CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

bp kortenhoefsedijk 198 toelichting-regels-bijlagen

gemeenteraad 16 december 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 19834.028 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarbij is aandacht besteed aan: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Op basis van de aanmeldnotitie is inzichtelijk gemaakt, dat geen belangrijk nadelige milieueffecten bestaan die aanleiding geven tot het opstellen van een milieueffectrapport. Hierover zal het college van burgemeester en wethouder voordat het ontwerpbestemmingsplan wordt vrijgegeven een apart besluit nemen of er sprake is van een m.e.r.-plicht. Effect op gevoelige gebieden Zoals uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt zijn er zijn geen effecten op gevoelige gebieden. Relatie met bestaande of autonome ontwikkelingen Er is geen relatie met bestaande of autonome ontwikkelingen. Conclusie Dit bestemmingsplan leidt niet tot "belangrijke nadelige milieugevolgen". Er bestaat daarom geen noodzaak tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

blad 29 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

Hoofdstuk 5

5.1

Wateraspecten

Inleiding Wijdemeren Ontwikkeling B.V. is voornemens om een woonschepenhaven aan de Kortenhoefsedijk 198 te realiseren. Om deze plannen mogelijk te maken is een ruimtelijke procedure noodzakelijk. In het Bro is het uitvoeren van een watertoets juridisch verplicht bij bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectbesluiten. Instemming van het waterschap is een voorwaarde voor goedkeuring van het bestemmingsplan. Het resultaat van een watertoets wordt vastgelegd in een zogenaamde waterparagraaf. Dit hoofdstuk geeft invulling aan deze waterparagraaf.

5.2

Doel De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De initiatiefnemer verwoordt in een waterparagraaf zijn afweging van de waterhuishoudkundige aspecten. Het waterschap geeft hierover een wateradvies. Voorliggende concept waterparagraaf is ter becommentariëring voorgelegd aan het waterschap.

5.3

Beleidskader

5.3.1

Rijksbeleid Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In 2001 sloten Rijk , Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Dit akkoord is te beschouwen als het bestuurlijke antwoord op het rapport WB21 (Waterbeheer 21e eeuw). In het akkoord zijn maatregelen afgesproken met als doel het watersysteem in 2015 'op orde' te hebben. In het bestuursakkoord zijn taakstellende afspraken opgenomen over veiligheid en wateroverlast. Ook is een impuls gegeven aan het gebruik van de watertoets. De watertoets zorgt voor een vroegtijdige afstemming tussen ruimtelijke plannen en de waterhuishouding. In 2011 is een nieuw akkoord afgesloten door de koepels. De essentie van dit nieuwe akkoord is een doelmatig beheer en meer samenwerking tussen beheerders in de waterketen en kostenbesparingen door grotere efficiëntie en effectiviteit. Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe.

Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen.

blad 31 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

5.3.2

Provincie en regio Watervisie 2021 Noord Holland Het thema van de Watervisie 2021 Noord Holland is: “Buiten de oevers”. Om Noord-Holland veilig, leefbaar en groen te houden en tegelijkertijd een goed investeringsklimaat te hebben, is het nodig om over grenzen heen te kijken. Oplossingen zullen we meer buiten het eigenlijke waterdomein gaan vinden, met water als vanzelfsprekend onderdeel van ruimtelijke gebiedsontwikkelingen. De watervisie zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Alleen door water goed mee te nemen kunnen duurzame integrale afwegingen worden gemaakt. Om te kunnen bepalen wat tot 2021 centraal moet staan, hieronder eerst een overzicht van trends en ontwikkelingen die naar verwachting tot circa 2050 hun stempel op de fysieke leefomgeving zullen drukken. De belangrijkste geofysische en maatschappelijke ontwikkelingen zijn: klimaatverandering; bodemdaling, in heel west-Nederland, in het bijzonder in veengebieden; doorzettende verstedelijking in combinatie met krimp/vergrijzing in andere gebieden, met “kennis” als drijvende kracht achter het zich nog verder doorzetten van de verstedelijking, kennis is/wordt de belangrijkste productiefactor; burgers en kenniswerkers in het bijzonder stellen hoge eisen aan hun leefomgeving.

In metropolitane gebieden is leefomgevingskwaliteit één van de vestigingsplaatsfactoren, “water” en natuurrijke oevers zijn vaak de dragers daarvan; in de meer perifere gebieden is/blijft ruimte voor grootschalige landbouw, met hoge eisen aan de zoetwatervoorziening en druk op schoon water; duurzaamheid is/wordt een vanzelfsprekende kwaliteitseis; we leven in een netwerksamenleving. De wereld is zo complex dat niemand nog in zijn eentje oplossingen tot stand kan brengen. Mensen en organisaties zullen zich hierop moeten instellen; de wereld verandert steeds sneller, de toekomst is onzeker, strategieën moeten flexibel/adaptief zijn om toekomstbestendig te zijn. Waterbeheerplan AGV 2016-2021 Het Algemeen Bestuur keurde het Waterbeheerplan AGV 2016-2021 op 8 oktober 2015 goed. Dit is het tweede waterbeheerplan van het waterschap in de nieuwe zesjarige waterplancyclus van rijk, provincie en waterschap. Het waterbeheerplan heeft als titel: 'Waterbewust en waterrobuust. Het waterbeheerplan gaat in op de hoofdtaken van het waterschap: veiligheid, voldoende water, schoon water. Ook wordt aandacht gegeven aan de maatschappelijke (neven)taken: nautisch en vaarwegbeheer, recreatief medegebruik, natuurbeheer en cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden.

Voor elk van deze thema's is aangegeven wat het wensbeeld is op de middellange termijn, wat de doelen zijn en de aanpak op hoofdlijnen is en op welke indicatoren de resultaten van dat taakveld zullen worden beoordeeld. Keur AGV 2017 Naast het waterbeheerplan beschikt het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht over een keur. De Keur is een verordening van het hoogheemraadschap en geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen (dijken) wel of niet zijn toegestaan. Daarnaast geeft de Keur met geboden aan welke onderhoudsverplichtingen eigenaren en gebruikers van wateren en waterkeringen hebben. Het doel van de Keur is om de waterkwaliteit verbeteren, de doorstroming in sloten veilig stellen en de dijken sterk

blad 32 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

houden. Zonder ontheffing op de Keur zijn werkzaamheden aan/op waterstaatkundige werken, aanleggen van nieuwe wateren; dempen; aanleggen van duikers, dammen, bruggen, stuwen, steigers, beschoeiing of recreatievaart e.d. verboden. Handboek hemelwater Het handboek gaat het over het omgaan met hemelwater dat op verhard oppervlak valt (daken, wegen) en vervolgens afstroomt naar de riolering, de bodem of het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat hemelwater zoveel mogelijk wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of in de bodem wordt geïnfiltreerd. Hemelwater wordt daarvoor schoon genoeg geacht; maar wanneer het ingezamelde hemelwater te verontreinigd is of verontreiniging van het water niet is te voorkomen dan moet het hemelwater ter plaatse worden gezuiverd. Bij nieuwe lozingen op een vuilwaterriool is het uitgangspunt dat deze alleen plaatsvinden als lozing op of in de bodem, in een openbaar hemelwaterstelsel of in het oppervlaktewater redelijkerwijs niet mogelijk is.

5.3.3

Gemeente Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) 2012-2017 De gemeente is door de zorgplicht voor hemelwater verplicht om hemelwater in te zamelen. De wijze waarop is opgenomen in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP). In het VGRP heeft de gemeente de volgende aandachtspunten benoemd: Verhogen effectiviteit van het rioolbeheer; Invullen van de nieuwe gemeentelijke grondwater- en hemelwatertaak; Maatregelen ten behoeve van het verbeteren van oppervlaktewaterkwaliteit in relatie met Natura 2000, Waterkwaliteitsspoor, Kaderrichtlijn Water en duurzamer omgaan met hemelwater. In de planperiode van het VGRP mag water op straat voorkomen met een gemiddelde van 1x per jaar, daarna 1x per 2 jaar. De gemeente ziet liever innovatieve oplossingen op het gebied van apart inzamelen van hemelwater (groen dak/waterplein), dan extra riolen aan te leggen. Ook wijst de gemeente gebieden aan waar eigenaren zelf moeten zorgdragen voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein, middels infiltratie of direct laten afvoeren naar aangrenzend open water. Schade kan ook worden voorkomen door een hierop gerichte inrichting van de openbare ruimte. De gewenste ontwatering in bestaand en in nieuwbouwgebied is 0,7 meter beneden maaiveld. Dit is een keuze op het raakvlak 'tegengaan grondwateroverlast' en 'tegengaan verdroging'.

Het grondwaterpeil hoeft niet laag gehouden te worden zodat het regenwater kan infiltreren en geen overlast kan ontstaan. Ecologische risico's en verder inklinken voorkomen, zijn belangrijker dan grondwateroverlast. In bestaand gebied kan de gewenste ontwatering in Wijdemeren daarom minder groot zijn. In nieuwbouw gebieden wordt de gewenste 0,7 meter ontwatering nagestreefd zonder verlaging van bestaande grondwaterstanden.

5.4

Huidige situatie De bestaande haven bevindt zich aan de monding van de Vecht (A watergang) nabij de Loosdrechtse plassen en bestaat uit een steiger met pleziervaartuigen. In figuur 1 is de huidige situatie weergegeven. De Vecht is onderdeel van een af- en aanvoervak en heeft een vast waterpeil van -1,22 meter NAP.

blad 33 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

Figuur 5.1: Huidige situatie Kortenhoefsedijk 198, in rood omrand.

5.5

Toekomstige situatie De pleziervaartuigen in de haven van Kortenhoefsedijk 198 zullen plaatsmaken voor 6 woonschepen, waarvan 5 woonschepen in de vrije sector en 1 woonschip met drie woonheden in de sociale sector. De woonschepen variëren in afmeting van 16, 6 bij 6 meter tot 18 bij 5 meter. Daarnaast heeft elk woonschip een klein terras. De woonschepen worden op het water gerealiseerd, aan een nieuw te realiseren steiger. De toekomstige situatie is weergegeven in figuur 5.2. Tevens wordt een twee-onder-een-kapper gerealiseerd van circa 6,5 bij 16 meter per woning.

Figuur 5.2: Toekomstige situatie

blad 34 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

5.6

Waterhuishoudkundige aspecten Het plangebied ligt aan de monding van de Vecht. De woonschepen zullen op het water worden gerealiseerd. Hierdoor zal de hemelwaterafvoer rechtstreeks in de Vecht terechtkomen, wat geen verandering is ten opzichte van de huidige situatie. Bij de bouw van de woonschepen zal rekening worden gehouden met het Bouwbesluit en zullen geen uitlogende (zink) en water verontreinigende stoffen worden gebruikt. Omdat in de huidige situatie reeds een steiger met plezierjachten aanwezig is zal de toename aan schaduwwerking als gevolg van de aanleg van de woonschepen verwaarloosbaar zijn. Doordat minder vaarbewegingen ter plaatse optreden, de woonschepen liggen vast en verplaatsen zich niet zo vaak als pleziervaart, zal de aanleg van de woonschepen ten opzichte van de aanwezigheid van pleziervaartuigen een, weliswaar zeer gering, positief effect hebben op de waterkwaliteit en ecologie. De woonschepen zijn drijvende objecten, waardoor er geen sprake is van demping in het plangebied. Doordat de woonschepen drijvende objecten zijn die met het waterpeil meestijgen gaat dit niet ten kosten van de beschikbare waterberging. Compensatie voor toename aan verhard oppervlak is daarom niet van toepassing. Het hemelwater dat op de daken valt zou anders immers direct in het oppervlaktewater zijn gevallen.

In de huidige situatie is geen sprake van een rioolaansluiting voor de pleziervaartuigen. De woonschepen zullen voor de afvoer van vuilwater wel een aansluiting op het riool krijgen. Deze aansluiting zal gerealiseerd moeten worden. Doordat de woonschepen drijvende objecten zijn die met het waterpeil mee stijgen zijn de woningen klimaatbestendig. Ongeacht de extreme neerslag zullen de woonschepen geen last van wateroverlast krijgen. Voor wat betreft de nieuwe twee-onder-een-kapper is er geen toename aan verharding ten opzichte van de bestaande situatie.

5.7

Conclusie Op basis van de hierboven beschreven effecten wordt geconcludeerd. dat voor de aanleg van de woonschepen geen bezwaren van waterhuishoudkundige aard bestaan.

blad 35 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische toelichting

Planvorm Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan alle bepalingen van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de daaruit volgende aanvullende regelingen. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de standaarden voor vergelijkbaarheid, de SVBP 2012, en er is tevens een digitaal plan. Dit bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand, regels en een toelichting. Het GML-bestand bevat een verbeelding, waaraan de regels zijn gekoppeld. Deze vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan zal na realisatie van de woning en de woonschepen in grote mate een beheer- en gebruiksfunctie vervullen. Inhoudelijk is de regeling zoveel mogelijk afgestemd op de regeling voor het aangrenzende vigerende bestemmingsplan Buitengebied Kortenhoef en bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef.

6.2

Verbeelding Op de verbeelding wordt het toegestane gebruik van de gronden weergegeven. De verbeelding heeft, in samenhang met de regels, een juridisch bindend karakter. Als ondergrond is een recente topografische kaart gehanteerd. Daarmee kan exact worden bepaald waar het plan is gelegen en hoe begrenzingen liggen. Om de goede leesbaarheid van de plankaart te waarborgen is gekozen voor een schaal van 1:1000. De verbeelding is voorts voorzien van een legenda en een noordpijl. Het plangebied van het bestemmingsplan is aan de hand van een plangrens (bolletjeslijn) op de verbeelding weergegeven.

6.3

Regels In de standaarden voor vergelijkbaarheid, de SVBP 2012, is voorgeschreven hoe de regels van het bestemmingsplan dienen te worden opgebouwd. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid dienen de regels in hoofdstukken te worden geplaatst. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk worden de begrippen en wijze van meten behandeld. Deze hebben als doel begrippen in de regels te verklaren en eenduidige richtlijnen te geven op basis waarvan de bouwmaten die zijn opgenomen in de regels dienen te worden gemeten. In het tweede hoofdstuk zijn de regels opgenomen, die betrekking hebben op alle bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. In onderstaande paragraaf wordt een toelichting gegeven op de regels in hoofdstuk 2. Het derde en vierde hoofdstuk omvat een aantal regels, die niet op een bepaalde bestemming betrekking hebben, maar voor het gehele bestemmingsplan gelden. Het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel zijn opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan.

6.4

Systematiek van de planregels De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende planregels voor het hele plangebied. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 biedt de nodige flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden en in hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotregels. De hoofdstukken worden hieronder toegelicht.

blad 37 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de planregels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover in de planregels begrippen worden gebruikt die niet in het artikel staan vermeld, wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk van de planregels komen de verschillende bestemmingen aan de orde. Per bestemming is de volgende indeling gehanteerd: Bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de functies die bij de bestemming mogelijk zijn. Bouwregels: planregels die aangeven waar, wat en hoe hoog gebouwd mag worden. Daarnaast komen in sommige bestemmingsplanregels ook nog de volgende onderdelen voor: Specifieke gebruiksregels: Uitsluiting van specifiek, met de bestemming strijdig gebruik van de gronden en gebouwen.

Nadere eisen: Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van het open karakter van het landschap. Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich voornamelijk voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven. Hierin zijn regels opgenomen omtrent de gevallen waarbij bouwgrenzen mogen worden overschreden. Tevens is hierin opgenomen dat voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming de bestaande maten als maximum of respectievelijk minimum mogen worden gehanteerd en herbouwd.

Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het blad 38 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 12 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels is een gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' opgenomen die de bestaande straalverbinding beschermt. Artikel 13 Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten de regels in het bestemmingsplan te wijzigen. Artikel 14 Overige regels In dit artikel worden de geldende wettelijke regelingen van toepassing verklaard en er zijn voorschriften opgenomen om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht In dit artikel staan de regels van overgangsrecht die op grond van het Besluit ruimtelijke ordening in elk bestemmingsplan verplicht moeten worden opgenomen. Op de peildatum, te weten de datum van inwerkingtreding van het nieuwe plan, mag bebouwing of gebruik in strijd met het nieuwe plan onder bepaalde voorwaarden worden voortgezet of gewijzigd. Artikel 16 Slotregel In de slotregel staat op welke wijze de regels van het bestemmingsplan ‘Kortenhoefsedijk 198’ kunnen worden aangehaald.

6.5

Bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Artikel 3 Verkeer Deze bestemming regelt de openbare verharde gronden waar de verkeers- en verblijfsfunctie overheersen. Artikel 4 Wonen De twee reguliere woningen en bijbehorende bijgebouwen en tuin zijn als zodanig bestemd. Er zijn ten hoogste twee woningen toegestaan. Het maximale oppervlak van de woning is 85 m2 per woning. De woning moet in het bouwvlak worden gebouwd. Aan- en bijgebouwen mogen daarbuiten worden gebouwd. Artikel 5 Woonschepenhaven De voor 'Woonschepen' aangewezen gronden zijn bestemd voor 6 woonschepen, water en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en toegangswegen.

Er mogen maximaal 6 woonschepen worden gebouwd met in totaal 8 wooneenheden. Ten minste 37,5 procent hiervan dient in de sociale sector te worden gebouwd. Deze sociale wooneenheden mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – sociale woonschepen' worden gerealiseerd. De lengte van een woonschip mag niet meer

blad 39 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

bedragen dan 20 meter; de breedte van een woonschip mag niet meer bedragen dan 6 meter. Voor de goot- en bouwhoogte geldt een maximum van respectievelijk 4 en 4,5 meter. De inhoud van een woonschip mag niet meer bedragen dan 400 m³. Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 Gronden met de bestemming 'Waarde – Archeologie 2' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Op grond van deze dubbelbestemming is het voor activiteiten waarbij gegraven wordt, zoals bouwen en een aantal specifiek genoemde werken en werkzaamheden noodzakelijk eerst een archeologisch onderzoek te laten uitvoeren dan wel een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan te vragen. Indien is aangetoond dat de te verrichten activiteiten de archeologische waarden niet zullen schaden kan worden gebouwd, dan wel kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden worden verleend. Dit geldt wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd over een groter oppervlak dan 100 m² en, voor zover sprake is van grondwerkzaamheden, met een diepte groter dan 35 cm. Artikel 7 Waarde - Archeologie 4 Gronden met de bestemming 'Waarde – Archeologie 4' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.

Op grond van deze dubbelbestemming is het voor activiteiten waarbij gegraven wordt, zoals bouwen en een aantal specifiek genoemde werken en werkzaamheden noodzakelijk eerst een archeologisch onderzoek te laten uitvoeren dan wel een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan te vragen. Indien is aangetoond dat de te verrichten activiteiten de archeologische waarden niet zullen schaden kan worden gebouwd, dan wel kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden worden verleend. Dit geldt wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd over een groter oppervlak dan 2.500 m² en, voor zover sprake is van grondwerkzaamheden, met een diepte groter dan 40 cm.

blad 40 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt er een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. In de anterieure overeenkomst wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

7.2

Vooroverleg en zienswijzen

7.2.1

Vooroverleg Het plan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de relevante overlegpartners. Er zijn geen reacties ontvangen.

7.2.2

Communicatie Conform lid 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is in deze paragraaf een beschrijving opgenomen van de wijze waarop burgers bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Om te komen tot draagvlak in de buurt heeft de initiatiefnemer diverse gesprekken gevoerd, zowel persoonlijk, plenair als telefonisch, met de betrokkenen rondom Woonschepenhaven Kortenhoefsedijk 198. In bijlage 9 is een geanonimiseerde samenvatting van deze gesprekken opgenomen bestaande uit een opsomming met feiten, afspraken en data.

7.2.3

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 15 oktober 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon een ieder zienswijzen indienen. Er zijn 5 zienswijzen ingediend. Deze zijn puntgewijs samengevat en in een Nota van Zienswijzen en van een antwoord voorzien. De Nota van Zienswijzen.

blad 41 van 485

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Bijlagen bij de toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

Bijlage 1

blad 43 van 485

Verkeer en parkeren

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Memo

memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft

01.2 12 september 2019 Stephan Hammink Jacob Tiellemans RO-advies Watersportbedrijf De Ankerplaats Kortenhoef 0409668.100 Verkeerskundig onderzoek parkeren en verkeersafwikkeling

Voor het realiseren van een haven met 6 woonarken, waarvan 5 vrije sector arken en 1 woonark met 3 wooneenheden in de sociale sector op de huidige jachthavenlocatie is een bestemmingsplanherziening nodig. Voor deze herziening is een verkeerskundige onderbouwing nodig. In deze memo worden de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte van deze ontwikkeling beschreven. Uitgangspunten Voor de berekening van de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: De verkeersgeneratie is berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”; De parkeerbehoefte is berekend op basis van de gemeentelijke “Beleidsregel parkeernormen gemeente Wijdemeren”; De jachthaven bevindt zich in een gebied dat wordt getypeerd als ‘niet stedelijk, rest bebouwde kom’ in de CROW richtlijnen en als “landelijk gebied” volgens de gemeentelijke parkeernormen; Er worden 6 nieuwe woonarken gerealiseerd in de jachthaven, waarvan 5 vrije sector arken en 1 woonark met 3 wooneenheden in de sociale sector; Er worden 2 nieuwe woningen gebouwd (twee-onder-een-kap); Er wordt 1 woning, 1 kantoor en 1 werkplaats gesloopt; De jachthaven met 66 verkoopplaatsen komt te vervallen; Zowel de woonarken als de nieuwe woningen zullen permanent worden bewoond. In het kader van bestemmingsplannen is het voorgeschreven te rekenen met maximale waarden.

Huidige situatie De Ankerplaats in Kortenhoef is gelegen aan een smalle erftoegangsweg (Kortenhoefsedijk). Deze straat komt uit op de doorgaande weg (ook Kortenhoefsedijk genaamd), een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom, die aansluit op de N201.

blad 1 van 4

memonummer: 01.2 betreft: Verkeerskundig onderzoek parkeren en verkeersafwikkeling

Figuur 1 Globale locatie jachthaven

Op dit moment zijn er in de jachthaven 66 ligplaatsen, zijn er in de bestaande woonschepenkavels ten noorden en zuiden van de jachthaven 36 woonarken en staan er enkele grondgebonden woningen, waarvan 1 in het plangebied.

Figuur 2 Jachthaven gebied (rood = plangebied, groen = bestaande woonschepenhavens)

Toekomstige situatie: 6 nieuwe woonarken (5 vrije sector arken en 1 woonark met 3 wooneenheden in de sociale sector) en 2 nieuwe woningen In de toekomstige situatie worden er in de jachthaven 6 woonarken (een betonnen casco waarop een houten, stenen of kunststof opbouw is bevestigd) gebouwd en 2 nieuwe woningen. Voor deze 2 woningen moet één bestaande woning wijken. Om de verkeersgeneratie en parkeervoorzieningen in de jachthaven te berekenen, zijn voor zowel de woonarken als de woningen de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte berekend, uitgaande van ligging in een gebied dat wordt

blad 2 van 4

memonummer: 01.2 betreft: Verkeerskundig onderzoek parkeren en verkeersafwikkeling

gekarakteriseerd als weinig stedelijk, rest bebouwde kom. Voor de bestaande woning is uitgegaan van een vrijstaande koopwoning (verkeersgeneratie 8,6 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm); parkeerbehoefte 2,7 pp per woning). Voor een twee-onder-een-kapper geld per woning en verkeersgeneratie van 8,2 en een parkeerbehoefte van 2,6). Een woonark is niet een aparte categorie in de kencijfers. De vrije sector woonarken stellen we gelijk met een vrijstaande koopwoning (verkeersgeneratie 8,6 mvt/etm; parkeerbehoefte 2,7). Vanwege de beperkte omvang hanteren we voor de sociale woonarken een woning in het segment koop, etage, goedkoop (verkeersgeneratie 6,0 mvt/etm; parkeerbehoefte 2). Functie

Parkeerbehoefte

Woning (twee-onder-een-kap) Woonark vrije sector 5x Woonark, sociale sector 3x Subtotaal

Verkeersgeneratie (mvt/etm) 16,4 43,0 18,0 77,4

Sloop woning 1x Sloop kantoor 70m2 1x Sloop werkplaats 40 m2 1x Jachthaven 66 verkoopplaatsen Subtotaal

-8,6 -12,4 -4,4 -17,6 -43,0

-2,7 -2,7 -1,0 -44 -50,4

Totaal

34,4

-25,7

5,2 13,5 6 24,7

Tabel 1 Berekening verkeersgeneratie en parkeerbehoefte Zoals in tabel 1 is te zien zal de totale verkeersgeneratie van de nieuwe woonarken op een gemiddelde werkdag circa 77 mvt/etmaal zijn. De parkeerbehoefte van deze woonarken is 25 parkeerplaatsen. Doordat er 1 woning wordt gesloopt, vervalt de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte van deze woning. Ook zal een kantoor (verkeersgeneratie 17,7 mvt/etm/100 m2 bvo; parkeerbehoefte 3,8 per 100m2 bvo) en werkplaats (verkeersgeneratie 10,9 mvt/etm/100 m2 bvo; parkeerbehoefte 2,6 per 100m2 bvo) gesloopt worden. De jachthaven gaat plaats maken voor de woonarken, waardoor ook deze functie vervalt1. Voor de berekening is uitgegaan van enkel ligplaatsen. Watersport De Ankerplaats (het bedrijf dat de jachthaven gaat verlaten) heeft boten voor verkoop liggen en verhuurt kano’s. Dit levert mogelijk een iets andere verkeersstroom dan enkel ligplaatsen van boten. Omdat de kencijfers een grove inschatting zijn van de verkeersgeneratie, valt dit gebruik in de marge van de kencijfers. De nieuwe totale verkeersgeneratie van de jachthaven zal toenemen met circa 34 motorvoertuigen per etmaal. De parkeerbehoefte zal afnemen met 26 parkeerplaatsen. Conclusie Door de transformatie van huidige jachthaven zal het gebruik van de jachthaven veranderen in een woonschepenhaven.

Ook het slopen van een woning, kantoor en werkplaats in combinatie met het nieuwbouwen van 2 woningen heeft invloed op de verkeersgeneratie. In de toekomstige situatie zullen er op basis van kencijfers per etmaal gemiddeld 25 motorvoertuigen extra van en/of naar het jachthaventerrein gaan rijden. Deze toenamen is marginaal en de invloed op de doorstroming is nihil. Het aantal benodigde parkeerplaatsen in de jachthaven neemt af. Er vervallen 66 ligplaatsen (1 watersportbedrijf), 1woning, een kantoor en werkplaats, hiervoor in de plaats komen 6 woonarken (8 woonenheden) en twee woningen. Deze woonarken hebben gezamenlijk een lagere parkeerbehoefte, waardoor er 27 parkeerplaatsen minder nodig zijn.

1 Vanwege grote verschillen in jachthavens zijn de verkeerkencijfers indicatief, de CROW gaat uit van 26,6 mvt/etmaal per 100 ligplaatsen.

Parkeerbehoefte is 2 parkeerplaatsen per 3 ligplaatsen (gemeentelijke parkeercijfers).

blad 3 van 4

memonummer: 01.2 betreft: Verkeerskundig onderzoek parkeren en verkeersafwikkeling

In verband met de werkzaamheden aan de nieuwe woningen en woonarken zal de hoeveelheid vrachtverkeer toenemen tijdens deze periode. Het betreft werkzaamheden aan 6 woonarken en 2 woningen. Verspreid over de dag zal het aandeel vrachtverkeer dat richting de N201 rijdt marginaal zijn en de invloed op de doorstroming nihil.

blad 4 van 4

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

Bijlage 2

blad 49 van 485

Externe veiligheid

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid

projectnummer 431889.100 definitief 19 september 2019

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid

projectnummer 431889.100 definitief revisie 00 19 september 2019

Auteurs Roel Kouwen

Opdrachtgever Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

datum vrijgave

beschrijving revisie 00 definitief

goedkeuring S. Hammink

vrijgave J. Officier

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

2

Beleidskader

2

3

Risiconiveau N201 (Vreelandseweg)

4

3.1 3.2 3.3

Transportintensiteit Plaatsgebonden risico Groepsrisico

4 4 4

4

Verantwoording groepsrisico

5

4.1 4.2 4.3

Scenario’s Zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid

5 6 6

5

Conclusies

7

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid projectnummer 431889.100 19 september 2019 revisie 00 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

1

Inleiding Wijdemeren Ontwikkeling B.V. is voornemens een woonarkenhaven te realiseren aan de Kortenhoefsedijk 198 in Kortenhoef (gemeente Wijdemeren). Deze woonarkenhaven zal bestaan uit 6 woonarken waarvan 5 woonarken in de vrije sector en 1 woonark met drie woonheden in de sociale sector en twee woningen in de vorm va een twee-onder-een-kapper. In het kader van de ruimtelijke procedure dient onder andere het aspect externe veiligheid te worden beschouwd. In figuur 1.1 is de ligging (en voorgenomen invulling) van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (geel) met woonarken en woningen

Blad 1 van 7

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid projectnummer 431889.100 19 september 2019 revisie 00 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

2

Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 2.1: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport

Blad 2 van 7

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid projectnummer 431889.100 19 september 2019 revisie 00 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.

Figuur 2.2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico

Blad 3 van 7

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid projectnummer 431889.100 19 september 2019 revisie 00 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

3

Risiconiveau N201 (Vreelandseweg) In de omgeving van het plangebied bevindt zich één risicobron: de provinciale weg N201 (Vreelandseweg). In dit hoofdstuk wordt het risiconiveau van deze risicobron in relatie tot het plangebied beschouwd.

3.1

Transportintensiteit De N201 bevindt zich ten zuidwesten van het plangebied op ongeveer 150 meter afstand. Hoewel de gemeente Wijdemeren geen routering gevaarlijke stoffen heeft (en de weg geen onderdeel uitmaakt van het Basisnet), wordt deze weg gebruikt ter bevoorrading van meerdere LPGtankstations in Hilversum. In aansluiting op recent onderzoek in het kader van het wijzigingsplan ‘Vreelandseweg Wijzigingsplan Van Brakelterrein’ (vastgesteld 27 september 2016) wordt voor de bevoorrading van de twee LPG-tankstations uitgegaan van in totaal 280 transporten LPG (stofcategorie GF3) over de N201. Hoewel LPG maatgevend is voor het risiconiveau van het transport van gevaarlijke stoffen over de N201, vindt er ook transport van benzine en diesel plaats (stofcategorieën LF1 en LF2).

3.2

Plaatsgebonden risico In de bijlage van de Handleiding Risicoanalyse Transportroutes (HART; paragraaf 1.2.3) is gesteld dat een weg buiten de bebouwde komt geen PR 10-6-contour omdat het aantal transporten GF3 lager is dan 500 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.3

Groepsrisico In de bijlage van het HART (paragraaf 1.2.3) zijn vuistregels opgesteld om de hoogte van het groepsrisico te kunnen benaderen. Uit deze vuistregels volgt dat de bebouwingsdichtheid binnen 150 meter van de weg (op basis van tweezijdige bebouwing) meer dan 200 personen per hectare moet bedragen om een groepsrisico te realiseren dat hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Van deze dichtheid is geen sprake ter hoogte van het plangebied (ter illustratie: 200 personen per hectare geldt als kengetal voor hoogbouw). Dit geldt zowel in de huidige als de toekomstige situatie (inclusief voorgenomen ontwikkeling). De hoogte van het groepsrisico zal in de toekomstige situatie niettemin hoger zijn dan in de huidige situatie. Dit wordt veroorzaakt door de vergroting van de ruimtelijke mogelijkheden. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van de transportroute gevaarlijke stoffen, verantwoording van het groepsrisico is daarmee conform het Bevt verplicht. Omdat het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde dienen enkel de elementen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden (beperkte verantwoording).

Blad 4 van 7

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid projectnummer 431889.100 19 september 2019 revisie 00 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

4

Verantwoording groepsrisico In het kader van de te doorlopen ruimtelijke procedure is een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico, zoals geconcludeerd in hoofdstuk drie, van toepassing ten aanzien van de N201 (Vreelandseweg). In dit hoofdstuk worden elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag: het college van B&W voor de omgevingsvergunning en de gemeenteraad van Amsterdam voor het bestemmingsplan. Deze elementen zijn afgeleid uit het Bevt en zijn tevens omschreven in hoofdstuk twee van deze rapportage en in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007). Ter verantwoording van het groepsrisico dienen, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden. De verantwoording groepsrisico is in lijn met de uitgangspunten (planologische kaders) van het gemeentelijke Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid Amsterdam (mei 2012). In dit hoofdstuk zijn alle elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd:  Scenario’s;  zelfredzaamheid;  bestrijdbaarheid.

4.1

Scenario’s Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van ene transportroute gevaarlijke stoffen. Bij deze weg kan een plasbrand of BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) optreden. De gevolgen van deze scenario’s zijn verschillend. In deze paragraaf worden de scenario’s verduidelijkt. Plasbrandscenario Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral warmtestraling door een (plas)brand. Het invloedsgebied is circa 35-45 meter, uitgaande van een calamiteit waarbij de gehele wagen- of tankinhoud vrijkomt. De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. De effecten van een plasbrand op de N201 reiken niet tot het plangebied, het scenario is derhalve niet nader beschouwd in het kader van de groepsrisicoverantwoording. BLEVE Een koude BLEVE ontstaat wanneer een tankwagen bezwijkt waardoor er plotseling gas kan ontsnappen, welke na ontsteking ontploft. Een warme BLEVE ontstaat door een (plas)brand in de nabijheid van een tankwagen. Door de hitte van de brand loopt de druk in een tankwagen hoog op, terwijl de sterkte van de metalen wand afneemt. Hierdoor kan de wand het begeven en de tank ontploffen.

Tankauto's zijn voorzien van een hittewerende bekleding die de kans op een warme-BLEVE gedurende ten minste 75 minuten voorkomt (maatregel uit Safety Deal hittewerende bekleding op LPG-autogastankwagens’).1 De brandweer is daardoor in staat de tank van de tankauto tijdig te koelen.

1

Tests hebben aangetoond dat deze bescherming over een veel langere periode effectief is (> 360 minuten).

Blad 5 van 7

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid projectnummer 431889.100 19 september 2019 revisie 00 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

4.2

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Binnen het plangebied zijn geen ontwikkelingen opgenomen die langdurig verblijf van beperkt zelfredzame personen faciliteren. Alarmering Gerichte risicocommunicatie met bewoners (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en hoe hier invulling aan moet worden gegeven. Vluchtwegen Voor externe ontvluchting van het plangebied is een goede infrastructuur van belang waarbij van de bron af gevlucht kan worden. De bestaande wegenstructuur rond de projectlocaties bieden meerdere mogelijkheden om van de risicobron af te kunnen vluchten. Vluchten kan via de Kortenhoefsedijk. Afhankelijk van de precieze locatie van het incident kan ook via de Vreelandseweg worden gevlucht. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een koude BLEVE-scenario In het geval van een 'koude' BLEVE is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen binnen de 150 meter slachtoffer worden.

Buiten de 150 meter is binnen schuilen in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Echter, een koude BLEVE kan plaatsvinden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde.

4.3

Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. Ieder scenario vraagt om een specifiek aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Wijdemeren in het kader van de ruimtelijke procedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. BLEVE-scenario Bij een koude-BLEVE explodeert de tank meteen. De brandweer dient dan snel ter plaatse te zijn om secundaire branden in het invloedsgebied te bestrijden. In geval van een dreigende warme-BLEVE is het belangrijk dat de brandweer zo snel mogelijk ter plaatse is. De brandweer kan de tank koelen en een BLEVE voorkomen. In de praktijk zijn bijna alle tankauto's voorzien van een hittewerende bekleding. Hierdoor kan de warme BLEVE pas na 75 minuten optreden waardoor de brandweer geruime tijd heeft de BLEVE te voorkomen.

Blad 6 van 7

Woonarkenhaven Kortenhoef Externe veiligheid projectnummer 431889.100 19 september 2019 revisie 00 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

5

Conclusies Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van één risicobron: de provinciale weg N201 (Vreelandseweg). De weg heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour, het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmeringen. De hoogte van het groepsrisico neemt toe ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, maar is lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico beschouwd. Het bevoegd gezag kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van het ruimtelijk plan.

Blad 7 van 7

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. +31 6 22990312 E. stephan.hammink@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Copyright © 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

vastgesteld bestemmingsplan Kortenhoefsedijk 198 Gemeente Wijdemeren Projectnummer 431889.100

Bijlage 3

blad 61 van 485

Geluid

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan ligplaatsen voor woonarken te Kortenhoef

projectnummer 431889 concept 18 juni 2020

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

2

Juridisch kader

2

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2

Wet geluidhinder - algemeen Zones en grenswaarden Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder 30 km/uur zone Toetsingskader plansituatie

2 2 3 3 4

3

Uitgangspunten en onderzoeksopzet

5

3.1 3.2 3.3

Onderzoeksgebied Rekenmethode Uitgangspunten

5 6 6

4

Resultaten, geluidtoets en mogelijke geluidbeperkende maatregelen

8

4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3 4.4

Resultaten per weg Kortenhoefsedijk Resultaten Vreelandseweg Cumulatie Mogelijke geluidreducerende maatregelen Voorstel aanvraag hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder

8 8 9 11 13 14

5

Samenvatting en conclusies

15

Bijlagen 1. Overzicht rekenmodel 2. Invoergegevens rekenmodel 3. Rekenresultaten

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan ligplaatsen voor woonarken te Kortenhoef projectnummer 431889 18 juni 2020 revisie 01 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

1

Inleiding Wijdemeren Ontwikkeling B.V. is voornemens een woonarkenhaven te realiseren aan de Kortenhoefsedijk 198 in Kortenhoef die plaats biedt aan 5 vrije sector arken. Daarnaast is het voornemen om 3 sociale wooneenheden in 1 ark en 2 twee-onder-een-kapwoningen te realiseren. Het plan past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt in opdracht van Wijdemeren Ontwikkeling B.V. door Antea Group een bestemmingsplan opgesteld. Voor dit bestemmingsplan is onder andere een akoestisch onderzoek benodigd. Een overzicht van de ontwikkeling is in afbeelding 1.1 weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied

Het doel van het onderzoek is om inzicht te geven in de geluidbelasting op de haven voor woonarken, een zogenoemd ‘geluidgevoelig terrein’ in de zin van de Wet geluidhinder en op de nieuw te bouwen woningen, zogenoemde ‘geluidgevoelig objecten’ in de zin van de Wet geluidhinder. Daarnaast wordt, aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek, bepaald of wordt voldaan aan de grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder. Toetsing aan gemeentelijk geluidbeleid is niet aan de orde, omdat de gemeente Wijdemeren geen geluidbeleid heeft opgesteld. Het verloop van het onderzoek, de resultaten en hieruit te trekken conclusies zijn verwerkt in onderliggend rapport. Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 is het juridisch kader beschreven. De onderzoeksopzet en de uitgangspunten voor de berekeningen, waaronder de verkeersgegevens, zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De resultaten van de geluidberekeningen en toetsing zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De rapportage wordt afgesloten met een samenvatting en conclusie in hoofdstuk 5.

Blad 1 van 15

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan ligplaatsen voor woonarken te Kortenhoef projectnummer 431889 18 juni 2020 revisie 01 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

2

Juridisch kader

2.1

Wet geluidhinder - algemeen

2.1.1

Zones en grenswaarden De Wet geluidhinder (Wgh) is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van de weg. De breedte van de geluidzone langs wegen is geregeld in artikel 74 Wgh en is gerelateerd aan het aantal rijstroken van de weg en het type weg (stedelijk of buitenstedelijk). De ruimte boven en onder de weg behoort eveneens tot de zone van de weg. De betreffende zonebreedtes zijn in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Zonebreedte wegverkeer

Aantal rijstroken 5 of meer 3 of meer 3 of 4 1 of 2

Stedelijk gebied 350 200

Zonebreedte [m] Buitenstedelijk gebied 600 400 250

Het stedelijk gebied wordt in de Wgh gedefinieerd als ‘het gebied binnen de bebouwde kom doch voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone van een autoweg of autosnelweg’. Dit laatste gebied valt onder het buitenstedelijk gebied. Binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Bestemde ligplaatsen voor woonarken zijn in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder aangewezen als “geluidgevoelig terrein”. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De berekende geluidbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de (voorkeurs)grenswaarde wordt overschreden, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk zijn, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. In artikel 82 en volgende worden de grenswaarden vermeld met betrekking tot nieuwe situaties bij zones. In artikel 3.1 en 3.2 van het Besluit geluidhinder worden de grenswaarden van geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wgh1 vermeld.

In tabel 2.2 zijn deze waarden (voorkeursgrenswaarden en de maximaal toelaatbare hogere grenswaarde) opgenomen.

1

Onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, een psychiatrische inrichting, kinderdagverblijf.

Blad 2 van 15

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan ligplaatsen voor woonarken te Kortenhoef projectnummer 431889 18 juni 2020 revisie 01 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

Tabel 2.2 Grenswaarden voor woningen langs een bestaande weg

Status van de woning

Voorkeursgrenswaarde [dB]

nieuw te bouwen woningen vervangende nieuwbouw (woningen) nieuw te bouwen agrarische woning nieuw te bouwen andere geluidgevoelige gebouwen geluidgevoelig terrein

48

Maximaal toegestane geluidbelasting [dB] Stedelijk Buitenstedelijk* 63 53

48

68

58

48

58

58

48

63

53

48

53

53

*) Geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van een (auto)snelweg worden tot het buitenstedelijk gebied gerekend

2.1.2

Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder Ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder dient het resultaat van berekening en meting van de geluidbelasting vanwege wegverkeer te worden gecorrigeerd met een aftrek in dB. De hoogte van de aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het ‘Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012’. Op basis van dit voorschrift dient voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, een aftrek van 2 dB te worden toegepast met uitzondering van 2 specifieke situaties:  Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is, geldt een aftrek van 3 dB;  Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is, geldt een aftrek van 4 dB. Voor de overige zoneplichtige wegen bedraagt de aftrek 5 dB.

2.1.3

30 km/uur zone Een weg waar de maximale snelheid 30 km/uur bedraagt, is in de zin van de Wet geluidhinder niet-zoneplichtig. Een akoestisch onderzoek is voor dergelijke wegen derhalve niet noodzakelijk. Gelet op de jurisprudentie aangaande dit punt blijkt echter dat, bij een ruimtelijke procedure, de geluidinvloed van 30 km wegen wel dient te worden beschouwd. Er dient sprake te zijn van een 'deugdelijke motivering' bij het vaststellen van een bestemmingsplan. In de zin van de Wet geluidhinder zijn geen streef- en/of grenswaarden gesteld aan dergelijke wegen.

Blad 3 van 15

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan ligplaatsen voor woonarken te Kortenhoef projectnummer 431889 18 juni 2020 revisie 01 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

2.2

Toetsingskader plansituatie Het plan ligt binnen de zone van de Kortenhoefsedijk en de Vreelandseweg. De maximum snelheid op deze wegen bedraagt (ter hoogte van het plangebied) 80 km/uur. De aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt derhalve voor deze weg 2 - 4 dB, afhankelijk van de geluidbelasting op de geprojecteerde woningen en het geluidgevoelig terrein. De van toepassing zijnde grenswaarden zijn in tabel 2.3 weergegeven. Tabel 2.3 Grenswaarden restlocaties ten gevolge van de gezoneerde wegen na aftrek ex artikel 110g Wgh

Wegvak

Voorkeursgrenswaarde [dB]

Maximaal toegestane geluidbelasting [dB]

Nieuw te bouwen woning (geluidgevoelig object) Kortenhoefsedijk

48

63

Vreelandseweg

48

63

Kortenhoefsedijk

48

53

Vreelandseweg

48

53

Woonarkenhaven (geluidgevoelig terrein)

Voor een deel van de Kortenhoefsedijk (vanaf Berkenrade naar Hilversums kanaal) geldt een maximum rijsnelheid van 30 km per uur. Voor dit weggedeelte zijn geen verkeersgegevens beschikbaar gesteld. Het betreft een doodlopende weg die naar de haven leidt. Gezien het karakter van dit weggedeelte (geen doorgaande weg, beperkt aantal verkeersbewegingen) is het de verwachting dat er geen sprake is van een significant akoestisch effect hiervan op het plangebied. Dit weggedeelte is daarom niet in het onderzoek betrokken.

Blad 4 van 15

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan ligplaatsen voor woonarken te Kortenhoef projectnummer 431889 18 juni 2020 revisie 01 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

3

Uitgangspunten en onderzoeksopzet

3.1

Onderzoeksgebied Afbeelding 3.1 geeft het plangebied weer. De locaties van de woonarkenhaven, sociale wooneenheden en de twee-onder-een-kapwoningen zijn aangegeven. De ligplaatsen van woonarken, sociale wooneenheden en twee-onder-een-kapwoningen worden alleen geprojecteerd binnen de blauwe kaders (zie afbeelding 3.1). De geluidbelasting voor de woonarken is daarom op deze kaders bepaald. Bijlage 1 geeft de overzichtstekeningen voor het plangebied en de beoordelingspunten weer.

Sociale wooneenheden Twee-onder-eenkapwoningen Woonschepenhaven (geluidgevoelig terrein) Kortenhoefsedijk 30 km/uur

Vreelandseweg Kortenhoefsedijk

Afbeelding 3.1: Overzicht plangebied (blauwe kaders)

In onderhavig onderzoek is gebruik gemaakt van de digitale ondergrond voor het berekeningsmodel ‘02-431889-BP-VO-WaKH-200513.dwg’. Deze ondergrond is gebaseerd op de gelijknamige plantekening d.d. 8 juni 2020.

Blad 5 van 15

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan ligplaatsen voor woonarken te Kortenhoef projectnummer 431889 18 juni 2020 revisie 01 Wijdemeren Ontwikkeling B.V.

3.2

Rekenmethode In het kader van het onderhavige onderzoek zijn voor de effectbeschrijving van de wegen akoestische berekeningen uitgevoerd. Deze berekeningen dienen ter bepaling van de geluidbelasting ter plaatse van de geprojecteerde woningen en het geluidgevoelig terrein. Voor het bepalen van het geluidniveau vanwege het wegverkeer zijn twee wettelijk vastgestelde rekenmethodes voorhanden: de Standaardrekenmethode I en de Standaardrekenmethode II uit het 'Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012' ex artikel 110d van de Wet geluidhinder, kortweg aangeduid als SRM I respectievelijk SRM II. De SRM II is een rekenmethode waarbij rekening kan worden gehouden met afscherming van objecten, hetgeen met de SRM I niet mogelijk is. De berekeningen voor het onderzoek zijn dan ook uitgevoerd conform SRM II. De berekeningen zijn uitgevoerd met één reflectie en een sectorhoek van 2 graden. In onderhavig onderzoek zijn de betreffende wegen en de directe omgeving ingevoerd in een grafisch computermodel dat rekent volgens de Standaardrekenmethode II uit het 'Reken- en meetvoorschrift geluid 2012'. Daarbij is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu versie 5.20. De onderzoeksopzet en de invoergegevens zijn in de onderstaande alinea’s nader toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10866782/1