Commentaarnota overleg artikel 3 (def)
Tekst van het document
Commentaarnota overleg artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (goede dienstenoverleg)
Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Rading 138 te Loosdrecht is overleg gevoerd op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (goede dienstenoverleg) Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan heeft ingaande 4 februari 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen het ontwerp-besluit Omgevingsvergunning voor het oprichten op dit perceel van 5 vrijstaande woningen, 6 tweeonder-één kapwoningen en 15 appartementen met bijbehorende infrastructuur te Loosdrecht. De hieronder genoemde instanties zijn in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De provincie Noord-Hollland; Het ministerie van energie en ruimtelijkeplannen; Waternet te Amsterdam; Gewestelijke Afvalstoffen Dienst te Bussum; Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek te Lelystad; Brandweer Gooi en Vechtstreek te Hilversum.
Reacties zijn ontvangen van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek en de brandweer Gooi en Vechtstreek. Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek: Conclusie van de Omgevingsdienst Flevoland @ Gooi en Vechtstreek: bodem vormt geen belemmeringen met betrekking tot de herziening van het bestemmingsplan. Advies 1. De berekeningen voor de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden (Aerius) aan te laten passen; 2. De tekst in paragraaf 4.3.3. aan te passen op de hieronder genoemde punten 2a en 2b; 3. Het ontwerp bestemmingsplan (en dientengevolge ook het ontwerp omgevingsvergunning) terug te trekken uit de terinzage. Gelijktijdig met vaststellingsprocedure van het ontwerpbestemmingsplan dient een procedure hogere waarden te worden doorlopen. Toelichting Ad. 1 De aeriusberekeningen zijn niet toegelicht. Voor wat betreft de aanlegfase is nu niet duidelijk welke uitgangspunten zijn gehanteerd Ad 2a In paragraaf 4.4.3. van de toelichting op het bestemmingsplan is de integrale tekst uit hoofdstuk 5 van het ecologisch onderzoek (Schenkeveld, 24 februari 2020) opgenomen, inclusief punt 6 en de direct aansluitende alinea (Bovengenoemde tot en met (2019)) over stikstofdepositie. Op de effecten stikstofdepositie is echter al ingegaan in paragraaf 4.4.2. Punt 6 en de aansluitende alinea kunnen daarom worden verwijderd.
Ad 2b Volgens het ecologisch rapport dient er een broedvogelonderzoek naar Spreeuw, Huismus en Gierzwaluw plaats te vinden. Dit graag vermelden in de toelichting. Voor de volledigheid merk ik op dat het benodigde aanvullend ecologische onderzoek bij de stukken voor de omgevingsvergunning zijn gevoegd en dat uit dit onderzoek blijkt dat er geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Ad. 3 De voorkeursgrenswaarde wordt bij een aantal woningen overschreden zodat voor deze woningen een Besluit hogere waarden moet worden vastgesteld. Dit Besluit hogere waarden is wel opgemaakt maar niet aangetroffen bij de stukken op de site ruimtelijkeplannen.nl. Het Besluit hogere waarden moet gelijktijdig met het nieuwe bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Reactie gemeente: 1. Aeriusberekening De berekening voor de stikstofdepositie is aangepast en als bijlage gevoegd bij het bestemmingsplan en de Omgevingsvergunning. In paragraaf 4.4.3. (soortenbescherming) van de toelichting is de tekst aangepast en wordt verwezen naar de uitgevoerde Aeriusberekeningen en wordt geconstateerd dat er in de aanleg- en de gebruiksfase geen toename is van de stikstofdepositie. 2. 2a en 2 b Ecologie. In de conclusie van paragraaf 4.4.3 (soortenbescherming) wordt nu verwezen naar het aanvullende onderzoek, dat is uitgevoerd in het kader van de aanvraag Omgevingsvergunning. Dit aanvullende onderzoek was gevoegd bij de stukken over de ontwerp-omgevingsvergunning. De ontwerp-omgevingsvergunning en het ontwerpbestemmingsplan hebben gelijktijdig ter inzagegelegen en konden en kunnen nog steeds worden ingezien op www.ruimtelijkeplannen.nl bij het adres Rading 138. Uit het aanvullende onderzoek blijkt dat er in de resterende bebouwing geen jaarrond beschermde (categorie 2) nesten aanwezig zijn.
Er behoeft dus geen ontheffing voor overtreding van artikel 3.1. van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Ook zijn er geen verblijfsplaatsen van vleermuizen gevonden. Daarmee wordt met de sloop van de bebouwing ook geen overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming begaan. Er behoeft derhalve geen ontheffing te worden gevraagd. Op basis van het vorenstaande is in de eindconclusie gewijzigd in die zin dat uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt, dat de Wet natuurbescherming geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De wijzigingen zijn van ondergeschikte aard, zijn aanvullend en ter verbetering, en hebben alleen betrekking op bijlagen en de toelichting over het bestemmingsplan. Inhoudelijk wijzigt het bestemmingsplan niet.
3. Terinzagelegging ontwerp-ontheffing Wet geluidhinder. Er is geen voorschrift waar in is vastgelegd dat de stukken over een ontwerp-ontheffing op grond van de Wet geluidhinder op de landelijke website ruimtelijkeplannen moeten worden geplaatst. De publicatie over deze ontwerp-ontheffing ten behoeve van het plan Rading 138 is gelijktijdig geplaatst met de publicatie over het ontwerp-bestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning. De stukken over de ontwerp-ontheffing Wet geluidhinder zijn geplaatst op de website van de gemeente en konden worden ingezien bij Ter inzage. Deze ontwerp-ontheffing heeft gelijktijdig met het ontwerp-bestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning ter inzage gelegen. Er is dan ook volledig voldaan aan de wettelijke vereisten omtrent bekendmaking en ter inzagelegging.
Brandweer Gooi en Vechtstreek. Aangegeven wordt dat onderschreven wordt met de verantwoording van het groepsrisico (in de toelichting). De bereikbaarheid binnen het plangebied voldoet aan de brancherichtlijn “handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid”. Voor de bluswatercapaciteit adviseert de brandweer om bij de toegangsweg van het plangebied een brandkraan te realiseren met een capaciteit van minimaal 30 m3/uur. De locatie dient in overleg met de brandweer te worden bepaald. Reactie gemeente. Onder dankzegging voor de reactie zal met de brandweer in overleg worden getreden door de initiatiefnemer over de locatie van de te plaatsen brandkraan.