CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

concept begroting 2022 OFGV

gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Jaarstukken 2020 en begroting 2022 Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek11.983 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Concept Begroting 2022

1

Colofon Auteur:

Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Botter 14-15 Postbus 2341 8203 AH LELYSTAD T. 088-6333 000 E. info@ofgv.nl W. www.ofgv.nl

Opdracht:

Concept Begroting OFGV 2022

Versie: Datum:

concept AB na zienswijze 16 juni 2021

2

Inhoudsopgave Voorwoord .................................................................................................................. 4 Inleiding ..................................................................................................................... 5 A. Beleidsbegroting 2022 .............................................................................................. 6 A.1. Programmaplan Milieu en Leefomgeving .................................................................. 6 A.1.1. Doelstellingen .......................................................................................... 6 A.1.2. Activiteiten .............................................................................................. 7 A.1.3. Baten en lasten programma Milieu en Leefomgeving ..................................... 8 A.2. Paragrafen ........................................................................................................... 9 A.2.1. Lokale heffingen ....................................................................................... 9 A.2.2. Weerstandsvermogen ............................................................................... 9 A.2.3. Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................... 15 A.2.4. Financiering ...........................................................................................

15 A.2.5. Bedrijfsvoering....................................................................................... 17 A.2.6. Verbonden partijen ................................................................................. 17 A.2.7. Grondbeleid ........................................................................................... 18 B. Financiële begroting 2022 ....................................................................................... 19 B.1. Overzicht van baten en lasten en de toelichting ...................................................... 19 B.1.1. Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 ........................................ 19 B.1.2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................ 25 B.1.3. Algemene dekkingsmiddelen .................................................................... 28 B.1.4. Kosten van overhead .............................................................................. 28 B.1.5. Stelposten, vennootschapsbelasting en onvoorzien ..................................... 28 B.1.6. Incidentele baten en lasten ..................................................................... 28 B.2. Financiële positie en toelichting ............................................................................ 29 B.2.1. Uitgangspunten en ontwikkelingen ten opzichte van 2021 ...........................

29 B.2.2. Geprognosticeerde eindbalans ................................................................. 29 B.2.3. Jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen ........................... 29 B.2.4. Investeringen in vaste activa ................................................................... 29 B.2.5. Financiering ........................................................................................... 29 B.2.6. Reserves en voorzieningen ...................................................................... 30 B.2.7. EMU-saldo ............................................................................................. 30

3

Voorwoord Voor u ligt de OFGV-begroting 2022 opgesteld aan de hand van de kaders die het Algemeen Bestuur van de OFGV op 3 februari 2021 meegaf. De basis voor de begroting is de in 2020 vastgestelde Kostenverdeelsystematiek 2021-2023 en is daarmee grotendeels vergelijkbaar met de begroting 2021. De gemeente Weesp treedt per 2022 uit de Gemeenschappelijke regeling van de OFGV. Het is voor het eerst dat een deelnemer uittreedt. De gemeentelijke herindeling Weesp-Amsterdam is daar de oorzaak van. Daardoor verhuizen de OFGV-taken naar de collega Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Over de precieze (financiële) gevolgen van de uittreding van Weesp besluit het AB in juni 2021. De financiële gevolgen voor de begroting worden daarna met een Begrotingswijziging geregeld. Zoals het er nu uitziet treedt per januari 2022 de Omgevingswet in werking. De invoeringsdatum is al een aantal keren uitgesteld, vandaar dat we dit bewust voorzichtig formuleren. Pas in de zomer van 2021 zal definitief duidelijk zijn of deze datum haalbaar is. De werking van het DSO maar ook afspraken met het Rijk over de structurele uitvoeringskosten voor gemeenten, zijn landelijk nog in discussie en kunnen nog van invloed zijn op de invoeringsdatum.

De huidige periode van de vastgestelde Kostenverdeelsystematiek, tot eind 2023, biedt ons de mogelijkheid om eerst praktijkervaring op te doen voordat de gevolgen van de Omgevingswet verwerkt moeten worden in de begroting. Uitzondering vormt de bodemtaak die met de komst van de Omgevingswet van provincies overgaat naar gemeenten. In de begroting wordt een voorstel gedaan om deze kosten anders te verdelen. In grote lijnen stellen we dat we taken onder de Omgevingswet met dezelfde menskracht en middelen gaan uitvoeren als dat we taken onder de Wabo en alle andere wetten uitvoeren. Bekeken langs dezelfde grote lijnen verandert het werk van de Omgevingsdienst namelijk niet. De omgeving verandert niet: bodem, water en lucht blijven hetzelfde. Meer in detail verandert er wel veel met de Omgevingswet. Het betreft een geheel nieuwe juridische grondslag. De OFGV bereidt zich daar de laatste jaren goed op voor. Er worden straks minder vergunningaanvragen verwacht en meer meldingen in een kortere proceduretijd; een informatieplicht wordt geïntroduceerd; de OFGV zal worden gevraagd advies te geven bij het opstellen van milieuregels in Omgevingsplannen en/of voor omgevingswaarden in visies; meer algemene regels en specifieke zorgplichten verandert het werk van toezichthouders en juristen; er zal nieuwe jurisprudentie worden ontwikkeld over het begrip milieubelastende activiteiten i.p.v.

het begrip inrichtingen. Hoe die veranderingen precies uitpakken laat zich moeilijk voorspellen. Het OFGV-bestuur heeft er vertrouwen in dat met deze begroting het hoofd wordt geboden aan de komende veranderingen en de daarmee gepaard gaande onzekerheden. Het bestuur beseft dat in die tijd ‘de winkel’ open blijft. Met extra aandacht in de risicoparagraaf van deze begroting ligt er in 2022 een solide basis om de milieu- en leefomgevingstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de gemeenten in Flevoland, de gemeenten in Gooi en Vechtstreek en voor de provincies Flevoland en Noord-Holland naar behoren uit te voeren. Lelystad, 16 juni 2021 de Voorzitter

de Secretaris

4

Inleiding Voor u ligt de begroting 2022 van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). De begroting past binnen de kaders die het Algemeen Bestuur (AB) heeft vastgesteld. Deze kaders zijn beschreven in de Kadernota 2022. Leeswijzer Deze programmabegroting bevat de volgende onderdelen: Hoofdstuk A1: Het programmaplan Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vragen: wat willen we bereiken, hoe gaan we dat realiseren, welke kosten zijn daaraan verbonden en welke risico’s lopen we? De OFGV voert een beleidsarme begroting waarin vooral de jaaropdrachten van de partners uitgevoerd worden. Hoofdstuk A2: De paragrafen In de paragrafen wordt behandeld hoe het weerstandsvermogen is opgebouwd, welke financieringsrisico’s de OFGV loopt en wat de uitdagingen in de bedrijfsvoering zijn. De paragraaf risico’s en weerstandsvermogen bevat ook de wettelijk verplichte kengetallen over solvabiliteit en liquiditeit. Hoofdstuk B1: Baten en lasten Dit hoofdstuk bevat de begroting en meerjarenraming, inclusief een toelichting op de verschillende begrotingsposten. De wijzigingen ten opzichte van 2021 zijn per begrotingspost weergegeven. Hoofdstuk B2: Financiële positie In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan balansposities (activa en reserves) en aan terugkerende verplichtingen voor het personeel. Inclusief een geprognosticeerde eindbalans van de activa en passiva.

Proces De conceptversie van de programmabegroting 2022 is op 3 maart 2021 door het Dagelijks Bestuur (DB) vastgesteld. Vervolgens is deze, samen met de voorgestelde begrotingswijziging 2021, aangeboden aan de raden en Staten van de 15 deelnemende partijen. Zij kunnen tot 10 mei 2021 zienswijzen indienen. In het DB van 19 mei 2021 worden de binnengekomen zienswijzen en de mogelijke wijzigingen van de begroting besproken. De begroting 2022 wordt vervolgens, inclusief zienswijzen en een reactie van het DB, ter vaststelling voorgelegd aan het AB. In haar vergadering van 16 juni 2021 besluit het AB over de begroting 2022.

5

A. Beleidsbegroting 2022 A.1. Programmaplan Milieu en Leefomgeving A.1.1. Doelstellingen Vergunningverlening De OFGV heeft als doel het afhandelen van vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen. Daarnaast worden meldingen beoordeeld op juistheid en volledigheid binnen de met de partners afgesproken termijnen. De belangrijkste aandachtspunten hierbij zijn: 1. uitvoeren afspraken opdrachtgevers; 2. tijdige en geïntegreerde vergunningen; 3. voldoen aan inhoudelijke kwaliteit; 4. bestuurlijke sturing op strategie en afstemming op ruimtelijke mogelijkheden/ambities. Handhaving De OFGV zet zich in voor het behouden dan wel verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid). Dit wordt onder andere gedaan door het houden van toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Daar waar nodig wordt handhavend opgetreden. Het doel van de OFGV is dat alle controles uit de jaarprogramma’s van alle deelnemende partijen worden uitgevoerd. De afhandeling van klachten gebeurt binnen de met de deelnemers afgesproken termijn. De belangrijkste aandachtspunten hierbij zijn: 1. uitvoeren jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s deelnemers; 2. optimaal proces van toezicht en handhaving; 3. verbeteren professionaliteit medewerkers; 4. vergroten effectiviteit door risico- en informatie gestuurd handhaven; 5. effectieve piketdienst.

Beleids- en juridische expertise De OFGV verstrekt passend en kwalitatief goed advies aan de deelnemende partijen over het ontwikkelen, inrichten en beheren van een duurzame leefomgeving. Dit geldt voor de taakgebieden bodem, water, energie, asbest, stortplaatsen, geluid, lucht, externe veiligheid en zwemwater. De kennis van vakspecialisten op bovengenoemde taakgebieden en de aanwezige juridische kennis worden hiervoor ingezet. De belangrijkste aandachtspunten zijn: 1. verstrekken van specialistische adviezen aan interne en externe opdrachtgevers; 2. verstrekken van juridische adviezen aan interne en externe opdrachtgevers; 3. vertegenwoordigen van de OFGV en de partners in bezwaar- en beroepsprocedures.

6

A.1.2. Activiteiten De taken van de OFGV zijn vermeld in de Producten en Diensten Catalogus (PDC). De taken van de vanaf 1 januari 2022 14 deelnemende partijen worden vertaald in uitvoeringsprogramma’s. De uitvoeringsprogramma’s 2022 worden het 4de kwartaal van 2021 per deelnemer opgesteld en besproken. Eind 2021 wordt het definitieve programma verstuurd. De door de deelnemende partijen aan de OFGV overgedragen taken zijn grotendeels basistaken conform de Wet VTH; en in 2022 volgens de Omgevingswet. Daarnaast zijn er deelnemers die plustaken hebben overgedragen. Dit zijn ‘extra’ taken die per deelnemende partij kunnen verschillen. Ook zijn er deelnemers die meerwerk beleggen bij de OFGV. Het uitvoeren van meerwerk gebeurt op basis van het uitbrengen van meerwerkaanbiedingen. Hieronder een overzicht van de activiteiten vertaalt naar de Omgevingswet. Over de definitieve uitwerking van de basistaken en plustaken wordt (landelijk) nog gesproken.

Basistakenpakket, o.a.: • Vergunningen, meldingen en informatie:  Afhandelen vergunningen voor milieubelastende activiteiten (Bal, bruidsschat of omgevingsplan)  Afhandelen meldingen voor milieubelastende activiteiten (Bal, Bbl (asbest), bruidsschat of omgevingsplan)  Afhandelen informatieplichten voor milieubelastende activiteiten (Bal, Bbl (asbest), bruidsschat of omgevingsplan)  Afhandelen van vergunningen en meldingen voor ontgrondingen (Bal, omgevingsplan)  Stellen maatwerkvoorschriften milieubelastende activiteiten(Bal)  Treffen gelijkwaardige maatregelen milieubelastende activiteiten (Bal)  Beoordelen van rapportages •

Toezicht en handhaving:  Toezicht milieu vergunningvoorschriften milieubelastende activiteiten  Toezicht milieu algemene regels milieubelastende activiteiten (Bal, bruidsschat of omgevingsplan)  Toezicht milieu omgevingsplan (o.a. geur, geluid, trilling, licht en omgevingsveiligheid)  Toezicht ontgrondingen (Bal, omgevingsplan)  Sloopmelding en asbestinventarisatie (Bbl)  Klachten milieu  Ketentoezicht en –handhaving

Plustaken, o.a.: • Vergunningen en meldingen:  Professioneel vuurwerk  Bodem  Grondwaterbescherming  Zwemwater (zwemmen in oppervlaktewater) • Toezicht en handhaving:  Nazorg stortplaatsen  Bodem  Grondwaterbescherming  Zwemwater (zwemmen in oppervlaktewater)  Natuur • Expertise: 7

        

Advisering en informatievoorziening omgevingsvisie op het gebied van milieu (o.a. geluid, bodem, geur, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid) Advisering omgevingsplan op het gebied van milieu of leefomgeving Advisering omgevingsplan evenwichtige toedeling van functies aan locaties (goede ruimtelijke ordening) Advisering omgevingsplan op uitvoerbaar- en handhaafbaarheid Risicoregister omgevingsveiligheid, gevaarlijke stoffen, bijhouden van de risicokaart (na 2022 Risicoregister Externe Veiligheid (REV)) Beheren bodeminformatie Invulling geven aan handhavingsbeleid Verzorgen regionale opleidingen en cursussen het Kenniscentrum Projecten, zoals handhavingsestafette

Algemeen: • Juridische dienstverlening (vergunningverlening, handhaving en ondersteuning) • Beleidsadvisering en –ondersteuning • Informatieverstrekking

A.1.3. Baten en lasten programma Milieu en Leefomgeving De specificatie van de baten en lasten staat in hoofdstuk B van deze begroting. Het totaaloverzicht van de lasten en baten is als volgt: Overzicht baten en lasten 2022 Programma Milieu en Leefomgeving Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootsc hapsbelasting Onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

Baten 14.598.672 14.598.672 14.598.672

Realisatie Totaal baten Totaal directe lasten Totaal overhead Totaal onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

€ € € € € € €

2020 14.179.266 9.221.629 4.478.585 28.443 450.610 104.993 555.603

Lasten 9.603.316 4.939.368 55.988 14.598.672 14.598.672

Begroting na 1ste BW € € € € € € €

2021 14.567.406 9.703.725 4.808.521 55.160 -0 -0

Saldo 4.995.356 - 4.939.368 - 55.988 0 0

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

€ € € € € € €

€ € € € € € €

2022 14.385.884 9.464.351 4.866.373 55.160 -0 -0

2022 14.598.672 9.603.316 4.939.368 55.988 0 0

Meerjarenraming € € € € € € €

2023 14.562.426 9.483.195 5.022.404 56.827 0 0

€ € € € € € €

2024 14.822.662 9.658.126 5.106.856 57.680 0 0

€ € € € € € €

2025 15.121.890 9.863.631 5.199.714 58.545 0 0

8

A.2. Paragrafen A.2.1. Lokale heffingen De OFGV is niet bevoegd om lokale belastingen op te leggen. Deze bevoegdheid ligt bij de gemeenten en provincies. De OFGV legt wel leges op voor grondwater- en ontgrondingenvergunningen binnen de provincie Flevoland. Het legestarief wordt bepaald door Provinciale Staten van Flevoland. A.2.2. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de risico's waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen enerzijds, en de capaciteit van middelen en mogelijkheden (weerstandscapaciteit) die de organisatie heeft om niet begrote kosten op te vangen anderzijds. Het beleid over het weerstandsvermogen is door het AB vastgesteld middels de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Het beleid bevat het risicoprofiel van de OFGV, het doel en de hoogte van de Algemene Reserve en overig weerstandsvermogen en de methode voor het kwantificeren van risico’s. In 2019 is het beleid geactualiseerd. Risicobeleid Risicoprofiel Het risicoprofiel bestaat uit de hoeveelheid risico’s die een organisatie kan of wenst te accepteren. Bij de actualisatie de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement in november 2019 heeft het AB besloten om de variabele ratio (norm) tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit te hanteren met een bandbreedte van 0,8 – 1.2. Variabele ratio leidt tot minder schommelingen in de mutatie van de reserves.

De gekwantificeerde risico’s mogen samen niet hoger zijn dan de beschikbare middelen in de weerstandscapaciteit. Bij de daling van een feitelijk ratio onder 0.8, wordt tijdig gekeken naar mogelijkheden om weer richting de bandbreedte te komen. Weerstandsvermogen Tot de weerstandscapaciteit worden de volgende bestanddelen gerekend: Bestanddeel Algemene Reserve Bestemmingsreserves (voor zover niet bestemd) Onvoorzien Begrotingsruimte Stille reserves Kostenreductie (bezuinigingen)

Incidentele Weerstandscapaciteit X

Structurele weerstandscapaciteit

X

X X

X X

De Algemene Reserve is bedoeld als buffer om fluctuaties in de exploitatie en onverwachte tegenvallers in de toekomst op te kunnen vangen. Het rekeningresultaat wordt met de Algemene Reserve verrekend. Wanneer de maximale hoogte van 5% van het begrotingstotaal wordt overschreden, wordt in het voorstel tot resultaatbestemming een voorstel gedaan tot bestemming van dat meerdere. Bestemmingsreserves en voorzieningen worden gebruikt om substantiële risico’s respectievelijk voorziene uitgaven die verstorend werken op het begrotingsevenwicht te dekken. Een bestemmingsreserve of voorziening heeft een concreet doel. Het gaat om bestedingen voor niet-reguliere taken. Het instellen van een bestemmingsreserve of voorziening gaat gepaard met spelregels over het bestedingsdoel, de verwachte looptijd en een boven- en ondergrens van de hoogte van de reserve of voorziening. 9

De begrotingspost “onvoorzien” is bedoeld om onvoorziene uitgaven op het gebied van bedrijfsvoering te dekken. Samen met ruimte in de begroting zijn dit structurele (jaarlijks terugkomende) onderdelen van de weerstandscapaciteit. Soorten risico’s De OFGV onderscheidt operationele, tactische en strategische risico’s. Operationele risico’s zijn risico’s in de financiële bedrijfsvoering die binnen de AO/IC van beheersmaatregelen zijn voorzien. Tactische risico’s zijn risico’s in de operationele processen zoals imagoschade, informatiebeveiliging en aansprakelijkheid. Beheersmaatregelen hiervoor zijn onder andere het uitvoeren van integriteitsbeleid, informatiebeveiligingsbeleid en het afsluiten van verzekeringen. Kenmerkend aan strategische risico's is dat er sprake is van niet of nauwelijks beïnvloedbare (externe) risico's. Meestal is de kans dat het risico zich voordoet klein, terwijl de financiële gevolgen groot kunnen zijn. De OFGV verstaat onder strategische risico’s onder meer: a. Exploitatieverlies door: i. kostenstijging; ii. invoering digitale stelsel n.a.v. Omgevingswet; iii. omscholing n.a.v. Omgevingswet; iv. ontwikkelingen op arbeidsmarkt. b. Exploitatieverlies door opbrengstendaling; c. Schaalnadeel door: i. vermindering van taken; ii. taakverandering n.a.v. Omgevingswet. d. Productiviteitsverlies door ziekteverzuim; e. Productiviteitsverlies door inefficiëntie.

Risicokwantificatie De risico’s met een ingeschatte waarde van € 50.000 en hoger worden benoemd en opgenomen in een risicoregister. Kleinere risico’s vormen een onderdeel van reguliere bedrijfsvoering. Per risico worden de beheersmaatregelen geformuleerd en uitgevoerd. Het doel hiervan is de risico’s en de impact van deze risico’s (welk bedrag is er mee gemoeid) te verkleinen. De vermenigvuldiging van de wegingsfactoren voor kans en impact levert de kwantificatie van het risico op. Dit is het benodigd weerstandsvermogen voor het risico. De tabel op de volgende pagina bevat het totaaloverzicht van alle risico’s met hun wegingsfactoren voor kans en impact. De tabel bevat de optelsom van de benodigde weerstandscapaciteit. Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit 2022 Aanwezige weerstandscapaciteit

Vrije weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien

Totaal vrije weerstandscapaciteit Niet v rije weerstandscapaciteit Bestemmingsreserve innovatie en ontw ikkeling

Totaal niet vrije weerstandscapaciteit

Saldo 2022 € 619.000 € 55.988

€ 674.988 € 300.000

€ 300.000

De vrije beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt in 2022 naar schatting € 674.988. De benodigde weerstandscapaciteit komt uit op € 785.000. De verhouding tussen het vrije beschikbare en benodigde weerstandsvermogen is 0.86 en valt binnen een afgesproken bandbreedte van 0,8 – 1.2 conform de geactualiseerde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement van de OFGV.

10

Tabel risico’s en benodigd weerstandsvermogen In de begroting zijn de belangrijkste (financiële) risico’s voor de OFGV vermeld. In deze begroting is het model voor risicobeoordeling en kwantificering aanbevolen door het Ministerie van BZK gehanteerd. Zie geactualiseerde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2019. In de actualisatie van de Nota zijn de nieuwe strategische risico’s onderkend en de bestaande risico’s geanalyseerd en in stand gebleven. Op de volgende pagina’s is de stand van zaken weergegeven. Omschrijving risico

Indexering Digitale stelsel n.a.v. Omgevingsw et Omscholing n.a.v. Omgevingsw et Ontw ikkelingen op arbeidsmarkt

Effect

Beheersmaatregel Kostenbesparing inkoop Vacatures niet invullen Incidentele financiering voor de voorbereiding op de stelsel Incidentele financiering voor de voorbereiding op de Omgevingsw et Structurele ophoging van de begroting voor de arbeidsmarkt Inzicht uitvoering takenpakket W et- en regelgeving volgen Flexibele schil Geactualiseerde GR Bestuurlijke afspraken over bodemtaken

Exploitatieverlies kosten

Exploitatieverlies opbrengsten

Opbrengsten Omvang takenpakket Taakverandering n.a.v. Omgevingsw et Eisen aan de taakuitvoering

Schaalnadeel

Productiviteitsverlies

Ziekteverzuim

Klasse Wegingsfactor Klasse Wegingsfactor Impact Impact Frequentie Frequentie

Financieel

Uniforme uitvoering in PDC Verzuimbeleid Flexibele schil

€ 210.984

3

€ 175.000

3

0,50

€ 87.500

€ 100.000

2

€ 75.000

3

0,50

€ 37.500

€ 311.843

4

€ 625.000

1

0,10

€ 62.500

€ 80.000

2

€ 75.000

3

0,50

€ 37.500

€ 333.105

4

€ 625.000

2

0,20

€ 125.000

€0

4

€0

3

0,50

€0

€ 763.000

4

€ 625.000

3

0,50

€ 312.500

€ 222.733

3

€ 175.000

3

0,50

€ 87.500

€ 223.760

3

€ 175.000

2

0,20

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

Klasse/ Impact

Financieel

Benodigde weerstandscapaciteit

€ 35.000

€

Wegingsfactor

1

< 50.000

€ 25.000

2

50.001 – 100.000

€ 75.000

3

100.001 – 250.000

€ 175.000

4

250.001 – 1.000.000

€ 625.000

5

> 1.000.000

€ 1.000.000

Klasse/ Kans Frequentie

785.000

Wegingsfactor

1 1 keer per 10 jaar of minder

0,10

2 1 keer per 5-10 jaar

0,20

3 1 keer per 2-5 jaar

0,50

4 1 keer per 1-2 jaar

0,75

5 1 keer per jaar of meer

1,00

11

Coronapandemie De OFGV is er tijdens de coronapandemie, met de voortdurend veranderende beperkende maatregelen, in geslaagd om de uitvoering van de taken te continueren. De OFGV verwacht daarom ook geen negatieve gevolgen van de pandemie op het jaar 2022. 1. Indexering In de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling heeft het AB afspraken gemaakt rondom de indexering van de OFGV begroting. Conform de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling wordt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting voor 80% van de begroting een indexering toegepast, gebaseerd op de Loonvoet sector overheid en voor 20% van de begroting een indexering gebaseerd op de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Desondanks blijft de OFGV, als gemeenschappelijke regeling, financieel afhankelijk van de deelnemende partijen en beperkt in het mogen aanhouden van reserves. Dat maakt de organisatie extra kwetsbaar als de werkelijke kostenstijging hoger uitvalt dan in de begroting voorzien en loopt de OFGV risico. Als gemiddelde afwijking wordt rekening gehouden met 1.5% per jaar en in 2022 komt dit uit op € 211.000. Begroting 2022 Jaarlijks bij de vaststelling van de begroting wordt de toekomstige kostenstijging geanalyseerd.

Ook in de loop van het begrotingsjaar wordt er regelmatig aandacht besteed en gemonitord of het toegekende indexpercentage toereikend is voor de werkelijke kostenstijging. Indien nodig wordt gerapporteerd aan het bestuur zodat eventuele maatregelen kunnen worden getroffen. Hierdoor wordt het risico beperkt. 2. Digitale stelsel n.a.v. Omgevingswet De aansluiting op het digitale stelsel vergt dat de organisatie volledig digitaal kwalitatief, hoogstaande informatie verzamelt en opmaakt. De digitale voorzieningen van de OFGV dienen flexibel genoeg te zijn om deze ontwikkelingen te kunnen integreren. Begroting 2022 Bij de invoering van de nieuwe infrastructuur in 2019 heeft de OFGV daar waar mogelijk, voorgesorteerd op de toekomst. Omdat er landelijk nog veel onduidelijkheden zijn rondom het digitale stelsel en de uitwerking daarvan, is de verwachting dat de huidige systemen aanpassingen nodig hebben. Omvang van het risico is moeilijk te bepalen. De schatting voor dit risico is € 100.000. 3. Omscholing n.a.v. Omgevingswet De Omgevingswet vraagt een andere aanpak van vergunningverlening, handhaving en toezicht. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningverlening naar het meer aan de voorkant meedenken met initiatiefnemers en handhaving. Deze verandering in het vakgebied vereist een andere manier van denken en werken.

Het vergt behalve hogere kwaliteitseisen aan het kennisniveau van medewerkers, andere competenties bij de medewerkers dan voorheen. De medewerkers dienen te worden om- en bijgeschoold. Het risico is dat het daarvoor beschikbare budget niet toereikend is. Begroting 2022 In aanloop op de invoering van de wet is de OFGV actief bezig met de omscholing van de medewerkers zowel inhoudelijk als op het gebied van persoonlijke competenties. De schatting van het risico is hoog ad € 311.800 (het bedrag is gebaseerd op gemiddeld € 5.000 per medewerker vermindert met het beschikbare reguliere opleidingsbudget). De kans op dit risico is laag omdat het bestuur er aan de voorkant maatregelen voor heeft getroffen. De begroting van de OFGV 2021 is opgehoogd met een tijdelijke financiering in het kader van de voorbereidingen op de Omgevingswet. In de begroting voor het jaar 2022 wordt deze financiering voortgezet maar met de halvering van het oorspronkelijk bedrag.

12

4. Ontwikkelingen op arbeidsmarkt Als gevolg van de aantrekkende economie is het voor de specialistische functies uiterst moeilijk personeel te werven. Ook het behouden van het huidige personeel bij de huidige arbeidsmarkt vraagt meer aandacht en inzet dan voorheen. De groeiende krapte op de arbeidsmarkt heeft als reëel gevolg: een mogelijke hogere inschaling voor de specialistische functies. Begroting 2022 De genoemde risico’s zijn hoog. Zowel op het vinden en behouden van personeel als op de ‘concurrentie strijd’ ingezet door hogere waardering in functies of arbeidsmarkttoelages. Dit wordt geschat op € 80.000. Geschat wordt dat er gemiddeld 10 medewerkers in een schaal hoger zullen worden geplaatst. 5. Opbrengsten Een deel van de structurele lasten van de OFGV wordt structureel gedekt uit de overige opbrengsten. Deze opbrengsten worden gegenereerd door meer taken voor de deelnemers uit te voeren en door het organiseren van opleidingen voor andere overheden. Het risicobedrag is ter grootte van de post van de overige opbrengsten in 2022 € 333.100. Begroting 2022 De OFGV verwacht ook in 2022 voldoende extra inkomsten te genereren door meerwerkopdrachten voor de deelnemende partijen uit te voeren. Een deel van de opdrachten zijn meerjarig wat op de lange termijn zekerheid geeft in de overige inkomsten.

Door het volgen van de verandering in de wet en regelgeving blijft de OFGV anticiperen op de toekomst. In de omzet van het Kenniscentrum OFGV verwacht de OFGV een positieve ontwikkeling te kunnen behouden. 6. Omvang takenpakket Het AB heeft besloten dat de kosten van een taakwijziging als gevolg van een kleinere of grotere opdracht voor rekening van de veroorzakende deelnemer komen. Er werd van uitgegaan dat hierdoor geen weerstandsvermogen bij de OFGV nodig is. Inmiddels is gebleken dat de gemaakte afspraken in het AB dit risico niet afdekken. Met de nieuwe geactualiseerde GR en de in het AB afgesproken financiële spelregels is beoogd dit alsnog afdoende te regelen. Begroting 2022 In de geactualiseerde GR zijn de financiële spelregels afgesproken. Daarmee zijn eerdere risico’s komen te vervallen. 7. Taakverandering n.a.v. Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet gaat er vanaf 1 januari 2022 veel veranderen op bodemgebied. De gemeente is straks in plaats van de provincie het bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de bodemtaken. Dit zijn complexe taken waar specialistische bodemkennis voor nodig is. De OFGV gaat er vanuit dat de gemeenten deze taken bij de OFGV laten liggen waardoor deze verandering alleen tot verschuiving in de financiering leidt.

Vanuit het risicoperspectief: om het bestaande werk voort te kunnen zetten heeft de OFGV een nieuwe opdracht van de gemeenten nodig. Zolang er geen vaste afspraken zijn gemaakt loopt de OFGV een risico dat vergelijkbaar is aan de waarde van de bodemtaken in de OFGV – begroting is ad € 763.000. Begroting 2022 De beslissing om deze taken te blijven beleggen bij de OFGV ligt afzonderlijk bij elke gemeente. De OFGV werkt mee aan de ‘warme overdracht’ van de taken vanuit de inhoud en heeft weinig invloed op de verdere invulling van de uitvoering van deze taken door de 13

gemeenten. De kans op het risico is hoog. 8. Eisen aan de taakuitvoering De begroting is gebaseerd op een uniform VTH-procesgang. Afwijkende situaties per deelnemer (zoals het niet digitaal aanleveren van dossiers of het stellen van afwijkende eisen) zetten de efficiencydoelstellingen onder druk. De tegenvallende efficiency wordt geschat op 2% van de loonsom en komt uit op € 222.700. Begroting 2022 In de Producten- en Dienstencatalogus (PDC) worden standaard producten en diensten aangeboden die voor alle deelnemende partijen gelijk zijn. Afwijkende eisen zijn toegestaan, maar worden apart beprijsd. De invoering van de Omgevingswet is van invloed op de inhoud van producten. In de mogelijke hervorming van de producten neemt de kans op het risico toe. 9. Ziekteverzuim In de begroting is een budget opgenomen van 1% van de salarissom voor inhuur ter vervanging van langdurig zieken. In geval van een hoger ziekteverzuim is er sprake van productiviteitsverlies. Het risicobedrag is bepaald op 3% van de salarissom minus het beschikbare inhuurbudget en bedraagt € 223.800. Begroting 2022 De OFGV blijft aandacht besteden aan verzuimpreventie door middel van gesprekken, trainingen, het verstrekken van informatie over gezondheid en vitaliteit en het focussen op wat de medewerker nog wél kan bij ziekte. Dit alles om het risico zo veel mogelijk te beperken en laag houden.

Kengetallen De paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing bevat vijf financiële kengetallen. De berekenwijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen geeft deze paragraaf bestuurders inzicht in de financiële positie van de OFGV. De indicatoren zijn te grofmazig om een volwaardige uitspraak te kunnen doen over de financiële positie van een organisatie. Indicatoren OFGV Realisatie Begroting Begroting 2020 2021 2022 Kengetallen Netto schuld quote -3% 0,3% 0,3% Netto schuld quote gecorrigeerd voor alle leningen -3% 0,3% 0,3% Solvabiliteitsratio 21% 16% 16% Grondexploitatie nvt nvt nvt Structurele exploitatieruimte 3% 0% 0% Belastingcapaciteit nvt nvt nvt

Netto schuld quote en netto schuld quote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuld quote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de OFGV ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De tabel presenteert hiernaast ook de schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de OFGV heeft uitstaan (deze middelen vloeien immers op termijn terug). Op beide indicatoren scoort de OFGV goed. Dit omdat de OFGV geen leningen heeft en dus ook geen rente en aflossingen betaalt. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit 14

eigen middelen (eigen vermogen). Dit geeft inzicht in de mate waarin de OFGV in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De OFGV scoort op begrotingsbasis 16% op deze indicator. Volgens de VNG-norm is 50% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat de helft van de balans uit eigen middelen bestaat. De OFGV scoort lager omdat de OFGV conform het door het AB vastgestelde risicobeleid beperkt is in het aanhouden van reserves. Hetgeen direct invloed heeft op het percentage. Grondexploitatie Het financiële kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de investeringen in grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen grondposities heeft. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de partnerbijdragen. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten en kapitaallasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

De indicator 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is. Dit laat zien in hoeverre de OFGV in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Volgens de VNG-norm is 0,6% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat er structureel 'geld over' is op de begroting. De OFGV scoort nihil omdat de bijdragen van de deelnemende partijen en die uit overige opbrengsten gelijk zijn aan de structurele uitgaven. Belastingcapaciteit Het financiële kengetal 'belastingcapaciteit' geeft aan hoe belastingtarieven zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen belastingen heft. A.2.3. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van het BBV in ieder geval de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de OFGV is geen van deze onderdelen van toepassing. Het gebouw waarin de OFGV is gevestigd wordt gehuurd. Voor de activa van de OFGV en de steunpunten groene handhaving is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld. A.2.4. Financiering Gegeven de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke overheid of Gemeenschappelijke Regeling (GR) verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen.

Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente-risiconorm, de verwachte toeen/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader zoals gesteld door de Wet FIDO. Het treasurystatuut is aangepast naar het wettelijk verplichte schatkistbankieren: overtollige middelen tot € 200.000 worden aangehouden in rekening-courant bij de BNG, het meerdere wordt aangehouden bij de schatkist. Rentevisie Tijdens het opstellen van deze conceptbegroting heeft de OFGV geen leningen lopen en 15

worden geen leningen voorzien. Mochten die in 2022 toch nodig blijken voor bijvoorbeeld investeringen, dan wordt voorzichtigheidshalve een lange termijn rente van 2,0% gehanteerd. Risicobeheer Deze paragraaf geeft een inschatting van de risico’s die de OFGV gedurende de begroting kan lopen. Onder risico’s worden verstaan koers- en valutarisico’s en de risico’s ten aanzien van rente. Koers -en valutarisico Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De OFGV bezit geen derivaten, daardoor is er geen sprake van koersrisico. Valutarisicobeheer is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van wat er verwacht werd op het beslissingsmoment. De OFGV bezit geen vreemde valuta, daardoor is er geen sprake van valutarisico. Renterisico’s Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de rentelasten van het vreemd vermogen hoger en/of de renteopbrengsten van activa lager zijn dan geraamd. De Wet FIDO hanteert voor de beheersing van het renterisico de kasgeldlimiet en de rente risiconorm.

De wet normeert via percentages het maximale risico dat een gemeenschappelijke regeling mag lopen op de vaste (de rente risiconorm) en de vlottende schuld (de kasgeldlimiet). Rente-risiconorm Aangezien de OFGV geen langlopende schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk risico. Uit de liquiditeitenplanning blijkt dat de OFGV het hele jaar een positief banksaldo heeft. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft tot doel de renterisico’s op kortlopende (opgenomen) geldleningen te beperken. Jaarlijks wordt door het ministerie aangegeven, welk bedrag een overheid mag financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage van het totaal van de begroting. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar in principe niet overschreden worden. Als deze kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld omgezet worden in een langlopende schuld. De toegestane kasgeldlimiet 2022 is als volgt: Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage 8,2% * het begrotingstotaal ad € 14.598.672 = € 1.197.091. Dit betekent dat de omvang van de vlottende korte schuld min de vlottende middelen dit bedrag niet mag overschrijden. Aangezien de OFGV geen kortlopende schulden heeft, wordt de norm niet overschreden.

Financieringssystematiek Deze begroting is opgesteld met de bijdrage van de deelnemers berekend op basis van de herijkte Kostenverdeelsystematiek (KVS). De KVS geldt voor de partnerbijdragen in de jaren 2021-2023.

16

A.2.5. Bedrijfsvoering •

Voor 2022 is de verwachting dat ook voor de Interne Dienstverlening de implementatie van de Omgevingswet dominant zal zijn, vooral v.w.b. het inregelen en aanscherpen van werkprocessen op deze nieuwe wetgeving maar ook het verder uitbouwen van de kennis van de medewerkers op dit vakgebied.

•

In 2022 staat HRM opnieuw voor een aanzienlijke arbeidsmarktuitdaging. Economische en demografische ontwikkelingen zorgen voorlopig nog voor krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor blijft het aantrekken van deskundig personeel voorlopig nog een behoorlijke uitdaging. Met behulp van Strategische Personeelsplanning krijgen we zowel een beter beeld van de kennis en kunde waarover kandidaat-werknemers moeten beschikken als van de noodzakelijke ontwikkeling van medewerkers die reeds in dienst zijn. De benodigde kennis, kunde en competenties worden getoetst aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria en aan de in het kader van de Omgevingswet ontwikkelde competentie set.

•

Interne Dienstverlening zal de behoeften van onze (interne en externe) klanten in kaart brengen en zorgen we dat we daar efficiënt en effectief op inspelen. Dat betekent zicht hebben op wensen, prioriteiten, mogelijkheden en middelen. Vanuit een gezamenlijk te ontwikkelen Visie op Dienstverlening zal daaraan invulling worden gegeven.

•

De coronapandemie en de voortdurend veranderende beperkende maatregelen en perspectieven hebben tot een nieuwe werkelijkheid geleid. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt van de organisatie flexibiliteit en aanpassingsvermogen. De OFGV is er tijdens de coronapandemie in geslaagd om de uitvoering van de taken op afstand te continueren. Om deze flexibiliteit te continueren dan wel te versterken werkt de OFGV aan de doorontwikkeling van de organisatie. De belangrijke componenten in de organisatie zoals sturing en leidinggeven op afstand, samenwerken, thuiswerken en het gebruik van kantoorruimte worden onder de loep genomen. Daarin wordt bekeken welke componenten vanuit de nieuwe werkelijkheid wenselijk zijn om te continueren na de coronapandemie. De daarin gemaakte keuzes worden vervolgens vertaald naar de effecten op het personeelsbeleid en de financiën voor het jaar 2022 en verder.

•

Nadat de eerste ervaringen met de Omgevingswet wordt opgedaan, wordt het Bedrijfsplan van de OFGV geactualiseerd. Daarin wordt een relatie gelegd met het kwaliteitsmanagementsysteem (EFQM). EFQM dient voor de OFGV als een degelijk toetsingskader om de meerwaarde voor de fysieke leefomgeving aan af te meten. De fundamentele aandachtsgebieden van de organisatie zoals bestaansreden, visie, strategie, organisatiecultuur, leiderschap, het betrekken van belanghebbenden, het scheppen van duurzame waarde en het aanjagen van prestaties en transformatie, de percepties van belanghebbenden en strategische en operationele prestaties worden daarin afzonderlijk en in relatie tot de andere gebieden nagelopen. De uitkomsten daarvan zullen dergelijke basis vormen voor de actualisatie van het Bedrijfsplan.

•

Het huidige VTH-beleidskader, waarin de deelnemers aangeven hoe de OFGV de taken op een uniforme manier in het werkgebied kan uitvoeren, loopt in 2022 af en dient te worden geëvalueerd.

A.2.6. Verbonden partijen De Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Almere, Blaricum, Dronten, Gooise Meren, 17

Hilversum, Huizen, Laren, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Wijdemeren en Zeewolde, de provincie Flevoland en de provincie Noord-Holland. De OFGV heeft zelf geen verbonden partijen. A.2.7. Grondbeleid Het grondbeleid omvat het instrumentarium dat een gemeente of provincie ter beschikking heeft om de vastgestelde ruimtelijke en deels ook economische doelstellingen te realiseren. De OFGV is niet bevoegd om een (eigen) grondbeleid op te stellen.

18

B. Financiële begroting 2022 B.1. Overzicht van baten en lasten en de toelichting B.1.1. Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 a. Reguliere budget BATEN REGULIER BUDGET

Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren Subtotaal 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten Totaal baten regulier budget

€ € € € € € € € € € € € € € €

Realisatie

Begroting incl. OW na 1ste BW

Kader excl. index

Wijziging structureel Almere

Bodemtaken 50% bodemlocaties

Bodemtaken 50% stempercentage

Wijziging structureel overig

Wijziging OW incidenteel

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

2020

2021

2022

2022

2022

2022

2022

2022

2022

2022

870.274 1.495.187 745.866 3.541.345 269.315 986.704 1.432.664 924.833 884.289 553.010 373.215 300.351 473.623 154.187 141.577

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.636.772 1.341.694 649.642 3.719.040 353.657 1.238.351 1.383.820 582.972 929.812 607.646 331.670 241.998 549.109 125.516 115.027

€ 13.146.440

€

€ 662.033 € 13.808.473

€ €

€ € € € € € € € € € € € € € €

Meerjarenraming

2023

1.563.866 1.281.932 620.705 3.553.385 337.904 1.183.192 1.322.181 557.005 888.396 580.580 316.897 231.219 524.651 119.926 109.903

€

95.965

€ € € € € € € € € € € € € € €

19.253 19.253 5.415 -138.160 7.220 19.855 60.768 -243.294 68.589 81.224 28.278 16.847 39.108 6.017 9.627

€ € € € € € € € € € € € € € €

68.990 53.283 25.799 -138.160 14.045 49.179 54.956 -243.294 36.926 24.132 13.172 9.611 21.807 4.985 4.568

€ € € € € € € € € € € € € € €

6.760 5.238 2.521 12.673 1.389 4.843 5.561 272 3.844 2.653 996 2.264 506 480

€ € € € € € € € € € € € € € €

38.871 30.118 14.496 72.870 7.987 27.845 31.974 1.566 22.101 15.253 5.730 13.021 2.911 2.759

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.793.705 1.389.824 668.937 3.362.608 368.544 1.284.913 1.475.439 72.256 1.019.856 703.841 358.347 264.402 600.851 134.344 127.337

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.820.611 1.410.671 678.971 3.413.047 374.073 1.304.187 1.497.571 73.340 1.035.154 714.399 363.722 268.368 609.863 136.360 129.247

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.813.520 1.405.177 676.326 3.399.754 372.616 1.299.107 1.491.738 73.054 1.031.122 711.616 370.330 267.323 607.488 135.828 128.744

13.806.727

€ 13.191.740

€

95.965

€

0

€

0

€

50.000

€

287.500

€

13.625.205

287.500

€ €

328.182 13.953.387

13.829.583 333.105 14.162.687

13.783.745

€ 328.182 € 13.519.922

€ € € €

€

328.182 14.134.909

€ €

339.157 14.122.902

€

95.965

€

0

€

0

€

50.000

€

2024 € € € € € € € € € € € € € € €

1.846.475 1.430.712 688.617 3.461.535 379.387 1.322.715 1.518.846 74.382 1.049.860 724.548 377.060 272.181 618.527 138.297 131.083

2025 € € € € € € € € € € € € € € €

1.884.431 1.460.122 702.772 3.532.689 387.185 1.349.904 1.550.067 75.911 1.071.440 739.441 384.811 277.775 631.242 141.140 133.778

€ 14.034.224

€

14.322.707

€ 345.320 € 14.379.545

€ €

352.419 14.675.126

19

LASTEN REGULIER BUDGET

Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal lasten regulier budget

Realisatie

2020

Begroting incl. OW na 1ste BW

Wijziging Kader excl. index Wijziging voor wijzigingen structureel Almere structureel overig

Wijziging OW incidenteel

€

287.500

€

287.500

2021

2022

€ € € € € € €

9.590.030 97.397 1.134.745 23.629 10.845.802 495.467 276.134

€ € € € € € €

11.212.295 35.283 107.836 11.355.415 392.837 524.549

€ € € € € € €

10.597.308 35.283 107.836 10.740.428 392.837 524.549

€ € €

96.256 30.018 39.819

€ € €

119.144 33.097 45.009

€ € €

119.144 33.097 45.009

€ € € € € € €

301.933 123.402 763.696 98.083 155.641 33.386 48.834

€ € € € € € €

336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707

€ € € € € € €

336.474 143.414 710.729 121.352 198.444 27.579 71.707

€

28.443

€

55.160

€

55.160

€ 13.336.915

€

14.134.909

€

13.519.922

Realisatie T otaal baten T otaal direc te lasten T otaal overhead T otaal onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

2022

€ € € € € € €

2020 14.179.266 9.221.629 4.478.585 28.443 450.610 104.993 555.603

€

87.241

€ € € €

872 88.113 4.362 3.490

€

95.965

Begroting na 1ste BW € € € € € € €

2021 14.567.406 9.703.725 4.808.521 55.160 -0 -0

2022

€

-

€

50.000

€

50.000

2022

€

287.500

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Meerjarenraming

2022

2023

2024

2025

€ € € € € € €

10.972.049 35.283 108.709 11.116.041 397.199 528.038

€ € € € € € €

11.136.630 35.812 110.339 11.282.781 403.157 535.959

€ € € € € € €

11.050.869 36.493 112.436 11.199.797 409.204 543.998

€ € € € € € €

11.260.835 37.186 114.572 11.412.593 415.342 552.158

€ € € € € € €

11.508.574 38.004 117.092 11.663.670 421.572 560.440

€ € €

119.144 33.097 45.009

€ € €

120.931 33.593 45.684

€ € €

122.745 34.097 46.369

€ € €

124.586 34.609 47.065

€ € €

126.455 35.128 47.771

€ € € € € € €

336.474 143.414 760.729 121.352 198.444 27.579 71.707

€ € € € € € €

341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783

€ € € € € € €

346.644 147.749 783.722 125.020 204.442 28.413 73.874

€ € € € € € €

351.844 149.965 795.478 126.895 207.509 28.839 74.982

€ € € € € € €

357.121 152.214 807.410 128.799 210.621 29.271 76.107

€

55.160

€

55.988

€

56.827

€

57.680

€

58.545

€

13.953.387

€

14.162.687

€

14.122.902

€

14.379.545

€

14.675.126

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

€ € € € € € €

€ € € € € € €

2022 14.385.884 9.464.351 4.866.373 55.160 -0 -0

Begroting incl. index

2022

2022 14.598.672 9.603.316 4.939.368 55.988 0 0

Meerjarenraming € € € € € € €

2023 14.562.426 9.483.195 5.022.404 56.827 0 0

€ € € € € € €

2024 14.822.662 9.658.126 5.106.856 57.680 0 0

€ € € € € € €

2025 15.121.890 9.863.631 5.199.714 58.545 0 0

20

b. Directe productiekosten DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Direc te produc tiekosten Flevoland 1.1 Direc te produc tiekosten Almere 1.9 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 1.8 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Direc te produc tiekosten Flevoland 6.2 Direc te produc tiekosten Almere 6.3 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 6.4 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten

c.

Realisatie

Begroting na 1ste BW

2020

2021

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

2022

Meerjarenraming

2022

2023

2024

2025

€ € € € €

241.425 1.286 12.410 8.356 263.477

€ € € € €

210.048 1.309 12.633 8.507 232.497

€ € € € €

210.048 1.309 12.633 8.507 232.497

€ € € € €

213.199 1.329 12.822 8.635 235.984

€ € € € €

216.397 1.349 13.015 8.764 239.524

€ € € € €

219.643 1.369 13.210 8.896 243.117

€ € € € €

222.937 1.389 13.408 9.029 246.764

€ € € € €

175.642 1.286 2.505 179.433

€ € € € €

210.048 1.309 12.633 8.507 232.497

€ € € € €

210.048 1.309 12.633 8.507 232.497

€ € € € €

213.199 1.329 12.822 8.635 235.984

€ € € € €

216.397 1.349 13.015 8.764 239.524

€ € € € €

219.643 1.369 13.210 8.896 243.117

€ € € € €

222.937 1.389 13.408 9.029 246.764

Subsidies

SUBSIDIES Nummer Post 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.2 Omgevingsveiligheid 7.5 Diverse subsidies Totaal lasten subsidies 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.2 Omgevingsveiligheid 2.7 Diverse subsidies Totaal baten subsidies

Realisatie

Begroting na 1ste BW

2020

2021

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

€ € €

200.000 200.000

2022

Meerjarenraming

2022

€ € €

107.316 107.316

€ € €

200.000 200.000

€ €

200.000 200.000

€ € €

€ € €

107.316 107.316

€ € €

200.000 200.000

€ €

200.000 200.000

€ € €

2023

2024

2025

d. Innovatieprojecten Mutaties bestemmingsreserves Innovatie en Ontwikkeling Nummer Post 2 OVERIGE BIJDRAGEN - BATEN RESERVES 2.1 Diverse innovatieprojec ten 2.2 Omgevingswet Totaal lasten innovatieprojecten 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN RESERVES 7.8 Diverse innovatieprojec ten 7.10 Omgevingswet Totaal baten innovatieprojecten

Realisatie

Begroting na 1ste BW

2020

2021

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Begroting incl. index

2022

Meerjarenraming

2022

2023

2024

2025

€ € €

104.993 104.993

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

104.993 104.993

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

€ € €

-

21

Bij het opstellen van de begroting 2022 is onder meer uitgegaan van de volgende uitgangspunten: •

Deze begroting is opgesteld met de bijdragen van de deelnemers doorberekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2021 voor de periode 2021-2022-2023 en verhoogd met de jaarlijkse indexatie.

•

Het begrotingstotaal in 2022 wordt geïndexeerd conform de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling. Salarissen en kosten van inhuur (ongeveer 80% van het begrotingstotaal) worden verhoogd met de Loonvoet sector overheid en de overige kosten (circa 20% van het begrotingstotaal) met de prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze prijsindexen in de septembercirculaire gemeentefonds zijn voor 2022 nagenoeg gelijk en bedragen beiden 1,5%.

•

De basis voor de begroting 2022 is de begroting 2021 na 1ste begrotingswijziging. Deze structurele begrotingswijziging 2021 gaat voor zienswijzen naar de raden en Staten en voor een besluit naar het AB samen met deze ontwerpbegroting en is onder voorbehoud alvast daarin verwerkt. Dat met als doel om een zo actueel mogelijk beeld te geven over het begrotingsjaar 2022. De wijzigingen gaan in per 1 januari 2021 en hebben betrekking op: a. de structurele verhoging van de bijdrage van Almere van € 250.00 naar aanleiding van de uitvoering van het toezicht lichte milieucategorie bedrijven. € 250.000 is het deel van de totale waarde van de overgedragen taken ad € 345.965 opgenomen als gevolg van de opstartfase in 2021. Hetgeen in 2021 het uitvoeren van circa 70% van het totale aantal controles betekent; b. de structurele verhoging van de bijdrage van Lelystad van € 58.095 naar aanleiding van de uitvoering van het toezicht op asbestsanering.

•

In de begroting 2022 is het resterende deel ad € 95.965 van het totaalbedrag van € 345.965 opgenomen voor de uitvoering van het toezicht van de lichte milieucategorie bedrijven bij de OFGV voor de gemeente Almere. De omvang van de financiële bijdrage is bepaald conform de principes van de vigerende Kostenverdeelsystematiek (KVS) die voor alle vijftien deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling OFGV leidend zijn. De totale bijdrage van € 345.965 (het deel € 250.000 ingevoerd met ingang van 1 januari 2021 en het deel € 95.965 ingevoerd met ingang van 1 januari 2022) is verhoogd met de indexatie 2022 van 1.5%. Daarmee is deze wijziging in evenwicht met de begroting.

•

De kosten voor informatiemanagement (informatievoorzieningen) vallen structureel hoger uit dan het beschikbare budget. Dat is deels het gevolg van de coronapandemie en het gedwongen thuiswerken. En deels zijn de kosten gestegen door de aansluiting van het VTH-systeem op het digitale stelsel van de Omgevingswet waarbij de aanvullende koppelingen is aangeschaft en de aanpassingen in de systemen zijn gerealiseerd. Daarnaast zijn, in het VTH-systeem, benodigde aanpassingen gedaan voor het bedrijfsvoeringdeel van de OFGV. Alles bij elkaar heeft dat tot structureel hogere kosten geleid. In deze begroting is daarom voorgesteld het budget voor het informatiemanagement structureel te verhogen met € 50.000.

•

Voor de begrotingsjaren 2020 en 2021 heeft de OFGV incidenteel een financiering voor de kosten voor de voorbereiding op de Omgevingswet ad € 575.000,-, vermeerderd met de indexatie, ontvangen. In de tussentijd is de invoeringsdatum uitgesteld naar 1 januari 2022. Om de effecten van de Omgevingswet in 2022 in de organisatie op te vangen heeft de OFGV voor het jaar 2022 een incidentele verhoging van de begroting nodig ter hoogte van € 287.500. Het bedrag is lager dan de jaren daarvoor omdat in de oorspronkelijke 22

financiering een groot deel is bedoeld voor de opleidingen voor de Omgevingswet. De meeste opleidingen zijn en worden in 2020 en 2021 gerealiseerd. In 2022 komt de focus te liggen op het inbedden van de aangepaste processen in de organisatie, het DSO en het verder doorontwikkelen van de bij de Omgevingswet vereiste competenties van de medewerkers. •

Met ingang van 1 januari 2022 treedt de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke regeling van de OFGV. Het totaalaandeel van de gemeente Weesp in de OFGV begroting bedraagt in 2022 € 363.722 inclusief indexatie. De financiële gevolgen voor het uitreden van de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke Regeling worden in de begroting 2022 verwerkt via een begrotingswijziging. Dit kan pas als alle consequenties van de uittreding zijn bepaald en doorgerekend en als de OFGV daarvoor in samenwerking met Weesp tot een voorstel voor het AB komt. De verwachting is dat in de AB-vergadering van 16 juni 2021 deze inzichten gepresenteerd worden bij de bespreking van het voorstel tot regeling van de gevolgen van de uittreding. Voor het doorrekenen van de incidentele en structurele verhoging van de begroting voor het jaar 2022 is de bijdrage van Weesp niet meegerekend. Met als doel om de fluctuatie van de bijdragen van de andere partners te minimaliseren.

•

De taken van de gemeenten op het gebied van de Omgevingsveiligheid zijn nu grotendeels belegd bij de OFGV. Voor het jaar 2021 zijn deze taken gesubsidieerd via de provincies. Met ingang van 1 januari 2021 vindt een verschuiving in de financiering van ‘omgevingsveiligheid’ plaats: de gemeenten ontvangen zelf een bijdrage van het Rijk en dienen een overweging te maken of ze deze taken zelf zullen uitvoeren of dat ze de uitvoering van deze taken door de OFGV willen laten voortzetten. Als de gemeenten deze taken door de OFGV willen laten doen, moeten er nog afspraken over gemaakt worden.

•

Kostenverdeling bodemtaken Met ingang van 1 januari 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een deel van de bodemtaken waarvoor de verantwoordelijkheid nu nog bij provincies ligt. Ervan uitgaande dat de OFGV deze bodemtaken voor de gemeenten zal gaan uitvoeren, betekent dit een verschuiving van de financiering van de provincie naar de gemeenten. Om een reëel en evenwichtig beeld te geven over de baten van de begroting en een sluitende begroting te presenteren is deze verschuiving verwerkt in de ontwerpbegroting 2022. De voorlopige indicatie van de, met deze bodemtaken gepaard gaande kosten, gepresenteerd bij de Kadernota 2022, is bijgesteld op basis van de huidige Kostenverdeelsystematiek geldend voor de periode 2021-2023. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat 10% van de bodemtaken bij de provincies achterblijven. De verdeling van de kosten voor de decentralisatie van de bodemtaken als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet in deze ontwerpbegroting is een voorlopige keuze en bedoeld om tijdig een sluitende begroting vast te kunnen stellen. Een definitief besluit over de verdeling van de kosten voor de bodemtaak over gemeenten en provincies wordt later genomen en door middel van een begrotingswijziging geregeld. Ook deze begrotingswijziging zal voor zienswijzen aan raden en Staten worden voorgelegd.

Bij de definitieve besluitvorming over de kostenverdeling bodemtaken kunnen dan ook de resultaten van het landelijk overleg over de herverdeling provincie- en gemeentefonds als gevolg van deze decentralisatie worden betrokken. Op het moment van het opstellen van deze ontwerpbegroting heeft dit landelijk overleg nog geen resultaat opgeleverd. Ook als een besluit over de herverdeling provincie- en gemeentebudgetten op landelijk niveau uitblijft zullen de consequenties van die uitkomst worden betrokken in de definitieve besluitvorming in het Algemeen Bestuur over de herverdeling kosten bodemtaken. 23

In de voorlopige berekening in deze ontwerpbegroting zijn de totale kosten voor de bodemtaak afgezonderd uit de begroting (KVS) systematiek en als volgt verdeeld:  10% van de totale kosten blijven voor rekening van de provincies komen; een deel van de bodemtaken blijven achter bij provincies, deze worden nu op 10% van het totaal geschat. De overige kosten voor gemeenten (totale kosten minus deel provincies) zijn als volgt verdeeld:  50% van de overige kosten zijn verdeeld op basis van het stempercentage (percentuele bijdrage aan de totale begroting) van de gemeentelijke deelnemers; een voor deelnemers herkenbare en goed terugrekenbare verdeling;  50% van de overige kosten zijn verdeeld op basis van de bodemlocaties (uitdraai uit het OFGV-informatiesysteem met bodemlocaties waar een verontreiniging boven de interventiewaarde aanwezig is); met deze verdeling probeert de OFGV een relatie te leggen met de verwachte werkomvang per gemeente vanaf 2022. In de onderstaande tabel zijn de bodemlocaties per gemeente weergegeven.

Met deze theoretische verdeling wordt zo min mogelijk voorgesorteerd op een te nemen definitief besluit over deze kosten. Daarnaast is de verwachting dat de afwijking van deze gemiddelde verdeling minder groot is als dat voor één van de verdelingswijze wordt gekozen bij de definitieve besluitvorming (minder schommelingen). Door een voorlopige verdeling vast te leggen kunnen gemeenten hiervoor alvast een bedrag opnemen in de eigen begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10246537/1