CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Midterm Review - def. concept 2024.04.15

Overige evenementen 24 juni 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Presentatie over de Tomingroep door I. de Kort, directeur Tomin.29.791 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

3 alinea's met “breed”: 129 382 923

Midterm review nieuwe koers

1/70

RAPPORT

Midterm review nieuwe koers Onderzoek in opdracht van het bestuur van Tomingroep 70488 - Intern vertrouwelijk – 14 april 2024 Martin Heekelaar, Jurian van der Ree, Wouter Verbeek

GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG

Midterm review nieuwe koers

2/70

Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1 .................................................................................................................... 12 Inleiding......................................................................................................................... 12 1.1

Aanleiding..................................................................................................... 12

1.2

Opdracht ....................................................................................................... 13

1.3

Doelstelling van de midterm review.............................................................. 14

1.4

Aanpak ......................................................................................................... 14

1.5

Leeswijzer .................................................................................................... 16

Hoofdstuk 2 .................................................................................................................... 17 Het plan.......................................................................................................................... 17 2.1

Inleiding ....................................................................................................... 17

2.2

Businessplan................................................................................................. 17

2.3

Bedrijfsplan .................................................................................................. 18

2.4

KPI’s ............................................................................................................. 21

2.5

Uitwerking .................................................................................................... 22

2.6

Tot slot ......................................................................................................... 22

Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 23 Uitvoering ...................................................................................................................... 23 3.1

Inleiding ....................................................................................................... 23

3.2

Aantallen ...................................................................................................... 23

3.3

Profiel van de kandidaten ............................................................................. 27

3.4

Wijze van doorverwijzen .............................................................................. 28

3.5

Werk-leerbedrijf ........................................................................................... 31

3.6

Samenwerking .............................................................................................. 34

3.7

Monitoring en sturing op de keten ................................................................ 36

3.8

Verbeterpotentieel ........................................................................................ 37

3.9

Conclusies..................................................................................................... 40

Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 43 Bedrijfsvoering ............................................................................................................... 43 4.1

Inleiding ....................................................................................................... 43

4.2

Bedrijfsplan en realisatie .............................................................................. 44

4.3

Operationeel resultaat per doelgroep ........................................................... 46

4.4

Verklaring van het verschil ........................................................................... 47

4.5

Operationeel resultaat per werksoort ........................................................... 48

4.6

Verklaringen ................................................................................................. 50

4.7

Maatregelen .................................................................................................. 51

4.8

Eigen vermogen ............................................................................................ 51

4.9

Conclusies..................................................................................................... 53

Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 55 Conclusies en aanbevelingen.......................................................................................... 55

Midterm review nieuwe koers

3/70

5.1

Conclusies..................................................................................................... 55

5.2

Aanbevelingen .............................................................................................. 56

Bijlage 1.

Literatuurlijst................................................................................................ 58

Bijlage 2.

Geïnterviewde personen ............................................................................... 59

Bijlage 3.

Samenstelling AVG, FAG en stuurgroep ........................................................ 61

Bijlage 4.

Verschillenanalyse raming en realisatie Tomingroep .................................... 62

Bijlage 5.

Aanmeldingen per gemeente (2022 en 2023) ............................................... 67

Bijlage 6.

Aantallen per jaar per gemeente .................................................................. 69

Midterm review nieuwe koers

4/70

Samenvatting De gemeenten in de Gooi- en Vechtstreek, de gemeente Almere en Tomingroep werken samen om mensen te ondersteunen die het zelf niet redden op de arbeidsmarkt. De afspraken zijn vastgelegd in het businessplan Regionale samenwerking sociaal domein Tomingroep en het bedrijfsplan Ketensamenwerking Tomin. Het plan loopt van 2022 tot en met 2025. Er is afgesproken om na twee jaar een midterm review uit te voeren. Het bestuur van Tomingroep vroeg Berenschot om de midterm review uit te voeren.

Opdracht De opdracht aan Berenschot luidt als volgt. Voer de midterm review uit op de nieuwe koers van de ketensamenwerking Tomingroep, die zich richt op de taken rond de nieuwe doelgroepen. Ga na of de realisaties in lijn zijn met de afspraken in het businessplan en welke maatregelen eventueel nodig zijn om de gemaakte afspraken te realiseren. Beoordeel daarbij of Tomingroep op de goede weg is om: a. De transitie van werkbedrijf naar werk-leerbedrijf door te maken b. Met de gemeentelijke bijdragen een gezonde financiële huishouding te voeren Beantwoord daarbij in ieder geval de volgende vragen. 1. (a) Is er in de rijksbudgetten een zodanige wijziging opgetreden dat aanpassing van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen en daarmee ook de afgesproken aantallen, aan de orde is? En (b) is er in dit verband breder (dan alleen de rijksbudgetten) een herijking van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage noodzakelijk of gewenst? Zie hiervoor de toelichting hierna. 2. Hoe verhouden de aantallen kandidaten die aan de slag zijn bij Tomingroep zich tot de afgesproken aantallen in het businessplan? 3. Hoe verhouden de gemeentelijke bijdragen zich tot de kosten en opbrengsten die kunnen worden toegerekend aan de werk-leertrajecten en participatiebanen? Actualiseer in dit verband het rekenmodel dat gemaakt is voor de verwachte kosten en opbrengsten.

De deelnemende gemeenten hebben de wens uitgesproken om in dit verband het totaal van (de gerealiseerde en verwachte) kosten en opbrengsten van Tomingroep in beeld te brengen en om de financiële prestaties en in het bijzonder de invloed van de nieuwe taken in het kader van de nieuwe koers op het totaal van de financiële prestaties te beoordelen. 4. Hoe verhoudt het dienstverleningsniveau zich tot het benodigde dienstverleningsniveau? Nagegaan wordt in hoeverre het aanbod vanuit de ketensamenwerking en Tomingroep aansluit

Midterm review nieuwe koers

5/70

bij de behoefte van de inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt die bij gemeenten in de bijstand zitten en welke concrete verbetermogelijkheden kunnen worden doorgevoerd.

Algemene conclusie Vraag aan Berenschot Het bestuur van Tomingroep vroeg Berenschot om de midterm review uit te voeren op de nieuwe koers van de ketensamenwerking Tomingroep. Vraag was of de realisaties in lijn zijn met de verwachtingen in het bedrijfsplan. Ook was de vraag of Tomingroep op de goede weg is naar een werk-leerbedrijf en of Tomingroep erin slaagt om met de gemeentelijke bijdragen een gezonde financiële huishouding te voeren. Zijn de realisaties in lijn met de verwachtingen in het bedrijfsplan? We hebben in ons onderzoek vastgesteld dat de realisaties niet in lijn zijn met de verwachtingen in het bedrijfsplan: • •

•

Er zijn meer mensen door gemeenten voor ondersteuning door Tomingroep doorverwezen dan waarmee rekening is gehouden in het bedrijfsplan. Van deze mensen zijn minder mensen geplaatst op de participatiebanen en werk-leertrajecten dan verwacht. Er worden dus minder mensen door Tomingroep geholpen om op termijn bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan, dan verwacht. Ook blijken mensen die worden geplaatst op een participatiebaan meer en grotere belemmeringen te hebben dan waarmee rekening is gehouden.

De vraag is hoe dat moet worden beoordeeld en hoe hierop door de gemeenten moet worden gereageerd. De gemeenten geven in ons onderzoek aan dat de mensen met een sterker profiel in de bijstand relatief snel bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen dat daar ondersteuning van Tomingroep niet voor nodig is. Ze geven echter ook aan dat meer mensen dan nu met de dienstverlening van Tomingroep geholpen zouden kunnen worden, op voorwaarde dat het imago wordt verbeterd en dat in de dienstverlening meer rekening wordt gehouden met de behoeften en mogelijkheden van kandidaten. Er worden 8.000 uitkeringen in de regio verstrekt. De vraag is dus hoe uit deze groep mensen voor ondersteuning door Tomingroep kunnen worden geselecteerd en hoe de dienstverlening van Tomingroep daar goed op kan aansluiten. Het advies van Berenschot is om de ambitie in het bedrijfsplan niet los te laten, maar op uitvoeringsniveau meer dan nu samen en intensiever samen te werken. Nu werken de afdelingen werk en inkomen van de gemeenten en Tomingroep vaak los van elkaar. De bedoeling is dat de uitvoerend medewerkers samen kijken naar de mensen die nog afhankelijk zijn van een uitkering en na te gaan hoe het aanbod van Tomingroep op de wensen en mogelijkheden van deze groep kan worden afgestemd.

Tomingroep op de goede weg naar een werk-leerbedrijf? Het antwoord op deze vraag is dat Tomingroep een grote beweging aan het maken is naar een werk-leerbedrijf. De reguliere medewerkers zijn intensief getraind en de processen en werksoorten zijn ingericht op ontwikkeling en doorstroming. De ontwikkeling van Tomingroep naar werk-leerbedrijf wordt echter belemmerd doordat er minder kandidaten zijn en dat het profiel van de kandidaten anders is dan verwacht (complexer). Tegelijkertijd is de organisatie flink gekrompen doordat naast het lagere aantal mensen vanuit de nieuwe doelgroep dan verwacht, ook de Wsw sneller is gekrompen dan verwacht. Dat leidde ertoe

Midterm review nieuwe koers

6/70

dat er naast de ontwikkelambitie naar werk-leerbedrijf, grote organisatorische uitdagen waren om de krimp van het bedrijf goed te managen. Onze conclusie is dat er weliswaar flinke stappen zijn gezet, maar dat Tomingroep nog niet de beweging heeft gemaakt zoals gehoopt en verwacht. De ondersteuning sluit nog niet aan bij de omvang en het profiel van de huidige doelgroep. Deze ontwikkeling heeft meer tijd nodig en het aanbod zal moeten gaan aansluiten bij de behoeften en de mogelijkheden van de mensen die het nu nog niet lukt om op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag te gaan en te blijven. Zie hiervoor ook het advies hiervoor om door middel van intensievere samenwerking op uitvoeringsniveau te komen tot een meer passend aanbod voor een grotere groep kandidaten. Slaagt Tomingroep erin om met de gemeentelijke bijdragen een gezonde financiële huishouding te voeren? Financieel bleef Tomingroep in 2022 en 2023 binnen de kaders in het bedrijfsplan. In 2024 en 2025 worden tekorten verwacht doordat Tomingroep in een krimpsituatie is terecht gekomen en doordat de medewerkers vanuit de doelgroep minder toegevoegde waarde kunnen leveren dan verwacht. De financiële resultaten staan extra onder druk doordat Tomingroep tegelijkertijd de krimp en de omvorming naar werk-leerbedrijf moet managen (dit zijn twee transities tegelijkertijd).

De vraag is welke reactie hierop nodig is van de deelnemende gemeenten. Volgens Berenschot is de situatie nog erg onzeker. Ons advies is (zie hiervoor) dat gemeenten en Tomingroep gezamenlijk op zoek gaan naar een passende ondersteuning voor de mensen die nu nog afhankelijk zijn van de bijstand. We kunnen niet voorspellen hoe die ondersteuning er precies gaat uitzien, wat de kosten zijn en hoe die zich gaan ontwikkelen. Het heeft tijd nodig om goed inzicht te krijgen in de aard van de ondersteuning en de kosten daarvan. Ons advies is om die tijd te nemen. Tegelijkertijd is een verantwoorde financiële ontwikkeling gewenst. Ons advies is derhalve om de directeur van Tomingroep en de RvC te vragen om uitgaand van de huidige situatie (krimpende organisatie, toegroeien naar een werk-leerbedrijf met voldoende flexibiliteit om in te spelen op de behoeften en mogelijkheden van de huidige doelgroep), op basis van een grondige analyse te komen tot een plan waarin een voor Tomingroep en de gemeenten verantwoorde financiële ontwikkeling wordt gewaarborgd.

Aanpak Om de onderzoekvragen te beantwoorden is gebruik gemaakt van een combinatie van onderzoeksmethoden. •

Deskresearch: Door middel van deskresearch is nagegaan of de realisaties conform de verwachtingen en afspraken zijn in het bedrijfsplan. We zijn nagegaan hoe ontwikkelingen er uit zien op basis van de benchmark van Cedris en waar nodig benchmarkmateriaal van Berenschot.

•

Financiële analyse: De financiële analyse is gericht op het in beeld brengen van de gemeentelijke bekostiging en de kosten en opbrengsten van Tomingroep.

•

Interviews: We hebben interviews uitgevoerd met gemeenten, WSP en Tomingroep.

•

Enquêtes: We hebben twee enquêtes uitgezet onder reguliere medewerkers: bij gemeenten (klantmanagers) en bij Tomingroep (jobcoaches en trajectbegeleiders)..

•

Kandidaatsbelevingsonderzoek: We hebben onderzoek gedaan naar hoe kandidaten de dienstverlening van Tomingroep beleven. We keken naar de dienstverlening die zij in de praktijk ervaren en naar hun tevredenheid.

Midterm review nieuwe koers

•

7/70

Begeleiding: Het onderzoek is begeleid door de leden van de stuurgroep, Ambtelijke voorbereidingsgroep (AVG) en de Financiële adviesgroep (FAG). De groepen bestaan uit vertegenwoordigers van Tomingroep en van de in Tomingroep deelnemende gemeenten.

Beantwoording van de onderzoeksvragen Vraag 1. (a) Is er in de rijksbudgetten een zodanige wijziging opgetreden dat aanpassing van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen en daarmee ook de afgesproken aantallen, aan de orde is? En (b) is er in dit verband breder (dan alleen de rijksbudgetten) een herijking van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage noodzakelijk of gewenst? Zie hiervoor de toelichting hierna. Voor de beantwoording van deze vraag hebben we een apart memo opgesteld. Vraag 2. Hoe verhouden de aantallen kandidaten die aan de slag zijn bij Tomingroep zich tot de afgesproken aantallen in het businessplan? Tomingroep krimpt harder dan verwacht. Dat komt door de snellere daling van de Wsw en doordat minder mensen vanuit de aanmeldingen door gemeenten bij Tomingroep worden geplaatst dan verwacht. Ook het niet verlengen van tijdelijke contracten (van mensen die voor 2022 in dienst zijn gekomen), omdat ze zijn bemiddeld naar werk buiten Tomingroep, speelt hierin een rol. Dat laat onverlet dat gemeenten meer mensen doorverwijzen dan waarvan werd uitgegaan in het bedrijfsplan. De mensen die worden doorverwezen hebben vaak meer problematiek dan verwacht. Een groot deel van de mensen dat wordt doorverwezen gaat niet aan de slag op een participatiebaan.

Daarvoor zijn verschillende redenen, waaronder kandidaten die niet voldoen aan de afgesproken instroomcriteria, die niet op komen dagen, zich terugtrekken of die zelfstandig een baan vinden. Voor een precieze verklaring is nader onderzoek nodig. Vraag 3. Hoe verhouden de gemeentelijke bijdragen zich tot de kosten en opbrengsten die kunnen worden toegerekend aan de werk-leertrajecten en participatiebanen? Actualiseer in dit verband het rekenmodel dat gemaakt is voor de verwachte kosten en opbrengsten. De deelnemende gemeenten hebben de wens uitgesproken om in dit verband het totaal van (de gerealiseerde en verwachte) kosten en opbrengsten van Tomingroep in beeld te brengen en om de financiële prestaties en in het bijzonder de invloed van de nieuwe taken in het kader van de nieuwe koers op het totaal van de financiële prestaties te beoordelen. Het financieel saldo (zonder gemeentelijke vergoeding van begeleidingskosten) werd voor 2022 en 2023 geraamd op respectievelijk 1,4 en 1,5 mln negatief. De realisatie was 0,4 respectievelijk 1,0 mln negatief. De verklaring kan vooral worden gevonden in de meevallende loonkosten van de doelgroep, met name als gevolg van het lagere aantal Wsw-ers en participatiebanen dan verwacht. In 2022 was bovendien sprake van een incidentele opbrengst, door de verkoop van een gebouw.

In 2024 en 2025 wordt per saldo een groter tekort verwacht dan bij het bedrijfsplan. De neerwaartse daling van de saldi in 2024 en 2025 worden vooral verklaard door een lager operationeel resultaat dan verwacht. Zowel bij de Wsw als bij beschut werk (waar meer mensen zijn gestart dan vooraf werd aangenomen) is het operationeel saldo lager dan verwacht. Ook voor de participatiebanen waar geen mensen met een indicatie beschut werkzaam zijn, wordt voor 2024 en 2025 een lager operationeel resultaat verwacht dan bij het bedrijfsplan. Nader onderzoek naar de mogelijkheden ter verbetering is nodig.

Midterm review nieuwe koers

8/70

Vraag 4. Hoe verhoudt het dienstverleningsniveau zich tot het benodigde dienstverleningsniveau? Nagegaan wordt in hoeverre het aanbod vanuit de ketensamenwerking en Tomingroep aansluit bij de behoefte van de inwoners met een arbeidsbeperking die bij gemeenten in de bijstand zitten en welke concrete verbetermogelijkheden kunnen worden doorgevoerd. In het bedrijfsplan is afgesproken dat Tomingroep zich zou ontwikkelen tot een ontwikkelbedrijf. Er is door Tomingroep veel tijd, geld en energie geïnvesteerd in de transitie naar ontwikkelbedrijf, maar de ontwikkelfunctie van Tomingroep voor participatiebanen en werkleertrajecten komt nog moeilijk van de grond. De doelen van het bedrijfsplan worden bij de huidige ontwikkeling niet gerealiseerd. Gemeenten zien nog onvoldoende terug van de ontwikkeling van kandidaten. Enerzijds kan Tomingroep de ontwikkelingen moeilijk laten zien omdat er na 2 jaar nog nauwelijks uitstroom kon worden gerealiseerd voor de maximaal driejarige trajecten en omdat de doelgroep complexere problematiek heeft dan in het bedrijfsplan was ingeschat. Anderzijds zijn gemeenten kritisch op de feitelijk ondersteuning die mensen krijgen en missen ze overtuigende monitoring. Er is geen goed en gedragen monitoringsysteem met duidelijke targets en streefwaarden op het niveau van directies en bestuurders. .

Daar staat echter tegenover dat mensen hoger op de tredes van de participatieladder staan dan eerder verwacht. De verhouding tussen de tredes intern/extern olv Tomin/extern olv derde is: 4040-20. Dat was de streefwaarde voor 2025. Het doel voor 2025 is naar aanleiding daarvan bijgesteld naar 33-33-33%. In het bedrijfsplan is dit een van de zes afgesproken strategische KPI’s. Volgens Tomingroep is dat een belangrijke indicator voor de ontwikkeling van kandidaten. Gemeenten geven echter aan dat hiermee wel de van binnen naar buiten beweging wordt gemeten, maar dat deze verhouding niet per se iets zegt over de ontwikkeling van kandidaten. Daarbij komt dat Tomingroep nog steeds werk biedt aan 719 mensen met een arbeidsbeperking. De medewerkers die we interviewden – zowel uit de doelgroep van de Wsw als de nieuwe doelgroep in de Participatiewet - zijn erg blij met hun werk. Op de vraag hoe blij ze zijn met hun plek bij Tomingroep scoren ze gemiddeld 4,3 punten op schaal van 1 tot 5. Ze zijn tevreden met het werk dat ze doen, met de begeleiding die ze krijgen en ze ervaren hun werk als nuttig en hebben het gevoel er goed in te zijn. Een aandachtspunt is dat veel medewerkers uit de oorspronkelijke doelgroep zich zorgen maken over de veranderingen bij Tomingroep en wat dat mogelijk voor hun gaat betekenen.

Voor het antwoord op de vraag welke concrete verbetermaatregelen zouden kunnen worden doorgevoerd ter verbetering van de dienstverlening, verwijzen we naar de aanbevelingen in het rapport. Er is een grote groep mensen afhankelijk van een bijstandsuitkering. Consulenten van de gemeenten geven aan dat, indien Tomingroep daar goed voor opgesteld staat, meer mensen geholpen zouden kunnen worden door Tomingroep. Ook de vergelijking van de huidige bijstandsbestanden met benchmarkgegevens zijn een indicatie dat mogelijk meer mensen dan nu, aan het werk geholpen kunnen worden. Onze analyse is vooral dat op uitvoeringsniveau beter samengewerkt moet worden en in gezamenlijkheid de behoeften en mogelijkheden van de inwoners met een arbeidsbeperking in beeld moeten brengen en het daarvoor benodigde instrumentarium moet worden verbeterd en doorontwikkeld. Niet nog meer plannen en centrale adviezen, maar samen aan de slag gaan, leren en doen.

Midterm review nieuwe koers

9/70

Conclusies We trekken de volgende conclusies uit het onderzoek. Er is enige overlap met de beantwoording van de onderzoeksvragen. Wij kiezen ervoor om in de samenvatting de volledige conclusies te presenteren. •

Tomingroep krimpt harder dan verwacht, waardoor er nu een kleiner en ander bedrijf staat dan in het bedrijfsplan beoogd. Dat komt door de sneller daling van de Wsw en doordat minder mensen vanuit de aanmeldingen door gemeenten bij Tomingroep worden geplaatst dan verwacht. Ook het niet verlengen van tijdelijke contracten (van mensen die voor 2022 in dienst zijn gekomen), maar het bemiddelen naar werk buiten Tomingroep, speelt hierin een rol. Dat laat onverlet dat gemeenten meer mensen doorverwijzen dan waarvan werd uitgegaan in het bedrijfsplan. En de mensen die worden doorverwezen hebben vaak meer problematiek dan verwacht. Een groot deel van de mensen die worden doorverwezen gaat niet aan de slag op een participatiebaan. Daarvoor zijn verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat de kandidaat (bij nader inzien) niet wil of kan of te veel belemmeringen en problematiek heeft.

•

De doelen van het bedrijfsplan worden bij de huidige ontwikkeling en met de huidige werkwijze niet gerealiseerd. Hoewel veel tijd en energie wordt gestopt in het omvormen van Tomingroep naar een werk-leerbedrijf, zien gemeenten hier nog onvoldoende van terug. Enerzijds kan Tomingroep de ontwikkelingen moeilijk laten zien omdat er minder werkleertrajecten en participatiebanen zijn dan verwacht en omdat de doelgroep veel complexe problematiek heeft. Anderzijds zijn gemeenten kritisch op de feitelijk ondersteuning die mensen krijgen en missen ze overtuigende monitoring. Hoewel in het bedrijfsplan KPI’s zijn vastgesteld ontbreekt een breed gedragen monitoringsysteem met duidelijke targets en streefwaarden.

•

Verschillende klantmanagers geven aan dat er meer mensen dan nu met de voorzieningen van Tomingroep geholpen zouden kunnen worden onder andere door een diverser aanbod. Voorwaarden daarvoor zijn dat Tomingroep sneller dan nu mensen op een werkplek accepteert, dat het imago wordt verbeterd en dat breder bij de klantmanagers op het netvlies komt te staan wat Tomingroep voor de kandidaten kan betekenen. Er zijn nog veel mensen afhankelijk van een bijstandsuitkering. Onze analyse van de bijstandsafhankelijkheid en het aantal LKS bij gemeenten wijst er mogelijk ook op dat meer mensen dan nu aan het werk geholpen kunnen worden.

•

De doelen in het bedrijfsplan worden binnen de keten niet ervaren als gezamenlijke doelstellingen. Tomingroep en gemeenten staan meer tegenover elkaar als opdrachtgever en opdrachtnemer, zowel op uitvoeringsniveau als op strategisch niveau, in plaats van dat zij gezamenlijk optrekken als samenwerkingspartners. Zowel gemeenten als Tomingroep richten zich vooral op hun (vermeende) eigen doelstellingen. Een belangrijke voorwaarde voor succes is dat in de uitvoering – zowel op het terrein van de arbeidsontwikkeling als op het terrein van de productie en dienstverlening - gezamenlijk wordt opgetrokken en met elkaar (gemeenten en Tomingroep) gezocht wordt naar de meest passende oplossing voor specifieke kandidaten. Dat gebeurt onvoldoende, waardoor de gemeentelijke afdelingen werk en inkomen en Tomingroep kansen laten liggen om te bouwen aan onderling begrip en elkaars werelden te leren kennen.

•

Veel sociaal ontwikkelbedrijven hebben financiële tekorten en zitten in een transitie als gevolg van de ontwikkelingen binnen de Participatiewet. In 2022 en 2023 bleef Tomingroep binnen de financiële kaders van het bedrijfsplan en hield met name door meevallende loonkosten, geld over. Maar, het operationeel saldo valt tegen, waardoor in 2024 en 2025 tekorten worden verwacht van respectievelijk 1,6 mln en 2,0 mln euro. De oorzaak is de lagere omzet – als gevolg van de krimp van de organisatie en minder sterke medewerkers dan waarmee eerder

Midterm review nieuwe koers

10/70

rekening werd gehouden - en achterblijvende kostenreductie. Tomingroep zit in een ander scenario dan verwacht in het bedrijfsplan. De financiële resultaten staan extra onder druk doordat Tomingroep tegelijkertijd de krimp en de omvorming naar werk-leerbedrijf moet managen (twee transities tegelijkertijd). •

Tomingroep neemt verschillende maatregelen gericht op behoud van het financieel resultaat: personeelsreductie, verhuur overruimte, verkoop gebouwen, afbouw niet renderende afdelingen, aanpak verzuim, reductie energiegebruik, meer aandacht voor juiste beprijzing, marktbewerkingsplan, imago-campagne. Dit zijn de juiste maatregelen, maar deze vormen door de veranderde context (krimp, complexere problematiek, grote afstand tot de arbeidsmarkt) nog geen onderdeel van een samenhangend plan gericht op de verdere doorontwikkeling van de organisatie.

Aanbevelingen Onze aanbevelingen zijn als volgt. 1. Trek als gemeenten en Tomingroep meer met elkaar op. Maak elkaar deelgenoot en ervaar de doelstellingen als gezamenlijke doelstellingen. Stel gezamenlijke uitvoeringsteams in. Licht de bestanden in deze gezamenlijke teams door en ga met elkaar op zoek naar de beste oplossingen voor kandidaten. Pas het aanbod aan op de vraag. Denk buiten de kaders. Ondersteun elkaar. Wees flexibel en leer. Actie: directeuren afdelingen W&I, directeur Tomingroep en stuurgroep. 2. Werk gestructureerd en methodisch samen. Het is niet vrijblijvend. Maak een samenwerkingsplan. Formuleer SMART-doelstellingen voor de gezamenlijke teams van gemeente(n) en Tomingroep. En vier gezamenlijk het succes. Actie: directeuren afdelingen W&I, directeur Tomingroep en stuurgroep. 3. Handhaaf de doelstellingen in het bedrijfsplan voor 2025: 51 werk-leertrajecten, 210 participatiebanen-regulier en 90 participatiebanen-beschut. Doe dat in gelijke stappen in 2024 en 2025. Zie de tabel.

Participatiebaan beschut Participatiebaan regulier Werk-leertraject

Realisatie 2023 78 106 0

Doelstelling 2024 84 158 26

Bedrijfsplan 2025 90 210 51

In de bijlage vertalen we deze aantallen naar de individuele gemeenten. Voor het aantal doorverwijzingen per gemeente gaan we uit van de aantallen die zijn opgenomen in het bedrijfsplan. Zie ook hoofdstuk 2 van deze midterm review. 4. Ga door intensieve samenwerking en afstemming in de gezamenlijke teams na hoe het aanbod van Tomingroep kan worden aangepast aan de mogelijkheden en behoeften van kandidaten die het nu nog niet lukt om aan het werk te komen. Actie: directeuren afdelingen W&I, directeur Tomingroep en stuurgroep. 5. Maak nu echt werk van de afgesproken monitoring- en sturingslijn (klankbordgroep, werkgroep ambtelijk opdrachtgeverschap, secretariaat Tomin en dergelijke) en zet die in voor het realiseren van een PDCA-cyclus binnen de keten. Geef de klankbordgroep een sturende rol en verander de naam ‘klankbordgroep’ in ‘stuurgroep’. Verbind een aanjager aan de stuurgroep, die rechtstreeks verantwoording aflegt aan het bestuur. Volg de in het bedrijfsplan beschreven aanpak. Spreek elkaar aan op de rol en verantwoordelijkheden en escaleer zo nodig naar het bestuur. Actie: directeuren afdelingen W&I, directeur Tomingroep en stuurgroep. Initiatief ligt bij Tomingroep, die het secretariaat runt van de stuurgroep.

Midterm review nieuwe koers

11/70

6. Houdt de zes strategische KPI’s – zoals geformuleerd in het bedrijfsplan - nog eens goed tegen het licht. Ga na welke verbeteringen mogelijk zijn, gericht op beter inzicht in de effectiviteit, de ketensamenwerking, de ontwikkeling van Tomingroep naar werkleerbedrijf en het financieel resultaat. Formuleer duidelijke targets en streefwaarden voor de KPI’s en vergelijk de realisaties met de gestelde targets en met benchmarkmateriaal. Actie: Tomingroep komt met een voorstel dat uiterlijk in november 2024 wordt vastgesteld in het bestuur en vooraf in de ambtelijke lijn is afgestemd. 7. Vraag de directeur Tomingroep en RvC om een doorlichting van de bedrijfsvoering en om een plan, zodat het bedrijf flexibel en doelmatig kan inspelen op de behoeften, de veranderende doelgroep en de veranderende omstandigheden op de arbeidsmarkt. Het plan bevat een duidelijk perspectief en een stip op de horizon, tot op werksoortniveau. Wat voor bedrijf moeten we zijn over tien of vijftien jaar met het oog op de inwoners die het zelfstandig niet redden op de arbeidsmarkt? Hoe zien de werksoorten eruit? Hoe realiseren we een zo hoog mogelijke kosteneffectiviteit? En hoe zorgen we ervoor dat we flexibel kunnen inspelen op veranderende omstandigheden? Actie: directeur Tomingroep en RvC. 8. Start in de tweede helft van 2024 met de voorbereidingen van de besluitvorming over de ketensamenwerking na 2025.

Vraag de directeur van Tomingroep om een opdrachtformulering ter vaststelling in het bestuur, voor 2025.

Midterm review nieuwe koers

12/70

HOOFDSTUK 1

Inleiding De gemeenten in de Gooi- en Vechtstreek, de gemeente Almere en Tomingroep werken samen om mensen te ondersteunen die het zelf niet redden op de arbeidsmarkt. De afspraken zijn vastgelegd in het businessplan Regionale samenwerking sociaal domein Tomingroep en het bedrijfsplan Ketensamenwerking Tomin. Het plan loopt van 2022 tot en met 2025. Er is afgesproken om na twee jaar een midterm review uit te voeren.

1.1

Aanleiding

Door de invoering van de Participatiewet worden gemeenten verantwoordelijk voor een steeds grotere groep mensen die ondersteuning nodig heeft om zich staande te houden op de arbeidsmarkt. Het aantal Wsw-ers wordt steeds kleiner. Daar komt een steeds grotere, nieuwe doelgroep met arbeidsbeperkingen voor in de plaats. De gemeenten in de Gooi- en Vechtstreek en de gemeente Almere hebben afspraken gemaakt over de rol van Tomingroep in de samenwerkingsketen bij het aan het werk helpen en houden van mensen die zichzelf niet staande kunnen houden op de arbeidsmarkt. Deze afspraken zijn opgenomen in het businessplan Regionale samenwerking sociaal domein Tomingroep. In het bedrijfsplan Ketensamenwerking Tomingroep zijn deze afspraken verder uitgewerkt. Het businessplan is vastgesteld door het algemeen bestuur van Tomingroep op 17 mei 2021. Het bedrijfsplan is vastgesteld op 26 oktober 2021. Afgesproken is dat Tomingroep binnen de participatieketen toegroeit naar een werk-leerbedrijf dat door de gemeenten ingezet wordt als arbeidsmarktinstrument bij de uitvoering van beleid ten aanzien van deze doelgroep. Het werk-leerbedrijf wordt vooral ingezet voor inwoners voor wie (leren) werken een onderdeel van het traject is en waar dat (nog) niet gerealiseerd kan worden op een werkplek bij een reguliere werkgever.

Tomingroep blijft verantwoordelijk voor de bestaande Wsw-ers en voorziet voor de nieuwe doelgroep in werk-leertrajecten, tijdelijke participatiebanen en participatiebanen voor onbepaalde tijd. De vrijvallende capaciteit binnen Tomingroep wordt ingezet om de nieuwe doelgroepen in de Participatiewet zo regulier mogelijk aan de slag te helpen en te houden. De totale doelgroep waar Tomingroep zich over ontfermt (het totaal van de mensen in de Wsw en de mensen vanuit de nieuwe doelgroep) blijft in de periode 2022-2025 gelijk. Na afloop van de periode 2022-2025 vindt evaluatie plaats en wordt nagegaan of de doelstellingen zijn gerealiseerd. Afgesproken is dat na twee jaar een midterm review plaatsvindt. Het algemeen bestuur van Tomingroep heeft Berenschot gevraagd deze midterm-review uit te voeren.

Midterm review nieuwe koers

1.2

13/70

Opdracht

De opdrachtformulering is overgenomen uit het bedrijfsplan d.d. 15 oktober 2021. De opdracht luidt als volgt. Voer de midterm review uit op de nieuwe koers van de ketensamenwerking Tomingroep, die zich richt op de taken rond de nieuwe doelgroepen. Ga na of de realisaties in lijn zijn met de afspraken in het businessplan en welke maatregelen eventueel nodig zijn om de gemaakte afspraken te realiseren. Beoordeel daarbij of Tomingroep op de goede weg is om: c.

De transitie van werkbedrijf naar werk-leerbedrijf door te maken

d. Met de gemeentelijke bijdragen een gezonde financiële huishouding te voeren Beantwoord daarbij in ieder geval de volgende vragen. 5. (a) Is er in de rijksbudgetten een zodanige wijziging opgetreden dat aanpassing van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen en daarmee ook de afgesproken aantallen, aan de orde is? En (b) is er in dit verband breder (dan alleen de rijksbudgetten) een herijking van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage noodzakelijk of gewenst? Zie hiervoor de toelichting hierna. 6. Hoe verhouden de aantallen kandidaten die aan de slag zijn bij Tomingroep zich tot de afgesproken aantallen in het businessplan? 7. Hoe verhouden de gemeentelijke bijdragen zich tot de kosten en opbrengsten die kunnen worden toegerekend aan de werk-leertrajecten en participatiebanen? Actualiseer in dit verband het rekenmodel dat gemaakt is voor de verwachte kosten en opbrengsten. De deelnemende gemeenten hebben de wens uitgesproken om in dit verband het totaal van (de gerealiseerde en verwachte) kosten en opbrengsten van Tomingroep in beeld te brengen en om de financiële prestaties en in het bijzonder de invloed van de nieuwe taken in het kader van de nieuwe koers op het totaal van de financiële prestaties te beoordelen. 8.

Hoe verhoudt het dienstverleningsniveau zich tot het benodigde dienstverleningsniveau? Nagegaan wordt in hoeverre het aanbod vanuit de ketensamenwerking en Tomingroep aansluit bij de behoefte van de inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt die bij gemeenten in de bijstand zitten en welke concrete verbetermogelijkheden kunnen worden doorgevoerd. Bij de bestuurlijke besluitvorming over het bedrijfsplan op 17 mei 2021 is afgesproken dat onderzoek wordt gedaan naar een eventuele noodzaak van een herijking van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage een apart traject wordt gelopen naast de inhoudelijke uitwerking van het businessplan. Daarmee is gehoor gegeven aan het verzoek van Almere om de verdeling te onderzoeken zonder dat dat het proces van ontwikkeling en implementatie belemmert. Het onderzoek naar de eventuele noodzaak om de verdeling te herijken heeft nog niet plaatsgevonden. Het onderzoek hiernaar wordt meegenomen in de midterm review. De nieuwe koers is mede ingezet met het oog op de financiële risico’s die samenhangen met de krimp van de Wsw en de relatief lage budgetten die gemeenten ontvangen voor de begeleiding van de nieuwe doelgroep. Voor het beoordelen van de impact van de gemaakte afspraken over de nieuwe koers moet het totaal van opbrengsten en kosten van Tomingroep meerjarig in beeld worden gebracht en worden beoordeeld. Onderdeel van deze analyse zijn: •

Een uitwerking (inhoudelijk en financieel) van een bestcase- en worstcasescenario, waaronder de invloed op het eigen vermogen. Daarbij wordt de vraag beantwoord of het eigen vermogen zich op een aanvaardbaar niveau blijft bevinden;

Midterm review nieuwe koers

•

14/70

Voor de baten en de lasten wordt enerzijds inzichtelijk gemaakt welke incidenteel zijn en welke structureel en anderzijds welke autonoom zijn en welke beïnvloedbaar

•

Een overzicht van genomen en voorgenomen maatregelen gericht op de verbetering van het financieel rendement.

•

Een benchmark waaruit blijkt hoe Tomingroep voor de Wsw-ers en nieuwe doelgroepen (financieel) presteert ten opzichte van andere werk-leerbedrijven.

1.3

Doelstelling van de midterm review

De midterm review is, zoals het woord al zegt, geen eindevaluatie. Het hoofddoel van de midterm review is om na te gaan of en zo ja welke maatregelen nodig zijn om bij te sturen om de doelen van de nieuwe koers te realiseren. In principe staan de doelen van de nieuwe koers niet ter discussie. Dat laat onverlet dat als uit de midterm review blijkt dat de doelstellingen niet realistisch zijn, de doelen kunnen worden bijgesteld. De midterm review heeft drie doelstellingen: 1.

Zijn de realisaties conform de uitgangspunten, doelstellingen en afspraken: In de midterm review moeten de geformuleerde doelstellingen in beeld worden gebracht. Dat is een belangrijk onderdeel van het onderzoek, omdat scherp moet zijn wat de doelen zijn van de nieuwe koers en op welke wijze die zouden moeten worden gerealiseerd. Onderzocht moet worden of de afspraken in de praktijk zijn gerealiseerd. Tevens moet worden onderzocht wat de reden is als afspraken niet zijn gerealiseerd en wat daarvan de consequenties zijn. Belangrijke doelstellingen zijn onder meer dat de nieuwe koers moet leiden tot transformatie van Tomingroep naar werk-leerbedrijf (gericht op het ontwikkelen van mensen) en tot betere financiële prestaties voor Tomingroep.

2.

Welke (aanvullende) maatregelen zijn nodig om de gemaakte afspraken te realiseren: Op basis van de analyse onder punt 1 moet worden nagegaan of en zo ja welke maatregelen moeten worden genomen om de doelstellingen van de nieuwe koers van de ketensamenwerking Tomingroep te realiseren. De uitgangspunten, doelstellingen en afspraken in het businessplan en bedrijfsplan vormen daartoe het kader. De uitkomst van het onderzoek kan zijn dat de doelstellingen niet gerealiseerd kunnen worden. In dat geval moet overwogen worden of de doelen van de nieuwe koers worden bijgesteld. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat onderwerp van onderzoek niet alleen Tomingroep is, maar de gehele keten waarin wordt samengewerkt: gemeenten=> Tomingroep=> WSP/Baangericht.

3.

Onderzoek de financiële verdeelsleutel en ga na of deze herijking behoeft: Het onderzoek vindt plaats op basis van de rijksbijdragen die gemeenten ontvangen voor de taken die Tomingroep en de ketenpartners uitvoeren. Belangrijk hierbij is dat per 2023 het gemeentefonds is herijkt, waaronder een belangrijk deel van de budgetten die gemeenten ontvangen voor begeleiding en re-integratie. Bij de besluitvorming over de nieuwe koers is afgesproken om de financiële verdeling direct al te onderzoeken en om na te gaan of herijking nodig is. In het onderzoek brengen we de verdeling van de gemeentelijke bijdragen voor de nieuwe doelgroepen in beeld. We brengen deze in verband met de rijksbijdragen die gemeenten ontvangen, de kosten die Tomingroep en ketenpartners maken voor de betreffende taken en de problematiek die ontstaat door de krimp van de Wsw. Op basis daarvan gaan we samen met de gemeenten en TG na of herijking noodzakelijk dan wel gewenst is.

We stellen een aparte notitie op over de financiële verdeelsleutel. Dit thema wordt niet uitgewerkt in deze rapportage.

1.4

Aanpak

Om de onderzoekvragen te beantwoorden is gebruik gemaakt van een combinatie van onderzoeksmethoden.

Midterm review nieuwe koers

•

15/70

Deskresearch: Door middel van deskresearch is het onderzoekskader verder uitgewerkt. We hebben de gemaakte afspraken en berekeningen in beeld gebracht. Dit zijn de zaken die getoetst worden in de midterm review. Vervolgens zijn we door middel van deskresearch nagegaan of de realisaties conform de verwachtingen en afspraken zijn in het bedrijfsplan. We zijn nagegaan hoe ontwikkelingen er uit zien op basis van de benchmark van Cedris en waar nodig benchmarkmateriaal van Berenschot. Ook hebben we hier de rekenmodellen die we opstelden voor de berekeningen in het bedrijfsplan geactualiseerd.

•

Financiële analyse: De financiële analyse is gericht op het in beeld brengen van de gemeentelijke bekostiging en de kosten en opbrengsten van Tomingroep. Het gaat zowel om het totaal van de opbrengsten en kosten en de kosten en opbrengsten van de nieuwe taken in het bijzonder.

•

Interviews: We hebben interviews uitgevoerd met gemeenten, WSP en Tomingroep. We hebben bij Tomingroep en gemeenten gesprekken gevoerd op bestuurlijk-, staf- (beleidsmedewerkers en financials), en uitvoerend niveau. Bijlage 1 bevat een volledige lijst van de interviews.

•

Enquêtes: We hebben twee enquêtes uitgezet onder reguliere medewerkers: bij gemeenten (klantmanagers) en bij Tomingroep (jobcoaches en trajectbegeleiders). Hiermee hebben we de concrete procesgang en ketensamenwerking in beeld gebracht. Ook hebben we zo verbetersuggesties opgehaald.

De enquêtes zijn uitgezet per mail, de mailadressen zijn aangedragen door de gemeenten en Tomingroep zelf. De enquête onder de uitvoering van gemeenten is verzonden naar 22 respondenten, dit heeft 17 reacties opgeleverd (77% respons). De AVG-leden zijn op de hoogte gehouden van de respons binnen hun gemeente en hebben waar nodig de enquête extra onder de aandacht gebracht binnen hun organisatie. Dit heeft geresulteerd in een goede vertegenwoordiging van alle gemeenten in de reacties op de enquête. De enquête onder reguliere medewerkers van Tomingroep is verzonden naar 28 medewerkers en ingevuld door 26 respondenten, dat is dus een respons van 93%.

•

Kandidaatsbelevingsonderzoek: We hebben onderzoek gedaan naar hoe kandidaten de dienstverlening van Tomingroep beleven. We keken naar de dienstverlening die zij in de praktijk ervaren en naar hun tevredenheid.

De kandidaten in het kandidaatsbelevingsonderzoek zijn gekozen door middel van een steekproef. Daarbij is rekening gehouden met een vertegenwoordiging vanuit verschillende doelgroepen. In totaal zijn 23 mensen gesproken: acht mensen met een Sw-indicatie, vijf mensen met een indicatie Nieuw Beschut en tien mensen in een werk-leertraject voor Participanten bij Tomingroep. De gesprekken vonden plaats op een locatie van Tomingroep. De kandidaten werden daar door een medewerker voorbereid. Tijdens de gesprekken was geen medewerker van Tomingroep aanwezig. Ook werd benadrukt dat de antwoorden niet gedeeld zouden worden met de medewerkers van Tomingroep. Op deze manier werd een veilige en vertrouwelijke setting gecreëerd. De gesprekken duurden 30-45 minuten per kandidaat. Voor de gesprekken werden twee vragenlijsten gebruikt, één voor kandidaten uit de Wsw en met een indicatie Nieuw Beschut en een vragenlijst voor kandidaten in een (participatie)traject. Een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van de vragenlijst was eenvoud. De vragenlijst bevat een aantal meerkeuze vragen: ja/nee vragen en vragen waarbij gebruik gemaakt werd van een visueel analoge schaal (VAS) met behulp van het aanwijzen van een emoticon. Door de vragenlijst mondeling af te nemen, merkten we of een kandidaat de vraag begrepen had en was het mogelijk verdieping te zoeken.

Het onderzoek is begeleid door de leden van de stuurgroep, Ambtelijke voorbereidingsgroep (AVG) en de Financiële adviesgroep (FAG). De groepen bestaan uit vertegenwoordigers van Tomingroep en van de in Tomingroep deelnemende gemeenten. Voor de samenstelling van deze groepen verwijzen we naar de bijlagen. Het opdrachtgeverschap was belegd bij het algemeen bestuur van Tomingroep.

Midterm review nieuwe koers

1.5

16/70

Leeswijzer

In dit rapport worden de bevindingen uit de midterm review beschreven. In hoofdstuk 2 schetsen we het plan: welke afspraken zijn gemaakt en wat gaan we precies onderzoeken? Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 3 aan de hand van het deskresearch, interviews, enquêtes en het klantbelevingsonderzoek hoe daaraan uitvoering gegeven wordt (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bevat de analyse van de bedrijfsvoering. We sluiten af met conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 5.

Midterm review nieuwe koers

17/70

HOOFDSTUK 2

Het plan Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen de gemaakte afspraken in het businessplan, het bedrijfsplan en de ontwerp- en implementatiefase. Deze afspraken vormen het onderzoeksobject voor de midterm review.

2.1

Inleiding

Op 17 mei 2021 stelde het algemeen bestuur van Tomingroep het businessplan Regionale samenwerking sociaal domein vast. De koers uit het businessplan is verder uitgewerkt in het bedrijfsplan ‘Ketensamenwerking Tomin’. Na het bedrijfsplan is de ontwerp- en implementatiefase gestart. De kern is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor een steeds grotere groep mensen met een arbeidsbeperking. De Wsw is voor hen niet meer toegankelijk en de Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. De gemeenten in de Gooi- en Vechtstreek en de gemeente Almere willen deze groep ondersteunen en zetten daar de vrijvallende infrastructuur van Tomingroep voor in.

2.2

Businessplan

Het businessplan beschrijft de wijze waarop de samenwerkende gemeenten in Tomingroep-verband de vrijvallende capaciteit van Tomingroep, door de krimp van het aantal Wsw-ers, in de periode 2022-2025 willen inzetten voor de gemeenten nieuwe en steeds groter wordende doelgroep in de Participatiewet, de inwoners met een arbeidsbeperking. Het door het bestuur gekozen toekomstscenario komt op het volgende neer: 1. De vrijvallende capaciteit binnen Tomingroep wordt ingezet om de nieuwe doelgroepen in de Participatiewet zo regulier mogelijk aan de slag te helpen en te houden. 2. Tomingroep groeit toe naar een werk-leerbedrijf dat door de gemeenten ingezet wordt als arbeidsmarktinstrument bij de uitvoering van beleid ten aanzien van deze doelgroep. Het werkleerbedrijf wordt vooral ingezet voor inwoners voor wie (leren) werken een onderdeel van het traject is en waar dat (nog) niet gerealiseerd kan worden op een werkplek bij een reguliere werkgever. Tomingroep blijft verantwoordelijk voor de bestaande Wsw-ers en voorziet voor de nieuwe doelgroep in werk-leertrajecten, tijdelijke participatiebanen en participatiebanen voor onbepaalde tijd. 3. De totale doelgroep waar Tomingroep zich over ontfermt (het totaal van de mensen in de Wsw en de mensen vanuit de nieuwe doelgroep) blijft in de periode 2022-2025 gelijk. 4. De governance van Tomingroep blijft in de planperiode ongewijzigd. 5.

De kosten van de afgesproken werkleertrajecten en participatiebanen worden in de periode 2022-2025 vergoed uit een jaarlijkse lumpsumbijdrage van de gemeenten, een (eventuele) besparing op de rijksbijdrage Wsw en het eigen vermogen van Tomingroep. 6. Na twee jaar vindt een midterm review plaats.

Midterm review nieuwe koers

18/70

Het berekende aantal personen (in voltijdseenheden (FTE)) dat door Tomingroep zou worden ondersteund staat in de volgende grafiek.

De grafiek laat de verwachte krimp van de doelgroep Wsw zien. Daarvoor in de plaats komen mensen met een indicatie beschut werk en mensen zonder indicatie beschut, voor wie het nog niet lukt om bij een reguliere werkgever aan de slag te komen, de zogenoemde doelgroep participatiebaan-regulier. Voorts zijn ook de aantallen personen op een werk-leertraject (aantal ontwikkeling) in de grafiek opgenomen.

2.3

Bedrijfsplan

Het businessplan was vooral gericht op het bepalen van de koers en het neerzetten van de kaders door de bestuurders van Tomingroep. In het businessplan is de koers uitgewerkt door betrokkenen bij gemeenten, Tomingroep, WSP en Baangericht. Het volgende stroomschema toont de wijze

Gemeentelijke re-integratie

Werkleertraject of participatiebaan bij Tomin

WSP of Baangericht

Aan de slag op reguliere arbeidsmarkt, eventueel ondersteund met LKS e/o begeleiding

Beschutte of vaste baan bij Tomingroep met LKS

Wsw

Gemeente

waarop mensen vanuit de Participatiewet aan de slag kunnen worden geholpen.

Midterm review nieuwe koers

19/70

De afdelingen werk en inkomen van de gemeenten proberen mensen vanuit de Participatiewet zo regulier mogelijk aan de slag te krijgen. In eerste instantie worden mensen gestimuleerd om zelfstandig aan de slag te gaan. Als dat niet lukt, kunnen gemeenten hun eigen re-integratieinstrumentarium inzetten. Zodra mensen klaar zijn om aan de slag te gaan, kunnen betrokkenen met ondersteuning van het WSP (Gooi en Vecht) of Baangericht (Almere) aan de slag geholpen worden. Indien nodig, zetten gemeenten een loonkostensubsidie en/of jobcoaching (begeleiding) in. Als gemeenten er niet in slagen om mensen direct (duurzaam) aan de slag te krijgen bij reguliere werkgevers en als het meerwaarde heeft dat mensen in een ontwikkeltraject werkervaring opdoen, kunnen zij aan de slag op een werk-leertraject of een participatiebaan bij Tomingroep. Diagnosefase Om te kunnen bepalen wat een kandidaat op de werkvloer nodig heeft en in welke werksoort hij/zij het beste op zijn/haar plek is, is er een diagnosefase van circa twee maanden waarin in principe alle nieuwe instroom, inclusief de doelgroep nieuw beschut, start. De kandidaat krijgt geen dienstbetrekking, maar werkt hier met behoud van uitkering. Tijdens de diagnosefase worden de mogelijkheden van de kandidaten onderzocht. Een kandidaat kan aan de slag op de verschillende werksoorten (banencarroussel).

Tijdens het werk op de verschillende werksoorten wordt een kandidaat geobserveerd aan de hand het competentiekompas. Het competentiekompas is een instrument om competenties als het nakomen van afspraken , doorzettingsvermogen, zelfstandigheid en motivatie en samenwerking te monitoren. Ook worden gesprekken gevoerd met de kandidaat en mens de gemeente (overleg over het vervolg). Zo wordt nagegaan welk werk bij de kandidaat past en worden de competenties en ontwikkelpunten in beeld gebracht. Werk-leertrajecten De werk-leertrajecten zijn bedoeld voor kandidaten met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt (overbrugbaar in zes maanden), die het om verschillende redenen niet lukt om zelfstandig een baan te vinden. De trajecten zijn niet bedoeld voor mensen waarvoor een langdurig activeringstraject nodig is, maar voor een beperkte doelgroep met belemmeringen die specifiek zijn voor die doelgroep. In het bedrijfsplan is afgesproken hierbij in eerste instantie in te zetten op de doelgroep mensen met een taalachterstand. In het werk-leertraject worden werknemers- en vakvaardigheden ontwikkeld en wordt aandacht besteed aan arbeidsmarktoriëntatie en zo nodig aan taal op de werkvloer. Gemeenten selecteren de kandidaten voor de werk-leertrajecten. In de praktijk zullen niet alle geselecteerde kandidaten daadwerkelijk aan het traject deelnemen.

Het aantal mensen dat wordt geselecteerd zal jaarlijks daardoor hoger zijn dan het in het businessplan afgesproken aantal trajecten. We gaan er indicatief van uit dat om het afgesproken aantal trajecten te realiseren, jaarlijks de volgende aantallen personen door de gemeenten moeten worden geselecteerd voor deelname.

Midterm review nieuwe koers

20/70

Aantal personen dat gemeenten doorverwijst voor een werkleertraject 2022 2023 2024 2025 Almere 21 41 64 88 Blaricum 1 1 1 1 Eemnes 1 1 1 1 Gooise Meren 2 4 6 9 Hilversum 7 15 23 32 Huizen 3 5 7 10 Laren 1 1 1 1 Weesp 0 0 0 0 Wijdemeren 1 1 1 1 Totaal 33 66 102 141

De realisaties worden gemonitord. De streefcijfers worden bijgesteld op basis van de realisaties. Het aantal werk-leertrajecten in het businessplan blijft het uitgangspunt. Participatiebaan Voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt wordt een participatiebaan ingezet. De participatiebanen zijn gericht op arbeidsontwikkeling en het opdoen van werknemersvaardigheden. Uitgangspunt blijft door- en uitstroom. Een participatiebaan wordt in principe aangeboden voor maximaal een periode van 3 keer 1 jaar. Tijdens dit traject wordt door Tomingroep jobcoaching verzorgd, waarbij gewerkt wordt aan competenties als werkmotivatie, zelfstandigheid, taalvaardigheid, plannen en organiseren en samenwerken en overleggen. Er wordt ook begeleiding geboden op andere leefgebieden. Het gaat hierbij onder andere om financiën, dagbesteding, huiselijke relaties, geestelijke en/of lichamelijke gezondheid, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie. Hierbij kan eventueel een deskundige worden ingezet via de klantmanager. Kandidaten met een participatiebaan stromen na afloop van een traject in principe uit naar een reguliere werkgever. Als dit niet mogelijk is, kunnen ze ook een contract bij Tomingroep krijgen. In het bedrijfsplan is afgesproken dat dit vooral mensen met een indicatie beschut betreft.

Contracten voor onbepaalde tijd worden voor mensen zonder een indicatie beschut, in principe niet aangeboden, tenzij plaatsing op de reguliere arbeidsmarkt niet verwacht kan worden. Dit ter beoordeling van klantmanager en Tomingroep. Zij stellen vast dat de medewerker maximaal is doorontwikkeld en er uitputtend is gezocht naar een baan op de reguliere arbeidsmarkt. Gemeenten verwijzen de kandidaten voor de participatiebanen door. Dat doen ze op basis van een gezamenlijk afgesproken profiel en een gemeenschappelijke diagnosesystematiek. In de praktijk zullen niet alle geselecteerde kandidaten daadwerkelijk aan het traject deelnemen. Het aantal mensen dat wordt doorverwezen zal jaarlijks hoger zijn dan het in het businessplan afgesproken aantal participatiebanen. Indicatief gaat het om de volgende aantallen.

Ook deze realisaties worden gemonitord. De streefcijfers worden bijgesteld op basis van de realisaties. Het aantal participatiebanen in het businessplan blijft het uitgangspunt.

Midterm review nieuwe koers

2.4

21/70

KPI’s

De belangrijkste doelstelling van de ketensamenwerking is dat mensen die zelfstandig niet aan de slag komen, met behulp van het instrumentarium wel de stap kunnen zetten naar zo regulier mogelijk werk. Doel is dus dat mensen waarvan de gemeenten inschatten dat ze geholpen kunnen worden met het instrumentarium van Tomingroep, zo regulier mogelijk aan de slag geholpen kunnen worden. •

Aandeel mensen dat start met een werk-leertraject en dat uitstroomt naar regulier werk: Deze KPI wordt berekend door de totale uitstroom naar regulier werk te delen door het aantal mensen dat door de gemeenten is doorverwezen. Onder regulier werk verstaan we de banen voor zowel de mensen die volledig zelfredzaam aan de slag zijn als de mensen die bij een reguliere werkgever aan de slag zijn met een loonkostensubsidie en/of begeleiding. Uitgangspunt is dat mensen zo regulier mogelijk aan de slag gaan. We gaan er bij de start van de nieuwe koers van uit dat 30% van deze groep uitstroomt naar een volledig reguliere baan, van tenminste zes maanden en dat 20% van deze groep aan de slag gaat bij een reguliere werkgever met een loonkostensubsidie en/of begeleiding vanuit de gemeente. Dat laat onverlet dat volledige zelfstandigheid (dus geen LKS en geen begeleiding) zoveel mogelijk wordt gerealiseerd

•

Aandeel mensen dat start met een participatiebaan en uitstroomt naar regulier werk: Net zoals voor de werk-leertrajecten, berekenen we de uitstroom naar regulier werk voor de groep mensen die is doorverwezen voor een participatiebaan. We gaan er bij de start van de nieuwe koers vanuit dat 5% van deze mensen na de participatiebaan volledig zelfstandig aan de slag kan in een reguliere baan, voor tenminste 6 maanden. We gaan ervan uit dat 55% van deze groep aan de slag gaat bij reguliere werkgevers met een loonkostensubsidie en begeleiding.

•

Naar een structurele baan bij Tomingroep: Een deel van de groep die is doorverwezen door de gemeente, zal (voorlopig) niet bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen en komt in een baan voor onbepaalde tijd bij Tomingroep. Vaak zal het gaan om de doelgroep ‘beschut’. De KPI berekenen we door het aantal nieuwe banen voor onbepaalde tijd bij Tomingroep te delen door het aantal mensen dat is doorverwezen door de gemeenten. We gaan er bij de start van de nieuwe koers vanuit dat van deze groep 25% doorstroomt naar een beschutte werkplek en dat 15% doorstroomt naar een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd, zonder de indicatie beschut. Deze laatste groep is ingeschreven in het doelgroepregister.

•

Verdeling van de Tomin-medewerkers over de tredes van de werkladder: De strategie van Tomingroep is erop gericht om mensen zo regulier mogelijk te laten werken. Dat betekent dat in de komende jaren meer mensen buiten aan de slag gaan onder leiding van een externe werkgever (gedetacheerd vanuit Tomingroep) en minder aan de slag gaan op de interne werksoorten. De verhouding tussen de tredes (1) intern, (2) extern onder leiding van Tomingroep en (3) extern onder leiding van een derde, wordt jaarlijks in beeld gebracht.

•

Aantal mensen vanuit de doelgroep dat bij of via de gemeente aan het werk is: Het betreft het aantal personen dat bij de gemeente aan het werk is, met een dienstbetrekking bij Tomingroep, in een detachering, in een detachering bij een bedrijf dat opdrachten doet voor de gemeente of op een werkplek van een van de werksoorten van TG die in opdracht van de gemeente werkzaamheden verricht. Streefwaarde per gemeente is 25% van de totale doelgroep die bij TG in dienst is. Als strategische KPI geldt het aantal medewerkers van Tomingroep dat bij of via de gemeenten in dienst is. Streefwaarde is 25%.

•

Operationeel resultaat: Dit is een belangrijke financiële KPI, die het financieel resultaat van Tomingroep in beeld brengt. Het financieel resultaat is het saldo van bedrijfsopbrengsten exclusief de gemeentelijke bijdragen (waaronder de rijksbijdrage Wsw) en de bedrijfskosten exclusief de loonkosten van de doelgroep. De bedragen worden geraamd in de begroting en

Midterm review nieuwe koers

22/70

afgezet tegen benchmarkmateriaal. Doelstelling is dat het operationeel resultaat ten minste gelijk is aan de landelijke benchmark, zoals jaarlijks door Cedris gepresenteerd.

2.5

Uitwerking

Na de vaststelling van het bedrijfsplan is de ontwerp- en implementatiefase gestart. De regie op de uitvoering van het bedrijfsplan lag in deze fase bij Tomingroep, maar Tomingroep werkt in de implementatiefase samen met de ketenpartners: gemeenten, Baangericht (Almere) en het WSP (Gooi en Vecht). Bij de start van deze fase is opgemerkt dat het voor de realisatie van het bedrijfsplan essentieel is dat alle ketenpartners hun inspanning gaan leveren: “de gemeenten hebben een specifieke verantwoordelijkheid waar het gaat om de aanmeldingen en instroom, Tomingroep waar het gaat om de uitvoering van de werk-leertrajecten en participatiebanen en het WSP en Baangericht waar het gaat om de doorgeleiding naar de arbeidsmarkt en uitstroom”. In deze fase zijn geen uitgebreide plannen meer geschreven, maar hebben Tomingroep en gemeenten samengewerkt vanuit zes deelprogramma’s. De deelprogramma’s zijn hieronder weergegeven. 1.

Aanmeldingen/Instroom

2.

Doorstroom: inhoud werk-leertrajecten en participatiebanen

3.

Uitstroom en arbeidsmarktoeleiding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15721023/1