CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage quickscan flora en fauna en stikstofberekening def

commissie Ruimte en Economie 27 januari 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Loosdrechtsedijk 205a te Loosdrecht.3.726 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quick scan ecologie Nieuw Loosdrechtsedijk 205A te Loosdrecht

26 juni 2020

Pagina 1

Samenvatting Op het perceel aan de NieuwLoodsrechtsweg 205A te Loosdrecht staat een woning, twee loodsen en een hooiberg. De achterste bedrijfsloods wordt omgezet naar een woning. De bestaande hooiberg blijft behouden en wordt omgezet naar een bijgebouw ten behoeve van de woning. De bedrijfsloods aan de voorzijde wordt deels gesloopt en betrokken bij het woonhuis.

Inhoud

Inleiding

2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 7 – Analyse 9 – Advies & Bronnen

Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 15 april 2020 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.

Onderzocht is of er effecten op beschermde natuurwaarden kunnen zijn. Voor de verschillende panden zijn vleermuizen en huismussen niet uit te sluiten. Ook de aanwezigheid van marters is niet op voorhand uit te sluiten. Een onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Als deze soorten aanwezig zijn en een effect is niet uit te sluiten, dan is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Het beschermde Natura 2000gebied ligt op enkele meters afstand van de planlocatie. Er is geen significante wijziging in de depositie. Een vergunning van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

Op het perceel aan de Nieuw-Loodsrechtsweg 205A te Loosdrecht staat een woning, twee loodsen en een hooiberg. De eigenaar heeft het plan opgevat om het achterste bedrijfsloods om te zetten naar een woning. Hierbij zal de bestaande hooiberg behouden blijven en worden omgezet naar een bijgebouw ten behoeve van de woning. De bedrijfsloods aan de voorzijde wordt deels gesloopt en betrokken bij het woonhuis. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek, inclusief berekening van de depositie van stikstof, uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden.

Ligging van het perceel

Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status

Planruimte 20.150 26 juni 2020 Michel Nieuwhof P.J.H. van der linden definitief

Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl

Pagina 2

H02

Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie betreft een perceel met daarop een woning, twee loodsen en een hoorberg. De locatie staat binnen de lintbebouwing van Nieuw Loosdrecht. Het Natura 2000-gebied ligt op korte afstand. Op enkele meters van de onderzoekslocatie ligt Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt eveneens op enkele meters afstand van de onderzoekslocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten. Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Ligging van de Natura 2000-gebieden (rood) en Weidevogelleefgebieden (raster).

Weidevogelleefgebied De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Noord-Holland beschermd. Binnen de gebieden gelden strikte regels, de weidevogels mogen niet verstoord worden. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. De weidevogelleefgebieden liggen op grote afstand van de planlocatie.

Ligging van de Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden

Pagina 3

H03

Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locaties worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).

Om een goed oordeel te kunnen geven is op 15 april 2020 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten.

Tijdens het veldbezoek van 15 april 2020 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek betrof helder, droog weer met een temperatuur van 11ºC en windkracht 1 Bft. uit het zuidwesten.

Pagina 4

Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er zijn waarnemingen van vleermuizen en huismussen zijn bekend aan de Nieuw Loosdrechtsedijk ten westen van het perceel. Gierzwaluwen worden waargenomen ten noorden ver van het perceel. Waarnemingen van ringslang zijn bekend ten noordoosten ver van het perceel. Er zijn geen waarnemingen van marters bekend in de omgeving. Vegetatie en planten Het zuidelijke deel is ingericht als weiland. In het weiland staan verschillende nitrofiele kruiden: paardenbloem, grote brandnetel, ridderzuring en op een aantal plaatsen is gele lis aangetroffen. Langs de oost- en westzijde van het perceel zijn watergangen aanwezig. Langs de oevers is gele lis waargenomen. In de watergangen zijn momenteel witte waterlelie en grof hoornblad zichtbaar. Rond de bebouwing op het perceel zijn diverse algemene tuinplanten en struiken aanwezig. Een deel van de gevels van een loods en een schutting zijn begroeid met klimop. Langs de noordoostzijde van het perceel staan populieren langs de oprit. Rond het woonhuis zijn een aantal bomen aanwezig. Dit zijn voornamelijk cultivars. Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen.

Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten. De standplaats voor de beschermde soorten ontbreekt. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocaties en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak.

De achterste bedrijfsloods/woning betreft een pand met schuine daken bedekt met dakpannen. Op een aantal plaatsen zijn kieren aanwezig tussen de pannen. De gevels en kozijnen van dit pand vertonen geen openingen. Er is mogelijkheid voor vleermui-

Pagina 5

zen om, via de openingen tussen de pannen, onder het dak te komen. De voorste bedrijfsloods en het woninghuis schuine daken met dakpannen. Op een aantal plaatsen zijn openingen tussen pannen ontstaan. De gevels zijn van opgemetseld steen. In de noord- en zuidgevel zijn open stootvoegen aanwezig. Door de verschillende openingen in de gevel en het dak kunnen vleermuizen een verblijfplaats bereiken. Op de oost- en westgevels van de voorste loods zijn, boven de twee meter tot de dakrand, houten panelen aanwezig. Deze panelen hebben aan de onderzijde op een aantal plaatsen kieren. Op op deze plek kunnen vleermuizen het gebouw betreden. Het woonhuis en voorste loods hebben houten dakranden en kozijnen. Deze vertonen geen zichtbare kieren. Er zijn geen sporen van vleermuizen aan en in de directe omgeving van de panden aangetroffen tijdens het onderzoek. De bomen rond de panden vertonen geen zichtbare holtes die geschikt zijn voor vleermuizen om zich hier in op te houden. De populieren aan de noordoostzijde waren teveel in blad op moment van het onderzoek om holtes in deze bomen uit te sluiten. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden Het locatie valt binnen de lintbebouwing van Loosdrecht. De kans op een jachtgebied is aanwezig gezien in de structuur van de omgeving. Potentiële vaste vliegroutes worden niet verwacht door het ontbreken van lijnvormige beplanting.

Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet noodzakelijk omdat de structuur van het landschap niet wordt aangetast. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocaties is een kleine kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel, spitsmuizen en muizen. De kans op aanwezigheid van de kleine marters is aanwezig. Er is geschikt habitat aanwezig op en in de omgeving van de planlocatie. De hooiberg op locatie is opgebouwd met metalen platen dak met daar onder stro als isolatie. Verder is de hooiberg opgebouwd uit enkelwandig houtenplanken. Op dit moment is de hooiberg ingericht als stal voor schapen en paarden. Rond de hooiberg zijn steen- en houtstapels aanwezig. Aanwezigheid van marters op en rond deze bebouwing is op voorhand niet uit te sluiten. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Het perceel is geschikt voor huismussen. Er is mogelijkheid voor huismussen om zich op te houden onder de daken van het woonhuis en de bedrijfsloodsen. Er zijn echter geen huismussen of sporen van huismussen aangetroffen op, rond en in de directe omgeving tijdens het onderzoek.

Er zijn geen sporen van gierzwaluwen aangetroffen. Er is geen mogelijkheid voor gierzwaluwen om zich op te houden. Er zijn geen geschikte invlieg mogelijkheden voor gierzwaluwen aangetroffen in de panden op locatie.

Pagina 6

Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Op de planlocatie is er mogelijkheid voor algemeen voorkomende broedvogels om te nestelen onder de daken en in de bomen op locatie en in de directe omgeving. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Herpetofauna en vissen Er is geschikt oppervlaktewater aanwezig voor watergebonden organismen in de omgeving in de vorm van sloten. Er is kans op watergebonden organismen worden binnen en directe omgeving van de planlocatie in de winterperiode. Er wordt niet aan de sloten of de oevers gewerkt. Overige soorten In de sloten is de aanwezigheid van de platte schijfhoren mogelijk. Verder zijn er, gezien de voorkomende habitats, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen het perceel. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocaties voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden – met uitzondering van de platte schijfhoren – daarom uitgesloten binnen de planlocatie.

Pagina 7

H05

Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen.

Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 15 april 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk is onder de daken van de twee bedrijfsloodsen. In de voorste bedrijfsloods is er ook mogelijkheid voor vleermuizen om zich op te houden in de gevels en achter de houten gevelpanelen. Voor werkzaamheden aan deze delen van de panden wordt een onderzoek naar vleermuizen geadviseerd. Op het perceel zijn al verschillende vleermuiskasten aanwezig. Initiatiefnemer heeft de intentie om het aantal vleermuisvoorzieningen uit te breiden. Daarmee zal er geen of nagenoeg geen effect veroorzaakt worden op vleermuizen. Aanwezigheid van huismussen onder de pannendaken is op voorhand niet geheel uit te sluiten. Voor werkzaamheden aan de pannendaken wordt een onderzoek naar huismussen geadviseerd. Het woonhuis blijft behouden, waardoor het effect op de huismus zeer beperkt blijft. Aanwezigheid van marters in en rond de hooiberg is op voorhand niet uit te sluiten. Indien verbouwingswerkzaamheden plaatsvinden aan de hooiberg wordt een onderzoek naar marters geadviseerd. Er is kans op watergebonden organismen worden binnen en directe omgeving van de planlocatie in de winterperiode.

Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten deze periode te starten. In de sloten zijn waterorganisme niet uit te sluiten, de sloten vallen echter buiten het project.

Pagina 8

Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Natura 2000 Voor het plan is een berekening van de stikstofdepositie uitgevoerd (zie bijlage). Hierbij is uitgegaan van sloop en bouw uitsluitend met behulp elektrische machines en handgereedschap. Gebleken is dat er geen verhoging is van de depositie op de Natura 2000-gebieden. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden zijn minder waarschijnlijk en met een ecologisch werkprotocol te voorkomen.

Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op korte afstand van de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.

Pagina 9

H06

Conclusie, advies en gebruikte bronnen Op het perceel aan de Nieuw-Loodsrechtsweg 205A te Loosdrecht staat een woning, twee loodsen en een hooiberg. De eigenaar heeft het plan opgevat om het achterste bedrijfsloods om te zetten naar een woning. Hierbij zal de bestaande hooiberg behouden blijven en worden omgezet naar een bijgebouw ten behoeve van de woning. De bedrijfsloods aan de voorzijde wordt deels gesloopt en betrokken bij het woonhuis. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 15 april 2020 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen.

• • •

Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 15 april 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk is onder de daken van de twee bedrijfsloodsen. In de voorste bedrijfsloods is er ook mogelijkheid voor vleermuizen om zich op te houden in de gevels en achter de houten gevelpanelen. Voor werkzaamheden aan deze delen van de panden wordt een onderzoek naar vleermuizen geadviseerd. Aanwezigheid van huismussen onder de pannendaken is op voorhand niet geheel uit te sluiten. Voor werkzaamheden aan de pannendaken wordt een onderzoek naar huismussen geadviseerd. Aanwezigheid van marters in en rond de hooiberg is op voorhand niet uit te sluiten. Voor het verbouwing van de hooiberg wordt een onderzoek naar marters geadviseerd. Er is kans op watergebonden organismen worden binnen en directe omgeving van de planlocatie in de winterperiode. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten deze periode te starten.

•

• •

• •

•

• Uit nader onderzoek moet blijken of een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Hiervoor zal een aanvullend onderzoek naar vleermuizen, huismussen en marters worden uitgevoerd. Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op enkele meters afstand van de planlocatie. De werkzaamheden betreft betreft sloop van een hooiberg, realisatie van een nieuw bijgebouw, omvorming van loods naar woning op locatie. Uit de Aerius-berekening volgt dat er geen verhoogde depositie op de Natura 2000-gebieden is. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden zijn minder waarschijnlijk en met een ecologisch werkprotocol te voorkomen. Een vergunning van de Wet natuurbescherming is op basis hiervan niet noodzakelijk

• •

Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (2014) Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. NOZOS, Landschap Noord-Holland. Kaag, K. (2012) Vlinders van Duin tot Dijk. De dagvlinders van Noord-Holland 2000-2009. Vlinderstichting, Landschap Noord-Holland. Kapteyn, K. (1995) Vleermuizen in het landschap. Schuyt & co, Haarlem. Riet, B. van, H. van der Goes, Th. Baas, C. van den Tempel, W. Menkveld & F. Visbeen (2014) Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. Scharringa, C.J.G., W. Ruiterbeek & P.J. Zomerdijk (2010) Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN, Landschap Noord-Holland. Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bonn. provincienoordholland.nl waarneming.nl

Pagina 10

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RxifVZS2jFcn (29 april 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

els en linde

Nw Loosdrechtsedijk, - Loosdrecht

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Nw Loosdrechtsedijk

RxifVZS2jFcn

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

29 april 2020, 15:13

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

bouwfase (alleen handgereedschap)

Situatie 1

RxifVZS2jFcn (29 april 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RxifVZS2jFcn (29 april 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Situatie 1

bouwverkeer 135825, 466835 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

160,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

40,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RxifVZS2jFcn (29 april 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RxifVZS2jFcn (29 april 2020) pagina 5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9571824/1