Dit betreft een goede graadmeter voor de bijstelling van de stelpost. Het ophogen van de stelpost nominale en autonome ontwikkeling heeft daarmee een effect van €1 miljoen euro in 2028, €2 miljoen in 2029, €3 miljoen in 2030. Financieel effect: € 231.000 positief effect in 2027 € 72.000 positief effect in 2028 € 460.000 positief effect in 2029 € 832.000 positief effect in 2030
22
3 Uitgangspunten begroting Inleiding
In dit hoofdstuk presenteren wij de voorgestelde kaders en uitgangspunten voor de begroting 2027-2030. Beleidsarm
Er wordt uitgegaan van een beleidsarme kadernota en een beleidsarme begroting. Invulling geven aan nieuwe ontwikkelingen is voorbehouden aan de nieuwe gemeenteraad en een nieuw college. De uitgangspunten zijn daarmee vooral een voortzetting van de huidige uitgangspunten. Wel vinden uiteraard bijstellingen plaats als gevolg van autonome ontwikkelingen, zoals de meest recente inflatiecijfers. Algemeen
De prijzen van goederen en diensten zijn aan inflatie onderhevig. Inflatie treedt op wanneer er sprake is van een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten (niet alleen van individuele producten). Dit heeft als resultaat dat je vandaag minder kunt kopen voor € 1 dan gisteren. Als gevolg van eventuele inflatie kan in de toekomst minder maatschappelijk effect gerealiseerd worden dan met hetzelfde geld nu. Om de maatschappelijke doelstellingen te kunnen blijven realiseren maken wij jaarlijks de overweging om budgetten (deels) te corrigeren voor de inflatie. Het is en blijft immers een politieke overweging om de extra kosten af te wegen tegenover het gewenste maatschappelijke effect. Hoofdlijnen
In de onderstaande tabel presenteren wij de hoofdlijnen van de uitgangspunten: Tabel 20: Begrotingsuitgangspunten Omschrijving
Uitgangspunt
Onroerendezaakbelasting
Consumentenprijsindex (CPI) 2,6%. Vanuit het Centraal Economisch plan 2026 (maart raming) van het Centraal Planbureau blijkt een verwachte CPI voor 2027 van 2,1%. Via de voorjaarsnota van Hilversum wordt voorgesteld om het percentage te handhaven op 2,6%.
Afvalstoffenheffing
Kostendekkend/ Consumentenprijsindex CPI
Rioolheffing
Kostendekkend/ CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen)
Woonlasten
als
geheel
(OZB,
riool-
en
CPI 2,6%
afvalstoffenheffing) Lonen en pensioenpremie
CAO en/of raming
Investeringen onderwijshuisvesting
BDB-index (maart)
Investeringen
(en
kosten)
gemeentelijk
CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221,
watermanagement plan (rioleringen)
Werken voor vloeistoffen)
Uitgaande subsidies
Voorgaande jaren werd de subsidie-indexatie bepaald door de CPI raming maart. Voor 2027 komt deze uit op 2,1%. Echter vanwege de aangenomen motie ‘M25-128: Geen stille bezuiniging
voor
maatschappelijke
organisaties’
wordt
voorgesteld om voor de indexatie 2027 het gemiddelde te
23
nemen van de ontwikkeling van de CPI (2.1%) en de CAO-lonen (3,4%). Dit resulteert in een indexatie van 2,75%. Marktgelden
CPI 2,1%
Overige lokale leges, rechten en heffingen
Wettelijk vastgesteld tarief
(Reken)rente
Berekende omslag
Begroten in onze gemeente Hilversum
Het uitgangspunt bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar is het prijspeil van het begrotingsjaar (2027). De begroting bestaat hierdoor meerjarig uit structurele (gelijke) budgetten. Naast de meerjarig gelijke budgetten bestaan er incidentele budgetten. Voorbeelden van deze incidentele budgetten zijn de verwachte lasten en baten voortkomend uit grondexploitaties, maar ook bijvoorbeeld incidentele budgetten vanuit het coalitieakkoord. Voor een aantal budgetten hanteren wij echter niet hetzelfde prijspeil. Bij deze budgetten houden wij meerjarig rekening met toekomstige ontwikkelingen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de algemene uitkering, de onroerendezaakbelasting en de stelpost autonome en nominale ontwikkeling. Categorie
Wijze van begroten
Algemene uitkering
Bij de algemene uitkering sluiten we aan bij de circulaires van het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds gaat uit van stijgende uitgaven en compenseert de gemeenten hiervoor. Dit gebeurt met het zogenaamde accres. De gemeente heeft hier geen invloed op.
Onroerendezaakbelasting
Meerjarig (de jaren volgend op het begrotingsjaar) gaan wij bij de onroerendezaakbelasting uit van een jaarlijks stijgende opbrengst. Hierbij is in voorgaande jaren, in lijn met het coalitieakkoord, het uitgangspunt gehanteerd dat de totale woonlasten niet meer stijgen dan de inflatie (CPI-raming) en een verwachte stijging van het aantal woningen per jaar.
Stelpost autonome
In de programmabegroting wordt een stelpost autonome ontwikkelingen opgenomen. De
ontwikkelingen
stelpost kan worden ingezet ter compensatie van autonome ontwikkelingen. De hoogte van de stelpost is jaarlijks € 2.000.000 (hoogte is historisch bepaald). Als gevolg van de samenvoeging wordt dit bedrag verhoogd tot € 2.400.000. Jaarlijks hogen wij de stelpost vanaf het laatste jaar structureel op met € 2.400.000. In de Voorjaarsnota 2026 hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2030.
Stelpost nominale
In de programmabegroting wordt een stelpost nominale ontwikkelingen opgenomen. Deze
ontwikkelingen
stelpost kan worden ingezet ter compensatie van de nominale ontwikkelingen. De hoogte van de stelpost is jaarlijks € 3.600.000 (hoogte is historisch bepaald). Dit bedrag is inclusief een verhoging van € 600.000 als gevolg van de samenvoeging. Jaarlijks hogen wij de stelpost vanaf het laatste jaar structureel op met € 3.600.000. In de Voorjaarsnota 2026 hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2030.
Indexeren
24
De begroting bestaat uit meerdere kostensoorten, welke ieder anders op inflatie reageren. Per categorie hanteren wij een andere afweging/werkwijze om de begroting op te stellen naar het prijspeil van het begrotingsjaar. Wij onderscheiden de volgende categorieën.
Categorie
Wijze van begroten
Onroerendezaakbelasting
Het OZB-tarief volgt uit de bij de begroting opgestelde woonlasten notitie. Bij de vaststelling
(OZB)
van de totale woonlasten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
Stabiele meerjarige tarieven en
•
Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie ‘woonlasten’). Afvalstoffenheffing
Onze uitgangspunten bij het bepalen van de afvalstoffenheffing zijn: •
99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn).
•
Stabiele meerjarige tarieven.
•
Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”) Rioolheffing
De uitgangspunten bij het bepalen van de rioolheffing zijn: •
99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn).
•
Stabiele meerjarige tarieven.
•
Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met de CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen). Dit is in lijn met het vastgestelde GWP 2021-2026.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”) Woonlasten als geheel
Uitgangspunten voor de woonlasten zijn: Bij de gezamenlijke woonlasten beoordelen wij of
(OZB, riool- en
voldaan wordt aan het huidige Hilversumse coalitieakkoord dat loopt tot eind dit jaar. Hierin
afvalstoffenheffing)
is het volgende opgenomen: “De gemiddelde woonlasten stijgen jaarlijks niet meer dan het inflatiepercentage”. Dit betekent een stijging van de woonlasten ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage. Gezien de voorschriften ten aanzien van het minimaal kostendekkend zijn van de riool- en afvalstoffenheffing dienen hiervoor veelal de OZB-tarieven aangepast te worden. Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de
25
Categorie
Wijze van begroten programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven.
(Reken)rente
De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere macro-economische ontwikkelingen. Voor de toerekening van de rentelasten wordt gebruik gemaakt van de rente-omslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen en verstrekte geldleningen. Deze rentelasten wordt vervolgens d.m.v. het rente omslagpercentage verdeeld over de programma's (onderdeel van de kapitaallasten op investeringen). Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% dient de gehanteerde omslagrente aangepast te worden. Aanpassingen kunnen worden doorgevoerd via de voorjaarsnota en/of programmabegroting (Het rente omslagpercentage zoals opgenomen in de programmabegroting 2026 bedraagt 1,1% (2025: 1,2% en 2024: 1,6%) .
Investeringen
Investeringen zijn eveneens onderhevig aan de nominale ontwikkelingen en worden
(afschrijvingen)
beïnvloed door loon –en prijsaanpassingen. De investeringen verschillen van elkaar in aard en omvang. Om deze reden worden investeringen niet standaard geïndexeerd. Investeringen worden beoordeeld en eventueel bijgesteld op individueel niveau.
Onderwijshuisvesting
In
(investeringen)
onderwijshuisvesting jaarlijks geïndexeerd met de BDB-index (maart). Dit gebeurt jaarlijks
lijn
met
het
Integraal
Huisvestingsplan
(IHP)
worden
de
investeringen
bij de voorjaarsnota. Het ophogen van de investeringskredieten zorgt op termijn voor een toename van de rente en afschrijvingslasten, ofwel kapitaallasten. Riolering (investeringen)
In lijn met het Gemeentelijk Watermanagement Plan (GWP) worden de investeringen jaarlijks geïndexeerd met het CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen).
Lonen en salarissen
De lonen en salarissen volgen de cao-gemeenteambtenaren. In afgelopen jaren is het verschillende keren voorgekomen dat de begroting opgesteld wordt zonder dat de CAO bekend is voor het begrotingsjaar. Op basis van veronderstellingen worden dan de verwachte loonstijgingen bepaald en verwerkt in de begroting. Jaarlijks dient op basis van geldende CAO en/of verwachte aanpassingen de totaal personeelslasten bepaald.
Uitgaande subsidie
Voorgaande jaren werd de subsidie-indexatie bepaald door de CPI raming. Echter vanwege de aangenomen motie ‘M25-128: Geen stille bezuiniging voor maatschappelijke organisaties’ wordt voorgesteld om voor de indexatie 2027 het gemiddelde te nemen van de ontwikkeling van de CPI en de CAO-lonen. Jaarlijks wordt de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven.
26
Categorie
Wijze van begroten
Specifieke uitkeringen
Specifieke uitkeringen worden van het rijk ontvangen om bepaalde taken uit te voeren en
(SiSa)
betreffen geoormerkte middelen. Dit betekent dat wanneer middelen niet worden uitgegeven dat deze terugbetaald dienen te worden aan het rijk. De indexatie van deze middelen vindt plaats door aanpassingen in het beschikbare budget door het rijk. De indexatie is, behoudens politieke lobby, vrijwel niet te beïnvloeden door de gemeente.
Reguliere budgetten
Voor het restant van de budgetten geld dat deze niet structureel worden geïndexeerd. Voor deze budgetten geld dat jaarlijks wordt bekeken welke budgetten nodig zijn om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren. Vaak liggen hier contractuele afspraken aan ten grondslag (bijvoorbeeld bij de ingekochte zorg en ICT). Het kan ook voorkomen dat budgetten niet jaarlijks worden opgehoogd, maar bijvoorbeeld elke 5 jaar. Dit kan ook samenlopen met de aanpassingen van de onderliggende beleidsnota’s
Beheersplannen
Uit de beheersplannen (exploitatielasten) blijkt welke budgetten nodig zijn om de huidige kapitaalgoederen te onderhouden (gebouwen, wegen, groen etc.). Deze worden jaarlijks geactualiseerd. Deze categorie wordt derhalve gelijk behandeld als de categorie reguliere budgetten.
Dekking hogere lasten als gevolg van indexeren
Bovenstaande lasten dienen in eerste instantie opgevangen te worden door de hogere baten, de stelpost autonome- en nominale ontwikkelingen. Indien gewenst/noodzakelijk kunnen ook andere politieke keuzes voor dekking zorgen: • Op basis van politieke overwegingen kan besloten worden indexaties op een andere wijze toe te passen. • Er kunnen politieke keuzes gemaakt worden ten aanzien van de uit te voeren activiteiten in de begroting (bezuinigen) • Er kunnen politieke keuzes gemaakt worden die leiden tot hogere baten (belastingverhoging) • Ook is het mogelijk de hogere lasten te dekken vanuit de algemene reserve. Algemene reserve
Indien de begrote lasten hoger zijn dan de begrote baten dan is er sprake van een niet sluitende begroting. Indien dit incidenteel voorkomt kan ervoor gekozen worden het nadelige saldo te onttrekken uit de algemene reserve. Indien er structureel sprake is van een niet sluitende begroting dan zal de provincie bij het uitvoeren van haar toezichtstaken eisen dat er structurele oplossingen worden gevonden om de tekorten te dekken (verhogen belastingen en/of bezuinigingen).
27
4 Voorstel indeling programmabegroting Voorgesteld wordt om de indeling van de Hilversumse programmabegroting onverkort te handhaven. Dat betekent de volgende indeling, met dien verstande dat de naamgeving van de onderdelen de term stad is vervangen door gemeente.
4.1 Programma 1: Wonen en leven Onderdeel
Taakveld
Mooie Gemeente
7.5 Begraafplaatsen en crematoria 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen
Levendige gemeente
5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties 5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie 5.4 Musea 5.5 Cultureel Erfgoed 5.6 Media
Bereikbare gemeente
2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren
Duurzame gemeente
2.4 Economische havens en waterwegen 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer
4.2 Programma 2: Zorg Onderdeel
Taakveld
Verbindende gemeente
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 7.1 Volksgezondheid
Kansrijke gemeente
4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
Ondersteunende gemeente
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen WMO 6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd 6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen integraal 6.60 Hulpmiddelen en diensten (WMO) 6.71A Hulp bij het huishouden (WMO)
28
Onderdeel
Taakveld 6.71B Begeleiding (WMO) 6.71C Dagbesteding (WMO) 6.72A Jeugdhulp begeleiding 6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal 6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk 6.761 Jeugdhulp met verblijf lokaal 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal 6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk 6.791 PGB WMO 6.792 PGB Jeugd 6.81A Beschermd wonen (WMO) 6.81B Maatschappelijke – en vrouwenopvang 6.82A Jeugdbescherming 6.82B Jeugdreclassering 6.91 Coördinatie en beleid WMO 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
4.3 Programma 3: Werken Onderdeel
Taakveld
Ondernemende gemeente
3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen 3.4 Economische promotie
Werkende gemeente
6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie
Sociale gemeente
6.3 Inkomensregelingen
4.4 Programma 4: Bestuur Onderdeel